Afgelopen vrijdag zou een heel spannende avond worden voor onze kleine, doch gezellige schaakvereniging. Helaas was uw wepmeester verhinderd. Uit wat mij achteraf werd toegezonden kon ik opmaken dat het heel spannend is geworden. Ik was er graag bij geweest.
Maar een verslag is toch mogelijk dankzij alle reacties.
Allereerst die van Martin:
Zo dicht bij de droom — verslag van een onvergetelijke finaleavond
Het was een avond die niemand snel zal vergeten. In Spanbroek stond vrijdag de allesbepalende wedstrijd op het programma: wij tegen Aartswoud, met het kampioenschap van de eerste klasse als inzet. Voor een club met slechts dertien leden, die vier jaar geleden nog in de derde klasse uitkwam, was alleen al de aanwezigheid op deze drempel een prestatie van formaat. Maar we waren niet gekomen om te figureren — we waren gekomen om te winnen.
De zaal voelde dat. Vanaf het moment dat de klokken werden gestart hing er een elektrische spanning in de ruimte. Fluisterende toeschouwers, gespannen blikken, het zachte tikken van de schaakklokken meer geluid was er nauwelijks. Maar onder die stilte bruiste het. Elke zet telde, elke minuut op de klok werd gevoeld door iedereen in de zaal.
Bord voor bord ontvouwde de strijd zich. Langzaam maar zeker kantelde de wedstrijd in ons voordeel, en naarmate de avond vorderde groeide het gevoel dat er iets bijzonders in de lucht hing. Spelers die normaal geconcentreerd naar hun eigen bord staren, wierpen blikken opzij. Toeschouwers schuifelden van bord naar bord. Toen de stand op 2-3 kwam te staan, verzamelde zich een groep van zo’n 25 man rond het laatste bord. Mannen die op hun tenen stonden om een glimp op te vangen van wat de doorslag zou geven.
Op zaterdag al schreef Martin:
De kruitdampen zijn opgetrokken, heldhaftige comebacks, fantastische combinaties en zenuwslopende eindspel thrillers.
3-3 net geen kampioen.
Er konden geen remises gemaakt worden omdat zij al snel voor kwamen. Alles bekeken, is Aartswout ontsnapt met het kampioenschap, dat met luid applaus werdt ontvangen na de laatste handschudding.
We zijn trots zijn op onze club, het team speelt steeds sterker doordat iedereen meedoet, leert en elkaar beter maakt.
Iedereen bedankt!
Marc:
Aartswoud – Marc, 27 maart 2026
1.e2-e4 d7-d5 2.e4xd5 c7-c6 3.d5xc6 Pb8xc6 4.Lf1-b5 e7-e5 5.Pg1-f3 Lf8-d6 6.d2-d4

Stelling na 6.d2-d4
Meestal speelt wit eerst korte-rokade en dan d4, waarna zwart ed4: speelt met een complexe stelling. Na d4 voor de rokades is het beter om de stelling met 6…e4 nog even gesloten te houden want zwart is dan nog niet klaar voor een open stelling. Althans, dat is hoe ik het onthoud, maar ook concreet 6…ed4: 7.Dd4: is vrij vervelend. Mijn theoriekennis ging verder met 6.d4 e4 7.Pg5 Pf6 8.d5 a6 met een gelijke stelling. In de partij kwam 6.d4 e4 7.De2 maar dat ziet er ook wel gelijk uit. Het Scandinavisch gambiet is best speelbaar, en goed geschikt om met zwart op winst te kunnen spelen, maar ik ben het eigenlijk vooral gaan spelen om eraan te wennen dat een pionnetje meer of minder niet zo belangrijk is (belangrijker is ontwikkeling en activiteit, maar ik wil nog wel eens kiezen voor materiaal; al wordt dat wel minder).
6…e5-e4 7.Dd1-e2 Pg8-f6 8.Pf3-e5 Dd8-c7 9.Pb1-c3 Ld6xe5 10.Pc3-e4

