Categorie archieven: Interne competitie

Euwe (3)

Reacties van Thomas:

Heel mooi stuk op de site met feiten die ik nog niet allemaal wist.
Zo is er ook een mooi boek over de vriendschappelijke match Euwe tegen Sosonko, ik denk vanwege zijn 75e verjaardag en volgens mij door de AVRO gesponsord. Sinds mijn verhuizing heb ik dat boek niet meer, helaas.
Ook heb ik een partij gezien uit de jaren 50 die Euwe van een nog piepjonge Fischer ( 14 jr ) zeer snel won.
Maar die was natuurlijk nog niet op zijn top. Toch een mooi staaltje van ervaring tegen jeugd! Ik weet niet of je de partij kent, volgens mij een Damegambiet
Nog een anekdote uit mijn eigen ervaring over zijn hoffelijkheid. Als 15-of 16-jarig jeugdspelertje zat ik een keer bij de voorzitter van de Egmondse schaakvereniging. Op een gegeven moment ging de telefoon. Euwe zou een simultaan spelen tegen het gemeentebestuur, echter die waren plots wegens een belangrijke vergadering verhinderd. Of er schakers van de Toren van Egmond bereid waren dit over te nemen?
Er was plek voor tien man want Euwe was al bijna 80.
Ik gaf aan de voorzitter aan dat ik mee kon doen en die ging rond bellen en vond een aantal vrijwilligers.
Men was toch een beetje bang voor zo’n sterke schaker (helaas een vaak gehoord argument!) Het leek mij wel leuk en wie weet…
Op een gegeven moment riep hij de namen op om op een lijst te zetten en ik had vaag het idee dat hij zich verteld had, maar ik zal me wel vergist hebben…?
Op de bewuste dag gingen de deelnemers achter de borden zitten en wachtte ik netjes mijn beurt af.. tot bleek dat er elf namen op het lijstje stonden… En ik dreigde buiten de boot te vallen, maar iemand mompelde iets in zijn oor en toen mocht ik van hem ook meedoen.

Ik verloor de partij overigens wel, maar al zeg ik het zelf had de partij slechter gekund.

Ik heb daarna later in het jaar nog in Bergen aan Zee een simultaan tegen hem gespeeld, maar daar werd ik toch wel snel zoek gespeeld.
Ik stuur je dit dan komt de site de komkommertijd weer een beetje door!

Voor de volledigheid nog deze. Dit was dus plm een half jaar voor zijn overlijden. Het was ter gelegenheid van een wedstrijd tussen Koningsclub en de landskampioen van de toenmalige hoofdklasse.
Een en ander inclusief extra programmas werd gesponsord door de destijds bekende (of beruchte?) betonmiljonair Pagel.

Even een terzijde van Eddy:

Ja, beroemd en berucht: Arnfried Pagel , betonmiljonair, oprichter van Koningsclub Bergen. Een Duitser, die  woonde in Bergen, en Koningsclub oprichtte omdat hij bij Schaaakclub Bergen niet in het eerste team mocht spelen. Zijn streven: Op naar het kampioenschap van Nederland! De schaakbond vond dat hij maar moest beginnen in de 4e klasse NHSB. Elk jaar promoveerden ze. In 1981 hadden ze de hoogste klasse van de KNSB bereikt. Pagel lokte sterke schakers naar zijn club door ze zeer goed te betalen! En hij bereikte zijn doel met andere dubieuze methoden. Dat hebben we met Aris de Heer ook ervaren. Toen wij in 19.. ( moet ik nog even nazoeken) in Bergen tegen ze moesten spelen. Aan het eind van de avond in gelijke stand werd alleen de partij van Bert Kuijer afgebroken .  Die werd enkele dagen later benaderd door en gezant van Pagel met een mooi financieel aanbod als hij de partij zou verliezen. En zoiets gebeurt op een verder volkomen amateuristisch niveau! Maar Bert weigerde! En won. ( Geloof ik. Of werd het remise? Dat weet ik niet meer. Maar hoe dan ook, vervelend voor Pagel.)

