Alle berichten van Eddy Saraber

Aartswoud- Aris de Heer

Afgelopen vrijdag zou een heel spannende avond worden voor onze kleine, doch gezellige schaakvereniging. Helaas was uw wepmeester verhinderd. Uit wat mij achteraf werd toegezonden kon ik opmaken dat het heel spannend is geworden. Ik was er graag bij geweest.

Maar een verslag is toch mogelijk dankzij alle reacties.

Allereerst die van Martin:

Zo dicht bij de droom — verslag van een onvergetelijke finaleavond

Het was een avond die niemand snel zal vergeten. In Spanbroek stond vrijdag de allesbepalende wedstrijd op het programma: wij tegen Aartswoud, met het kampioenschap van de eerste klasse als inzet. Voor een club met slechts dertien leden, die vier jaar geleden nog in de derde klasse uitkwam, was alleen al de aanwezigheid op deze drempel een prestatie van formaat. Maar we waren niet gekomen om te figureren — we waren gekomen om te winnen.

De zaal voelde dat. Vanaf het moment dat de klokken werden gestart hing er een elektrische spanning in de ruimte. Fluisterende toeschouwers, gespannen blikken, het zachte tikken van de schaakklokken meer geluid was er nauwelijks. Maar onder die stilte bruiste het. Elke zet telde, elke minuut op de klok werd gevoeld door iedereen in de zaal.

Bord voor bord ontvouwde de strijd zich. Langzaam maar zeker kantelde de wedstrijd in ons voordeel, en naarmate de avond vorderde groeide het gevoel dat er iets bijzonders in de lucht hing. Spelers die normaal geconcentreerd naar hun eigen bord staren, wierpen blikken opzij. Toeschouwers schuifelden van bord naar bord. Toen de stand op 2-3 kwam te staan, verzamelde zich een groep van zo’n 25 man rond het laatste bord. Mannen die op hun tenen stonden om een glimp op te vangen van wat de doorslag zou geven.

Op zaterdag al schreef Martin:

De kruitdampen zijn opgetrokken, heldhaftige comebacks, fantastische combinaties en zenuwslopende eindspel thrillers.

3-3 net geen kampioen.

Er konden geen remises gemaakt worden omdat zij al snel voor kwamen. Alles bekeken, is Aartswout ontsnapt met het kampioenschap, dat met luid applaus werdt ontvangen na de laatste handschudding.

We zijn trots zijn op onze club, het team speelt steeds sterker doordat iedereen meedoet, leert en elkaar beter maakt.

Iedereen bedankt!

Marc:

Aartswoud – Marc, 27 maart 2026

1.e2-e4 d7-d5 2.e4xd5 c7-c6 3.d5xc6 Pb8xc6 4.Lf1-b5 e7-e5 5.Pg1-f3 Lf8-d6 6.d2-d4

Stelling na 6.d2-d4

Meestal speelt wit eerst korte-rokade en dan d4, waarna zwart ed4: speelt met een complexe stelling. Na d4 voor de rokades is het beter om de stelling met 6…e4 nog even gesloten te houden want zwart is dan nog niet klaar voor een open stelling. Althans, dat is hoe ik het onthoud, maar ook concreet 6…ed4: 7.Dd4: is vrij vervelend. Mijn theoriekennis ging verder met 6.d4 e4 7.Pg5 Pf6 8.d5 a6 met een gelijke stelling. In de partij kwam 6.d4 e4 7.De2 maar dat ziet er ook wel gelijk uit. Het Scandinavisch gambiet is best speelbaar, en goed geschikt om met zwart op winst te kunnen spelen, maar ik ben het eigenlijk vooral gaan spelen om eraan te wennen dat een pionnetje meer of minder niet zo belangrijk is (belangrijker is ontwikkeling en activiteit, maar ik wil nog wel eens kiezen voor materiaal; al wordt dat wel minder).  

6…e5-e4 7.Dd1-e2 Pg8-f6 8.Pf3-e5 Dd8-c7 9.Pb1-c3 Ld6xe5 10.Pc3-e4

Stelling na 10.Pc3-e4

Geen goed idee voor wit, het kost materiaal.

10…0-0 11.d4xe5 Pf6xe4 12.Lb5xc6 (12.De4: Da5) 12…Dc7xc6 13.0-0 Dc6-g6 14.f2-f3 Pe4-g5 15.f3-f4 Dg6-e4 16.De2-f2 (mijn bedoeling was 16.Dh5 Dd4 17.Kh1 Pe4) 16…Pg5-e6 17.f4-f5 Pe6-c7 (niet 17…Pd4 18.Te1) 18.f5-f6 Pc7-e6 19.f6xg7 Pe6xg7 20.Lc1-g5 De4xe5 21.Lg5-f6 De5-f5 22.Df2-d4 Df5-g6 23.Tf1-f3 Pg7-h5 24.Ta1-f1 Lc8-g4 25.Tf3-b3 Ta8-e8 26.Lf6-e5 (niet 26.Tb7: Te2) 26…b7-b6 27.h2-h3 Lg4-c8 28.g2-g4 Lc8-b7 29.Kg1-h2

Stelling na 29.Kg1-h2

Eigenlijk is het nu heel makkelijk: 29…Te5: 30.De5: Dc2: 31.Kg1 Dg2# en de promotie naar de topklasse was binnen geweest. Maar ik doe de combinatie andersom en verlies dan ook nog…29…Dg6xc2 30.Tf1-f2 Dc2-c6 (30…De4 is beter, maar dit leek mij winnend) 31.g4xh5 Dc6-h1 32.Kh2-g3 Te8xe5 (nu werkt het dus niet…) 33.Dd4xe5 Dh1-g1 34.Kg3-h4 Dg1xf2 35.Tb3-g3 (oeps, dat had ik gemist) 35…Df2xg3 36.De5xg3 Kg8-h8 37.h5-h6 1-0. Tja, soms zit het mee, soms niet…

Ron:

We hoefden niet te promoveren, maar toch baal ik enorm. Ik speel dus al niet graag op de vrijdag (eind van een drukke werkweek, ben dan moe), maar kon ons team niet laten zitten natuurlijk. Er werden door mijn teamgenoten werkelijk prachtige partijen gespeeld (chapeau) en er had meer in gezeten.
Ik zal je een impressie van mijn (slechte) partij geven.
1. b3, e5. 2. Lb2, Pc6. 3. e3. Wit wil voortzetten met Lb5. In een externe partij speelde Fred Avis tegen mij ooit hier 3…, a6! wat ik iedereen aan kan bevelen. Na het standaard 4. c4, Pf6. 5. Pc3 kan zwart nu echter d5 spelen met goed spel!

Hij krijgt een betere versie dan in normale Engels (1. c4, e5. 2. Pc3, Pf6. 3. g3, d5. 4. cxd5, Pxd5. 5. Lg2, Pb6). Het te vroege b3 hindert wit hier. Dit is de reden dat ik geen b3 meer open en terug ben gegaan naar 1. c4.
Mijn tegenstander speelde echter 4. Pf3. Ik speelde nu foutief 4…, d6.

diagram 4 d6

Ik had gelijk 4…, e4 moeten doen. Na 5. Pd4, Pxd4. 6. Lxd4, d5 is het dan in evenwicht. Nu speelde hij 5. d4 en staat direct beter. Hier was slaan op d4 nog relatief het beste geweest. Maar hier was ik al niet blij meer. 5…, e4. 6. d5!, exf3. 6. dxc6, bxc6. Hier dacht mijn tegenstander lang na.

diagram 7. gxf3

7. gxf3 is inderdaad hier heel sterk en winnend. Hij kan veilig lang rocheren, maar ik niet. Maar ook na het gespeelde 7. Dxf3, Ld7. staat hij heel erg goed. De loper op b2 is een monster, hij zet voort met Pd2, h3, Ld3. Ik zag eigenlijk niet hoe ik dat moest overleven. Ik was dan ook nog best tevreden dat ik dit eindspel bereikte.


Hij speelde hier natuurlijk 31. Tc3 en gaat een pion winnen. Maar toren eindspelen zijn lastig, al blijkt hij hier dus straalgewonnen te staan, ik verdedigde uiteraard met Ta8 en Ta7.
Maar in het vervolg ging hij toch in de fout. Maar ik zat inmiddels wel in grote tijdnood.


Hier wint 47. Kd3. Maar hij speelde 47. f6?, Tg3+. 48. Kb2.

Nu is er na 48…., Kb6 niets meer aan de hand en eenvoudig remise,

maar ik speelde te snel 48…, g4? en nu is het alsnog uit na 49. Tg5+ gevolgd door Tf5.

Maar feitelijk toch een terechte winst voor mijn tegenstander. Maar zo’n zet als g4 blijft dan wel aan me knagen. Ik kon er niet van slapen!

Vervolgens moest Frank dus remise houden maar in beiderzijdse tijdnood ging hij ongelukkig (en onverdiend) in de fout. Hij heeft nog lang doorgevochten daarna, maar kreeg geen kans meer op een swindel.

Wat een enerverende avond.

Martin:

Hierbij mijn partij en commentaar.

Ik kom in een vreemde variant waarbij dame de pion op b7 slaat. Op eerste gezicht lijkt het een volle pion en het echte probleem is dat ik niet weet hoe je dit goed moet spelen. Misschien was direct Tb8 wel beter, maar na Dxc7 wist ik niet goed genoeg wat dit zou betekenen.

Ik zie in de analyse dat ik het slechtst sta op zet 25, na Txc4.

Ik speel de partij met een pion minder, al snel begreep ik dat ik moest voorkomen dat de 4 pionnen aaneengesloten bleven, daarom speelde ik met 23. f6 en snel daarna 26. e5.

Terwijl eigenlijk achter het bord ik er steeds meer vertrouwen in kreeg. Een tijdsachterstand was inmiddels omgebogen in een tijdsvoordeel, en mijn tegenstander kon niet goed zien hoe hij effectief die 2 randpionnen kon doorstoten. Ik haalde mijn koning naar de andere kant en dat bleek dus wel de juiste manier, want de beperkte opties voor wit zorgde ervoor dat hij een fout maakte.