Stelling na 10.Pc3-e4
Geen goed idee voor wit, het kost materiaal.
10…0-0 11.d4xe5 Pf6xe4 12.Lb5xc6 (12.De4: Da5) 12…Dc7xc6 13.0-0 Dc6-g6 14.f2-f3 Pe4-g5 15.f3-f4 Dg6-e4 16.De2-f2 (mijn bedoeling was 16.Dh5 Dd4 17.Kh1 Pe4) 16…Pg5-e6 17.f4-f5 Pe6-c7 (niet 17…Pd4 18.Te1) 18.f5-f6 Pc7-e6 19.f6xg7 Pe6xg7 20.Lc1-g5 De4xe5 21.Lg5-f6 De5-f5 22.Df2-d4 Df5-g6 23.Tf1-f3 Pg7-h5 24.Ta1-f1 Lc8-g4 25.Tf3-b3 Ta8-e8 26.Lf6-e5 (niet 26.Tb7: Te2) 26…b7-b6 27.h2-h3 Lg4-c8 28.g2-g4 Lc8-b7 29.Kg1-h2

Stelling na 29.Kg1-h2
Eigenlijk is het nu heel makkelijk: 29…Te5: 30.De5: Dc2: 31.Kg1 Dg2# en de promotie naar de topklasse was binnen geweest. Maar ik doe de combinatie andersom en verlies dan ook nog…29…Dg6xc2 30.Tf1-f2 Dc2-c6 (30…De4 is beter, maar dit leek mij winnend) 31.g4xh5 Dc6-h1 32.Kh2-g3 Te8xe5 (nu werkt het dus niet…) 33.Dd4xe5 Dh1-g1 34.Kg3-h4 Dg1xf2 35.Tb3-g3 (oeps, dat had ik gemist) 35…Df2xg3 36.De5xg3 Kg8-h8 37.h5-h6 1-0. Tja, soms zit het mee, soms niet…
Ron:
We hoefden niet te promoveren, maar toch baal ik enorm. Ik speel dus al niet graag op de vrijdag (eind van een drukke werkweek, ben dan moe), maar kon ons team niet laten zitten natuurlijk. Er werden door mijn teamgenoten werkelijk prachtige partijen gespeeld (chapeau) en er had meer in gezeten.
Ik zal je een impressie van mijn (slechte) partij geven.
1. b3, e5. 2. Lb2, Pc6. 3. e3. Wit wil voortzetten met Lb5. In een externe partij speelde Fred Avis tegen mij ooit hier 3…, a6! wat ik iedereen aan kan bevelen. Na het standaard 4. c4, Pf6. 5. Pc3 kan zwart nu echter d5 spelen met goed spel!
Hij krijgt een betere versie dan in normale Engels (1. c4, e5. 2. Pc3, Pf6. 3. g3, d5. 4. cxd5, Pxd5. 5. Lg2, Pb6). Het te vroege b3 hindert wit hier. Dit is de reden dat ik geen b3 meer open en terug ben gegaan naar 1. c4.
Mijn tegenstander speelde echter 4. Pf3. Ik speelde nu foutief 4…, d6.

diagram 4 d6
Ik had gelijk 4…, e4 moeten doen. Na 5. Pd4, Pxd4. 6. Lxd4, d5 is het dan in evenwicht. Nu speelde hij 5. d4 en staat direct beter. Hier was slaan op d4 nog relatief het beste geweest. Maar hier was ik al niet blij meer. 5…, e4. 6. d5!, exf3. 6. dxc6, bxc6. Hier dacht mijn tegenstander lang na.

diagram 7. gxf3
7. gxf3 is inderdaad hier heel sterk en winnend. Hij kan veilig lang rocheren, maar ik niet. Maar ook na het gespeelde 7. Dxf3, Ld7. staat hij heel erg goed. De loper op b2 is een monster, hij zet voort met Pd2, h3, Ld3. Ik zag eigenlijk niet hoe ik dat moest overleven. Ik was dan ook nog best tevreden dat ik dit eindspel bereikte.

Hij speelde hier natuurlijk 31. Tc3 en gaat een pion winnen. Maar toren eindspelen zijn lastig, al blijkt hij hier dus straalgewonnen te staan, ik verdedigde uiteraard met Ta8 en Ta7.
Maar in het vervolg ging hij toch in de fout. Maar ik zat inmiddels wel in grote tijdnood.

