Aartswoud- Aris de Heer

Afgelopen vrijdag zou een heel spannende avond worden voor onze kleine, doch gezellige schaakvereniging. Helaas was uw wepmeester verhinderd. Uit wat mij achteraf werd toegezonden kon ik opmaken dat het heel spannend is geworden. Ik was er graag bij geweest.

Maar een verslag is toch mogelijk dankzij alle reacties.

Allereerst die van Martin:

Zo dicht bij de droom — verslag van een onvergetelijke finaleavond

Het was een avond die niemand snel zal vergeten. In Spanbroek stond vrijdag de allesbepalende wedstrijd op het programma: wij tegen Aartswoud, met het kampioenschap van de eerste klasse als inzet. Voor een club met slechts dertien leden, die vier jaar geleden nog in de derde klasse uitkwam, was alleen al de aanwezigheid op deze drempel een prestatie van formaat. Maar we waren niet gekomen om te figureren — we waren gekomen om te winnen.

De zaal voelde dat. Vanaf het moment dat de klokken werden gestart hing er een elektrische spanning in de ruimte. Fluisterende toeschouwers, gespannen blikken, het zachte tikken van de schaakklokken meer geluid was er nauwelijks. Maar onder die stilte bruiste het. Elke zet telde, elke minuut op de klok werd gevoeld door iedereen in de zaal.

Bord voor bord ontvouwde de strijd zich. Langzaam maar zeker kantelde de wedstrijd in ons voordeel, en naarmate de avond vorderde groeide het gevoel dat er iets bijzonders in de lucht hing. Spelers die normaal geconcentreerd naar hun eigen bord staren, wierpen blikken opzij. Toeschouwers schuifelden van bord naar bord. Toen de stand op 2-3 kwam te staan, verzamelde zich een groep van zo’n 25 man rond het laatste bord. Mannen die op hun tenen stonden om een glimp op te vangen van wat de doorslag zou geven.

Op zaterdag al schreef Martin:

De kruitdampen zijn opgetrokken, heldhaftige comebacks, fantastische combinaties en zenuwslopende eindspel thrillers.

3-3 net geen kampioen.

Er konden geen remises gemaakt worden omdat zij al snel voor kwamen. Alles bekeken, is Aartswout ontsnapt met het kampioenschap, dat met luid applaus werdt ontvangen na de laatste handschudding.

We zijn trots zijn op onze club, het team speelt steeds sterker doordat iedereen meedoet, leert en elkaar beter maakt.

Iedereen bedankt!

Marc:

Aartswoud – Marc, 27 maart 2026

1.e2-e4 d7-d5 2.e4xd5 c7-c6 3.d5xc6 Pb8xc6 4.Lf1-b5 e7-e5 5.Pg1-f3 Lf8-d6 6.d2-d4

Stelling na 6.d2-d4

Meestal speelt wit eerst korte-rokade en dan d4, waarna zwart ed4: speelt met een complexe stelling. Na d4 voor de rokades is het beter om de stelling met 6…e4 nog even gesloten te houden want zwart is dan nog niet klaar voor een open stelling. Althans, dat is hoe ik het onthoud, maar ook concreet 6…ed4: 7.Dd4: is vrij vervelend. Mijn theoriekennis ging verder met 6.d4 e4 7.Pg5 Pf6 8.d5 a6 met een gelijke stelling. In de partij kwam 6.d4 e4 7.De2 maar dat ziet er ook wel gelijk uit. Het Scandinavisch gambiet is best speelbaar, en goed geschikt om met zwart op winst te kunnen spelen, maar ik ben het eigenlijk vooral gaan spelen om eraan te wennen dat een pionnetje meer of minder niet zo belangrijk is (belangrijker is ontwikkeling en activiteit, maar ik wil nog wel eens kiezen voor materiaal; al wordt dat wel minder).  

6…e5-e4 7.Dd1-e2 Pg8-f6 8.Pf3-e5 Dd8-c7 9.Pb1-c3 Ld6xe5 10.Pc3-e4

Stelling na 10.Pc3-e4

Geen goed idee voor wit, het kost materiaal.

10…0-0 11.d4xe5 Pf6xe4 12.Lb5xc6 (12.De4: Da5) 12…Dc7xc6 13.0-0 Dc6-g6 14.f2-f3 Pe4-g5 15.f3-f4 Dg6-e4 16.De2-f2 (mijn bedoeling was 16.Dh5 Dd4 17.Kh1 Pe4) 16…Pg5-e6 17.f4-f5 Pe6-c7 (niet 17…Pd4 18.Te1) 18.f5-f6 Pc7-e6 19.f6xg7 Pe6xg7 20.Lc1-g5 De4xe5 21.Lg5-f6 De5-f5 22.Df2-d4 Df5-g6 23.Tf1-f3 Pg7-h5 24.Ta1-f1 Lc8-g4 25.Tf3-b3 Ta8-e8 26.Lf6-e5 (niet 26.Tb7: Te2) 26…b7-b6 27.h2-h3 Lg4-c8 28.g2-g4 Lc8-b7 29.Kg1-h2

Stelling na 29.Kg1-h2

Eigenlijk is het nu heel makkelijk: 29…Te5: 30.De5: Dc2: 31.Kg1 Dg2# en de promotie naar de topklasse was binnen geweest. Maar ik doe de combinatie andersom en verlies dan ook nog…29…Dg6xc2 30.Tf1-f2 Dc2-c6 (30…De4 is beter, maar dit leek mij winnend) 31.g4xh5 Dc6-h1 32.Kh2-g3 Te8xe5 (nu werkt het dus niet…) 33.Dd4xe5 Dh1-g1 34.Kg3-h4 Dg1xf2 35.Tb3-g3 (oeps, dat had ik gemist) 35…Df2xg3 36.De5xg3 Kg8-h8 37.h5-h6 1-0. Tja, soms zit het mee, soms niet…

Ron:

We hoefden niet te promoveren, maar toch baal ik enorm. Ik speel dus al niet graag op de vrijdag (eind van een drukke werkweek, ben dan moe), maar kon ons team niet laten zitten natuurlijk. Er werden door mijn teamgenoten werkelijk prachtige partijen gespeeld (chapeau) en er had meer in gezeten.
Ik zal je een impressie van mijn (slechte) partij geven.
1. b3, e5. 2. Lb2, Pc6. 3. e3. Wit wil voortzetten met Lb5. In een externe partij speelde Fred Avis tegen mij ooit hier 3…, a6! wat ik iedereen aan kan bevelen. Na het standaard 4. c4, Pf6. 5. Pc3 kan zwart nu echter d5 spelen met goed spel!

Hij krijgt een betere versie dan in normale Engels (1. c4, e5. 2. Pc3, Pf6. 3. g3, d5. 4. cxd5, Pxd5. 5. Lg2, Pb6). Het te vroege b3 hindert wit hier. Dit is de reden dat ik geen b3 meer open en terug ben gegaan naar 1. c4.
Mijn tegenstander speelde echter 4. Pf3. Ik speelde nu foutief 4…, d6.

diagram 4 d6

Ik had gelijk 4…, e4 moeten doen. Na 5. Pd4, Pxd4. 6. Lxd4, d5 is het dan in evenwicht. Nu speelde hij 5. d4 en staat direct beter. Hier was slaan op d4 nog relatief het beste geweest. Maar hier was ik al niet blij meer. 5…, e4. 6. d5!, exf3. 6. dxc6, bxc6. Hier dacht mijn tegenstander lang na.

diagram 7. gxf3

7. gxf3 is inderdaad hier heel sterk en winnend. Hij kan veilig lang rocheren, maar ik niet. Maar ook na het gespeelde 7. Dxf3, Ld7. staat hij heel erg goed. De loper op b2 is een monster, hij zet voort met Pd2, h3, Ld3. Ik zag eigenlijk niet hoe ik dat moest overleven. Ik was dan ook nog best tevreden dat ik dit eindspel bereikte.


