Alle berichten van Eddy Saraber

Euwe (3)

Reacties van Thomas:

Heel mooi stuk op de site met feiten die ik nog niet allemaal wist.
Zo is er ook een mooi boek over de vriendschappelijke match Euwe tegen Sosonko, ik denk vanwege zijn 75e verjaardag en volgens mij door de AVRO gesponsord. Sinds mijn verhuizing heb ik dat boek niet meer, helaas.
Ook heb ik een partij gezien uit de jaren 50 die Euwe van een nog piepjonge Fischer ( 14 jr ) zeer snel won.
Maar die was natuurlijk nog niet op zijn top. Toch een mooi staaltje van ervaring tegen jeugd! Ik weet niet of je de partij kent, volgens mij een Damegambiet
Nog een anekdote uit mijn eigen ervaring over zijn hoffelijkheid. Als 15-of 16-jarig jeugdspelertje zat ik een keer bij de voorzitter van de Egmondse schaakvereniging. Op een gegeven moment ging de telefoon. Euwe zou een simultaan spelen tegen het gemeentebestuur, echter die waren plots wegens een belangrijke vergadering verhinderd. Of er schakers van de Toren van Egmond bereid waren dit over te nemen?
Er was plek voor tien man want Euwe was al bijna 80.
Ik gaf aan de voorzitter aan dat ik mee kon doen en die ging rond bellen en vond een aantal vrijwilligers.
Men was toch een beetje bang voor zo’n sterke schaker (helaas een vaak gehoord argument!) Het leek mij wel leuk en wie weet…
Op een gegeven moment riep hij de namen op om op een lijst te zetten en ik had vaag het idee dat hij zich verteld had, maar ik zal me wel vergist hebben…?
Op de bewuste dag gingen de deelnemers achter de borden zitten en wachtte ik netjes mijn beurt af.. tot bleek dat er elf namen op het lijstje stonden… En ik dreigde buiten de boot te vallen, maar iemand mompelde iets in zijn oor en toen mocht ik van hem ook meedoen.

Ik verloor de partij overigens wel, maar al zeg ik het zelf had de partij slechter gekund.

Ik heb daarna later in het jaar nog in Bergen aan Zee een simultaan tegen hem gespeeld, maar daar werd ik toch wel snel zoek gespeeld.
Ik stuur je dit dan komt de site de komkommertijd weer een beetje door!

Voor de volledigheid nog deze. Dit was dus plm een half jaar voor zijn overlijden. Het was ter gelegenheid van een wedstrijd tussen Koningsclub en de landskampioen van de toenmalige hoofdklasse.
Een en ander inclusief extra programmas werd gesponsord door de destijds bekende (of beruchte?) betonmiljonair Pagel.

Even een terzijde van Eddy:

Ja, beroemd en berucht: Arnfried Pagel , betonmiljonair, oprichter van Koningsclub Bergen. Een Duitser, die  woonde in Bergen, en Koningsclub oprichtte omdat hij bij Schaaakclub Bergen niet in het eerste team mocht spelen. Zijn streven: Op naar het kampioenschap van Nederland! De schaakbond vond dat hij maar moest beginnen in de 4e klasse NHSB. Elk jaar promoveerden ze. In 1981 hadden ze de hoogste klasse van de KNSB bereikt. Pagel lokte sterke schakers naar zijn club door ze zeer goed te betalen! En hij bereikte zijn doel met andere dubieuze methoden. Dat hebben we met Aris de Heer ook ervaren. Toen wij in 19.. ( moet ik nog even nazoeken) in Bergen tegen ze moesten spelen. Aan het eind van de avond in gelijke stand werd alleen de partij van Bert Kuijer afgebroken .  Die werd enkele dagen later benaderd door en gezant van Pagel met een mooi financieel aanbod als hij de partij zou verliezen. En zoiets gebeurt op een verder volkomen amateuristisch niveau! Maar Bert weigerde! En won. ( Geloof ik. Of werd het remise? Dat weet ik niet meer. Maar hoe dan ook, vervelend voor Pagel.)

Een tweede keer dat we tegen ze moesten spelen zat onze André Mulder tegenover een sterke Poolse grootmeester. Kuligovski , of zoiets. Die dacht nauwelijks na. Die had haast! Hij moest nog een vliegtuig halen naar Reykjavik voor een partij tegen Kortsnoi. Die hij ook nog schijnt te hebben gewonnen. Het lukte nog net. Een taxi stond voor de deur om hem naar Schiphol te racen.  Hij had 10 minuten nodig voor de hele partij. André gewoon 1,5 uur. Bood dapper tegenstand, maar ja , tegen een grootmeester…..

Zelf moest ik ooit tegen …. Pagel himself! Dat moest ik kunnen winnen, want ik wist : heel sterk Is hij niet. Ik toen wel. Maar ik deed het niet erg goed. Pas halverwege de avond kwam ik beter te staan. Toen werd heer Pagel ziek. Hij begon te steunen. Om een glaasje water vragen aan zijn clubgernoten. Asperientje consumeren. Zielig kijken. ‘Hoofdpijn’ steunde hij.

Het haalde mij flink uit mijn concentratie. En ik heb toen maar sportief remise aangeboden. Wat later begreep ik dat ik in de maling was genomen. Allemaal toneel. Mijn hele leven spijt gehad dat ik niet van Pagel heb gewonnen.

Het kampioenschap van Nederland heeft Koningsclub , geloof ik , niet meer bereikt. Pagel  werd veroordeeld tot gevangenisstraf wegens drugssmokkel en toen  was er geen geld meer voor die betere schakers.

Euwe (2)

Over de rest van Euwe’s wederwaardigheden in de twenties van de vorige eeuw zal ik kort zijn. Anders gaat dit verhaal uitdijen tot onverteerbare afmetingen.

Het wordt in de komende jaren langzaam duidelijk dat  in dit tijdperk van achtereenvolgens de wereldkampioenen  Lasker, Capablanca en Aljechin de volgende kandidaat worldchampion ene Max Euwe uit Nederland wel eens zou kunnen zijn. Omdat die zelfs af en toe gaat winnen van de grootheden van deze periode. Of in een tournooi van aanzien hoog eindigt.

Dat is eigenlijk wel heel bijzonder want soms schaakt in die periode deze jongeman heel weinig of bijna helemaal niet. Dan voltooit hij zijn studie wiskunde aan de universiteit. Wordt dan leraar wiskunde in Winterswijk, en later in Rotterdam, en in Amsterdam. Hij staat zichzelf eindelijk toe verliefd te worden en te trouwen. Voor vrouwen had hij heel lang echt geen tijd. Dan schrijft hij daarna ook een wiskundedissertatie en wordt met lof doctor in dat vak.

Dat hij toch in 1935  een mijlpaal in onze schaakgeschiedenis zal worden is te danken aan zijn vriend Hans Kmoch. Euwe had in 1933 besloten dat hij echt ging stoppen met schaken en zich de rest van zijn leven helemaal richten op de wiskunde. Het Nederlands kampioenschap van 1933 , besloot hij, zou zijn laatste optreden zijn.( Hij won het ook nog). En  zo leek het echt te gaan,  inderdaad. Euwe verdween van het schaaktoneel. Maar in 1934 zat hij met Kmoch in een cafeetje, en die begon op Euwe in te praten. Hij vond het schandalig dat iemand met zo veel aanleg de kans op de wereldtitel zomaar liet liggen. Aljechin had hem eerder al uitgedaagd voor een match om het wk. Euwe dacht dat Aljechin te sterk voor hem was. Dat bestreed Kmoch. Hij toonde aan met voorbeelden uit de recente toernooipraktijk dat Aljechin het de laatste tijd helemaal niet zo goed had gedaan. Als er een kans was, dan was het nu!

Euwe liet zich overhalen. Hij ging Aljechin uitdagen. De jacht op sponsors kon beginnen. En Euwe’s schaaktechnische voorbereiding. Die werd op Euwe-wijze aangepakt: heel serieus, slim, konsekwent, tijdrovend. Alle materiaal van wiskunde werd weggestopt in een diepe la. Om de verleiding tegen te gaan.

Aljechin accepteerde. Het was toen nog gebruikelijk dat de wereldkampioen zelf bepaalde tegen wie hij een match om het WK wilde spelen. Later werd dat door de Fide geregeld: zonetoernooien -> kandidatentoernooi-> wk match. Een lange weg.

In oktober 1935 was het zo ver. Aljechin arriveerde in Nederland. In interviews ventileerde hij dat hij natuurlijk deze match ging winnen. En dat dacht iedereen. Ook Euwe, die vertelde dat Aljechin natuurlijk favoriet was, maar dat hij zijn best ging doen om het toch spannend te maken. Aljechin had vele fans in de wereld, omdat hij een nieuw soort topschaak had geïntroduceerd: aanvallend, risico nemend, gevaarlijk, met moeilijke offers. Anders dan het strategische schaak van Lasker, Capablanca, zijn voorgangers. Voorbeeldje: Hij veroorloofde zich tegen toppers zelfs na 1. e4 de zet  1… Pf6 ?!!  2. e5  zijn eigen ‘Aljechin’-opening.

Dat Aljechin ging winnen werd al gauw duidelijk.  De eerste partij  (Slavisch) ging voor Euwe verloren. Geen leuk begin. Te meer niet omdat die het Slavisch voor deze match had voorbereid. Ook werd al gauw bekend dat Aljechin pas 10 minuten voor de partij zijn voortzetting had bedacht.1. d4 was al een beetje verrassing, want hij speelde bijna altijd  1. e4.

6

De tweede partij echter  met wit (Grünfeld ) won Euwe, met degelijk strategisch spel. Er klonk luid applaus in de zaal. De match werd wel ‘the match on wheels’ genoemd omdat de rondes op veel verschillende plaatsen werden gespeeld. Soms niet echt geschikt voor zoiets. Lawaaiige toeschouwers. Waar beide spelers zich lang niet veel van aantrokken. ( Fischer was nog niet geboren .)

Toen de tweede partij gewonnen was, groeide de belangstelling enorm. Nationaal, maar ook internationaal. Mensen stonden in de rij voor een plekje in de zaal. Zou die drommelse Euwe het misschien toch gaan redden? Een Nederlander misschien wereldkampioen schaken?!

Maar het vervolg was al gauw een afknapper.  De derde en de vierde partij en de zevende gingen verloren. En hoe! In de 7e partij werd Euwe op alle onderdelen gekleineerd.

