Categorie archieven: Interne competitie

Ronde 13

Marc – Maurice, 2 maart 2026

1.c2-c4 Pb8-c6 2.Pb1-c3 d7-d6 3.g2-g3 e7-e5 4.Lf1-g2 Pg8-f6 5.e2-e4 Lf8-e7

Stelling na 5…Lf8-e7 (Gesloten Siciliaans met kleuren verwisseld)

Na 1.c4 e5 speelt wit eigenlijk een Siciliaanse opening, maar met wit en dus met een tempo meer. Dat wist ik natuurlijk al, maar ik ben me daar recentelijk wat meer van bewust na de aanschaf van een Chessbase Dvd’tje: “Reversed Sicilian Power” van Nico Zwirs. Hierin wordt besproken hoe je je favoriete Siciliaan ook met wit kunt spelen (interessant voor Najdorf spelers is bijvoorbeeld 1.c4 e5 2.a3 of 2.d3). Heel boeiend, ook in combinatie met het boek “Mastering the chess openings”, deel 3, van John Watson wat ik weer uit de kast heb gehaald, over de voor- en nadelen (zoals het met de extra zet verstrekken van extra informatie) van het spelen van de Siciliaan met wit. Ook leuk trouwens (uit het Watson boek), wat te denken van bijvoorbeeld een reversed Aljechin na 1.c4 e5 2.Pf3 (een Aljechin met de gratis zet c5).

Bovenstaande stelling (na 5…Lf8-e7) uit de partij kan (met verwisselde kleuren) ook ontstaan uit een reguliere gesloten Siciliaan, bijvoorbeeld: 1.e4 c5 2.Pc3 Pc6 3.d3 g6 4.Le2 (de loper gaat meestal naar g2, maar dit kan ook) 4…Lg7 5.Pf3 e5

Analyse, stelling na 5…e5 (gesloten Siciliaans met zwart)

In de partij is het eigenlijk alsof wit na 5…e5 zou zeggen “ach, doe nog maar een zet”, waarna ik de zet Pge7 (of iets anders) mag spelen.

6.Pg1-e2 0-0 7.0-0 Lc8-e6 8.d2-d3 Dd8-d7 9.f2-f4 Le6-g4 10.f4-f5 Pc6-d4 11.h2-h3 Lg4xe2 12.Pc3xe2 c7-c5 13.g3-g4 b7-b5

Stelling na 13…b7-b5

Het was nodig om 13…h7-h6 te spelen, waarna de computer de stelling beoordeeld als gelijk. Na 13…b5 14.g5 staat wit beter, want na 14…Pe8 staat zwart veel te passief, en na 14…Ph5 (zoals in de partij) gaat materiaal verloren.

14.g4-g5 Pf6-h5 15.Pe2xd4 Ph5-g3 16.Pd4xb5 (ik wilde zwart zo min mogelijk kans op tegenspel geven, maar 16.Tf3 of zelfs 16.Tf2 kan ook) 17.Lg2xf1 f7-f6 18.h3-h4 a7-a6 19.Pb5-c3 Dd7-e8 20.Pc3-d5 Ta8-a7 21.b2-b3 g7-g6 22.Lf1h3 De8-d8 23.Dd1-g4 Tf8-f7 24.Kg1-h2 a6-a5 25.f5xg6 h7xg6 26.g5xf6 Le7xf6 27.Dg4xg6 Lf6-g7 28.Lc1-g5 Dd8-f8 29.Lh3-e6 Kg8-h8 30.Dg6-h5 Kh8-g8 31.Ta1-g1 zwart heeft sterk verdedigd, maar de witte druk op de zwarte koningstelling was na het materiaalverlies op de 14de zet gewoon te groot; Maurice vond het hier wel mooi: 1-0.

Thomas – Ron

Voor iemand die wel eens een partij verliest door een grove fout, heb ik maar twee opbeurende toevoegingen;
Ten eerste overkomt dat iedereen wel eens, ook de beste spelers ter wereld.
Ten tweede maakt het.optreden van fouten dat veel partijen de moeite van het bekijken en naspelen waard. Een partij zonder grote fouten verloopt vaak wat gelijkmatiger, om niet te zeggen saai

Nu heb ik het idee dat dat in de partij tegen Ron niet het geval is. Er was veel spanning onderhuids, een soort loopgravenoorlog. In de vrij ongebruikelijke Steinitz variant die ik af en toe tegen het Frans toepas, volgden we zo’n acht zetten theorie, althans wat ik in mijn nog werkende databases kon vinden.
Op zet 9 waren nog 9. Pbd2 en 9. c3 bekend. Maar naar mijn bescheiden mening is 9. Lf4 ook logischer dan Pbd2, tenzij de bedoeling is de loper te fianchetteren. Maar omdat ieder op zijn helft blijft, is er meer mogelijk, een kwestie van smaak ook.
Na 9..h6 moest ik mezelf inhouden om niet 10. Dd2 te spelen met offer ideeën op h6.
Toen ik 10.Lxf3 zag, liet ik het idee varen maar in de na analyse bekeken we nog de voortzettingingen na 11. gxf3 en 12. Kh1 met aanvalskansen via de open g-ljin. De computer geeft een minuscuul nadeeltje voor wit maar dat maakt het idee niet minder interessant.
Eigenlijk valt er niet meer te zeggen over de partij dan dat het evenwicht niet noemenswaardig verstoord bleef en er wederzijds geen grove fouten gemaakt zijn.
Ronduit saai was het ook allemaal niet, de boeiendste varianten bleven wel tot de analyse beperkt.
Enkele momenten licht ik er uit.
Op meerdere momenten was a2-a4 inlassen nuttiger geweest. 14. b3 was wat verplichtend en had beter door 14. c3 vervangen kunnen worden.. Een kritiek moment was zet 15 waar Ron duidelijk twijfels had over wel of niet op d4 nemen.
Zelf moest ik ook eerst mijn berekeningen dubbel checken.
Vooral aftrekschaakjes met de loper naar h7 hangen als een zwaard van Damocles boven de stelling.
Ik herinner me nog een partij toen ik net lid was van Aris de Heer, won ik een keer een dame met een soortgelijke combinatie.
Maar het bleek allemaal net te kunnen en Ron wist bekwaam mij tot een afwikkeling te dwingen waarbij de mooiste muziek wel uit de stelling was.
En andermaal bleek dat Ron moeilijk te verslaan is!