Hier wint 47. Kd3. Maar hij speelde 47. f6?, Tg3+. 48. Kb2.
Nu is er na 48…., Kb6 niets meer aan de hand en eenvoudig remise,
maar ik speelde te snel 48…, g4? en nu is het alsnog uit na 49. Tg5+ gevolgd door Tf5.
Maar feitelijk toch een terechte winst voor mijn tegenstander. Maar zo’n zet als g4 blijft dan wel aan me knagen. Ik kon er niet van slapen!
Vervolgens moest Frank dus remise houden maar in beiderzijdse tijdnood ging hij ongelukkig (en onverdiend) in de fout. Hij heeft nog lang doorgevochten daarna, maar kreeg geen kans meer op een swindel.
Wat een enerverende avond.
Martin:
Hierbij mijn partij en commentaar.
Ik kom in een vreemde variant waarbij dame de pion op b7 slaat. Op eerste gezicht lijkt het een volle pion en het echte probleem is dat ik niet weet hoe je dit goed moet spelen. Misschien was direct Tb8 wel beter, maar na Dxc7 wist ik niet goed genoeg wat dit zou betekenen.

Ik zie in de analyse dat ik het slechtst sta op zet 25, na Txc4.
Ik speel de partij met een pion minder, al snel begreep ik dat ik moest voorkomen dat de 4 pionnen aaneengesloten bleven, daarom speelde ik met 23. f6 en snel daarna 26. e5.

Terwijl eigenlijk achter het bord ik er steeds meer vertrouwen in kreeg. Een tijdsachterstand was inmiddels omgebogen in een tijdsvoordeel, en mijn tegenstander kon niet goed zien hoe hij effectief die 2 randpionnen kon doorstoten. Ik haalde mijn koning naar de andere kant en dat bleek dus wel de juiste manier, want de beperkte opties voor wit zorgde ervoor dat hij een fout maakte.

Te3 om de randpionnen te ondersteunen lijkt een logische zet, maar de nu open C lijn (de reden dat ik met de toren sloeg) wordt nu dodelijk. Eerst de tempo zet, d4 om de toren weg te jagen, en daarna met de tempo zetten Tc2, en Pc4 kom ik opeens goed te staan. De koning is afgesneden en nu is de loper in een penning. Hij moet haast wel de draak van een zet, Td3 spelen, en met maar een paar minuten op de klok speelt hij dat.

Kd5 is dan dodelijk, hij speelt de langzame zet Kf1 omdat hij Pb2 al niet meer kan voorkomen zonder loperverlies. Maar ik zie al direct de gespeelde variant waarbij Tc1, een nieuwe dodelijke penning gaat veroorzaken. Mijn tegenstander verliest achtereen, een kwaliteit, daarna de loper en in de laatste zet Kc4 verliest hij ook een volle toren.
Wat eigenlijk een mooie stelling was van mijn tegenstander, was er feitelijk te weinig tijd op de klok om dat secuur uit te spelen. Let wel, door het score verloop mocht mijn tegenstander geen remise maken, dus de 37. Te3 moet in dat licht gezien worden, een poging om de partij te winnen in misschien een kleine overschatting van zijn eigen voordeel.
5,5 uit 7 partijen op dit niveau, ik kan erg blij zijn voor mijn bijdrage dit jaar!
Frank:
Hierbij nog mijn partij tot zover de notatie is bijgehouden. Eigenlijk heel solide en er is niets aan de hand tot het einde van de notatie.
Opening werd door zowel Toine als mij prima gespeeld. Een grappig, maar venijnig zetje is 15. Lh4.

Een belangrijk moment is zet 19.

Ik heb hier heel lang, en achteraf waarschijnlijk te lang, over Dh5 nagedacht, maar ik kon de winst daar niet vinden en durfde die zet daarom niet te spelen en koos uiteindelijk voor het veel veiligere Lxb7. Ik stond nu echter al heel erg achter in tijd en zat al onder de 20 minuten op dat moment. Volgende keer sneller een beslissing maken zodat ik meer tijd over houd voor de rest van de partij…
De computer gaf Lc6 aan met heel licht voordeel voor wit. Dh5 werd door de computer inderdaad afgekeurd om dezelfde reden die ik op het bord ook zag uiteindelijk. Zonde van de kostbare tijd…

