Jan Timman +

Alweer een voor mij belangrijk persoon die er ineens mee klaar is. En onverwacht, want echt nog wat te vroeg. 74 jaar.

Als gebruikelijk wil ik wel een in memoriam schrijven. Maar als ik me eerst in het boek ga verdiepen dat John Kuipers over hem schreef ‘ De geest van het spel ‘  gaat het te lang duren. Ik twijfelde. Maar Thomas trok me over de streep. Toen ik hem deelgenoot maakte van mijn twijfels zond hij me een partij van hem tegen Timman, met wat tekst. Ik besloot toen wat eigen persoonlijke herinneringen te noteren, aardige herinneringen, plus het aandeel van Thomas, plus een opgezochte partij die ik me nog kan herinneren. Altijd kan ik dan later in een vervolg  u nog wat serieuzere informatie doen toekomen.

Jan Hendrik Timman,1951-2026. Te vroeg. Enige troost: hij heeft geleefd zoals hij wilde leven. In de informatie over hem kwam ik de term bohémien tegen.

Zijn ouders waren beiden wiskundigen -zijn vader zelfs hoogleraar- en die hadden graag gezien dat hij na de Middelbare School een universitaire studie ging voltooien. Maar Timman was al een enthousiaste beoefenaar van de schaaksport geworden en had andere plannen. Hij was al op zijn 14e  juniorenschaakkampioen van Nederland ( tot 20 jaar!!! ) geworden en op zijn 15e werd hij 3e bij het wereldkampioenschap junioren.

(Even terzijde: Ik bezocht toen ik zelf begin 30 was  een schaaktoernooi in Amsterdam. Daar kwam deelnemer Rob Hartoch op me af. Ik kende hem goed want toen hij 15 was gaf ik hem grammaticales op mijn zolderkamer bij mijn ouders. Hij had het nodig omdat hij veel te slim was voor zijn toenmalige schoolniveau. Hij moest alsnog naar de HBS, Hij zou daar getest worden. Ik werd benaderd of ik hem les kon geven. Het kon niet betaald worden want zijn ouders hadden het niet breed. Ik vond het best. Dan moest hij mij na de taalles maar schaakles geven. Hij speelde toen al in het eerste van het Vas.)

Rob heeft me zijn hele verdere leven altijd vriendelijk benaderd. ‘Dag Rob, het gaat niet zo geweldig hè?’ ‘Ja wat dacht U. Ik zit hier tegen de top van de wereld te schaken. ‘ ‘ Rob, vertel eens. Er loopt hier ook een jonge knul rond met mooi heel lang golvend haar. Wie is dat? ‘ ‘ Weet u dat niet? Dat is Jan Timman , een heel jonge, heel  sterke schaker!’

Dat was mijn eerste kennismaking met het fenomeen JanTimman.

Daarna ben ik zijn resultaten altijd blijven volgen . Hij klom snel naar de wereldtop. Hij werd een fulltime professional en speelde in verschrikkelijk veel toernooien en won er veel. Het hoogtepunt van zijn carrière kwam in de tachtiger jaren. Twee keer speelde hij zich via zonetoernooi, interzonetoernooi, kandidatentoernooi naar een match om het wereldkampioenschap, met Anatoli Karpov. Beide keren verloor hij, maar eervol. Hij won partijen en stond ook vaak beter, maar dan ontsnapte Karpov. Dat ontlokte Timman commentaar : ‘Hoeveel levens heeft die kat?’

Hij stond lang 2e op de wereldranglijst. In die tijd van de totale superioriteit van het Russische schaak kreeg hij de kwalificatie ‘Best of the West’  en ‘Best of the Rest’.

We speelden zijn partijen na, voor zover je daar aan kon komen, in een tijd zonder digitale mogelijkheden. Je vond ze in de krant, en in je schaaktijdschrift.

Na zijn 45e bereikte hij de absolute wereldtop niet meer, maar bleef wel toernooien winnen of werd er 2e.

Na zijn 55e  kom je hem minder tegen op het hoogste niveau, Hij schaakte nog wel voor sc Wageningen en voor een Duitse club.

Maar hij bleef actief voor de schaaksport. Schrijft heel veel boeken en componeert schaakproblemen. Hij is vooral een expert op het gebied van het eindspel. Ik moet zeggen dat  vooral die boeken mijn  belangstelling een beetje verloren want ik begreep er te weinig van. Timman had de neiging zijn analyses zo diepgaand te laten worden dat gewone clubschakertjes hem niet meer konden volgen.

Hij stopte met zelf serieuze partijen spelen in 2025. Het werd hem te vermoeiend.

Met behulp van een chessbase heb ik gezocht naar partijen waar ik me het resultaat van herinnerde en die worden aangemerkt als tot zijn beste behorend.

Deze bijvoorbeeld:

JH Timman- Gary Kasparov 1985

‘Puur ter naspelen: mijn enige (simultaan) remise tegen Timman. Ik had jaren daarvoor een rapid partij verloren en eerder in 2012 een andere simultaan partij verloren 

Ik heb geen ondertekend notatie formulier, wel nog een trofee die door een handige meneer vervaardigd is’

Jan Timman is gestorven. Ik heb het als een schok ervaren. Na Max Euwe de sterkste Nederlandse schaker ooit. Voor velen een boegbeeld, een leermeester.

Nogmaals: hij leefde zoals hij wilde leven. Wonderbaarlijk dat hij ondanks zijn leefstijl toch zo hoog de ladder van Caïsa kon beklimmen. Op latere leeftijd werd hem wel aan te zien dat hij een bohémien was.

Ik herinner me een uitspraak van zijn vrouw toen hij vertelde dat  hij ’s middags op een podium tegen Hans Ree moest spelen. ‘ Het is te hopen dat jullie daar dan niet samen doorheen zakken.’

Het was zijn eigen keuze. Ik voel wel jaloezie als ik lees hoe hij heeft rondgereisd, heeft genoten, veel goede intelligente vrienden had (Ondermeer : Donner, Mulisch, Andersen), veel wist, een kenner was van Dostojevski en daar lezingen over gaf, een kenner van het werk van Mulisch en daar over schreef, en zo veel boeken over schaken schreef, belangrijk was voor uitgever New in chess, enz. , enz.

Kortom: een wat te kort, maar zeer belangrijk leven. We zullen hem ook als schakers heel erg missen.

Ronde 12 Intern (Martin-Marc en Thomas-Frank)

Martin – Marc, 16 februari 2026

Een leuke partij tegen Martin, met een aantal stellingen waar ik op een later moment nog wel wat beter naar wil gaan kijken. Ten eerste de opening, de zet 5.Pc3 was nieuw voor mij en is best een leuk idee. Ten tweede, na h3 de keuze tussen Lh5 of Lxf3; wanneer is Lh5, g4, Pe5 lastig? Ten derde, het wel of niet inslaan op b2 (dat had ik tijdens de partij totaal niet goed beoordeeld). Ten vierde, hoe veilig is de zwarte koningstelling na gf6:. Tenslotte, ook een interessant thema is het wel of niet uit de weg gaan van dame ruil bij een lichte achterstand in materiaal. Dus naar aanleiding van deze partij best wel wat huiswerk te doen, of misschien leuke thema’s voor een lesavond… (behalve de opening dan, dat is wellicht wat te specifiek).