Te3 om de randpionnen te ondersteunen lijkt een logische zet, maar de nu open C lijn (de reden dat ik met de toren sloeg) wordt nu dodelijk. Eerst de tempo zet, d4 om de toren weg te jagen, en daarna met de tempo zetten Tc2, en Pc4 kom ik opeens goed te staan. De koning is afgesneden en nu is de loper in een penning. Hij moet haast wel de draak van een zet, Td3 spelen, en met maar een paar minuten op de klok speelt hij dat.

Kd5 is dan dodelijk, hij speelt de langzame zet Kf1 omdat hij Pb2 al niet meer kan voorkomen zonder loperverlies. Maar ik zie al direct de gespeelde variant waarbij Tc1, een nieuwe dodelijke penning gaat veroorzaken. Mijn tegenstander verliest achtereen, een kwaliteit, daarna de loper en in de laatste zet Kc4 verliest hij ook een volle toren.

Wat eigenlijk een mooie stelling was van mijn tegenstander, was er feitelijk te weinig tijd op de klok om dat secuur uit te spelen. Let wel, door het score verloop mocht mijn tegenstander geen remise maken, dus de 37. Te3 moet in dat licht gezien worden, een poging om de partij te winnen in misschien een kleine overschatting van zijn eigen voordeel.

5,5 uit 7 partijen op dit niveau, ik kan erg blij zijn voor mijn bijdrage dit jaar!

Frank:

Hierbij nog mijn partij tot zover de notatie is bijgehouden. Eigenlijk heel solide en er is niets aan de hand tot het einde van de notatie.

Opening werd door zowel Toine als mij prima gespeeld. Een grappig, maar venijnig zetje is 15. Lh4.

Een belangrijk moment is zet 19. 

Ik heb hier heel lang, en achteraf waarschijnlijk te lang, over Dh5 nagedacht, maar ik kon de winst daar niet vinden en durfde die zet daarom niet te spelen en koos uiteindelijk voor het veel veiligere Lxb7. Ik stond nu echter al heel erg achter in tijd en zat al onder de 20 minuten op dat moment. Volgende keer sneller een beslissing maken zodat ik meer tijd over houd voor de rest van de partij…

De computer gaf Lc6 aan met heel licht voordeel voor wit. Dh5 werd door de computer inderdaad afgekeurd om dezelfde reden die ik op het bord ook zag uiteindelijk. Zonde van de kostbare tijd…

Van 24 e4 was de engine ook geen fan, maar mijn tijd was nu tot onder de 5 minuten gezakt. Mijn tegenstander had nog beduidend meer. Zwarts voortzetting was daarna ook niet de beste, waardoor de partij toch in evenwicht blijft.

Ik moet alles à tempo spelen omdat ik minder dan 2 minuten heb.

Ik houd een pion op de a-lijn over tegenover 1 minder op de koningsvleugel.

Ik doe het daar verkeerd (ik moet gewoon alles blokken) verlies ik nog een pion, buiten degene op de koningsvleugel. Met 2 pionnen achter wordt het erg lastig en speelt mijn tegenstander het keurig uit. Een heel zure nederlaag voor mij welke ik die nacht nog wel een paar keer nagespeeld heb in mn bed…

Toch hebben we extern een fantastisch seizoen gedraaid waar we speelden om niet te degraderen in het begin tot bijna kampioen op een paar zetten na. Van het hele team een prachtige prestatie. Dat geeft in ieder geval vertrouwen voor het volgende seizoen!

Paul:

Ik heb mijn partij naar Martin en Eddy gestuurd. Na de analyse bleek ik een paar schoonheidsfoutjes te hebben gemaakt. Maar ik ben over het algemeen wel tevreden over de partij. Ik kon rond de 12e zet een pion winnen maar dan had mijn tegenstander een sterke zwarte loper overgehouden en ik een pion die weinig deed.

14. Lxg5 hxg5 15. hxg4

Op zet 18 ging mijn tegenstander in de fout

18, …Pfxd5?? 19. Pxd5 Dxd2 20. Pe7+

en toen was het een kwestie van ruilen met een paard meer.

Thomas:

Afgelopen vrijdag was het een bloedstollende finale voor ons NHSB team in Spanbroek, sinds kort een speellocatie van onze tegenstander Aartswoud.

Tegen mijn tegenstander David Verwey had ik al eens een keer een rapid partij gespeeld, maar bij welke gelegenheid weet ik zo 1-2-3 niet meer. In ieder geval weet ik wel dat het een sterke speler is die zich niet zomaar even “om laat blazen” , zoals ik ooit in een ver verleden een teamgenoot het hoorde uitdrukken

De opening was het Twepaardenspel in de Nahand met Pg5.

Ooit door een wereldberoemde speler destijds als “Stumperzet” aangemerkt, maar inmiddels weet men wel beter. Enkele jaren geleden werd dit zelfs gespeeld in een partij tussen Van Foreest en Carlsen, waarin Van Foreest zelfs een goede winstkans miste, een kwaliteitsoffer tegen enkele pionnen. En juist die pionnenstructuur is in deze variant vrij goed. En Carlsen ontsnapte als zwartspeler met remise en kon daardoor zijn recordlange ongeslagen reeks verlengen.

In deze variant zijn er veel zijsprongen maar ik beperk me nu even tot het gespeelde

8. Df3, de Van Steenis-variant.. Vaak dekt men de pion met Lb7 of Ld7, maar wat zwart ook kan spelen is 8.. Tb8en als wit een tweede pion pakt met 9. Lxc6+, Pxc6 10.Dxc6+ heeft zwart na 10. Ld7 of 10. Pd7 uitstekende compensatie, maar ja, twee pionnen is toch niet niks voor de meesten van ons…

Maar er is veel mogelijk als antwoord , in de database heb ik er al tien gevonden.

Pas bij 9. Lc5 zijn we “weg van de snelweg”. Hier waren eerder 9. h6, 9. Le7 en 9. Ld6 geprobeerd. Een bezwaar zou kunnen zijn dat na een eventueel op enig moment terug jagen van het paard, dit  met tempowinst kan. En er is mogelijk nog een nadeel, maar dat kan ik beter nog even bewaren voor later.

Een probleem in deze variant voor wit is vaak de ontwikkeling van de dame vleugel en ook tijdig rocheren kan zomaar een probleem worden als je bestookt wordt met aanvallende zetten van zwart.

10. Pc3 leek me een nuttige zet maar het paardoffer op h7,;wat eigenlijk een schijnoffer is, is objectief niet eens de beste zet. Zetten als 11. 0-0 en 11. Pce4 zijn in principe solider en in die richting gaat de computer ook.Het speltype wordt er wel door ontregeld.

Na enkele zetten om wat ontwikkelingszetten te doen, kwam er nog een belangrijk keerpunt wat het stelling beeld veranderde.

17..e4 zag er op zich logisch uit, maar de tactiek was niet van de lucht, wederzijds dat wel. Persoonlijk zou ik in de iets eerdere fase als ik zwart had gehad, misschien wel op c3 geruild hebben en de ongelijke lopers maken eventuele witte winstplannen voor wit moeilijker, mochten de zware stukken geruild worden.

Na het paardoffer op e4 hield ik op de 19e zet rekening met het zwarte antwoord 19..Tg6 om na 20. Dxd4, Lh3! te doen. Wit is dan praktisch gedwongen om na 21. Dh4+, Th6 22. De4+, Tg6 met 23. g3 een kwaliteit te offeren, echter houdt ook drie pionnen meer over. De engine geeft plus 2, maar gevoelsmatig durfde ik dit wel aan als het moest. Maar na 19. Lf5 wat ook een begrijpelijke zet is, ontstaat dan weer een stukkenverhouding met zware stukken en ongelijke lopers,  In de fase van plus minus zet 22 tm zet 27 had ik even het idee dat een snelle beslissing in het verschiet lag, maar de verdienste van mijn tegenstander was zeker dat hij inderdaad niet tien tellen neer ging en dat winnend lijkende voortzettingen op linke tegen trucjes faalden.

Een concreet voorbeeld:

Na 24. Tf8 dacht ik een winnende combinatie te hebben met 25. Dh4+, Kg8 26. Te7 heeft zwart 26.. Te8! omdat 27. Txf7 faalt op 27. Te1 met mat “achter de paaltjes”. En datzelfde geldt voor 27. Txe8+, Dxe8 28. Dc4+,Kh8 29.Dxc2 maar dan is het de zwarte dame die in het doelgebied belandt!

Uiteindelijk ontstond er een eindspel met ongelijke lopers weliswaar met twee pionnen meer, maar ik was natuurlijk niet absoluut zeker dat het te winnen was, maar er was veel minder kans om het slachtoffer te worden van een tactische truc

Op het bord.naast ons stond Marc Holla op een gegeven moment een stuk voor maar tegen Marc Helder betekent dat heel vaak dat je er dan nog niet bent en altijd op onverwachte combinaties bedacht moet zijn.

In ons eindspel werd het niet zo als bij onze buren, maar op een gegeven moment bekroop me het idee dat ik niet de meest nauwkeurige route had genomen. Het is zeker mogelijk dat zwart ondoordringbare blokkades kan opwerpen op de witte velden. De moeilijkste zet was 48. Lg5 , het nodeloos verliezen van een belangrijke pion moest natuurlijk vermeden worden.

(48 …..Kgx5? 49 h7! }

Ik had wel het idee van een winstplan maar het was lastig mijn stukken goed neer te zetten. En die zet hielp daar enorm bij. Het enige waar je nog tegen aan kan lopen (zie mijn eerdere opmerking!) is dat de zwarte loper op een gegeven moment op bijvoorbeeld f1 staat, er na slaan op a6 een aftrekschaak c4-c3+ in zit met alsnog verlies van de partij.

Maar die loper stond daar in ieder geval niet en zo werd de taaie tegenstand van zwart uiteindelijk gebroken.

Later in de analyseruimte met o.a. mijn tegenstander en Marc Helder geanimeerd zitten kletsen over van alles en nog wat, zeker niet alleen maar over schaken.