Aljechin deed een vreemde 7e zet die volgens experts helemaal niet goed was. Hoewel Euwe het redelijk beantwoordde was het toch een onprettige ervaring dat hij de zet niet echt kon weerleggen.

7, g4 ?

De partij werd besloten met zo’n gevreesde  Aljechin-aanval.

  Alekhine Alexander – Euwe Max (13…De8)

14 Pf6!

Zwart had het kunnen overleven maar miste de beste voortzetting in moeilijke stelling.

Het werd een partijtje koffiehuisschaak. Daar was Aljechin kennelijk veel beter in.

Stand 2-5. Het leek erop dat het een tragedie ging worden. Het was maar goed dat er daarna 2 rustdagen waren.

Die werden door Euwe goed benut. Hij won dit keer.  Het was een sterke witte partij tegen het Slavisch. Na zet 14 …. Tb8 15.  Ke2! Heeft zwart ineens ernstige moeilijkheden. De pionnen a6 en c6 zijn zwak,   en Tb1 dreigt.

Euwe Max – Alekhine Alexander (14…Tb8)

15. Ke2 !!

Aljechin doet steeds de beste zetten, maar dat helpt niet tegen Euwe’s foutloze aanpak. Die wint een pion. De partij wordt afgebroken in de volgende stelling.

Euwe Max – Alekhine Alexander (41.Tc7+)

Na de hervatting speelt Euwe ijzersterk verder. Wint nog een pion. De partij is eigenlijk voorbij.

Euwe Max – Alekhine Alexander (56.Tg5)

Het slot is ook leuk:

Max – Alekhine Alexander (68…Lf2)

69. La6 ! 

Nu kan de toren de a8 pion niet meer direct slaan en kan  na 69 …Txa6 70. Td8+ en 71. a8D volgen. Resteert een eindspel met kwaliteit meer + 1 pion

Dat gaf de burger moed.

Maar Aljechin slaat de volgende partij keihard terug. Euwe speelt voor de 4e keer Frans, met voor de derde keer daar verlies mee. Tijd voor iets anders tegen e4. Niemand geeft nog een stuiver voor de kansen van Euwe. 3-6

En toch blijkt later dit een keerpunt in de match. Misschien dat Euwe van zijn gewonnen 8e partij wat zelfvertrouwen had teruggewonnen. Munninghoff heeft de volgende verklaring: Euwe had voor de match al gezegd dat Aljechin sterker was en dat hij zijn best zou doen. Hij zat eigenlijk vrij rustig achter het bord. Aljechin had meer te verliezen. Hij wilde de wereld nog eens aantonen dat hij een geniale schaker was, die van iedereen kon winnen. En zich zelfs wel wat dubieuze zetten kon veroorloven, want hij was nu eenmaal een genie.Dat moest hij in iedere partij aantonen. Aljechin toonde zich ineens een beetje nerveus. Het leek er ook een beetje op dat hij Euwe uit zijn concentratie wilde halen. Sjouwde  tijdens een partij rond met zijn katten, die hij bij zich had. Knalde met deuren. En schreeuwde nu wel naar het publiek dat ze stiller moesten zijn.

Hoe dan ook het vervolg van de match was sensationeel. Uit de volgende vijf partijen scoorde Euwe 4 punten. 3 overwinningen met wit en 2 remises met zwart. Stand: 7-7 !!

In partij 10  bestrijdt Euwe het Slavisch krachtig. Krijgt gauw een betere stelling en maakt het foutloos af.

Ik kan natuurlijk niet alle partijen laten zien, maar het leukst vind ik partij 14 waarmee Euwe de stand op 7-7 brengt.

Euwe Max – Alekhine Alexander (9…0-0)

10. Txh7 !!

Hierna zijn er 2 rustdagen. Aljechin gebruikt die om zich te realiseren dat hij te lang geprobeerd heeft met agressieve zetten Euwe klein te krijgen en dat hij het echt nu wat voorzichtiger en degelijker en strategischer moet gaan aanpakken.

En dat helpt. In de volgende 5 partijen scoort Aljechin 31/2  punt. En staat weer op riante voorsprong. 8,5- 10,5 Nu  is Euwe aan de beurt om zijn strategie wijzigen. Wil hij zijn achterstand in de resterende 10 partijen nog goed maken dan zal hij nu agressiever moeten gaan spelen. Meer combinatie-mogelijkheden zoeken.

En ook dat helpt. Al met al is het inmiddels een geweldig spannende match geworden.

Euwe wint de 20e en de 21e partij, waarna het 10 ½ – 10 ½ staat.

De 20e partij was een van de beste van de match. Dat was  later zelfs de mening van de verliezende Aljechin! Alweer Slavisch. Door beide spelers in deze match zeer veel gespeeld. Grappig is dat de 20e en de 21e partij tot zet 13 gelijk zijn. Maar in de 20e heeft Aljechin zwart en in de 21e Euwe. Kennelijk door beiden een zwaar bestudeerde variant.

Diagram na zet 12 0-0

Aljechin speelt hier 12 … Td8 (en na 13 Dc1 de te tamme zet 13 … Db8 wat tot zijn ondergang zal leiden)

Timman vermeldt de andere varianten 12 … 0-0-0 en ook de Morozewitsch- variant 12 … Pc5.

Euwe Max – Alekhine Alexander (12…Pc5) analyse

Een heel scherpe voortzetting, (Die inmiddels wel is weerlegd.) Voor mij erg grappig allemaal want ik herinner me een partij van mezelf tegen Paul Verkooijen, waarin ik zelf 12 …Pc5 speelde. Ik had die nieuwe variant bestudeerd. Weer eens wat anders! Na nog enkele goede zetten van beiden raakte Paul In de moeilijke stelling  het spoor bijster en ging hij tegen mijn aanval onderuit. Wat me destijds veel ontzag inboezemde was dat Paul – die altijd rondstrooit dat hij veel te weinig theorie kent-  dit toch tot zet 13 maar allemaal wist. Of bedacht hij het zelf? Nog indrukwekkender.

Terug naar de match.

Na zet 17 …. Pxe5  enthousiasme bij het publiek 18 . Pg5 !  Scherp berekend.

Hierna is de winst volgens Timman nog erg lastig, maar het blijkt aan Euwe toevetrouwd.

Partij 21 zal veel opschudding teweeg brengen in den lande. Ook omdat Euwe weer wint, zelfde opening als de 20e, maar nu met zwart. Stand in de match nu gelijk! Maar vooral omdat in de pers wers gesuggereerd dat Aljechin maar wat had geknoeid omdat hij dronken was.  En na afloop van de match zelfs dat Euwe alleen wereldkampioen kom worden omdat Aljechin gedurende de hele match altijd onder de invloed was.

Veel experts hebben later laten weten  dat zij dat absolute onzin vonden. Dat de 21e partij helemaal geen prutswerk was maar in tegendeel een scherpe partij met veel moeilijke details.Euwe zelf gaf vele jaren later als zijn mening  dat al die opschudding te wijten was aan journalisten die te weinig van het schaken af wisten. Dat inderdaad Aljechin geregeld tijdens de match alcohol had gebruikt, maar dat veel grootmeesters dat deden, en dat het zelfs het niveau van hun partij kon verhogen.

Wie partij 21 naspeelt, zonder vooroordelen, ziet een lang erg spannende partij, met gauw licht voordeel voor zwart. Uitmondend in 1 pion meer, maar met ongelijke lopers. En hoe Euwe dat dus moeilijke eindspel grandioos tot winst brengt.

Alekhine Alexander – Euwe Max (39.Lc4)

40,Txd4 en 2 pionnen minder wordt echt te veel.

Hierna volgen 3 partijen met remise. Eén keer komt Euwe goed weg, één keer mag Aljechin niet klagen.

Als ze toe zijn aan partij 25 krijgt Aljechin haast. Als hij de match nog wil winnen resten hem nog maar weinig partijen .Dus hij volgt een messcherpe voortzetting van de Camebridge Springs. Hij offert 3 pionnen.

Alekhine Alexander – Euwe Max (18.Pe5)

Maar Euwe kent recentere analyses en weet dat dat te veel is. Rustig weerlegt hij de zwarte opzet.

En dan nu maar meer aandacht voor partij 26. Op verzoek van Kees Pruis. De parel van Zandvoort.( Sorry, ik bedoel de partij, niet Kees Pruis) Misschien ook wel leuk voor Marc, onze kenner van het Hollands.

Euwe Max – Alekhine Alexander (3.g3)

Ik heb me inmiddels afgevraagd waarom die 26e partij bekend staat als de parel van ….. Er zijn nog wel andere partijen van Euwe die een pareltje genoemd kunnen worden. Wellicht omdat ook deze partijwinst best wel door mooi schaak kwam, maar ook omdat het Euwe  een flinke kans ging bieden om wereldkampioen te worden. Een parel aan het sieraad van zijn schaakcarrière.

Timman vindt dat de voorbereiding van Aljechin op de match niet geweldig was. In bijna alle partijen met zwart kwam hij niet goed uit de opening.

(IK geef eerst diagrammen van een aantal belangrijke momenten en daarna de hele partij.)

Euwe Max – Alekhine Alexander (8.0-0)

8. … b6?

Beter volgens Timman 8 … Lf6 of … d5 met overgang naar de Stonewall.

Euwe Max – Alekhine Alexander (12…Dc8)

13. d5?

Nu kan zwart een stabiele centrumpositie opbouwen. Beter was volgens JT  13. e4 Db7  14. Te1

Euwe Max – Alekhine Alexander (17…e4)

18. Pb4 met de dreiging 19. dxc6 en 20. Pd5

Wit staat wat beter omdat zijn loper sterker staat dan de zwarte.

Euwe Max – Alekhine Alexander (20.Pe3)

20. ….. Lf6 om de lopers af te ruilen.

 Maar dat geeft andere problemen na 21. Pxf5! Een stukoffer tegen 3 pionnen, en wel sterke verbonden centrale vrijpionnen.( hoe? zie hieronder de hele partij)

Euwe Max – Alekhine Alexander (25.e4)

Dat stukoffer blijkt een goede beslissing te zijn geweest

Euwe Max – Alekhine Alexander (27…De8)

want na   29. Dh3 ( i.p.v. het gespeelde 29. e6 zou zwart volkomen machteloos zijn geweest (Pd2-f3-g5. ( slaan op d7 mag nog niet   want na 29 … De2 wint zwart het stuk terug en staat het spel gelijk).