Martin – Paul

Een leerzame en plezierige partij, die wat mij betreft een mooie oefening was in de praktijk van openingsprincipes. De drie Pionnen Aanval tegen het Konings-Indisch bood een helder kader: Wit weet wat het wil, en de taak is vervolgens om dat plan met voldoende precisie uit te voeren.

De partij verliep soepel, maar dat vroeg wel om constant vooruit te denken — zien hoe de stelling zich stap voor stap ontvouwt en tijdig anticiperen op wat komen gaat. Aanvallen is méér dan pionnen oprukken; het is een kwestie van ritmisch en secuur werken, zodat het initiatief nooit verslapt.

Ronde 12 Intern (Martin-Marc en Thomas-Frank)

Martin – Marc, 16 februari 2026

Een leuke partij tegen Martin, met een aantal stellingen waar ik op een later moment nog wel wat beter naar wil gaan kijken. Ten eerste de opening, de zet 5.Pc3 was nieuw voor mij en is best een leuk idee. Ten tweede, na h3 de keuze tussen Lh5 of Lxf3; wanneer is Lh5, g4, Pe5 lastig? Ten derde, het wel of niet inslaan op b2 (dat had ik tijdens de partij totaal niet goed beoordeeld). Ten vierde, hoe veilig is de zwarte koningstelling na gf6:. Tenslotte, ook een interessant thema is het wel of niet uit de weg gaan van dame ruil bij een lichte achterstand in materiaal. Dus naar aanleiding van deze partij best wel wat huiswerk te doen, of misschien leuke thema’s voor een lesavond… (behalve de opening dan, dat is wellicht wat te specifiek).

1.e2-e4 d7-d5 2.e4xd5 c7-c6 3.d2-d4 c6xd5 4.Pg1-f3 Pb8-c6 5.Pb1-c3

Stelling na 5.Pb1-c3

Ik speelde 5…a6 om ideeën als Lb5 en Pe5, of Lf4 en Pb5, tegen te gaan. Ik zie in mijn database dat 5…Pf6 en 5…Lg4 vaker wordt gespeeld, maar ik moet dit nog maar eens beter bekijken.

Tijdens de partij vond ik 5.Pc3 wel vervelend, want ik probeer meestal met Dc7 te voorkomen dat wit Lf4 speelt (want ik speel liever Ld6, controleert veld e5 en sowieso een mooie diagonaal, zonder dat deze geruild kan worden). Na Pc3 is Dc7 lastig, dan moet eerst a6 en e6 als voorbereiding en daar gaat wit niet op wachten (Martin speelde dan ook terecht meteen Lf4).

5…a7-a6 6.Lc1-f4 Pg8-f6 7.a2-a3 Lc8-g4 8.Lf1-e2 e7-e6 9.h2-h3

Stelling na 9.h2-h3

Ik vind het vaak wat lastig te beoordelen wanneer Lh5, g4, Pe5 een probleem is en wanneer niet. Tijdens de partij heb ik er niet al te lang over nagedacht, want ik zag dat ik na Lf3: een pion kon winnen, en hoewel riskant, dat kan ik vaak niet weerstaan…

9…Lg4xf3 10.Le2xf3 Dd8-b6 11.Pc3-e2 Db6xb2

Stelling na 11…Db6xb2

Ik nam vrij onbezorgd de pion op b2, en de computer is het eens, maar het is riskanter dan ik dacht. Zo speelde ik na 12.0-0 Pa5, maar na de partij liet Frank onmiddellijk de volgende variant zien: 13.Tb1 Da3: (13…Da2 is beter, maar het voordeel is bij wit) 14.Ta1 Db4 15.Ld2+-. Gelukkig voor mij had Martin dit ook niet gezien (het moeilijke deel om te zien is dat na Tb1, Da3: de toren weer terug gaat naar a1). Mijn computer geeft na 12.0-0 als beste zet 12…Tc8 met wat voordeel voor zwart, bijvoorbeeld 13.Tb1 Da3: 14.Tb7: Le7 15.Da1 Da1: 16.Ta1: a5.

