Weinig bezoekers. Dus weinig, maar wel interessante potjes.En voor de sfeer een mooie kerstboom.

Thomas speelt heel vroeg Lb5.

Thomas – Paul (3.Lb5)
Ooit populair geworden bij de grootmeesters die geen zin hadden in de Svesnikov. Paul verdedigt zich mijns inziens een poos goed. Al snel hebben ze een overzichtelijk bord, maar Paul heeft dan inmiddels wel een geïsoleerde centrumpion. Erg onprettig tegen een Broek. Dat wordt verdedigen.

Diagram Thomas – Paul (12…Dxc5)
Paul verdedigt zich taai, maar krijgt het desondanks moeilijk. Toch houdt hij het nog met actief spel nog lang overeind.

Diagram Thomas – Paul (18…Pd4)
Er ontstaat een spannende stelling. Kan wit hier toch een pion winnen. Ja dus. Thomas vertelt me na afloop dat weliswaar daarna Paul opgaf, maar de stelling nog helemaal niet zo gemakkelijk te winnen was. Misschien beetje te vroeg opgegeven. Ik zie de volgende dag op de computer dat dat juist is.

Diagram Thomas – Paul (29.Td4)
b3 30.a3 [30.axb3 Tc8 31.Tb4 Tc5] 30…Tc8
Gerrit speelt 1d4 tegen Marc en de kans op Hollands wordt dan wel heel groot. Geen Leningrader,maar een Stonewall- variant. Aan beide kanten! Ik heb Gerrit nooit kunnen betrappen op angst voor tempoverlies. Er gaat een paard van hem naar g5 alwaar het beest niets beters te doen heeft dat weer terug te galopperen naar waar hij vandaan kwam.

Ab – Marc (11.f4)
Natuurlijk heeft Marc veel meer ervaring met zulke stellingen en hij heeft al gauw een open torenlijn gerealiseerd. En begint met iets wat op aanval lijkt. Gerrit verliest een stuk, probeert nog wat, maar staat al snel verloren.

Gerrit – Marc (31…Dh6+)
32 Kg1, Lg5!! en dat wordt mat
Ron krijgt de kans een Svesnikov te spelen tegen Martin. Die al gauw geen theoretische informatie meer in huis heeft.

Diagram Martin Zwaneveld – Ron de Vink (6…d6)
Hier had Lg5 gemoeten. Martin speelt Le2.
Martin biedt een pionoffer aan. Wat ik niet goed begrijp.

Diagram Martin Zwaneveld – Ron de Vink (8…b5)
9. Pd5 !?
Ron neemt het niet aan. Dus het zal wel moeten kunnen. Ik vind een aantal zetten later dat Martin nog wel redelijk staat.

Diagram Martin Zwaneveld – Ron de Vink (12…Pd4)
Ron probeert op de koningsvleugel aan te vallen, Martin houdt stand. Maar Ron heeft wel het loperpaar, en Martin een onhandig gesitueerd paard, dat even niet meedoet.

Diagram Martin Zwaneveld – Ron de Vink (19.Lc5)
Dus Ron staat beter.
Maar uiteraard speelt bij Ron de tijdnood weer een rol en het wordt toch remise.

Diagram Martin Zwaneveld – Ron de Vink (32.Lc3)
Ab moet het met zwart opnemen tegen Frank z’n eenvoudige ‘damepionspel’. Niet moeilijk, maar Ab gaat te hard van stapel,

Diagram Frank – Ab (8…g5)
met veronachtzaming van zijn koningsstelling, en verkeerd omgaan met her tegenspel op zijn damevleugel.

diagram Frank – Ab (15.Dxb7)
Rochade vindt hij helaas meestal niet erg interessant. Dus kon hij opgeven na 19 zetten.