Euwe offert mooi  bij zet 30 een kwaliteit

Euwe Max – Alekhine Alexander (30.Tg1)

30 Tg1 Lxg1

Dan volgt bij zet 31 een beslissende fout van Aljechin,

Euwe Max – Alekhine Alexander (31…Df6)

31. … Df6? ( Df5!) 32.Pg5!

Dit  leidt na 32 … Tg7 tot  33. exd7  Txd7 34. De3

Euwe Max – Alekhine Alexander (34.De3)

 ( nu is 34 …Dxb2 onmogelijk en dat blijft even zo  wegens of De6 of d6.)  

34. … Te7 35. Pe6 Tf8  

Euwe Max – Alekhine Alexander (35…Tf8)

En dan 36. De5. Wit bereikt na dameruil een gunstig eindspel. Daarin is Euwe een specialist. En met een aardig slot maakt hij er een eind aan. Zie de hele partij hieonder.

Euwe Max – Alekhine Alexander (42…b5)

43. Pd8!

HELE PARTIJ

Nu resten Aljechin nog 4 partijen om 2 punten achterstand in te halen. Onmogelijk natuurlijk. Maar het blijft spannend, Aljechin wint direct de 27e partij. Hij speelt Weens. Zelden meer gespeeld en Euwe reageert niet goed.  Staat na de opening minder, en zijn tegenstander laat hem niet ontsnappen.

In de 28e partij staat Euwe ook snel minder, maar na het hervatten van de afgebroken partij met een pion minder ontsnapt hij weer eens in het eindspel. Doordat het promotieveld van de extra pion niet de kleur heeft van de loper. (Een grapje dat mijzelf ook een keer winst kostte.)

Euwe Max – Alekhine Alexander (63.b3)

63 ….  axb3 64 Kxb3 remise. Althans voor eindspelkenners.

Nog 2 partijen te gaan. De opwinding groeit in den lande. Er staat  bij partij 29  een lange rij in Amsterdam voor de ingang van de speelzaal. Nog steeds 1 punt voorsprong. Laatste partij van Aljechin met wit!!

Zelfs nu nog verbijstert mij de openingskeuze van Euwe. Op zo’n belangrijk moment neemt hij een groot risico. Hij speelt met zwart …. 1. e4 Pf6 !!!!    Notabene Aljechins eigen opening. Als iemand daar  alles van weet is het de uitvinder zelf. Was de bedoeling om Aljechin even van zijn stuk te brengen. Nou, dat is dan goed gelukt. De wereldkampioen (nog even?) bleef 5 minuten ongelovig  naar het bord staren. Vertelde later dat hij verbijsterd was. Nooit op gerekend. Had Euwe een nieuwe vondst gedaan in deze opening? Of was het bluf?

Aljechin herpakt zich en gaat  aan de slag, en komt langzaam beter te staan. Euwe offert een pion. Experts menen later dat hij wel moest! Spoedig wordt hetwaarschijnlijker dat hij die pion niet meer zal terugzien.

Alekhine Alexander – Euwe Max (21.h3)

Maar eindspelen met Torens en pionnen zijn vaak superlastig.

Alekhine Alexander – Euwe Max (42…Th4)

Dus wordt partij 29 toch remise.

Alekhine Alexander – Euwe Max (50…Kc7)

Wit accepteert remise,

Bijna onmogelijk voor Aljechin om zijn wereldtitel te redden. Met zwart, laatste kans. Maar grote schakers als Euwe weten met wit altijd wel de weg naar remise.

Aangenomen damegambiet.

1.d4 d5 2.c4 dxc4

Euwe Max – Alekhine Alexander (2…dxc4)

Euwe antwoordt sterk. Wacht niet maar wint de pion gelijk terug, met Da4 en Dxc4. Waarmee hij de waarschijnlijke voorbereiding van Aljechin gelijk voorbij stevent. Munninghoff noemt het pionoffer van Aljechin bij zet 14 eigenlijk al een wanhoopsdaad.

Euwe Max – Alekhine Alexander (14…g5)

Bij zet 36 wint Euwe nog een pion. En is de partij voorbij, maar Aljechin weigert het remiseaanbod van Euwe. Pas op het moment dat de partij zou moeten worden afgebroken neemt hij in verloren stand het remise-aanbod aan.

Euwe Max – Alekhine Alexander (40.Tg1)

Euwe is wereldkampioen. In Nederland barst een ongekend feest los. Het schaakleven in Nederland zal hierdoor ongelofelijk gestimuleerd worden. Nu ik de hele match nog eens heb zien langskomen, is me duidelijk geworden dat Euwe niet per ongeluk heeft gewonnen. Hij was gewoon sterker. Schaaktechnisch en psychisch. Beter opgewassen tegen de spanningen, tegen tegenslagen. Een waardige wereldkampioen.

Er gaat binnenkort (27 mei) een boek verschijnen van l’Ami en…. ‘Euwe wereldkampioen’ . Ik neem aan dat dat vooral zal gaan over de periode na deze match van 1935-1936.

RECTIFICATIE: L’AMI EN VD STERREN. !!

Misschien dat ik daarover ook nog ga schrijven. Maar eerst wil ik een aflevering maken met het materiaal dat Thomas me deed toekomen over zijn herinneringen aan Euwe.  Erg leuk.

Tot dan.

Met dank aan Munninghoff (zaliger) en Timman (zaliger);

f

Euwe (1)

Ik schrijf niet meer elke week een verslag voor uw site. Dat red ik niet meer nu ik aan mijn 90e levensjaar bezig ben. Maar ik begin het wel te missen. Ik moet toch maar weer eens iets in elkaar knutselen voor de website van uw kleine, maar gezellige clubje. Maar wat?

Een leuk in memoriam? Maar terwijl er voortduend vrienden en familieleden van me tussenuit knijpen, blijven de grote schakers nu even allemaal leven.

Eindelijk ontdek ik iets. Een poosje geleden bezweek ik voor een ebook -aanbieding van New in Chess: Max Euwe’s Best Games van Jan Timman. Ik was erin begonnen , maar heb het al snel terzijde gelegd. Voor mij te weinig over de persoon Euwe. Zoals de titel aangeeft: overwegend partijen. Geanalyseerd door Timman. Op zijn wijze: ongelofelijk uitvoerig en gedetailleerd. Geregeld ook te moeilijk voor mij. Ik heb het weggelegd met de gedachte ‘ Later maar, als ik meer tijd heb het nog maar eens proberen.’

Meer tijd? Dat is nu dus. Ik moet maar een reden verzinnen: In  november 2026 is hij precies 45 jaar geleden overleden. Is dat geen reden voor een herdenking? Dan is het ongeveer 80 jaar geleden dat hij wereldkampioen werd, na de zege op Aljechin. Nog een reden: Hij was mijn eerste leermeester, middels zijn boeken.

Toen ik 11 was zijn boekje voor kinderen: ‘Hoe oom Jan zijn neefje leerde schaken’. Toen ik 15 was het derde deel van de trilogie van Den Hertog-Euwe ‘ Praktische Schaaklessen’. Toen ik 20 was het abonnement op zijn ‘Losbladige Schaakberichten’ met vooral openingennieuws. En daarna natuurlijk veel deeltjes van zijn serie schaakopeningen, en nog later het fantastische boek Oordeel en plan.

Heb ik zelf nog herinneringen aan deze persoon?Niet veel. Toen ik zelf aan schaken op  clubniveau toe was, was Euwe’s topperiode al voorbij. Toch was hij nog steeds een autoriteit. En nog steeds ieder jaar kampioen van Nederland.

Ik heb hem een keer zien spelen in de Apollohal in Amsterdam,  in 1954, op bord 1 van het Nederlandse team, tegen Rusland. Dat werd remise, wat tegen een Rus in die tijd inmiddels een prestatie was, en zeker tegen een Bronstein,  die toen voor Rusland aan het 1e bord zat. Er klonk dan ook een flink applaus uit het publiek. Ik las de volgende dag  in de krant ‘ … een luid applaus, waaruit blijkt dat onze ex-wereldkampioen (1935/37) inmiddels toch wat onderschat wordt.’  (een paar rondes eerder speelde Euwe op bord 1 al remise tegen Botwinnik, de toenmalige wereldkampioen)

Ook herinner ik me dat ik bij een kandidatentoernooi in 1956 in Amsterdam met ontzag waarnam hoe Euwe na afloop van een partij binnenkwam en zich staande  mengde in de postmortem-analyse van twee hem kennelijk bekende tegenstanders (topschakers!), die best met respect naar hem opkeken . (Euwe was een vrij lange man.) Ik stond er vlakbij. Ik kon verstaan wat hij zei . ‘ Ja dat heb ik ook wel eens gehad. In 1928!. Dat ging toen zo.’ Waarna hij met razende snelheid varianten op het bord toverde. Ik weet nog dat ik toen dacht: ‘Zo’n geheugen moet je dus hebben als je topschaker wil worden. Een partij van bijna 30 jaar eerder je herinneren in detail! Dat gaat mij dus niet lukken.

Ook herinner ik me dat hij simultaan in Amsterdam speelde en ik me had aangemeld. Ik speelde KoningsIndisch en een nieuwe variant die ik kort tevoren in de Losbladige Schaakberichten had aangetroffen. Wat een onnozelaar! Natuurlijk kende Euwe die variant en wist hoe die verder aan te pakken. Hij redigeerde die Losbladige Schaakberichten zelf! Ik wist het al gauw niet meer en gaf na 15 zetten op! Waar ieder ander in zo’n situatie zwijgend zijn neus opgetrokken zou hebben voor zo’n prutser, Euwe niet. Hij schudde me vriendelijk de hand, en zei  ‘Dankuwel mijnheer’.  

Ik begreep toen: Die Euwe was een heer. Hij had nooit ruzie. Deed nooit uit de hoogte. Dat schrijven veel bewonderaars. Hij was een gentleman. Niemand ontkende dat. Behalve ooit mijn oude buurvrouw in De Rijp. Zij was een vriendin van Euwe’s echtgenote. Ze vertelde dat ze destijds veel bij hen overhuis kwam. ‘ Ik vond die man van haar helemaal niet aardig.’ Ik heb wel eens nagedacht hoe dat gezeten moet hebben. Euwe had een waanzinnig druk bestaan. Van lange dagen bleef geen minuut onbenut. Van alles tegelijk: Artikelen schrijven, boeken schrijven, schaaktheorie bijhouden, wiskundestudie voltooien,  wiskundeles geven op een middelbare meisjesschool,  tot doctor promoveren in de wiskunde, schaaktoernooien winnen, en toch wat tijd vinden voor zijn drie dochters. Ik denk dat er niet meer in zat voor de vriendin van zjjn vrouw dan een goedendag en hij daarna gelijk doorstiefelde naar zijn werkkamer. Au travail!

