Heel mooi stuk op de site met feiten die ik nog niet allemaal wist. Zo is er ook een mooi boek over de vriendschappelijke match Euwe tegen Sosonko, ik denk vanwege zijn 75e verjaardag en volgens mij door de AVRO gesponsord. Sinds mijn verhuizing heb ik dat boek niet meer, helaas. Ook heb ik een partij gezien uit de jaren 50 die Euwe van een nog piepjonge Fischer ( 14 jr ) zeer snel won. Maar die was natuurlijk nog niet op zijn top. Toch een mooi staaltje van ervaring tegen jeugd! Ik weet niet of je de partij kent, volgens mij een Damegambiet Nog een anekdote uit mijn eigen ervaring over zijn hoffelijkheid. Als 15-of 16-jarig jeugdspelertje zat ik een keer bij de voorzitter van de Egmondse schaakvereniging. Op een gegeven moment ging de telefoon. Euwe zou een simultaan spelen tegen het gemeentebestuur, echter die waren plots wegens een belangrijke vergadering verhinderd. Of er schakers van de Toren van Egmond bereid waren dit over te nemen? Er was plek voor tien man want Euwe was al bijna 80. Ik gaf aan de voorzitter aan dat ik mee kon doen en die ging rond bellen en vond een aantal vrijwilligers. Men was toch een beetje bang voor zo’n sterke schaker (helaas een vaak gehoord argument!) Het leek mij wel leuk en wie weet… Op een gegeven moment riep hij de namen op om op een lijst te zetten en ik had vaag het idee dat hij zich verteld had, maar ik zal me wel vergist hebben…? Op de bewuste dag gingen de deelnemers achter de borden zitten en wachtte ik netjes mijn beurt af.. tot bleek dat er elf namen op het lijstje stonden… En ik dreigde buiten de boot te vallen, maar iemand mompelde iets in zijn oor en toen mocht ik van hem ook meedoen.
Ik verloor de partij overigens wel, maar al zeg ik het zelf had de partij slechter gekund.
Ik heb daarna later in het jaar nog in Bergen aan Zee een simultaan tegen hem gespeeld, maar daar werd ik toch wel snel zoek gespeeld. Ik stuur je dit dan komt de site de komkommertijd weer een beetje door!
Voor de volledigheid nog deze. Dit was dus plm een half jaar voor zijn overlijden. Het was ter gelegenheid van een wedstrijd tussen Koningsclub en de landskampioen van de toenmalige hoofdklasse. Een en ander inclusief extra programmas werd gesponsord door de destijds bekende (of beruchte?) betonmiljonair Pagel.
Even een terzijde van Eddy:
Ja, beroemd en berucht: Arnfried Pagel , betonmiljonair, oprichter van Koningsclub Bergen. Een Duitser, die woonde in Bergen, en Koningsclub oprichtte omdat hij bij Schaaakclub Bergen niet in het eerste team mocht spelen. Zijn streven: Op naar het kampioenschap van Nederland! De schaakbond vond dat hij maar moest beginnen in de 4e klasse NHSB. Elk jaar promoveerden ze. In 1981 hadden ze de hoogste klasse van de KNSB bereikt. Pagel lokte sterke schakers naar zijn club door ze zeer goed te betalen! En hij bereikte zijn doel met andere dubieuze methoden. Dat hebben we met Aris de Heer ook ervaren. Toen wij in 19.. ( moet ik nog even nazoeken) in Bergen tegen ze moesten spelen. Aan het eind van de avond in gelijke stand werd alleen de partij van Bert Kuijer afgebroken . Die werd enkele dagen later benaderd door en gezant van Pagel met een mooi financieel aanbod als hij de partij zou verliezen. En zoiets gebeurt op een verder volkomen amateuristisch niveau! Maar Bert weigerde! En won. ( Geloof ik. Of werd het remise? Dat weet ik niet meer. Maar hoe dan ook, vervelend voor Pagel.)
Een tweede keer dat we tegen ze moesten spelen zat onze André Mulder tegenover een sterke Poolse grootmeester. Kuligovski , of zoiets. Die dacht nauwelijks na. Die had haast! Hij moest nog een vliegtuig halen naar Reykjavik voor een partij tegen Kortsnoi. Die hij ook nog schijnt te hebben gewonnen. Het lukte nog net. Een taxi stond voor de deur om hem naar Schiphol te racen. Hij had 10 minuten nodig voor de hele partij. André gewoon 1,5 uur. Bood dapper tegenstand, maar ja , tegen een grootmeester…..
Zelf moest ik ooit tegen …. Pagel himself! Dat moest ik kunnen winnen, want ik wist : heel sterk Is hij niet. Ik toen wel. Maar ik deed het niet erg goed. Pas halverwege de avond kwam ik beter te staan. Toen werd heer Pagel ziek. Hij begon te steunen. Om een glaasje water vragen aan zijn clubgernoten. Asperientje consumeren. Zielig kijken. ‘Hoofdpijn’ steunde hij.
Het haalde mij flink uit mijn concentratie. En ik heb toen maar sportief remise aangeboden. Wat later begreep ik dat ik in de maling was genomen. Allemaal toneel. Mijn hele leven spijt gehad dat ik niet van Pagel heb gewonnen.
Het kampioenschap van Nederland heeft Koningsclub , geloof ik , niet meer bereikt. Pagel werd veroordeeld tot gevangenisstraf wegens drugssmokkel en toen was er geen geld meer voor die betere schakers.
Over de rest van Euwe’s wederwaardigheden in de twenties van de vorige eeuw zal ik kort zijn. Anders gaat dit verhaal uitdijen tot onverteerbare afmetingen.
Het wordt in de komende jaren langzaam duidelijk dat in dit tijdperk van achtereenvolgens de wereldkampioenen Lasker, Capablanca en Aljechin de volgende kandidaat worldchampion ene Max Euwe uit Nederland wel eens zou kunnen zijn. Omdat die zelfs af en toe gaat winnen van de grootheden van deze periode. Of in een tournooi van aanzien hoog eindigt.
Dat is eigenlijk wel heel bijzonder want soms schaakt in die periode deze jongeman heel weinig of bijna helemaal niet. Dan voltooit hij zijn studie wiskunde aan de universiteit. Wordt dan leraar wiskunde in Winterswijk, en later in Rotterdam, en in Amsterdam. Hij staat zichzelf eindelijk toe verliefd te worden en te trouwen. Voor vrouwen had hij heel lang echt geen tijd. Dan schrijft hij daarna ook een wiskundedissertatie en wordt met lof doctor in dat vak.