1.e2-e4 d7-d5 2.e4xd5 c7-c6 3.d2-d4 c6xd5 4.Pg1-f3 Pb8-c6 5.Pb1-c3

Stelling na 5.Pb1-c3

Ik speelde 5…a6 om ideeën als Lb5 en Pe5, of Lf4 en Pb5, tegen te gaan. Ik zie in mijn database dat 5…Pf6 en 5…Lg4 vaker wordt gespeeld, maar ik moet dit nog maar eens beter bekijken.

Tijdens de partij vond ik 5.Pc3 wel vervelend, want ik probeer meestal met Dc7 te voorkomen dat wit Lf4 speelt (want ik speel liever Ld6, controleert veld e5 en sowieso een mooie diagonaal, zonder dat deze geruild kan worden). Na Pc3 is Dc7 lastig, dan moet eerst a6 en e6 als voorbereiding en daar gaat wit niet op wachten (Martin speelde dan ook terecht meteen Lf4).

5…a7-a6 6.Lc1-f4 Pg8-f6 7.a2-a3 Lc8-g4 8.Lf1-e2 e7-e6 9.h2-h3

Stelling na 9.h2-h3

Ik vind het vaak wat lastig te beoordelen wanneer Lh5, g4, Pe5 een probleem is en wanneer niet. Tijdens de partij heb ik er niet al te lang over nagedacht, want ik zag dat ik na Lf3: een pion kon winnen, en hoewel riskant, dat kan ik vaak niet weerstaan…

9…Lg4xf3 10.Le2xf3 Dd8-b6 11.Pc3-e2 Db6xb2

Stelling na 11…Db6xb2

Ik nam vrij onbezorgd de pion op b2, en de computer is het eens, maar het is riskanter dan ik dacht. Zo speelde ik na 12.0-0 Pa5, maar na de partij liet Frank onmiddellijk de volgende variant zien: 13.Tb1 Da3: (13…Da2 is beter, maar het voordeel is bij wit) 14.Ta1 Db4 15.Ld2+-. Gelukkig voor mij had Martin dit ook niet gezien (het moeilijke deel om te zien is dat na Tb1, Da3: de toren weer terug gaat naar a1). Mijn computer geeft na 12.0-0 als beste zet 12…Tc8 met wat voordeel voor zwart, bijvoorbeeld 13.Tb1 Da3: 14.Tb7: Le7 15.Da1 Da1: 16.Ta1: a5.

12.0-0 Pc6-a5 13.Dd1-d3 Db2-b6 14.Tf1-b1 Db6-c6 15.Pe2-g3 (goed gevonden, brengt ideeën als Lf6: en Ph5 in de stelling, zoals ook gebeurde in de partij) 15…Ta8-c8 16.Lf4-d2 Pa5-c4 17.Ld2-g5 Lf8-e7 18.Lg5xf6 Le7xf6 19.Ph5 0-0 (de computer vind 19…Pd6 beter, maar ik wilde met de koning weg uit het midden) 20.Ph5xf6 g7xf6

Stelling na 20…g7xf6

Hoe veilig is dit voor de zwarte koning? De computer vindt het ok, maar wit heeft wel wat ideeën, zoals Le2, Dg3, Ld3, of Tb1-b3-g3, of zoals in de partij gebeurde na f5 een invasie van de witte dame over de zwarte velden (met mogelijke eeuwig schaak scenario’s, of zelfs nog erger voor zwart). Ik zie dat mijn computer na f5 problemen over de zwarte velden vaak oplost met Tg7, Kg8, maar ik vind het toch lastig om te beoordelen (net als met het wel of niet slaan op b2, het kan gemakkelijk zijn voor een computer, maar achter het bord is het toch iets anders).

21.Lf3-e2 Kg8-h8 22.Dd3-f3 f6-f5 23.Df3-f4 b7-b5 (beter is 23…Pd6, maar ik had niet gezien dat ik na 24.De5 gewoon f6 kan spelen omdat na De6: Te8 de loper op e2 valt) 24.Df4-h6 e6-e5

Stelling na 24…e6-e5

Mijn computer vindt 24…Tg8 beter, maar 24…e5 is interessant want het bied dame ruil aan en dat is lastig voor wit.

In het algemeen, bij een lichte materiele achterstand (zoals een pion), is het dan beter om de dames te ruilen, of om de dame terug te halen naar een minder goede positie? Aan de ene kant, met de dames op het bord zijn er nog winstkansen, terwijl het na dame ruil vaak een lange zit wordt om met de pion achterstand remise te houden (als dat al lukt). Aan de andere kant, als de dame zich terugtrekt, dan kan de andere dame de goede positie overnemen; en dit zijn stukken met een waarde van 9 punten (in plaats van een enkel pionnetje van 1 punt) dus met groot impact.

Het zal van de specifieke stelling afhangen wanneer wat beter is, maar het is lastig te beoordelen. In de partij gaat wit de dame ruil steeds uit de weg, maar daarmee wordt de zwarte dame steeds actiever en is het uiteindelijk de witte koning die in de problemen komt.

25.Dh6-g5 Dc6-g6 26.Dg5-h4 Tf8-g8 27.g2-g3 e5-e4 28.a3-a4 Pc4-d2 29.Tb1-b2 b5-b4 30.Dh4-f4 Dg6-g5 31.Df4-e5 f7-f6 32.De5xd5 e4-e3 33.g3-g4 e3xf2 34.Kg1xf2 Dg5-f4 35.Kf2-e1 f5xg4 36.h3xg4 Tg8-e8 37.Dd5-f5 Pd2-f3 0-1 (bijvoorbeeld: 38.Kf1 Ph2 39.Kg1 Df5: 40.gf5: Te2:-+)

Thomas – Frank

Na de afgelopen weken toch wat riskantere strategieën te hebben gevolgd, besloot ik het deze keer maar eens wat rustiger aan te pakken.
Hoewel, ook zo’n aanpak behelst een risico. Je kan het soms ook te rustig aan pakken en in de verdediging worden gedrongen. In de partij tegen Frank dreigde dat soms wel te gebeuren maar het werd uiteindelijk een soort gulden middenweg, is mijn inschatting
De opening werd een soort hybride dubbelfianchetto. Ik zag in de database diverse benamingen voorbij komen.
O.a. Barczay en Benko, naar mijn idee zaten er ook elementen van de Reti en het Koningsindisch in de Voorhand in. In ieder geval waren er circa 5 zetten theorie.
Ik keek naar 5. e4 maar de mogelijkheid 5. Lc5 beviel me minder vanwege de nog zwakke pion op f2 (f2 is ook een soort f7!)
Het is best speelbaar maar Frank is niet van tactische handigheid gespeend en ik hield liever e2-e3 achter de hand. Dus liever maar iets bescheidener en gewoon verder ontwikkelen. Frank zette overigens met 5. Le7 voort en daar lijkt me niks mis mee. In de fase tussen plm zet 10 en zet 15 probeerde ik dan toch wat aanknopingspunten te creëren.
Overigens geeft de engine vrijwel vanaf het begin een licht nadeel voor wit, iets onder de nullijn en ik had ook het gevoel iets te moeten doen om niet verder ingesnoerd te worden.. Na 13. Pg4 overwoog ik 14. h3 , maar na 14. dxe3 15.
hxg4, exd2 16. Pxe5, Pxe5

  1. Lxe5, Ld6 zag ik geen overtuigend vervolg.
    Frank speelde verder logische zetten en liet geen steken vallen. Ik moest ook rekening houden met eventuele offers op g3. In de partij gebeurde dat uiteindelijk niet maar bij elke verandering in de stelling kon dat natuurlijk wel een rol spelen.
    Zwart had overigens op zet 19 zonder bezwaar op a5 kunnen slaan volgens het platte draaiorgel met zelfs vergroting van voordeel. Ook dat probeer ik te begrijpen maar tijdens het schrijven van dit verhaal lukt dat niet meer. Na nog wat afwikkelingen en vermijden van wederzijdse valkuilen werd deze partij bekroond met een vredesakkoord.
    En in ieder geval, met een andere uitslag, een meer avondvullende partij!