Hij speelde hier natuurlijk 31. Tc3 en gaat een pion winnen. Maar toren eindspelen zijn lastig, al blijkt hij hier dus straalgewonnen te staan, ik verdedigde uiteraard met Ta8 en Ta7.
Maar in het vervolg ging hij toch in de fout. Maar ik zat inmiddels wel in grote tijdnood.


Hier wint 47. Kd3. Maar hij speelde 47. f6?, Tg3+. 48. Kb2.

Nu is er na 48…., Kb6 niets meer aan de hand en eenvoudig remise,

maar ik speelde te snel 48…, g4? en nu is het alsnog uit na 49. Tg5+ gevolgd door Tf5.

Maar feitelijk toch een terechte winst voor mijn tegenstander. Maar zo’n zet als g4 blijft dan wel aan me knagen. Ik kon er niet van slapen!

Vervolgens moest Frank dus remise houden maar in beiderzijdse tijdnood ging hij ongelukkig (en onverdiend) in de fout. Hij heeft nog lang doorgevochten daarna, maar kreeg geen kans meer op een swindel.

Wat een enerverende avond.

Martin:

Hierbij mijn partij en commentaar.

Ik kom in een vreemde variant waarbij dame de pion op b7 slaat. Op eerste gezicht lijkt het een volle pion en het echte probleem is dat ik niet weet hoe je dit goed moet spelen. Misschien was direct Tb8 wel beter, maar na Dxc7 wist ik niet goed genoeg wat dit zou betekenen.

Ik zie in de analyse dat ik het slechtst sta op zet 25, na Txc4.

Ik speel de partij met een pion minder, al snel begreep ik dat ik moest voorkomen dat de 4 pionnen aaneengesloten bleven, daarom speelde ik met 23. f6 en snel daarna 26. e5.

Terwijl eigenlijk achter het bord ik er steeds meer vertrouwen in kreeg. Een tijdsachterstand was inmiddels omgebogen in een tijdsvoordeel, en mijn tegenstander kon niet goed zien hoe hij effectief die 2 randpionnen kon doorstoten. Ik haalde mijn koning naar de andere kant en dat bleek dus wel de juiste manier, want de beperkte opties voor wit zorgde ervoor dat hij een fout maakte.

Te3 om de randpionnen te ondersteunen lijkt een logische zet, maar de nu open C lijn (de reden dat ik met de toren sloeg) wordt nu dodelijk. Eerst de tempo zet, d4 om de toren weg te jagen, en daarna met de tempo zetten Tc2, en Pc4 kom ik opeens goed te staan. De koning is afgesneden en nu is de loper in een penning. Hij moet haast wel de draak van een zet, Td3 spelen, en met maar een paar minuten op de klok speelt hij dat.

Kd5 is dan dodelijk, hij speelt de langzame zet Kf1 omdat hij Pb2 al niet meer kan voorkomen zonder loperverlies. Maar ik zie al direct de gespeelde variant waarbij Tc1, een nieuwe dodelijke penning gaat veroorzaken. Mijn tegenstander verliest achtereen, een kwaliteit, daarna de loper en in de laatste zet Kc4 verliest hij ook een volle toren.

Wat eigenlijk een mooie stelling was van mijn tegenstander, was er feitelijk te weinig tijd op de klok om dat secuur uit te spelen. Let wel, door het score verloop mocht mijn tegenstander geen remise maken, dus de 37. Te3 moet in dat licht gezien worden, een poging om de partij te winnen in misschien een kleine overschatting van zijn eigen voordeel.

5,5 uit 7 partijen op dit niveau, ik kan erg blij zijn voor mijn bijdrage dit jaar!

Frank:

Hierbij nog mijn partij tot zover de notatie is bijgehouden. Eigenlijk heel solide en er is niets aan de hand tot het einde van de notatie.

Opening werd door zowel Toine als mij prima gespeeld. Een grappig, maar venijnig zetje is 15. Lh4.

Een belangrijk moment is zet 19. 

Ik heb hier heel lang, en achteraf waarschijnlijk te lang, over Dh5 nagedacht, maar ik kon de winst daar niet vinden en durfde die zet daarom niet te spelen en koos uiteindelijk voor het veel veiligere Lxb7. Ik stond nu echter al heel erg achter in tijd en zat al onder de 20 minuten op dat moment. Volgende keer sneller een beslissing maken zodat ik meer tijd over houd voor de rest van de partij…

De computer gaf Lc6 aan met heel licht voordeel voor wit. Dh5 werd door de computer inderdaad afgekeurd om dezelfde reden die ik op het bord ook zag uiteindelijk. Zonde van de kostbare tijd…

Van 24 e4 was de engine ook geen fan, maar mijn tijd was nu tot onder de 5 minuten gezakt. Mijn tegenstander had nog beduidend meer. Zwarts voortzetting was daarna ook niet de beste, waardoor de partij toch in evenwicht blijft.

Ik moet alles à tempo spelen omdat ik minder dan 2 minuten heb.

Ik houd een pion op de a-lijn over tegenover 1 minder op de koningsvleugel.

Ik doe het daar verkeerd (ik moet gewoon alles blokken) verlies ik nog een pion, buiten degene op de koningsvleugel. Met 2 pionnen achter wordt het erg lastig en speelt mijn tegenstander het keurig uit. Een heel zure nederlaag voor mij welke ik die nacht nog wel een paar keer nagespeeld heb in mn bed…

Toch hebben we extern een fantastisch seizoen gedraaid waar we speelden om niet te degraderen in het begin tot bijna kampioen op een paar zetten na. Van het hele team een prachtige prestatie. Dat geeft in ieder geval vertrouwen voor het volgende seizoen!

Paul:

Ik heb mijn partij naar Martin en Eddy gestuurd. Na de analyse bleek ik een paar schoonheidsfoutjes te hebben gemaakt. Maar ik ben over het algemeen wel tevreden over de partij. Ik kon rond de 12e zet een pion winnen maar dan had mijn tegenstander een sterke zwarte loper overgehouden en ik een pion die weinig deed.

14. Lxg5 hxg5 15. hxg4

Op zet 18 ging mijn tegenstander in de fout

18, …Pfxd5?? 19. Pxd5 Dxd2 20. Pe7+

en toen was het een kwestie van ruilen met een paard meer.

Thomas:

Afgelopen vrijdag was het een bloedstollende finale voor ons NHSB team in Spanbroek, sinds kort een speellocatie van onze tegenstander Aartswoud.

Tegen mijn tegenstander David Verwey had ik al eens een keer een rapid partij gespeeld, maar bij welke gelegenheid weet ik zo 1-2-3 niet meer. In ieder geval weet ik wel dat het een sterke speler is die zich niet zomaar even “om laat blazen” , zoals ik ooit in een ver verleden een teamgenoot het hoorde uitdrukken

De opening was het Twepaardenspel in de Nahand met Pg5.