Ik heb ten behoeve van dit en misschien mijn volgend artikel ook gelezen Max Euwe, de biografie, van Alexander Münninghoff. Ik wilde meer weten over de mens Euwe. In dat boek staat een uitvoerig interview met de moeder van …….  Jan Timman! Die heeft bij leraar Euwe in de klas gezeten. Hoezo niet aardig? Zij vertelt dat het onzin is om  te denken dat Euwe dat leraarschap in wiskunde op een meisjes-hbs er maar een beetje bij deed om te kunnen schaken. Zij vond hem een voorbeeldige leraar. Hij had een natuurlijk overwicht. Meisjes op zo’n school kunnen giechelen en geiten en vergeten op te letten. Euwe, vertelt moeder Timman, lachte wat mee, maakte een grapje, en de klas was weer aandachtig en stil.  Hij was nooit ziek, verzuimde nooit, en was altijd bereikbaar als een leerling problemen had, ook persoonlijke. En hij kon heel goed iets uitleggen. Meisjes, vond Euwe, hebben misschien wat minder belangstelling voor wiskunde dan voor talen, maar des te leuker om ze wiskunde  te onderwijzen. Leuk om te lezen. Zeker voor mij. Ik was ook een poosjs leraar op zo’n middelbare meisjesschool. Dat geiten en giechelen herken ik wel. Maar het was mijn leukste leraarperiode. Maar ik gaf geen wiskunde. Altijd jammer gevonden dan dat schooltype is afgeschaft.

Als bijna alle grote schakers kon hij al heel jong schaken. Hij kende de regels al toen hij 4 was. Zijn moeder was een fanatiek schaakster, en zijn ouders speelden vaak samen een potje. Maxje keek ernaar, en leerde het zo!  Als hij zes is, is hij al beter dan zijn ouders. Als hij acht is, wil hij niet meer met ze spelen. Hij is dan al te sterk. Op zijn 10e is hij al te vinden in een schaakclub. Toch is schaken nog niet zijn belangrijkste hobby. Dat is voetbal! En dat heeft zijn hele leven zijn belangstelling  behouden. Maar in de laatste leerjaren van de HBS  gaat schaken op de eerste plaats komen. Zijn eerste toernooi speelt hij als 14 is. Daarna volgen er ontelbare. Met successen. Wat hem natuurlijk aanmoedigt. Schaken wordt dan zijn belangrijkste hobby. Al gauw treft hij de sterkere  Nederlanders. Maar Nederland is dan nog geen belangrijk schaakland. Dus het duurt lang voor hij tegen internationale sterke schakers ervaring kan opdoen.

Genoeg gebabbeld. Schaakpartijen laten zien. Uit zijn vroege jeugd heb ik geen partijen kunnen vinden. De vroegste dateert uit 1918. Euwe is dan17. Tegen Weenink bijv. , een sterke Nederlandse schaker. Die was inmiddels 26. Ooit 2e geworden bij het Nederlands kampioenschap.

Als Euwe de kans gaat krijgen om sterke buitenlanders te ontmoeten worden er al gauw bijzondere prestaties zichtbaar:

Tegen Bogoljubov, een heel sterke schaker die 2x een match speelde om het wereld-kampioenschap, verloor Euwe met een minimaal verschil een match in 1928.

Een van die partijen verliep aldus:

Analyse-delen van Munninghoff

Maar ook al partijen tegen Reti, Alhechin, Grünfeld, Colle. Met geleidelijk aan steeds vaker mooiere resultaten,

 Tot slot  nog een aardige partij toen hij 19 was ,

Het grappige is dat Euwe hier de ‘moderne’ opening kiest. Zo noemdn ze dat toen. Uitgevonden door ene Reti. Dat is dus de opening van … Reti zelf!! Zijn nieuwe idee was: beide lopers fiancheteren en pas daarna het centrum proberen te bezetten. Euwe zoekt hem op op diens eigen terrein.

Wat gedachten van Timman benut.

Bij een volgende aflevering zal ik meer stellingen en partijen voor u live op de site zetten.

Zal wel lukken. Ik kan nu kiezen uit: 120 partijen bij Münninghoff, 80 bij Timman, 1600 in een internetbestand.

Uit dat laatste aantal moge blijken dat Euwe,die eigenlijk lang een amateur was die in zijn schoolvakantie aan toernooien deelnam toch onvoorstelbaar veel partijen heeft gespeeld.

WORDT VERVOLGD

Aartswoud- Aris de Heer

Afgelopen vrijdag zou een heel spannende avond worden voor onze kleine, doch gezellige schaakvereniging. Helaas was uw wepmeester verhinderd. Uit wat mij achteraf werd toegezonden kon ik opmaken dat het heel spannend is geworden. Ik was er graag bij geweest.

Maar een verslag is toch mogelijk dankzij alle reacties.

Allereerst die van Martin:

Zo dicht bij de droom — verslag van een onvergetelijke finaleavond

Het was een avond die niemand snel zal vergeten. In Spanbroek stond vrijdag de allesbepalende wedstrijd op het programma: wij tegen Aartswoud, met het kampioenschap van de eerste klasse als inzet. Voor een club met slechts dertien leden, die vier jaar geleden nog in de derde klasse uitkwam, was alleen al de aanwezigheid op deze drempel een prestatie van formaat. Maar we waren niet gekomen om te figureren — we waren gekomen om te winnen.

De zaal voelde dat. Vanaf het moment dat de klokken werden gestart hing er een elektrische spanning in de ruimte. Fluisterende toeschouwers, gespannen blikken, het zachte tikken van de schaakklokken meer geluid was er nauwelijks. Maar onder die stilte bruiste het. Elke zet telde, elke minuut op de klok werd gevoeld door iedereen in de zaal.

Bord voor bord ontvouwde de strijd zich. Langzaam maar zeker kantelde de wedstrijd in ons voordeel, en naarmate de avond vorderde groeide het gevoel dat er iets bijzonders in de lucht hing. Spelers die normaal geconcentreerd naar hun eigen bord staren, wierpen blikken opzij. Toeschouwers schuifelden van bord naar bord. Toen de stand op 2-3 kwam te staan, verzamelde zich een groep van zo’n 25 man rond het laatste bord. Mannen die op hun tenen stonden om een glimp op te vangen van wat de doorslag zou geven.

Op zaterdag al schreef Martin:

De kruitdampen zijn opgetrokken, heldhaftige comebacks, fantastische combinaties en zenuwslopende eindspel thrillers.

3-3 net geen kampioen.

Er konden geen remises gemaakt worden omdat zij al snel voor kwamen. Alles bekeken, is Aartswout ontsnapt met het kampioenschap, dat met luid applaus werdt ontvangen na de laatste handschudding.

We zijn trots zijn op onze club, het team speelt steeds sterker doordat iedereen meedoet, leert en elkaar beter maakt.

Iedereen bedankt!

Marc:

Aartswoud – Marc, 27 maart 2026

1.e2-e4 d7-d5 2.e4xd5 c7-c6 3.d5xc6 Pb8xc6 4.Lf1-b5 e7-e5 5.Pg1-f3 Lf8-d6 6.d2-d4

Stelling na 6.d2-d4

Meestal speelt wit eerst korte-rokade en dan d4, waarna zwart ed4: speelt met een complexe stelling. Na d4 voor de rokades is het beter om de stelling met 6…e4 nog even gesloten te houden want zwart is dan nog niet klaar voor een open stelling. Althans, dat is hoe ik het onthoud, maar ook concreet 6…ed4: 7.Dd4: is vrij vervelend. Mijn theoriekennis ging verder met 6.d4 e4 7.Pg5 Pf6 8.d5 a6 met een gelijke stelling. In de partij kwam 6.d4 e4 7.De2 maar dat ziet er ook wel gelijk uit. Het Scandinavisch gambiet is best speelbaar, en goed geschikt om met zwart op winst te kunnen spelen, maar ik ben het eigenlijk vooral gaan spelen om eraan te wennen dat een pionnetje meer of minder niet zo belangrijk is (belangrijker is ontwikkeling en activiteit, maar ik wil nog wel eens kiezen voor materiaal; al wordt dat wel minder).  

6…e5-e4 7.Dd1-e2 Pg8-f6 8.Pf3-e5 Dd8-c7 9.Pb1-c3 Ld6xe5 10.Pc3-e4

Stelling na 10.Pc3-e4

Geen goed idee voor wit, het kost materiaal.

10…0-0 11.d4xe5 Pf6xe4 12.Lb5xc6 (12.De4: Da5) 12…Dc7xc6 13.0-0 Dc6-g6 14.f2-f3 Pe4-g5 15.f3-f4 Dg6-e4 16.De2-f2 (mijn bedoeling was 16.Dh5 Dd4 17.Kh1 Pe4) 16…Pg5-e6 17.f4-f5 Pe6-c7 (niet 17…Pd4 18.Te1) 18.f5-f6 Pc7-e6 19.f6xg7 Pe6xg7 20.Lc1-g5 De4xe5 21.Lg5-f6 De5-f5 22.Df2-d4 Df5-g6 23.Tf1-f3 Pg7-h5 24.Ta1-f1 Lc8-g4 25.Tf3-b3 Ta8-e8 26.Lf6-e5 (niet 26.Tb7: Te2) 26…b7-b6 27.h2-h3 Lg4-c8 28.g2-g4 Lc8-b7 29.Kg1-h2

Stelling na 29.Kg1-h2

Eigenlijk is het nu heel makkelijk: 29…Te5: 30.De5: Dc2: 31.Kg1 Dg2# en de promotie naar de topklasse was binnen geweest. Maar ik doe de combinatie andersom en verlies dan ook nog…29…Dg6xc2 30.Tf1-f2 Dc2-c6 (30…De4 is beter, maar dit leek mij winnend) 31.g4xh5 Dc6-h1 32.Kh2-g3 Te8xe5 (nu werkt het dus niet…) 33.Dd4xe5 Dh1-g1 34.Kg3-h4 Dg1xf2 35.Tb3-g3 (oeps, dat had ik gemist) 35…Df2xg3 36.De5xg3 Kg8-h8 37.h5-h6 1-0. Tja, soms zit het mee, soms niet…

Ron:

We hoefden niet te promoveren, maar toch baal ik enorm. Ik speel dus al niet graag op de vrijdag (eind van een drukke werkweek, ben dan moe), maar kon ons team niet laten zitten natuurlijk. Er werden door mijn teamgenoten werkelijk prachtige partijen gespeeld (chapeau) en er had meer in gezeten.
Ik zal je een impressie van mijn (slechte) partij geven.
1. b3, e5. 2. Lb2, Pc6. 3. e3. Wit wil voortzetten met Lb5. In een externe partij speelde Fred Avis tegen mij ooit hier 3…, a6! wat ik iedereen aan kan bevelen. Na het standaard 4. c4, Pf6. 5. Pc3 kan zwart nu echter d5 spelen met goed spel!

