Categorie archieven: In memoriam

Jan Timman +

Alweer een voor mij belangrijk persoon die er ineens mee klaar is. En onverwacht, want echt nog wat te vroeg. 74 jaar.

Als gebruikelijk wil ik wel een in memoriam schrijven. Maar als ik me eerst in het boek ga verdiepen dat John Kuipers over hem schreef ‘ De geest van het spel ‘  gaat het te lang duren. Ik twijfelde. Maar Thomas trok me over de streep. Toen ik hem deelgenoot maakte van mijn twijfels zond hij me een partij van hem tegen Timman, met wat tekst. Ik besloot toen wat eigen persoonlijke herinneringen te noteren, aardige herinneringen, plus het aandeel van Thomas, plus een opgezochte partij die ik me nog kan herinneren. Altijd kan ik dan later in een vervolg  u nog wat serieuzere informatie doen toekomen.

Jan Hendrik Timman,1951-2026. Te vroeg. Enige troost: hij heeft geleefd zoals hij wilde leven. In de informatie over hem kwam ik de term bohémien tegen.

Zijn ouders waren beiden wiskundigen -zijn vader zelfs hoogleraar- en die hadden graag gezien dat hij na de Middelbare School een universitaire studie ging voltooien. Maar Timman was al een enthousiaste beoefenaar van de schaaksport geworden en had andere plannen. Hij was al op zijn 14e  juniorenschaakkampioen van Nederland ( tot 20 jaar!!! ) geworden en op zijn 15e werd hij 3e bij het wereldkampioenschap junioren.

(Even terzijde: Ik bezocht toen ik zelf begin 30 was  een schaaktoernooi in Amsterdam. Daar kwam deelnemer Rob Hartoch op me af. Ik kende hem goed want toen hij 15 was gaf ik hem grammaticales op mijn zolderkamer bij mijn ouders. Hij had het nodig omdat hij veel te slim was voor zijn toenmalige schoolniveau. Hij moest alsnog naar de HBS, Hij zou daar getest worden. Ik werd benaderd of ik hem les kon geven. Het kon niet betaald worden want zijn ouders hadden het niet breed. Ik vond het best. Dan moest hij mij na de taalles maar schaakles geven. Hij speelde toen al in het eerste van het Vas.)

Rob heeft me zijn hele verdere leven altijd vriendelijk benaderd. ‘Dag Rob, het gaat niet zo geweldig hè?’ ‘Ja wat dacht U. Ik zit hier tegen de top van de wereld te schaken. ‘ ‘ Rob, vertel eens. Er loopt hier ook een jonge knul rond met mooi heel lang golvend haar. Wie is dat? ‘ ‘ Weet u dat niet? Dat is Jan Timman , een heel jonge, heel  sterke schaker!’

Dat was mijn eerste kennismaking met het fenomeen JanTimman.

Daarna ben ik zijn resultaten altijd blijven volgen . Hij klom snel naar de wereldtop. Hij werd een fulltime professional en speelde in verschrikkelijk veel toernooien en won er veel. Het hoogtepunt van zijn carrière kwam in de tachtiger jaren. Twee keer speelde hij zich via zonetoernooi, interzonetoernooi, kandidatentoernooi naar een match om het wereldkampioenschap, met Anatoli Karpov. Beide keren verloor hij, maar eervol. Hij won partijen en stond ook vaak beter, maar dan ontsnapte Karpov. Dat ontlokte Timman commentaar : ‘Hoeveel levens heeft die kat?’

Hij stond lang 2e op de wereldranglijst. In die tijd van de totale superioriteit van het Russische schaak kreeg hij de kwalificatie ‘Best of the West’  en ‘Best of the Rest’.

We speelden zijn partijen na, voor zover je daar aan kon komen, in een tijd zonder digitale mogelijkheden. Je vond ze in de krant, en in je schaaktijdschrift.

Na zijn 45e bereikte hij de absolute wereldtop niet meer, maar bleef wel toernooien winnen of werd er 2e.

Na zijn 55e  kom je hem minder tegen op het hoogste niveau, Hij schaakte nog wel voor sc Wageningen en voor een Duitse club.