Ooit door een wereldberoemde speler destijds als “Stumperzet” aangemerkt, maar inmiddels weet men wel beter. Enkele jaren geleden werd dit zelfs gespeeld in een partij tussen Van Foreest en Carlsen, waarin Van Foreest zelfs een goede winstkans miste, een kwaliteitsoffer tegen enkele pionnen. En juist die pionnenstructuur is in deze variant vrij goed. En Carlsen ontsnapte als zwartspeler met remise en kon daardoor zijn recordlange ongeslagen reeks verlengen.

In deze variant zijn er veel zijsprongen maar ik beperk me nu even tot het gespeelde

8. Df3, de Van Steenis-variant.. Vaak dekt men de pion met Lb7 of Ld7, maar wat zwart ook kan spelen is 8.. Tb8en als wit een tweede pion pakt met 9. Lxc6+, Pxc6 10.Dxc6+ heeft zwart na 10. Ld7 of 10. Pd7 uitstekende compensatie, maar ja, twee pionnen is toch niet niks voor de meesten van ons…

Maar er is veel mogelijk als antwoord , in de database heb ik er al tien gevonden.

Pas bij 9. Lc5 zijn we “weg van de snelweg”. Hier waren eerder 9. h6, 9. Le7 en 9. Ld6 geprobeerd. Een bezwaar zou kunnen zijn dat na een eventueel op enig moment terug jagen van het paard, dit  met tempowinst kan. En er is mogelijk nog een nadeel, maar dat kan ik beter nog even bewaren voor later.

Een probleem in deze variant voor wit is vaak de ontwikkeling van de dame vleugel en ook tijdig rocheren kan zomaar een probleem worden als je bestookt wordt met aanvallende zetten van zwart.

10. Pc3 leek me een nuttige zet maar het paardoffer op h7,;wat eigenlijk een schijnoffer is, is objectief niet eens de beste zet. Zetten als 11. 0-0 en 11. Pce4 zijn in principe solider en in die richting gaat de computer ook.Het speltype wordt er wel door ontregeld.

Na enkele zetten om wat ontwikkelingszetten te doen, kwam er nog een belangrijk keerpunt wat het stelling beeld veranderde.

17..e4 zag er op zich logisch uit, maar de tactiek was niet van de lucht, wederzijds dat wel. Persoonlijk zou ik in de iets eerdere fase als ik zwart had gehad, misschien wel op c3 geruild hebben en de ongelijke lopers maken eventuele witte winstplannen voor wit moeilijker, mochten de zware stukken geruild worden.

Na het paardoffer op e4 hield ik op de 19e zet rekening met het zwarte antwoord 19..Tg6 om na 20. Dxd4, Lh3! te doen. Wit is dan praktisch gedwongen om na 21. Dh4+, Th6 22. De4+, Tg6 met 23. g3 een kwaliteit te offeren, echter houdt ook drie pionnen meer over. De engine geeft plus 2, maar gevoelsmatig durfde ik dit wel aan als het moest. Maar na 19. Lf5 wat ook een begrijpelijke zet is, ontstaat dan weer een stukkenverhouding met zware stukken en ongelijke lopers,  In de fase van plus minus zet 22 tm zet 27 had ik even het idee dat een snelle beslissing in het verschiet lag, maar de verdienste van mijn tegenstander was zeker dat hij inderdaad niet tien tellen neer ging en dat winnend lijkende voortzettingen op linke tegen trucjes faalden.

Een concreet voorbeeld:

Na 24. Tf8 dacht ik een winnende combinatie te hebben met 25. Dh4+, Kg8 26. Te7 heeft zwart 26.. Te8! omdat 27. Txf7 faalt op 27. Te1 met mat “achter de paaltjes”. En datzelfde geldt voor 27. Txe8+, Dxe8 28. Dc4+,Kh8 29.Dxc2 maar dan is het de zwarte dame die in het doelgebied belandt!

Uiteindelijk ontstond er een eindspel met ongelijke lopers weliswaar met twee pionnen meer, maar ik was natuurlijk niet absoluut zeker dat het te winnen was, maar er was veel minder kans om het slachtoffer te worden van een tactische truc

Op het bord.naast ons stond Marc Holla op een gegeven moment een stuk voor maar tegen Marc Helder betekent dat heel vaak dat je er dan nog niet bent en altijd op onverwachte combinaties bedacht moet zijn.

In ons eindspel werd het niet zo als bij onze buren, maar op een gegeven moment bekroop me het idee dat ik niet de meest nauwkeurige route had genomen. Het is zeker mogelijk dat zwart ondoordringbare blokkades kan opwerpen op de witte velden. De moeilijkste zet was 48. Lg5 , het nodeloos verliezen van een belangrijke pion moest natuurlijk vermeden worden.

(48 …..Kgx5? 49 h7! }

Ik had wel het idee van een winstplan maar het was lastig mijn stukken goed neer te zetten. En die zet hielp daar enorm bij. Het enige waar je nog tegen aan kan lopen (zie mijn eerdere opmerking!) is dat de zwarte loper op een gegeven moment op bijvoorbeeld f1 staat, er na slaan op a6 een aftrekschaak c4-c3+ in zit met alsnog verlies van de partij.

Maar die loper stond daar in ieder geval niet en zo werd de taaie tegenstand van zwart uiteindelijk gebroken.

Later in de analyseruimte met o.a. mijn tegenstander en Marc Helder geanimeerd zitten kletsen over van alles en nog wat, zeker niet alleen maar over schaken.

Inmiddels had Marc Helder zijn tegenstander Marc Holla toch min of meer beschwindeld en de partij naar zich toegetrokken. Dat is natuurlijk zuur voor Marc Holla, maar Marc Helder weet vaak in slechte stellingen de stelling zo te compliceren dat de foutkans er steeds in blijft zitten. Vergelijkbaar met Manuel Bosboom, die zelfs nog sterkere staaltjes heeft laten zien.

Vast staat wel dat Marc Holla hem het vuur wel heel na aan de schenen heeft gelegd en dat is ook een verdienste!

En toen ik klaar was en de Marcen nog bezig, zei Paul op een gegeven moment tegen mij dat Marc opgegeven had

Dus rekende ik ons even rijk want er waren al een paar partijen gewonnen.

Na een klein minuutje realiseerde ik me “iets” en vroeg aan Paul: “welke Marc heeft opgegeven”? Antwoord:

“Onze Marc”.  De hele wedstrijd was toen nog niet beslist toen we in de belendende zaal applaus hoorden. En dat was dus voor onze sportieve en sympathieke tegenstanders maar we hebben onze huid duur verkocht!

Kees – Thomas

Soms gebeurt het in een partij dat het kritieke moment al heel vroeg valt.
Gisteren had dat moment al rond zet 5 kunnen zijn.
In een ongebruikelijke opening
(Wade variant) waren we al na zo’n zet op drie op onbekend terrein voorzover ik weet.
Na 4. Pd7 keek ik naar ideeën met Pg5 , maar begon de twijfelen na het zien van de tussenzet 5. Pe5!?. Zwart maakt met tempowinst een vluchtveld voor de koning terwijl de witte dame nog steeds aangevallen staat.
En 6. dxe5, Lxd1 7. Lxf7+ ziet er interessant uit, maar heeft wit genoeg voor de dame? Na 7. Kd7 8. Le6+ kan zwart als hij wil een eventueel eeuwig schaak ontlopen met 8.. Kc6
maar gaat dat een “winnende wandelkoning” worden?
En wat wil wit als zwart weer terug gaat naar e8? Alsnog eeuwig schaak? En dat na amper 10 zetten? Voor beiden houdt doorgaan een zeker risico in. En geldt dat niet eigenlijk voor elke stelling?
En afgezien van andere bespiegelingen, het levert wel een onderhoudende partij op.