Een tweede keer dat we tegen ze moesten spelen zat onze André Mulder tegenover een sterke Poolse grootmeester. Kuligovski , of zoiets. Die dacht nauwelijks na. Die had haast! Hij moest nog een vliegtuig halen naar Reykjavik voor een partij tegen Kortsnoi. Die hij ook nog schijnt te hebben gewonnen. Het lukte nog net. Een taxi stond voor de deur om hem naar Schiphol te racen.  Hij had 10 minuten nodig voor de hele partij. André gewoon 1,5 uur. Bood dapper tegenstand, maar ja , tegen een grootmeester…..

Zelf moest ik ooit tegen …. Pagel himself! Dat moest ik kunnen winnen, want ik wist : heel sterk Is hij niet. Ik toen wel. Maar ik deed het niet erg goed. Pas halverwege de avond kwam ik beter te staan. Toen werd heer Pagel ziek. Hij begon te steunen. Om een glaasje water vragen aan zijn clubgernoten. Asperientje consumeren. Zielig kijken. ‘Hoofdpijn’ steunde hij.

Het haalde mij flink uit mijn concentratie. En ik heb toen maar sportief remise aangeboden. Wat later begreep ik dat ik in de maling was genomen. Allemaal toneel. Mijn hele leven spijt gehad dat ik niet van Pagel heb gewonnen.

Het kampioenschap van Nederland heeft Koningsclub , geloof ik , niet meer bereikt. Pagel  werd veroordeeld tot gevangenisstraf wegens drugssmokkel en toen  was er geen geld meer voor die betere schakers.

Frank – Marc / Paul -Thomas

Frank – Marc

Frank – Marc, 30 maart 2026

1.d2-d4 f7-f5 2.Pb1-c3 Pg8-f6 3.Lc1-g5 d7-d5 4.Pg1-f3 e7-e6 5.e2-e3 c7-c6 6.Lf1-d3 Lf8-d6 7.Pf3-e5 Pb8-d7 8.f2-f4 Ld6-e7 9.h2-h3

Stelling na 9.h2-h3

De zet h3 verzwakt de diagonaal h4-e1 dus ik probeerde daarvan te profiteren. Ik had echter de zet Kd2 voor wit onderschat (de koning staat daar eigenlijk prima, en wit verbind de zware stukken op de onderste rij). De volgende afwikkeling brengt wit dan ook in het voordeel.

9…Pd7xe5 10.f4xe5 Pf6-e4 11.Lg5xe7 Dd8xe7 12.Ld3xe4 De7-h4 13.Ke1-d2

Stelling na 13.Ke1-d2

Ik was van plan om fe4: te spelen, maar begon hier te beseffen dat de f-lijn dan vermoedelijk voor wit is (tegen de tijd dat ik mijn onderste rij op orde heb is wit waarschijnlijk al binnen). Na lang nadenken dus toch maar de4:, maar met tegenzin. Wit heeft dan mogelijk g4 als breek-zet (fg4: zou e4 en e6 zwak maken), mogelijk een doorbraak met b3, c4, d5, en ik heb niet eens een paard om op d5 te zetten als compensatie. Ik zag in deze stelling alleen maar winstkansen voor wit, en begon me in te stellen op een lange partij om een half puntje te verdedigen.

13…d5xe4 14.Dd1-e1 Dh4xe1 15.Ta1xe1 b7-c6 16.Pc3-e2 Lc8-a6 17.Pe2-f4 Ke8-f7 18.Th1-g1 h7-h5

Stelling na 18…h7-h5

Het idee van h5 was om g4 minder aantrekkelijk te maken, en wit speelde dan ook 19.Tc1 om zich op de alternatieve breek-zet c4,d5 te richten. Het idee van h5 was echter ook om Pf4 het veld h5 af te nemen, en na 19.Tc1 kon ik dan ook mijn loper tegen het witte paard ruilen; waarna zwart weer meedoet. Mijn computer adviseert dan ook 19.h4 om g5 te verhinderen (maar h4 ligt niet zo voor de hand na eerst h3 en Thg1).