Maar hij bleef actief voor de schaaksport. Schrijft heel veel boeken en componeert schaakproblemen. Hij is vooral een expert op het gebied van het eindspel. Ik moet zeggen dat  vooral die boeken mijn  belangstelling een beetje verloren want ik begreep er te weinig van. Timman had de neiging zijn analyses zo diepgaand te laten worden dat gewone clubschakertjes hem niet meer konden volgen.

Hij stopte met zelf serieuze partijen spelen in 2025. Het werd hem te vermoeiend.

Met behulp van een chessbase heb ik gezocht naar partijen waar ik me het resultaat van herinnerde en die worden aangemerkt als tot zijn beste behorend.

Deze bijvoorbeeld:

JH Timman- Gary Kasparov 1985

‘Puur ter naspelen: mijn enige (simultaan) remise tegen Timman. Ik had jaren daarvoor een rapid partij verloren en eerder in 2012 een andere simultaan partij verloren 

Ik heb geen ondertekend notatie formulier, wel nog een trofee die door een handige meneer vervaardigd is’

Jan Timman is gestorven. Ik heb het als een schok ervaren. Na Max Euwe de sterkste Nederlandse schaker ooit. Voor velen een boegbeeld, een leermeester.

Nogmaals: hij leefde zoals hij wilde leven. Wonderbaarlijk dat hij ondanks zijn leefstijl toch zo hoog de ladder van Caïsa kon beklimmen. Op latere leeftijd werd hem wel aan te zien dat hij een bohémien was.

Ik herinner me een uitspraak van zijn vrouw toen hij vertelde dat  hij ’s middags op een podium tegen Hans Ree moest spelen. ‘ Het is te hopen dat jullie daar dan niet samen doorheen zakken.’

Het was zijn eigen keuze. Ik voel wel jaloezie als ik lees hoe hij heeft rondgereisd, heeft genoten, veel goede intelligente vrienden had (Ondermeer : Donner, Mulisch, Andersen), veel wist, een kenner was van Dostojevski en daar lezingen over gaf, een kenner van het werk van Mulisch en daar over schreef, en zo veel boeken over schaken schreef, belangrijk was voor uitgever New in chess, enz. , enz.

Kortom: een wat te kort, maar zeer belangrijk leven. We zullen hem ook als schakers heel erg missen.

Spasski +

Ex-wereldkampioen Boris Spasski is overleden. Algemeen bekend na zijn verloren tweekamp met Robert Fischer in 1972. Zijn gezondheid was al een poos een reden voor zorg,. Ik schreef een artikel over hem op de site op 24 juli 2024. Alweer een voor mij belangrijk persoon uit ons tranendal vertrokken. Hij was 88 jaar.

Paul Kuijer (1957-2025)

Weer een voor mij onthutsend bericht.

Toen ik na mijn studie en verhuizing eindelijk weer kon gaan schaken, nu bij Aris de Heer, een vrij grote schaakvereniging in Middenbeemster, trof ik daar behalve veel al tamelijk bejaarde vrij sterk schakende agrariërs, ook jong talent. Mij viel vooral op ene Paul Kuijer. Hij werd voor mij al snel een steeds opnieuw te passeren hindernis op weg naar ooit een clubkampioenschap.

Ik heb veel mooie herinneringen aan Paul Kuijer.  Ik bewonderde hem. Een jongeman die zoiets ongelofelijk moeilijks als natuurkunde ging studeren.  En toen hij afgestudeerd was universitair docent werd en daarna bij voor gewone mensen zoiets onbegrijpelijks als een deeltjesversneller in Zwitserland ging werken.

Geen wonder dat zo iemand al jong behoorlijk sterk kan schaken. En hij was nog aardig ook. Vriendelijk, opgewekt, niet zonder humor.

En we hebben heel vaak samen achter het bord gezeten.

Ik vond in mijn archieven dat we 29 (negenentwintig!) partijen hebben gespeeld. Hij won er 3  en hield me 11x op remise. De oudste partij van ons dateert uit 1973. Toen was hij dus 16 lentes jong! Ik was veel ouder en had toen meer ervaring en kennis. Dus in het begin won ik meestal, maar moest daar toch toen al erg mijn best voor doen!