Na deze zetten reeks geeft de engine aan dat wit zo’n+3 voordeel heeft, maar zoals ik al vaker verkondigde, zijn dat soort wegingen voor de mens van vlees en bloed natuurlijk veel lastiger te maken.
Tot ik een engine spontaan zie roesten, ga ik er van uit dat bij hem zenuwen van “oh jee heb ik wel genoeg voor die dame” dat zij niet nerveus worden van dat soort overwegingen!
Zoals het ging won wit een pion en ging de partij afgezien daarvan normaal verder.
Om eerlijk te zijn zag ik nog even een beetje spoken, ik hield rekening met de zwarte tussenzet Pxe4 toen ik 9. c3 speelde ipv het eerst geplande

  1. Pd2.
    Na 9. c6 is dat gevaar weer even geweken omdat wit dan schaak op d6 heeft.
    Concreet 10.Pd2,Pxe4 11. Pxe4, Lxg5 12. Pxd6+
    Overigens was ik niet zeker over hoe te richten. De korte rochade zal best veilig zijn, maar de open gekomen h-lijn biedt voor zwart mogelijk aanvalsdoelen. Misschien speelde het artikel dat ik voor de partij zag over de
    “herboren” Bosboom die zijn tegenstander h-lijnde een rol!
    In de fase tot plm zet 15 had ik zelf het idee dat ik hier en daar wat doortastender had kunnen spelen, maar het lijkt achteraf mee te vallen. In deze fase maakte Kees ook geen echte fouten en dan moet er ook met een pion voorsprong geduld geoefend worden.

De ” desperado” combinatie met 15. Dxf6 leverde nog een belangrijke pion op en dan is het zoals men altijd zo makkelijk zegt ” een kwestie van techniek”. Het eindspel met gelijke lopers en op beide vleugels bood goede winstkansen voor wit. Zoals ik vorige week al zei, als je maar een pion voorsprong hebt, bestaat het risico dat de tegenstander na diverse pionneruilen een licht stuk voor de laatste pion offert met een theoretische remise.
In dit geval bestaat dat risico als wit op een vleugel een pion offert om met de koning naar de andere kant door te breken en daarbij een misrekening maakt.
Overigens deed bij het invoeren van de zetten na 34. g5 nog heel plagerig de suggestie 34. Lb2 met de dreiging 35. Lc1+ en loperwinat. Toegegeven, het zal niet voor het eerst zijn dat dergelijke ” bedrijfsongevallen” gebeuren! In onze partij gebeurde gelukkig niet en kon ik een belangrijke overwinning noteren.
Niet te geloven dat het seizoen al weer zo ver gevorderd is!
In de na analyse met Kees en later Martin bleek overigens dat het dameoffer zeker praktische kansen biedt, maar vooral als de stelling open komt, zwart gevaarlijk kan counteren, zeker als wit nog niet gerocheerd heeft! Niet zelden faalden mijn winstpogingen op de lange duur.

AdH- Waagtoren

We hebben ooit, heel lang geleden, tot ieders verbazing een keer van de Waagtoren gewonnen. Hun  team had een veel hogere gemiddelde ELO. Ik herinner  me nog dat laat op de avond veel van onze dubieuze stellingen plotseling verbeterden, en dat een onverwachte aanval van genialiteit van Gerrit van Dok ons zelfs de overwinning opleverde. Een sprookje. Klein duimpje tegen de reus. Ik las nu op internet dat Waagtoren thans 138 schakers in zijn gelederen heeft. Waarvan 50 met een elo van 1800 tot 2250. Vanavond hebben onze tegenstanders gemiddeld 1960 elo. Dus wij zijn weer Klein duimpje. Of David tegen Goliath?  Gelukkig mogen we verliezen. Degraderen kan niet meer. En de hoofdklasse NHSB   is echt niks voor ons. Bescheidenheid siert de mens.

Om 9 uur zie ik nog weinig rampen opdoemen. Er wordt weer zeer veel ge-Engelst, en op meer borden zie ik daartegen  op KoningsIndisch geïnspireerde  zwarte opstellingen. De tegenstander van Marc zit ongelofelijk lang na te denken. En hij was ook al wat later binnen komen lopen. Hij houdt zijn jas aan. Dus hij wil ook weer vroeg weg. Maar dat gaat zo niet lukken.

 Marc loopt schijnbaar tevreden kijkrondjes  door de zaal. Ik vind ook dat zijn stelling er wel leuk uitziet.

Diagram  Marc – Alvares (12…e4)

13 cxd5

Met tevredenheid zie ik dat Frank zijn klassiekdamegambiet- opstelling tegen een damepionspel  van zijn tegenstander goed heeft voortgezet. Om 9.20 is er al veel afgeruild, is de in die opstelling altijd wat opgesloten dameloper afgeruild, en ik zie geen enkele zwakheid in zijn stelling. Dat zou toch remise moeten kunnen worden.

  Fasel – de Geus (24.a3)

Om 9.30 zie ik dat Ron wat last heeft van opgedrongen zwarte centrumpionnen. Hij staat een pionneke voor, maar die is zwak omdat die zwarte pionnen  de verdediging bemoeilijken.

De Vink – van der Hauw (19…Lxf6)

Bij Thomas zien we weer actief spel. Hij weigert de zwartheid van zijn stukken als excuus te gebruiken voor stevig verdedigen. Hij is uit op complicaties. Maar afwachten  of dat werkt tegen zo’ n sterke tegenstander.

Vlaming – Thomas (18…Kh8)

Tegen 22.00 wordt het bij Paul knap ingewikkeld. Zijn koningsstelling is enigszins ruïneus geworden en witte stukken komen dreigend zijn kant op. Maar hij heeft nog steeds tegendreigingen.

Bookelman – Verkooijen (19…Db6)

Martin beantwoordt aanvalsplannen van zwart met tegenaanval. Maar moet wel daarvoor zijn koningsstelling in de  verkoop zetten. Het lijkt mogelijk.

Martin – Florijn (24…Tf8)

25 f4 !?

Bij Marc dacht ik even dat zwart het misschien ging redden

maar Marc had een combinatie in gedachten die dodelijk bleek. Om22.00 geeft zijn tegenstander al op. Mooi hoor!

Kan zijn tegenstander dus toch vroeg naar huis,

Om 22.15 is Ron de pion inderdaad kwijt, maar het lijkt me dat hij  toch wat beter staat. Is die a-pion gevaarlijk?

Diagram  De Vink – van der Hauw (26…Txd5)

Ik vrees inmiddels voor het leven van  Paul. Ik vrees dat een paar van zijn stukken die op de damevleugel staan   niet snel genoeg voor de vedediging bij de koningsvleugel kunnen zijn. Het gaat  hem minstens 1 of 2 pionnen kosten.

Martin heeft toch weer eens een aanval tevoorschijn getoverd. Hij kan bij zet 31 remise met eeuwig schaak afdwingen, maar wil winnen.

Martin – Florijn (30…Kh7)

32 Lf7?

Hij speelt nu Lf7. Dat zie ik zo gauw niet. Was gewoon 32 Taf1 niet sterker?