Dat hij toch in 1935 een mijlpaal in onze schaakgeschiedenis zal worden is te danken aan zijn vriend Hans Kmoch. Euwe had in 1933 besloten dat hij echt ging stoppen met schaken en zich de rest van zijn leven helemaal richten op de wiskunde. Het Nederlands kampioenschap van 1933 , besloot hij, zou zijn laatste optreden zijn.( Hij won het ook nog). En zo leek het echt te gaan, inderdaad. Euwe verdween van het schaaktoneel. Maar in 1934 zat hij met Kmoch in een cafeetje, en die begon op Euwe in te praten. Hij vond het schandalig dat iemand met zo veel aanleg de kans op de wereldtitel zomaar liet liggen. Aljechin had hem eerder al uitgedaagd voor een match om het wk. Euwe dacht dat Aljechin te sterk voor hem was. Dat bestreed Kmoch. Hij toonde aan met voorbeelden uit de recente toernooipraktijk dat Aljechin het de laatste tijd helemaal niet zo goed had gedaan. Als er een kans was, dan was het nu!
Euwe liet zich overhalen. Hij ging Aljechin uitdagen. De jacht op sponsors kon beginnen. En Euwe’s schaaktechnische voorbereiding. Die werd op Euwe-wijze aangepakt: heel serieus, slim, konsekwent, tijdrovend. Alle materiaal van wiskunde werd weggestopt in een diepe la. Om de verleiding tegen te gaan.
Aljechin accepteerde. Het was toen nog gebruikelijk dat de wereldkampioen zelf bepaalde tegen wie hij een match om het WK wilde spelen. Later werd dat door de Fide geregeld: zonetoernooien -> kandidatentoernooi-> wk match. Een lange weg.
In oktober 1935 was het zo ver. Aljechin arriveerde in Nederland. In interviews ventileerde hij dat hij natuurlijk deze match ging winnen. En dat dacht iedereen. Ook Euwe, die vertelde dat Aljechin natuurlijk favoriet was, maar dat hij zijn best ging doen om het toch spannend te maken. Aljechin had vele fans in de wereld, omdat hij een nieuw soort topschaak had geïntroduceerd: aanvallend, risico nemend, gevaarlijk, met moeilijke offers. Anders dan het strategische schaak van Lasker, Capablanca, zijn voorgangers. Voorbeeldje: Hij veroorloofde zich tegen toppers zelfs na 1. e4 de zet 1… Pf6 ?!! 2. e5 zijn eigen ‘Aljechin’-opening.
Dat Aljechin ging winnen werd al gauw duidelijk. De eerste partij (Slavisch) ging voor Euwe verloren. Geen leuk begin. Te meer niet omdat die het Slavisch voor deze match had voorbereid. Ook werd al gauw bekend dat Aljechin pas 10 minuten voor de partij zijn voortzetting had bedacht.1. d4 was al een beetje verrassing, want hij speelde bijna altijd 1. e4.
6
De tweede partij echter met wit (Grünfeld ) won Euwe, met degelijk strategisch spel. Er klonk luid applaus in de zaal. De match werd wel ‘the match on wheels’ genoemd omdat de rondes op veel verschillende plaatsen werden gespeeld. Soms niet echt geschikt voor zoiets. Lawaaiige toeschouwers. Waar beide spelers zich lang niet veel van aantrokken. ( Fischer was nog niet geboren .)
Toen de tweede partij gewonnen was, groeide de belangstelling enorm. Nationaal, maar ook internationaal. Mensen stonden in de rij voor een plekje in de zaal. Zou die drommelse Euwe het misschien toch gaan redden? Een Nederlander misschien wereldkampioen schaken?!
Maar het vervolg was al gauw een afknapper. De derde en de vierde partij en de zevende gingen verloren. En hoe! In de 7e partij werd Euwe op alle onderdelen gekleineerd.
Aljechin deed een vreemde 7e zet die volgens experts helemaal niet goed was. Hoewel Euwe het redelijk beantwoordde was het toch een onprettige ervaring dat hij de zet niet echt kon weerleggen.
7, g4 ?
De partij werd besloten met zo’n gevreesde Aljechin-aanval.
Alekhine Alexander – Euwe Max (13…De8)
14 Pf6!
Zwart had het kunnen overleven maar miste de beste voortzetting in moeilijke stelling.
Het werd een partijtje koffiehuisschaak. Daar was Aljechin kennelijk veel beter in.
Stand 2-5. Het leek erop dat het een tragedie ging worden. Het was maar goed dat er daarna 2 rustdagen waren.
Die werden door Euwe goed benut. Hij won dit keer. Het was een sterke witte partij tegen het Slavisch. Na zet 14 …. Tb8 15. Ke2! Heeft zwart ineens ernstige moeilijkheden. De pionnen a6 en c6 zijn zwak, en Tb1 dreigt.
Euwe Max – Alekhine Alexander (14…Tb8)
15. Ke2 !!
Aljechin doet steeds de beste zetten, maar dat helpt niet tegen Euwe’s foutloze aanpak. Die wint een pion. De partij wordt afgebroken in de volgende stelling.
Euwe Max – Alekhine Alexander (41.Tc7+)
Na de hervatting speelt Euwe ijzersterk verder. Wint nog een pion. De partij is eigenlijk voorbij.
Euwe Max – Alekhine Alexander (56.Tg5)
Het slot is ook leuk:
Max – Alekhine Alexander (68…Lf2)
69. La6 !
Nu kan de toren de a8 pion niet meer direct slaan en kan na 69 …Txa6 70. Td8+ en 71. a8D volgen. Resteert een eindspel met kwaliteit meer + 1 pion
Dat gaf de burger moed.
Maar Aljechin slaat de volgende partij keihard terug. Euwe speelt voor de 4e keer Frans, met voor de derde keer daar verlies mee. Tijd voor iets anders tegen e4. Niemand geeft nog een stuiver voor de kansen van Euwe. 3-6
En toch blijkt later dit een keerpunt in de match. Misschien dat Euwe van zijn gewonnen 8e partij wat zelfvertrouwen had teruggewonnen. Munninghoff heeft de volgende verklaring: Euwe had voor de match al gezegd dat Aljechin sterker was en dat hij zijn best zou doen. Hij zat eigenlijk vrij rustig achter het bord. Aljechin had meer te verliezen. Hij wilde de wereld nog eens aantonen dat hij een geniale schaker was, die van iedereen kon winnen. En zich zelfs wel wat dubieuze zetten kon veroorloven, want hij was nu eenmaal een genie.Dat moest hij in iedere partij aantonen. Aljechin toonde zich ineens een beetje nerveus. Het leek er ook een beetje op dat hij Euwe uit zijn concentratie wilde halen. Sjouwde tijdens een partij rond met zijn katten, die hij bij zich had. Knalde met deuren. En schreeuwde nu wel naar het publiek dat ze stiller moesten zijn.
Hoe dan ook het vervolg van de match was sensationeel. Uit de volgende vijf partijen scoorde Euwe 4 punten. 3 overwinningen met wit en 2 remises met zwart. Stand: 7-7 !!