Commentaar van Frank:

Solide partij van beide kanten. Ik had wat voordeel kunnen krijgen door op a5 te pakken, maar was daar wat te voorzichtig. Ik zag ook niet hoe ik die pion kon vasthouden. Ik koos er dus voor om de boel dicht te houden, ook met het doel de loper op b2 niet mee te laten doen. Aan de andere kant was mijn zwartveldige loper ook niet sterk. Wit’s eindstelling was volgens de computer iets beter, maar erg duidelijk was het niet.

MAGNUS

Pokke eind rijden naar Schagen. Ik was er  een tijdlang klant bij een uitstekende audicien. Tot de afstand me te veel werd. We hebben er toen ook wel eens in de makelaarsetalages gekeken of we daar niet konden wonen. Schagen, het leek ons wel.

We moeten tegen Magnus. De naam belooft voor ons niet veel goeds. Het doet me denken aan Karel de  Grote. Magnus betekent de grootste, de eerste. Een blik op internet leert dat het misschien mee gaat vallen. Want  vreemd, met een van de hoogste gemiddelde ratings in deze klasse , staan ze na 4 rondes met 0 punten stijf onderaan.

Maar misschien  zijn ze  al die nederlagen nu zat en willen ze nu tegen dat kleine maar gezellige clubje uit  Middenbeemster eens laten zien dat ze echt zo sterk zijn als hun ratings aangeven.

Na een half uurtje zie ik dat toch nog niet. Mijn lekenverstand geeft me aan:  Marc speelt de Marshallvariant van het Skandinavisch. Beetje gewaagd, stelt zijn rokade uit, stukontwikkeling ook een beetje, maar ik vind dat het er leuk uitziet.

Marc.jpg

Bij Frank en Koen zie ik aardige witte stellingen.  Hugo zit in een klassieke zwarte Pirc in een stelling die hij inmiddels wel zal kunnen dromen. Zijn koningsloper gaat geruild worden wat ik zelf in mijn Pirc-periode nooit prettig vond, maar heel  erg is het niet.

De Haan – Hugo (7.0-0-0)

Lh6 gaat volgen.

Martin staat met zwart in een Siciliaan wel solide, maar het gaat tegen agressie van zijn tegenstander wel veel zorgvuldigheid en denkwerk vergen.

 

Jos Hendricks - Martin Zwaneveld (15...f5).jpg

En Thomas? Ja Thomas! Waar hij meestal wacht tot het eindspel om zijn tegenstander een loer te draaien, doet hij dat nu al direct in het begin. Na 15 minuten kan zijn tegenstander opgeven. Na een ernstige misser.

Misschien werd hij er niet eens blij van. Hij vindt schaken leuk, en nu moet hij een hele avond een beetje voor zich uit zitten kijken.

Foto

Over 2 dagen start  het Carnaval. Ik stel voor dat wij wegens zijn leuke grappen Thomas  tot Prins van de Heer benoemen.

Na 1,5 uur spelen zie ik verder

  1. grote verwikkelingen bij Frank. Hij is degene die aanvalt

Frank (15.Pxe5)

2. OoK Marc is agressief bezig, nog steeds niet gerocheerd en onontwikkelde koningsvleugel, Maar toch …

Marc1.jpg 

3. Ik zie geen grote problemen bij Martin, Ik weet niet of er nog aanval van zijn tegenstander dreigt, ik denk van niet.

Jos Hendricks – Martin Zwaneveld (26…Dh4)

4. Bij Koen een echte Koenstelling. Degelijk. Maar ik hoor de carnavalsmuziek nog niet klinken. Of brengt zijn 21 .h4 toch leven in de brouwerij?

Koen (21.h4)

5. Bezwaar van de Pirc is dat zwart vaak in de verdediging wordt geduwd. Hugo lijkt het nog  redden. Maar ik word toch wel een beetje nerveus.

De Haan – Hugo (18.Tdh1)

Na 2 uur spelen zie ik dat Marc steeds wat meer dreigt

Marc2

Dat de stoom bij Frank is afgeblazen. Zwart heeft de ergste dreigingen gezien en afgewend. Er is veel  afgeruild . Frank staat een pion voor, maar zwart heeft spel en die pluspion  is niet al te sterk.

Frank (20.Dxe2).JPG

Ik zie dat  Martin ook begint te dreigen.  Ik zie wel wat mooie dingen. Maar ja, het moet ook nog even kloppen.

Jos Hendricks – Martin Zwaneveld (29…Dxh3+ !)

Ik zie dat Koen nu op winst aangaat. Ik begrijp niet zo goed waarom hij zijn dame laat ruilen, maar ook zonder zou ik niet graag op de stoel van zijn tegenstander zitten. De tegenstander begrijpt het kennelijk wel want hij ruilt niet. Koen hoort echt vanavond te winnen.

Koen (26…Pb6)

Frank  raakt inderdaad die pluspion kwijt.  Staat mi niet beter meer. Maar remise moet er nog wel inzitten.

691A9669 

Omdat ik eigenlijk nergens nog verlies zie zitten, wel enkele eventuele winstmogelijkheden – die ik even niet meetel-  kan ik uitrekenen dat als inderdaad Koen wint  we  ons kunnen gaan voorbereiden op een vrolijk carnaval.

En tegen elven wint Koen inderdaad.  2-0

Koen (29.Dh5)

Ineens  heeft  Frank toch wel wat spel Remise?

Hugo is de moeilijkheden nog niet  helemaal teboven gekomen . Wit heeft nog steeds stukken op zijn koningsstelling gericht.

De Haan – Hugo (22…Pxe5)

Lopen de aanvallen van Marc Holla

Marc3.jpg

 en Martin

Jos Hendricks – Martin Zwaneveld (32…Tc7)

vast?

Nee, die van Holla niet. Zijn tegenstander bezwijkt onder de voortdurende spanning en de achterstand op zijn klok.

Marc4.jpg

Wit kan g3 niet meer beschermen

3-0

Nee die  van Martin ook niet.   Ook die tegenstander bezwijkt onder de druk en  blundert een kwaliteit weg

Jos Hendricks – Martin Zwaneveld (32…Tc7)

35…Txa8?? Lb5+ !!