De stand is bij Thomas nog steeds gelijk, met alleen nog alle zware stukken op het bord, maar ik ben een beetje bang dat die van wit wat actiever staan.

Vlaming – Thomas (25…Te7)

Martin’s Lf7 blijkt na enige tijd gelukkig toch ook nog best lastig voor zwart. Ik denk dat Martin dit deel weer erg sterk speelt . Hij heeft ook nog een klein beetje meer tijd.

Martin – Florijn (35…Pc8)

Bij Frank gaat het toch mis. Hij staat nu een kwaliteit achter. Wanneer is dat gebeurd?

Ik zag later: Die kwaliteit gaf hij gewoon weg. Zag hij met dit offertje iets leuks wat niet leuk bleek. Of was het gewoon een concentratieverlies-blunder?

Fasel – de Geus (34.Pe5)

34. .. Dc7?? Pxc6

Thomas raakt een pion achter, en ik zie zo gauw geen compensatie. Maar dat zal wel aan mij liggen.

Vlaming – Thomas (29.Txb7)

Paul blijft wonderbaarlijk op de been. Hij staat nu ineens  1 pion achter, maar tegen een kwaliteit.

Bookelman – Verkooijen (23.exf5)

Ik vraag me af of Martin toch de winst heeft laten liggen. Maar het wordt wel nu een vluggertje. Dus misschien ….

Diagram   Martin – Florijn (45.hxg5+)

Frank geeft op.

Paul staat eigenlijk nu op winst. Hij heeft ook iets meer tijd. Maar het is wel erg moeilijk. Houdt hij het vol? Dit was een zware avond.

Bookelman – Verkooijen (35…Pb4)

Ik denk dat Ron niet meer kan winnen. Hij heeft ook wat minder tijd. Zou remise moeten worden

De Vink – van der Hauw (42…Ta8) Diagram

Rond half twaalf gebeurt er veel.

Thomas weet toch weer een remise uit de hoge hoed te toveren.

Vlaming – Thomas (35…Tb8)

Stand 1,5 – 1,5.  Als het een beetje meezit kunnen we een gelijk spel bereiken.

Bij Ron, Martin en Paul zou remise moeten kunnen.

Natuurlijk wil Klein Duimpje best de Reus een koppie kleiner maken, maar met alleen het stelen van zijn laarzen is hij ook wel tevreden.

Maar het loopt anders.

Bij Ron wordt het wel echt remise. Zijn beetje voordeel was verdwenen.

De Vink – van der Hauw (48.Th6)

Martin heeft duidelijk op winst gestaan maar is tenslotte toch van de weg geraakt. ‘Ik zag het niet’ zegt hij hoofdschuddend achteraf.Maar hij kan niet ontevreden zijn over zijn remise. Hij heeft  zijn sterkere tegenstander behoorlijk laten zweten.

Martin – Florijn (48.Kf4)

Nu terecht remise

Alle aandacht gaat nu uit naar Paul. Hij zou moeten kunnen winnen, maar moet dan erg blijven opletten. Lukt dat onze gepensioneerde na zo’n lange zeer zware avond? Zijn tegenstander blijft erg zijn best doen om hem een kunstje te flikken. Maar remise moet kunnen , en met remise is iedereen tevreden. Hij heeft ook nog steeds wat meer tijd dan zijn tegenstander.

Bookelman – Verkooijen (43…Tc4)

Spannend. Spannend!

En ja! Dan gebeurt het. Paul wordt alweer de man die de slagroom op de taart spuit, weer  ‘The man of the match.  De man die weer het sprookje tot leven brengt. HIJ WINT! Niet te geloven. HIJ WINT! Diepe concentratie, geen moment achter zijn bord vandaan, het betaalt zich uit. Wat zouden we zijn zonder de inmiddels wat oudere trouwe clubmakker die zichzelf het liefst als invaller ziet , maar wel op het beslissende moment voor de punten zorgt?

 Voor aandachtige luisteraars was er luide triomf-muziek hoorbaar in ‘Onder de linden’. Gedirigeerd door een bekende fascinerende dirigent aan de muur.

( de prachtige portretten zijn van Rijk vn den Hoff)

Ja,  dit werd dus opnieuw een sprookje. En de  Alkmaarders kunnen niet eens mopperen dat de Beemsteraars wel erg gezwijnd hebben. Bij Ron en bij Martin en bij Frank viel eerder de Waagtorenaars het geluk ten deel. OK,  ook Thomas en Paul mochten niet klagen. Dus het was een eerlijke strijd.

Nu maar hopen dat David de laatste wedstrijd tegen de Goliath uit Aartswoud verliest. Wat zou hij in de topklasse moeten aanrichten met zijn 12 vooral  gezellig schakende heren.

Dit was mijn aandeel van het verslag. Bijdragen van Thomas, Ron, Paul, Marc volgen spoedig

Thomas:

Gisteren stond weer een sterke tegenstander op het programma, de Waagtoren uit Alkmaar.
Deze club is begin deze eeuw ontstaan uit een fusie tussen drie Alkmaarse schaakverenigingen, VVV, DOS en Lange Rokade.
VVV schaakte jarenlang in de KNSB–competitie, mede dankzij drie boegbeelden van het Alkmaarse schaakleven, te weten Piet Seewald, Eddy Kayser en D4irk Appel.
Van DOS weet ik helaas weinig, een bijzondere historie had Lange Rokade.
In de jaren 70 stond in een in aanbouw zijnde nieuwbouwwijk een bouwkeet van Hein Schilder. Dat werd de eerste speellocatie van een vriendengroepje nieuwbakken inwoners. In de loop der jaren werd dit een vereniging van formaat en veel sterke spelers zijn er opgeleid.
Kopman van onze tegenstander gisteravond was Jos Vlaming. Met hem heb ik een aantal zeer spannende partijen in o.a. het Alkmaars kampioenschap gespeeld.
Het is volgens mij een vooral strategische speler , maar als het er op aan komt, ook tactisch zijn mannetje staat.
Vergelijkbaar met bijvoorbeeld Ron, zeg maar “van alle markten thuis”.
De opening was weer eens de Bremer variant van het Engels en zoals ik gisteren al vermoedde, lang theorie.

Vlaming – Thomas (13…f5)
Pas 14. Lc5 week af van de nog wel bekende voortzettingen
14. Db5 en 14. Tfd1
Maar de engine vindt hem ook prima, met een klein plusje voor wit. Overigens voelde ik op dit moment ook zelf geen ongemak omdat ik dit type stellingen wel vaker heb gespeeld.

In ieder geval was als reactie op 14. Lc5 een afwachtende tactiek met 14.. Kh8 verstandiger geweest.
14. …., e4? was te ambitieus en geeft ook de controle over het belangrijke centrum veld d4 prijs De pion gaat ook nergens heen en kan alleen maar zwak worden.
Na 15.dxe4 gaat er al vrijwel geforceerd een belangrijke pion verloren. 16. Pd2! zorgt er voor dat de pion in een klap drie keer aangevallen wordt, en slechts een keer verdedigd
Toch altijd fijn om dat soort wijsheden daags na de partij rijker te zijn! Alleen.. er dan in de praktijk iets mee doen bij een nieuwe gelegenheid, is de volgende uitdaging….
Het witte voordeel werd na deze zet ook duidelijk groter en een moeilijke fase tot plm zet 30 brak aan.

