Een paar jaar geleden schreef ik een serie verhaaltjes over schaakboeken die ik in mijn boekenkast vond. Nu nog maar eens zoiets. Alleen … dit boek kwam niet uit mijn eigen boekenkast. Maar uit die van de Volkskrant, en van Kobo Plus. En het was tamelijk recent op de markt gekomen: Max Pam : De laatste schaker. 2025, Uitg. Prometheus. Hoewel ik inmiddels al bijna 30 jaar met pensioen ben, probeer ik toch nog een klein beetje bij te houden wat er zo al aan nieuwe Nederlandse literatuur verschijnt. En ik las kort geleden in de krant een beoordeling van dit nieuwe boek van Max Pam. Literatuur? Ach wat is literatuur precies? En Max Pam in de Volkskrant lees ik altijd. Hij had vroeger een schaakrubriek in een andere krant, maar daar is hij mee gestopt. Hij schrijft nu over politiek en cultuur. Altijd interessant. En deze nieuwe roman van hem schijnt toch over een schaker te gaan. Tja, u begrijpt, dan moest ik dat zeker absoluut beslist zonder mankeren aanschaffen. En hoera, ook als e-book te koop. Dat kan ik vergroot op mijn tablet lezen.
Het leest als een trein. Kon niet stoppen. Ik had het in 2 dagen uit.
Hoofdpersoon is Viktor Sanders. Een fictief persoon. Veel personen die in dit boek voorkomen, of genoemd worden, zijn echte bekende schakers. Soms met hun echte naam ( Fischer, Kasparov, Polgar ,Reshevski, Aljechin, Euwe, Carlsen, etc) , maar vaak met een ‘schuil’naam. Meest voorkomend in het boek is Sander’s vriend Domar. Gezien wat er geschreven staat over diens karakter, zijn partijen, leven, ziekte en dood is dat onmiskenbaar Jan Hein Donner. Met hem was Max Pam bevriend. Is Sanders dus eigenlijk Max Pam zelf? Autobiografisch? Dat Pam dat in een interview ontkent, zegt niet alles – dat doen schrijvers bijna altijd- maar Sanders heeft wel erg veel wat Pam niet heeft. Die is bijvoorbeeld geen grootmeester, die lang echt professioneel leeft van het schaken: lezingen, simultaans. Pam was een gewone , wel sterke clubschaker. Even dacht ik dat Sanders eigenlijk Hans Ree was, omdat hij met streven naar topschaak gestopt was nadat hij in een vlaag van schaakverbijstering in goede stelling een paard naar a1 gespeeld had terwijl iedereen zag dat het daar nooit meer weg zou komen, en hij dus met een stuk minder speelde en verloor. Precies het bekende verhaal over ‘het paard van Ree’ (Donner). Maar even verderop lees je dat Sanders ook is gaan wielrennen, en zelfs daar prijzen mee heeft gewonnen. Dat doet meer denken aan zeer sterke schaker Tim Krabbé. Ook schrijver, die in zijn roman De Renner zo’n koers van zichzelf uitgebreid beschrijft. Al met al is Sanders dus behalve uit Pam zelf ook samengesteld uit diverse andere bekende schaakfiguren.
Andere figuur die een geïnteresseerde schaker al gauw herkent, is Frans Lunaman. Die wordt beschuldigd van vals spelen, en de schaakwereld raakt in rep en roer als een kampioen weigert tegen hem te spelen en niet verschijnt als de stukken klaar staan. Kan niet missen. Dat is Hans Nieman en zijn conflict met Carlsen. Sander raakt in conflict met Lunaman, die woedend reageert en met een rechtzaak en schadeclaim dreigt. Dan gaat toch bij iedereen een lichtje op ?! En in ene Corporaal herken ik Rob Hartoch, omdat daar sprake is van een zeer talentvolle jeugdspeler, die de hoogste toppen niet kan bereiken omdat hij te lui is om zich echt in de schaaktheorie te verdiepen, en dan maar arbiter wordt. Volgens Pam kon Corporaal dan rustig suffen achter zijn tafeltje om alleen in actie te komen als er een stuk op de grond viel. En ene Eva Jensen, ooit sterke schaakster, nu de baas van een groot cruesschip, kreeg -heel toevallig- precies dezelfde opvoeding als Judith Polgar. Maar toch weer een heel ander leven.
Voor alle schakers , en nog meer voor iets oudere, is er ongelofelijk veel te herkennen van nationale en internationale schaakgeschiedenis, al of niet in gecamoufleerde vorm. Soms grappig puzzelwerk.
En dat niet alleen, want en passant komt er ook heel veel normale geschiedenis en kennis van literatuur, wetenschap, en overige cultuur langs. En dat op een manier die zelden verveelt, vaak ook geestig opgediend.
Toch bekroop me wel eens een enkele keer het gevoel dat Pam hier wel eens wat te veel schoolmeester werd. Dat zijn ‘roman’ wel eens te veel naar nonfictie begon te neigen. Maar toch blijf je lezen. Het is toch ook spannend. Er gebeurt voortdurend van alles. Hoe loopt het af met die Sanders?
Na een periode van totale verloedering na dat stoppen met professioneel schaak herneemt hij zich , na een aanbod om op een groot cruiseschip als één van de tientallen mogelijkheden tot vermaak van de passagiers te gaan functioneren. Als grootmeester die in een zaal van het schip elke dag simultaans geeft, waar sterke en zwakke schakers kunnen aanschuiven. Het betaalt best fatsoenlijk, en het kost hem absoluut geen moeite om iedereen snel van het bord te vegen. Hij verliest slechts 1 keer , niet expres, en wel tegen een jong meisje. Die doet me erg denken aan Beth Harmon, van de Netflix-serie ‘The queens gambit’. Beetje vervelend alleen dat per contract vastgelegd is dat hij altijd minstens 1 partij moet verliezen en dan een prijs moet uitreiken waarmee de winnaar in het casino van het schip kan gaan gokken. Goed voor de economie op het schip. En wellicht ook aanlokkelijk idee voor mogelijke deelnemers. Misschien kun je winnen van een grootmeester. Sanders kan niet goed tegen verliezen. Dit deel van het verhaal is onderdeel van veel meer schimpscheuten op publiek en amusement van zo’n gigantisch cruiseschip. Trouwens het boek zit vol met kritische observaties van onze moderne samenleving. Een belangrijke plaats daarin neemt de digitalisering van het schaken . Dat is inmiddels geen spannend, gezellig spel meer, maar een allesbepalende strijd met veel steun van techniek. Sander zegt ergens: een schaker is tegenwoordig half mens half machine. En de belangstelling voor menselijke partijen, simultaanscéances en schaakverhalen neemt af. Misschien is Sanders wel de laatste echte schaker.
IK vond het een leuk boek. Vooral voor schakers (en schaaksters) natuurlijk. Maar misschien ook wel voor hun vrouwen (mannen) of vriendinnen. Want het is spannend, maar heeft ook wel diepgang. Ook vaak geestig. En de vele pagina’ s die aan ziekte, sterven en rouwplechtigheid van Domar worden gewijd zijn indrukwekkend, vooral als we ons realiseren dat het zo met Jan Hein Donner moet zijn gegaan. (Aan wie het boek trouwens is opgedragen) Ik heb ook alleen maar positieve recensies gelezen.
Ik kan het u aanraden.
