Het Herdersmat is al heel oud. Toch, na 500 jaar, trappen er nog steeds mensen in.
Tijd om dat te veranderen. We gaan die grapjassen in hun herdersmatje oprollen.
Het Herdersmat is al heel oud. Toch, na 500 jaar, trappen er nog steeds mensen in.
Tijd om dat te veranderen. We gaan die grapjassen in hun herdersmatje oprollen.
Commrntaar van THOMAS:
Het is ook het verrassingseffect, als je er onvoorbereid op ingaat tegen iemand die zijn huiswerk goed gemaakt heeft, is het heel lastig achter het bord een verdediging te bedenken.
Bij mij wint dan toch nog wel eens het speelplezier bij zo’n dynamische variant het van de “angst” voor de behoorlijke complicaties die het gevolg kunnen zijn.
Na de kritische blik die ik en Ron nog even op de partij hebben geworpen, keken we ook nog even naar het interessante alternatief 9. Pb7 ipv 9. Le7.

De dame wil natuurlijk zo snel mogelijk ontsnappen uit haar kooi voordat die helemaal dichtklapt. Meestal gebeurt dat op korte termijn met Df3 maar deze route is dan voorlopig afgesneden. En 10. Dxa7 heeft als nadeel dat met tempowinst Lc5 volgt en zwarts ontwikkelingsvoorsprong wordt alleen maar groter.
Als je deze variant in de databases opzoekt, dan zijn er “slechts” enkele tientallen partijen bekend, relatief weinig dus ten behoeve van andere varianten. Er is dus genoeg ruimte voor onderzoek en creativiteit!

Op 12. De2, was 12. Pd5 minder nauwkeurig dan bijvoorbeeld 12.. h6 . Er kan dan volgen 13. Pf3, e4 14. Pe1, Dd5 en wit staat erg passief. Zwart kan zich wellicht niet helemaal rijk rekenen, mede omdat de witte pionnen structuur redelijk solide is, zeker in tegenstelling tot de puinhopen die in onze partij aan de orde waren.

Hoewel ik 13.. b4 zelf een lastige zet vond, is de zet 13. Pc6 een idee dat een nadere analyse waard is. En zoals ik al eerder zei, zo waren er wel meer momenten tot de slotstelling aan toe

Als wit de dames dan ruilt
26. Dxf6, Txf6 en dan bijvoorbeeld al dan niet na wat tussenschaakjes 27. Te1 speelt volgt Pe2+ en wit moet al vrijwel geforceerd de kwaliteit terugofferen en als er iemand dan nog moet werken voor remise, is het wit!
Tenslotte wil ik nog even vermelden dat de wijze waarop Ab en Kees remise hielden ook uitstekend was, en mogelijk zaten er op bepaalde momenten ook de betere kansen in
En dank aan alle tegenstanders voor het welslagen van deze avond!
Foto zuid

Een goed begin is het halve werk. En het was een goed begin. Er waren 13 belangstellenden, waaronder één nieuw gezicht. Hopelijk iemand die wil blijven, want hij deed het goed. Het duurde lang voor Thomas vat op hem kreeg.

Flans
Een mooi begin van een nieuw mooi schaakjaar. Thomas liep duidelijk volkomen op zijn gemak zijn rondjes, zijn humoristisch commentaar hier en daar leidde zelfs af en toe tot lachsalvo’s. Toen ik binnenkwam om 20.40 stonden er tot mijn verbazing al enkele borden op materiële achterstand. Hoe heeft hij dat ze gauw geflikt? En niet bij mindere goden hoor! Frank stond m.i. al compleet verloren, en Ron moeilijk. Jasper ook.
Ik zag ook borden van schakers die niet van plan waren zich zomaar de das te laten omdoen. Mij vielen daarbij vooral Kees, Ab , Maurice en Flans op.
Ik amuseerde me erg de hele verdere avond. Misschien wegens verkeerde waarnemingen. Ik heb wel wat verontschuldigingen bij de hand. 14 partijen tegelijk volgen was destijds niet mijn wekelijks werk bij de club. En omdat mijn kijkertjes me een beetje zichtproblemen bezorgen en ook mijn schaakvermogen wat begint te haperen kan ik het fout hebben met wat ik later op de avond meende waar te nemen.