19.Te1-c1 g7-g5 20.Pf4-e2 La6xe2 21.Kd2xe2 Ta8-d8 22.c2-c3 Kf7-g6 23.g2-g3 h5-h4 24.g3-g4 f5-f4 25.e3xf4 g5xf4

Stelling na 25…g5xf4

Wit speelde nu 26.Kf2, met het idee Te1, maar beter is 26.g5 en een aanval op de pionnen van opzij met Tg4.

26.Ke2-f2 Kg6-g5 27.Tg1-e1 e4-e3 28.Kf2-f3 c6-c5 29.d4xc5

Stelling na 29.d4xc5

Na 29.dc5: komt wit in erg zwaar weer terecht, want zwart komt binnen via de d-lijn.

29…Td8-d2 30.c5xb6 a7xb6 31.Te1-e2 Th8-d8 32.Tc1-e1 Td2xe2 33.Te1xe2 Td8-d5 34.Kf3-e4 Td5-d2 35.Ke4-f3 Td2-d1 36.c3-c4 Td1-g1 37.Te2-h2 Tg1-f1 38.Kf3-e2 Tf1-b1 39.Ke2-d3 Tb1-d1 40.Kd3-e4 Td1-d2 41.Th2-h1 Td2xb2 42.Th1-f1 Tb2-f2 43.Tf1-b1 e3-e2 44.Tb1-e1 f4-f3 45.Ke4-e3 Tf2-f1 46.Ke3-d2 Kg5-f4 47.a2-a4 Tf1xe1 48.Kd2xe1 Kf4-e3 49.g4-g5 f3-f2# 0-1.

Paul – Thomas

Gisteren was toch weer een aardige opkomst, al zal bij een aantal de wedstrijd van vrijdag nog “in de benen” hebben gezeten.
In ieder geval heb ik daar afgelopen zaterdag wel iets van gemerkt, ik verloor toen in een KNSB wedstrijd een (dubbel) toreneindspel in 82 zetten, al wil ik dat niet als smoes aanvoeren. Mijn tegenstander maakte het eindspel met een hoge moeilijkheidsgraad technisch zeer kundig af.
Paul , die afgelopen vrijdag won, was mijn tegenstander en zette de opening rustig op.
Over de opstelling met c4 en e4 laat niet iedereen zich enthousiast uit, maar het is gewoon een bekende opzet
en na een rustig begin kan zoals bekend later alsnog de vlam in de pan slaan.
Theorie tot de zesde zet
In plaats van 6. g3 was er nog een partij uit 2021 bekend, die verder ging met 6. Le2. Wit won destijds.
De waardering van de engine gaat voor wit van enkele tienden in de min in het begin naar rond min een op zet 9.
Hij vindt 9. exf5 iets beter dan 9.0-0 maar het verschil is niet al te groot.. En dat geldt ook voor zet 10, evenals 10. Lg5
Na 10. De2 dacht ik over 10..f4

  1. ef4, Lg4 maar 10. fxe4 vindt hij ook prima.
    Zwart staat wel prettig, maar je moet altijd waken voor te groot optimisme. De neiging om een openingsopzet die je als minder beschouwt (niet zelden ten onrechte!)
    te willen “weerleggen” kan je lelijk opbreken!
    Echter na 12. dxe4 ipv het betere 12. Dxe4 werd het zwarte voordeel beduidend groter en de penning van het paard op f3 bleek erg lastig voor wit. Door het tussenschaak op d5 kon het paard nog worden gered maar raakte de witte dame in de problemen. En uiteindelijk stond de witte dame nog op het bord en de zwarte niet, maar stond wit mat na een kleine combinatie die Paul (heel vriendelijk!) mij gunde.

    En we hebben in de analyse nog een dameoffer op f3 voor twee stukken bekeken, wat er kansrijk voor zwart uitzag, maar altijd wel een risico inhoudt dat je verborgen verdedigingsmogelijkheden mist. En deze variant kwam niet in de eigenlijke partij in beeld.