Frank – Ab (16…Kf8)
17.Dxe4 Dc8 18.De5 Tg8 19.Df6 mat
Commentaar van de kenners zelf:
Marc:
Gerrit – Marc, 15 december 2025
1.d2-d4 f7-f5 2.Pg1-f3 Pg8-f6 3.e2-e3 d7-d6 4.Lf1-c4 e7-e6 5.a2-a3

Stelling na 5.a2-a3
Een interessant aspect van het Hollands is dat het op zoveel verschillende manieren gespeeld kan worden. Er is de Leningrad (met g6,Lg7,d6), het Klassiek (met e6,Le7,d6), de “kerstboom” (met g6,e6,d6), de Nimzo (Lb4,b6), en de Stonewall (f5,e6,d6,c6). Hoewel het denk ik vooral een kwestie van smaak is welk systeem men kiest, probeer ik, op regenachtige dagen, nog steeds uit te zoeken onder welke omstandigheden welk systeem de voorkeur zou hebben.
Zo lijkt mij hier de Stonewall in aanmerking komen, aangezien wit met 5.a3 duidelijk aangeeft de loper dan naar a2 te willen spelen (en deze staat bij een pionnenstructuur e6,d5,c6 voorlopig buiten spel). Daar komt bij dat wit e3 heeft gespeeld, waarna Lc1 eigenlijk via b2 naar buiten zou moeten (wat na a3 voorlopig ook niet gaat, dus deze doet voorlopig ook niet mee); en, als Lc1 er niet uit kan, dan zie ik Ta1 ook voorlopig niet in actie komen.
Het voordeel van de Stonewall is dat met het gesloten centrum vaak een aanval op de witte koning mogelijk is, maar het nadeel is dat de zwarte velden (met name het veld e5) verzwakt zijn. Echter, aangezien Lc1 bij wit opgesloten zit (achter de eigen pionnen e3 en a3) valt dat hier wel mee. Aan mijn kant zijn Lc8 en Ta8, net als bij wit, voorlopig niet in het spel, maar ik heb nog b6, La6, en ook Lc8-d7-e8-h5; dus mijn taak is denk ik gemakkelijker.
5…d6-d5 6.Lc4-a2 Lf8-d6 7.c2-c4 c7-c6 8.Pb1-c3 Pb8-d7 9.c4-c5

Stelling na c4-c5
Ik denk dat ik met wit de druk op d5 in stand zou laten, want de zwarte loper staat op c7 niet perse slechter dan op d6 en c4-c5 kan eventueel later altijd nog. Aan de andere kant, de druk op d5 dient onder andere om e6-e5 te voorkomen, maar wit toont in de partij een alternatief plan om dit te verhinderen (met Pg5 en f4).
9…Ld6-c7 10.Pf3-g5 Dd8-e7 11.f2-f4 0-0 12.0-0 Pf6-e4 13.Pg5-f3 b7-b6 (profiteert van de pion die naar c5 is gegaan, wat misschien niet nodig was) 14.c5xb6 a7xb6 15.Pc3xd5

Stelling na 15.Pc3xe4
Mijn ervaring is dat ruilen op e4 meestal niet goed uitpakt voor wit. Dat is niet altijd waar natuurlijk, maar na fe4: heeft zwart mogelijkheden over de f-lijn, en tevens deelt de pionnenstructuur de stelling min of meer in twee delen, waarbij het moeilijk is voor wit om verdedigers naar de witte koning te sturen. In deze stelling: het is lastig om Lc1, La2, en Ta1 in het spel te krijgen (zelfs La2-b1-d3 gaat niet meer).
15…f5xe4 16.Pf3-e5 Pd7xe5

Stelling na 16…Pd7xe5
Nu is ruil goed. De loper op c7 wordt/blijft in activiteit beperkt, maar de f-lijn is voor zwart,
17.f4xe5 Lc8-a6 18.Tf1-f4 g7-g5 19.Dd1-g4 Kg8-h8 20.Tf4xf8 Ta8xf8 21.Lc1-d2 De7-f7

Stelling na 21…De7-f7
Wit heeft vanwege de matdreiging op f1 niets beters dan het opgeven van Ld2 (Df7-f2xd2). Vergelijk trouwens de activiteit van La6 met La2; Lc8 is in het spel gekomen, maar La2 is dit niet gelukt. Wit speelt eigenlijk met een stuk minder, en in combinatie met de f-lijn kost dat ook nog Ld2; en dat is te veel.
22.h2-h3 Df7-f2 23.Kg1-h2 Df2xd2 24.Dg4xe6 Dd2xe3 25.De6-e7 De3-f4 26.Kh2-h1 Lc7-d8 27.De7-e6 La6-b5 28.De6-d6 e4-e3 29.Dd6-b4 g5-g4 30.h3xg4 e3-e2 31.Db4-e1 Df4-h6 0-1.
Thomas:
De partij tegen Paul was zeker de moeite waard om voor het voetlicht te brengen, al zeg ik het zelf. Niet alleen vanwege de openingskeuze maar ook vanwege het langere tijd secuur tegenspelen van Paul, waar wit lange tijd weinig vat op kreeg ondanks verwoede pogingen, tot het abrupte einde dan.