Inmiddels had Marc Helder zijn tegenstander Marc Holla toch min of meer beschwindeld en de partij naar zich toegetrokken. Dat is natuurlijk zuur voor Marc Holla, maar Marc Helder weet vaak in slechte stellingen de stelling zo te compliceren dat de foutkans er steeds in blijft zitten. Vergelijkbaar met Manuel Bosboom, die zelfs nog sterkere staaltjes heeft laten zien.

Vast staat wel dat Marc Holla hem het vuur wel heel na aan de schenen heeft gelegd en dat is ook een verdienste!

En toen ik klaar was en de Marcen nog bezig, zei Paul op een gegeven moment tegen mij dat Marc opgegeven had

Dus rekende ik ons even rijk want er waren al een paar partijen gewonnen.

Na een klein minuutje realiseerde ik me “iets” en vroeg aan Paul: “welke Marc heeft opgegeven”? Antwoord:

“Onze Marc”.  De hele wedstrijd was toen nog niet beslist toen we in de belendende zaal applaus hoorden. En dat was dus voor onze sportieve en sympathieke tegenstanders maar we hebben onze huid duur verkocht!

AdH- Waagtoren

We hebben ooit, heel lang geleden, tot ieders verbazing een keer van de Waagtoren gewonnen. Hun  team had een veel hogere gemiddelde ELO. Ik herinner  me nog dat laat op de avond veel van onze dubieuze stellingen plotseling verbeterden, en dat een onverwachte aanval van genialiteit van Gerrit van Dok ons zelfs de overwinning opleverde. Een sprookje. Klein duimpje tegen de reus. Ik las nu op internet dat Waagtoren thans 138 schakers in zijn gelederen heeft. Waarvan 50 met een elo van 1800 tot 2250. Vanavond hebben onze tegenstanders gemiddeld 1960 elo. Dus wij zijn weer Klein duimpje. Of David tegen Goliath?  Gelukkig mogen we verliezen. Degraderen kan niet meer. En de hoofdklasse NHSB   is echt niks voor ons. Bescheidenheid siert de mens.

Om 9 uur zie ik nog weinig rampen opdoemen. Er wordt weer zeer veel ge-Engelst, en op meer borden zie ik daartegen  op KoningsIndisch geïnspireerde  zwarte opstellingen. De tegenstander van Marc zit ongelofelijk lang na te denken. En hij was ook al wat later binnen komen lopen. Hij houdt zijn jas aan. Dus hij wil ook weer vroeg weg. Maar dat gaat zo niet lukken.

 Marc loopt schijnbaar tevreden kijkrondjes  door de zaal. Ik vind ook dat zijn stelling er wel leuk uitziet.

Diagram  Marc – Alvares (12…e4)

13 cxd5

Met tevredenheid zie ik dat Frank zijn klassiekdamegambiet- opstelling tegen een damepionspel  van zijn tegenstander goed heeft voortgezet. Om 9.20 is er al veel afgeruild, is de in die opstelling altijd wat opgesloten dameloper afgeruild, en ik zie geen enkele zwakheid in zijn stelling. Dat zou toch remise moeten kunnen worden.

  Fasel – de Geus (24.a3)

Om 9.30 zie ik dat Ron wat last heeft van opgedrongen zwarte centrumpionnen. Hij staat een pionneke voor, maar die is zwak omdat die zwarte pionnen  de verdediging bemoeilijken.

De Vink – van der Hauw (19…Lxf6)

Bij Thomas zien we weer actief spel. Hij weigert de zwartheid van zijn stukken als excuus te gebruiken voor stevig verdedigen. Hij is uit op complicaties. Maar afwachten  of dat werkt tegen zo’ n sterke tegenstander.

Vlaming – Thomas (18…Kh8)

Tegen 22.00 wordt het bij Paul knap ingewikkeld. Zijn koningsstelling is enigszins ruïneus geworden en witte stukken komen dreigend zijn kant op. Maar hij heeft nog steeds tegendreigingen.

Bookelman – Verkooijen (19…Db6)

Martin beantwoordt aanvalsplannen van zwart met tegenaanval. Maar moet wel daarvoor zijn koningsstelling in de  verkoop zetten. Het lijkt mogelijk.

Martin – Florijn (24…Tf8)

25 f4 !?

Bij Marc dacht ik even dat zwart het misschien ging redden

maar Marc had een combinatie in gedachten die dodelijk bleek. Om22.00 geeft zijn tegenstander al op. Mooi hoor!

Kan zijn tegenstander dus toch vroeg naar huis,

Om 22.15 is Ron de pion inderdaad kwijt, maar het lijkt me dat hij  toch wat beter staat. Is die a-pion gevaarlijk?

Diagram  De Vink – van der Hauw (26…Txd5)

Ik vrees inmiddels voor het leven van  Paul. Ik vrees dat een paar van zijn stukken die op de damevleugel staan   niet snel genoeg voor de vedediging bij de koningsvleugel kunnen zijn. Het gaat  hem minstens 1 of 2 pionnen kosten.

Martin heeft toch weer eens een aanval tevoorschijn getoverd. Hij kan bij zet 31 remise met eeuwig schaak afdwingen, maar wil winnen.

Martin – Florijn (30…Kh7)

32 Lf7?

Hij speelt nu Lf7. Dat zie ik zo gauw niet. Was gewoon 32 Taf1 niet sterker?

De stand is bij Thomas nog steeds gelijk, met alleen nog alle zware stukken op het bord, maar ik ben een beetje bang dat die van wit wat actiever staan.

Vlaming – Thomas (25…Te7)

Martin’s Lf7 blijkt na enige tijd gelukkig toch ook nog best lastig voor zwart. Ik denk dat Martin dit deel weer erg sterk speelt . Hij heeft ook nog een klein beetje meer tijd.

Martin – Florijn (35…Pc8)

Bij Frank gaat het toch mis. Hij staat nu een kwaliteit achter. Wanneer is dat gebeurd?

Ik zag later: Die kwaliteit gaf hij gewoon weg. Zag hij met dit offertje iets leuks wat niet leuk bleek. Of was het gewoon een concentratieverlies-blunder?

Fasel – de Geus (34.Pe5)

34. .. Dc7?? Pxc6

Thomas raakt een pion achter, en ik zie zo gauw geen compensatie. Maar dat zal wel aan mij liggen.

Vlaming – Thomas (29.Txb7)

Paul blijft wonderbaarlijk op de been. Hij staat nu ineens  1 pion achter, maar tegen een kwaliteit.

Bookelman – Verkooijen (23.exf5)

Ik vraag me af of Martin toch de winst heeft laten liggen. Maar het wordt wel nu een vluggertje. Dus misschien ….

Diagram   Martin – Florijn (45.hxg5+)

Frank geeft op.

Paul staat eigenlijk nu op winst. Hij heeft ook iets meer tijd. Maar het is wel erg moeilijk. Houdt hij het vol? Dit was een zware avond.

Bookelman – Verkooijen (35…Pb4)

Ik denk dat Ron niet meer kan winnen. Hij heeft ook wat minder tijd. Zou remise moeten worden

De Vink – van der Hauw (42…Ta8) Diagram

Rond half twaalf gebeurt er veel.

Thomas weet toch weer een remise uit de hoge hoed te toveren.

Vlaming – Thomas (35…Tb8)

Stand 1,5 – 1,5.  Als het een beetje meezit kunnen we een gelijk spel bereiken.

Bij Ron, Martin en Paul zou remise moeten kunnen.

Natuurlijk wil Klein Duimpje best de Reus een koppie kleiner maken, maar met alleen het stelen van zijn laarzen is hij ook wel tevreden.

Maar het loopt anders.

Bij Ron wordt het wel echt remise. Zijn beetje voordeel was verdwenen.

De Vink – van der Hauw (48.Th6)

Martin heeft duidelijk op winst gestaan maar is tenslotte toch van de weg geraakt. ‘Ik zag het niet’ zegt hij hoofdschuddend achteraf.Maar hij kan niet ontevreden zijn over zijn remise. Hij heeft  zijn sterkere tegenstander behoorlijk laten zweten.

Martin – Florijn (48.Kf4)

Nu terecht remise

Alle aandacht gaat nu uit naar Paul. Hij zou moeten kunnen winnen, maar moet dan erg blijven opletten. Lukt dat onze gepensioneerde na zo’n lange zeer zware avond? Zijn tegenstander blijft erg zijn best doen om hem een kunstje te flikken. Maar remise moet kunnen , en met remise is iedereen tevreden. Hij heeft ook nog steeds wat meer tijd dan zijn tegenstander.

Bookelman – Verkooijen (43…Tc4)

Spannend. Spannend!

En ja! Dan gebeurt het. Paul wordt alweer de man die de slagroom op de taart spuit, weer  ‘The man of the match.  De man die weer het sprookje tot leven brengt. HIJ WINT! Niet te geloven. HIJ WINT! Diepe concentratie, geen moment achter zijn bord vandaan, het betaalt zich uit. Wat zouden we zijn zonder de inmiddels wat oudere trouwe clubmakker die zichzelf het liefst als invaller ziet , maar wel op het beslissende moment voor de punten zorgt?

 Voor aandachtige luisteraars was er luide triomf-muziek hoorbaar in ‘Onder de linden’. Gedirigeerd door een bekende fascinerende dirigent aan de muur.

( de prachtige portretten zijn van Rijk vn den Hoff)

Ja,  dit werd dus opnieuw een sprookje. En de  Alkmaarders kunnen niet eens mopperen dat de Beemsteraars wel erg gezwijnd hebben. Bij Ron en bij Martin en bij Frank viel eerder de Waagtorenaars het geluk ten deel. OK,  ook Thomas en Paul mochten niet klagen. Dus het was een eerlijke strijd.

Nu maar hopen dat David de laatste wedstrijd tegen de Goliath uit Aartswoud verliest. Wat zou hij in de topklasse moeten aanrichten met zijn 12 vooral  gezellig schakende heren.