12.0-0 Pc6-a5 13.Dd1-d3 Db2-b6 14.Tf1-b1 Db6-c6 15.Pe2-g3 (goed gevonden, brengt ideeën als Lf6: en Ph5 in de stelling, zoals ook gebeurde in de partij) 15…Ta8-c8 16.Lf4-d2 Pa5-c4 17.Ld2-g5 Lf8-e7 18.Lg5xf6 Le7xf6 19.Ph5 0-0 (de computer vind 19…Pd6 beter, maar ik wilde met de koning weg uit het midden) 20.Ph5xf6 g7xf6

Stelling na 20…g7xf6

Hoe veilig is dit voor de zwarte koning? De computer vindt het ok, maar wit heeft wel wat ideeën, zoals Le2, Dg3, Ld3, of Tb1-b3-g3, of zoals in de partij gebeurde na f5 een invasie van de witte dame over de zwarte velden (met mogelijke eeuwig schaak scenario’s, of zelfs nog erger voor zwart). Ik zie dat mijn computer na f5 problemen over de zwarte velden vaak oplost met Tg7, Kg8, maar ik vind het toch lastig om te beoordelen (net als met het wel of niet slaan op b2, het kan gemakkelijk zijn voor een computer, maar achter het bord is het toch iets anders).

21.Lf3-e2 Kg8-h8 22.Dd3-f3 f6-f5 23.Df3-f4 b7-b5 (beter is 23…Pd6, maar ik had niet gezien dat ik na 24.De5 gewoon f6 kan spelen omdat na De6: Te8 de loper op e2 valt) 24.Df4-h6 e6-e5

Stelling na 24…e6-e5

Mijn computer vindt 24…Tg8 beter, maar 24…e5 is interessant want het bied dame ruil aan en dat is lastig voor wit.

In het algemeen, bij een lichte materiele achterstand (zoals een pion), is het dan beter om de dames te ruilen, of om de dame terug te halen naar een minder goede positie? Aan de ene kant, met de dames op het bord zijn er nog winstkansen, terwijl het na dame ruil vaak een lange zit wordt om met de pion achterstand remise te houden (als dat al lukt). Aan de andere kant, als de dame zich terugtrekt, dan kan de andere dame de goede positie overnemen; en dit zijn stukken met een waarde van 9 punten (in plaats van een enkel pionnetje van 1 punt) dus met groot impact.

Het zal van de specifieke stelling afhangen wanneer wat beter is, maar het is lastig te beoordelen. In de partij gaat wit de dame ruil steeds uit de weg, maar daarmee wordt de zwarte dame steeds actiever en is het uiteindelijk de witte koning die in de problemen komt.

25.Dh6-g5 Dc6-g6 26.Dg5-h4 Tf8-g8 27.g2-g3 e5-e4 28.a3-a4 Pc4-d2 29.Tb1-b2 b5-b4 30.Dh4-f4 Dg6-g5 31.Df4-e5 f7-f6 32.De5xd5 e4-e3 33.g3-g4 e3xf2 34.Kg1xf2 Dg5-f4 35.Kf2-e1 f5xg4 36.h3xg4 Tg8-e8 37.Dd5-f5 Pd2-f3 0-1 (bijvoorbeeld: 38.Kf1 Ph2 39.Kg1 Df5: 40.gf5: Te2:-+)

Thomas – Frank

Na de afgelopen weken toch wat riskantere strategieën te hebben gevolgd, besloot ik het deze keer maar eens wat rustiger aan te pakken.
Hoewel, ook zo’n aanpak behelst een risico. Je kan het soms ook te rustig aan pakken en in de verdediging worden gedrongen. In de partij tegen Frank dreigde dat soms wel te gebeuren maar het werd uiteindelijk een soort gulden middenweg, is mijn inschatting
De opening werd een soort hybride dubbelfianchetto. Ik zag in de database diverse benamingen voorbij komen.
O.a. Barczay en Benko, naar mijn idee zaten er ook elementen van de Reti en het Koningsindisch in de Voorhand in. In ieder geval waren er circa 5 zetten theorie.
Ik keek naar 5. e4 maar de mogelijkheid 5. Lc5 beviel me minder vanwege de nog zwakke pion op f2 (f2 is ook een soort f7!)
Het is best speelbaar maar Frank is niet van tactische handigheid gespeend en ik hield liever e2-e3 achter de hand. Dus liever maar iets bescheidener en gewoon verder ontwikkelen. Frank zette overigens met 5. Le7 voort en daar lijkt me niks mis mee. In de fase tussen plm zet 10 en zet 15 probeerde ik dan toch wat aanknopingspunten te creëren.
Overigens geeft de engine vrijwel vanaf het begin een licht nadeel voor wit, iets onder de nullijn en ik had ook het gevoel iets te moeten doen om niet verder ingesnoerd te worden.. Na 13. Pg4 overwoog ik 14. h3 , maar na 14. dxe3 15.
hxg4, exd2 16. Pxe5, Pxe5

  1. Lxe5, Ld6 zag ik geen overtuigend vervolg.
    Frank speelde verder logische zetten en liet geen steken vallen. Ik moest ook rekening houden met eventuele offers op g3. In de partij gebeurde dat uiteindelijk niet maar bij elke verandering in de stelling kon dat natuurlijk wel een rol spelen.
    Zwart had overigens op zet 19 zonder bezwaar op a5 kunnen slaan volgens het platte draaiorgel met zelfs vergroting van voordeel. Ook dat probeer ik te begrijpen maar tijdens het schrijven van dit verhaal lukt dat niet meer. Na nog wat afwikkelingen en vermijden van wederzijdse valkuilen werd deze partij bekroond met een vredesakkoord.
    En in ieder geval, met een andere uitslag, een meer avondvullende partij!