Diagram Thomas – Paul (3.Lb5)
De opening was de Rossolimo variant van het Siciliaans, deze opening is genoemd naar een Amerikaanse grootmeester en is in de twintigste eeuw populair geworden. Het is geen opening die je moet spelen als je aan je loperpaar gehecht bent, vaak na de afruil op c6 onstaat een speltype dat aan de Spaanse ruilvariant doet denken. Aan de andere kant zijn veel zwartspelers niet zo blij omdat als je graag tactisch speelt, de witte solide pionnen structuur toch een pretbederver is.
Er heeft zich in deze variant aardig wat theorie ontwikkeld en mijn 9. Lg5 kon ik niet meer terug vinden, wel was bijvoorbeeld 9. Te1 nog bekend .

Thomas – Paul (8…d6)
Vreemd genoeg geeft de engine zelfs 9. Lg5 als beste, plm een halve pion waardering maar met de andere gespeelde zetten is ook niets mis.

Thomas – Paul (10.Lxe7)
Het terugslaan op e7 met het paard was ook het nauwkeurigst. Je wilt de dame liever niet op zo’n penningslijn hebben.
Overigens kwam Martin na de partij nog met de suggestie een stuk te offeren met 10. exd6?! en nu na 10. Lxg5 11. dxc5.
We hebben dat bekeken na het vervolg 11.. Le6 12. Pc3 wat inderdaad leuke complicaties gaf met rommelkansen voor wit, echter het koude metalen monster smoort veel in de kiem
met11..Lf6 (-3)

Thomas – Paul (11…Lf6)
Zoals het ging kreeg ik na diverse afruilen een klein voordeel, maar niet echt iets om zwart te verontrusten. En Paul speelde lang secuur tegen dus substantieel werd het voordeel steeds niet

Thomas – Paul (16.Pxd4)
Op zet 16 was er al flink geruild en vooral de geïsoleerde pion voor zwart was een aanknopingspunt geworden.
Echter 16. Pc6 was een goede zet van Paul die mij voor lastige keuzes stelde. Ik dacht na over 17. Pc6, bxc6 18. Pa4 met het idee om het paard op c5 te posteren (de zgn “voorpost” (Nimzowitsj)). Ik herinner me een keer een analyse bij een eindspel van Capablanca te hebben gezien met een soortgelijke opstelling, waarin zwart kansloos weggeschoven werd. Maar dan hebben we het wel over een virtuoos positiespeler! En daar kan ik niet aan tippen. Een betrouwbaar alternatief was 17. Pce2 waarmee de geïsoleerde pion ook in stand blijft.

Thomas – Paul (17.Pb3)
Mijn 17. Pb3 was iets minder en zwart had daarop moeten reageren met 17.. d4 en wit heeft nauwelijks voordeel. Dat was een van de weinige iets mindere zetten van Paul en de remise marge blijft groot. Wit op zijn beurt is iets te gretig

Thomas – Paul (18.Pc5)
met 18. Pc5, terwijl een zet als 18. Tad1 meer controle en centrum invloed houdt.
Ipv 19..b6 had 19. Tac8 zwart zelfs een licht initiatief opgeleverd en in de fase daarna lijkt het er op dat het zwarte paard in de problemen komt. Dit weet zwart te redden tegen een pion , tenminste dat pionverlies lijkt niet meer te vermijden.