In partij 10 bestrijdt Euwe het Slavisch krachtig. Krijgt gauw een betere stelling en maakt het foutloos af.
Ik kan natuurlijk niet alle partijen laten zien, maar het leukst vind ik partij 14 waarmee Euwe de stand op 7-7 brengt.
Euwe Max – Alekhine Alexander (9…0-0)
10. Txh7 !!
Hierna zijn er 2 rustdagen. Aljechin gebruikt die om zich te realiseren dat hij te lang geprobeerd heeft met agressieve zetten Euwe klein te krijgen en dat hij het echt nu wat voorzichtiger en degelijker en strategischer moet gaan aanpakken.
En dat helpt. In de volgende 5 partijen scoort Aljechin 31/2 punt. En staat weer op riante voorsprong. 8,5- 10,5 Nu is Euwe aan de beurt om zijn strategie wijzigen. Wil hij zijn achterstand in de resterende 10 partijen nog goed maken dan zal hij nu agressiever moeten gaan spelen. Meer combinatie-mogelijkheden zoeken.
En ook dat helpt. Al met al is het inmiddels een geweldig spannende match geworden.
Euwe wint de 20e en de 21e partij, waarna het 10 ½ – 10 ½ staat.
De 20e partij was een van de beste van de match. Dat was later zelfs de mening van de verliezende Aljechin! Alweer Slavisch. Door beide spelers in deze match zeer veel gespeeld. Grappig is dat de 20e en de 21e partij tot zet 13 gelijk zijn. Maar in de 20e heeft Aljechin zwart en in de 21e Euwe. Kennelijk door beiden een zwaar bestudeerde variant.
Diagram na zet 12 0-0
Aljechin speelt hier 12 … Td8 (en na 13 Dc1 de te tamme zet 13 … Db8 wat tot zijn ondergang zal leiden)
Timman vermeldt de andere varianten 12 … 0-0-0 en ook de Morozewitsch- variant 12 … Pc5.
Euwe Max – Alekhine Alexander (12…Pc5) analyse
Een heel scherpe voortzetting, (Die inmiddels wel is weerlegd.) Voor mij erg grappig allemaal want ik herinner me een partij van mezelf tegen Paul Verkooijen, waarin ik zelf 12 …Pc5 speelde. Ik had die nieuwe variant bestudeerd. Weer eens wat anders! Na nog enkele goede zetten van beiden raakte Paul In de moeilijke stelling het spoor bijster en ging hij tegen mijn aanval onderuit. Wat me destijds veel ontzag inboezemde was dat Paul – die altijd rondstrooit dat hij veel te weinig theorie kent- dit toch tot zet 13 maar allemaal wist. Of bedacht hij het zelf? Nog indrukwekkender.
Terug naar de match.
Na zet 17 …. Pxe5 enthousiasme bij het publiek 18 . Pg5 ! Scherp berekend.
Hierna is de winst volgens Timman nog erg lastig, maar het blijkt aan Euwe toevetrouwd.
Partij 21 zal veel opschudding teweeg brengen in den lande. Ook omdat Euwe weer wint, zelfde opening als de 20e, maar nu met zwart. Stand in de match nu gelijk! Maar vooral omdat in de pers wers gesuggereerd dat Aljechin maar wat had geknoeid omdat hij dronken was. En na afloop van de match zelfs dat Euwe alleen wereldkampioen kom worden omdat Aljechin gedurende de hele match altijd onder de invloed was.
Veel experts hebben later laten weten dat zij dat absolute onzin vonden. Dat de 21e partij helemaal geen prutswerk was maar in tegendeel een scherpe partij met veel moeilijke details.Euwe zelf gaf vele jaren later als zijn mening dat al die opschudding te wijten was aan journalisten die te weinig van het schaken af wisten. Dat inderdaad Aljechin geregeld tijdens de match alcohol had gebruikt, maar dat veel grootmeesters dat deden, en dat het zelfs het niveau van hun partij kon verhogen.
Wie partij 21 naspeelt, zonder vooroordelen, ziet een lang erg spannende partij, met gauw licht voordeel voor zwart. Uitmondend in 1 pion meer, maar met ongelijke lopers. En hoe Euwe dat dus moeilijke eindspel grandioos tot winst brengt.
Alekhine Alexander – Euwe Max (39.Lc4)
40,Txd4 en 2 pionnen minder wordt echt te veel.
Hierna volgen 3 partijen met remise. Eén keer komt Euwe goed weg, één keer mag Aljechin niet klagen.
Als ze toe zijn aan partij 25 krijgt Aljechin haast. Als hij de match nog wil winnen resten hem nog maar weinig partijen .Dus hij volgt een messcherpe voortzetting van de Camebridge Springs. Hij offert 3 pionnen.
Alekhine Alexander – Euwe Max (18.Pe5)
Maar Euwe kent recentere analyses en weet dat dat te veel is. Rustig weerlegt hij de zwarte opzet.
En dan nu maar meer aandacht voor partij 26. Op verzoek van Kees Pruis. De parel van Zandvoort.( Sorry, ik bedoel de partij, niet Kees Pruis) Misschien ook wel leuk voor Marc, onze kenner van het Hollands.
Euwe Max – Alekhine Alexander (3.g3)
Ik heb me inmiddels afgevraagd waarom die 26e partij bekend staat als de parel van ….. Er zijn nog wel andere partijen van Euwe die een pareltje genoemd kunnen worden. Wellicht omdat ook deze partijwinst best wel door mooi schaak kwam, maar ook omdat het Euwe een flinke kans ging bieden om wereldkampioen te worden. Een parel aan het sieraad van zijn schaakcarrière.
Timman vindt dat de voorbereiding van Aljechin op de match niet geweldig was. In bijna alle partijen met zwart kwam hij niet goed uit de opening.
(IK geef eerst diagrammen van een aantal belangrijke momenten en daarna de hele partij.)
Euwe Max – Alekhine Alexander (8.0-0)
8. … b6?
Beter volgens Timman 8 … Lf6 of … d5 met overgang naar de Stonewall.
Euwe Max – Alekhine Alexander (12…Dc8)
13. d5?
Nu kan zwart een stabiele centrumpositie opbouwen. Beter was volgens JT 13. e4 Db7 14. Te1
Euwe Max – Alekhine Alexander (17…e4)
18. Pb4 met de dreiging 19. dxc6 en 20. Pd5
Wit staat wat beter omdat zijn loper sterker staat dan de zwarte.
Euwe Max – Alekhine Alexander (20.Pe3)
20. ….. Lf6 om de lopers af te ruilen.
