Ronde 19, verslag

Vanavond slechts de helft van ons toch al kleine clubje aanwezig. Toch wel gezellig. En voor mij wel rustig. Het scheelt wel. Of je 8 partijen moet volgen, of 4.

Verrassend vond ik vanavond :

– dat Mink met zwart Skandinavisch speelde

 GerritMink ..d5

2.exd5 Dxd5

en zei dat hij daar wel wat van wist. En dat hij kans zag Gerrit daarmee een beetje onder de duim te houden. Stond een poosje wat minder ,maar ook heel lang gewoon beter. Het werd remise.

   Gerrit – Mink (30.Kxb2)

-Heel bijzonder vond ik dat Marc tegen Ron ergens een wending totaal over het hoofd moet hebben gezien. (Waar? Hoe? Ik had het even niet gezien.) Dat overkomt hem zelden. Ik heb op het moment van schrijven dezes de notatie van hun partij nog niet in handen.  Maar die stelling waarin voor Ron ineens de zon ging schijnen kan ik zo uit mijn herinneringen wel opvissen:

Marc – Ron

Op het eerste oog weinig aan de hand. Allebei een loperpaar, allebei  5 pionnen.

Op het tweede oog: Ron een geïsoleerd pionneke dat aangevallen wordt, en als hij dat gaat verdedigen worden zijn mogelijkheden er niet beter op. Staat hij minder?

Maar ik waagde er een 3e oog aan. Ik zag ineens dat Marc nu al in de problemen zat. En hij zag het nu duidelijk ook. Hij had voor hij g3 en voor hij Te1 speelde verschrikkelijk lang zitten nadenken.

  IMG_6696XWEB

Marc in problemen

Verderop kunt u lezen hoe Marc het zelf ervaren heeft. Ook over zijn dankbaarheid dat er wonderbaarlijk genoeg toch een eindspel overbleef dat moeilijk voor Ron te winnen bleek.

Wat Hugo tegen Peter speelde was volgens mij een onvervalste Reti-opening.

 Hugo – Peter (6.Lb2) 

Dat was de eerste opening waar ik me voor wit in verdiepte toen ik 18 was. Ooit ‘hypermodern’ genoemd. (Reti, 1889- 1929). Opmars centrumpionnen uitstellen, wel spoedig c4 spelen en liefst beide lopers fianchetteren. Een gemakkelijk te onthouden opstelling. En een duidelijk plan. Ik ben er vrij vlug weer mee opgehouden. Nadat ik in een onderling toernooitje (1955) met de schakers van het team van de Gemeentelijke Kweekschool voor Onderwijzers door onze eerstebord-speler er genadeloos mee werd afgedroogd. Die creëerde met zwart gelijk een heel sterk zwart centrum met d5 en e5, Le6 en Ld6 en dat werd spoedig voor hem:  Saraber even aan mootjes hakken. Ik wist toen nog niet dat je na zo’n ervaring zo’n opening juist moet blijven spelen. Omdat je ervan leert.

Generaal van P. kwam tegen  Hugo al gauw wat minder te staan, maar hield het toch wel een poosje een beetje overeind. Maar dan ….

  Hugo – Peter (17.a6)

Pxa6?  18. Txa6  

Dus ineens vertrok er dus toch weer zonder duidelijke bestemming een hoge officier uit zijn korps, de troep in wanorde en zonder vuurkracht achterlatend. Hugo maakte daar dankbaar gebruik van en veroverde steeds meer terrein.

Verrassend genoeg zag v. P. toch nog kans om met zijn nog resterende manschappen wat dreiging naar de witte koning te creëren. Voor de bescherming van de majesteit was zelfs enig tactisch denkwerk nodig. Het gevaar dreigde namelijk dat de strijd toch nog onbeslist zou eindigen.

  Hugo – Peter (21…Lxg3)

Zit er eeuwig schaak in?

Maar met enkele harde uitvallen loste Hugo dat op.

23. LXf6 gxf6 24 Dg4+ !

  Hugo – Peter (23.Dg4+)

23. … Kh7

Hierna kan wit rustig  Lg3 slaan, met hxg3. (niet met Dxg3 natuurlijk, wegens Tg8!  )

Hugo deed het anders, maar ook goed. En generalissimo v. P. zag dat er niks leuks meer te beleven was en hees de witte vlag.