Commentaar van Frank:

Solide partij van beide kanten. Ik had wat voordeel kunnen krijgen door op a5 te pakken, maar was daar wat te voorzichtig. Ik zag ook niet hoe ik die pion kon vasthouden. Ik koos er dus voor om de boel dicht te houden, ook met het doel de loper op b2 niet mee te laten doen. Aan de andere kant was mijn zwartveldige loper ook niet sterk. Wit’s eindstelling was volgens de computer iets beter, maar erg duidelijk was het niet.

Thomas-Marc Partij, analyse en commentaar!

Komt dat zien, komt dat zien. Onze Tita tovenaar aan het werk, Hieronder eerst het verslag van Thomas daarna die van Marc.

Door Thomas
Gisteravond had ik het lange tijd heel zwaar tegen Marc, een “investering” van kwaliteit en pion is toch wel een behoorlijke uitdaging tegen een speler van zijn kaliber!
Tijdens het invoeren van de partij viel me al meteen op dat bij de eerste 10 zetten de benaming van de opening divers keren wisselde.
Het begon als Engels, werd even Frans en daarna weer een soort gesloten Siciliaan om uiteindelijk weer te landen als Engels Agincourt- Kurajica systeem. Grappig om zulke overgangen te zien! 6.. h5 was wat optimistisch en Marcs koelbloedige h3 maakte meteen duidelijk dat dit geen optimale strategie was maar wel mogelijk met nadelige gevolgen voor de wat langere termijn.
En 10. Pb5! vond ik een vervelende zet. De penning op de a-lijn en de zwakte van d6 waren ook geen hoopvolle signalen. Het kwaliteitsoffer leek praktisch de relatief beste kansen te bieden en ook de engine keurt het niet direct af en tijdens het doorrekenen zelfs even in het begin als eerste optie. Maar het voordeel was duidelijk bij Marc. Een belangrijk moment was het pionoffer op d5

Mijn oorspronkelijke plan na 18. Lxd5 was Te8+ om in ieder geval de witte rochade en verdere consolidatie te verhinderen maar 18. Pe5 houdt ook wat opties voor tegenspel open. Naarmate ik meer naar de stelling keek, was ik toch minder optimistisch over mijn kansen.
Overigens na de partij kwam Ron nog met de suggestie om in plaats van 17. ed5 , 17. Ta4 te spelen met het idee Ta8 en na activering van de zwarte dameloper volgt torenruil wat zwarts taak verder bemoeilijkt.
En de engine vind dit ook een goede optie..
En de aandachtige lezer zal ondertussen tussen de regels door gemerkt hebben dat mijn verhouding tot de engine wat dubbel is. Aan de ene kant de soms “onmogelijke” zetten die deze voorstelt , aan de andere kant de fantastische ressources die hij soms tevoorschijn tovert die bij een “handmatige” analyse niet of pas bij toeval na jaren naar boven komen! Zie bijvoorbeeld mijn commentaar van vorige week, het paardschaakje op d6.
Ook op zet 19, na 19. Tb4 veranderde ik van gedachten. Ik was Dd6 van plan en keek ook nog even naar Dc5 en Df6.
Maar mede de doorslag gaf de mogelijkheid van terugwinnen van de kwaliteit en de mogelijkheid om tempi te winnen. Wit was hooguit 1 of 2 zetten verwijderd van consolidatie en beslissende materiaalvoorsprong.
Het nadeel was wel weer dat vanaf zet 23 wit het loperpaar had en nog steeds een pion voorsprong. Mede dankzij de aanwezigheid van ongelijke lopers ging het weer richting gelijkspel Na 27. Tf1 ipv het betere 27. b3 en helemaal na 28. Tf6 ipv het tussenschaak 28. Dc4+ ging het ineens helemaal mis voor wit. Terwijl dit heel begrijpelijke zetten zijn. Overigens speelde ik ook met de gedachte na een eventueel g4 om aanvalslijnen tegen de zwarte koning te openen, mijn loper te offeren maar uiteindelijk kwam de tegenaanval van een andere kant.
Op het eerste gezicht leek het of wit achter elkaar mat ging, maar in de vooruitberekening waren er steeds geitenpaadjes
en het risico dat de schaakjes op zouden raken, met het gevolg dat de carambole weer voor wit was
Een concreet voorbeeld (niet geforceerd) Na 33. Kd3, De4+

  1. Kc4, Dd3+ 35. Lc3, Dd1+ 36. Ka3 moet zwart weer als de bliksem iets verzinnen tegen Df8+ en spoedig mat. Het mat lukte uiteindelijk niet, maar in het vooruitzicht van beslissend materiaalverlies staakte Marc de strijd. Maar ik was zeker ontsnapt en het openingsexperiment is niet voor herhaling vatbaar!