Hij krijgt een betere versie dan in normale Engels (1. c4, e5. 2. Pc3, Pf6. 3. g3, d5. 4. cxd5, Pxd5. 5. Lg2, Pb6). Het te vroege b3 hindert wit hier. Dit is de reden dat ik geen b3 meer open en terug ben gegaan naar 1. c4.
Mijn tegenstander speelde echter 4. Pf3. Ik speelde nu foutief 4…, d6.

diagram 4 d6

Ik had gelijk 4…, e4 moeten doen. Na 5. Pd4, Pxd4. 6. Lxd4, d5 is het dan in evenwicht. Nu speelde hij 5. d4 en staat direct beter. Hier was slaan op d4 nog relatief het beste geweest. Maar hier was ik al niet blij meer. 5…, e4. 6. d5!, exf3. 6. dxc6, bxc6. Hier dacht mijn tegenstander lang na.

diagram 7. gxf3

7. gxf3 is inderdaad hier heel sterk en winnend. Hij kan veilig lang rocheren, maar ik niet. Maar ook na het gespeelde 7. Dxf3, Ld7. staat hij heel erg goed. De loper op b2 is een monster, hij zet voort met Pd2, h3, Ld3. Ik zag eigenlijk niet hoe ik dat moest overleven. Ik was dan ook nog best tevreden dat ik dit eindspel bereikte.


Hij speelde hier natuurlijk 31. Tc3 en gaat een pion winnen. Maar toren eindspelen zijn lastig, al blijkt hij hier dus straalgewonnen te staan, ik verdedigde uiteraard met Ta8 en Ta7.
Maar in het vervolg ging hij toch in de fout. Maar ik zat inmiddels wel in grote tijdnood.


Hier wint 47. Kd3. Maar hij speelde 47. f6?, Tg3+. 48. Kb2.

Nu is er na 48…., Kb6 niets meer aan de hand en eenvoudig remise,

maar ik speelde te snel 48…, g4? en nu is het alsnog uit na 49. Tg5+ gevolgd door Tf5.

Maar feitelijk toch een terechte winst voor mijn tegenstander. Maar zo’n zet als g4 blijft dan wel aan me knagen. Ik kon er niet van slapen!

Vervolgens moest Frank dus remise houden maar in beiderzijdse tijdnood ging hij ongelukkig (en onverdiend) in de fout. Hij heeft nog lang doorgevochten daarna, maar kreeg geen kans meer op een swindel.

Wat een enerverende avond.

Martin:

Hierbij mijn partij en commentaar.

Ik kom in een vreemde variant waarbij dame de pion op b7 slaat. Op eerste gezicht lijkt het een volle pion en het echte probleem is dat ik niet weet hoe je dit goed moet spelen. Misschien was direct Tb8 wel beter, maar na Dxc7 wist ik niet goed genoeg wat dit zou betekenen.

Ik zie in de analyse dat ik het slechtst sta op zet 25, na Txc4.

Ik speel de partij met een pion minder, al snel begreep ik dat ik moest voorkomen dat de 4 pionnen aaneengesloten bleven, daarom speelde ik met 23. f6 en snel daarna 26. e5.

Terwijl eigenlijk achter het bord ik er steeds meer vertrouwen in kreeg. Een tijdsachterstand was inmiddels omgebogen in een tijdsvoordeel, en mijn tegenstander kon niet goed zien hoe hij effectief die 2 randpionnen kon doorstoten. Ik haalde mijn koning naar de andere kant en dat bleek dus wel de juiste manier, want de beperkte opties voor wit zorgde ervoor dat hij een fout maakte.

Te3 om de randpionnen te ondersteunen lijkt een logische zet, maar de nu open C lijn (de reden dat ik met de toren sloeg) wordt nu dodelijk. Eerst de tempo zet, d4 om de toren weg te jagen, en daarna met de tempo zetten Tc2, en Pc4 kom ik opeens goed te staan. De koning is afgesneden en nu is de loper in een penning. Hij moet haast wel de draak van een zet, Td3 spelen, en met maar een paar minuten op de klok speelt hij dat.

Kd5 is dan dodelijk, hij speelt de langzame zet Kf1 omdat hij Pb2 al niet meer kan voorkomen zonder loperverlies. Maar ik zie al direct de gespeelde variant waarbij Tc1, een nieuwe dodelijke penning gaat veroorzaken. Mijn tegenstander verliest achtereen, een kwaliteit, daarna de loper en in de laatste zet Kc4 verliest hij ook een volle toren.

Wat eigenlijk een mooie stelling was van mijn tegenstander, was er feitelijk te weinig tijd op de klok om dat secuur uit te spelen. Let wel, door het score verloop mocht mijn tegenstander geen remise maken, dus de 37. Te3 moet in dat licht gezien worden, een poging om de partij te winnen in misschien een kleine overschatting van zijn eigen voordeel.

5,5 uit 7 partijen op dit niveau, ik kan erg blij zijn voor mijn bijdrage dit jaar!

Frank:

Hierbij nog mijn partij tot zover de notatie is bijgehouden. Eigenlijk heel solide en er is niets aan de hand tot het einde van de notatie.

Opening werd door zowel Toine als mij prima gespeeld. Een grappig, maar venijnig zetje is 15. Lh4.

Een belangrijk moment is zet 19. 

Ik heb hier heel lang, en achteraf waarschijnlijk te lang, over Dh5 nagedacht, maar ik kon de winst daar niet vinden en durfde die zet daarom niet te spelen en koos uiteindelijk voor het veel veiligere Lxb7. Ik stond nu echter al heel erg achter in tijd en zat al onder de 20 minuten op dat moment. Volgende keer sneller een beslissing maken zodat ik meer tijd over houd voor de rest van de partij…

De computer gaf Lc6 aan met heel licht voordeel voor wit. Dh5 werd door de computer inderdaad afgekeurd om dezelfde reden die ik op het bord ook zag uiteindelijk. Zonde van de kostbare tijd…

Van 24 e4 was de engine ook geen fan, maar mijn tijd was nu tot onder de 5 minuten gezakt. Mijn tegenstander had nog beduidend meer. Zwarts voortzetting was daarna ook niet de beste, waardoor de partij toch in evenwicht blijft.

Ik moet alles à tempo spelen omdat ik minder dan 2 minuten heb.

Ik houd een pion op de a-lijn over tegenover 1 minder op de koningsvleugel.

Ik doe het daar verkeerd (ik moet gewoon alles blokken) verlies ik nog een pion, buiten degene op de koningsvleugel. Met 2 pionnen achter wordt het erg lastig en speelt mijn tegenstander het keurig uit. Een heel zure nederlaag voor mij welke ik die nacht nog wel een paar keer nagespeeld heb in mn bed…

Toch hebben we extern een fantastisch seizoen gedraaid waar we speelden om niet te degraderen in het begin tot bijna kampioen op een paar zetten na. Van het hele team een prachtige prestatie. Dat geeft in ieder geval vertrouwen voor het volgende seizoen!

Paul:

Ik heb mijn partij naar Martin en Eddy gestuurd. Na de analyse bleek ik een paar schoonheidsfoutjes te hebben gemaakt. Maar ik ben over het algemeen wel tevreden over de partij. Ik kon rond de 12e zet een pion winnen maar dan had mijn tegenstander een sterke zwarte loper overgehouden en ik een pion die weinig deed.

14. Lxg5 hxg5 15. hxg4

Op zet 18 ging mijn tegenstander in de fout

18, …Pfxd5?? 19. Pxd5 Dxd2 20. Pe7+

en toen was het een kwestie van ruilen met een paard meer.

Thomas:

Afgelopen vrijdag was het een bloedstollende finale voor ons NHSB team in Spanbroek, sinds kort een speellocatie van onze tegenstander Aartswoud.

Tegen mijn tegenstander David Verwey had ik al eens een keer een rapid partij gespeeld, maar bij welke gelegenheid weet ik zo 1-2-3 niet meer. In ieder geval weet ik wel dat het een sterke speler is die zich niet zomaar even “om laat blazen” , zoals ik ooit in een ver verleden een teamgenoot het hoorde uitdrukken

De opening was het Twepaardenspel in de Nahand met Pg5.

Ooit door een wereldberoemde speler destijds als “Stumperzet” aangemerkt, maar inmiddels weet men wel beter. Enkele jaren geleden werd dit zelfs gespeeld in een partij tussen Van Foreest en Carlsen, waarin Van Foreest zelfs een goede winstkans miste, een kwaliteitsoffer tegen enkele pionnen. En juist die pionnenstructuur is in deze variant vrij goed. En Carlsen ontsnapte als zwartspeler met remise en kon daardoor zijn recordlange ongeslagen reeks verlengen.

In deze variant zijn er veel zijsprongen maar ik beperk me nu even tot het gespeelde

8. Df3, de Van Steenis-variant.. Vaak dekt men de pion met Lb7 of Ld7, maar wat zwart ook kan spelen is 8.. Tb8en als wit een tweede pion pakt met 9. Lxc6+, Pxc6 10.Dxc6+ heeft zwart na 10. Ld7 of 10. Pd7 uitstekende compensatie, maar ja, twee pionnen is toch niet niks voor de meesten van ons…

Maar er is veel mogelijk als antwoord , in de database heb ik er al tien gevonden.

Pas bij 9. Lc5 zijn we “weg van de snelweg”. Hier waren eerder 9. h6, 9. Le7 en 9. Ld6 geprobeerd. Een bezwaar zou kunnen zijn dat na een eventueel op enig moment terug jagen van het paard, dit  met tempowinst kan. En er is mogelijk nog een nadeel, maar dat kan ik beter nog even bewaren voor later.

Een probleem in deze variant voor wit is vaak de ontwikkeling van de dame vleugel en ook tijdig rocheren kan zomaar een probleem worden als je bestookt wordt met aanvallende zetten van zwart.