Kees – Thomas

Soms gebeurt het in een partij dat het kritieke moment al heel vroeg valt.
Gisteren had dat moment al rond zet 5 kunnen zijn.
In een ongebruikelijke opening
(Wade variant) waren we al na zo’n zet op drie op onbekend terrein voorzover ik weet.
Na 4. Pd7 keek ik naar ideeën met Pg5 , maar begon de twijfelen na het zien van de tussenzet 5. Pe5!?. Zwart maakt met tempowinst een vluchtveld voor de koning terwijl de witte dame nog steeds aangevallen staat.
En 6. dxe5, Lxd1 7. Lxf7+ ziet er interessant uit, maar heeft wit genoeg voor de dame? Na 7. Kd7 8. Le6+ kan zwart als hij wil een eventueel eeuwig schaak ontlopen met 8.. Kc6
maar gaat dat een “winnende wandelkoning” worden?
En wat wil wit als zwart weer terug gaat naar e8? Alsnog eeuwig schaak? En dat na amper 10 zetten? Voor beiden houdt doorgaan een zeker risico in. En geldt dat niet eigenlijk voor elke stelling?
En afgezien van andere bespiegelingen, het levert wel een onderhoudende partij op.

Na deze zetten reeks geeft de engine aan dat wit zo’n+3 voordeel heeft, maar zoals ik al vaker verkondigde, zijn dat soort wegingen voor de mens van vlees en bloed natuurlijk veel lastiger te maken.
Tot ik een engine spontaan zie roesten, ga ik er van uit dat bij hem zenuwen van “oh jee heb ik wel genoeg voor die dame” dat zij niet nerveus worden van dat soort overwegingen!
Zoals het ging won wit een pion en ging de partij afgezien daarvan normaal verder.
Om eerlijk te zijn zag ik nog even een beetje spoken, ik hield rekening met de zwarte tussenzet Pxe4 toen ik 9. c3 speelde ipv het eerst geplande

  1. Pd2.
    Na 9. c6 is dat gevaar weer even geweken omdat wit dan schaak op d6 heeft.
    Concreet 10.Pd2,Pxe4 11. Pxe4, Lxg5 12. Pxd6+
    Overigens was ik niet zeker over hoe te richten. De korte rochade zal best veilig zijn, maar de open gekomen h-lijn biedt voor zwart mogelijk aanvalsdoelen. Misschien speelde het artikel dat ik voor de partij zag over de
    “herboren” Bosboom die zijn tegenstander h-lijnde een rol!
    In de fase tot plm zet 15 had ik zelf het idee dat ik hier en daar wat doortastender had kunnen spelen, maar het lijkt achteraf mee te vallen. In deze fase maakte Kees ook geen echte fouten en dan moet er ook met een pion voorsprong geduld geoefend worden.

De ” desperado” combinatie met 15. Dxf6 leverde nog een belangrijke pion op en dan is het zoals men altijd zo makkelijk zegt ” een kwestie van techniek”. Het eindspel met gelijke lopers en op beide vleugels bood goede winstkansen voor wit. Zoals ik vorige week al zei, als je maar een pion voorsprong hebt, bestaat het risico dat de tegenstander na diverse pionneruilen een licht stuk voor de laatste pion offert met een theoretische remise.
In dit geval bestaat dat risico als wit op een vleugel een pion offert om met de koning naar de andere kant door te breken en daarbij een misrekening maakt.
Overigens deed bij het invoeren van de zetten na 34. g5 nog heel plagerig de suggestie 34. Lb2 met de dreiging 35. Lc1+ en loperwinat. Toegegeven, het zal niet voor het eerst zijn dat dergelijke ” bedrijfsongevallen” gebeuren! In onze partij gebeurde gelukkig niet en kon ik een belangrijke overwinning noteren.
Niet te geloven dat het seizoen al weer zo ver gevorderd is!
In de na analyse met Kees en later Martin bleek overigens dat het dameoffer zeker praktische kansen biedt, maar vooral als de stelling open komt, zwart gevaarlijk kan counteren, zeker als wit nog niet gerocheerd heeft! Niet zelden faalden mijn winstpogingen op de lange duur.