Commentaar en feedback van Marc

Marc – Thomas, 9 februari 2026
1.c2-c4 e7-e6 2.e2-e4 (Ron vindt deze opstelling maar niets, en waarschijnlijk heeft hij gelijk want er
zijn niet veel mensen die na 1.e4 e6 2.c4 spelen; maar ik vind het toch wel iets hebben) 2…c7-c5 (de
tweede keus in de database; meestal komt 2…d5 3.ed5: ed5: 4.cd5: Pf6 maar dan is het wit die op
activiteit speelt met de geïsoleerde pion) 3.Pb1-c3 Pb8-c6 (verhinderd 4.e5, na 3…Pf6 4.e5 Pg8 5.Pf3
Pc6 is 6.d4 een bekend pionoffer met kansen voor zowel wit als zwart (Mikenas variant); in een
externe partij niet zo lang geleden ontweek zwart dit ook zonder Pc6 met de volgorde 1.c4 Pf6 2.Pc3
c5 3.g3 e6 4.e4 wat ook zeker een interessant idee is) 4.g2-g3 g7-g6 5.Lf1-g2 Lf8-g7 6.Pg1-e2 h7-h5
(hoopt op h4 waarna zwart Pg8-f6-g4 heeft, terwijl het witte paard vanaf e2 niet zo gemakkelijk naar
g5 kan) 7.h2-h3 Pc6-d4 8.d2-d3

Stelling na 8.d2-d3
Ik besloot te wachten met Pd4: totdat het andere paard op c6 dreigt te verschijnen. Ik vraag me af
wat beter is, meteen 8.Pd4: cd4: 9.Pb5 of 8.d3 Pe7 en dan 9.Pd4: cd4: 10.Pb5. Beide zetten, d3 en
Pe7, zijn nuttig; na d3 heeft wit Lg5 als optie, maar na Pe7 kan zwart eerder rokeren. Misschien is
8.Pd4: toch iets beter, om de dreiging Pc3-b5-d6 (eventueel ondersteund door Dd1-a4-a3) meer
dreiging mee te geven. De zet Pb5 komt trouwens over het algemeen alleen in aanmerking als zwart
nog niet gerokeerd heeft, normaal gesproken gaat het paard terug naar e2.
8…Pg8-e7 9.Pe2xd4 c5xd4 10.Pc3-b5 Dd8-b6

Stelling na 10…Dd8-b6
Tijdens de partij dacht ik dat 10…d6 goed voor mij zou zijn, maar na 11.Da4 Pc6 12.Da3 Lf8 vind mijn
computer de stelling gelijk. 10…d5 11.ed5: ed5: 12.Lf4 was wel iets beter voor mij geweest.
11.Dd1-a4 a7-a6 12.Lc1-d2

Stelling na 12.Lc1-d2
De loper laat de b2-pion los, maar ik wilde na ab5: Da8: bc4: de zwarte c-pion ophalen met Ta1-c1xc4
(wit moet trouwens oppassen voor La5 ab5:).
12…a6xb5 13.Da4xa8 b5xc4 14.Ta1-c1 0-0 15.Da4-a3 Pe7-c6 16.Tc1xc4 d7-d5

Stelling na 16…d7-d5
Dit vond ik een lastig moment, de pion pakken of niet? Uiteraard is de pionwinst erg riskant, maar na
lang nadenken kon ik voor zwart niets concreets vinden dus ik kon de gratis pion niet weerstaan.
Daar moet ik wel bij vermelden dat ik het idee Tc4-a4-a8 (zoals aangegeven door Ron in de na-
analyse), ofwel direct met 17.Ta4 de4: of na 17.ed5: ed5: 18.Ta4 om de4: te voorkomen, niet had
gezien.
17.e4xd5 e6xd5 18.Lg2xd5 Pc6-e5 19.Tc4-b4 Db6-d8

Stelling na 19…Db6-d8
Sterk gespeeld, ik had alleen gekeken naar 19…Dc5 20.Le4 en 19…Dc7 20.Db3. Na 19…Dd8 en het
voor de hand liggende 20.Le4 wint zwart vrij geforceerd de kwaliteit weer terug (een punt van Dd8 is
dat het de diagonaal a3-f8 open laat).
20.Ld5-e4 (niet 20.Lb7: Lb7: 21.Tb7: Dd5) 20…Tf8-e8 21.Ke1-d1 (de koning moet wel van de lijn af)
21…Lg7-f8 22.Da3-a4 Lf8xb4 23.Da4xb4 Lc8-e6

Stelling na 23…Lc8-e6
De loper staat geweldig op e6 en valt aan op beide flanken (pion a2 en na Dd7 ook pion h3). Ook
deze zet had ik niet verwacht, want het laat de b7-pion los, maar ik kan niet slaan: 24.Db7: Pd3:
25.Ld3: Ld5.
24.f2-f4 f7-f5 25.f4xe5 f5xe4 26.d3xe4 Dd8-d7 27.Th1-f1

Stelling na 27.Th1-f1
Tegen Df7 en op zoek naar tegenspel met Tf6, maar dat pakte verkeerd uit. Mijn computer evalueert
de stelling na 27.Lf4! als gelijk (sluit ook de f-lijn en dekt e5). Heb ik helaas niet naar gekeken, en had
ik wel moeten overwegen, maar ik had het gevoel dat mijn stelling sowieso begon in te storten en
was dus eigenlijk wanhopig op zoek naar actieve tegenkansen en niet meer zozeer op zetten om de
stelling bijeen te houden. In de na-analyse gaf Thomas 27.Lh6 als optie met het idee 27…Lh3: 28.Th3:
Dh3: 29.Db7: maar zwart houdt de 7 de rij onder controle met Df7, ofwel na nog een paar schaakzetjes
ofwel meteen na 27.Lh6. Toch was dat misschien beter als actieve optie dan Th1-f1-f6.
27…Le6xh3 28.Tf1-f6 Dd7-g4