Ik zag een wit paard akelig opduiken in de buurt van de koningsstelling van Wouter, op d6 of e6 meen ik. Dacht daarom dat een roemloos einde zich voor hem begon af te tekenen. Maurice mompelde me toe dat hij in moeilijkheden verkeerde. Ik meende dat ook te zien, omdat een door wit te confisceren paard niet teruggenomen kon worden wegens een penning. Maar bij de volgende ronde dacht ik dat er weinig meer aan de hand was. Was dan ook verrast toen enige tijd later Maurice bleek te hebben opgegeven. Ik dacht dat Paul een stuk was achtergeraakt. Maar na afloop van de partij ontkende Paul dat heftig. Wellicht kan ik bij al mijn oudere handicaps nu ook niet meer tot drie tellen. Gelukkig bleken enkele van mijn gedachten nog wel juist. Ik zag dat Gerrit lang goed stand had gehouden maar in het eindspel zou worden overruled. Dat het erg moeilijk zou worden om Ab’s terughoudende spel echt te ontregelen. Dat defensieve speelgedrag vond ik wel bijzonder voor een Ab, maar gelukkig was zijn speelhaast nog niet gedoofd. Thomas moest hem geregeld vermanend toespreken als hij na de zet des simultaangevers gelijk al wilde antwoorden.’ Wacht tot mijn nieuwe bezoek a.u.b.’
En bij Kees dacht ik te zien dat hij knap de agressieve bedoelingen van Thomas wist te pareren en begon voor hem te hopen dat hij zijn koning overeind zou weten te houden.

Al die ideeën bleken gelukkig te kloppen. Kees en Ab kregen al tamelijk vroeg in de avond remise aangeboden. Wat ze natuurlijk dankbaar accepteerden. En Gerrit verloor inderdaad.
Ik zag al vroeg bij Marc dat hij er behoorlijk agressief op los ging, zijn zware srukken belaagden wits monarch. Dat werd de eerste uitslag van vanavond. Thomas gaf op.
Gelukkig voor onze kampioen knapte de stand voor hem later goed op. Jasper gaf op, Frank ook, Ernst idem, maar dat was voor mij geen verrassing. Ze stonden al lang te veel materiaal achter. Flans wilde niet achterblijven, drie pionnen achter raken is tegen een Thomas niet verstandig.
IK was wel verrast dat Ron zijn kwaliteit achterstand daarna met goed agressrief spel had weten te compenseren en zo remise bereikte. Wellicht was die kwaliteit een bewust offer geweest,
Het meest verbazingwekkend was de partij tegen Martin. Die hield Thomas’ agressie goed onder controle, en raakte zelfs een stuk voor, en dreigde zelf met aanval met zware stukken op de witte koningsvleugel. Maar de zwarte koning had niet gerocheerd, en Thomas zocht daar een mogelijke redding. Ik geloofde er niet echt in, ook niet toen hij er ook nog een toren in investeerde. Martin ook niet, want hij pakte die toren . Intussen stonden er veel belangstellenden bij dat bord. Tot mijn verbijstering liep zwart toch mat! Knap van Thomas. Maar zelf zei hij na afloop : ‘een gewonnen stelling toch verloren hè Martin! ‘ Martin droeg het verlies als een man! Was wel zelf ook een tikkie verbijsterd.
Ik vertrok toen alleen Wouter nog bezig was. Mijns inziens in een gelijkstaand eindspel. Maar ja tegen Thomas weet je het nooit. Ik weet niet hoe de partij eindigde, maar indien remise, dan zou het kunnen zijn 10 uit 13. En dat is 76 % Weer een prachtig resultaat van onze Thomas.