Mijn eerste nederlaag was in 1975, toen hij een blunder van me genadeloos afstrafte.

19. Td7 Dxd7 20. Dh4! h5 en wit geeft op

En mij viel nu op dat het aantal remises sterk toenam na 1980. Onze 5 laatste partijen eindigden alle in remise. Na 82 vind ik geen partijen meer. Hij zal toen gekozen hebben voor zijn studie. Als hij bij ons had kunnen  blijven schaken was hij ongetwijfeld kampioen geworden.

Toen hij bij Aris de Heer weg was ervoer ik dat als een gemis. En nu weer. Weer iemand die te jong  de wereld heeft verlaten. Hij was nog maar kort met pensioen.

Ik vond op internet nu al necrologieën. Kennelijk zijn er veel belangrijke mensen die zijn overlijden ook als een groot gemis ervaren.

Ik wens de familie veel sterkte bij het verwerken van voor hen alweer een afscheid voor altijd.

Alweer een ‘in memoriam’

Averbach + mei 2022

Die Russische mannen-namen vind je meestal in vele gedaanten terug. Awerbach, Averbakh, Averbach. Omdat het Russische schrift en het Russisch nu eenmaal voor zeer weinigen van ons duidelijke taal opleveren. En dat is er vandaag de dag niet begrijpelijker op geworden. (Wie de uitspraken van de gevaarlijke gek P. cum suis nog begrijpt moet wel een genie zijn.)  Maar hoe dan ook,  Averbach vinden we nu zeker niet meer in het echt terug. Want supergrootmeester Averbach overleed op 7 mei, op de aanvallige leeftijd van 100 jaren.

Toen ik dat kort geleden las bij Gert Ligterink in de Volkskrant duurde het even voor het kwartje viel. Bij de andere schakers waar ik in het verleden over schreef zag ik iemand voor me. Talj, Bronstein, Shirov, Fischer, Kortsnoi, Carlsen, Polgar, Seirawan, enz. , heb ik allemaal zien spelen, levensecht, in het wild . Maar Averbach? Ik weet na enig nadenken nu wel waarom niet. Averbach speelde in veel toernooien,maar bijna nooit in Nederland (ik vond alleen Hoogovens 1963). En toch. Averbach? Averbach? Waar deed me  dat toch aan denken? Ik weet na nog wat meer nadenken waaraan dan wel. Averbach was een groot eindspelkenner. Gert Ligterink schrijft dat hij, als hij in zijn glorietijd aan een toernooi ging deelnemen, altijd de  eindspelboeken van Averbach in zijn koffer stopte. Want toen werden nog niet beëindigde partijen laat op de avond afgebroken en later uitgespeeld. En bij het analysewerk, vaak nachtwerk, was Averbach een onmisbare steun en toeverlaat.

Averbach was zelfs van mening dat een beginner het beste eerst het eindspel kon bestuderen. Daar leert men het snelste de waarde en de mogelijkheden van de schaakstukken. Nu weet elke amateur wel dat echte eindspelstudie haast onbegonnen werk is. Alleen weggelegd voor professionals, en dan nog alleen voor de allergrootsten. Er zijn talloze voorbeelden van grootmeesters die hun partijen in het eindspel verprutsten. Toren-eindspelen, pionnen-eindspelen, dame-eindspelen,  lichte stukken-eindspelen, enz. enz. Aan elk onderwerp zijn dikke boeken gewijd. Vaak moeilijk, leveren vaak geen duidelijke, gemakkelijk te onthouden regels op, vaak saai. Er staan in mijn boekenkast een stuk of 10 boeken over het eindspel. Vrijwel ongelezen. Stelde ik vast toen ik ze er nu eens uithaalde. Behalve één juweeltje van ……  jawel …. Averbach: “Wat iedere schaker van  het eindspel moet weten” . (Uitgave Ten Have, 1963) Daarin bleek ik op elke bladzijde strepen te hebben gezet onder wat ik zou willen onthouden. En met ballpoint , want ik ben een boeken- barbaar, ik houd van boeken, maar zie ze als gebruiksvoorwerp en niet als kunstvoorwerp.  De eerste vier bladzijden zijn nog maagdelijk. Wat daar staat, wist ik in 1963 wel al . Matzetten met K+D tegen K. Dat type van soort. Daarna heel veel gestreep.  