0–1

Martin wint.   4-0

Inderdaad.  Bij Frank wordt het remise. Hoewel het erg uitkijken geblazen was nu toch  remise. 4,5-0,5

Frank (33…Tac2)

Hugo die een sterke partij speelde, heeft de aanval op zijn  koningssteling afgeslagen en een kwaliteit gewonnen.

De Haan - Hugo (26...Ta8).jpg  De Haan – Hugo (26…Ta8)

Maar ze hebben beiden niet veel tijd meer en laat op de avond gaan Hugo’s nog steeds niet volkomen overwonnen fysieke problemen een rol spelen. Hij kan dan niet meer goed vluggeren. Hij zou nu remise moeten aanbieden. Hij wist niet dat de club al gewonnen had, Hij speelt door en raakt toch de kluts kwijt en verliest. Jammer voor hem. Avond goed geschaakt en tenslotte in enkele minuten verknoeid. Niet erg voor de club.

De overwinnaars kunnen zich gaan opmaken voor een vrolijk carnavalsfeest. De wagens van Frank, Martin, en Marc kunnen misschien als praalwagens dienst doen.

Sneu voor de Magnussers. De vraag blijft hoe dat kan. Gemiddelde Elo 1925 en nog niet één externe wedstrijd gewonnen. Ik gun het ze wel want ik heb zelden zoveel aardige sportieve verliezers in de externe ontmoet.  Ik gun het ze. Nou ja niet tegen ons natuurlijk.

Frank

Hierbij de partij tegen Jan Pjotr Komen. Net als tegen Caïssa kreeg ik een defensief ingestelde tegenstander die zijn paard naar g6 omspeelde. Ik besloot na h6 om meteen maar door te pakken en b4 te spelen. Ik hoopte door het gebrek aan ruimte voor zwart toch wat voordeel te kunnen bemachtigen.Op zet 13 heb ik over veel voortzettingen getwijfeld; eerst c5 om daarna op c6 te slaan, Le2 of misschien Da4. uiteindelijk koos ik ervoor om toch ‘gewoon’ op c6 te slaan.Mijn 15e zet zag er heel mooi uit, maar meer dan dat was het ook niet. Zwart heeft allerlei manieren om het fout te doen, maar mijn tegenstander was goed genoeg om de enige juiste voortzetting te spelen, elke andere zet was fout. Zijn 17. Pf4 was heel vervelend en ik had achter spijt dat ik geen Lc2 ipv Le2 had gespeeld. Had misschien toch nog wat meer druk kunnen uitoefenen dmv die mooie open lijn.Vanaf hier is de stelling gelijk. We proberen beiden nog wel wat om een fout bij de ander uit te lokken, maar we bleven beiden solide spelen. Omdat we inmiddels ook al op een riante voorsprong stonden door Thomas en Koen en Mark ook aan de winnende hand was, was ik ook wel tevreden met remise.

Al met al gewoon weer een erg leuk potje schaak!

Martin

hierbij mijn verslag,

een leuke solide partij. Ik was blij na de opening, ik had alles ontwikkeld en ook wel wat speelvrijheid. Ik zet niet altijd de beste maar heb een redelijk gelijkwaardig spel. Echter na g4 en xf5 door wit, staat de witte koning op de toch.

Het is dan toch lastig voor mijn tegenstander om zijn stelling stevig te houden en zo zie je dat Kh2 niet goed was. Met een mooie combinatie kan ik de gedekte pion pakken op a5 en krijg zo initiatief.

Helemaal duidelijk is het niet hoe ik moet aanvallen en ik kies eigenlijk voor het verkeerde plan met De6 en Ld7 alhoewel dat toch wel gevaarlijk leek.

Dti was helaas goed te verdedigen en na afwikkelen kom ik in een iets minder eindspel terecht. Ik dacht eigenlijk met (ik 8min en mijn tegenstander 5 minuten) op de klok dat als hij remise aanbied ik dit moet accepteren.

Een moment later speelt hij Ta8 en bied remise. Mijn eerste reactie was, mooi! die is binnen vanavond. Maar na een tweede blik zie ik dat ik nog door moet spelen met Lb5!

Gelukkig krijg ik naast een kwaliteit ook een essentiele pion. wat het verdere verloop met weinig tijd relatief soepel uit te spelen was. Na een tweede vergissing (Txg7) nog voor ik kan zetten geeft mijn tegenstander op.

Hij zal de variant met de vork en die ik dan niet zou moeten slaan niet gezien hebben.

Thomas

We vertrokken mooi op tijd naar Schagen en na een rit van zo’n drie kwartier kwamen we aan bij het ruime buurthuis waar onze tegenstander resideert. Onderweg nog een strooiwagen gezien, maar het was prima te doen voor bekwame chauffeur Frank.
Op papier konden we een zware wedstrijd verwachten.
Zelf heb ik een paar keer tegen nu tweede bordspel er Weber gespeeld en beide keren aan de nederlaag ontsnapt, in ieder geval het heel moeilijk gehad
En ook Enrico is een geduchte tegenstander. Zo anderhalf jaar geleden speelde ik in de KNSB tegen hem en kwam na een moeizame opening uiteindelijk materiaal voor te staan, volgens mij een kleine kwaliteit maar door een verkeerde visualisatie werd dat een kwaliteit achter met een snelle instorting van de stelling.
Dus het zou een zware en lange avond worden.
In ieder geval voor een aantal van ons was dat zeker het geval wel met positief resultaat, in mijn geval gebeurde iets opmerkelijks.
Het werd een miniatuur.
Met wel een punt voor ons team, maar afgezien daarvan onbevredigend, voor mijn tegenstander maar in zekere zin ook een beetje voor mezelf. Misschien klinkt het een beetje gek, maar dit is natuurlijk een soort “bedrijfsongeval” wat elke schaker van hoog tot laag kan overkomen.

Het Siciliaans is hoogstwaarschijnlijk de opening met de meeste theoretische stukoffers. Vooral paardoffers op b5 en d5, maar ook op andere velden, ik kom daar later op terug. En ook het verwisselen van een zetvolgorde kan verstrekkende gevolgen hebben, hoewel dit natuurlijk ook in andere openingen kan gelden.
Na 9. a3, we zaten overigens nog in de theorie begon ik me wat zorgen te maken over hoe na een eventueel 9. Lb7 de pion op e4 te dekken.
Zowel 10. Dd3 vond ik niet helemaal prettige oplossingen.
Tot ik de mogelijkheid Lxe6 ontwaakte en dacht ” dan win ik een aantal pionnen voor een stuk met een tactische, open stelling. Toen zwart onderstel 9. Lb7 speelde en na mijn 9. Lxe6 vrij snel op e4 sloeg bekroop me wel het gevoel dat we nog een of andere theoretische zij variant speelden waar mijn tegenstander waarschijnlijk meer kaas van had gegeten.
En dat is zeker in een opening als het Siciliaans (Najdorf-variant) heel goed mogelijk. Ik overwoog na 10. Pxe4 11. Lxf7+, Kxf7 12. Df3+ met in ieder geval pionwinst en hoe meer ik keek, hoe veelbelovender de stelling er uit zag. Maar helemaal zeker weet je zoiets natuurlijk nooit.
Uiteindelijk koos ik voor ruil op e4 gevolgd door 12. Dg4 en na 12. Lg6 was inmiddels wel vrij duidelijk dat het voor zwart behoorlijk mis was gegaan.
13. Ld5 was nog iets nauwkeuriger gewenst dan 13. Df3 . Relatief het minste kwaad voor zwart was nog 13. Ta7 geweest, waarna op 14. Pc6, Pxc6
15. Dxc6+, zwart niet 15. Td7
16. Lb6! moet doen maar juist
15. Kf8 omdat Le6 nog hangt

En zowaar de weinige theorie na 10. Lxe6 geeft 10. fxe6 11. Pxe6, Dd7 12. Pxg7+, Kf7 13. Pf5, h5 en wit heeft een langdurig initiatief voor het stuk, zeker als hij de tijd krijgt met f2-f3 de pionnen structuur te verstevigen. En ook bij eventuele eindspelen die ontstaan waar zwart beter uit komt, zullen de vele afgeslagen pionnen de winstkansen bemoeilijken.