Ik ga dit epistel nu naar Thomas opsturen en hem feliciteren en naar zijn waarheid vragen.
Thomas:
Ik dacht nog op het einde gewonnen te staan tegen Wouter vanwege een ver opgerukte vrijpion maar hij wist de juiste verdediging te vinden en toen moest ik met nog steeds een pion minder op zet herhaling ingaan . Het beste was er inmiddels wel bij ons beiden af
Ik ga mijn partij nog vrijdag met Ron samen bekijken en verder reconstrueren want dat was wel een van de spectaculairste samen met die van Martin.
Afgelopen maandagavond was weer de aftrap van het nieuwe seizoen en schrijver dezes mocht het weer opnemen tegen dit jaar dertien tot de tanden met schaakkennis bewapende tegenstanders.
Een veel gehoorde tip is: de simultaangever houdt van rustige, overzichtelijke stellingen om je dan geleidelijk in het nauw te drijven.
Dus streef naar een onoverzichtelijke stelling waarin je makkelijk de fout in kan gaan (dus ook de simultaangever!)
Je hebt tenslotte niets te verliezen.
Maar soms tref je van die flauwe simultaangevers die er zelf, al dan niet noodgedwongen, zelf een ” soepzooitje’ van maken!
En onder de dertien was een nieuw gezicht, Flans, die op de oproep in Binnendijks was afgekomen en ook gelijk zijn visitekaartje afgaf, waarover later meer. Want ons gezellige, maar bepaald niet overbevolkte clubje, kan wel wat uitbreiding gebruiken.
En zo’n simultaan, evenals onze aanwezigheid bij de najaarsmarkt aanstaande zondag helpen daar wellicht ook bij.
Van de dertien partijen was eigenlijk geen enkele een snelle ” walk over”.
Sterker nog, de eerste die zijn koning om kon leggen, was ondergetekende!
Het was Marc die de score opende, al was het verschil met vorig jaar ( toen was het eenrichtingsverkeer richting mijn koning) dat er nu een tijdlang een meer gelijk opgaande strijd was. En ik dacht op een bepaald moment de betere kansen te krijgen door penningsmotieven op de e-lijn en diverse veelbelovende slag- en ruilmogelijkheden. En Marc dacht ook dat er iets in gezeten moet hebben.
Wat het ook was, ik vond het niet en een afleidingsmanoeuvre op de damevleugel met ver opgerukte vrijpion dwarsboomden mijn verdere plannen, totdat Marc genadeloos op de tweede rij beslissend binnenviel.
En Flans die aangaf huisschaker te zijn, bood behoorlijk tegenstand, een club schaker waardig. Dus hopelijk sluit hij zich aan bij onze club en kan hij door ervaring op te doen aangevuld met gezellige lesavonden verder groeien. En die mogelijkheid zie ik wel bij hem. Maar bovenal veel plezier beleven aan het schaakspel in een gemoedelijke sfeer!
En vermeldenswaard is nog dat ook in de partijen waarin ik materiaal won, de tegenstanders nog taai verzet boden. Zo was ik in een stelling met een stuk meer, ik meen tegen Jasper, een afwikkeling op de damevleugel zag waar nog een geniepige doorbraak in zat, met mogelijk een niet te stoppen vrijpion voor zwart.
Dus voor de zekerheid maar een ander plan gekozen dat wat langzamer won, maar me veiliger leek.
En dan de partij tegen Ron!
Dat was toch wel met recht een “soep zooitje”.
In de Bogoljubov variant van het Tweepaardenspel in de Nahand offerde hij de kwaliteit voor een behoorlijke ontwikkelingsvoorsprong en waarin “prijsschieten” op de witte dame niet ongewoon is.