Ronde 13

Marc – Maurice, 2 maart 2026

1.c2-c4 Pb8-c6 2.Pb1-c3 d7-d6 3.g2-g3 e7-e5 4.Lf1-g2 Pg8-f6 5.e2-e4 Lf8-e7

Stelling na 5…Lf8-e7 (Gesloten Siciliaans met kleuren verwisseld)

Na 1.c4 e5 speelt wit eigenlijk een Siciliaanse opening, maar met wit en dus met een tempo meer. Dat wist ik natuurlijk al, maar ik ben me daar recentelijk wat meer van bewust na de aanschaf van een Chessbase Dvd’tje: “Reversed Sicilian Power” van Nico Zwirs. Hierin wordt besproken hoe je je favoriete Siciliaan ook met wit kunt spelen (interessant voor Najdorf spelers is bijvoorbeeld 1.c4 e5 2.a3 of 2.d3). Heel boeiend, ook in combinatie met het boek “Mastering the chess openings”, deel 3, van John Watson wat ik weer uit de kast heb gehaald, over de voor- en nadelen (zoals het met de extra zet verstrekken van extra informatie) van het spelen van de Siciliaan met wit. Ook leuk trouwens (uit het Watson boek), wat te denken van bijvoorbeeld een reversed Aljechin na 1.c4 e5 2.Pf3 (een Aljechin met de gratis zet c5).

Bovenstaande stelling (na 5…Lf8-e7) uit de partij kan (met verwisselde kleuren) ook ontstaan uit een reguliere gesloten Siciliaan, bijvoorbeeld: 1.e4 c5 2.Pc3 Pc6 3.d3 g6 4.Le2 (de loper gaat meestal naar g2, maar dit kan ook) 4…Lg7 5.Pf3 e5

Analyse, stelling na 5…e5 (gesloten Siciliaans met zwart)

In de partij is het eigenlijk alsof wit na 5…e5 zou zeggen “ach, doe nog maar een zet”, waarna ik de zet Pge7 (of iets anders) mag spelen.

6.Pg1-e2 0-0 7.0-0 Lc8-e6 8.d2-d3 Dd8-d7 9.f2-f4 Le6-g4 10.f4-f5 Pc6-d4 11.h2-h3 Lg4xe2 12.Pc3xe2 c7-c5 13.g3-g4 b7-b5

Stelling na 13…b7-b5

Het was nodig om 13…h7-h6 te spelen, waarna de computer de stelling beoordeeld als gelijk. Na 13…b5 14.g5 staat wit beter, want na 14…Pe8 staat zwart veel te passief, en na 14…Ph5 (zoals in de partij) gaat materiaal verloren.

14.g4-g5 Pf6-h5 15.Pe2xd4 Ph5-g3 16.Pd4xb5 (ik wilde zwart zo min mogelijk kans op tegenspel geven, maar 16.Tf3 of zelfs 16.Tf2 kan ook) 17.Lg2xf1 f7-f6 18.h3-h4 a7-a6 19.Pb5-c3 Dd7-e8 20.Pc3-d5 Ta8-a7 21.b2-b3 g7-g6 22.Lf1h3 De8-d8 23.Dd1-g4 Tf8-f7 24.Kg1-h2 a6-a5 25.f5xg6 h7xg6 26.g5xf6 Le7xf6 27.Dg4xg6 Lf6-g7 28.Lc1-g5 Dd8-f8 29.Lh3-e6 Kg8-h8 30.Dg6-h5 Kh8-g8 31.Ta1-g1 zwart heeft sterk verdedigd, maar de witte druk op de zwarte koningstelling was na het materiaalverlies op de 14de zet gewoon te groot; Maurice vond het hier wel mooi: 1-0.

Thomas – Ron

Voor iemand die wel eens een partij verliest door een grove fout, heb ik maar twee opbeurende toevoegingen;
Ten eerste overkomt dat iedereen wel eens, ook de beste spelers ter wereld.
Ten tweede maakt het.optreden van fouten dat veel partijen de moeite van het bekijken en naspelen waard. Een partij zonder grote fouten verloopt vaak wat gelijkmatiger, om niet te zeggen saai