Dit was mijn aandeel van het verslag. Bijdragen van Thomas, Ron, Paul, Marc volgen spoedig

Thomas:

Gisteren stond weer een sterke tegenstander op het programma, de Waagtoren uit Alkmaar.
Deze club is begin deze eeuw ontstaan uit een fusie tussen drie Alkmaarse schaakverenigingen, VVV, DOS en Lange Rokade.
VVV schaakte jarenlang in de KNSB–competitie, mede dankzij drie boegbeelden van het Alkmaarse schaakleven, te weten Piet Seewald, Eddy Kayser en D4irk Appel.
Van DOS weet ik helaas weinig, een bijzondere historie had Lange Rokade.
In de jaren 70 stond in een in aanbouw zijnde nieuwbouwwijk een bouwkeet van Hein Schilder. Dat werd de eerste speellocatie van een vriendengroepje nieuwbakken inwoners. In de loop der jaren werd dit een vereniging van formaat en veel sterke spelers zijn er opgeleid.
Kopman van onze tegenstander gisteravond was Jos Vlaming. Met hem heb ik een aantal zeer spannende partijen in o.a. het Alkmaars kampioenschap gespeeld.
Het is volgens mij een vooral strategische speler , maar als het er op aan komt, ook tactisch zijn mannetje staat.
Vergelijkbaar met bijvoorbeeld Ron, zeg maar “van alle markten thuis”.
De opening was weer eens de Bremer variant van het Engels en zoals ik gisteren al vermoedde, lang theorie.

Vlaming – Thomas (13…f5)
Pas 14. Lc5 week af van de nog wel bekende voortzettingen
14. Db5 en 14. Tfd1
Maar de engine vindt hem ook prima, met een klein plusje voor wit. Overigens voelde ik op dit moment ook zelf geen ongemak omdat ik dit type stellingen wel vaker heb gespeeld.

In ieder geval was als reactie op 14. Lc5 een afwachtende tactiek met 14.. Kh8 verstandiger geweest.
14. …., e4? was te ambitieus en geeft ook de controle over het belangrijke centrum veld d4 prijs De pion gaat ook nergens heen en kan alleen maar zwak worden.
Na 15.dxe4 gaat er al vrijwel geforceerd een belangrijke pion verloren. 16. Pd2! zorgt er voor dat de pion in een klap drie keer aangevallen wordt, en slechts een keer verdedigd
Toch altijd fijn om dat soort wijsheden daags na de partij rijker te zijn! Alleen.. er dan in de praktijk iets mee doen bij een nieuwe gelegenheid, is de volgende uitdaging….
Het witte voordeel werd na deze zet ook duidelijk groter en een moeilijke fase tot plm zet 30 brak aan.

Vlaming – Thomas (30.Dd7)

Ook voor Jos overigens, want in zijn secure spel werd veel tijd geïnvesteerd. Dit gaf wat hoop in combinatie met de moeilijkheidsgraad van de stelling. Een eindspel met zware stukken is per definitie lastig.
Zonder al te technisch te worden, het eindspel zal bij normaal verloop niet in een winnende aanval eindigen maar in een technische fase na een afwikkeling naar een dame eindspel (veel schaakjes!) of een (dubbel) toreneindspel. In het laatste geval heb ik bij mijn training geleerd dat je pas naar een toreneindspel moet afwikkelen met minimaal twee pionnen meer. Een eindspel met een pion verschil is in veel gevallen erg lastig te behandelen en dat geldt in het bijzonder voor toreneindspelen.
Een andere nuttige les die ik maar al te vaak vergeet is:
Onderzoek de stelling!
Kijk naar pionnenstructuur, statistische en dynamische kenmerken etc. , niet zo zeer naar concrete varianten . In principe doe je dat bij elke zet, pak gewoon een paar momenten in de partij om de zaak breder te bekijken.
Makkelijker gezegd dan gedaan, overigens.

Na wat afwikkelingen was een dame en toren eindspel ontstaan met veel uitdagingen voor zwart. Vooral na 25. Db6 werd het verdedigen van de dame vleugel pionnen een probleem.

Vlaming – Thomas (25.Db6)

Na 25. Te7  ( ES: ??  ) was ipv 26. Td7 nog iets effectiever geweest 26. Td8+, Txd8 27. Txd8+, Kh7 28. Dxa5 met een gezonde pion meer. Overigens is de tekstzet nog lastig genoeg en vooral 28. Dd4 vond ik een bijzonder vervelende zet

Vlaming – Thomas (28.Dd4)

28 .., Tg8
. In deze fase was ik toch niet heel hoopvol gestemd, maar bleef loeren op een kansje
Een serie schaakjes op de witte koning zou al heel wat zijn met misschien eeuwig schaak-ideeën, wie weet.

Dit alles had wit kunnen vermijden met 29. Td6, De4+
30. Dxe4, fxe4 31. Td7 met een zeer voordelig toreneindspel. Dit lijkt strijdig met wat ik net verkondigde, maar met toren en koning van zwart veroordeeld tot langdurige passiviteit zal er naast de vrijwel zekere pionwinst voor wit zeker nog een pion equivalent aan voordelen bijkomen!
Na 29. c5!? begon ik weer wat hoop te krijgen, eindelijk zou ik mijn serie schaakjes krijgen toch?
Natuurlijk is de engine weer zo flauw om doodleuk 30. Dd1! voor te stellen. Op 30. De4+ volgt simpel 31. Df3.
Simpel maar achteraf,,,
Na 30. Dd7 wat ik toen als de enige zet zag was mijn bedoeling om via h1 op h2 te slaan.

Vlaming – Thomas (30.Dd7)

30  ..,De4+  31.Kf1, Dh1+

Maar na 32. Dxh2 vond ik de mogelijkheid 33. Dxf5 zo bezwaarlijk dat ik er maar van afzag en maar weer op jacht ging naar zoveel mogelijk schaakjes. Uiteindelijk hoefde dat niet na de mogelijkheid tot afwikkelen naar het toreneindspel. Dit leek ook een goed moment voor een remise aanbod, ook omdat ik aanvankelijk zelfs het idee had iets beter te staan. Zwart wint wel al dan niet tijdelijk een pion , maar wits koning kan veel actiever worden en de zwarte pionnen zijn wat verspreider en dus zwakker.

Vlaming – Thomas (33…De5)
Na acceptatie van het remise aanbod door Jos hebben we in de na analyse nog dit eindspel bekeken en bleken de sportschoenen van de witte pionnen niet zelden sneller dan de zwarte!
Kortom, goed weggekomen tegen een sterke tegenstander,
maar zeker geen slechte partij met een aantal leerzame momenten.

en weer een mooie overwinning voor ons team!

RON:

Ron:

Mede op verzoek van anderen, maar weer eens en analyse. Het was overigens nog lang theorie, t/m zet 10 allemaal bekend. Ik bereikte uiteindelijk winnend voordeel en ging er, overigens net zoals mijn tegenstander vanuit, maar ten onrechte (!), dat alleen al een eindspel met mijn sterke paard tegen zijn loper al voldoende zou zijn. Dat verklaart de manoeuvre van mijn tegenstander om zijn koning zo dicht mogelijk bij mijn vrije a-pion te brengen, en dat ik ten onrechte torens ruilde…overigens was het slot in beiderzijds grote tijdnood, maar daar was het alweer gelijk. Best knap verdedigd.
Gezegd moet worden dat Jos, hun 1e bordspeler, op zet 22 zag hoe ik moest winnen, met a6! Ik had daar overigens wel lang naar gekeken, maar dacht dus dat behouden van mijn vrij-pion, toch wel winnend zou zijn. Niet dus.

Hulde aan Marc en Paul die wonnen. Ook Frank speelde een goede partij, maar verslikte zich helaas. Maar de anderen remise, genoeg voor nipte winst. Partij van Thomas was lang theoretisch gevecht.

Ik had overigens die middag nog Thomas de merites van Engels laten zien, zowel met wit als zwart. Ook Marc is er goed in thuis. Het werd dus op 5 borden gespeeld.

Partij:
1. c4, Pf6. 2. Pc3, g6. 3. g3, Lg7. 4. Lg2, c5. 5. d3, Pc6. 6. e4, d6. 7. Pge2, 0-0. 8. 0-0, Ld7. 9. h3, a6. 10. a4, Tb8. 11. Kh2.

Diagram De Vink – van der Hauw (11.Kh2)

Meestal wordt hier Le3 gespeeld, dat verhindert Pd4, maar een belangrijk kenmerk van de stelling is, dat het hier niet zo goed is! Ik “lok” deze natuurlijk ogende zet dan ook graag uit. 11.., Pd4. Theorie is Pe8. 12. Pxd4, cxd4. 13. Pe2, e5.

De Vink – van der Hauw (13…e5)

Ik heb hier voor eerst lang nagedacht. Het plan is om f4 te spelen, maar zwart kan hier dan nu goed b5 spelen. Ook a5 werkt niet, komt het ook. Maar 14. b4 ziet er heel goed uit, waarna zwart vervolgens alsnog met f4 zwaar onder druk wordt gezet, zodat die geen keus lijkt te hebben. Maar toch was nu 14…, b6 objectief beste, maar ik snap  14…, b5. 15. cxb5, axb5. 16. a5. Wit heeft nu al belangrijk voordeel. 16…, d5!?

Diagram  De Vink – van der Hauw (16…d5)

Mijn tegenstander gaf pas later aan dat hij niet direct gezien had dat dit tijdelijk pionoffer was. Ik sloeg op d5, maar f4 was mogelijk veel sterker geweest. Zet tegenstander veel meer onder druk. 17. exd5, Lc8. 18. Lg5…

De Vink – van der Hauw (18.Lg5)

Vereist ook rekenwerk, je moet zien dat Pg4+ hierop niet erg is, maar gelijk Db3 was toch beter. Ik hoopte echter dat hij toch geen Pg4 wilde spelen, wit heeft dan 2 irritante vrijpionnen. 18…, Dd6. Nu was dus ook 19. Pxd4 mogelijk, tijdens partij niet gezien. 19. Lxf6, Lxf6. 20. Db3, Lb7. 21. Tfc1!