Vlaming – Thomas (30.Dd7)

Ook voor Jos overigens, want in zijn secure spel werd veel tijd geïnvesteerd. Dit gaf wat hoop in combinatie met de moeilijkheidsgraad van de stelling. Een eindspel met zware stukken is per definitie lastig.
Zonder al te technisch te worden, het eindspel zal bij normaal verloop niet in een winnende aanval eindigen maar in een technische fase na een afwikkeling naar een dame eindspel (veel schaakjes!) of een (dubbel) toreneindspel. In het laatste geval heb ik bij mijn training geleerd dat je pas naar een toreneindspel moet afwikkelen met minimaal twee pionnen meer. Een eindspel met een pion verschil is in veel gevallen erg lastig te behandelen en dat geldt in het bijzonder voor toreneindspelen.
Een andere nuttige les die ik maar al te vaak vergeet is:
Onderzoek de stelling!
Kijk naar pionnenstructuur, statistische en dynamische kenmerken etc. , niet zo zeer naar concrete varianten . In principe doe je dat bij elke zet, pak gewoon een paar momenten in de partij om de zaak breder te bekijken.
Makkelijker gezegd dan gedaan, overigens.

Na wat afwikkelingen was een dame en toren eindspel ontstaan met veel uitdagingen voor zwart. Vooral na 25. Db6 werd het verdedigen van de dame vleugel pionnen een probleem.

Vlaming – Thomas (25.Db6)

Na 25. Te7  ( ES: ??  ) was ipv 26. Td7 nog iets effectiever geweest 26. Td8+, Txd8 27. Txd8+, Kh7 28. Dxa5 met een gezonde pion meer. Overigens is de tekstzet nog lastig genoeg en vooral 28. Dd4 vond ik een bijzonder vervelende zet

Vlaming – Thomas (28.Dd4)

28 .., Tg8
. In deze fase was ik toch niet heel hoopvol gestemd, maar bleef loeren op een kansje
Een serie schaakjes op de witte koning zou al heel wat zijn met misschien eeuwig schaak-ideeën, wie weet.

Dit alles had wit kunnen vermijden met 29. Td6, De4+
30. Dxe4, fxe4 31. Td7 met een zeer voordelig toreneindspel. Dit lijkt strijdig met wat ik net verkondigde, maar met toren en koning van zwart veroordeeld tot langdurige passiviteit zal er naast de vrijwel zekere pionwinst voor wit zeker nog een pion equivalent aan voordelen bijkomen!
Na 29. c5!? begon ik weer wat hoop te krijgen, eindelijk zou ik mijn serie schaakjes krijgen toch?
Natuurlijk is de engine weer zo flauw om doodleuk 30. Dd1! voor te stellen. Op 30. De4+ volgt simpel 31. Df3.
Simpel maar achteraf,,,
Na 30. Dd7 wat ik toen als de enige zet zag was mijn bedoeling om via h1 op h2 te slaan.

Vlaming – Thomas (30.Dd7)

30  ..,De4+  31.Kf1, Dh1+

Maar na 32. Dxh2 vond ik de mogelijkheid 33. Dxf5 zo bezwaarlijk dat ik er maar van afzag en maar weer op jacht ging naar zoveel mogelijk schaakjes. Uiteindelijk hoefde dat niet na de mogelijkheid tot afwikkelen naar het toreneindspel. Dit leek ook een goed moment voor een remise aanbod, ook omdat ik aanvankelijk zelfs het idee had iets beter te staan. Zwart wint wel al dan niet tijdelijk een pion , maar wits koning kan veel actiever worden en de zwarte pionnen zijn wat verspreider en dus zwakker.

Vlaming – Thomas (33…De5)
Na acceptatie van het remise aanbod door Jos hebben we in de na analyse nog dit eindspel bekeken en bleken de sportschoenen van de witte pionnen niet zelden sneller dan de zwarte!
Kortom, goed weggekomen tegen een sterke tegenstander,
maar zeker geen slechte partij met een aantal leerzame momenten.

en weer een mooie overwinning voor ons team!

RON:

Ron:

Mede op verzoek van anderen, maar weer eens en analyse. Het was overigens nog lang theorie, t/m zet 10 allemaal bekend. Ik bereikte uiteindelijk winnend voordeel en ging er, overigens net zoals mijn tegenstander vanuit, maar ten onrechte (!), dat alleen al een eindspel met mijn sterke paard tegen zijn loper al voldoende zou zijn. Dat verklaart de manoeuvre van mijn tegenstander om zijn koning zo dicht mogelijk bij mijn vrije a-pion te brengen, en dat ik ten onrechte torens ruilde…overigens was het slot in beiderzijds grote tijdnood, maar daar was het alweer gelijk. Best knap verdedigd.
Gezegd moet worden dat Jos, hun 1e bordspeler, op zet 22 zag hoe ik moest winnen, met a6! Ik had daar overigens wel lang naar gekeken, maar dacht dus dat behouden van mijn vrij-pion, toch wel winnend zou zijn. Niet dus.

Hulde aan Marc en Paul die wonnen. Ook Frank speelde een goede partij, maar verslikte zich helaas. Maar de anderen remise, genoeg voor nipte winst. Partij van Thomas was lang theoretisch gevecht.

Ik had overigens die middag nog Thomas de merites van Engels laten zien, zowel met wit als zwart. Ook Marc is er goed in thuis. Het werd dus op 5 borden gespeeld.

Partij:
1. c4, Pf6. 2. Pc3, g6. 3. g3, Lg7. 4. Lg2, c5. 5. d3, Pc6. 6. e4, d6. 7. Pge2, 0-0. 8. 0-0, Ld7. 9. h3, a6. 10. a4, Tb8. 11. Kh2.

Diagram De Vink – van der Hauw (11.Kh2)

Meestal wordt hier Le3 gespeeld, dat verhindert Pd4, maar een belangrijk kenmerk van de stelling is, dat het hier niet zo goed is! Ik “lok” deze natuurlijk ogende zet dan ook graag uit. 11.., Pd4. Theorie is Pe8. 12. Pxd4, cxd4. 13. Pe2, e5.

De Vink – van der Hauw (13…e5)

Ik heb hier voor eerst lang nagedacht. Het plan is om f4 te spelen, maar zwart kan hier dan nu goed b5 spelen. Ook a5 werkt niet, komt het ook. Maar 14. b4 ziet er heel goed uit, waarna zwart vervolgens alsnog met f4 zwaar onder druk wordt gezet, zodat die geen keus lijkt te hebben. Maar toch was nu 14…, b6 objectief beste, maar ik snap  14…, b5. 15. cxb5, axb5. 16. a5. Wit heeft nu al belangrijk voordeel. 16…, d5!?

Diagram  De Vink – van der Hauw (16…d5)

Mijn tegenstander gaf pas later aan dat hij niet direct gezien had dat dit tijdelijk pionoffer was. Ik sloeg op d5, maar f4 was mogelijk veel sterker geweest. Zet tegenstander veel meer onder druk. 17. exd5, Lc8. 18. Lg5…

De Vink – van der Hauw (18.Lg5)

Vereist ook rekenwerk, je moet zien dat Pg4+ hierop niet erg is, maar gelijk Db3 was toch beter. Ik hoopte echter dat hij toch geen Pg4 wilde spelen, wit heeft dan 2 irritante vrijpionnen. 18…, Dd6. Nu was dus ook 19. Pxd4 mogelijk, tijdens partij niet gezien. 19. Lxf6, Lxf6. 20. Db3, Lb7. 21. Tfc1!

