Alsnog de commentaren van de schakers zelf:
Thomas:
Het zou een zware avond worden, had ik het vermoeden gisteren. Coen Stoop is nogal van de openings-verrassingen en enkele maanden geleden speelde ik in een toernooi te Hillegom tegen hem. In deze partij zette hij me met een scherp pionoffer op de koningsvleugel onder druk en vreesde ik in no time ” ge h-lijnd ” te worden en kon ik nog in een eindspel met ongelijke lopers vluchten, dat uiteindelijk verloren ging.
Gelukkig kon ik deze keer in de openingsfase stand houden .
Tot ongeveer zet 9 was het theorie.

Coen Stoop – Thomas Broek (9.Pxc6)
Het oorspronkelijk geplande 9. Dxc6 blijkt na 10. exd5, exd5 een pion te kosten, maar bij de nabespreking met o.a Ron erbij waren we het erover eens dat zwart wellicht dankzij zijn loperpaar voldoende tegenspel behoudt.
(Vanwege 11. Df3 kost de besproken variant een pion. Op 11. Le6 volgt 12. f5)
Er volgde een afwikkeling waar ik na voltooiing een ontevreden gevoel aan over hield. Het bezit van het loperpaar is wel mooi, maar de zwarte pionnen structuur oogt minder solide dan de witte.

Coen Stoop – Thomas Broek (18.Pb2)
Vooral het positionele 18.Pb2 vond ik lastig en waarschijnlijk geeft mijn 18.. c3 de spanning in de stelling wat snel op . Dynamischer was 18.. Lb7 wat de engine ook iets hoger inschat al zijn het geen spectaculaire verschillen. Zwart staat soms een tikje beter en soms wit, meestal ligt de waardering rond de nullijn.
Maar saai, die indruk had ik tijdens de partij zeker niet!
Na 19. Pc4 was 19..Lb7 iets minder nauwkeurig. Ik speelde met de gedachte om na eventueel e5 en Pd6 de kwaliteit te offeren, maar dat moet natuurlijk alleen in combinatie met behoud van pion d4. Direct 19. Td8 is daarom een beter plan om op bijvoorbeeld 20. e5 te vervolgen met 20. Td5 en de toren is goed gepositioneerd voor het kwaliteitsoffer .

Coen Stoop – Thomas Broek (21.Tac1)
Na 21. Tac1 dacht ik gek genoeg in problemen te zijn, maar de positie is nog steeds ongeveer gelijk. Ik besloot (eigenlijk voorbarig) af te wikkelen naar een dubbeltoren eindspel . Ik kon ook dreigen twee torens op de tweede rij te krijgen en na de afwikkeling naar het enkel toreneindspel was de muziek er uit.

Coen Stoop – Thomas Broek (28.Ta4) (1)
Na de partij kon ik nog genieten van de spannende partij van Marc, die eerst prettig leek te staan, maar zijn taaie tegenstander wist op zijn beurt later Marc onder druk te zetten.
Het boeiende pionneneindspel was een ware “rollercoaster” met uiteindelijk Marc op tempo de winnaar. Hoewel de einduitslag anders doet vermoeden, was dit een zwaar bevochten overwinning en een mooie opsteker aan het begin van het seizoen!
Met de laatste opmerking bedoel ik de team uitslag
Ron:
Zelden kwam ik zo goed uit de opening. Hij werd duidelijk verrast door 7…, Tb8!

Schaakmat – Ron (7…Tb8)
Hij heeft daar een half uur nagedacht. Hij zag dat ik na 8. Lc4 op b2 dan zou kunnen slaan. Toch is dit relatief dan nog beste. Nu kwam hij feitelijk verloren te staan. Alleen slaag ik er niet in om dat te verzilveren.