Na de partij en analyse gingen we nog enkele partijen uit de losse pols spelen, waarin Enrico meestal mijn optimistische partijopzet vakkundig afstrafte.

En ik zag de wedstrijd lekker lopen en er werden veel mooie punten binnengehaald, meer dan verwacht en dat is toch een mooie opsteker voor de rest van het seizoen!

Marc

Noord. Comb. Magnus – Marc, 13 februari 2026

1.e2-e4 d7-d5 2.Pb1-c3 (kan ook ontstaan via 1.Pc3 d5 2.e4) 2…d5-d4 3.Pc3-e2 e7-e5 4.Pg1-f3 f7-f6 (liever geen Pc6, want op Lb5 wil ik c6 kunnen spelen) 5.Pe2-g3 Lc8-e6 6.Lf1-b5 (de f1-loper heeft niet zo heel veel opties) 6…c7-c6 7.Lb5-a4 Pb8-a6 (de precieze theorie kon ik niet zo goed meer herinneren, maar ik wist dat d3 een thema is en dan moet het paard dus naar a6 om naar c5 of b4 te kunnen) 8.La4-b3 Le6xb3 9.a2xb3 d4-d3

Stelling na 9…d4-d3

Het idee is dat Lc1 voorlopig niet meer meedoet.

10.c2-c3 Dd8-d7 11.b3-b4 Pa6-c7

Stelling na 11…Pa6-c7

Het paard gaat op pad naar het ideale veld f4 (Lc1 is uitgeschakeld, en Pe2 gaat ook niet). Het wordt meestal afgeraden om twee keer met hetzelfde stuk te spelen als andere stukken nog ontwikkeld kunnen worden, maar in deze stelling kan vier keer (Pb8-a6-c7-e6-f4) toch gewoon omdat de stelling gesloten is en wit er daardoor weinig aan kan doen.

12.0-0 (misschien wilde wit f4 spelen, maar mijn paard arriveert daar eerder) 12…Pc7-e6 13.Pf3-e1 (de computer geeft hier, en bij de twee volgende zetten, de voorkeur aan Pf5) 13…Pe6-f4 14.b2-b3 h7-h5 15.Lc1-a3 g7-g6

Stelling na 15…g7-g6

Ik zou graag h5-h4-h3 spelen, maar na 15…h4 16.Pf5 h3 17.g3 is het moeilijk om door de witte stelling te breken. Daarom eerst 15…g6 om Pf5 uit de stelling halen, en vervolgens een extra paard het gebied van de tegenstander in sturen (naar g5 of g4).

Wit speelde nu 16.h3 om ruimte voor de koning te creëren, om h4, Ph1 (nu is er geen Pf5 meer), Pe2 op te vangen. De computer creëert die ruimte liever met f3 in plaats van h3, al zal het paard op e1 het daar helemaal niet mee eens zijn. Het probleem met 16.h3 is dat ik 16…h4 17.Ph1 Pe2 18.Kh2 en dan Lf8-h6-f4 had kunnen spelen. Dat laatste stukje had ik helaas niet gezien.

16.h2-h3 Pg8-h6 (ik zat te denken aan Pg8-h6-f7-g5xh3 ideeën en als gh3: Dh3: misschien h4, maar een concrete variant had ik nog niet in gedachte) 17.Dd1-f3 Ph6-f7 18.h3-h4

Stelling na 18.h3-h4

Nu zag ik iets…: Pf7-h6 (terug)-g4, f5, Dd7-d8xh4 en mat. Het witte paard moet echter niet naar f3.., want dan moet ik iets anders bedenken…

18…Pf7-h6 19.c3-c4

Stelling na 19.c3-c4

Ik dacht hier prima, geen Dd1, Pf3, ik vind het niet erg wat er op de damevleugel gebeurt. Toch een gemiste kans: 19…a5 en als 20.ba5: dan Ta5: was wel een overweging waard geweest.

19…Ph6-g4 20.Kg1-h1 (20.Dd1 was beter; de koning staat niet goed op h1, want het laat f2 los en als deze valt dan is het ook nog met schaak) 20…f6-f5

Stelling na 20…f6-f5

Dd7-d8xh4 komt eraan, en nu is 21.Dd1 te laat want na 21…Dd4 22.Pf3 profiteert zwart van de h1-koning met 22…Df2: 23.Tf2: Pf2:.

Wit besloot hier tot een wanhoop offer, waar mijn computer niet weg van is, maar wat ik praktisch wel een heel goede keus vind. Zwart is immers nog steeds niet ontwikkelt (Th8, Lf8, Ke8, Ta8 staan allemaal nog in de beginstelling). Tevens begon de klok voor mijn tegenstander een probleem te worden, en het is in tijdnood gemakkelijker om actief te spelen dan om te verdedigen; en zijn team stond achter, hij moest wel iets actiefs proberen om misschien nog te kunnen winnen; men weet maar nooit.

21.Pg3xf5 (wit had nog een zet met het offer kunnen wachten, bijvoorbeeld eerst 21.Lb2, en pas na 21…Dd8 22.Pf5: gf5: 23.g3, maar het maakt niet zo veel uit) 21…g6xf5 22.e4xf5 Dd7xf5 23.g2-g3

Stelling na 23.g2-g3

Ik speelde hier 23…Df6 en was daar best wel tevreden over, want als 24.gf4: dan volgt 24…Dh4: en mat. De computer geeft echter een nog betere variant: 23…Ph2! 24.Kh1xh2 Df5-h3 25.Kh2-g1 Pe2. Erg mooi, helaas totaal niet gezien.   

23…Df5-f6 24.Pe1xd3 Pf4xd3 25.Df3xd3 Ta8-d8 26.Dd3-e2 Df6-f5

Stelling na 26…Df6-f5

Nu is de coördinatie terug in de zwarte stelling. Het paard kan naar f6, de loper naar h6, de toren naar g8, het wordt nu wel erg moeilijk voor wit.

27.f2-f3 Pg4-f6 28.Kh1-g2 (28.Kh2 is beter, maar het maakt niet uit) 28…Lf8-h6 29.d2-d3 Th8-g8 30.Tf1/Ta1-e1 (ik heb niet goed genoteerd of het nu Ta1-e1 of Tf1-e1 was, maar het antwoord is hetzelfde) 30…Lh6-f4 0-1.