Stelling na 28…Dd7-g4
Dit had ik gemist in de vooruitberekening bij 27.Tf1, na Dg4 kan de koning niet naar c1, want Tc8,
Kb1, Dd1 loopt mat, en met een witte koning in het open veld op e1 staat zwart ook gewonnen.
De zet 28.Tf6 was te automatisch gespeeld (toren aangevallen, toren weg; en zoals gepland naar f6)
en ik had in plaats daarvan 28.Dc4 moeten proberen. Een echte computer-zet trouwens, ik weet niet
of ik dat bij langer nadenken wel had gevonden, maar aangezien Tf6 direct verliest, en Dc4 is een
schaakzetje, dus misschien… De dame staat actiever op c4 dan op b4 (zwart moet Df7 in de gaten
houden) en als zwart 28…Le6 speelt staat Tf1 tenminste niet meer aangevallen. Ook na 28.Dc4 blijft
zwart trouwens duidelijk in het voordeel.
29.Kd1-e1 Dg4xe4 30.Ke1-f2 De4-g2 31.Kf2-e1 Dg2-h1 32.Ke1-e2 Te8xe5 33.Ke2-d3 Dh1-b1 34.Kd3-c4
Db1-c2 35.Ld2-c3 b7-b5 0-1 (een mooie en verdiende overwinning van Thomas, die ook in de na-
analyse nog diverse fantastische varianten tevoorschijn toverde die ik helaas niet meer kan
reproduceren).

Keizer ronde

Martin – Thomas

Thomas: Was het thema van de lesavond vorige week schwindelen, het toeval wilde dat ik gisteren ingedeeld werd tegen Martin, die de afgelopen jaren op dit vlak al wat sterke staaltjes heeft laten zien.
Ik was wel vastbesloten voorzover ik zelf niet zou hoeven schwindelen , me in ieder geval niet te laten ” beschwindelen”!
We speelden zoals al vaker de Bremer variant van het Engels, ook bekend als “Reverse Dragon”.
We volgden de theorie tot en met zet 10.

  1. Te1 kon ik niet meer terugvinden, maar de zet ziet er logisch uit. Wit wil zijn koningsloper behouden voor de verdediging zonder een kwaliteit te hoeven offeren.
    De witte stelling lijkt op het eerste gezicht passief maar solide, echter schijn bedriegt.
    Praktisch vanuit het niets kunnen aanvalskansen opdoemen. In de fase tussen zet 10 en 15 speelde ik wellicht wat te scherp.
    Vooral 12.. h5?! was wat optimistisch en maakt de korte rochade onaantrekkelijk.
    En 14. Pb5 is zo,’n typische zet waar de engine niet van onder de indruk is, maar de tegenstander aardig op het verkeerde been te zetten. Zo wilde ik al heel enthousiast de h-pion naar h4 laten doorstomen, toen er ineens allemaal alarmbellen gingen rinkelen. Offers op e5! Gaat dat wel goed voor zwart?
    En 14.. h4 kon objectief wel, maar er volgt 15. Pxe5, fxe5 16. Lxc6, bxc6 17. Pxa7+ met nog steeds een kleine plus voor zwart, maar de positie is behoorlijk tricky geworden.
    Tijdens het invoeren van de partij viel me iets merkwaardigs op. Na 15. d4, e4 gaf een engine gestuurde pijl aan dat wit zijn dame in het verderf moest storten met 16. Dxe4?! wat complete kamikaze lijkt ivm 16.. Lf5 en spoedige opsluiting. Meteen na invoering van de partij ging ik de stelling eens zonder digitale hulo bekijken. Zou ik zelf de oplossing vinden? Ik kwam niet verder dan Pe5 waarna de schade blijft tot stukverlies en eventueel 17. Dxf5?!, Dxf5 18. e4 met twee stukken voor de dame en vage rommelkansen. Overigens liet Martin nog een variant tijdens de analyse zien met een soortgelijk dameoffer in combinatie met een opmars van de d-pion naar d5.
    Allemaal creatieve ideeën, maar de engine komt met een daverende verrassing. Na 16. Dxe4, Lf5 volgt 17. Pd6+!
    en wit redt niet alleen zijn dame , maar bereikt meteen een leuk voordeel (ruim +2)
    Dat zou vorige week een leuk plaatje hebben opgeleverd op het scherm!
    En zo zaten er meer momenten in deze zeer boeiende en spannende partij.
    En gek genoeg, de zet waar ik niet zo gerust op was, 16. Ph4 leidt tot een duidelijk nadeel voor wit , meer dan min drie.
    Het intermezzo met a7-a6 was achteraf niet niet handig want het paard wordt naar een beter veld gejaagd. De tactiek over en weer alsmede de wegtikken de klok maakte het met elke zet bijzonder spannend.
    Om niet alle gras voor Martin zijn voeten weg te maaien.
    Na het ogenschijnlijk logische
    20.. Pb4 miste wit 21. Dxc7+,Dxc7 22. Txc7+, Kxc7 23. Pe6+ gevolgd door Pg5
    met de dubbele dreiging Pf7 en Pxh3. Maar de stelling zat ook vol met dit soort latente dreigingen. In de na analyse kwamen nog allerlei spectaculaire winst pogingen van zwart en winnende wandel koningen van wit op het bord.
    Kortom, een van de lastigste, maar ook inhoudsrijke partijen die ik bij Aris de Heer gespeeld heb!