De Vink – van der Hauw (21.Tfc1)

De sterkste, ik was hier best tevreden, deze stelling had ik voor ogen. Wit staat nu ook gewonnen. Maar schaken blijft lastig en vol verassingen.
21…, Le7. 22. Tab1 (?). Niet fout, maar 22. a6 wint. De verdediging kan zich dan niet goed organiseren. 22. ..,  Tfd8. 23. Tc5. Ik dacht dat dit simpel zou winnen, op Df6 kan ik immers Kg1 spelen. Maar hij speelde veel beter 23…, Dd7.

De Vink – van der Hauw (23…Dd7)

Nu heel lang naar 24. Tc6 gekeken. Dit kan dus, zelfs met voordeel, maar toch beter 24. Tc2, Lxd5. 25. Lxd5, Dxd5. 26. Dxd5, Txd5. 27. f4.

De Vink – van der Hauw (27.f4)

Ik zag dat hierop e4 niet werkt, Tc7 kon ook. 27…, f6. 28. Kg2, Tdd8. 29. Kf3, Ld6. 30. Tc6.

De Vink – van der Hauw (30.Tc6)

 Hier had ik gelijk op e5 moeten slaan, gevolgd door Ke4! Maar dacht dat mijn paard naar e4 moest, waar die natuurlijk beresterk staat. 30…, Kf7. 31. fxe5.

De Vink – van der Hauw (31…fxe5)

Onnauwkeurig, eerst g4! 34…, fxe5. 32. g4, Ke7. 33. Pg3, Tf8+. 34. Ke2, Kd7.

De Vink – van der Hauw (34…Kd7)

Nu staat wit “opeens” niet meer gewonnen. Ik zag gelukkig net op tijd dat 35. Tbc1 niet goed was vanwege Tc8! Na torenruil valt dan pion b4! Allebei hadden we hier nog maar 5 minuten op de klok! 35. Tc2, Le7. 36. Pe4. Nu maakt Tc8 dus remise, maar wij beiden waren in de foutieve veronderstelling dat niet alle torens geruild mochten worden omdat wit dan zou winnen.

De Vink – van der Hauw (36.Pe4)

36…, h5? 37. gxh5, gxh5. 38. Pc5?, Kd6? 39. Tf1? (Zie eerder).

De Vink – van der Hauw (39.Tf1)

 Gewoon 39. Pe4 en dan Tbc1 wint, omdat dan wel veilig Pc5 kan. 39…., Txf1. 40. Kxf1, Kd5. 41. Ke2, Tc8. 42. a6.

De Vink – van der Hauw (42.a6)

 Ik dacht hier nog steeds te kunnen winnen…42…, Ta8. 43. Kd1, Lxc5. 44. Txc5, Kd6. 45. Txb5, Txa6. 46. Tb8, Ta2. 47. Tb6+, Kc7. 48. Th6.

De Vink – van der Hauw (48.Th6)

 Maar dit is remise.

Zeer spannende en boeiende partij.

Marc – Waagtoren, 9 maart 2026

1.c2-c4 Pg8-f6 2.Pb1-c3 g7-g6 3.g2-g3 Lf8-g7 4.Lf1-g2 0-0 5.e2-e4 d7-d6 6.Pg1-e2 e7-e5 7.0-0 c7-c6 8.h2-h3 Lc8-e6 9.d2-d3 Dd8-d7 10.Kg1-h2 d6-d5

Stelling na 10…d6-d5

Het plan voor zwart om d5 te spelen ligt voor de hand, maar pakt in dit type stelling meestal niet goed uit (alle witte stukken zijn er klaar voor). Ook in de partij komt zwart in moeilijkheden.

11.e4xd5 c6xd5 12.d3-d4

Stelling na 12.d3-d4

Thematisch (ondanks het tempoverlies d2-d3-d4); ik heb deze, of soortgelijke, stelling al vaker op het bord gehad. Het probleem voor zwart is dat de5: dreigt, en dat dc4: de diagonaal opent voor Lg2.

12…e5-e4 13.c4xd5 Le6xd5 14.Pc3xd5 Dd7xd5 15.Pe2-c3

Stelling na 15.Pe2-c3

Na 15…De6 komt 16.Te1, maar 15…Dc4 is misschien interessant met het idee dat zwart na 16.Pe4: Pe4: 17.Le4: Pc6 18.Lc6: bc6: 19.Le3 mogelijk wat compensatie heeft. Maar wit kan misschien iets spelen als 16.Lg5 Pc6 17.d5 en de pion op e4 blijft zwak.

15…Dd5-f5

15 …..Df5

Mijn computer geeft hier 16.f3 als de beste zet. Ik nam dat eigenlijk niet zo serieus, want ik wil de e4-pion winnen, niet afruilen. Echter, Ron wees mij ook op deze zet, en na 16.f3 ef3: 17.Lf3: Dd7 18.Lf4 (tegen Pc6 wegens d5) moet ik toegeven dat de stelling inderdaad bijzonder moeilijk is om te spelen voor zwart. Dit toont aan dat ik nog steeds teveel met materiaal bezig ben, dus wel een leer-momentje voor mij.

16.g3-g4 Df5-e6 (mijn computer geeft aan dat zwart de e4-pion beter kan loslaten: 16…Da5 17.Pe4: Pe4: 18.Le4: Td8 met wat compensatie; dus wit moet misschien niet meteen 17.Pe4: spelen, maar het punt is niet of Da5 beter is of niet, maar dat ik 16…Da5 helemaal niet heb overwogen. Dus ook hier, ik dacht uitsluitend De6 houdt pion e4 gedekt, in plaats van te kijken waar de dame het beste staat voor tegenspel, en dat is misschien niet op e6 of d6) 17.g4-g5 (beter is 17.d5 en dan g5; zucht.., maar ik sta al dermate goed (ook wat tijd betreft) – het plan d5 voor zwart in de opening, ik geloof er persoonlijk niet in- dat ik met veel weg kan komen…) 17…De6-d6 18.Kh2-g1 Pf6-h5 19.Pc3xe4 Dd6xd4 20.Dd1xd4 Lg7xd4

Stelling na 20…Lg7xd4

Ik zag hier 21.Pf6 en de kwaliteitswinst na 21…Lf6: 22.Lb7: maar 21.Pd6 met pionwinst leek me eenvoudiger; de computer is het daar trouwens niet mee eens.

21. Pe4-d6 Pb8-c6 22.Pd6xb7 Ta8-c8 (22…Pd8 is beter, maar het ligt meer voor de hand om de toren van de diagonaal af te halen) 23.Pb7-d6 Tc8-c7 24.Pd6-b5 (hier ben ik wel tevreden over, Pb7-d6-b5, het stukwinst had ik gezien; dus al met al een leuk partijtje, opening goed, afronding redelijk maar wel met wat verbeterpuntjes hier en daar) 1-0.

Paul:

Mijn commentaar en partij tegen de Waagtoren. C. Bookelman – Paul Verkooijen

Weer te passief gespeeld. De kwaliteitsruil van mijn tegenstander op zet 18 was correct.

Ik kon alleen maar de kwaliteit teruggeven om nog iets van spel te houden.

zet 20 van zwart was meteen verloren. Dat zag ik pas toen ik het gezet had. In gedachte was ik van plan op te geven als hij Tc6 had gespeeld. Tot mijn verbazing liet hij me nog even in leven. 

Een paar zetten later speelde hij alsnog Tc6, en meteen stond ik stukken beter.

bij zet 23 had ik het meteen uit kunnen maken als ik Ld7 had gespeeld, omdat dan bij Dg4  –  Dg6 de witte dame gepend staat.

Op zet 30 kon ik de dames ruilen en werd het wat makkelijker.

Vanaf zet 41 werd mijn notatie te warrig.

Jan Timman +

Alweer een voor mij belangrijk persoon die er ineens mee klaar is. En onverwacht, want echt nog wat te vroeg. 74 jaar.

Als gebruikelijk wil ik wel een in memoriam schrijven. Maar als ik me eerst in het boek ga verdiepen dat John Kuipers over hem schreef ‘ De geest van het spel ‘  gaat het te lang duren. Ik twijfelde. Maar Thomas trok me over de streep. Toen ik hem deelgenoot maakte van mijn twijfels zond hij me een partij van hem tegen Timman, met wat tekst. Ik besloot toen wat eigen persoonlijke herinneringen te noteren, aardige herinneringen, plus het aandeel van Thomas, plus een opgezochte partij die ik me nog kan herinneren. Altijd kan ik dan later in een vervolg  u nog wat serieuzere informatie doen toekomen.

Jan Hendrik Timman,1951-2026. Te vroeg. Enige troost: hij heeft geleefd zoals hij wilde leven. In de informatie over hem kwam ik de term bohémien tegen.

Zijn ouders waren beiden wiskundigen -zijn vader zelfs hoogleraar- en die hadden graag gezien dat hij na de Middelbare School een universitaire studie ging voltooien. Maar Timman was al een enthousiaste beoefenaar van de schaaksport geworden en had andere plannen. Hij was al op zijn 14e  juniorenschaakkampioen van Nederland ( tot 20 jaar!!! ) geworden en op zijn 15e werd hij 3e bij het wereldkampioenschap junioren.

(Even terzijde: Ik bezocht toen ik zelf begin 30 was  een schaaktoernooi in Amsterdam. Daar kwam deelnemer Rob Hartoch op me af. Ik kende hem goed want toen hij 15 was gaf ik hem grammaticales op mijn zolderkamer bij mijn ouders. Hij had het nodig omdat hij veel te slim was voor zijn toenmalige schoolniveau. Hij moest alsnog naar de HBS, Hij zou daar getest worden. Ik werd benaderd of ik hem les kon geven. Het kon niet betaald worden want zijn ouders hadden het niet breed. Ik vond het best. Dan moest hij mij na de taalles maar schaakles geven. Hij speelde toen al in het eerste van het Vas.)