10. Pc3 leek me een nuttige zet maar het paardoffer op h7,;wat eigenlijk een schijnoffer is, is objectief niet eens de beste zet. Zetten als 11. 0-0 en 11. Pce4 zijn in principe solider en in die richting gaat de computer ook.Het speltype wordt er wel door ontregeld.

Na enkele zetten om wat ontwikkelingszetten te doen, kwam er nog een belangrijk keerpunt wat het stelling beeld veranderde.

17..e4 zag er op zich logisch uit, maar de tactiek was niet van de lucht, wederzijds dat wel. Persoonlijk zou ik in de iets eerdere fase als ik zwart had gehad, misschien wel op c3 geruild hebben en de ongelijke lopers maken eventuele witte winstplannen voor wit moeilijker, mochten de zware stukken geruild worden.

Na het paardoffer op e4 hield ik op de 19e zet rekening met het zwarte antwoord 19..Tg6 om na 20. Dxd4, Lh3! te doen. Wit is dan praktisch gedwongen om na 21. Dh4+, Th6 22. De4+, Tg6 met 23. g3 een kwaliteit te offeren, echter houdt ook drie pionnen meer over. De engine geeft plus 2, maar gevoelsmatig durfde ik dit wel aan als het moest. Maar na 19. Lf5 wat ook een begrijpelijke zet is, ontstaat dan weer een stukkenverhouding met zware stukken en ongelijke lopers,  In de fase van plus minus zet 22 tm zet 27 had ik even het idee dat een snelle beslissing in het verschiet lag, maar de verdienste van mijn tegenstander was zeker dat hij inderdaad niet tien tellen neer ging en dat winnend lijkende voortzettingen op linke tegen trucjes faalden.

Een concreet voorbeeld:

Na 24. Tf8 dacht ik een winnende combinatie te hebben met 25. Dh4+, Kg8 26. Te7 heeft zwart 26.. Te8! omdat 27. Txf7 faalt op 27. Te1 met mat “achter de paaltjes”. En datzelfde geldt voor 27. Txe8+, Dxe8 28. Dc4+,Kh8 29.Dxc2 maar dan is het de zwarte dame die in het doelgebied belandt!

Uiteindelijk ontstond er een eindspel met ongelijke lopers weliswaar met twee pionnen meer, maar ik was natuurlijk niet absoluut zeker dat het te winnen was, maar er was veel minder kans om het slachtoffer te worden van een tactische truc

Op het bord.naast ons stond Marc Holla op een gegeven moment een stuk voor maar tegen Marc Helder betekent dat heel vaak dat je er dan nog niet bent en altijd op onverwachte combinaties bedacht moet zijn.

In ons eindspel werd het niet zo als bij onze buren, maar op een gegeven moment bekroop me het idee dat ik niet de meest nauwkeurige route had genomen. Het is zeker mogelijk dat zwart ondoordringbare blokkades kan opwerpen op de witte velden. De moeilijkste zet was 48. Lg5 , het nodeloos verliezen van een belangrijke pion moest natuurlijk vermeden worden.

(48 …..Kgx5? 49 h7! }

Ik had wel het idee van een winstplan maar het was lastig mijn stukken goed neer te zetten. En die zet hielp daar enorm bij. Het enige waar je nog tegen aan kan lopen (zie mijn eerdere opmerking!) is dat de zwarte loper op een gegeven moment op bijvoorbeeld f1 staat, er na slaan op a6 een aftrekschaak c4-c3+ in zit met alsnog verlies van de partij.

Maar die loper stond daar in ieder geval niet en zo werd de taaie tegenstand van zwart uiteindelijk gebroken.

Later in de analyseruimte met o.a. mijn tegenstander en Marc Helder geanimeerd zitten kletsen over van alles en nog wat, zeker niet alleen maar over schaken.

Inmiddels had Marc Helder zijn tegenstander Marc Holla toch min of meer beschwindeld en de partij naar zich toegetrokken. Dat is natuurlijk zuur voor Marc Holla, maar Marc Helder weet vaak in slechte stellingen de stelling zo te compliceren dat de foutkans er steeds in blijft zitten. Vergelijkbaar met Manuel Bosboom, die zelfs nog sterkere staaltjes heeft laten zien.

Vast staat wel dat Marc Holla hem het vuur wel heel na aan de schenen heeft gelegd en dat is ook een verdienste!

En toen ik klaar was en de Marcen nog bezig, zei Paul op een gegeven moment tegen mij dat Marc opgegeven had

Dus rekende ik ons even rijk want er waren al een paar partijen gewonnen.

Na een klein minuutje realiseerde ik me “iets” en vroeg aan Paul: “welke Marc heeft opgegeven”? Antwoord:

“Onze Marc”.  De hele wedstrijd was toen nog niet beslist toen we in de belendende zaal applaus hoorden. En dat was dus voor onze sportieve en sympathieke tegenstanders maar we hebben onze huid duur verkocht!

AdH- Waagtoren

We hebben ooit, heel lang geleden, tot ieders verbazing een keer van de Waagtoren gewonnen. Hun  team had een veel hogere gemiddelde ELO. Ik herinner  me nog dat laat op de avond veel van onze dubieuze stellingen plotseling verbeterden, en dat een onverwachte aanval van genialiteit van Gerrit van Dok ons zelfs de overwinning opleverde. Een sprookje. Klein duimpje tegen de reus. Ik las nu op internet dat Waagtoren thans 138 schakers in zijn gelederen heeft. Waarvan 50 met een elo van 1800 tot 2250. Vanavond hebben onze tegenstanders gemiddeld 1960 elo. Dus wij zijn weer Klein duimpje. Of David tegen Goliath?  Gelukkig mogen we verliezen. Degraderen kan niet meer. En de hoofdklasse NHSB   is echt niks voor ons. Bescheidenheid siert de mens.

Om 9 uur zie ik nog weinig rampen opdoemen. Er wordt weer zeer veel ge-Engelst, en op meer borden zie ik daartegen  op KoningsIndisch geïnspireerde  zwarte opstellingen. De tegenstander van Marc zit ongelofelijk lang na te denken. En hij was ook al wat later binnen komen lopen. Hij houdt zijn jas aan. Dus hij wil ook weer vroeg weg. Maar dat gaat zo niet lukken.

 Marc loopt schijnbaar tevreden kijkrondjes  door de zaal. Ik vind ook dat zijn stelling er wel leuk uitziet.

Diagram  Marc – Alvares (12…e4)

13 cxd5

Met tevredenheid zie ik dat Frank zijn klassiekdamegambiet- opstelling tegen een damepionspel  van zijn tegenstander goed heeft voortgezet. Om 9.20 is er al veel afgeruild, is de in die opstelling altijd wat opgesloten dameloper afgeruild, en ik zie geen enkele zwakheid in zijn stelling. Dat zou toch remise moeten kunnen worden.

  Fasel – de Geus (24.a3)

Om 9.30 zie ik dat Ron wat last heeft van opgedrongen zwarte centrumpionnen. Hij staat een pionneke voor, maar die is zwak omdat die zwarte pionnen  de verdediging bemoeilijken.

De Vink – van der Hauw (19…Lxf6)

Bij Thomas zien we weer actief spel. Hij weigert de zwartheid van zijn stukken als excuus te gebruiken voor stevig verdedigen. Hij is uit op complicaties. Maar afwachten  of dat werkt tegen zo’ n sterke tegenstander.

Vlaming – Thomas (18…Kh8)

Tegen 22.00 wordt het bij Paul knap ingewikkeld. Zijn koningsstelling is enigszins ruïneus geworden en witte stukken komen dreigend zijn kant op. Maar hij heeft nog steeds tegendreigingen.

Bookelman – Verkooijen (19…Db6)

Martin beantwoordt aanvalsplannen van zwart met tegenaanval. Maar moet wel daarvoor zijn koningsstelling in de  verkoop zetten. Het lijkt mogelijk.

Martin – Florijn (24…Tf8)

25 f4 !?

Bij Marc dacht ik even dat zwart het misschien ging redden

maar Marc had een combinatie in gedachten die dodelijk bleek. Om22.00 geeft zijn tegenstander al op. Mooi hoor!

Kan zijn tegenstander dus toch vroeg naar huis,

Om 22.15 is Ron de pion inderdaad kwijt, maar het lijkt me dat hij  toch wat beter staat. Is die a-pion gevaarlijk?

Diagram  De Vink – van der Hauw (26…Txd5)

Ik vrees inmiddels voor het leven van  Paul. Ik vrees dat een paar van zijn stukken die op de damevleugel staan   niet snel genoeg voor de vedediging bij de koningsvleugel kunnen zijn. Het gaat  hem minstens 1 of 2 pionnen kosten.

Martin heeft toch weer eens een aanval tevoorschijn getoverd. Hij kan bij zet 31 remise met eeuwig schaak afdwingen, maar wil winnen.

Martin – Florijn (30…Kh7)

32 Lf7?

Hij speelt nu Lf7. Dat zie ik zo gauw niet. Was gewoon 32 Taf1 niet sterker?

De stand is bij Thomas nog steeds gelijk, met alleen nog alle zware stukken op het bord, maar ik ben een beetje bang dat die van wit wat actiever staan.

Vlaming – Thomas (25…Te7)

Martin’s Lf7 blijkt na enige tijd gelukkig toch ook nog best lastig voor zwart. Ik denk dat Martin dit deel weer erg sterk speelt . Hij heeft ook nog een klein beetje meer tijd.

Martin – Florijn (35…Pc8)

Bij Frank gaat het toch mis. Hij staat nu een kwaliteit achter. Wanneer is dat gebeurd?

Ik zag later: Die kwaliteit gaf hij gewoon weg. Zag hij met dit offertje iets leuks wat niet leuk bleek. Of was het gewoon een concentratieverlies-blunder?

Fasel – de Geus (34.Pe5)

34. .. Dc7?? Pxc6

Thomas raakt een pion achter, en ik zie zo gauw geen compensatie. Maar dat zal wel aan mij liggen.

Vlaming – Thomas (29.Txb7)

Paul blijft wonderbaarlijk op de been. Hij staat nu ineens  1 pion achter, maar tegen een kwaliteit.

Bookelman – Verkooijen (23.exf5)

Ik vraag me af of Martin toch de winst heeft laten liggen. Maar het wordt wel nu een vluggertje. Dus misschien ….

Diagram   Martin – Florijn (45.hxg5+)

Frank geeft op.

Paul staat eigenlijk nu op winst. Hij heeft ook iets meer tijd. Maar het is wel erg moeilijk. Houdt hij het vol? Dit was een zware avond.