Ron – Marc, 2 februari 2026

Door Marc: 1.c2-c4 f7-f5 2.d2-d4 Pg8-f6 3.Pb1-c3 d7-d6 4.Pg1-f3 g7-g6 5.e2-e3 Lf8-g7 6.Lf1-e2 0-0 7.0-0 a7-a5
8.Dd1-c2 Pb8-a6 9.a2-a3 Dd8-e8 10.Ta1-b1 e7-e5 11.b2-b4 a5xb4 12.a3xb4 c7-c6

Stelling na 12…c7-c6
Het is nuttig om bij een zet niet alleen te kijken naar wat het voordeel van die zet is, maar ook naar
wat de zet opgeeft (alles heeft voor- en nadelen). Zo geeft c7-c6 het veld b6 op, dus een optie was
de5: de5: Pa4 (maar iets anders kan natuurlijk ook, zo stelde Ron na de partij bijvoorbeeld 13.Te1
voor wat er ook goed uit ziet, de toren op de lijn van de dame maakt ed4: lastiger). Wit speelde Db3,
maar dat geeft het veld e4 op, dus kon ik mijn paard daarheen sturen.

13.Dc2-b3 Pf6-e4 14.Tf1-e1

Stelling na 14.Tf1-e1
Na Te1 komt wit in een vervelende pin over de lange diagonaal. Mijn computer geeft de voorkeur
aan 14.de5: Pc3: 15.Dc3: de5: 16.Lb2 Tf7 met een open strijd om de diagonaal, waarbij de computer
voordeel geeft aan wit.
14…Pe4xc3 15.Db3xc3 e5-e4 16.Pf3-d2 c6-c5 17.b4xc5 d6xc5 18.Lc1-a3 Tf8-f7 19.f2-f4 (gericht tegen
f5-f4 ideeën voor zwart) 19…Lc8-e6 20.Tb1-b5

Stelling na 20.Tb1-b5
Mijn computer geeft 20.Pb3 b6 met gelijk spel. De toren komt met Tb5 de zwarte stelling binnen
(altijd vervelend), verhinderd b6, en houdt misschien een optie open voor alsnog Pb3. Echter, de
toren staat daar ook wat kwetsbaar, waarvan ik probeerde te profiteren met Tc8, dreigt cd4: en
Db5:. Maar dat zag Ron natuurlijk wel. De computer geeft de voorkeur aan 20…cd4: 21.ed4: Pc7 en
als 22.Tb7: dan 22…Dd8 23.Lc5 Pa6 met voordeel voor zwart, maar dat is allemaal vrij ingewikkeld.
20…Ta8-c8 21.Te1-b1 Tc8-c7 22.Pd2-b3 c5xd4 23.Pb3xd4 Tf7-d7

Stelling na 23…Tf7-d7
Ik meen mij te herinneren dat ik Ron hier zachtjes Tb6 in zichzelf hoorde mompelen (was erg sterk
geweest: 24.Tb6 Lf7 25.Ld6), maar gelukkig voor mij koos hij toch voor 24.c5 waarna mijn computer
de stelling na 24…Pb8 weer gelijk vind.
24.c4-c5 Pa6-b8 25.Le2-c4 Le6-f7 26.Dc3-b3 Lg7xd4 27.e3xd4

Stelling na 27.e3xd4
Ik kon 27…Td4: niet goed overzien, dus ik koos voor 27…Pc6. Echter, wat ik had gemist, en gelukkig
voor mij Ron ook, is dat zwart na Ld4: zeer zwak is geworden over de zwarte velden. Na 23…Pc6 had
wit een goede mogelijkheid met 28.d5 Pd4 29.Dc3 Pb5: 30.Lb5: Ld5: 31.Lb2. Uiteraard een
computervariant en niet zo eenvoudig, maar het gaat om het idee, dat wit nu de lange diagonaal kan
innemen.
27…Pb8-c6 28.Lc4xf7 met een remiseaanbod wat ik zonder veel nadenken accepteerde. Mijn
computer geeft een voordeeltje voor zwart, maar ik kon niet goed inschatten wie in de eindstelling
nou beter staat en ik vond het wel prima. Remise is denk ik wel een terechte uitslag van een leuk
partijtje met wisselende kansen, al denk ik dat over het geheel genomen Ron het dichtste bij een
overwinning is geweest…

Frank – Wouter

Door Frank: Wederom rustig opgebouwd. Wouter probeerde op de damevleugel aan te vallen, ik op de koningsvleugel. Ik kreeg voordeel toen Wouter op de 21e zet f3 speelde.

Ik won toen een kwaliteit en een pion. Dat bouwde ik mooi uit totdat ik op zet 37 Dg3 speelde. In een externe partij zou ik dat overigens niet doen en gewoon stukken afgeruild hebben. Ik offerde de kwaliteit terug en gaf ook 2 pionnen terug. Wouter zat al flink minder in zijn tijd dus moest relatief snel beslissingen nemen. Zet 42 Dxa7 vind de engine echt fout, hierdoor krijg ik weer meer voordeel (zie maar eens dat Ta1 beter is op zo’n moment…)

Mede door de tijdnood besluit Wouter begrijpelijkerwijs de dames te ruilen, maar mijn koning staat natuurlijk ook veel sterker dan de zijne. De pion stoomt op tot c2 en ik heb daarna vrij spel omdat de witte stukken moeten voorkomen dat ik promoveer. Na 54 Kf4 gelooft Wouter het terecht wel en geeft op.