_____________________________________________________


Bord 1

7227462 Enrico van Egmond (2043)

7166324 Thomas Broek (2004)

0 – 1


Bord 2

7134204 Reinier Weber (1982)

6824180 Marc Holla (1943)

0 – 1


Bord 3

8157237 Jan-Pjotr Komen (1950)

7803114 Frank de Geus (1881)

½ – ½


Bord 4

6430325 Jos Hendriks (1905)

7826654 Martin Zwaneveld (1798)

0 – 1


Bord 5

6966366 Wim Smit (1906)

7887220 Koen van Lankveld (1808)

0 – 1


Bord 6

7526937 Niels de Haan (1771)

8942406 Hugo Ent (1752)

1 – 0



Totaal

Gemiddelde rating: 1926

Gemiddelde rating: 1864

1½ – 4½


Wedstrijdleider

Jan-Pjotr Komen


Thomas-Marc Partij, analyse en commentaar!

Komt dat zien, komt dat zien. Onze Tita tovenaar aan het werk, Hieronder eerst het verslag van Thomas daarna die van Marc.

Door Thomas
Gisteravond had ik het lange tijd heel zwaar tegen Marc, een “investering” van kwaliteit en pion is toch wel een behoorlijke uitdaging tegen een speler van zijn kaliber!
Tijdens het invoeren van de partij viel me al meteen op dat bij de eerste 10 zetten de benaming van de opening divers keren wisselde.
Het begon als Engels, werd even Frans en daarna weer een soort gesloten Siciliaan om uiteindelijk weer te landen als Engels Agincourt- Kurajica systeem. Grappig om zulke overgangen te zien! 6.. h5 was wat optimistisch en Marcs koelbloedige h3 maakte meteen duidelijk dat dit geen optimale strategie was maar wel mogelijk met nadelige gevolgen voor de wat langere termijn.
En 10. Pb5! vond ik een vervelende zet. De penning op de a-lijn en de zwakte van d6 waren ook geen hoopvolle signalen. Het kwaliteitsoffer leek praktisch de relatief beste kansen te bieden en ook de engine keurt het niet direct af en tijdens het doorrekenen zelfs even in het begin als eerste optie. Maar het voordeel was duidelijk bij Marc. Een belangrijk moment was het pionoffer op d5

Mijn oorspronkelijke plan na 18. Lxd5 was Te8+ om in ieder geval de witte rochade en verdere consolidatie te verhinderen maar 18. Pe5 houdt ook wat opties voor tegenspel open. Naarmate ik meer naar de stelling keek, was ik toch minder optimistisch over mijn kansen.
Overigens na de partij kwam Ron nog met de suggestie om in plaats van 17. ed5 , 17. Ta4 te spelen met het idee Ta8 en na activering van de zwarte dameloper volgt torenruil wat zwarts taak verder bemoeilijkt.
En de engine vind dit ook een goede optie..
En de aandachtige lezer zal ondertussen tussen de regels door gemerkt hebben dat mijn verhouding tot de engine wat dubbel is. Aan de ene kant de soms “onmogelijke” zetten die deze voorstelt , aan de andere kant de fantastische ressources die hij soms tevoorschijn tovert die bij een “handmatige” analyse niet of pas bij toeval na jaren naar boven komen! Zie bijvoorbeeld mijn commentaar van vorige week, het paardschaakje op d6.
Ook op zet 19, na 19. Tb4 veranderde ik van gedachten. Ik was Dd6 van plan en keek ook nog even naar Dc5 en Df6.
Maar mede de doorslag gaf de mogelijkheid van terugwinnen van de kwaliteit en de mogelijkheid om tempi te winnen. Wit was hooguit 1 of 2 zetten verwijderd van consolidatie en beslissende materiaalvoorsprong.
Het nadeel was wel weer dat vanaf zet 23 wit het loperpaar had en nog steeds een pion voorsprong. Mede dankzij de aanwezigheid van ongelijke lopers ging het weer richting gelijkspel Na 27. Tf1 ipv het betere 27. b3 en helemaal na 28. Tf6 ipv het tussenschaak 28. Dc4+ ging het ineens helemaal mis voor wit. Terwijl dit heel begrijpelijke zetten zijn. Overigens speelde ik ook met de gedachte na een eventueel g4 om aanvalslijnen tegen de zwarte koning te openen, mijn loper te offeren maar uiteindelijk kwam de tegenaanval van een andere kant.
Op het eerste gezicht leek het of wit achter elkaar mat ging, maar in de vooruitberekening waren er steeds geitenpaadjes
en het risico dat de schaakjes op zouden raken, met het gevolg dat de carambole weer voor wit was
Een concreet voorbeeld (niet geforceerd) Na 33. Kd3, De4+

  1. Kc4, Dd3+ 35. Lc3, Dd1+ 36. Ka3 moet zwart weer als de bliksem iets verzinnen tegen Df8+ en spoedig mat. Het mat lukte uiteindelijk niet, maar in het vooruitzicht van beslissend materiaalverlies staakte Marc de strijd. Maar ik was zeker ontsnapt en het openingsexperiment is niet voor herhaling vatbaar!

Commentaar en feedback van Marc

Marc – Thomas, 9 februari 2026
1.c2-c4 e7-e6 2.e2-e4 (Ron vindt deze opstelling maar niets, en waarschijnlijk heeft hij gelijk want er
zijn niet veel mensen die na 1.e4 e6 2.c4 spelen; maar ik vind het toch wel iets hebben) 2…c7-c5 (de
tweede keus in de database; meestal komt 2…d5 3.ed5: ed5: 4.cd5: Pf6 maar dan is het wit die op
activiteit speelt met de geïsoleerde pion) 3.Pb1-c3 Pb8-c6 (verhinderd 4.e5, na 3…Pf6 4.e5 Pg8 5.Pf3
Pc6 is 6.d4 een bekend pionoffer met kansen voor zowel wit als zwart (Mikenas variant); in een
externe partij niet zo lang geleden ontweek zwart dit ook zonder Pc6 met de volgorde 1.c4 Pf6 2.Pc3
c5 3.g3 e6 4.e4 wat ook zeker een interessant idee is) 4.g2-g3 g7-g6 5.Lf1-g2 Lf8-g7 6.Pg1-e2 h7-h5
(hoopt op h4 waarna zwart Pg8-f6-g4 heeft, terwijl het witte paard vanaf e2 niet zo gemakkelijk naar
g5 kan) 7.h2-h3 Pc6-d4 8.d2-d3

Stelling na 8.d2-d3
Ik besloot te wachten met Pd4: totdat het andere paard op c6 dreigt te verschijnen. Ik vraag me af
wat beter is, meteen 8.Pd4: cd4: 9.Pb5 of 8.d3 Pe7 en dan 9.Pd4: cd4: 10.Pb5. Beide zetten, d3 en
Pe7, zijn nuttig; na d3 heeft wit Lg5 als optie, maar na Pe7 kan zwart eerder rokeren. Misschien is
8.Pd4: toch iets beter, om de dreiging Pc3-b5-d6 (eventueel ondersteund door Dd1-a4-a3) meer
dreiging mee te geven. De zet Pb5 komt trouwens over het algemeen alleen in aanmerking als zwart
nog niet gerokeerd heeft, normaal gesproken gaat het paard terug naar e2.
8…Pg8-e7 9.Pe2xd4 c5xd4 10.Pc3-b5 Dd8-b6