IMG_1550WEB

Het strepen begon bij ‘matzetten met L+P tegen KA’. Als al dat knoeien in de marge niet genoeg is om de waarde te bewijzen, mijn exemplaar heeft geen omslag meer. Het is letterlijk stukgelezen.

IMG_1540WEB

Ik heb voor een prikkie een andere besteld bij het onvolprezen schaakantiquariaat Schaakboek.nl , om er voor u een fatsoenlijke foto van te kunnen  maken. (Misschien een ideetje om het daarna als prijsje uit te loven voor de eerste goede reactie op een komende  hersenfitness?)

Averbach was drie keer kampioen van de USSR. Daar moest je veel Russische supergrootmeesters voor achter je laten. Het stond in die tijd minstens zo in aanzien als een wereldkampioenschap. Hij won  veel toernooien. Was vaak ver op de weg naar het wereldkampioenschap, maar werd het nooit. Zijn verklaring was : er zijn zes soorten schakers.  Er zijn ‘punchers’ die hun tegenstander willen vernietigen. Bijv Kasparov, Carlsen, Fischer. Er zijn ‘vechters’ zoals Bronstein , Smyslov er zijn ‘kunstenaars’ zoals Talj. Zo geeft hij voorbeelden van alle zes groepen. Maar hij deelt zichzelf in bij de ‘onderzoekers’. Hij beschouwt het schaken als een wetenschap waarvan hij de waarheid wil achterhalen. Meer dan als een spel om te winnen.  Daarom werd hij nooit wereldkampioen, betoogt hij. Hij stopte als wedstrijdprofessional al toen hij 40 was. Maar hij bleef actief in de schakerij : als journalist , als presentator van een TV-programma, als schaakdocent, als arbiter bij belangrijke matches ( bijv. Karpov-Kasparov) , als secondant  van schaakgroten der aarde, van bijv. Kasparov. Hij was ook bekend als openingenspecialist van het KoningsIndisch. Ik herinner me nu ineens weer dat een variant voor wit, waar ik me ooit eens flink in verdiepte, de Averbach-variant heet. Met uitstel van Pf3, en 5. Le2 en 6. Lg5. Over een partij daarmee van hem tegen Fischer bestaat een grappige anecdote:

Averbach -Fischer, 1958.  Fischer is 15 jaar. Averbach 36 jaar.

Rond zet 20 zitten beide spelers al in tijdnood. In een onduidelijke, kritische  en moeilijke stelling. Fischer biedt remise aan. Hij werd dat jaar al (toen de jongste?) grootmeester. En het was niet zijn gewoonte om in zulke stellingen remise aan te bieden. Iemand vroeg hem waarom hij remise aanbood. Hij antwoordde : ‘Omdat ik liever niet van een grootmeester ga verliezen.’  Daarna vroegen ze Averbach waarom hij remise had geaccepteerd. Die antwoordde  : ‘Omdat ik liever niet van een jongetje ga verliezen.’

Averbach was ook een beroemd compositie-vervaardiger.  Ik herken wel wat in die beroemdheid. Alles op veel bescheidener schaal natuurlijk. Ik denk dat ik ook altijd meer een onderzoeker was, en dat het winnen of verliezen me steeds minder begon te interesseren. Wel het achterhalen van de waarheid  in een schaakpartij, later gesteund door een computer. Nog steeds proberen ervan te leren, hoewel ik dat nergens meer voor nodig heb. Maar die ‘schaakcomposities’ daar heb ik niet veel mee. Vaak gaat het om stellingen die in een echte schaakpartij niet of zelden voorkomen.  Iets met 6 lopers. Of 5 torens. Daar kan ik niets nuttigs van leren.