Rob heeft me zijn hele verdere leven altijd vriendelijk benaderd. ‘Dag Rob, het gaat niet zo geweldig hè?’ ‘Ja wat dacht U. Ik zit hier tegen de top van de wereld te schaken. ‘ ‘ Rob, vertel eens. Er loopt hier ook een jonge knul rond met mooi heel lang golvend haar. Wie is dat? ‘ ‘ Weet u dat niet? Dat is Jan Timman , een heel jonge, heel  sterke schaker!’

Dat was mijn eerste kennismaking met het fenomeen JanTimman.

Daarna ben ik zijn resultaten altijd blijven volgen . Hij klom snel naar de wereldtop. Hij werd een fulltime professional en speelde in verschrikkelijk veel toernooien en won er veel. Het hoogtepunt van zijn carrière kwam in de tachtiger jaren. Twee keer speelde hij zich via zonetoernooi, interzonetoernooi, kandidatentoernooi naar een match om het wereldkampioenschap, met Anatoli Karpov. Beide keren verloor hij, maar eervol. Hij won partijen en stond ook vaak beter, maar dan ontsnapte Karpov. Dat ontlokte Timman commentaar : ‘Hoeveel levens heeft die kat?’

Hij stond lang 2e op de wereldranglijst. In die tijd van de totale superioriteit van het Russische schaak kreeg hij de kwalificatie ‘Best of the West’  en ‘Best of the Rest’.

We speelden zijn partijen na, voor zover je daar aan kon komen, in een tijd zonder digitale mogelijkheden. Je vond ze in de krant, en in je schaaktijdschrift.

Na zijn 45e bereikte hij de absolute wereldtop niet meer, maar bleef wel toernooien winnen of werd er 2e.

Na zijn 55e  kom je hem minder tegen op het hoogste niveau, Hij schaakte nog wel voor sc Wageningen en voor een Duitse club.

Maar hij bleef actief voor de schaaksport. Schrijft heel veel boeken en componeert schaakproblemen. Hij is vooral een expert op het gebied van het eindspel. Ik moet zeggen dat  vooral die boeken mijn  belangstelling een beetje verloren want ik begreep er te weinig van. Timman had de neiging zijn analyses zo diepgaand te laten worden dat gewone clubschakertjes hem niet meer konden volgen.

Hij stopte met zelf serieuze partijen spelen in 2025. Het werd hem te vermoeiend.

Met behulp van een chessbase heb ik gezocht naar partijen waar ik me het resultaat van herinnerde en die worden aangemerkt als tot zijn beste behorend.

Deze bijvoorbeeld:

JH Timman- Gary Kasparov 1985

‘Puur ter naspelen: mijn enige (simultaan) remise tegen Timman. Ik had jaren daarvoor een rapid partij verloren en eerder in 2012 een andere simultaan partij verloren 

Ik heb geen ondertekend notatie formulier, wel nog een trofee die door een handige meneer vervaardigd is’

Jan Timman is gestorven. Ik heb het als een schok ervaren. Na Max Euwe de sterkste Nederlandse schaker ooit. Voor velen een boegbeeld, een leermeester.

Nogmaals: hij leefde zoals hij wilde leven. Wonderbaarlijk dat hij ondanks zijn leefstijl toch zo hoog de ladder van Caïsa kon beklimmen. Op latere leeftijd werd hem wel aan te zien dat hij een bohémien was.

Ik herinner me een uitspraak van zijn vrouw toen hij vertelde dat  hij ’s middags op een podium tegen Hans Ree moest spelen. ‘ Het is te hopen dat jullie daar dan niet samen doorheen zakken.’

Het was zijn eigen keuze. Ik voel wel jaloezie als ik lees hoe hij heeft rondgereisd, heeft genoten, veel goede intelligente vrienden had (Ondermeer : Donner, Mulisch, Andersen), veel wist, een kenner was van Dostojevski en daar lezingen over gaf, een kenner van het werk van Mulisch en daar over schreef, en zo veel boeken over schaken schreef, belangrijk was voor uitgever New in chess, enz. , enz.

Kortom: een wat te kort, maar zeer belangrijk leven. We zullen hem ook als schakers heel erg missen.

MAGNUS

Pokke eind rijden naar Schagen. Ik was er  een tijdlang klant bij een uitstekende audicien. Tot de afstand me te veel werd. We hebben er toen ook wel eens in de makelaarsetalages gekeken of we daar niet konden wonen. Schagen, het leek ons wel.

We moeten tegen Magnus. De naam belooft voor ons niet veel goeds. Het doet me denken aan Karel de  Grote. Magnus betekent de grootste, de eerste. Een blik op internet leert dat het misschien mee gaat vallen. Want  vreemd, met een van de hoogste gemiddelde ratings in deze klasse , staan ze na 4 rondes met 0 punten stijf onderaan.

Maar misschien  zijn ze  al die nederlagen nu zat en willen ze nu tegen dat kleine maar gezellige clubje uit  Middenbeemster eens laten zien dat ze echt zo sterk zijn als hun ratings aangeven.

Na een half uurtje zie ik dat toch nog niet. Mijn lekenverstand geeft me aan:  Marc speelt de Marshallvariant van het Skandinavisch. Beetje gewaagd, stelt zijn rokade uit, stukontwikkeling ook een beetje, maar ik vind dat het er leuk uitziet.

Marc.jpg

Bij Frank en Koen zie ik aardige witte stellingen.  Hugo zit in een klassieke zwarte Pirc in een stelling die hij inmiddels wel zal kunnen dromen. Zijn koningsloper gaat geruild worden wat ik zelf in mijn Pirc-periode nooit prettig vond, maar heel  erg is het niet.

De Haan – Hugo (7.0-0-0)

Lh6 gaat volgen.

Martin staat met zwart in een Siciliaan wel solide, maar het gaat tegen agressie van zijn tegenstander wel veel zorgvuldigheid en denkwerk vergen.

 

Jos Hendricks - Martin Zwaneveld (15...f5).jpg

En Thomas? Ja Thomas! Waar hij meestal wacht tot het eindspel om zijn tegenstander een loer te draaien, doet hij dat nu al direct in het begin. Na 15 minuten kan zijn tegenstander opgeven. Na een ernstige misser.

Misschien werd hij er niet eens blij van. Hij vindt schaken leuk, en nu moet hij een hele avond een beetje voor zich uit zitten kijken.

Foto

Over 2 dagen start  het Carnaval. Ik stel voor dat wij wegens zijn leuke grappen Thomas  tot Prins van de Heer benoemen.

Na 1,5 uur spelen zie ik verder

  1. grote verwikkelingen bij Frank. Hij is degene die aanvalt

Frank (15.Pxe5)

2. OoK Marc is agressief bezig, nog steeds niet gerocheerd en onontwikkelde koningsvleugel, Maar toch …

Marc1.jpg 

3. Ik zie geen grote problemen bij Martin, Ik weet niet of er nog aanval van zijn tegenstander dreigt, ik denk van niet.

Jos Hendricks – Martin Zwaneveld (26…Dh4)

4. Bij Koen een echte Koenstelling. Degelijk. Maar ik hoor de carnavalsmuziek nog niet klinken. Of brengt zijn 21 .h4 toch leven in de brouwerij?

Koen (21.h4)

5. Bezwaar van de Pirc is dat zwart vaak in de verdediging wordt geduwd. Hugo lijkt het nog  redden. Maar ik word toch wel een beetje nerveus.

De Haan – Hugo (18.Tdh1)

Na 2 uur spelen zie ik dat Marc steeds wat meer dreigt

Marc2

Dat de stoom bij Frank is afgeblazen. Zwart heeft de ergste dreigingen gezien en afgewend. Er is veel  afgeruild . Frank staat een pion voor, maar zwart heeft spel en die pluspion  is niet al te sterk.

Frank (20.Dxe2).JPG

Ik zie dat  Martin ook begint te dreigen.  Ik zie wel wat mooie dingen. Maar ja, het moet ook nog even kloppen.

Jos Hendricks – Martin Zwaneveld (29…Dxh3+ !)

Ik zie dat Koen nu op winst aangaat. Ik begrijp niet zo goed waarom hij zijn dame laat ruilen, maar ook zonder zou ik niet graag op de stoel van zijn tegenstander zitten. De tegenstander begrijpt het kennelijk wel want hij ruilt niet. Koen hoort echt vanavond te winnen.

Koen (26…Pb6)

Frank  raakt inderdaad die pluspion kwijt.  Staat mi niet beter meer. Maar remise moet er nog wel inzitten.

691A9669 

Omdat ik eigenlijk nergens nog verlies zie zitten, wel enkele eventuele winstmogelijkheden – die ik even niet meetel-  kan ik uitrekenen dat als inderdaad Koen wint  we  ons kunnen gaan voorbereiden op een vrolijk carnaval.

En tegen elven wint Koen inderdaad.  2-0

Koen (29.Dh5)

Ineens  heeft  Frank toch wel wat spel Remise?

Hugo is de moeilijkheden nog niet  helemaal teboven gekomen . Wit heeft nog steeds stukken op zijn koningsstelling gericht.

De Haan – Hugo (22…Pxe5)

Lopen de aanvallen van Marc Holla

Marc3.jpg

 en Martin

Jos Hendricks – Martin Zwaneveld (32…Tc7)

vast?

Nee, die van Holla niet. Zijn tegenstander bezwijkt onder de voortdurende spanning en de achterstand op zijn klok.

Marc4.jpg

Wit kan g3 niet meer beschermen

3-0

Nee die  van Martin ook niet.   Ook die tegenstander bezwijkt onder de druk en  blundert een kwaliteit weg

Jos Hendricks – Martin Zwaneveld (32…Tc7)

35…Txa8?? Lb5+ !!

0–1

Martin wint.   4-0

Inderdaad.  Bij Frank wordt het remise. Hoewel het erg uitkijken geblazen was nu toch  remise. 4,5-0,5

Frank (33…Tac2)

Hugo die een sterke partij speelde, heeft de aanval op zijn  koningssteling afgeslagen en een kwaliteit gewonnen.