Nu heb ik het idee dat dat in de partij tegen Ron niet het geval is. Er was veel spanning onderhuids, een soort loopgravenoorlog. In de vrij ongebruikelijke Steinitz variant die ik af en toe tegen het Frans toepas, volgden we zo’n acht zetten theorie, althans wat ik in mijn nog werkende databases kon vinden.
Op zet 9 waren nog 9. Pbd2 en 9. c3 bekend. Maar naar mijn bescheiden mening is 9. Lf4 ook logischer dan Pbd2, tenzij de bedoeling is de loper te fianchetteren. Maar omdat ieder op zijn helft blijft, is er meer mogelijk, een kwestie van smaak ook.
Na 9..h6 moest ik mezelf inhouden om niet 10. Dd2 te spelen met offer ideeën op h6.
Toen ik 10.Lxf3 zag, liet ik het idee varen maar in de na analyse bekeken we nog de voortzettingingen na 11. gxf3 en 12. Kh1 met aanvalskansen via de open g-ljin. De computer geeft een minuscuul nadeeltje voor wit maar dat maakt het idee niet minder interessant.
Eigenlijk valt er niet meer te zeggen over de partij dan dat het evenwicht niet noemenswaardig verstoord bleef en er wederzijds geen grove fouten gemaakt zijn.
Ronduit saai was het ook allemaal niet, de boeiendste varianten bleven wel tot de analyse beperkt.
Enkele momenten licht ik er uit.
Op meerdere momenten was a2-a4 inlassen nuttiger geweest. 14. b3 was wat verplichtend en had beter door 14. c3 vervangen kunnen worden.. Een kritiek moment was zet 15 waar Ron duidelijk twijfels had over wel of niet op d4 nemen.
Zelf moest ik ook eerst mijn berekeningen dubbel checken.
Vooral aftrekschaakjes met de loper naar h7 hangen als een zwaard van Damocles boven de stelling.
Ik herinner me nog een partij toen ik net lid was van Aris de Heer, won ik een keer een dame met een soortgelijke combinatie.
Maar het bleek allemaal net te kunnen en Ron wist bekwaam mij tot een afwikkeling te dwingen waarbij de mooiste muziek wel uit de stelling was.
En andermaal bleek dat Ron moeilijk te verslaan is!

Martin – Paul

Een leerzame en plezierige partij, die wat mij betreft een mooie oefening was in de praktijk van openingsprincipes. De drie Pionnen Aanval tegen het Konings-Indisch bood een helder kader: Wit weet wat het wil, en de taak is vervolgens om dat plan met voldoende precisie uit te voeren.

De partij verliep soepel, maar dat vroeg wel om constant vooruit te denken — zien hoe de stelling zich stap voor stap ontvouwt en tijdig anticiperen op wat komen gaat. Aanvallen is méér dan pionnen oprukken; het is een kwestie van ritmisch en secuur werken, zodat het initiatief nooit verslapt.

Ronde 12 Intern (Martin-Marc en Thomas-Frank)

Martin – Marc, 16 februari 2026

Een leuke partij tegen Martin, met een aantal stellingen waar ik op een later moment nog wel wat beter naar wil gaan kijken. Ten eerste de opening, de zet 5.Pc3 was nieuw voor mij en is best een leuk idee. Ten tweede, na h3 de keuze tussen Lh5 of Lxf3; wanneer is Lh5, g4, Pe5 lastig? Ten derde, het wel of niet inslaan op b2 (dat had ik tijdens de partij totaal niet goed beoordeeld). Ten vierde, hoe veilig is de zwarte koningstelling na gf6:. Tenslotte, ook een interessant thema is het wel of niet uit de weg gaan van dame ruil bij een lichte achterstand in materiaal. Dus naar aanleiding van deze partij best wel wat huiswerk te doen, of misschien leuke thema’s voor een lesavond… (behalve de opening dan, dat is wellicht wat te specifiek).

1.e2-e4 d7-d5 2.e4xd5 c7-c6 3.d2-d4 c6xd5 4.Pg1-f3 Pb8-c6 5.Pb1-c3

Stelling na 5.Pb1-c3

Ik speelde 5…a6 om ideeën als Lb5 en Pe5, of Lf4 en Pb5, tegen te gaan. Ik zie in mijn database dat 5…Pf6 en 5…Lg4 vaker wordt gespeeld, maar ik moet dit nog maar eens beter bekijken.

