JOSEF DIEMER, 1

JOSEF DIEMER. Een Duitser die leefde van 1908 tot 1990. Die lichtelijk getikt was. Hij was een bezeten schaker, die een gambiet verzon, en daar bijna zijn hele leven mee in de weer was. Die besloten had dat hij van beroep maar schaker moest worden, maar niet goed genoeg was om daar van te kunnen leven. Die in alles wat hij verder bedacht een verschrikkelijke fanaat was. In 1931 werd hij lid van de nazi-partij. Tot grote woede van zijn vader die hem acuut het ouderlijk huis uitgooide. Hij kon wel dankzij die beslissing een belangrijke schaakjournalist worden van het ‘Duitse rijk’.  In de Nazi-tijd was hij bij alle belangrijke Duitse toernooien aanwezig, en schreef erover. Verzorgde ook een aantal toernooiboeken. Speelde simultaantjes. En schaakte, op regionaal niveau. Kon er net van rondkomen. Na de oorlog werd het nog moeilijker: de man had zich in de oorlog niet erg populair gemaakt met zijn nazi-ideeën: hij was een voorstander van het moedige, spannende, Duitse schaak, niet van dat volgens hem “lahme und feige (=laffe) judenschach”. En in 1953 maakte hij het zo bont dat hij de Duitse Schaakbond werd uitgegooid. Hij had functionarissen corruptie en homosexuele contacten verweten. Hij was intussen berucht als onruststoker. Hij viel voortdurend mensen lastig met zijn nieuwe obsessie: de ideeën van de 16e eeuwse toekomstvoorspeller Nostradamus, en meer van dat occulte wetenswaardigs. In 1964 werd hij opgenomen in een psychiatrische kliniek. Zijn behandelend arts verbood hem om gezondheidsredenen het wedstrijdschaak. Maar vanaf 1970 duiken er weer partijen van hem op in de schaakarchieven. Tot 1985. Daarna niet meer. Dat komt wel vaker voor dat schakers zo rond hun 80e het wedstrijdschaak noodgedwongen maar voor gezien houden. Op de site www.chessgames.com kunt u in totaal 208  partijen van hem terugvinden. Hans Ree schrijft in ‘Mijn schaken’ : “De laatste vijf jaar had hij niet meer geschaakt, hij kon het niet meer. In Fussbach, waar zijn verpleeghuis was, zagen de dorpelingen hem schuifelen langs de straten, lang en broodmager, met profetenbaard en half blind, en ze hadden respect voor Diemer, want bij geruchte hadden ze vernomen dat hij vroeger een groot schaker was geweest, misschien wel de grootste schaker die ooit geleefd had.”

Dat gerucht zal zijn oorsprong wel hebben in Diemer’s eigen uitspraken: Na 1970 was hij (nog?) minder sterk dan voorheen. Maar Diemer verkondigde toen zelf dat hij toch eens wereldkampioen zou worden. En anders wel de Nobelprijs zou krijgen voor zijn onderzoekingen naar het belang van Nostradamus.

Het eigenaardige is dat er in de professionele schaakliteratuur niet veel positiefs over hem te vinden is, maar hij bij de amateurs mag bogen op een grote schare adepten en bewonderaars. Bij toernooien stonden er altijd veel belangstellenden bij zijn bord. Er was bijna altijd wel iets bijzonders te beleven. Ik herinner me dat ik bij een bezoek aan het Hoogoventoernooi ergens in de jaren zestig ook door enige opwinding werd bevangen toen ik ontdekte dat Diemer in een wat hogere amateurgroep meedeed. Zijn uiterlijk viel me tegen. Het was een wat morsige figuur. Weinig aantrekkelijk. Hij schijnt dan ook nooit iets met vrouwen te hebben gehad.  En hij was ook schaaktechnisch al een beetje over zijn hoogtepunt heen, maar was toch altijd nog officieel schaakmeester, en ja, ik kocht alle boekjes die er over zijn opening verschenen, en ja, ik was toch ook wel een geregelde beoefenaar van het Blackmar-Diemer-gambiet. Vooral in blitz-partijtjes.  Ik herinner me vluggertjes tegen een ex-kampioen van Aris de Heer (Vermeulen), en tegen die andere duurzamer champion (Ruber), en tegen van Dok. Tegen de laatste bereikte ik er zelden iets mee. Kennelijk is die opening minder geschikt tegen betonschaak. Vreemd genoeg, want voor bestrijding daarvan is hij eigenlijk uitgevonden. Bert gaf ooit die pion gelijk terug met 1d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3 e3!? met het commentaar “Ja, ik zal daar gek zijn. Daar weet jij veel te veel van!” En Paul had er kennelijk op zijn vorige club minder leuke ervaringen tegen beleefd, en die omzeilde -zoals ik al eerder schreef- het gambiet nog vroeger 1 d4 d5 2. e4 dxe4 3 Pc3 g6. Ron zei me ooit dat hij vroeger ook wel Diemer had gespeeld, maar ermee gestopt was omdat velen het omzeilden met 1. d4 d5  2.e4 e6 en hij zo in het Frans verzeilde waar hij een hekel aan heeft.

Dat is mijn ervaring ook. Als je het wil spelen moet je ook tijd besteden aan de mogelijkheden om het gambiet te weigeren. Kennelijk weten schakers van ons matige niveau meestal wel genoeg van de offensieve mogelijkheden van dit gambiet om er als zwartspeler geen zin in te hebben. Ook al hebben bekende schaakcommentatoren er weinig goede woorden voor over:  Hans Ree noemt Diemer een “matige schaakmeester” . En stelt dat Diemers boek -met de veelzeggende titel  ‘Vom ersten Zug an auf Matt’  – veel dubbele uitroeptekens bevat, maar te weinig echt diepgaande analyses. De altijd geestige Jan Hein Donner kwalificeerde Diemer als ‘Die profeet van Muggenstorm’.

Inderdaad bleven de successen van Diemer vooral beperkt tot het hoofdklasse-niveau van Duitsland, en Nederland. Die waren er wel trouwens: hij won het o.a. het open kampioenschap van Nederland in 1957, en de tweede meestergroep van het Hoogoven toernooi in 1956. En een ‘nationaal toernooi’ in Zwitserland in  1952 . En van welke schaker van matig niveau kunt u moeiteloos 208 partijen op internet terugvinden? En een lijvige biografie van George Studier: ‘Emil Joseph Diemer. Ein Leben fūr das Schach im Spiegel seiner Zeit’. Ree merkt op “Er zijn wereldkampioenen die daar nog op wachten”.

Ik wil u en mij in onze schaakramadan proberen wat wegwijzer te maken in de krochten van het Diemer-gambiet. Misschien wilt u het zelf gaan spelen.

U bent verzot op leuk schaak dat taktisch leerzaam is, u bent niet bang uitgevallen, u hebt niet veel op met eindeloze openingsvarianten, u wilt zelf in een heel vroeg stadium beslissen welke opening het wordt, het mag desnoods ten koste van een enkele nederlaag. Of u kunt het niet uitstaan dat u in de externe toch niet wat beter opgewassen bent tegen de bluffers die u deze niet echt correcte opening voorschotelen. (Ron?, Paul?, Frank?)

Om heel sadistisch tijdens de schaakramadan de eetlust te bevorderen vast één interactief partijtje:

Diemer – Heinz 1954

 Wordt vervolgd.