Bookelman – Verkooijen (35…Pb4)

Ik denk dat Ron niet meer kan winnen. Hij heeft ook wat minder tijd. Zou remise moeten worden

De Vink – van der Hauw (42…Ta8) Diagram

Rond half twaalf gebeurt er veel.

Thomas weet toch weer een remise uit de hoge hoed te toveren.

Vlaming – Thomas (35…Tb8)

Stand 1,5 – 1,5.  Als het een beetje meezit kunnen we een gelijk spel bereiken.

Bij Ron, Martin en Paul zou remise moeten kunnen.

Natuurlijk wil Klein Duimpje best de Reus een koppie kleiner maken, maar met alleen het stelen van zijn laarzen is hij ook wel tevreden.

Maar het loopt anders.

Bij Ron wordt het wel echt remise. Zijn beetje voordeel was verdwenen.

De Vink – van der Hauw (48.Th6)

Martin heeft duidelijk op winst gestaan maar is tenslotte toch van de weg geraakt. ‘Ik zag het niet’ zegt hij hoofdschuddend achteraf.Maar hij kan niet ontevreden zijn over zijn remise. Hij heeft  zijn sterkere tegenstander behoorlijk laten zweten.

Martin – Florijn (48.Kf4)

Nu terecht remise

Alle aandacht gaat nu uit naar Paul. Hij zou moeten kunnen winnen, maar moet dan erg blijven opletten. Lukt dat onze gepensioneerde na zo’n lange zeer zware avond? Zijn tegenstander blijft erg zijn best doen om hem een kunstje te flikken. Maar remise moet kunnen , en met remise is iedereen tevreden. Hij heeft ook nog steeds wat meer tijd dan zijn tegenstander.

Bookelman – Verkooijen (43…Tc4)

Spannend. Spannend!

En ja! Dan gebeurt het. Paul wordt alweer de man die de slagroom op de taart spuit, weer  ‘The man of the match.  De man die weer het sprookje tot leven brengt. HIJ WINT! Niet te geloven. HIJ WINT! Diepe concentratie, geen moment achter zijn bord vandaan, het betaalt zich uit. Wat zouden we zijn zonder de inmiddels wat oudere trouwe clubmakker die zichzelf het liefst als invaller ziet , maar wel op het beslissende moment voor de punten zorgt?

 Voor aandachtige luisteraars was er luide triomf-muziek hoorbaar in ‘Onder de linden’. Gedirigeerd door een bekende fascinerende dirigent aan de muur.

( de prachtige portretten zijn van Rijk vn den Hoff)

Ja,  dit werd dus opnieuw een sprookje. En de  Alkmaarders kunnen niet eens mopperen dat de Beemsteraars wel erg gezwijnd hebben. Bij Ron en bij Martin en bij Frank viel eerder de Waagtorenaars het geluk ten deel. OK,  ook Thomas en Paul mochten niet klagen. Dus het was een eerlijke strijd.

Nu maar hopen dat David de laatste wedstrijd tegen de Goliath uit Aartswoud verliest. Wat zou hij in de topklasse moeten aanrichten met zijn 12 vooral  gezellig schakende heren.

Dit was mijn aandeel van het verslag. Bijdragen van Thomas, Ron, Paul, Marc volgen spoedig

Thomas:

Gisteren stond weer een sterke tegenstander op het programma, de Waagtoren uit Alkmaar.
Deze club is begin deze eeuw ontstaan uit een fusie tussen drie Alkmaarse schaakverenigingen, VVV, DOS en Lange Rokade.
VVV schaakte jarenlang in de KNSB–competitie, mede dankzij drie boegbeelden van het Alkmaarse schaakleven, te weten Piet Seewald, Eddy Kayser en D4irk Appel.
Van DOS weet ik helaas weinig, een bijzondere historie had Lange Rokade.
In de jaren 70 stond in een in aanbouw zijnde nieuwbouwwijk een bouwkeet van Hein Schilder. Dat werd de eerste speellocatie van een vriendengroepje nieuwbakken inwoners. In de loop der jaren werd dit een vereniging van formaat en veel sterke spelers zijn er opgeleid.
Kopman van onze tegenstander gisteravond was Jos Vlaming. Met hem heb ik een aantal zeer spannende partijen in o.a. het Alkmaars kampioenschap gespeeld.
Het is volgens mij een vooral strategische speler , maar als het er op aan komt, ook tactisch zijn mannetje staat.
Vergelijkbaar met bijvoorbeeld Ron, zeg maar “van alle markten thuis”.
De opening was weer eens de Bremer variant van het Engels en zoals ik gisteren al vermoedde, lang theorie.

Vlaming – Thomas (13…f5)
Pas 14. Lc5 week af van de nog wel bekende voortzettingen
14. Db5 en 14. Tfd1
Maar de engine vindt hem ook prima, met een klein plusje voor wit. Overigens voelde ik op dit moment ook zelf geen ongemak omdat ik dit type stellingen wel vaker heb gespeeld.

In ieder geval was als reactie op 14. Lc5 een afwachtende tactiek met 14.. Kh8 verstandiger geweest.
14. …., e4? was te ambitieus en geeft ook de controle over het belangrijke centrum veld d4 prijs De pion gaat ook nergens heen en kan alleen maar zwak worden.
Na 15.dxe4 gaat er al vrijwel geforceerd een belangrijke pion verloren. 16. Pd2! zorgt er voor dat de pion in een klap drie keer aangevallen wordt, en slechts een keer verdedigd
Toch altijd fijn om dat soort wijsheden daags na de partij rijker te zijn! Alleen.. er dan in de praktijk iets mee doen bij een nieuwe gelegenheid, is de volgende uitdaging….
Het witte voordeel werd na deze zet ook duidelijk groter en een moeilijke fase tot plm zet 30 brak aan.

Vlaming – Thomas (30.Dd7)

Ook voor Jos overigens, want in zijn secure spel werd veel tijd geïnvesteerd. Dit gaf wat hoop in combinatie met de moeilijkheidsgraad van de stelling. Een eindspel met zware stukken is per definitie lastig.
Zonder al te technisch te worden, het eindspel zal bij normaal verloop niet in een winnende aanval eindigen maar in een technische fase na een afwikkeling naar een dame eindspel (veel schaakjes!) of een (dubbel) toreneindspel. In het laatste geval heb ik bij mijn training geleerd dat je pas naar een toreneindspel moet afwikkelen met minimaal twee pionnen meer. Een eindspel met een pion verschil is in veel gevallen erg lastig te behandelen en dat geldt in het bijzonder voor toreneindspelen.
Een andere nuttige les die ik maar al te vaak vergeet is:
Onderzoek de stelling!
Kijk naar pionnenstructuur, statistische en dynamische kenmerken etc. , niet zo zeer naar concrete varianten . In principe doe je dat bij elke zet, pak gewoon een paar momenten in de partij om de zaak breder te bekijken.
Makkelijker gezegd dan gedaan, overigens.

Na wat afwikkelingen was een dame en toren eindspel ontstaan met veel uitdagingen voor zwart. Vooral na 25. Db6 werd het verdedigen van de dame vleugel pionnen een probleem.

Vlaming – Thomas (25.Db6)

Na 25. Te7  ( ES: ??  ) was ipv 26. Td7 nog iets effectiever geweest 26. Td8+, Txd8 27. Txd8+, Kh7 28. Dxa5 met een gezonde pion meer. Overigens is de tekstzet nog lastig genoeg en vooral 28. Dd4 vond ik een bijzonder vervelende zet

Vlaming – Thomas (28.Dd4)

28 .., Tg8
. In deze fase was ik toch niet heel hoopvol gestemd, maar bleef loeren op een kansje
Een serie schaakjes op de witte koning zou al heel wat zijn met misschien eeuwig schaak-ideeën, wie weet.

Dit alles had wit kunnen vermijden met 29. Td6, De4+
30. Dxe4, fxe4 31. Td7 met een zeer voordelig toreneindspel. Dit lijkt strijdig met wat ik net verkondigde, maar met toren en koning van zwart veroordeeld tot langdurige passiviteit zal er naast de vrijwel zekere pionwinst voor wit zeker nog een pion equivalent aan voordelen bijkomen!
Na 29. c5!? begon ik weer wat hoop te krijgen, eindelijk zou ik mijn serie schaakjes krijgen toch?
Natuurlijk is de engine weer zo flauw om doodleuk 30. Dd1! voor te stellen. Op 30. De4+ volgt simpel 31. Df3.
Simpel maar achteraf,,,
Na 30. Dd7 wat ik toen als de enige zet zag was mijn bedoeling om via h1 op h2 te slaan.

Vlaming – Thomas (30.Dd7)

30  ..,De4+  31.Kf1, Dh1+

Maar na 32. Dxh2 vond ik de mogelijkheid 33. Dxf5 zo bezwaarlijk dat ik er maar van afzag en maar weer op jacht ging naar zoveel mogelijk schaakjes. Uiteindelijk hoefde dat niet na de mogelijkheid tot afwikkelen naar het toreneindspel. Dit leek ook een goed moment voor een remise aanbod, ook omdat ik aanvankelijk zelfs het idee had iets beter te staan. Zwart wint wel al dan niet tijdelijk een pion , maar wits koning kan veel actiever worden en de zwarte pionnen zijn wat verspreider en dus zwakker.

Vlaming – Thomas (33…De5)
Na acceptatie van het remise aanbod door Jos hebben we in de na analyse nog dit eindspel bekeken en bleken de sportschoenen van de witte pionnen niet zelden sneller dan de zwarte!
Kortom, goed weggekomen tegen een sterke tegenstander,
maar zeker geen slechte partij met een aantal leerzame momenten.

en weer een mooie overwinning voor ons team!

RON:

Ron:

Mede op verzoek van anderen, maar weer eens en analyse. Het was overigens nog lang theorie, t/m zet 10 allemaal bekend. Ik bereikte uiteindelijk winnend voordeel en ging er, overigens net zoals mijn tegenstander vanuit, maar ten onrechte (!), dat alleen al een eindspel met mijn sterke paard tegen zijn loper al voldoende zou zijn. Dat verklaart de manoeuvre van mijn tegenstander om zijn koning zo dicht mogelijk bij mijn vrije a-pion te brengen, en dat ik ten onrechte torens ruilde…overigens was het slot in beiderzijds grote tijdnood, maar daar was het alweer gelijk. Best knap verdedigd.
Gezegd moet worden dat Jos, hun 1e bordspeler, op zet 22 zag hoe ik moest winnen, met a6! Ik had daar overigens wel lang naar gekeken, maar dacht dus dat behouden van mijn vrij-pion, toch wel winnend zou zijn. Niet dus.