En daar kan je als witspeler toch een beetje zenuwachtig van worden! En een beetje blufpokeren over dat je de variant wel eens gespeeld hebt tegen van den Doel en hem daarmee in moeilijkheden bracht (zijn woorden!) leek ook geen indruk te maken. Wat denkt die simultaangever wel wat hij is!
Maar kansen waren er zeker wel voor hem, en ook wederzijds.
En na raadpleging met de engine is zoals te verwachten een veelheid aan kansen wederzijds gemist.
Maar dit heeft een puur menselijke oorzaak. Allereerst de flauwe simultaangever die wil dat je zet als je voor zijn neus staat, de complexiteit van de stelling en stukken die op plaatsen belanden waar ze normaal zelden of nooit.
En dat flauwe nemen we uiteraard met een korreltje zout bij een gemoedelijke sfeer die bij ons heerst. Echter bij een simultaan met een grootmeester is men daar over het algemeen wat strikter in, hoewel af en toe een rondje overslaan vaak wel mag.
Om bij het spektakel te blijven, als er iemand is die geen loon naar werken heeft gekregen, dan is het Martin
Na een (te) optimistisch stukoffer van wit op de konings vleugel bood Martin al snel een kwaliteit terug waar wit niet op inging om zijn aanvalskansen te behouden. Echter tot overmaat van ramp was het eerder zwart die de aanval overnam en het voor wit steeds lastiger werd de dreigingen tegen zijn ook onveilige koningsstelling het hoofd te bieden.
Toen de situatie echt onhoudbaar leek te worden had wit nog een wanhoopsoffensiefje met dame en toren op de achtste rij. Eigenlijk geloofde ik er al niet meer in, hoogop zag ik wat varianten waarin ik na een serie schaakjes een dame veroverde maar tegen een overmacht aan materiaal, dus zelfs dat zag er niet hoopvol uit. En de zwarte koning zou toch wel naar een veilige schuilplaats rennen… Er waren rond dit tijdstip al weinig spelers over dus ploeterde ik nog even voort. Totdat ik tot mijn eigen verbazing ontwaarde dat er zomaar een matnet in zat! Heel jammer voor Martin, die mij eigenlijk vakkundig weggespeeld had. Het zal een schrale troost zijn dat ik zelf ook wel eens in het verleden als tegenstander in een simultaan totaal gewonnen stellingen niet heb kunnen verzilveren.
En dan was op een gegeven moment Wouter nog over, die al in de opening na mijn pionoffer de rochade was kwijtgeraakt. Ik was lang optimistisch maar Wouter hield de boel goed dicht en creëerde ook zelf tegenkansen . Uiteindelijk in het eindspel stond ik nog steeds een pion achter maar was mijn hoop gevestigd op een ver opgerukte vrije c-pion en een toren op de zevende rij. Maar om een lang verhaal kort te maken, dat bleek niet voldoende voor de winst en na een paar zetherhalingen nam Wouter mijn remise aanbod aan.
Al met al een geslaagde avond al zeg ik het zelf en een mooie aanloop naar een hopelijk net zo mooi jubileum seizoen!
Eindcorrectie moet nog plaatsvinden
Onder de Linden zat gezellig vol op maandag 24 augustus, voor de Algemene Ledenvergadering. Tussen de vertrouwde koppen aan de tafels en de kleurrijke kunst aan de muur (het clublokaal deelt de ruimte deze zomer met een kunstexpositie, dus we vergaderden onder een indrukwekkend gezelschap aan schilderijtjes) werd het bestuur herkozen, en werd het laatste nieuws over de 120-jarige jubileumsimultaan tegen Pieter Hopman op 10 oktober gedeeld.