De Haan - Hugo (26...Ta8).jpg  De Haan – Hugo (26…Ta8)

Maar ze hebben beiden niet veel tijd meer en laat op de avond gaan Hugo’s nog steeds niet volkomen overwonnen fysieke problemen een rol spelen. Hij kan dan niet meer goed vluggeren. Hij zou nu remise moeten aanbieden. Hij wist niet dat de club al gewonnen had, Hij speelt door en raakt toch de kluts kwijt en verliest. Jammer voor hem. Avond goed geschaakt en tenslotte in enkele minuten verknoeid. Niet erg voor de club.

De overwinnaars kunnen zich gaan opmaken voor een vrolijk carnavalsfeest. De wagens van Frank, Martin, en Marc kunnen misschien als praalwagens dienst doen.

Sneu voor de Magnussers. De vraag blijft hoe dat kan. Gemiddelde Elo 1925 en nog niet één externe wedstrijd gewonnen. Ik gun het ze wel want ik heb zelden zoveel aardige sportieve verliezers in de externe ontmoet.  Ik gun het ze. Nou ja niet tegen ons natuurlijk.

Frank

Hierbij de partij tegen Jan Pjotr Komen. Net als tegen Caïssa kreeg ik een defensief ingestelde tegenstander die zijn paard naar g6 omspeelde. Ik besloot na h6 om meteen maar door te pakken en b4 te spelen. Ik hoopte door het gebrek aan ruimte voor zwart toch wat voordeel te kunnen bemachtigen.Op zet 13 heb ik over veel voortzettingen getwijfeld; eerst c5 om daarna op c6 te slaan, Le2 of misschien Da4. uiteindelijk koos ik ervoor om toch ‘gewoon’ op c6 te slaan.Mijn 15e zet zag er heel mooi uit, maar meer dan dat was het ook niet. Zwart heeft allerlei manieren om het fout te doen, maar mijn tegenstander was goed genoeg om de enige juiste voortzetting te spelen, elke andere zet was fout. Zijn 17. Pf4 was heel vervelend en ik had achter spijt dat ik geen Lc2 ipv Le2 had gespeeld. Had misschien toch nog wat meer druk kunnen uitoefenen dmv die mooie open lijn.Vanaf hier is de stelling gelijk. We proberen beiden nog wel wat om een fout bij de ander uit te lokken, maar we bleven beiden solide spelen. Omdat we inmiddels ook al op een riante voorsprong stonden door Thomas en Koen en Mark ook aan de winnende hand was, was ik ook wel tevreden met remise.

Al met al gewoon weer een erg leuk potje schaak!

Martin

hierbij mijn verslag,

een leuke solide partij. Ik was blij na de opening, ik had alles ontwikkeld en ook wel wat speelvrijheid. Ik zet niet altijd de beste maar heb een redelijk gelijkwaardig spel. Echter na g4 en xf5 door wit, staat de witte koning op de toch.

Het is dan toch lastig voor mijn tegenstander om zijn stelling stevig te houden en zo zie je dat Kh2 niet goed was. Met een mooie combinatie kan ik de gedekte pion pakken op a5 en krijg zo initiatief.

Helemaal duidelijk is het niet hoe ik moet aanvallen en ik kies eigenlijk voor het verkeerde plan met De6 en Ld7 alhoewel dat toch wel gevaarlijk leek.

Dti was helaas goed te verdedigen en na afwikkelen kom ik in een iets minder eindspel terecht. Ik dacht eigenlijk met (ik 8min en mijn tegenstander 5 minuten) op de klok dat als hij remise aanbied ik dit moet accepteren.

Een moment later speelt hij Ta8 en bied remise. Mijn eerste reactie was, mooi! die is binnen vanavond. Maar na een tweede blik zie ik dat ik nog door moet spelen met Lb5!

Gelukkig krijg ik naast een kwaliteit ook een essentiele pion. wat het verdere verloop met weinig tijd relatief soepel uit te spelen was. Na een tweede vergissing (Txg7) nog voor ik kan zetten geeft mijn tegenstander op.

Hij zal de variant met de vork en die ik dan niet zou moeten slaan niet gezien hebben.

Thomas

We vertrokken mooi op tijd naar Schagen en na een rit van zo’n drie kwartier kwamen we aan bij het ruime buurthuis waar onze tegenstander resideert. Onderweg nog een strooiwagen gezien, maar het was prima te doen voor bekwame chauffeur Frank.
Op papier konden we een zware wedstrijd verwachten.
Zelf heb ik een paar keer tegen nu tweede bordspel er Weber gespeeld en beide keren aan de nederlaag ontsnapt, in ieder geval het heel moeilijk gehad
En ook Enrico is een geduchte tegenstander. Zo anderhalf jaar geleden speelde ik in de KNSB tegen hem en kwam na een moeizame opening uiteindelijk materiaal voor te staan, volgens mij een kleine kwaliteit maar door een verkeerde visualisatie werd dat een kwaliteit achter met een snelle instorting van de stelling.
Dus het zou een zware en lange avond worden.
In ieder geval voor een aantal van ons was dat zeker het geval wel met positief resultaat, in mijn geval gebeurde iets opmerkelijks.
Het werd een miniatuur.
Met wel een punt voor ons team, maar afgezien daarvan onbevredigend, voor mijn tegenstander maar in zekere zin ook een beetje voor mezelf. Misschien klinkt het een beetje gek, maar dit is natuurlijk een soort “bedrijfsongeval” wat elke schaker van hoog tot laag kan overkomen.

Het Siciliaans is hoogstwaarschijnlijk de opening met de meeste theoretische stukoffers. Vooral paardoffers op b5 en d5, maar ook op andere velden, ik kom daar later op terug. En ook het verwisselen van een zetvolgorde kan verstrekkende gevolgen hebben, hoewel dit natuurlijk ook in andere openingen kan gelden.
Na 9. a3, we zaten overigens nog in de theorie begon ik me wat zorgen te maken over hoe na een eventueel 9. Lb7 de pion op e4 te dekken.
Zowel 10. Dd3 vond ik niet helemaal prettige oplossingen.
Tot ik de mogelijkheid Lxe6 ontwaakte en dacht ” dan win ik een aantal pionnen voor een stuk met een tactische, open stelling. Toen zwart onderstel 9. Lb7 speelde en na mijn 9. Lxe6 vrij snel op e4 sloeg bekroop me wel het gevoel dat we nog een of andere theoretische zij variant speelden waar mijn tegenstander waarschijnlijk meer kaas van had gegeten.
En dat is zeker in een opening als het Siciliaans (Najdorf-variant) heel goed mogelijk. Ik overwoog na 10. Pxe4 11. Lxf7+, Kxf7 12. Df3+ met in ieder geval pionwinst en hoe meer ik keek, hoe veelbelovender de stelling er uit zag. Maar helemaal zeker weet je zoiets natuurlijk nooit.
Uiteindelijk koos ik voor ruil op e4 gevolgd door 12. Dg4 en na 12. Lg6 was inmiddels wel vrij duidelijk dat het voor zwart behoorlijk mis was gegaan.
13. Ld5 was nog iets nauwkeuriger gewenst dan 13. Df3 . Relatief het minste kwaad voor zwart was nog 13. Ta7 geweest, waarna op 14. Pc6, Pxc6
15. Dxc6+, zwart niet 15. Td7
16. Lb6! moet doen maar juist
15. Kf8 omdat Le6 nog hangt

En zowaar de weinige theorie na 10. Lxe6 geeft 10. fxe6 11. Pxe6, Dd7 12. Pxg7+, Kf7 13. Pf5, h5 en wit heeft een langdurig initiatief voor het stuk, zeker als hij de tijd krijgt met f2-f3 de pionnen structuur te verstevigen. En ook bij eventuele eindspelen die ontstaan waar zwart beter uit komt, zullen de vele afgeslagen pionnen de winstkansen bemoeilijken.

Na de partij en analyse gingen we nog enkele partijen uit de losse pols spelen, waarin Enrico meestal mijn optimistische partijopzet vakkundig afstrafte.

En ik zag de wedstrijd lekker lopen en er werden veel mooie punten binnengehaald, meer dan verwacht en dat is toch een mooie opsteker voor de rest van het seizoen!

Marc

Noord. Comb. Magnus – Marc, 13 februari 2026

1.e2-e4 d7-d5 2.Pb1-c3 (kan ook ontstaan via 1.Pc3 d5 2.e4) 2…d5-d4 3.Pc3-e2 e7-e5 4.Pg1-f3 f7-f6 (liever geen Pc6, want op Lb5 wil ik c6 kunnen spelen) 5.Pe2-g3 Lc8-e6 6.Lf1-b5 (de f1-loper heeft niet zo heel veel opties) 6…c7-c6 7.Lb5-a4 Pb8-a6 (de precieze theorie kon ik niet zo goed meer herinneren, maar ik wist dat d3 een thema is en dan moet het paard dus naar a6 om naar c5 of b4 te kunnen) 8.La4-b3 Le6xb3 9.a2xb3 d4-d3

Stelling na 9…d4-d3

Het idee is dat Lc1 voorlopig niet meer meedoet.

10.c2-c3 Dd8-d7 11.b3-b4 Pa6-c7

Stelling na 11…Pa6-c7

Het paard gaat op pad naar het ideale veld f4 (Lc1 is uitgeschakeld, en Pe2 gaat ook niet). Het wordt meestal afgeraden om twee keer met hetzelfde stuk te spelen als andere stukken nog ontwikkeld kunnen worden, maar in deze stelling kan vier keer (Pb8-a6-c7-e6-f4) toch gewoon omdat de stelling gesloten is en wit er daardoor weinig aan kan doen.

12.0-0 (misschien wilde wit f4 spelen, maar mijn paard arriveert daar eerder) 12…Pc7-e6 13.Pf3-e1 (de computer geeft hier, en bij de twee volgende zetten, de voorkeur aan Pf5) 13…Pe6-f4 14.b2-b3 h7-h5 15.Lc1-a3 g7-g6

Stelling na 15…g7-g6

Ik zou graag h5-h4-h3 spelen, maar na 15…h4 16.Pf5 h3 17.g3 is het moeilijk om door de witte stelling te breken. Daarom eerst 15…g6 om Pf5 uit de stelling halen, en vervolgens een extra paard het gebied van de tegenstander in sturen (naar g5 of g4).