Tijdens de partij vond ik 5.Pc3 wel vervelend, want ik probeer meestal met Dc7 te voorkomen dat wit Lf4 speelt (want ik speel liever Ld6, controleert veld e5 en sowieso een mooie diagonaal, zonder dat deze geruild kan worden). Na Pc3 is Dc7 lastig, dan moet eerst a6 en e6 als voorbereiding en daar gaat wit niet op wachten (Martin speelde dan ook terecht meteen Lf4).

5…a7-a6 6.Lc1-f4 Pg8-f6 7.a2-a3 Lc8-g4 8.Lf1-e2 e7-e6 9.h2-h3

Stelling na 9.h2-h3

Ik vind het vaak wat lastig te beoordelen wanneer Lh5, g4, Pe5 een probleem is en wanneer niet. Tijdens de partij heb ik er niet al te lang over nagedacht, want ik zag dat ik na Lf3: een pion kon winnen, en hoewel riskant, dat kan ik vaak niet weerstaan…

9…Lg4xf3 10.Le2xf3 Dd8-b6 11.Pc3-e2 Db6xb2

Stelling na 11…Db6xb2

Ik nam vrij onbezorgd de pion op b2, en de computer is het eens, maar het is riskanter dan ik dacht. Zo speelde ik na 12.0-0 Pa5, maar na de partij liet Frank onmiddellijk de volgende variant zien: 13.Tb1 Da3: (13…Da2 is beter, maar het voordeel is bij wit) 14.Ta1 Db4 15.Ld2+-. Gelukkig voor mij had Martin dit ook niet gezien (het moeilijke deel om te zien is dat na Tb1, Da3: de toren weer terug gaat naar a1). Mijn computer geeft na 12.0-0 als beste zet 12…Tc8 met wat voordeel voor zwart, bijvoorbeeld 13.Tb1 Da3: 14.Tb7: Le7 15.Da1 Da1: 16.Ta1: a5.

12.0-0 Pc6-a5 13.Dd1-d3 Db2-b6 14.Tf1-b1 Db6-c6 15.Pe2-g3 (goed gevonden, brengt ideeën als Lf6: en Ph5 in de stelling, zoals ook gebeurde in de partij) 15…Ta8-c8 16.Lf4-d2 Pa5-c4 17.Ld2-g5 Lf8-e7 18.Lg5xf6 Le7xf6 19.Ph5 0-0 (de computer vind 19…Pd6 beter, maar ik wilde met de koning weg uit het midden) 20.Ph5xf6 g7xf6

Stelling na 20…g7xf6

Hoe veilig is dit voor de zwarte koning? De computer vindt het ok, maar wit heeft wel wat ideeën, zoals Le2, Dg3, Ld3, of Tb1-b3-g3, of zoals in de partij gebeurde na f5 een invasie van de witte dame over de zwarte velden (met mogelijke eeuwig schaak scenario’s, of zelfs nog erger voor zwart). Ik zie dat mijn computer na f5 problemen over de zwarte velden vaak oplost met Tg7, Kg8, maar ik vind het toch lastig om te beoordelen (net als met het wel of niet slaan op b2, het kan gemakkelijk zijn voor een computer, maar achter het bord is het toch iets anders).

21.Lf3-e2 Kg8-h8 22.Dd3-f3 f6-f5 23.Df3-f4 b7-b5 (beter is 23…Pd6, maar ik had niet gezien dat ik na 24.De5 gewoon f6 kan spelen omdat na De6: Te8 de loper op e2 valt) 24.Df4-h6 e6-e5

Stelling na 24…e6-e5

Mijn computer vindt 24…Tg8 beter, maar 24…e5 is interessant want het bied dame ruil aan en dat is lastig voor wit.

In het algemeen, bij een lichte materiele achterstand (zoals een pion), is het dan beter om de dames te ruilen, of om de dame terug te halen naar een minder goede positie? Aan de ene kant, met de dames op het bord zijn er nog winstkansen, terwijl het na dame ruil vaak een lange zit wordt om met de pion achterstand remise te houden (als dat al lukt). Aan de andere kant, als de dame zich terugtrekt, dan kan de andere dame de goede positie overnemen; en dit zijn stukken met een waarde van 9 punten (in plaats van een enkel pionnetje van 1 punt) dus met groot impact.