Maar het hoogtepunt van de avond was de prijsuitreiking. Met een gouden bokaal in de aanslag werden dit jaar de lauweren verdeeld: Thomas mag zich clubkampioen noemen, Paul sleepte de titel beste Bondsprestatie procentueel in de wacht en Martin ging naar huis met de prijs voor beste Bondsprestatie op punten. Onder applaus en de nodige plagerijen werden de bekers en presentjes uitgedeeld zelfs een arm in het verband kon niemand weerhouden om de trofee triomfantelijk de lucht in te steken.


Tussen de agendapunten door was er volop ruimte voor een drankje, een praatje en de aanmelding voor de dagmarkt van 6 september. Kortom: een avond met de gebruikelijke schaakclub-gezelligheid, een vleugje jubileumkoorts en drie meer dan verdiende kampioenen.
Op naar het nieuwe seizoen de traditionele simulaan is al op 31 augustus!
Ik ervaar met enige bevreemding dat vrouwen mij nog steeds flink interesseren. Beetje vreemd als je 88 bent. Ik bedoel inmiddels wel vooral hun geestelijke mogelijkheden. Dat wel! Maar ik heb dat altijd wel een beetje gehad. Ik was als jonge docent Nederlands een poosje werkzaam op een Middelbare Meisjes School. Die bestond toen nog. Het was de mooiste tijd uit mijn lerarenbestaan. Als je een gedicht op de tafeltjes legde , was de reactie vaak: ’Fijn, we gaan een gedicht doen’ . Als je dat later op een HAVO of VWO deed hoorde je : ‘ Jasses, kan die man dat niet gewoon zeggen?’ Ik herinner me een jongedame die i.p.v. een boekenlijst met de verplichte15 titels op haar eindexamenlijst, er even 35 op noteerde! Vond ze leuk! Dat ging bij jonge mannen anders. Ik weet niet meer welke Kuijer van onze schaakclub het was, maar een van de twee vertelde me, nog scholier, eens dat hij echt niet van plan was om die boeken te gaan lezen. Hij zocht wel wat uittreksels bij elkaar. Ik wist gelukkig het geknars van mijn tanden verborgen te houden.
Ik weet nog dat ik in de begintijd van mijn schakerij ook probeerde te achterhalen hoe Vera Menchik (1906-1944, wereldkampioen vrouwen 1927-1940) het toen gedaan had. En in de krant volgde wat de actuele resultaten van Fennie Heemskerk(1919- 2007, Nederlands kampioene 1937-1960) waren. Als man kon ik nog wel vrij lang toch enige meewarigheid voelen. Ze waren wel heel goed, maar ja natuurlijk niet zo sterk als sterke Nederlandse mannen als Max Euwe, Lodewijk Prins, Hans Bouwmeester, v. Scheltinga en dat type van soort. Dat kon natuurlijk niet. Het waren tenslotte vrouwen.
Ik weet nog dat ik ergens in NoordHolland deelnam aan een simultaan door een Nederlandse sterke schaakster. Ben vergeten wie. Op zichzelf al een veelbetekenend feit. Ik verkeerde bij Aris de Heer al een poosje in de hoogste regionen, dus ik dacht dat varkentje snel even te gaan wassen. Maar binnen een uur kon ik opgeven. Mijn conclusie had moeten zijn dat die mevrouw gewoon flink sterker was dan ik. Maar moreel was ik toen nog niet zo ver. Volgens mij had ze had gewoon de mazzel gehad dat ik kennelijk even niet in mijn beste doen was.
Er begon iets aan zulke opvattingen van mij te veranderen toen ik in de krant had gelezen dat er een meisje was op een internationaal schaaktoernooi in Amsterdam-Zuid , 13 jaar, die iedereen versteld deed staan. Ze speelde in de meestergroep. Eén verdieping hoger speelden de grootmeesters. Grote jongens. Kortsnoi bijvoorbeeld. Anand. Etc. Het schaakpubliek wordt meestal gevormd door schaakmannen die met pensioen zijn. Die werken niet en kunnen bij een schaaktoernooi gaan kijken. Het grappige was dat die middelbare mannen deze keer niet naar de toppers gingen kijken, maar naar het iets kleinere vertrek met de iets mindere schaakmeesters afdaalden, dat bomvol stond. Allemaal wat oudere mannen die dat lieve meisje -met paardenstaart – wilden volgen. De organisatoren kozen na enige dagen eieren voor hun geld en verplaatsten het meisje ook maar naar het vertrek met de grootmeesters. Ook ik heb daar ademloos naar haar en haar schaakzetten staan kijken. In ieder geval werd me duidelijk dat wij zelf maar prutsers waren. Ze heette Judith Polgar en woonde in Hongarije. Ze werd geboren in 1976. Ze ging niet naar school maar kreeg onderwijs van haar ouders. Haar moeder gaf haar talen, en voor vader mocht ze kiezen : wiskunde of schaken. Vader Laszlo voerde een ijzeren regiem. Elke dag 30 schaakproblemen oplossen, elke dag snelschaak, gewoon schaak, en studeren in schaakboeken. Beetje idioot wel, en kindonvriendelijk. Zoals men soms jonge tennissers of turnsters mishandelt. Zou je zeggen. Maar volgens Polgar zelf, achteraf, viel dat best wel mee. Ze had er best plezier in. Ook haar twee zusters kregen schaakles, en werden ook sterke schaaksters. Maar niet zo sterk als Judith. Die had aanleg. Maar volgens Laszlo lag dat anders. Volgens hem kon door exclusieve, gerichte aandacht en studie op zeer jonge leeftijd, van elk kind een ‘wonderkind’ gemaakt worden. De bedoeling van zijn experiment met zijn dochters was dat te bewijzen. Hij was zelfverzekerd. Maar toch ook wel eens wat minder. Ik was een keer bij het Hoogoventoernooi en stond te kijken naar de schakers achter de balie. Judith speelde nog in de meestergroep. Trok ook hier veel aandacht. Een mijnheer naast me sprak me aan. Auf deutsch. Een beetje zenuwachtig: ‘ Denkt u dat ze goed staat?’ Sta ik nota bene naast haar intussen ook al beroemde vader! Die had beter een sterker iemand kunnen uitkiezen om een mening te vragen, want weet ik veel?! Ik stotterde maar dat ik dacht van wel.