Thomas – Paul (29.Td4) (1)
Na 29. Td4 verwacht te ik eerst 29. Ta8 30. Txb4, Txa2 31. Txb5 met een beter toreneindspel dat technisch moeilijk te verzilveren lijkt. Later begon me te dagen dat 29. b3! nog krachtdadiger is en hoewel zeker niet potremise, geen abc-tje is.
De theorie van de toreneindspelen geeft aan dat er drie mogelijkheden zijn. De ongunstige is de toren naast de vrijpion, vooral aan de korte kant. Iets beter is voor (boven) de pion, het beste is achter (onder) de pion. Terwijl ik dit aan het overpeinzen was, kwam ineens de uitgestoken hand van Paul. Toegegeven, ik stond wel wat beter, maar menigeen zou zich een ander laten bewijzen, zeker na het voorafgaande vrij secure spel.
In de analyse na de partij kwamen heel wat varianten voorbij met zeker praktische kansen voor wit, maar kon zwart het in ieder geval lang uitzingen. In ieder geval waren deze analyses wel leerzaam en word je weer wat wijzer over dit eindspel met een hoge moeilijkheidsgraad
RON:
Hoop dat je de partij zelf van Martin krijgt. Ik vond het heel sportief dat hij e4 probeerde.

7. Le2
7. Le2 is een zet in de Svesnikov die gewoon kan. Ik kan natuurlijk gewoon 9…, Pxe4 spelen. Maar na 10. Lf3 moet dan f5 en zijn allerlei scherpe varianten met wit mogelijk, waarbij de f-lijn snel open komt en wit zelfs gelijk remise kan forceren. Daar houd ik niet van. Dus daarom 9…, Le7. Overigens kan slaan op d5 en gevolgd door Pd4 ook. Vervolgens kan Martin zowel op f6 als e7 ruilen. Beiden hebben dan spel. Maar toen hij dat niet deed, kon ik in veel gunstiger omstandigheden op d5 slaan en sta dan gelijk al veel beter.

Martin Zwaneveld – Ron de Vink (11…Pxd5)
Na 14…, f5 heeft de Sves speler alles wat hij wil. Ik had goed gezien dat ik op 15. f4 niet moet doorschuiven met e4. Dat geeft veld d4 weg. Slaan op f4 en dan g5 is zelfs mogelijk, het loperpaar garandeert zwart goed spel, maar 15…, Lf6 is objectief de beste.

Martin Zwaneveld – Ron de Vink (15.f4)
Maar toen Martin vervolgens op e5 sloeg, wat mij veraste, had ik natuurlijk met de loper terug moeten slaan. Hij moet eerst b2 dekken en ik kan vervolgen met Dh4 met aanval. Ik dacht echter dat de 2 pionnen naast elkaar sterk genoeg zouden zijn en zijn d-pion blijft zwak. Maar na zijn 17. c4 ga ik in de fout.

Martin Zwaneveld – Ron de Vink (17.c4)
Gewoon doorzetten met f4. Ik sloeg echter op c4 en nu kon Martin weer helemaal terug komen met Pxc4. Hij deed echter Dxc4. De stelling is nu wel complex, wat zo leuk is aan deze opening. Uit het schaak gaan met Kh8 lijkt logisch, maar is niet het sterkste. Vind maar eens 18…, Tf7! Ik denk dat dit Thomas wel gelukt was. Vervolgens deed Martin echter ook weer niet de sterksten.

Martin Zwaneveld – Ron de Vink (21…Da5!)
21…, Da5 was ik zeer over te spreken. Maar Martin speelde daarop best creatief. En belangrijker: het koste mij de nodige tijd. 23…, Da4 was beter geweest.

Martin Zwaneveld – Ron de Vink (25…e4 )
25…, e4 was weer een grote fout, g5 was nodig al profiteerde Martin niet met 26. Tae1. Na 26. Txf4 speelde ik de verkeerde toren naar c8 en zag toen pas dat hij op e4 kon slaan. Brr….

Martin Zwaneveld – Ron de Vink (28.Kf1 )
28. Kf1? is een grote fout van Martin, waar ik met verschillende zetten van kan profiteren, waaronder mijn 28…, g5. Pion e4 kan niet geslagen worden. Nu had ik alsnog moeten winnen, maar die tijdnood. Onbegrijpelijk dat ik niet 30…, Lxb2 speelde, maar

Martin Zwaneveld – Ron de Vink (30.d7)
30…., Tcd8. Na 32. Lc3 en Lxc3 is materiaal nog steeds gelijk, al staat zwart nog wel beter. Ik vond remise toen goed genoeg. Al met al toch een heel leuke partij met veel wederzijdse fouten.
Eindcorrectie moet nog plaatsvinden



















































