Schaakmat – Ron (12.Ld3) (1)
I.p.v. 12…, d6 kan ik beter 12…, d5! spelen, veel meer mijn stijl. Als hij die slaat, dan f5 en in de na-analyse lukte het hem steeds niet om dit te verdedigen. Heel subtiel was ook echter 12…, Dh6! geweest. Dit verhindert dan Te1 en wit moet zijn koningsvleugel verzwakken om manoeuvreerruimte te krijgen.
Met 13…., h5 wat niet fout is, hink ik op 2 gedachten. Dan kan ik beter gelijk f5 spelen, als ik dan vervolgens maar niet de dames laat ruilen, want dan is mijn meeste voordeel gelijk weg.

Schaakmat – Ron (13…h5) (1)
Ik had na h5 consequent moeten blijven, met Lh4+ vervolgens verzwakking g3 uitlokken en dan Lg5 spelen. Dan blijft er een heel sterke witte aanval. Toen ik toch f5 deed, had ik met de toren moeten terugnemen en niet dame. In de slotstelling sta ik nog steeds ietsje beter, maar niet voldoende voor winst.

Ik zag Thomas trouwens onze voorbereide variant spelen. Prima.
Hugo zag ik heel fraai en consequent winnen. Koen bereikte echt niets tegen het Frans. In het potremise eindspel maakte hij het zich nog onnodig moeilijk door passief met zijn koning te blijven.
Martin verzuimde om tegen de London d5 te spelen, waar zijn tegenstander heel fraai van profiteerde. Maar op miraculeuze wijze wist Martin zich vervolgens toch te redden en daarna heel goed uit te spelen.
Ook Marc stond eerst heel goed, hij kwam echter in de problemen. Maar ook hier: zijn tegenstander vergaloppeerde zich in het eindspel, zodat hij alsnog won.
Martin:
Tot mijn verbazing in de analyse zie ik dat Pd6 een blunder is.

Maarten Greve – Martin (10.Pd6)
Alhoewel de dame in de penning zetten op het paard en de loper is niet bepaald intiutief. In combinatie dat de loper op B7 in stond.
Ik vond zelf Te7 de cruciale zet, dit lokte een aanval uit terwijl ik nog niet zo slecht stond op dat moment.

Maarten Greve – Martin (19…Te7)
Hij ging ervoor met Dg5 en die kon ik met f6 goed counteren.
Daarna moet ik het zorgvuldig spelen, ik had niet door dat ik al zover voorstond in de stelling.
Met de tijdsdruk blijft het belangrijk om het toch goed te doen.
Erg blij met deze overwinning!
Marc:
Marc – Schaakmat, 22 september 2025
Een aantal momenten uit de partij:
1.

Stelling na 17.Le3-h6
Ik probeer mij aan te wennen om niet alleen bij de zet van mijn tegenstander te kijken naar wat het voor- en nadeel van die zet is, maar om dat ook (beter) te doen bij mijn eigen zetten. Daar zit nog wel een verbeter-puntje. Dit is een aardig voorbeeld. De laatste zet van zwart was 16…Pcd8, waarschijnlijk met als plan c6. Het idee van 17.Lh6 was om het veld e3 vrij te maken zodat ik 17…c6 zou kunnen beantwoorden met 18.Lg7: Kg7: 19.Pe3 met wat voordeel voor wit. Het wegspelen van Le3 verliest echter ook de extra controle over het veld f2, waar mijn tegenstander gebruik van maakte met 17…a5 (had ik dus niet overwogen), met het idee dat 18.a3 dan niet kan vanwege 18…ab4: 19.ab4: Ta1: 20.Ta1: Tf2:. Interessant is trouwens dat mijn computer vindt dat wit de f2-pion rustig kan geven in ruil voor activiteit, maar dat is een ander punt (dat had ik na 17…a5 dan weer wel overwogen, maar verkeerd ingeschat; is echter ook wel moeilijk te beoordelen denk ik).
2.