Maar dat geeft andere problemen na 21. Pxf5! Een stukoffer tegen 3 pionnen, en wel sterke verbonden centrale vrijpionnen.( hoe? zie hieronder de hele partij)
Euwe Max – Alekhine Alexander (25.e4)
Dat stukoffer blijkt een goede beslissing te zijn geweest
Euwe Max – Alekhine Alexander (27…De8)
want na 29. Dh3 ( i.p.v. het gespeelde 29. e6 zou zwart volkomen machteloos zijn geweest (Pd2-f3-g5. ( slaan op d7 mag nog niet want na 29 … De2 wint zwart het stuk terug en staat het spel gelijk).
Euwe offert mooi bij zet 30 een kwaliteit
Euwe Max – Alekhine Alexander (30.Tg1)
30 Tg1 Lxg1
Dan volgt bij zet 31 een beslissende fout van Aljechin,
Euwe Max – Alekhine Alexander (31…Df6)
31. … Df6? ( Df5!) 32.Pg5!
Dit leidt na 32 … Tg7 tot 33. exd7 Txd7 34. De3
Euwe Max – Alekhine Alexander (34.De3)
( nu is 34 …Dxb2 onmogelijk en dat blijft even zo wegens of De6 of d6.)
34. … Te7 35. Pe6 Tf8
Euwe Max – Alekhine Alexander (35…Tf8)
En dan 36. De5. Wit bereikt na dameruil een gunstig eindspel. Daarin is Euwe een specialist. En met een aardig slot maakt hij er een eind aan. Zie de hele partij hieonder.
Euwe Max – Alekhine Alexander (42…b5)
43. Pd8!
HELE PARTIJ
Nu resten Aljechin nog 4 partijen om 2 punten achterstand in te halen. Onmogelijk natuurlijk. Maar het blijft spannend, Aljechin wint direct de 27e partij. Hij speelt Weens. Zelden meer gespeeld en Euwe reageert niet goed. Staat na de opening minder, en zijn tegenstander laat hem niet ontsnappen.
In de 28e partij staat Euwe ook snel minder, maar na het hervatten van de afgebroken partij met een pion minder ontsnapt hij weer eens in het eindspel. Doordat het promotieveld van de extra pion niet de kleur heeft van de loper. (Een grapje dat mijzelf ook een keer winst kostte.)
Euwe Max – Alekhine Alexander (63.b3)
63 …. axb3 64 Kxb3 remise. Althans voor eindspelkenners.
Nog 2 partijen te gaan. De opwinding groeit in den lande. Er staat bij partij 29 een lange rij in Amsterdam voor de ingang van de speelzaal. Nog steeds 1 punt voorsprong. Laatste partij van Aljechin met wit!!
Zelfs nu nog verbijstert mij de openingskeuze van Euwe. Op zo’n belangrijk moment neemt hij een groot risico. Hij speelt met zwart …. 1. e4 Pf6 !!!! Notabene Aljechins eigen opening. Als iemand daar alles van weet is het de uitvinder zelf. Was de bedoeling om Aljechin even van zijn stuk te brengen. Nou, dat is dan goed gelukt. De wereldkampioen (nog even?) bleef 5 minuten ongelovig naar het bord staren. Vertelde later dat hij verbijsterd was. Nooit op gerekend. Had Euwe een nieuwe vondst gedaan in deze opening? Of was het bluf?
Aljechin herpakt zich en gaat aan de slag, en komt langzaam beter te staan. Euwe offert een pion. Experts menen later dat hij wel moest! Spoedig wordt hetwaarschijnlijker dat hij die pion niet meer zal terugzien.
Alekhine Alexander – Euwe Max (21.h3)
Maar eindspelen met Torens en pionnen zijn vaak superlastig.
Alekhine Alexander – Euwe Max (42…Th4)
Dus wordt partij 29 toch remise.
Alekhine Alexander – Euwe Max (50…Kc7)
Wit accepteert remise,
Bijna onmogelijk voor Aljechin om zijn wereldtitel te redden. Met zwart, laatste kans. Maar grote schakers als Euwe weten met wit altijd wel de weg naar remise.
Aangenomen damegambiet.
1.d4 d5 2.c4 dxc4
Euwe Max – Alekhine Alexander (2…dxc4)
Euwe antwoordt sterk. Wacht niet maar wint de pion gelijk terug, met Da4 en Dxc4. Waarmee hij de waarschijnlijke voorbereiding van Aljechin gelijk voorbij stevent. Munninghoff noemt het pionoffer van Aljechin bij zet 14 eigenlijk al een wanhoopsdaad.
Euwe Max – Alekhine Alexander (14…g5)
Bij zet 36 wint Euwe nog een pion. En is de partij voorbij, maar Aljechin weigert het remiseaanbod van Euwe. Pas op het moment dat de partij zou moeten worden afgebroken neemt hij in verloren stand het remise-aanbod aan.
Euwe Max – Alekhine Alexander (40.Tg1)
Euwe is wereldkampioen. In Nederland barst een ongekend feest los. Het schaakleven in Nederland zal hierdoor ongelofelijk gestimuleerd worden. Nu ik de hele match nog eens heb zien langskomen, is me duidelijk geworden dat Euwe niet per ongeluk heeft gewonnen. Hij was gewoon sterker. Schaaktechnisch en psychisch. Beter opgewassen tegen de spanningen, tegen tegenslagen. Een waardige wereldkampioen.
Er gaat binnenkort (27 mei) een boek verschijnen van l’Ami en…. ‘Euwe wereldkampioen’ . Ik neem aan dat dat vooral zal gaan over de periode na deze match van 1935-1936.
RECTIFICATIE: L’AMI EN VD STERREN. !!
Misschien dat ik daarover ook nog ga schrijven. Maar eerst wil ik een aflevering maken met het materiaal dat Thomas me deed toekomen over zijn herinneringen aan Euwe. Erg leuk.
Tot dan.
Met dank aan Munninghoff (zaliger) en Timman (zaliger);
Ik schrijf niet meer elke week een verslag voor uw site. Dat red ik niet meer nu ik aan mijn 90e levensjaar bezig ben. Maar ik begin het wel te missen. Ik moet toch maar weer eens iets in elkaar knutselen voor de website van uw kleine, maar gezellige clubje. Maar wat?
Een leuk in memoriam? Maar terwijl er voortduend vrienden en familieleden van me tussenuit knijpen, blijven de grote schakers nu even allemaal leven.
Eindelijk ontdek ik iets. Een poosje geleden bezweek ik voor een ebook -aanbieding van New in Chess: Max Euwe’s Best Games van Jan Timman. Ik was erin begonnen , maar heb het al snel terzijde gelegd. Voor mij te weinig over de persoon Euwe. Zoals de titel aangeeft: overwegend partijen. Geanalyseerd door Timman. Op zijn wijze: ongelofelijk uitvoerig en gedetailleerd. Geregeld ook te moeilijk voor mij. Ik heb het weggelegd met de gedachte ‘ Later maar, als ik meer tijd heb het nog maar eens proberen.’
