Ouwe kost 2

Heb ik wel erg enthousiast een bloemlezinkje uit oude partijen uit uw roemrijke verleden aangekondigd, want erg veel partijen blijken het nu ook weer niet te zijn die ik heb teruggevonden. En ook niet altijd even boeiend. Maar OK, ik kan nog wel wat!

De volgende partij is van Martin. Niet omdat die in zijn geheel nu zo vreselijk boeiend is, maar wel omdat ik het frappant vind dat de stijl van Martin in ruim een decennium eigenlijk nauwelijks veranderd is. Hij speelt de opening volgens principes, en dat zijn wel de juiste. Stukken ontwikkelen, centrum in de gaten houden. Geen tempoverlies. Snel rocheren. Zo leerde hij het aan zijn schaakleerlingen, en zo speelt hij het zelf. Omdat nu zijn tegenstander er een van de rustige en wat behoudende soort is ( Paul Zoon, SV Harenkarspel, dec. 2009), staat er na zet 8 een stelling op het bord waar voor zwart niets op aan te merken is.

   Paul Zoon – Martin (8…c5)

In het nu komende middenspel gaat het even minder, komt wit een tikkie beter te staan, maar die verknoeit dat gelukkig weer bij zet 13

  Paul Zoon – Martin (12…Pd7)

Ik denk dat ik hier niet lang nagedacht zou hebben. Welke zet ligt hier zeer voor de hand?

Maar wit speelt hier 13. e4?  Want hij ziet iets over het hoofd. Martin niet! Wat is daarop zwart’s beste antwoord?

Als u uw genialiteit wilt toetsen aan de mening van Prof Mr Dr K.,   zie verderop.

Hierna komt Martin’s voorliefde voor wat gecompliceerdere stellingen aan het licht. Vaak speelt hij daartoe dan eigenlijk niet de beste zetten, maar heel vaak raakt de tegenstander dan toch ergens de kluts kwijt, en gaat Martin die dan wel even terugvinden. En dan de klappen uitdelen. En eigenlijk speelt hij nog zo. Zij het wel met een heel klein beetje minder           overmoed  dan toen.  Maar toch …  En hij heeft in die tien jaar daarmee zijn elo wel verhoogd van 1510 naar 1705.  Ach, ik herinner me dat toen Talj wereldkampioen werd (behorende tot de meest combinatie-gerichte spelers ter wereld ooit) er wat smalend werd gedaan over zijn talloze offers in zijn partijen. Die bleken vaak later eigenlijk niet correct te zijn. Maar hij werd er wel wereldkampioen mee, omdat zelfs de sterksten van zijn tegenstanders (Botwinnik!) er toch even de kluts van kwijt raakten. Het was een tactiek die de in zijn tijd saai geworden schaaksport  wel heel prettig opfriste!

Martin gaat ook in deze partij al de boel voortdurend proberen op te frissen.

Soms wat te onnadenkend. Voorbeeld:

    Paul Zoon – Martin (19.De2)

19.  ….   Dg6?    Bijna winnend  is   19. …. Lxb4!! Ziet u de mogelijkheden?      Desnoods verderop.

En dus blijft zijn tegenstander toch lang redelijk overeind. Tot tenslotte de vermoeidheid toeslaat die ontstaat door een veelheid probleempjes die Martin  opriep, en die kan dan nu bekwaam uithalen.

   Paul Zoon – Martin (25…Lg6)

25. …. Lg6 [stand is ongeveer gelijk: zwart staat wel een pion achter, maar heeft een sterk loperpaar en de pion op c3 is ook niet al te sterk.]    26.a4? [foutje, bedankt!]   Welke zet was winnend?

___________________________________________________________________

Paul Zoon – Martin (12…Pd7)


Paul Zoon – Martin (19.De2)


Paul Zoon – Martin (25…Lg6)


In de hoop dat u het allemaal nog een beetje redt zonder clubavond,

tot de volgende aflevering,

Eddy

Een gedachte over “Ouwe kost 2”

  1. Hoi Eddy,

    Dankjewel, wat ontzettend leuk om dit eens terug te zien. Het klopt wel dat ik nog steeds zo probeer te spelen, alhoewel de externe partijen toch steeds behoudender genoemd moeten worden. Ook de kennis van de verschillende openingen maakt wel wat verschil.

    Bedankt voor deze flashback!

Reacties zijn gesloten.