Deze Judith ontwikkelde zich pijlsnel tot een grootmeester. Dat werd ze al toen ze 15 jaar en 4 maanden was, omdat ze kampioen van Hongarije was geworden. (Bij de mannen). Daarmee was ze toen de jongste grootmeester ooit. Nog jonger dan de toenmalige recordhouder Bobby Fischer. Als voorbeeld onderstaand de ontknoping van een partijtje toen ze 8 lentes (acht!!) oud was.
Live diagram
Al jong wilde ze niet meer in vrouwencompetities spelen. Daar was ze te sterk voor. En als ze nog sterker wilde worden moest ze bij de mannen spelen. Vond ze zelf al gauw. Haar zus Susan Polgar deed dat niet. Werd wel in 1996 wereldkampioen bij de vrouwen, maar kwam niet verder.
Judith boekte daarna talloze successen in de mannencompetities. Stond al gauw in de top10 van de Fide. Supergrootmeester dus. Won af en toe een toernooi. (Tata bijv.) Zat vaak bij de bovensten in de ranglijst. Won ook zelfs wel eens van Kasparov. Oorspronkelijk was ze berucht en geliefd om haar tactische hoogstandjes. Later ging ze wat strategischer spelen en werd toen nog sterker. Ik ben haar schaakverrichtingen altijd blijven volgen. Altijd interessant.
Ze was ook een zeer trouwe deelnemer aan het jaarlijkse schaaktoernooi in Hoogeveen. Won dat ook enkele malen. Ik ging daar ook af en toe heen. Ik nam daar ook eens iets waar wat me de overtuiging opleverde dat Polgar niet alleen een oersterk schaker was, maar ook een aardig mens.
Ik stond er al voor de aanvang. Op anderhalve meter afstand van waar Polgar moest gaan spelen. Ze moest straks tegen de Nederlandse grootmeester Sokolov. Die zat al achter het bord, en staarde diep geconcentreerd naar zijn witte schaakstukken. Judith kwam eraan, nam plaats en rangschikte al haar spulletjes ordelijk op de tafel. Sokolov zag niets anders dan zijn stukken. In diep gepeins verzonken. Hij zal wel gedacht hebben: ‘Ik krijg het moeilijk vanavond. Hoe kan ik dat het beste aanpakken? ‘ Judith wilde hem kennelijk vriendelijk groeten. Sokolov zag nog steeds niets. Judith dook naar beneden, legde haar kin op de tafel, en blikte met een brede glimlach schuin omhoog naar de ogen van Sokolov. Toen zag hij het eindelijk. Hij stak zijn hand uit en glimlachte. Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘Polgar, jij beschouwt je collega-schakers niet als tegenstanders, maar als vrienden!’
De hele familie Polgar was vriendelijk. Ze waren Joods. Maar in de periode dat ex-wereldkampioen Bobby Fischer voor de verdere wereld onvindbaar was, maar wel afschuwelijke antisemitische praatjes ventileerde, had de familie Polgar nog wel contact met hem, en ze boden hem de mogelijkheid in Hongarije bij hen te komen logeren. Dat heeft hij aangenomen. Niemand wist dat. Het werd pas veel later bekend. Hij had het er naar zijn zin. Schaken met Judith, gesprekken over schaken en over de wereld, de mooie natuur in. Maar ook doorgaan met zijn antisemitische laster. Vader Laszlo Polgar heeft het vrij lang volgehouden, maar hem toen tenslotte toch maar de deur uit gezet.
Een andere gebeurtenis die m.i. duidde op grote beschaving was de volgende: Judith speelde in een officieel, zwaar, toernooi tegen Kasparov. Ze zette een valletje. Kaparov trapte erin, deed een zet, liet zijn stuk los. Zag toen pas wat er ging gebeuren en hij pakte het stuk weer vast en zette het terug. Polgar zei niets! Ze had natuurlijk de wedstrijdleider erbij kunnen halen. Pas toen de partij klaar was, en Kasparov gewonnen had, zei ze : ‘Garry, wat flikte je me nu?’ En liet het daarbij. Respect voor haar formidabele collega?
Kasparov won dit wel tenslotte, maar het had zonder zijn onsportiviteit remise geworden, en waren er ook mogelijkheden voor missers van hem gebleven.
Schaakt Polgar nog? In 2004 kreeg ze haar eerste kind. Toen moest de schakerij, slechts een korte periode, op een wat lager pitje. Maar in 2014 maakte ze bekend dat ze zich uit het echte persoonlijke wedstrijdschaak ging terugtrekken . Wel bleef ze voor de schaaksport actief: schreef boeken, gaf cursussen, commentaarverzorger bij grote toernooien, en zelf nog schaken op bescheidener niveau.
Waarom schrijf ik nu ineens over Judith Polgar? Weer door een boek. Er was een aanbieding van New in Chess voor ebook, met ‘levende’ diagrammen, Voor 7,50 € . Dat kon ik niet laten lopen.