Wit speelde nu 16.h3 om ruimte voor de koning te creëren, om h4, Ph1 (nu is er geen Pf5 meer), Pe2 op te vangen. De computer creëert die ruimte liever met f3 in plaats van h3, al zal het paard op e1 het daar helemaal niet mee eens zijn. Het probleem met 16.h3 is dat ik 16…h4 17.Ph1 Pe2 18.Kh2 en dan Lf8-h6-f4 had kunnen spelen. Dat laatste stukje had ik helaas niet gezien.

16.h2-h3 Pg8-h6 (ik zat te denken aan Pg8-h6-f7-g5xh3 ideeën en als gh3: Dh3: misschien h4, maar een concrete variant had ik nog niet in gedachte) 17.Dd1-f3 Ph6-f7 18.h3-h4

Stelling na 18.h3-h4

Nu zag ik iets…: Pf7-h6 (terug)-g4, f5, Dd7-d8xh4 en mat. Het witte paard moet echter niet naar f3.., want dan moet ik iets anders bedenken…

18…Pf7-h6 19.c3-c4

Stelling na 19.c3-c4

Ik dacht hier prima, geen Dd1, Pf3, ik vind het niet erg wat er op de damevleugel gebeurt. Toch een gemiste kans: 19…a5 en als 20.ba5: dan Ta5: was wel een overweging waard geweest.

19…Ph6-g4 20.Kg1-h1 (20.Dd1 was beter; de koning staat niet goed op h1, want het laat f2 los en als deze valt dan is het ook nog met schaak) 20…f6-f5

Stelling na 20…f6-f5

Dd7-d8xh4 komt eraan, en nu is 21.Dd1 te laat want na 21…Dd4 22.Pf3 profiteert zwart van de h1-koning met 22…Df2: 23.Tf2: Pf2:.

Wit besloot hier tot een wanhoop offer, waar mijn computer niet weg van is, maar wat ik praktisch wel een heel goede keus vind. Zwart is immers nog steeds niet ontwikkelt (Th8, Lf8, Ke8, Ta8 staan allemaal nog in de beginstelling). Tevens begon de klok voor mijn tegenstander een probleem te worden, en het is in tijdnood gemakkelijker om actief te spelen dan om te verdedigen; en zijn team stond achter, hij moest wel iets actiefs proberen om misschien nog te kunnen winnen; men weet maar nooit.

21.Pg3xf5 (wit had nog een zet met het offer kunnen wachten, bijvoorbeeld eerst 21.Lb2, en pas na 21…Dd8 22.Pf5: gf5: 23.g3, maar het maakt niet zo veel uit) 21…g6xf5 22.e4xf5 Dd7xf5 23.g2-g3

Stelling na 23.g2-g3

Ik speelde hier 23…Df6 en was daar best wel tevreden over, want als 24.gf4: dan volgt 24…Dh4: en mat. De computer geeft echter een nog betere variant: 23…Ph2! 24.Kh1xh2 Df5-h3 25.Kh2-g1 Pe2. Erg mooi, helaas totaal niet gezien.   

23…Df5-f6 24.Pe1xd3 Pf4xd3 25.Df3xd3 Ta8-d8 26.Dd3-e2 Df6-f5

Stelling na 26…Df6-f5

Nu is de coördinatie terug in de zwarte stelling. Het paard kan naar f6, de loper naar h6, de toren naar g8, het wordt nu wel erg moeilijk voor wit.

27.f2-f3 Pg4-f6 28.Kh1-g2 (28.Kh2 is beter, maar het maakt niet uit) 28…Lf8-h6 29.d2-d3 Th8-g8 30.Tf1/Ta1-e1 (ik heb niet goed genoteerd of het nu Ta1-e1 of Tf1-e1 was, maar het antwoord is hetzelfde) 30…Lh6-f4 0-1.

_____________________________________________________


Bord 1

7227462 Enrico van Egmond (2043)

7166324 Thomas Broek (2004)

0 – 1


Bord 2

7134204 Reinier Weber (1982)

6824180 Marc Holla (1943)

0 – 1


Bord 3

8157237 Jan-Pjotr Komen (1950)

7803114 Frank de Geus (1881)

½ – ½


Bord 4

6430325 Jos Hendriks (1905)

7826654 Martin Zwaneveld (1798)

0 – 1


Bord 5

6966366 Wim Smit (1906)

7887220 Koen van Lankveld (1808)

0 – 1


Bord 6

7526937 Niels de Haan (1771)

8942406 Hugo Ent (1752)

1 – 0



Totaal

Gemiddelde rating: 1926

Gemiddelde rating: 1864

1½ – 4½


Wedstrijdleider

Jan-Pjotr Komen


Ivantsjoek

 Af en toe schreef ik voor uw website artikeltjes over  grote schakers. Maar die waren dan al sinds kort of al langer dood. Maar de laatste tijd ging het wel eens over nog levende exemplaren. Waarom eigenlijk? Geen schakers meer over van de oude garde waar ik zelf mooie herinneringen aan heb? Of omdat ik geen tijd meer heb om te wachten tot weer iemand het tijdelijke met het eeuwige heeft verwisseld? (Tja, dikke kans dat ik zelf die afslag dan intussen heb genomen!)

Ik zag bij New in Chess een voordelig ‘ebook van de maand’, en bezweek. Het ging over een schaker die ik zeer bewonder: Vladimir Ivantstsjoek. Sorry. Deze Oekraïner heeft kortgeleden zijn voornaam veranderd. Hij heet tegenwoordig Vasyl Ivantsjoek. We hoeven u vast niet uit te leggen wat daar de reden van is.

Ik heb lekker in dat boek zitten grutten. Ik heb daar nu weer wat meer tijd voor. Ik hoef u vast niet uit te leggen wat daar de oorzaak van is. Het leek me wel een leuk ideetje om wat zaken die ik daar en elders tegenkwam met u te delen.

Toen ik vorige maand eens opzocht wie er dit jaar aan het Tatatoernooi gingen deelnemen, zag ik tot mijn verbijstering dat Ivantsjoek (geb. 1969) niet was ingedeeld bij de Masters, maar bij de Challengers! En dat zijn elorating de laatste jaren behoorlijk was gedaald (2610) Was hij ziek geweest? Te oud inmiddels? Nu 57 lentes jong. .Dat zou kunnen. Zijn mooiste successen dateren van rond 2008.  Zijn elo  was toen tegen de 2800. Tweede op de Elo-lijst na Kasparov. Ivantsjoek is een van de zeer weinigen die kans zagen ooit te winnen van de wereldkampioenen Kasparov, èn Karpov èn Anand.

Ivantsjoek stond erom bekend dat hij soms ineens minder sterk schaakte. Hij heeft ontelbaar veel zware toernooien gewonnen. Ook Wijk aan Zee. Het indrukwekkendst was de eerste plaats in Linaris, 1991. Hij werd eerste voor Kasparov en Karpov. Maar soms eindigde hij ergens onderaan. Hij spreekt in interviews over ‘moods’ , stemmingen. Kort voor een belangrijk toernooi kan hij ineens alle interesse verliezen. Ik herinner me een toernooi in Hoogeveen- waar Ivantsjoek ook wel eens meedeed-, waar de toernooileiding in paniek raakte. Ivantsjoek kwam maar niet opdagen. Waar zat hij toch?  Zijn klok tikte maar door. Ze zijn hem gaan zoeken. Ze vonden hem. Hij zat in een park in het gras , geleund tegen een boom, een boek te lezen. Hele toernooi vergeten.

Van Kasparov is de uitspraak : ‘Ivantsjoek schaakt vaak als een gewone  grootmeester maar soms … ja dan schaakt hij als Ivantsjoek! ‘

Ik ging toen ik nog jonger en vitaler was altijd naar het Hoogoventoernooi, later het Tatatoernooi. Vooral om plaatjes schieten. Portretten van belangrijke spelers. Dus ook van Ivantsjoek. En dat was altijd raak. Niet omdat hij zo knap was, maar om die geconcentreerde blik, dat uitstralen van dat helemaal weg zijn uit de gewone wereld.

Op het moment dat ik dit schrijf is de 11e ronde gespeeld van Tata. Na een moeizaam begin is Ivantsjoek kennelijk uit zijn ‘black mood’ -zo noemt hij dat- geraakt, want hij won ineens veel, en staat nu 2e bij de challengers. Nog 2 ronden te gaan. Hij kan nog 1e worden. Ik hoop het. Want dan zit hij -deo volente- volgend jaar gewoon weer bij Masters. Daar hoort hij toch!?

Hij staat bekend om zijn formidabele openingenkennis. Hij speelt alles! En dat hij het gevaarlijkst is in slechts een fractie betere stelling. Maar evenzeer om zijn soms gewaagde prachtige combinaties.

Hieronder wat voorbeelden.

Op zijn 17e werd hij Europees jeugdkampioen. Een partij uit die tijd:

1985  Vassili Ivantsjoek ( 16 jaar)  

Uit zijn toptijd: 

Linares 1991     Ivanchuk – Gelfand 

Ivanchoek -Aronian

Max Warmerdan (elo 2500) was schaakkampioen vanNederland in 2021 en in 2025. Aanschouw hoe hij hier door Ivantsjoek werd ingeblikt.

Warmerdam – Ivansjoek 2026

Ik verschafte. U maar een heel smal kijkje op het boek

‘Vasili Ivantsjoek, 100 selected Games’,

uitgane  New in chess.

Aanbevolen.

Ivantsjoek . Voor mij een mooi fotomodel, een interessante en leerzame schaker en een aardig mens. Hoe ik dat weet? In dit boek las ik zijn innemende antwoord toen een interviewer hem vroeg waarom hij juist in Linares zo ongelofelijk sterk gespeeld had. Hij zei dat zijn vrouw – een sterke schaskster – hem toen zo verschrikkelijk goed geholpen had bij de voorbereiding van zijn partijen, en verder door wat mazzel. Iemand die zo zijn fantastische succes verklaart moet wel een aardig mens zijn.