Meer tijd? Dat is nu dus. Ik moet maar een reden verzinnen: In november 2026 is hij precies 45 jaar geleden overleden. Is dat geen reden voor een herdenking? Dan is het ongeveer 80 jaar geleden dat hij wereldkampioen werd, na de zege op Aljechin. Nog een reden: Hij was mijn eerste leermeester, middels zijn boeken.
Toen ik 11 was zijn boekje voor kinderen: ‘Hoe oom Jan zijn neefje leerde schaken’. Toen ik 15 was het derde deel van de trilogie van Den Hertog-Euwe ‘ Praktische Schaaklessen’. Toen ik 20 was het abonnement op zijn ‘Losbladige Schaakberichten’ met vooral openingennieuws. En daarna natuurlijk veel deeltjes van zijn serie schaakopeningen, en nog later het fantastische boek Oordeel en plan.
Heb ik zelf nog herinneringen aan deze persoon?Niet veel. Toen ik zelf aan schaken op clubniveau toe was, was Euwe’s topperiode al voorbij. Toch was hij nog steeds een autoriteit. En nog steeds ieder jaar kampioen van Nederland.
Ik heb hem een keer zien spelen in de Apollohal in Amsterdam, in 1954, op bord 1 van het Nederlandse team, tegen Rusland. Dat werd remise, wat tegen een Rus in die tijd inmiddels een prestatie was, en zeker tegen een Bronstein, die toen voor Rusland aan het 1e bord zat. Er klonk dan ook een flink applaus uit het publiek. Ik las de volgende dag in de krant ‘ … een luid applaus, waaruit blijkt dat onze ex-wereldkampioen (1935/37) inmiddels toch wat onderschat wordt.’ (een paar rondes eerder speelde Euwe op bord 1 al remise tegen Botwinnik, de toenmalige wereldkampioen)
Ook herinner ik me dat ik bij een kandidatentoernooi in 1956 in Amsterdam met ontzag waarnam hoe Euwe na afloop van een partij binnenkwam en zich staande mengde in de postmortem-analyse van twee hem kennelijk bekende tegenstanders (topschakers!), die best met respect naar hem opkeken . (Euwe was een vrij lange man.) Ik stond er vlakbij. Ik kon verstaan wat hij zei . ‘ Ja dat heb ik ook wel eens gehad. In 1928!. Dat ging toen zo.’ Waarna hij met razende snelheid varianten op het bord toverde. Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘Zo’n geheugen moet je dus hebben als je topschaker wil worden. Een partij van bijna 30 jaar eerder je herinneren in detail! Dat gaat mij dus niet lukken.
Ook herinner ik me dat hij simultaan in Amsterdam speelde en ik me had aangemeld. Ik speelde KoningsIndisch en een nieuwe variant die ik kort tevoren in de Losbladige Schaakberichten had aangetroffen. Wat een onnozelaar! Natuurlijk kende Euwe die variant en wist hoe die verder aan te pakken. Hij redigeerde die Losbladige Schaakberichten zelf! Ik wist het al gauw niet meer en gaf na 15 zetten op! Waar ieder ander in zo’n situatie zwijgend zijn neus opgetrokken zou hebben voor zo’n prutser, Euwe niet. Hij schudde me vriendelijk de hand, en zei ‘Dankuwel mijnheer’.
Ik begreep toen: Die Euwe was een heer. Hij had nooit ruzie. Deed nooit uit de hoogte. Dat schrijven veel bewonderaars. Hij was een gentleman. Niemand ontkende dat. Behalve ooit mijn oude buurvrouw in De Rijp. Zij was een vriendin van Euwe’s echtgenote. Ze vertelde dat ze destijds veel bij hen overhuis kwam. ‘ Ik vond die man van haar helemaal niet aardig.’ Ik heb wel eens nagedacht hoe dat gezeten moet hebben. Euwe had een waanzinnig druk bestaan. Van lange dagen bleef geen minuut onbenut. Van alles tegelijk: Artikelen schrijven, boeken schrijven, schaaktheorie bijhouden, wiskundestudie voltooien, wiskundeles geven op een middelbare meisjesschool, tot doctor promoveren in de wiskunde, schaaktoernooien winnen, en toch wat tijd vinden voor zijn drie dochters. Ik denk dat er niet meer in zat voor de vriendin van zjjn vrouw dan een goedendag en hij daarna gelijk doorstiefelde naar zijn werkkamer. Au travail!
Ik heb ten behoeve van dit en misschien mijn volgend artikel ook gelezen Max Euwe, de biografie, van Alexander Münninghoff. Ik wilde meer weten over de mens Euwe. In dat boek staat een uitvoerig interview met de moeder van ……. Jan Timman! Die heeft bij leraar Euwe in de klas gezeten. Hoezo niet aardig? Zij vertelt dat het onzin is om te denken dat Euwe dat leraarschap in wiskunde op een meisjes-hbs er maar een beetje bij deed om te kunnen schaken. Zij vond hem een voorbeeldige leraar. Hij had een natuurlijk overwicht. Meisjes op zo’n school kunnen giechelen en geiten en vergeten op te letten. Euwe, vertelt moeder Timman, lachte wat mee, maakte een grapje, en de klas was weer aandachtig en stil. Hij was nooit ziek, verzuimde nooit, en was altijd bereikbaar als een leerling problemen had, ook persoonlijke. En hij kon heel goed iets uitleggen. Meisjes, vond Euwe, hebben misschien wat minder belangstelling voor wiskunde dan voor talen, maar des te leuker om ze wiskunde te onderwijzen. Leuk om te lezen. Zeker voor mij. Ik was ook een poosjs leraar op zo’n middelbare meisjesschool. Dat geiten en giechelen herken ik wel. Maar het was mijn leukste leraarperiode. Maar ik gaf geen wiskunde. Altijd jammer gevonden dan dat schooltype is afgeschaft.
Als bijna alle grote schakers kon hij al heel jong schaken. Hij kende de regels al toen hij 4 was. Zijn moeder was een fanatiek schaakster, en zijn ouders speelden vaak samen een potje. Maxje keek ernaar, en leerde het zo! Als hij zes is, is hij al beter dan zijn ouders. Als hij acht is, wil hij niet meer met ze spelen. Hij is dan al te sterk. Op zijn 10e is hij al te vinden in een schaakclub. Toch is schaken nog niet zijn belangrijkste hobby. Dat is voetbal! En dat heeft zijn hele leven zijn belangstelling behouden. Maar in de laatste leerjaren van de HBS gaat schaken op de eerste plaats komen. Zijn eerste toernooi speelt hij als 14 is. Daarna volgen er ontelbare. Met successen. Wat hem natuurlijk aanmoedigt. Schaken wordt dan zijn belangrijkste hobby. Al gauw treft hij de sterkere Nederlanders. Maar Nederland is dan nog geen belangrijk schaakland. Dus het duurt lang voor hij tegen internationale sterke schakers ervaring kan opdoen.