Het zal van de specifieke stelling afhangen wanneer wat beter is, maar het is lastig te beoordelen. In de partij gaat wit de dame ruil steeds uit de weg, maar daarmee wordt de zwarte dame steeds actiever en is het uiteindelijk de witte koning die in de problemen komt.

25.Dh6-g5 Dc6-g6 26.Dg5-h4 Tf8-g8 27.g2-g3 e5-e4 28.a3-a4 Pc4-d2 29.Tb1-b2 b5-b4 30.Dh4-f4 Dg6-g5 31.Df4-e5 f7-f6 32.De5xd5 e4-e3 33.g3-g4 e3xf2 34.Kg1xf2 Dg5-f4 35.Kf2-e1 f5xg4 36.h3xg4 Tg8-e8 37.Dd5-f5 Pd2-f3 0-1 (bijvoorbeeld: 38.Kf1 Ph2 39.Kg1 Df5: 40.gf5: Te2:-+)

Thomas – Frank

Na de afgelopen weken toch wat riskantere strategieën te hebben gevolgd, besloot ik het deze keer maar eens wat rustiger aan te pakken.
Hoewel, ook zo’n aanpak behelst een risico. Je kan het soms ook te rustig aan pakken en in de verdediging worden gedrongen. In de partij tegen Frank dreigde dat soms wel te gebeuren maar het werd uiteindelijk een soort gulden middenweg, is mijn inschatting
De opening werd een soort hybride dubbelfianchetto. Ik zag in de database diverse benamingen voorbij komen.
O.a. Barczay en Benko, naar mijn idee zaten er ook elementen van de Reti en het Koningsindisch in de Voorhand in. In ieder geval waren er circa 5 zetten theorie.
Ik keek naar 5. e4 maar de mogelijkheid 5. Lc5 beviel me minder vanwege de nog zwakke pion op f2 (f2 is ook een soort f7!)
Het is best speelbaar maar Frank is niet van tactische handigheid gespeend en ik hield liever e2-e3 achter de hand. Dus liever maar iets bescheidener en gewoon verder ontwikkelen. Frank zette overigens met 5. Le7 voort en daar lijkt me niks mis mee. In de fase tussen plm zet 10 en zet 15 probeerde ik dan toch wat aanknopingspunten te creëren.
Overigens geeft de engine vrijwel vanaf het begin een licht nadeel voor wit, iets onder de nullijn en ik had ook het gevoel iets te moeten doen om niet verder ingesnoerd te worden.. Na 13. Pg4 overwoog ik 14. h3 , maar na 14. dxe3 15.
hxg4, exd2 16. Pxe5, Pxe5

  1. Lxe5, Ld6 zag ik geen overtuigend vervolg.
    Frank speelde verder logische zetten en liet geen steken vallen. Ik moest ook rekening houden met eventuele offers op g3. In de partij gebeurde dat uiteindelijk niet maar bij elke verandering in de stelling kon dat natuurlijk wel een rol spelen.
    Zwart had overigens op zet 19 zonder bezwaar op a5 kunnen slaan volgens het platte draaiorgel met zelfs vergroting van voordeel. Ook dat probeer ik te begrijpen maar tijdens het schrijven van dit verhaal lukt dat niet meer. Na nog wat afwikkelingen en vermijden van wederzijdse valkuilen werd deze partij bekroond met een vredesakkoord.
    En in ieder geval, met een andere uitslag, een meer avondvullende partij!

Commentaar van Frank:

Solide partij van beide kanten. Ik had wat voordeel kunnen krijgen door op a5 te pakken, maar was daar wat te voorzichtig. Ik zag ook niet hoe ik die pion kon vasthouden. Ik koos er dus voor om de boel dicht te houden, ook met het doel de loper op b2 niet mee te laten doen. Aan de andere kant was mijn zwartveldige loper ook niet sterk. Wit’s eindstelling was volgens de computer iets beter, maar erg duidelijk was het niet.