Ze was vooral bekend om haar agressieve stijl. Uit dat boek zou ik vast wat stellingen kunnen plukken waar u van kunt smullen.
En dat klopte. Ik ga u er even wat van laten zien. Het boek staat er vol mee.
Kasparov verloor vrijwel nooit. Maar tegen hem won Polgar wel eens. Waarom werd ze toch geen wereldkampioen? Omdat Anand en Kramnik haar in de weg zaten. Die waren haar te machtig. Vooral Kramnik. Ik geloof dat ze daar nooit van heeft kunnen winnen. Van Anand slechts een enkel keertje.
Hoofdstuk 5 van het boek geef voorbeelden van beslissende momenten in haar partijen, De auteur noemt haar beslissende zetten ‘shots’. Laat ook zien hoe ze tot zo’n stelling kwam, maar dat laat ik hier maar even weg, Alleen wat ‘shots’. Dat is het leukst. :
Zapata – Polgar, New York 1989
Ik wijs u er nog even op dat Polgar in dit voorbeeld nog pas 13 is.
Amsterdam 1990, 07.06.2025
In dit boek komen veel complete schaakpartijen voor die ze van heel grote jongens won: Ivantsjoek, Shirov, Topalov. Kortchnoi, Anand, Short, Spasski, etc.
Hieronder de winst tegen Anatoli Karpov, lang wereldkampioen, tot 1985. Weliswaar in 2003 zijn allersterkste periode achter de rug, maar evengoed nog beresterk!
Ik ga het hier maar even bij laten.
Hopelijk kon u zich in het schaakloze tijdperk met deze greep in al dat materiaal een beetje amuseren.

Voorlaatste wereldkampioene Yifan Hou (2016)
De huidige is Ju Wenjun,
(Daar heb ik geen eigen plaatje van)