Stelling na 10…Dd8-b6
Tijdens de partij dacht ik dat 10…d6 goed voor mij zou zijn, maar na 11.Da4 Pc6 12.Da3 Lf8 vind mijn
computer de stelling gelijk. 10…d5 11.ed5: ed5: 12.Lf4 was wel iets beter voor mij geweest.
11.Dd1-a4 a7-a6 12.Lc1-d2

Stelling na 12.Lc1-d2
De loper laat de b2-pion los, maar ik wilde na ab5: Da8: bc4: de zwarte c-pion ophalen met Ta1-c1xc4
(wit moet trouwens oppassen voor La5 ab5:).
12…a6xb5 13.Da4xa8 b5xc4 14.Ta1-c1 0-0 15.Da4-a3 Pe7-c6 16.Tc1xc4 d7-d5

Stelling na 16…d7-d5
Dit vond ik een lastig moment, de pion pakken of niet? Uiteraard is de pionwinst erg riskant, maar na
lang nadenken kon ik voor zwart niets concreets vinden dus ik kon de gratis pion niet weerstaan.
Daar moet ik wel bij vermelden dat ik het idee Tc4-a4-a8 (zoals aangegeven door Ron in de na-
analyse), ofwel direct met 17.Ta4 de4: of na 17.ed5: ed5: 18.Ta4 om de4: te voorkomen, niet had
gezien.
17.e4xd5 e6xd5 18.Lg2xd5 Pc6-e5 19.Tc4-b4 Db6-d8

Stelling na 19…Db6-d8
Sterk gespeeld, ik had alleen gekeken naar 19…Dc5 20.Le4 en 19…Dc7 20.Db3. Na 19…Dd8 en het
voor de hand liggende 20.Le4 wint zwart vrij geforceerd de kwaliteit weer terug (een punt van Dd8 is
dat het de diagonaal a3-f8 open laat).
20.Ld5-e4 (niet 20.Lb7: Lb7: 21.Tb7: Dd5) 20…Tf8-e8 21.Ke1-d1 (de koning moet wel van de lijn af)
21…Lg7-f8 22.Da3-a4 Lf8xb4 23.Da4xb4 Lc8-e6

Stelling na 23…Lc8-e6
De loper staat geweldig op e6 en valt aan op beide flanken (pion a2 en na Dd7 ook pion h3). Ook
deze zet had ik niet verwacht, want het laat de b7-pion los, maar ik kan niet slaan: 24.Db7: Pd3:
25.Ld3: Ld5.
24.f2-f4 f7-f5 25.f4xe5 f5xe4 26.d3xe4 Dd8-d7 27.Th1-f1

Stelling na 27.Th1-f1
Tegen Df7 en op zoek naar tegenspel met Tf6, maar dat pakte verkeerd uit. Mijn computer evalueert
de stelling na 27.Lf4! als gelijk (sluit ook de f-lijn en dekt e5). Heb ik helaas niet naar gekeken, en had
ik wel moeten overwegen, maar ik had het gevoel dat mijn stelling sowieso begon in te storten en
was dus eigenlijk wanhopig op zoek naar actieve tegenkansen en niet meer zozeer op zetten om de
stelling bijeen te houden. In de na-analyse gaf Thomas 27.Lh6 als optie met het idee 27…Lh3: 28.Th3:
Dh3: 29.Db7: maar zwart houdt de 7 de rij onder controle met Df7, ofwel na nog een paar schaakzetjes
ofwel meteen na 27.Lh6. Toch was dat misschien beter als actieve optie dan Th1-f1-f6.
27…Le6xh3 28.Tf1-f6 Dd7-g4

Stelling na 28…Dd7-g4
Dit had ik gemist in de vooruitberekening bij 27.Tf1, na Dg4 kan de koning niet naar c1, want Tc8,
Kb1, Dd1 loopt mat, en met een witte koning in het open veld op e1 staat zwart ook gewonnen.
De zet 28.Tf6 was te automatisch gespeeld (toren aangevallen, toren weg; en zoals gepland naar f6)
en ik had in plaats daarvan 28.Dc4 moeten proberen. Een echte computer-zet trouwens, ik weet niet
of ik dat bij langer nadenken wel had gevonden, maar aangezien Tf6 direct verliest, en Dc4 is een
schaakzetje, dus misschien… De dame staat actiever op c4 dan op b4 (zwart moet Df7 in de gaten
houden) en als zwart 28…Le6 speelt staat Tf1 tenminste niet meer aangevallen. Ook na 28.Dc4 blijft
zwart trouwens duidelijk in het voordeel.
29.Kd1-e1 Dg4xe4 30.Ke1-f2 De4-g2 31.Kf2-e1 Dg2-h1 32.Ke1-e2 Te8xe5 33.Ke2-d3 Dh1-b1 34.Kd3-c4
Db1-c2 35.Ld2-c3 b7-b5 0-1 (een mooie en verdiende overwinning van Thomas, die ook in de na-
analyse nog diverse fantastische varianten tevoorschijn toverde die ik helaas niet meer kan
reproduceren).

Keizer ronde

Martin – Thomas

Thomas: Was het thema van de lesavond vorige week schwindelen, het toeval wilde dat ik gisteren ingedeeld werd tegen Martin, die de afgelopen jaren op dit vlak al wat sterke staaltjes heeft laten zien.
Ik was wel vastbesloten voorzover ik zelf niet zou hoeven schwindelen , me in ieder geval niet te laten ” beschwindelen”!
We speelden zoals al vaker de Bremer variant van het Engels, ook bekend als “Reverse Dragon”.
We volgden de theorie tot en met zet 10.