Martin en  Frank gingen gelijk op.  Tot een  onbegrijpelijke misser van Martin na zet  21 ….  Lh3 .

 Marrtin – Frannk

22 fxe5??

Waarna uiteraard … Lxc3 en …. Lxf1

Wat kan hij voor zijn compensatie gedroomd hebben? Of gewoon een moment  even niet rustig genoeg? (heb je wel eens, als je een diepe combinatie hebt bedacht, dat je de eerste zet vergeet uit te voeren, ‘o ja, ik moest natuurlijk eerst die toren even wegzetten!) Of gewoon spoken gezien? Hierna is Martin kansloos. Ik kan goed begrijpen waarom ik de partij niet opgestuurd kreeg. Beiden zullen er ontdaan over geweest zijn.

Na afloop van de partij Gerrit-Mink wilde ik ons aanstormend jeugdtalent wijzen op een gambietvariant in het Skandinavisch. Misschien leuker voor een schaker als Mink.  Gerrit opperde dat maar op de site te doen. Lijkt me toch niet de ideale plek. Ik zal er hier slechts enkele woorden aan wijden.(Als ik het nog kan opbrengen misschien nog eens een aparte rubriek zoals destijds met het  Blackmar-Diemer-gambiet?)

  1. e4, d5  2. exd5 Pf6!?

  Gerrit – Mink (2…Pf6)

De Marshall- voortzetting. (Marshall, 1877-1944, was een schaker met een agressieve, tactische stijl. Hij heeft nog meer gambieten op zijn naam staan. O.a. een nog steeds door de topgrootmeesters gespeelde Marshall-variant in het Spaans, waar ik ook wel eens een poosje mijn  krakemikkige geheugen op heb losgelaten.) .

In deze variant in het Skandinavisch, ook wel eens ‘Modern Skandinavisch’ genoemd, wil zwart niet met de dame terugnemen omdat je in het gewone Skandinavisch tempo’s gaat verliezen door aanvallen op de dame. Zwart hoopt dat wit zijn d5-pion gaat dekken met 3. c2-c4, waarna zwart met 3 ..,c6 een gambietpion aanbiedt (er is ook een veel woestere maar dubieuzere variant met 3..  e6). Die c6 kan wit dan beter niet aannemen want zwart krijgt voor zijn pion goede compensatie in de vorm van snelle invloed in het centrum na 4….Pc6 (verhindert d4!) en 5 …. e7-e5 en ook daarna een snelle mooie ontwikkeling.

Tegenvallen kan het wel. Want wat sterkere spelers weten  dit en verdedigen hun pion niet, en ontwikkelen wel snel hun stukken. (Een uitzondering op de regel dat je gambieten altijd moet aannemen.) Zwart moet dan terugnemen met  cxd5 en Pxd5. Dat verliest dus ook een tempo. Toch kan zwart zo wel vaak in de buurt van gelijkspel komen, met eenvoudiger stelling. Maar ja, daar speel je toch geen gambiet voor! Het staat in de boekjes. Ik wil wel wat uitlenen.

Nu nog het leerzame commentaar van Marc:

Marc – Ron

1.c2-c4 e7-e5 2.Pb1-c3 Pg8-f6 3.g2-g3 c7-c6 4.Pg1-f3 e5-e4 5.Pf3-d4 d7-d5 6.c4xd5 c6xd5 7.d2-d3 e4xd3 8.Dd1xd3 Pb8-c6 9.Lf1-g2 Lf8-e7 10.0-0 0-0

Stelling na 10…0-0

De opening is goed gegaan voor wit. Zwart heeft al een geïsoleerde pion en ik dacht met 11.Pd4xc6 b7xc6 12.e2-e4 de zwarte pionnenstructuur nog verder te kunnen beschadigen. Er volgde 12..d5xe4 13.Dd3xd8 Tf8xd8 14.Pc3xe4 Pf6xe4 15.Lg2xe4 en hier was ik tevreden, totdat ik door begon te krijgen dat mijn toren op f1 na La6 en Lb4 in de problemen komt. Zoiets gebeurt wel eens, schijnbaar uit het niets komt opeens onverwacht tegenspel. Toch is het geen pech, en het komt ook niet “uit het niets”, het komt omdat ik op zet elf veel te ongeduldig een gunstige afwikkeling wilde spelen. Het is meestal veel beter om dat eerst verder op te bouwen, dat had gekund met bijvoorbeeld met 11.Td1, en de actie uit te stellen totdat alles er optimaal klaar voor staat.

