Gisteravond was er een enthousiast clubje belangstellenden aanwezig om meer over schwindelen te weten te komen. Ook was er een nieuwigheid in de vorm van een beamer waarop de zetten geprojecteerd werden. Vakkundig bediend door Martin bood dit een zeer professionele aanblik. Ook mooi was dat ons knusse maar gezellige clubje een nieuw gezicht kon verwelkomen; Ernst werd door enkele van onze meer ervaren clubleden getrakteerd op een sessie met nuttige tips om een goede partij op te zetten. Laten we hopen dat hij zich thuis blijft voelen bij onze club
en bovenal veel plezier te beleven aan het prachtige schaakspel!
Het thema van de avond was zoals gezegd de schwindel.
Dit is een bijzondere vorm van de combinatie, die meestal bestaat uit een reeks zetten met een geforceerd karakter met het doel mat te zetten of anderszins voordeel te behalen.
Bij een schwindel hoeft geen sprake te zijn van fotderende zetten. Niet zelden wordt de tegenstander in verleiding gebracht een zet te doen die groot voordeel lijkt op te leveren maar door een onverwachte wending die de mindere partij remise maakt of zelfs wint.
Een aantal voorbeelden uit mijn praktijk en die van (groot)meesters passeerden de revue.
Het eerste voorbeeld was een partij die ik als 23-jarige speelde tegen een meneer genaamd Jan Smit. Met enige moeite kon ik de aanwezigen overtuigen dat hij niet na deze partij zingen als hobby had gekozen. Er was overigens ook weinig reden tot zingen gezien het verloop van de partij!
Na een poging tot aangenomen Morragambiet werd de witte pionnenstelling al snel versplinterd, alleen bood het loperpaar wat vage kansen. Op zet 17 dacht zwarte te oogsten met het ogenschijnlijk verpletterende 17.. Pc4. Er dreigt mat op b2 en 18. Lxc4, Txc4 met de dreiging Tb4+ gaat materiaal kosten.
Echter het verrassende 18. Ld4! leidde tot onmiddellijke capitulatie. Na 18. Pa3+ 19. Dxa3 Dxa3 volgt 20. Txg7+ met spoedig mat en 18. Dxd4 19. Lxh7+ kost de dame. Toch was dat zwarts kans geweest er nog enigszins een partij van te maken. Na 19.Kxh7 20. Txd4, b5 21. Dc2+,g6 is het nog een technische klus. Gezamenlijk bekeken we wat mogelijke voortzettingen en de conclusie was dat wit dit moet winnen na een technische fase.
Het tweede voorbeeld was een partij die ik als 19-jarige in het Alkmaars kampioenschap. Een stukje geschiedenis.
Begin jaren tachtig werd dit kampioenschap na jaren afwezigheid op de kalender nieuw leven ingeblazen dankzij sponsoring van de NMB (een voorloper van ING) en een Alkmaars computer bedrijf.
Na een korte onderbreking in de jaren 90 wordt dit toernooi nu al ruim 20 jaar mogelijk gemaakt door een bekende tapijtenlegger in Noord-Holland.
Mijn tegenstander Hein Spaan was jarenlang een boegbeeld van schaakclub Bergen en speelde op KNSB niveau. In 1982 had ik de tweede groep gewonnen en kon door mijn examenjaar geen gebruik maken van mijn promotie recht Het jaar daarop kon dat wel en werd ik vijfde Niet zonder enig fortuin, zoals bleek uit deze partij.Na een licht voordeel uit de opening te hebben gehaald begonnen rond zet 20 de problemen voor zwart. Met enkele blufzetten werd wit even bezig gehouden maar dit had niet afdoende moeten zijn. Pas toen wit verzuimde en passant op e6 te slaan ging het bergafwaarts.
Het derde voorbeeld was een leuke schwindel tegen Eline Roebers . Het publiek mocht in alle gevallen de schwindel raden en die werd meestal vrij snel gevonden. We vroegen ons ook hardop af bij het behandelen van losse stellingen of grootmeesters dergelijke zetten zouden missen. De conclusie mag zijn dat dat niet uitgesloten is, zeker in tijdnood!
Wat we overigens weinig gebeurd, ik was na enkele uren door mijn voorbeelden die ik had voorbereid heen.
Vastbesloten bij een eerstvolgende gelegenheid de tegenstander te beschwindelen verliet men tevreden ons kleine theatertje.