Stelling na 22…Dd7-f7
Met 23.f5 had wit voordeel kunnen houden, maar hier begin ik de draad kwijt te raken. Na 23.fe5: Dd5: 24.Tf8: Kf8: speelde ik ook nog eens 25.ed5: met na 25…Te5: grote problemen over de e-lijn.
3.

Stelling na 26.Tc1-f1
Ok, het vereist wat rekenwerk, en het is moeilijk te zien tijdens een partij, maar de computer geeft aan dat het verschil tussen 26…Ke8 (wat mijn tegenstander speelde) en 26…Kg8 (beter) is dat na 27.Tf3 Pd3 28.Ld2 Te2: 29.Td3: Pc5 wit na Ke8 de zet Te3 heeft en na Kg8 niet.
4.

Stelling na 27…Pc5-d3
Zwart had hier 27…Te4 (gericht tegen de witte pion op c4) moeten spelen, maar het gespeelde 27…Pd3 vond ik al lastig genoeg. Er dreigt namelijk Pe1, dus ik speelde 28.g4 Pe1 29.Tg3, maar beter was dus 28.Ld2.
5.

Marc – Schaakmat (31.Lxg7)
Zwart had hier toe kunnen slaan met 31…Pe3 (dreigt Pf1 en Pc4:) 32.Kg1 Pc5 (niet meteen 32…Pc4 33.Tc3), in plaats van het gespeelde 31…Pe1 32.Ld4
6.

Stelling na 32.Lg7-d4
Zwart speelde hier 32…Tg2: 33.Tg2: Pg2: 34.Kg2: wat ik tijdens de partij niet begreep en waar ik wel blij mee was. Het kan zijn dat mijn tegenstander na 32…Tg2: 33.Tg2: pas zag dat 33…Pf3 niet gaat wegens 34.Kg3 Pd4: 35.Td2 (vangt het paard), maar ik vermoed dat hij met 32…Tg2: al zat te broeden op een pionwinst met a5-a4 en Pb7-a5xc4 (wat ook gebeurde in de partij).
7.

Stelling na 39…Pb7-c5
Altijd moeilijk te beoordelen (vooral met voor beide partijen nog maar erg weinig tijd), overgaan in een pioneindspel met Lc5: en de pion pakken op a4, of met Le3 de loper op het bord houden. Ik koos voor Lc5:, maar mijn computer adviseert Le3. Objectief gezien heeft de computer natuurlijk gelijk (zwart staat uiteraard beter, maar ik denk dat wit wel wat remise kansen heeft), maar praktisch zijn pionneneindspelletjes altijd lastig (kan men zomaar winnen of verliezen), vooral in wederzijdse tijdnood (die 10 seconden extra is leuk, maar heb je naar mijn mening niet echt heel veel aan).
8.

Stelling na 43.Kb3-c4
Zwart speelde hier 43…Ke5, maar dat gaf mij de kans om 44.g5 te spelen. Dat is belangrijk, want het geeft wit een reserve-tempo (h3-h4 als extra wacht zet als nodig). Na 43…g5 had zwart dit extra tempo gehad, en dat was genoeg geweest voor de overwinning: 44.a3 Ke5 45.a4 Kd6 (als wit a4-a5 kan spelen moet de zwarte koning op d6 staan) of 44.a4 h6 (de extra tempo beslist).
9.

Stelling na 53.Ka5-a6
Na 53…Kd6 is de stelling gelijk, maar na het gespeelde 53…Kb4 wint wit. Er volgde nog 54.Kb7 Kb5: 55.Kc7: Kc5 56.Kd7 Kd5 57.Ke7 Ke5 58.Kf7 Kf5 59.Kg7 Kg4 60.Kh7: Kh5 61.Kg7 1-0.
Een ongelukkig slot voor mijn tegenstander die eigenlijk wel meer had verdiend dan een nederlaag, maar zo gaat dat soms en het was in ieder geval een mooie strijd tot aan de laatste pionnetjes.












