Hulde aan Marc en Paul die wonnen. Ook Frank speelde een goede partij, maar verslikte zich helaas. Maar de anderen remise, genoeg voor nipte winst. Partij van Thomas was lang theoretisch gevecht.

Ik had overigens die middag nog Thomas de merites van Engels laten zien, zowel met wit als zwart. Ook Marc is er goed in thuis. Het werd dus op 5 borden gespeeld.

Partij:
1. c4, Pf6. 2. Pc3, g6. 3. g3, Lg7. 4. Lg2, c5. 5. d3, Pc6. 6. e4, d6. 7. Pge2, 0-0. 8. 0-0, Ld7. 9. h3, a6. 10. a4, Tb8. 11. Kh2.

Diagram De Vink – van der Hauw (11.Kh2)

Meestal wordt hier Le3 gespeeld, dat verhindert Pd4, maar een belangrijk kenmerk van de stelling is, dat het hier niet zo goed is! Ik “lok” deze natuurlijk ogende zet dan ook graag uit. 11.., Pd4. Theorie is Pe8. 12. Pxd4, cxd4. 13. Pe2, e5.

De Vink – van der Hauw (13…e5)

Ik heb hier voor eerst lang nagedacht. Het plan is om f4 te spelen, maar zwart kan hier dan nu goed b5 spelen. Ook a5 werkt niet, komt het ook. Maar 14. b4 ziet er heel goed uit, waarna zwart vervolgens alsnog met f4 zwaar onder druk wordt gezet, zodat die geen keus lijkt te hebben. Maar toch was nu 14…, b6 objectief beste, maar ik snap  14…, b5. 15. cxb5, axb5. 16. a5. Wit heeft nu al belangrijk voordeel. 16…, d5!?

Diagram  De Vink – van der Hauw (16…d5)

Mijn tegenstander gaf pas later aan dat hij niet direct gezien had dat dit tijdelijk pionoffer was. Ik sloeg op d5, maar f4 was mogelijk veel sterker geweest. Zet tegenstander veel meer onder druk. 17. exd5, Lc8. 18. Lg5…

De Vink – van der Hauw (18.Lg5)

Vereist ook rekenwerk, je moet zien dat Pg4+ hierop niet erg is, maar gelijk Db3 was toch beter. Ik hoopte echter dat hij toch geen Pg4 wilde spelen, wit heeft dan 2 irritante vrijpionnen. 18…, Dd6. Nu was dus ook 19. Pxd4 mogelijk, tijdens partij niet gezien. 19. Lxf6, Lxf6. 20. Db3, Lb7. 21. Tfc1!

De Vink – van der Hauw (21.Tfc1)

De sterkste, ik was hier best tevreden, deze stelling had ik voor ogen. Wit staat nu ook gewonnen. Maar schaken blijft lastig en vol verassingen.
21…, Le7. 22. Tab1 (?). Niet fout, maar 22. a6 wint. De verdediging kan zich dan niet goed organiseren. 22. ..,  Tfd8. 23. Tc5. Ik dacht dat dit simpel zou winnen, op Df6 kan ik immers Kg1 spelen. Maar hij speelde veel beter 23…, Dd7.

De Vink – van der Hauw (23…Dd7)

Nu heel lang naar 24. Tc6 gekeken. Dit kan dus, zelfs met voordeel, maar toch beter 24. Tc2, Lxd5. 25. Lxd5, Dxd5. 26. Dxd5, Txd5. 27. f4.

De Vink – van der Hauw (27.f4)

Ik zag dat hierop e4 niet werkt, Tc7 kon ook. 27…, f6. 28. Kg2, Tdd8. 29. Kf3, Ld6. 30. Tc6.

De Vink – van der Hauw (30.Tc6)

 Hier had ik gelijk op e5 moeten slaan, gevolgd door Ke4! Maar dacht dat mijn paard naar e4 moest, waar die natuurlijk beresterk staat. 30…, Kf7. 31. fxe5.

De Vink – van der Hauw (31…fxe5)

Onnauwkeurig, eerst g4! 34…, fxe5. 32. g4, Ke7. 33. Pg3, Tf8+. 34. Ke2, Kd7.

De Vink – van der Hauw (34…Kd7)

Nu staat wit “opeens” niet meer gewonnen. Ik zag gelukkig net op tijd dat 35. Tbc1 niet goed was vanwege Tc8! Na torenruil valt dan pion b4! Allebei hadden we hier nog maar 5 minuten op de klok! 35. Tc2, Le7. 36. Pe4. Nu maakt Tc8 dus remise, maar wij beiden waren in de foutieve veronderstelling dat niet alle torens geruild mochten worden omdat wit dan zou winnen.

De Vink – van der Hauw (36.Pe4)

36…, h5? 37. gxh5, gxh5. 38. Pc5?, Kd6? 39. Tf1? (Zie eerder).

De Vink – van der Hauw (39.Tf1)

 Gewoon 39. Pe4 en dan Tbc1 wint, omdat dan wel veilig Pc5 kan. 39…., Txf1. 40. Kxf1, Kd5. 41. Ke2, Tc8. 42. a6.

De Vink – van der Hauw (42.a6)

 Ik dacht hier nog steeds te kunnen winnen…42…, Ta8. 43. Kd1, Lxc5. 44. Txc5, Kd6. 45. Txb5, Txa6. 46. Tb8, Ta2. 47. Tb6+, Kc7. 48. Th6.

De Vink – van der Hauw (48.Th6)

 Maar dit is remise.

Zeer spannende en boeiende partij.

Marc – Waagtoren, 9 maart 2026

1.c2-c4 Pg8-f6 2.Pb1-c3 g7-g6 3.g2-g3 Lf8-g7 4.Lf1-g2 0-0 5.e2-e4 d7-d6 6.Pg1-e2 e7-e5 7.0-0 c7-c6 8.h2-h3 Lc8-e6 9.d2-d3 Dd8-d7 10.Kg1-h2 d6-d5

Stelling na 10…d6-d5

Het plan voor zwart om d5 te spelen ligt voor de hand, maar pakt in dit type stelling meestal niet goed uit (alle witte stukken zijn er klaar voor). Ook in de partij komt zwart in moeilijkheden.

11.e4xd5 c6xd5 12.d3-d4

Stelling na 12.d3-d4

Thematisch (ondanks het tempoverlies d2-d3-d4); ik heb deze, of soortgelijke, stelling al vaker op het bord gehad. Het probleem voor zwart is dat de5: dreigt, en dat dc4: de diagonaal opent voor Lg2.

12…e5-e4 13.c4xd5 Le6xd5 14.Pc3xd5 Dd7xd5 15.Pe2-c3

Stelling na 15.Pe2-c3

Na 15…De6 komt 16.Te1, maar 15…Dc4 is misschien interessant met het idee dat zwart na 16.Pe4: Pe4: 17.Le4: Pc6 18.Lc6: bc6: 19.Le3 mogelijk wat compensatie heeft. Maar wit kan misschien iets spelen als 16.Lg5 Pc6 17.d5 en de pion op e4 blijft zwak.

15…Dd5-f5

15 …..Df5

Mijn computer geeft hier 16.f3 als de beste zet. Ik nam dat eigenlijk niet zo serieus, want ik wil de e4-pion winnen, niet afruilen. Echter, Ron wees mij ook op deze zet, en na 16.f3 ef3: 17.Lf3: Dd7 18.Lf4 (tegen Pc6 wegens d5) moet ik toegeven dat de stelling inderdaad bijzonder moeilijk is om te spelen voor zwart. Dit toont aan dat ik nog steeds teveel met materiaal bezig ben, dus wel een leer-momentje voor mij.

16.g3-g4 Df5-e6 (mijn computer geeft aan dat zwart de e4-pion beter kan loslaten: 16…Da5 17.Pe4: Pe4: 18.Le4: Td8 met wat compensatie; dus wit moet misschien niet meteen 17.Pe4: spelen, maar het punt is niet of Da5 beter is of niet, maar dat ik 16…Da5 helemaal niet heb overwogen. Dus ook hier, ik dacht uitsluitend De6 houdt pion e4 gedekt, in plaats van te kijken waar de dame het beste staat voor tegenspel, en dat is misschien niet op e6 of d6) 17.g4-g5 (beter is 17.d5 en dan g5; zucht.., maar ik sta al dermate goed (ook wat tijd betreft) – het plan d5 voor zwart in de opening, ik geloof er persoonlijk niet in- dat ik met veel weg kan komen…) 17…De6-d6 18.Kh2-g1 Pf6-h5 19.Pc3xe4 Dd6xd4 20.Dd1xd4 Lg7xd4

Stelling na 20…Lg7xd4

Ik zag hier 21.Pf6 en de kwaliteitswinst na 21…Lf6: 22.Lb7: maar 21.Pd6 met pionwinst leek me eenvoudiger; de computer is het daar trouwens niet mee eens.

21. Pe4-d6 Pb8-c6 22.Pd6xb7 Ta8-c8 (22…Pd8 is beter, maar het ligt meer voor de hand om de toren van de diagonaal af te halen) 23.Pb7-d6 Tc8-c7 24.Pd6-b5 (hier ben ik wel tevreden over, Pb7-d6-b5, het stukwinst had ik gezien; dus al met al een leuk partijtje, opening goed, afronding redelijk maar wel met wat verbeterpuntjes hier en daar) 1-0.

Paul:

Mijn commentaar en partij tegen de Waagtoren. C. Bookelman – Paul Verkooijen

Weer te passief gespeeld. De kwaliteitsruil van mijn tegenstander op zet 18 was correct.

Ik kon alleen maar de kwaliteit teruggeven om nog iets van spel te houden.

zet 20 van zwart was meteen verloren. Dat zag ik pas toen ik het gezet had. In gedachte was ik van plan op te geven als hij Tc6 had gespeeld. Tot mijn verbazing liet hij me nog even in leven. 

Een paar zetten later speelde hij alsnog Tc6, en meteen stond ik stukken beter.

bij zet 23 had ik het meteen uit kunnen maken als ik Ld7 had gespeeld, omdat dan bij Dg4  –  Dg6 de witte dame gepend staat.

Op zet 30 kon ik de dames ruilen en werd het wat makkelijker.

Vanaf zet 41 werd mijn notatie te warrig.