Ivantsjoek

 Af en toe schreef ik voor uw website artikeltjes over  grote schakers. Maar die waren dan al sinds kort of al langer dood. Maar de laatste tijd ging het wel eens over nog levende exemplaren. Waarom eigenlijk? Geen schakers meer over van de oude garde waar ik zelf mooie herinneringen aan heb? Of omdat ik geen tijd meer heb om te wachten tot weer iemand het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld? (Tja, dikke kans dat ik zelf die afslag dan intussen heb genomen!)

Ik zag bij New in Chess een voordelig ‘ebook van de maand’, en bezweek. Het ging over een schaker die ik zeer bewonder: Vladimir Ivantstsjoek. Sorry. Deze Oekraïner heeft kortgeleden zijn voornaam veranderd. Hij heet tegenwoordig Vasyl Ivantsjoek. We hoeven u vast niet uit te leggen wat daar de reden van is.

Ik heb lekker in dat boek zitten grutten. Ik heb daar nu weer wat meer tijd voor. Ik hoef u vast niet uit te leggen wat daar de oorzaak van is. Het leek me wel een leuk ideetje om wat zaken die ik daar en elders tegenkwam met u te delen.

Toen ik vorige maand eens opzocht wie er dit jaar aan het Tatatoernooi gingen deelnemen, zag ik tot mijn verbijstering dat Ivantsjoek (geb. 1969) niet was ingedeeld bij de Masters, maar bij de Challengers! En dat zijn elorating de laatste jaren behoorlijk was gedaald (2610) Was hij ziek geweest? Te oud inmiddels? Nu 57 lentes jong. .Dat zou kunnen. Zijn mooiste successen dateren van rond 2008.  Zijn elo  was toen tegen de 2800. Tweede op de Elo-lijst na Kasparov. Ivantsjoek is een van de zeer weinigen die kans zagen ooit te winnen van de wereldkampioenen Kasparov, èn Karpov èn Anand.

Ivantsjoek stond erom bekend dat hij soms ineens minder sterk schaakte. Hij heeft ontelbaar veel zware toernooien gewonnen. Ook Wijk aan Zee. Het indrukwekkendst was de eerste plaats in Linaris, 1991. Hij werd eerste voor Kasparov en Karpov. Maar soms eindigde hij ergens onderaan. Hij spreekt in interviews over ‘moods’ , stemmingen. Kort voor een belangrijk toernooi kan hij ineens alle interesse verliezen. Ik herinner me een toernooi in Hoogeveen- waar Ivantsjoek ook wel eens meedeed-, waar de toernooileiding in paniek raakte. Ivantsjoek kwam maar niet opdagen. Waar zat hij toch?  Zijn klok tikte maar door. Ze zijn hem gaan zoeken. Ze vonden hem. Hij zat in een park in het gras , geleund tegen een boom, een boek te lezen. Hele toernooi vergeten.

Van Kasparov is de uitspraak : ‘Ivantsjoek schaakt vaak als een gewone  grootmeester maar soms … ja dan schaakt hij als Ivantsjoek! ‘

Ik ging toen ik nog jonger en vitaler was altijd naar het Hoogoventoernooi, later het Tatatoernooi. Vooral om plaatjes schieten. Portretten van belangrijke spelers. Dus ook van Ivantsjoek. En dat was altijd raak. Niet omdat hij zo knap was, maar om die geconcentreerde blik, dat uitstralen van dat helemaal weg zijn uit de gewone wereld.

Op het moment dat ik dit schrijf is de 11e ronde gespeeld van Tata. Na een moeizaam begin is Ivantsjoek kennelijk uit zijn ‘black mood’ -zo noemt hij dat- geraakt, want hij won ineens veel, en staat nu 2e bij de challengers. Nog 2 ronden te gaan. Hij kan nog 1e worden. Ik hoop het. Want dan zit hij -deo volente- volgend jaar gewoon weer bij Masters. Daar hoort hij toch!?

Hij staat bekend om zijn formidabele openingenkennis. Hij speelt alles! En dat hij het gevaarlijkst is in slechts een fractie betere stelling. Maar evenzeer om zijn soms gewaagde prachtige combinaties.

Hieronder wat voorbeelden.

Op zijn 17e werd hij Europees jeugdkampioen. Een partij uit die tijd:

1985  Vassili Ivantsjoek ( 16 jaar)  

Uit zijn toptijd: 

Linares 1991     Ivanchuk – Gelfand 

Ivanchoek -Aronian

Max Warmerdan (elo 2500) was schaakkampioen vanNederland in 2021 en in 2025. Aanschouw hoe hij hier door Ivantsjoek werd ingeblikt.

Warmerdam – Ivansjoek 2026

Ik verschafte. U maar een heel smal kijkje op het boek

‘Vasili Ivantsjoek, 100 selected Games’,

uitgane  New in chess.

Aanbevolen.

Ivantsjoek . Voor mij een mooi fotomodel, een interessante en leerzame schaker en een aardig mens. Hoe ik dat weet? In dit boek las ik zijn innemende antwoord toen een interviewer hem vroeg waarom hij juist in Linares zo ongelofelijk sterk gespeeld had. Hij zei dat zijn vrouw – een sterke schaskster – hem toen zo verschrikkelijk goed geholpen had bij de voorbereiding van zijn partijen, en verder door wat mazzel. Iemand die zo zijn fantastische succes verklaart moet wel een aardig mens zijn.