Van 24 e4 was de engine ook geen fan, maar mijn tijd was nu tot onder de 5 minuten gezakt. Mijn tegenstander had nog beduidend meer. Zwarts voortzetting was daarna ook niet de beste, waardoor de partij toch in evenwicht blijft.
Ik moet alles à tempo spelen omdat ik minder dan 2 minuten heb.
Ik houd een pion op de a-lijn over tegenover 1 minder op de koningsvleugel.
Ik doe het daar verkeerd (ik moet gewoon alles blokken) verlies ik nog een pion, buiten degene op de koningsvleugel. Met 2 pionnen achter wordt het erg lastig en speelt mijn tegenstander het keurig uit. Een heel zure nederlaag voor mij welke ik die nacht nog wel een paar keer nagespeeld heb in mn bed…
Toch hebben we extern een fantastisch seizoen gedraaid waar we speelden om niet te degraderen in het begin tot bijna kampioen op een paar zetten na. Van het hele team een prachtige prestatie. Dat geeft in ieder geval vertrouwen voor het volgende seizoen!
Paul:
Ik heb mijn partij naar Martin en Eddy gestuurd. Na de analyse bleek ik een paar schoonheidsfoutjes te hebben gemaakt. Maar ik ben over het algemeen wel tevreden over de partij. Ik kon rond de 12e zet een pion winnen maar dan had mijn tegenstander een sterke zwarte loper overgehouden en ik een pion die weinig deed.

14. Lxg5 hxg5 15. hxg4
Op zet 18 ging mijn tegenstander in de fout

18, …Pfxd5?? 19. Pxd5 Dxd2 20. Pe7+
en toen was het een kwestie van ruilen met een paard meer.
Thomas:
Afgelopen vrijdag was het een bloedstollende finale voor ons NHSB team in Spanbroek, sinds kort een speellocatie van onze tegenstander Aartswoud.
Tegen mijn tegenstander David Verwey had ik al eens een keer een rapid partij gespeeld, maar bij welke gelegenheid weet ik zo 1-2-3 niet meer. In ieder geval weet ik wel dat het een sterke speler is die zich niet zomaar even “om laat blazen” , zoals ik ooit in een ver verleden een teamgenoot het hoorde uitdrukken
De opening was het Twepaardenspel in de Nahand met Pg5.

Ooit door een wereldberoemde speler destijds als “Stumperzet” aangemerkt, maar inmiddels weet men wel beter. Enkele jaren geleden werd dit zelfs gespeeld in een partij tussen Van Foreest en Carlsen, waarin Van Foreest zelfs een goede winstkans miste, een kwaliteitsoffer tegen enkele pionnen. En juist die pionnenstructuur is in deze variant vrij goed. En Carlsen ontsnapte als zwartspeler met remise en kon daardoor zijn recordlange ongeslagen reeks verlengen.
In deze variant zijn er veel zijsprongen maar ik beperk me nu even tot het gespeelde

8. Df3, de Van Steenis-variant.. Vaak dekt men de pion met Lb7 of Ld7, maar wat zwart ook kan spelen is 8.. Tb8en als wit een tweede pion pakt met 9. Lxc6+, Pxc6 10.Dxc6+ heeft zwart na 10. Ld7 of 10. Pd7 uitstekende compensatie, maar ja, twee pionnen is toch niet niks voor de meesten van ons…
Maar er is veel mogelijk als antwoord , in de database heb ik er al tien gevonden.

Pas bij 9. Lc5 zijn we “weg van de snelweg”. Hier waren eerder 9. h6, 9. Le7 en 9. Ld6 geprobeerd. Een bezwaar zou kunnen zijn dat na een eventueel op enig moment terug jagen van het paard, dit met tempowinst kan. En er is mogelijk nog een nadeel, maar dat kan ik beter nog even bewaren voor later.
Een probleem in deze variant voor wit is vaak de ontwikkeling van de dame vleugel en ook tijdig rocheren kan zomaar een probleem worden als je bestookt wordt met aanvallende zetten van zwart.
10. Pc3 leek me een nuttige zet maar het paardoffer op h7,;wat eigenlijk een schijnoffer is, is objectief niet eens de beste zet. Zetten als 11. 0-0 en 11. Pce4 zijn in principe solider en in die richting gaat de computer ook.Het speltype wordt er wel door ontregeld.
Na enkele zetten om wat ontwikkelingszetten te doen, kwam er nog een belangrijk keerpunt wat het stelling beeld veranderde.

17..e4 zag er op zich logisch uit, maar de tactiek was niet van de lucht, wederzijds dat wel. Persoonlijk zou ik in de iets eerdere fase als ik zwart had gehad, misschien wel op c3 geruild hebben en de ongelijke lopers maken eventuele witte winstplannen voor wit moeilijker, mochten de zware stukken geruild worden.

