ES: Ik kon de afgelopen week niet aan de site werken. Kreeg toch materiaal van Thomas. Dit hierbij alsnog.
Thomas:
Hugo Ent behoort tot de betere schakers op onze vereniging en opende tegen mij met de flexibele Pirc-veddediging.
Hoewel de opening al vroeg wit meer centrum invloed gunt, kan er soms een venijnige tegenactie op de damevleugel volgen. Ik legde eigenlijk al snel met 5. h4!? mijn kaarten op tafel.

Thomas – Hugo (5.h4)
Hugo antwoordde met 5.. h5 wat prima is, maar de scherpste tegenzet is 5.. c5!? waarna op 6. dxc5, Da5 volgt.
Wit speelt dan meestal 7. Kf1 en moet dan later via Kg1 tot een soort kunstmatige rochade komen. Dat dat niet ieders smaak is, behoeft geen betoog en ik vermoed dat Hugo hier ook geen fan van is.
Het was nu mijn beurt om met 6. Lf4 van de theorie af te wijken. Bekender zijn 6. Lg5, 6. Le3 en 6. Pf3.

Thomas – Hugo (8…Da5)
8. Da5 kwam neer op een “verloren” zet na het antwoord 9. a3.
De engine geeft 9.. c5 als iets beter dan 9. e5 maar het blijft allemaal nog binnen de perken.

Thomas – Hugo (12.Dc1)
Op zet 12 geeft het platte metalen onding het alternatief 12.. Ld7 om op 13. Lc4 het zwakke punt f7 met 13. Le8 te verdedigen. Het is niet direct heel comfortabel voor zwart, maar in de fase daarna wordt het snel moeilijker. Na 15. a4 , bxa4

Thomas – Hugo (15…bxa4) analyse
16. Lc4, Tf8 17. Pxa4, wat we o.a. na de partij bekeken geeft dezelfde engine wit voordeel (+2) maar dat is toch niet overduidelijk beslissend, lijkt me. Na pionverlies en vervolgens nog een zag Hugo er enkele zetten later geen gat meer in en gaf zich gewonnen.