  1. Te1 kon ik niet meer terugvinden, maar de zet ziet er logisch uit. Wit wil zijn koningsloper behouden voor de verdediging zonder een kwaliteit te hoeven offeren.
    De witte stelling lijkt op het eerste gezicht passief maar solide, echter schijn bedriegt.
    Praktisch vanuit het niets kunnen aanvalskansen opdoemen. In de fase tussen zet 10 en 15 speelde ik wellicht wat te scherp.
    Vooral 12.. h5?! was wat optimistisch en maakt de korte rochade onaantrekkelijk.
    En 14. Pb5 is zo,’n typische zet waar de engine niet van onder de indruk is, maar de tegenstander aardig op het verkeerde been te zetten. Zo wilde ik al heel enthousiast de h-pion naar h4 laten doorstomen, toen er ineens allemaal alarmbellen gingen rinkelen. Offers op e5! Gaat dat wel goed voor zwart?
    En 14.. h4 kon objectief wel, maar er volgt 15. Pxe5, fxe5 16. Lxc6, bxc6 17. Pxa7+ met nog steeds een kleine plus voor zwart, maar de positie is behoorlijk tricky geworden.
    Tijdens het invoeren van de partij viel me iets merkwaardigs op. Na 15. d4, e4 gaf een engine gestuurde pijl aan dat wit zijn dame in het verderf moest storten met 16. Dxe4?! wat complete kamikaze lijkt ivm 16.. Lf5 en spoedige opsluiting. Meteen na invoering van de partij ging ik de stelling eens zonder digitale hulo bekijken. Zou ik zelf de oplossing vinden? Ik kwam niet verder dan Pe5 waarna de schade blijft tot stukverlies en eventueel 17. Dxf5?!, Dxf5 18. e4 met twee stukken voor de dame en vage rommelkansen. Overigens liet Martin nog een variant tijdens de analyse zien met een soortgelijk dameoffer in combinatie met een opmars van de d-pion naar d5.
    Allemaal creatieve ideeën, maar de engine komt met een daverende verrassing. Na 16. Dxe4, Lf5 volgt 17. Pd6+!
    en wit redt niet alleen zijn dame , maar bereikt meteen een leuk voordeel (ruim +2)
    Dat zou vorige week een leuk plaatje hebben opgeleverd op het scherm!
    En zo zaten er meer momenten in deze zeer boeiende en spannende partij.
    En gek genoeg, de zet waar ik niet zo gerust op was, 16. Ph4 leidt tot een duidelijk nadeel voor wit , meer dan min drie.
    Het intermezzo met a7-a6 was achteraf niet niet handig want het paard wordt naar een beter veld gejaagd. De tactiek over en weer alsmede de wegtikken de klok maakte het met elke zet bijzonder spannend.
    Om niet alle gras voor Martin zijn voeten weg te maaien.
    Na het ogenschijnlijk logische
    20.. Pb4 miste wit 21. Dxc7+,Dxc7 22. Txc7+, Kxc7 23. Pe6+ gevolgd door Pg5
    met de dubbele dreiging Pf7 en Pxh3. Maar de stelling zat ook vol met dit soort latente dreigingen. In de na analyse kwamen nog allerlei spectaculaire winst pogingen van zwart en winnende wandel koningen van wit op het bord.
    Kortom, een van de lastigste, maar ook inhoudsrijke partijen die ik bij Aris de Heer gespeeld heb!

Ron – Marc, 2 februari 2026

Door Marc: 1.c2-c4 f7-f5 2.d2-d4 Pg8-f6 3.Pb1-c3 d7-d6 4.Pg1-f3 g7-g6 5.e2-e3 Lf8-g7 6.Lf1-e2 0-0 7.0-0 a7-a5
8.Dd1-c2 Pb8-a6 9.a2-a3 Dd8-e8 10.Ta1-b1 e7-e5 11.b2-b4 a5xb4 12.a3xb4 c7-c6

Stelling na 12…c7-c6
Het is nuttig om bij een zet niet alleen te kijken naar wat het voordeel van die zet is, maar ook naar
wat de zet opgeeft (alles heeft voor- en nadelen). Zo geeft c7-c6 het veld b6 op, dus een optie was
de5: de5: Pa4 (maar iets anders kan natuurlijk ook, zo stelde Ron na de partij bijvoorbeeld 13.Te1
voor wat er ook goed uit ziet, de toren op de lijn van de dame maakt ed4: lastiger). Wit speelde Db3,
maar dat geeft het veld e4 op, dus kon ik mijn paard daarheen sturen.

13.Dc2-b3 Pf6-e4 14.Tf1-e1

Stelling na 14.Tf1-e1
Na Te1 komt wit in een vervelende pin over de lange diagonaal. Mijn computer geeft de voorkeur
aan 14.de5: Pc3: 15.Dc3: de5: 16.Lb2 Tf7 met een open strijd om de diagonaal, waarbij de computer
voordeel geeft aan wit.
14…Pe4xc3 15.Db3xc3 e5-e4 16.Pf3-d2 c6-c5 17.b4xc5 d6xc5 18.Lc1-a3 Tf8-f7 19.f2-f4 (gericht tegen
f5-f4 ideeën voor zwart) 19…Lc8-e6 20.Tb1-b5

Stelling na 20.Tb1-b5
Mijn computer geeft 20.Pb3 b6 met gelijk spel. De toren komt met Tb5 de zwarte stelling binnen
(altijd vervelend), verhinderd b6, en houdt misschien een optie open voor alsnog Pb3. Echter, de
toren staat daar ook wat kwetsbaar, waarvan ik probeerde te profiteren met Tc8, dreigt cd4: en
Db5:. Maar dat zag Ron natuurlijk wel. De computer geeft de voorkeur aan 20…cd4: 21.ed4: Pc7 en
als 22.Tb7: dan 22…Dd8 23.Lc5 Pa6 met voordeel voor zwart, maar dat is allemaal vrij ingewikkeld.
20…Ta8-c8 21.Te1-b1 Tc8-c7 22.Pd2-b3 c5xd4 23.Pb3xd4 Tf7-d7

Stelling na 23…Tf7-d7
Ik meen mij te herinneren dat ik Ron hier zachtjes Tb6 in zichzelf hoorde mompelen (was erg sterk
geweest: 24.Tb6 Lf7 25.Ld6), maar gelukkig voor mij koos hij toch voor 24.c5 waarna mijn computer
de stelling na 24…Pb8 weer gelijk vind.
24.c4-c5 Pa6-b8 25.Le2-c4 Le6-f7 26.Dc3-b3 Lg7xd4 27.e3xd4

Stelling na 27.e3xd4
Ik kon 27…Td4: niet goed overzien, dus ik koos voor 27…Pc6. Echter, wat ik had gemist, en gelukkig
voor mij Ron ook, is dat zwart na Ld4: zeer zwak is geworden over de zwarte velden. Na 23…Pc6 had
wit een goede mogelijkheid met 28.d5 Pd4 29.Dc3 Pb5: 30.Lb5: Ld5: 31.Lb2. Uiteraard een
computervariant en niet zo eenvoudig, maar het gaat om het idee, dat wit nu de lange diagonaal kan
innemen.
27…Pb8-c6 28.Lc4xf7 met een remiseaanbod wat ik zonder veel nadenken accepteerde. Mijn
computer geeft een voordeeltje voor zwart, maar ik kon niet goed inschatten wie in de eindstelling
nou beter staat en ik vond het wel prima. Remise is denk ik wel een terechte uitslag van een leuk
partijtje met wisselende kansen, al denk ik dat over het geheel genomen Ron het dichtste bij een
overwinning is geweest…

Frank – Wouter

Door Frank: Wederom rustig opgebouwd. Wouter probeerde op de damevleugel aan te vallen, ik op de koningsvleugel. Ik kreeg voordeel toen Wouter op de 21e zet f3 speelde.

Ik won toen een kwaliteit en een pion. Dat bouwde ik mooi uit totdat ik op zet 37 Dg3 speelde. In een externe partij zou ik dat overigens niet doen en gewoon stukken afgeruild hebben. Ik offerde de kwaliteit terug en gaf ook 2 pionnen terug. Wouter zat al flink minder in zijn tijd dus moest relatief snel beslissingen nemen. Zet 42 Dxa7 vind de engine echt fout, hierdoor krijg ik weer meer voordeel (zie maar eens dat Ta1 beter is op zo’n moment…)

Mede door de tijdnood besluit Wouter begrijpelijkerwijs de dames te ruilen, maar mijn koning staat natuurlijk ook veel sterker dan de zijne. De pion stoomt op tot c2 en ik heb daarna vrij spel omdat de witte stukken moeten voorkomen dat ik promoveer. Na 54 Kf4 gelooft Wouter het terecht wel en geeft op.