Genoeg gebabbeld. Schaakpartijen laten zien. Uit zijn vroege jeugd heb ik geen partijen kunnen vinden. De vroegste dateert uit 1918. Euwe is dan17. Tegen Weenink bijv. , een sterke Nederlandse schaker. Die was inmiddels 26. Ooit 2e geworden bij het Nederlands kampioenschap.
Als Euwe de kans gaat krijgen om sterke buitenlanders te ontmoeten worden er al gauw bijzondere prestaties zichtbaar:
Tegen Bogoljubov, een heel sterke schaker die 2x een match speelde om het wereld-kampioenschap, verloor Euwe met een minimaal verschil een match in 1928.
Een van die partijen verliep aldus:
Analyse-delen van Munninghoff
Maar ook al partijen tegen Reti, Alhechin, Grünfeld, Colle. Met geleidelijk aan steeds vaker mooiere resultaten,
Tot slot nog een aardige partij toen hij 19 was ,
Het grappige is dat Euwe hier de ‘moderne’ opening kiest. Zo noemdn ze dat toen. Uitgevonden door ene Reti. Dat is dus de opening van … Reti zelf!! Zijn nieuwe idee was: beide lopers fiancheteren en pas daarna het centrum proberen te bezetten. Euwe zoekt hem op op diens eigen terrein.
Wat gedachten van Timman benut.
Bij een volgende aflevering zal ik meer stellingen en partijen voor u live op de site zetten.
Zal wel lukken. Ik kan nu kiezen uit: 120 partijen bij Münninghoff, 80 bij Timman, 1600 in een internetbestand.
Uit dat laatste aantal moge blijken dat Euwe,die eigenlijk lang een amateur was die in zijn schoolvakantie aan toernooien deelnam toch onvoorstelbaar veel partijen heeft gespeeld.
Alweer een voor mij belangrijk persoon die er ineens mee klaar is. En onverwacht, want echt nog wat te vroeg. 74 jaar.
Als gebruikelijk wil ik wel een in memoriam schrijven. Maar als ik me eerst in het boek ga verdiepen dat John Kuipers over hem schreef ‘ De geest van het spel ‘ gaat het te lang duren. Ik twijfelde. Maar Thomas trok me over de streep. Toen ik hem deelgenoot maakte van mijn twijfels zond hij me een partij van hem tegen Timman, met wat tekst. Ik besloot toen wat eigen persoonlijke herinneringen te noteren, aardige herinneringen, plus het aandeel van Thomas, plus een opgezochte partij die ik me nog kan herinneren. Altijd kan ik dan later in een vervolg u nog wat serieuzere informatie doen toekomen.
Jan Hendrik Timman,1951-2026. Te vroeg. Enige troost: hij heeft geleefd zoals hij wilde leven. In de informatie over hem kwam ik de term bohémien tegen.
Zijn ouders waren beiden wiskundigen -zijn vader zelfs hoogleraar- en die hadden graag gezien dat hij na de Middelbare School een universitaire studie ging voltooien. Maar Timman was al een enthousiaste beoefenaar van de schaaksport geworden en had andere plannen. Hij was al op zijn 14e juniorenschaakkampioen van Nederland ( tot 20 jaar!!! ) geworden en op zijn 15e werd hij 3e bij het wereldkampioenschap junioren.
(Even terzijde: Ik bezocht toen ik zelf begin 30 was een schaaktoernooi in Amsterdam. Daar kwam deelnemer Rob Hartoch op me af. Ik kende hem goed want toen hij 15 was gaf ik hem grammaticales op mijn zolderkamer bij mijn ouders. Hij had het nodig omdat hij veel te slim was voor zijn toenmalige schoolniveau. Hij moest alsnog naar de HBS, Hij zou daar getest worden. Ik werd benaderd of ik hem les kon geven. Het kon niet betaald worden want zijn ouders hadden het niet breed. Ik vond het best. Dan moest hij mij na de taalles maar schaakles geven. Hij speelde toen al in het eerste van het Vas.)
Rob heeft me zijn hele verdere leven altijd vriendelijk benaderd. ‘Dag Rob, het gaat niet zo geweldig hè?’ ‘Ja wat dacht U. Ik zit hier tegen de top van de wereld te schaken. ‘ ‘ Rob, vertel eens. Er loopt hier ook een jonge knul rond met mooi heel lang golvend haar. Wie is dat? ‘ ‘ Weet u dat niet? Dat is Jan Timman , een heel jonge, heel sterke schaker!’
Dat was mijn eerste kennismaking met het fenomeen JanTimman.
Daarna ben ik zijn resultaten altijd blijven volgen . Hij klom snel naar de wereldtop. Hij werd een fulltime professional en speelde in verschrikkelijk veel toernooien en won er veel. Het hoogtepunt van zijn carrière kwam in de tachtiger jaren. Twee keer speelde hij zich via zonetoernooi, interzonetoernooi, kandidatentoernooi naar een match om het wereldkampioenschap, met Anatoli Karpov. Beide keren verloor hij, maar eervol. Hij won partijen en stond ook vaak beter, maar dan ontsnapte Karpov. Dat ontlokte Timman commentaar : ‘Hoeveel levens heeft die kat?’
Hij stond lang 2e op de wereldranglijst. In die tijd van de totale superioriteit van het Russische schaak kreeg hij de kwalificatie ‘Best of the West’ en ‘Best of the Rest’.
We speelden zijn partijen na, voor zover je daar aan kon komen, in een tijd zonder digitale mogelijkheden. Je vond ze in de krant, en in je schaaktijdschrift.
Na zijn 45e bereikte hij de absolute wereldtop niet meer, maar bleef wel toernooien winnen of werd er 2e.
Na zijn 55e kom je hem minder tegen op het hoogste niveau, Hij schaakte nog wel voor sc Wageningen en voor een Duitse club.
Maar hij bleef actief voor de schaaksport. Schrijft heel veel boeken en componeert schaakproblemen. Hij is vooral een expert op het gebied van het eindspel. Ik moet zeggen dat vooral die boeken mijn belangstelling een beetje verloren want ik begreep er te weinig van. Timman had de neiging zijn analyses zo diepgaand te laten worden dat gewone clubschakertjes hem niet meer konden volgen.
Hij stopte met zelf serieuze partijen spelen in 2025. Het werd hem te vermoeiend.
Met behulp van een chessbase heb ik gezocht naar partijen waar ik me het resultaat van herinnerde en die worden aangemerkt als tot zijn beste behorend.