Hij schreef een enorm aantal schaakboeken. De meeste over het eindspel. Maar ook een algemeen zeer gewaardeerd boek over de geschiedenis van het schaakspel.

En zijn boekje ‘Wat iedere schaker moet weten van het eindspel’ is prachtig. 117 bladzijden. Vijf hoofdstukken: 1.Matvoering van de Koning Alleen. 2.De verschillende stukken in de strijd met elkaar 3.Verschillende stukken in de strijd met een pion 4.De promotie van een pion 5.Praktische eindspelen.

Om u even te laten proeven de 2 laatste voorbeelden uit hoofdstuk 5 :

  1.  Mocht u geneigd zijn een eindspel op te geven als u 4 pionnen achter staat.

In  het volgende voorbeeld heeft zwart niet meer dan remise na 1. a6 ! En Prof MrDr K. en Prof .Ir S. zijn het er helemaal mee eens. Hieronder de hoofdvariant.

2. En het volgende diagram lijkt me ook geschikt voor Hersenfitness 54.

Wit speelt na 1. … Df1+ 2. Kg4 met de bedoeling de witte koning aan dame-schaakjes te laten ontsnappen en op winst te spelen middels zijn vrijpion op c5. Kan zwart daar iets tegen doen?

Zie de oplossing t.z.t bij Hersenfitness 54

IMG_1550WEB

In memoriam

Joop Kuijer

Volgens mij was het een jaar of tien  geleden dat hij ineens met zijn  zoon meekwam.  Ik herinner me dat hij toen tegen mij zei dat hij vond dat het toch echt niet kon zijn dat zo’n oude club eenvoudig ging doodbloeden. Dat proces was inderdaad toen begonnen. Iedere keer weer een toer om een team voor de externe bij elkaar te krijgen. Hij zei dat hij er zelf niks van kon, van schaken, maar dat er dan tenminste weer een lid bij was. En hij was ook zo vriendelijk om  indien nodig gewoon aan het achtste bord  plaats te nemen om zo de schande van een reglementaire nul te voorkomen.

Altijd opgewekt! Altijd tijd voor een praatje. Hij vertelde mij -toen hij 85 was of zoiets – dat de mij van vroeger welbekende zoon Paul gepensioneerd was, een huis in Nederland gekocht had  en uit Genève terug zou keren naar Nederland en dat zijn vader nu even de keuken daar  voor hem aan het verbouwen was.  Ik opperde bezorgd dat hij wel een beetje moest uitkijken met zijn hartproblemen, en dat dat op zijn leeftijd wel heel aardig van hem was, maar toch iedere  keer een eind rijden, en wellicht toch te zwaar werk. Dat was hij niet met me eens. Nee , ik voel me best en ik doe het allemaal heel kalm aan, en ik vind zulk werk nu eenmaal leuk. Ik heb mijn hele leven met mijn handen gewerkt! Dan heb ik wat te doen. Ik weet nog dat ik een beetje verbijsterd was.

Een hobby van hem was biljarten. Lang trof ik hem bijna iedere week in ‘De Kloek’ Hij stond daar in de horecaruimte  biljartles te geven. Dat heeft hij heel lang volgehouden, ook toen hij zelf fysieke klachten had aan zijn handen. Hij ging gewoon door. Volgens mij altijd. Hartproblemen? Oogproblemen?  Doorgaan!  Ik zag hem bezig als ik op weg was naar de fitnesszaal, en ging dan even naar hem toe om een praatje te maken. Daar nam hij dan altijd even de tijd voor. De laatste tijd miste ik hem daar. Ik vond dat geen goed teken.

En nu is hij er niet meer. Een mooie leeftijd, 91 jaar. Opgenomen in de wegtrekkende lange stoet van mensen die ik bewonderde. Om zijn altijd aanwezige vriendelijkheid, zijn doorzettingsvermogen, zijn hulpvaardigheid, zijn optimisme, zijn gelijkmatigheid. Een mooi mens.

Gezien de foto uit 2012 die ik van hem heb met een aanminnige kleindochter, was hij ook een gewaardeerde opa !

Alweer iemand om te missen.

We wensen de familie veel sterkte toe.

Eddy Saraber