De Vink – van der Hauw (21.Tfc1)

De sterkste, ik was hier best tevreden, deze stelling had ik voor ogen. Wit staat nu ook gewonnen. Maar schaken blijft lastig en vol verassingen.
21…, Le7. 22. Tab1 (?). Niet fout, maar 22. a6 wint. De verdediging kan zich dan niet goed organiseren. 22. ..,  Tfd8. 23. Tc5. Ik dacht dat dit simpel zou winnen, op Df6 kan ik immers Kg1 spelen. Maar hij speelde veel beter 23…, Dd7.

De Vink – van der Hauw (23…Dd7)

Nu heel lang naar 24. Tc6 gekeken. Dit kan dus, zelfs met voordeel, maar toch beter 24. Tc2, Lxd5. 25. Lxd5, Dxd5. 26. Dxd5, Txd5. 27. f4.

De Vink – van der Hauw (27.f4)

Ik zag dat hierop e4 niet werkt, Tc7 kon ook. 27…, f6. 28. Kg2, Tdd8. 29. Kf3, Ld6. 30. Tc6.

De Vink – van der Hauw (30.Tc6)

 Hier had ik gelijk op e5 moeten slaan, gevolgd door Ke4! Maar dacht dat mijn paard naar e4 moest, waar die natuurlijk beresterk staat. 30…, Kf7. 31. fxe5.

De Vink – van der Hauw (31…fxe5)

Onnauwkeurig, eerst g4! 34…, fxe5. 32. g4, Ke7. 33. Pg3, Tf8+. 34. Ke2, Kd7.

De Vink – van der Hauw (34…Kd7)

Nu staat wit “opeens” niet meer gewonnen. Ik zag gelukkig net op tijd dat 35. Tbc1 niet goed was vanwege Tc8! Na torenruil valt dan pion b4! Allebei hadden we hier nog maar 5 minuten op de klok! 35. Tc2, Le7. 36. Pe4. Nu maakt Tc8 dus remise, maar wij beiden waren in de foutieve veronderstelling dat niet alle torens geruild mochten worden omdat wit dan zou winnen.

De Vink – van der Hauw (36.Pe4)

36…, h5? 37. gxh5, gxh5. 38. Pc5?, Kd6? 39. Tf1? (Zie eerder).

De Vink – van der Hauw (39.Tf1)

 Gewoon 39. Pe4 en dan Tbc1 wint, omdat dan wel veilig Pc5 kan. 39…., Txf1. 40. Kxf1, Kd5. 41. Ke2, Tc8. 42. a6.

De Vink – van der Hauw (42.a6)

 Ik dacht hier nog steeds te kunnen winnen…42…, Ta8. 43. Kd1, Lxc5. 44. Txc5, Kd6. 45. Txb5, Txa6. 46. Tb8, Ta2. 47. Tb6+, Kc7. 48. Th6.

De Vink – van der Hauw (48.Th6)

 Maar dit is remise.

Zeer spannende en boeiende partij.

Marc – Waagtoren, 9 maart 2026

1.c2-c4 Pg8-f6 2.Pb1-c3 g7-g6 3.g2-g3 Lf8-g7 4.Lf1-g2 0-0 5.e2-e4 d7-d6 6.Pg1-e2 e7-e5 7.0-0 c7-c6 8.h2-h3 Lc8-e6 9.d2-d3 Dd8-d7 10.Kg1-h2 d6-d5

Stelling na 10…d6-d5

Het plan voor zwart om d5 te spelen ligt voor de hand, maar pakt in dit type stelling meestal niet goed uit (alle witte stukken zijn er klaar voor). Ook in de partij komt zwart in moeilijkheden.

11.e4xd5 c6xd5 12.d3-d4

Stelling na 12.d3-d4

Thematisch (ondanks het tempoverlies d2-d3-d4); ik heb deze, of soortgelijke, stelling al vaker op het bord gehad. Het probleem voor zwart is dat de5: dreigt, en dat dc4: de diagonaal opent voor Lg2.

12…e5-e4 13.c4xd5 Le6xd5 14.Pc3xd5 Dd7xd5 15.Pe2-c3

Stelling na 15.Pe2-c3

Na 15…De6 komt 16.Te1, maar 15…Dc4 is misschien interessant met het idee dat zwart na 16.Pe4: Pe4: 17.Le4: Pc6 18.Lc6: bc6: 19.Le3 mogelijk wat compensatie heeft. Maar wit kan misschien iets spelen als 16.Lg5 Pc6 17.d5 en de pion op e4 blijft zwak.

15…Dd5-f5

15 …..Df5

Mijn computer geeft hier 16.f3 als de beste zet. Ik nam dat eigenlijk niet zo serieus, want ik wil de e4-pion winnen, niet afruilen. Echter, Ron wees mij ook op deze zet, en na 16.f3 ef3: 17.Lf3: Dd7 18.Lf4 (tegen Pc6 wegens d5) moet ik toegeven dat de stelling inderdaad bijzonder moeilijk is om te spelen voor zwart. Dit toont aan dat ik nog steeds teveel met materiaal bezig ben, dus wel een leer-momentje voor mij.

16.g3-g4 Df5-e6 (mijn computer geeft aan dat zwart de e4-pion beter kan loslaten: 16…Da5 17.Pe4: Pe4: 18.Le4: Td8 met wat compensatie; dus wit moet misschien niet meteen 17.Pe4: spelen, maar het punt is niet of Da5 beter is of niet, maar dat ik 16…Da5 helemaal niet heb overwogen. Dus ook hier, ik dacht uitsluitend De6 houdt pion e4 gedekt, in plaats van te kijken waar de dame het beste staat voor tegenspel, en dat is misschien niet op e6 of d6) 17.g4-g5 (beter is 17.d5 en dan g5; zucht.., maar ik sta al dermate goed (ook wat tijd betreft) – het plan d5 voor zwart in de opening, ik geloof er persoonlijk niet in- dat ik met veel weg kan komen…) 17…De6-d6 18.Kh2-g1 Pf6-h5 19.Pc3xe4 Dd6xd4 20.Dd1xd4 Lg7xd4

Stelling na 20…Lg7xd4

Ik zag hier 21.Pf6 en de kwaliteitswinst na 21…Lf6: 22.Lb7: maar 21.Pd6 met pionwinst leek me eenvoudiger; de computer is het daar trouwens niet mee eens.

21. Pe4-d6 Pb8-c6 22.Pd6xb7 Ta8-c8 (22…Pd8 is beter, maar het ligt meer voor de hand om de toren van de diagonaal af te halen) 23.Pb7-d6 Tc8-c7 24.Pd6-b5 (hier ben ik wel tevreden over, Pb7-d6-b5, het stukwinst had ik gezien; dus al met al een leuk partijtje, opening goed, afronding redelijk maar wel met wat verbeterpuntjes hier en daar) 1-0.

Paul:

Mijn commentaar en partij tegen de Waagtoren. C. Bookelman – Paul Verkooijen

Weer te passief gespeeld. De kwaliteitsruil van mijn tegenstander op zet 18 was correct.

Ik kon alleen maar de kwaliteit teruggeven om nog iets van spel te houden.

zet 20 van zwart was meteen verloren. Dat zag ik pas toen ik het gezet had. In gedachte was ik van plan op te geven als hij Tc6 had gespeeld. Tot mijn verbazing liet hij me nog even in leven. 