Deze bijvoorbeeld:
JH Timman- Gary Kasparov 1985
‘Puur ter naspelen: mijn enige (simultaan) remise tegen Timman. Ik had jaren daarvoor een rapid partij verloren en eerder in 2012 een andere simultaan partij verloren
Ik heb geen ondertekend notatie formulier, wel nog een trofee die door een handige meneer vervaardigd is’
Jan Timman is gestorven. Ik heb het als een schok ervaren. Na Max Euwe de sterkste Nederlandse schaker ooit. Voor velen een boegbeeld, een leermeester.
Nogmaals: hij leefde zoals hij wilde leven. Wonderbaarlijk dat hij ondanks zijn leefstijl toch zo hoog de ladder van Caïsa kon beklimmen. Op latere leeftijd werd hem wel aan te zien dat hij een bohémien was.
Ik herinner me een uitspraak van zijn vrouw toen hij vertelde dat hij ’s middags op een podium tegen Hans Ree moest spelen. ‘ Het is te hopen dat jullie daar dan niet samen doorheen zakken.’
Het was zijn eigen keuze. Ik voel wel jaloezie als ik lees hoe hij heeft rondgereisd, heeft genoten, veel goede intelligente vrienden had (Ondermeer : Donner, Mulisch, Andersen), veel wist, een kenner was van Dostojevski en daar lezingen over gaf, een kenner van het werk van Mulisch en daar over schreef, en zo veel boeken over schaken schreef, belangrijk was voor uitgever New in chess, enz. , enz.
Kortom: een wat te kort, maar zeer belangrijk leven. We zullen hem ook als schakers heel erg missen.
Ik ervaar met enige bevreemding dat vrouwen mij nog steeds flink interesseren. Beetje vreemd als je 88 bent. Ik bedoel inmiddels wel vooral hun geestelijke mogelijkheden. Dat wel! Maar ik heb dat altijd wel een beetje gehad. Ik was als jonge docent Nederlands een poosje werkzaam op een Middelbare Meisjes School. Die bestond toen nog. Het was de mooiste tijd uit mijn lerarenbestaan. Als je een gedicht op de tafeltjes legde , was de reactie vaak: ’Fijn, we gaan een gedicht doen’ . Als je dat later op een HAVO of VWO deed hoorde je : ‘ Jasses, kan die man dat niet gewoon zeggen?’ Ik herinner me een jongedame die i.p.v. een boekenlijst met de verplichte15 titels op haar eindexamenlijst, er even 35 op noteerde! Vond ze leuk! Dat ging bij jonge mannen anders. Ik weet niet meer welke Kuijer van onze schaakclub het was, maar een van de twee vertelde me, nog scholier, eens dat hij echt niet van plan was om die boeken te gaan lezen. Hij zocht wel wat uittreksels bij elkaar. Ik wist gelukkig het geknars van mijn tanden verborgen te houden.
Ik weet nog dat ik in de begintijd van mijn schakerij ook probeerde te achterhalen hoe Vera Menchik (1906-1944, wereldkampioen vrouwen 1927-1940) het toen gedaan had. En in de krant volgde wat de actuele resultaten van Fennie Heemskerk(1919- 2007, Nederlands kampioene 1937-1960) waren. Als man kon ik nog wel vrij lang toch enige meewarigheid voelen. Ze waren wel heel goed, maar ja natuurlijk niet zo sterk als sterke Nederlandse mannen als Max Euwe, Lodewijk Prins, Hans Bouwmeester, v. Scheltinga en dat type van soort. Dat kon natuurlijk niet. Het waren tenslotte vrouwen.
Ik weet nog dat ik ergens in NoordHolland deelnam aan een simultaan door een Nederlandse sterke schaakster. Ben vergeten wie. Op zichzelf al een veelbetekenend feit. Ik verkeerde bij Aris de Heer al een poosje in de hoogste regionen, dus ik dacht dat varkentje snel even te gaan wassen. Maar binnen een uur kon ik opgeven. Mijn conclusie had moeten zijn dat die mevrouw gewoon flink sterker was dan ik. Maar moreel was ik toen nog niet zo ver. Volgens mij had ze had gewoon de mazzel gehad dat ik kennelijk even niet in mijn beste doen was.
Er begon iets aan zulke opvattingen van mij te veranderen toen ik in de krant had gelezen dat er een meisje was op een internationaal schaaktoernooi in Amsterdam-Zuid , 13 jaar, die iedereen versteld deed staan. Ze speelde in de meestergroep. Eén verdieping hoger speelden de grootmeesters. Grote jongens. Kortsnoi bijvoorbeeld. Anand. Etc. Het schaakpubliek wordt meestal gevormd door schaakmannen die met pensioen zijn. Die werken niet en kunnen bij een schaaktoernooi gaan kijken. Het grappige was dat die middelbare mannen deze keer niet naar de toppers gingen kijken, maar naar het iets kleinere vertrek met de iets mindere schaakmeesters afdaalden, dat bomvol stond. Allemaal wat oudere mannen die dat lieve meisje -met paardenstaart – wilden volgen. De organisatoren kozen na enige dagen eieren voor hun geld en verplaatsten het meisje ook maar naar het vertrek met de grootmeesters. Ook ik heb daar ademloos naar haar en haar schaakzetten staan kijken. In ieder geval werd me duidelijk dat wij zelf maar prutsers waren. Ze heette Judith Polgar en woonde in Hongarije. Ze werd geboren in 1976. Ze ging niet naar school maar kreeg onderwijs van haar ouders. Haar moeder gaf haar talen, en voor vader mocht ze kiezen : wiskunde of schaken. Vader Laszlo voerde een ijzeren regiem. Elke dag 30 schaakproblemen oplossen, elke dag snelschaak, gewoon schaak, en studeren in schaakboeken. Beetje idioot wel, en kindonvriendelijk. Zoals men soms jonge tennissers of turnsters mishandelt. Zou je zeggen. Maar volgens Polgar zelf, achteraf, viel dat best wel mee. Ze had er best plezier in. Ook haar twee zusters kregen schaakles, en werden ook sterke schaaksters. Maar niet zo sterk als Judith. Die had aanleg. Maar volgens Laszlo lag dat anders. Volgens hem kon door exclusieve, gerichte aandacht en studie op zeer jonge leeftijd, van elk kind een ‘wonderkind’ gemaakt worden. De bedoeling van zijn experiment met zijn dochters was dat te bewijzen. Hij was zelfverzekerd. Maar toch ook wel eens wat minder. Ik was een keer bij het Hoogoventoernooi en stond te kijken naar de schakers achter de balie. Judith speelde nog in de meestergroep. Trok ook hier veel aandacht. Een mijnheer naast me sprak me aan. Auf deutsch. Een beetje zenuwachtig: ‘ Denkt u dat ze goed staat?’ Sta ik nota bene naast haar intussen ook al beroemde vader! Die had beter een sterker iemand kunnen uitkiezen om een mening te vragen, want weet ik veel?! Ik stotterde maar dat ik dacht van wel.