Na het paardoffer op e4 hield ik op de 19e zet rekening met het zwarte antwoord 19..Tg6 om na 20. Dxd4, Lh3! te doen. Wit is dan praktisch gedwongen om na 21. Dh4+, Th6 22. De4+, Tg6 met 23. g3 een kwaliteit te offeren, echter houdt ook drie pionnen meer over. De engine geeft plus 2, maar gevoelsmatig durfde ik dit wel aan als het moest. Maar na 19. Lf5 wat ook een begrijpelijke zet is, ontstaat dan weer een stukkenverhouding met zware stukken en ongelijke lopers, In de fase van plus minus zet 22 tm zet 27 had ik even het idee dat een snelle beslissing in het verschiet lag, maar de verdienste van mijn tegenstander was zeker dat hij inderdaad niet tien tellen neer ging en dat winnend lijkende voortzettingen op linke tegen trucjes faalden.
Een concreet voorbeeld:

Na 24. Tf8 dacht ik een winnende combinatie te hebben met 25. Dh4+, Kg8 26. Te7 heeft zwart 26.. Te8! omdat 27. Txf7 faalt op 27. Te1 met mat “achter de paaltjes”. En datzelfde geldt voor 27. Txe8+, Dxe8 28. Dc4+,Kh8 29.Dxc2 maar dan is het de zwarte dame die in het doelgebied belandt!
Uiteindelijk ontstond er een eindspel met ongelijke lopers weliswaar met twee pionnen meer, maar ik was natuurlijk niet absoluut zeker dat het te winnen was, maar er was veel minder kans om het slachtoffer te worden van een tactische truc
Op het bord.naast ons stond Marc Holla op een gegeven moment een stuk voor maar tegen Marc Helder betekent dat heel vaak dat je er dan nog niet bent en altijd op onverwachte combinaties bedacht moet zijn.
In ons eindspel werd het niet zo als bij onze buren, maar op een gegeven moment bekroop me het idee dat ik niet de meest nauwkeurige route had genomen. Het is zeker mogelijk dat zwart ondoordringbare blokkades kan opwerpen op de witte velden. De moeilijkste zet was 48. Lg5 , het nodeloos verliezen van een belangrijke pion moest natuurlijk vermeden worden.

(48 …..Kgx5? 49 h7! }
Ik had wel het idee van een winstplan maar het was lastig mijn stukken goed neer te zetten. En die zet hielp daar enorm bij. Het enige waar je nog tegen aan kan lopen (zie mijn eerdere opmerking!) is dat de zwarte loper op een gegeven moment op bijvoorbeeld f1 staat, er na slaan op a6 een aftrekschaak c4-c3+ in zit met alsnog verlies van de partij.
Maar die loper stond daar in ieder geval niet en zo werd de taaie tegenstand van zwart uiteindelijk gebroken.

Later in de analyseruimte met o.a. mijn tegenstander en Marc Helder geanimeerd zitten kletsen over van alles en nog wat, zeker niet alleen maar over schaken.
Inmiddels had Marc Helder zijn tegenstander Marc Holla toch min of meer beschwindeld en de partij naar zich toegetrokken. Dat is natuurlijk zuur voor Marc Holla, maar Marc Helder weet vaak in slechte stellingen de stelling zo te compliceren dat de foutkans er steeds in blijft zitten. Vergelijkbaar met Manuel Bosboom, die zelfs nog sterkere staaltjes heeft laten zien.
Vast staat wel dat Marc Holla hem het vuur wel heel na aan de schenen heeft gelegd en dat is ook een verdienste!
En toen ik klaar was en de Marcen nog bezig, zei Paul op een gegeven moment tegen mij dat Marc opgegeven had
Dus rekende ik ons even rijk want er waren al een paar partijen gewonnen.
Na een klein minuutje realiseerde ik me “iets” en vroeg aan Paul: “welke Marc heeft opgegeven”? Antwoord:
“Onze Marc”. De hele wedstrijd was toen nog niet beslist toen we in de belendende zaal applaus hoorden. En dat was dus voor onze sportieve en sympathieke tegenstanders maar we hebben onze huid duur verkocht!
eindcorrectie moet nog plaatsvinden




























































