Een paar zetten later speelde hij alsnog Tc6, en meteen stond ik stukken beter.

bij zet 23 had ik het meteen uit kunnen maken als ik Ld7 had gespeeld, omdat dan bij Dg4  –  Dg6 de witte dame gepend staat.

Op zet 30 kon ik de dames ruilen en werd het wat makkelijker.

Vanaf zet 41 werd mijn notatie te warrig.

Ronde 13

Marc – Maurice, 2 maart 2026

1.c2-c4 Pb8-c6 2.Pb1-c3 d7-d6 3.g2-g3 e7-e5 4.Lf1-g2 Pg8-f6 5.e2-e4 Lf8-e7

Stelling na 5…Lf8-e7 (Gesloten Siciliaans met kleuren verwisseld)

Na 1.c4 e5 speelt wit eigenlijk een Siciliaanse opening, maar met wit en dus met een tempo meer. Dat wist ik natuurlijk al, maar ik ben me daar recentelijk wat meer van bewust na de aanschaf van een Chessbase Dvd’tje: “Reversed Sicilian Power” van Nico Zwirs. Hierin wordt besproken hoe je je favoriete Siciliaan ook met wit kunt spelen (interessant voor Najdorf spelers is bijvoorbeeld 1.c4 e5 2.a3 of 2.d3). Heel boeiend, ook in combinatie met het boek “Mastering the chess openings”, deel 3, van John Watson wat ik weer uit de kast heb gehaald, over de voor- en nadelen (zoals het met de extra zet verstrekken van extra informatie) van het spelen van de Siciliaan met wit. Ook leuk trouwens (uit het Watson boek), wat te denken van bijvoorbeeld een reversed Aljechin na 1.c4 e5 2.Pf3 (een Aljechin met de gratis zet c5).

Bovenstaande stelling (na 5…Lf8-e7) uit de partij kan (met verwisselde kleuren) ook ontstaan uit een reguliere gesloten Siciliaan, bijvoorbeeld: 1.e4 c5 2.Pc3 Pc6 3.d3 g6 4.Le2 (de loper gaat meestal naar g2, maar dit kan ook) 4…Lg7 5.Pf3 e5

Analyse, stelling na 5…e5 (gesloten Siciliaans met zwart)

In de partij is het eigenlijk alsof wit na 5…e5 zou zeggen “ach, doe nog maar een zet”, waarna ik de zet Pge7 (of iets anders) mag spelen.

6.Pg1-e2 0-0 7.0-0 Lc8-e6 8.d2-d3 Dd8-d7 9.f2-f4 Le6-g4 10.f4-f5 Pc6-d4 11.h2-h3 Lg4xe2 12.Pc3xe2 c7-c5 13.g3-g4 b7-b5

Stelling na 13…b7-b5

Het was nodig om 13…h7-h6 te spelen, waarna de computer de stelling beoordeeld als gelijk. Na 13…b5 14.g5 staat wit beter, want na 14…Pe8 staat zwart veel te passief, en na 14…Ph5 (zoals in de partij) gaat materiaal verloren.

14.g4-g5 Pf6-h5 15.Pe2xd4 Ph5-g3 16.Pd4xb5 (ik wilde zwart zo min mogelijk kans op tegenspel geven, maar 16.Tf3 of zelfs 16.Tf2 kan ook) 17.Lg2xf1 f7-f6 18.h3-h4 a7-a6 19.Pb5-c3 Dd7-e8 20.Pc3-d5 Ta8-a7 21.b2-b3 g7-g6 22.Lf1h3 De8-d8 23.Dd1-g4 Tf8-f7 24.Kg1-h2 a6-a5 25.f5xg6 h7xg6 26.g5xf6 Le7xf6 27.Dg4xg6 Lf6-g7 28.Lc1-g5 Dd8-f8 29.Lh3-e6 Kg8-h8 30.Dg6-h5 Kh8-g8 31.Ta1-g1 zwart heeft sterk verdedigd, maar de witte druk op de zwarte koningstelling was na het materiaalverlies op de 14de zet gewoon te groot; Maurice vond het hier wel mooi: 1-0.

Thomas – Ron

Voor iemand die wel eens een partij verliest door een grove fout, heb ik maar twee opbeurende toevoegingen;
Ten eerste overkomt dat iedereen wel eens, ook de beste spelers ter wereld.
Ten tweede maakt het.optreden van fouten dat veel partijen de moeite van het bekijken en naspelen waard. Een partij zonder grote fouten verloopt vaak wat gelijkmatiger, om niet te zeggen saai

Nu heb ik het idee dat dat in de partij tegen Ron niet het geval is. Er was veel spanning onderhuids, een soort loopgravenoorlog. In de vrij ongebruikelijke Steinitz variant die ik af en toe tegen het Frans toepas, volgden we zo’n acht zetten theorie, althans wat ik in mijn nog werkende databases kon vinden.
Op zet 9 waren nog 9. Pbd2 en 9. c3 bekend. Maar naar mijn bescheiden mening is 9. Lf4 ook logischer dan Pbd2, tenzij de bedoeling is de loper te fianchetteren. Maar omdat ieder op zijn helft blijft, is er meer mogelijk, een kwestie van smaak ook.
Na 9..h6 moest ik mezelf inhouden om niet 10. Dd2 te spelen met offer ideeën op h6.
Toen ik 10.Lxf3 zag, liet ik het idee varen maar in de na analyse bekeken we nog de voortzettingingen na 11. gxf3 en 12. Kh1 met aanvalskansen via de open g-ljin. De computer geeft een minuscuul nadeeltje voor wit maar dat maakt het idee niet minder interessant.
Eigenlijk valt er niet meer te zeggen over de partij dan dat het evenwicht niet noemenswaardig verstoord bleef en er wederzijds geen grove fouten gemaakt zijn.
Ronduit saai was het ook allemaal niet, de boeiendste varianten bleven wel tot de analyse beperkt.
Enkele momenten licht ik er uit.
Op meerdere momenten was a2-a4 inlassen nuttiger geweest. 14. b3 was wat verplichtend en had beter door 14. c3 vervangen kunnen worden.. Een kritiek moment was zet 15 waar Ron duidelijk twijfels had over wel of niet op d4 nemen.
Zelf moest ik ook eerst mijn berekeningen dubbel checken.
Vooral aftrekschaakjes met de loper naar h7 hangen als een zwaard van Damocles boven de stelling.
Ik herinner me nog een partij toen ik net lid was van Aris de Heer, won ik een keer een dame met een soortgelijke combinatie.
Maar het bleek allemaal net te kunnen en Ron wist bekwaam mij tot een afwikkeling te dwingen waarbij de mooiste muziek wel uit de stelling was.
En andermaal bleek dat Ron moeilijk te verslaan is!

Martin – Paul

Een leerzame en plezierige partij, die wat mij betreft een mooie oefening was in de praktijk van openingsprincipes. De drie Pionnen Aanval tegen het Konings-Indisch bood een helder kader: Wit weet wat het wil, en de taak is vervolgens om dat plan met voldoende precisie uit te voeren.

De partij verliep soepel, maar dat vroeg wel om constant vooruit te denken — zien hoe de stelling zich stap voor stap ontvouwt en tijdig anticiperen op wat komen gaat. Aanvallen is méér dan pionnen oprukken; het is een kwestie van ritmisch en secuur werken, zodat het initiatief nooit verslapt.