Deze Judith ontwikkelde zich pijlsnel tot een grootmeester. Dat werd ze al toen ze 15 jaar en 4 maanden was, omdat ze kampioen van Hongarije was geworden. (Bij de mannen). Daarmee was ze toen de jongste grootmeester ooit. Nog jonger dan de toenmalige recordhouder Bobby Fischer. Als voorbeeld onderstaand de ontknoping van een partijtje toen ze 8 lentes (acht!!) oud was.
Live diagram
Al jong wilde ze niet meer in vrouwencompetities spelen. Daar was ze te sterk voor. En als ze nog sterker wilde worden moest ze bij de mannen spelen. Vond ze zelf al gauw. Haar zus Susan Polgar deed dat niet. Werd wel in 1996 wereldkampioen bij de vrouwen, maar kwam niet verder.
Judith boekte daarna talloze successen in de mannencompetities. Stond al gauw in de top10 van de Fide. Supergrootmeester dus. Won af en toe een toernooi. (Tata bijv.) Zat vaak bij de bovensten in de ranglijst. Won ook zelfs wel eens van Kasparov. Oorspronkelijk was ze berucht en geliefd om haar tactische hoogstandjes. Later ging ze wat strategischer spelen en werd toen nog sterker. Ik ben haar schaakverrichtingen altijd blijven volgen. Altijd interessant.
Ze was ook een zeer trouwe deelnemer aan het jaarlijkse schaaktoernooi in Hoogeveen. Won dat ook enkele malen. Ik ging daar ook af en toe heen. Ik nam daar ook eens iets waar wat me de overtuiging opleverde dat Polgar niet alleen een oersterk schaker was, maar ook een aardig mens.
Ik stond er al voor de aanvang. Op anderhalve meter afstand van waar Polgar moest gaan spelen. Ze moest straks tegen de Nederlandse grootmeester Sokolov. Die zat al achter het bord, en staarde diep geconcentreerd naar zijn witte schaakstukken. Judith kwam eraan, nam plaats en rangschikte al haar spulletjes ordelijk op de tafel. Sokolov zag niets anders dan zijn stukken. In diep gepeins verzonken. Hij zal wel gedacht hebben: ‘Ik krijg het moeilijk vanavond. Hoe kan ik dat het beste aanpakken? ‘ Judith wilde hem kennelijk vriendelijk groeten. Sokolov zag nog steeds niets. Judith dook naar beneden, legde haar kin op de tafel, en blikte met een brede glimlach schuin omhoog naar de ogen van Sokolov. Toen zag hij het eindelijk. Hij stak zijn hand uit en glimlachte. Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘Polgar, jij beschouwt je collega-schakers niet als tegenstanders, maar als vrienden!’
De hele familie Polgar was vriendelijk. Ze waren Joods. Maar in de periode dat ex-wereldkampioen Bobby Fischer voor de verdere wereld onvindbaar was, maar wel afschuwelijke antisemitische praatjes ventileerde, had de familie Polgar nog wel contact met hem, en ze boden hem de mogelijkheid in Hongarije bij hen te komen logeren. Dat heeft hij aangenomen. Niemand wist dat. Het werd pas veel later bekend. Hij had het er naar zijn zin. Schaken met Judith, gesprekken over schaken en over de wereld, de mooie natuur in. Maar ook doorgaan met zijn antisemitische laster. Vader Laszlo Polgar heeft het vrij lang volgehouden, maar hem toen tenslotte toch maar de deur uit gezet.
Een andere gebeurtenis die m.i. duidde op grote beschaving was de volgende: Judith speelde in een officieel, zwaar, toernooi tegen Kasparov. Ze zette een valletje. Kaparov trapte erin, deed een zet, liet zijn stuk los. Zag toen pas wat er ging gebeuren en hij pakte het stuk weer vast en zette het terug. Polgar zei niets! Ze had natuurlijk de wedstrijdleider erbij kunnen halen. Pas toen de partij klaar was, en Kasparov gewonnen had, zei ze : ‘Garry, wat flikte je me nu?’ En liet het daarbij. Respect voor haar formidabele collega?
Kasparov won dit wel tenslotte, maar het had zonder zijn onsportiviteit remise geworden, en waren er ook mogelijkheden voor missers van hem gebleven.
Schaakt Polgar nog? In 2004 kreeg ze haar eerste kind. Toen moest de schakerij, slechts een korte periode, op een wat lager pitje. Maar in 2014 maakte ze bekend dat ze zich uit het echte persoonlijke wedstrijdschaak ging terugtrekken . Wel bleef ze voor de schaaksport actief: schreef boeken, gaf cursussen, commentaarverzorger bij grote toernooien, en zelf nog schaken op bescheidener niveau.
Waarom schrijf ik nu ineens over Judith Polgar? Weer door een boek. Er was een aanbieding van New in Chess voor ebook, met ‘levende’ diagrammen, Voor 7,50 € . Dat kon ik niet laten lopen.
Ze was vooral bekend om haar agressieve stijl. Uit dat boek zou ik vast wat stellingen kunnen plukken waar u van kunt smullen.
En dat klopte. Ik ga u er even wat van laten zien. Het boek staat er vol mee.
Kasparov verloor vrijwel nooit. Maar tegen hem won Polgar wel eens. Waarom werd ze toch geen wereldkampioen? Omdat Anand en Kramnik haar in de weg zaten. Die waren haar te machtig. Vooral Kramnik. Ik geloof dat ze daar nooit van heeft kunnen winnen. Van Anand slechts een enkel keertje.
Hoofdstuk 5 van het boek geef voorbeelden van beslissende momenten in haar partijen, De auteur noemt haar beslissende zetten ‘shots’. Laat ook zien hoe ze tot zo’n stelling kwam, maar dat laat ik hier maar even weg, Alleen wat ‘shots’. Dat is het leukst. :
Zapata – Polgar, New York 1989
Ik wijs u er nog even op dat Polgar in dit voorbeeld nog pas 13 is.
Amsterdam 1990, 07.06.2025
In dit boek komen veel complete schaakpartijen voor die ze van heel grote jongens won: Ivantsjoek, Shirov, Topalov. Kortchnoi, Anand, Short, Spasski, etc.
Hieronder de winst tegen Anatoli Karpov, lang wereldkampioen, tot 1985. Weliswaar in 2003 zijn allersterkste periode achter de rug, maar evengoed nog beresterk!
Ik ga het hier maar even bij laten.
Hopelijk kon u zich in het schaakloze tijdperk met deze greep in al dat materiaal een beetje amuseren.