15…Lc8-a6 16.Tf1-e1 Le7-b4 17.Te1-e3 Td8-d118.Kg1-g2 Lb4-d2

Stelling na 18…Ld2

Zwart staat geweldig. De computer geeft 18..Lc5 als de sterkste zet, maar het gespeelde 18…Ld2 ligt meer voor de hand en is goed genoeg, want het wint een kwaliteit. De vraag is of het genoeg is voor een overwinning, maar zwart kan het zonder veel risico gaan proberen.

19.Lc1xd2 Td1xa1 20.Le4xc6 (zwart moet een beetje opletten dat ik de toren op a8 niet lastig kan blijven vallen met mijn lopers, aangezien deze de onderste rij niet kan verlaten) Ta8-c8 21.Lc6-d7 La6-b7 22.Kg2-h3 Tc8-a8 23.Te3-b3 Lb7-c8 24.Ld7xc8 Ta8xc8 25.a2-a3 h7-h6 26.Tb3-b7 a7-a6 27.Tb7-b6 Tc8-a8 28.Ld2-c3 Ta1-c1 29.Kh3-g2 Tc1-c2

Stelling na 29…Tc2

Tja, ik weet hier eigenlijk maar weinig van… Zwart staat beter, maar is het gewonnen? Moet zwart torens ruilen of niet? Wat is de beste pionnenformatie voor wit: f2-g3-h2, of f2-g3-h4, of f4-g3-h4, of de pionnen juist niet op de kleur van de loper zetten? En wat is de meest kansrijke pionnenformatie voor zwart? Moet wit achterin blijven staan wachten, of juist actief naar voren? Ik heb geen idee.., ik moet hier echt eens de boeken bij pakken en dit eens uitgebreid bestuderen. Thomas, misschien trouwens ook iets voor je volgende schaak-les? Jij weet hier vast wel iets meer van…

Goed, ik besloot om op de damevleugel alles te laten zoals het is, en op de koningsvleugel om de pionnen op wit te zetten, en de koning zo actief mogelijk naar voren.

30.g3-g4 Tc2-e2 (zwart gaat de torens ruilen) 31.Kg2-g3 Te2-e6 32.Tb6xe6 f7xe6 33.h2-h4 Kg8-f7 34.h4-h5 Ta8-d8 35.Kg3-f4 Td8-d5 36.Kf4-e4 g7-g6 met een remise aanbod wat ik dankbaar aannam.

Zo, dat was het dan weer. Tot lezens.

3 gedachten over “Ronde 19, verslag”

  1. Wat het Skandinavisch betreft, leuk is ook het Skandinavisch gambiet: 1.e4 d5 2.ed5: c6. Als wit het gambiet niet aanneemt dan gaat het over in de Caro-Kann (een prima opening). Als wit het wel aanneemt dan net als in het verslag, alleen zonder c4 en Pf6. Wit kan dus iets anders spelen dan c4, maar daar staat tegenover dat zwart naast Pf6 ook kan kiezen voor Pge7 (gevolgd door f7-f5), soms op doorreis naar g6, en dekt c6. Bijvoorbeeld 1.e4 d5 2.ed5: c6 3.dc6: Pc6: 4.Pf3 e5 5.Pc3 Lc5 6.Lb5 Pge7 (7.Pe5: Lf2: 8.Kf2: Dd4).

  2. Marc en Ron,

    Interessant eindspel. Als verdediger ben je inderdaad blij naar een dergelijk eindspel te kunnen afwikkelen,
    vooral met een goede pionnen structuur, wat het moeilijker maakt voor de tegenpartij bijvoorbeeld een vrij pion te creëren.
    Over het algemeen kun je zeggen, dat het voor de verdediger beter is de toren nog zo lang mogelijk op het bord te houden.
    De pionnenstructuur moet zodanig zijn dat de koning niet te open komt te staan voor irritante schaakjes.
    Ook dit eindspel ziet er nog lastig te winnen uit hoewel nog niet met een engine gecheckt.
    Groeten en tot ziens, Thomas

  3. Ik kan goed begrijpen waarom ik de partij niet opgestuurd kreeg. Beiden zullen er ontdaan over geweest zijn.

    Het is waar,

Reacties zijn gesloten.