Uit de kast gekomen, 7

“Move first, think later”  aflevering 3

Nu ik het boek helemaal opnieuw heb gelezen weet ik het nog beter : er zit zoveel fraais in dat ik het waarschijnlijk ook in deze aflevering niet compleet krijg.

Hendriks filosofeert verder over het ‘maken van een plan’. Hij ziet eigenlijk niet zoveel verschil tussen tactiek en strategie.  Volgens hem switchen we als we schaken niet van combinatie-denken  naar strategisch denken.  Hij heeft bezwaar tegen de terminologie: we  zien  een combinatie en we maken  een plan. Welnee, ook een plan zie je’  Hij wil best toegeven dat het onderscheid soms wel eens nut heeft, maar hij gelooft niet in een ander soort denken voor strategie. En meestal staan we in de partij voor gemengde beslissingen. Hij beweert zelfs dat als u onder ‘strategisch denken’  zou verstaan ‘op een aantal momenten rustig achterover leunen, de tijd nemen,  en nagaan welke kenmerken die u uit uw leerboeken heeft opgedaan in uw stelling aan de orde zijn, en op grond daarvan een plan maken’, dat hij, Hendriks- zelf, nog nooit zo een plan gemaakt heeft.

In hoofdstuk 17 “It plays chess in me” onderhoudt Hendriks ons met wat we verder nog voor een verklaringen kunnen bedenken die van invloed zouden zijn geweest op onze verrichtingen op het bord.  Bijvoorbeeld : psychologische!

Gypser-Ristic 2000

Bijv. : “Hij (Ristic) stond goed, maar daardoor verloor hij zijn gevoel voor gevaar en interpreteerde de manoeuvre Lg4-h3 als een vergissing en niet als een poging tot counterplay.”

Of bijvoorbeeld”

“Ja ik heb wel aan Pe7 gedacht, maar zie je, deze vent maakte me nerveus. Deze vent deed echt irritante zetten, maar ja ik had Pxg6+ moeten spelen dan was alles opgelost, maar ja ik raakte de controle kwijt”  Enzovoort. Beetje herkenbaar?

Er zijn schakers die hun missers realistischer bekijken. Bijvoorbeeld na Jan Hein Donner tegen Eduard Spanjaard (1951)

Donner staat totaal gewonnen. Er zijn veel winnende zetten. Maar wat geschiedt? ….

Ristic regaeerde op zijn blunder met “shit happens”.

Jan Hein Donner deed het veel beschaafder: Die verzuchtte:   “Ja Eduard. Zulke dingen gebeuren”.

Er zijn voor allerlei fouten veel voorkomende verklaringen:”Hij had de b2-pion wel kunnen pakken, maar hij was bang.” “Zij was volledig gefocust op haar eigen aanval en vergat haar eigen kwetsbare koning.” “Opgewonden door de naderende winst, miste hij zwarts reddende mogelijkheid. “ “Omdat ik de moed had opgegeven, merkte ik deze plotselinge mogelijkheid niet op.” Enz.

Hendriks: “Laat mij een fout zien, en ik geef u een psychologische verklaring”

Hij besluit zijn betoog over psychologische factoren met: “Het is heel gevaarlijk om onze schaaktechnische tekortkomingen te “psychologiseren”. Ik wil niet de mogelijkheid van de werking ervan volledig ontkennen, maar fouten zullen veelal van puur schaaktechnische natuur zijn. Ik wil me concentreren of goede zetten en slechte zetten.”

Inmiddels hebben we het idee gekregen dat volgens Hendriks het enige waarmee we onze schaakresultaten kunnen verbeteren  is:  veel schaken, partijen naspelen, onze partijen op de computer na afloop laten analyseren , gewoon veel langs zien komen en je te zijner tijd daardoor zetten en situaties herinneren en dus ‘zien’.  

In hoofdstuk 18 (‘Trust your chess module’) initieert hij het begrip “chess module” voor dat deel van je brein waarin alles ligt opgeslagen wat je gebruikt als je schaakt. Het is er, veel en veelal onbewust. Het is kennis van .., ervaring met.., gevoel voor …  Intuïtie als er gevaar dreigt, gevoel voor je kansen, enz. Opgebouwd vanaf het moment dat je begon te schaken en voortdurend uitgebreid. En daar zul je dan maar op moeten vertrouwen. (Hij vergelijkt het met je ‘taal-module’. Een enorme voorraad woorden, taalregels, spreekwoorden, enz. waar je het mee moet doen als je spreekt. En die naar behoeven boven komen borrelen als je ze nodig hebt. Vanzelf, zonder dat je er bewust naar zoekt.)

Vervolgens beschouwt hij adviezen van bekende schaakleraren om je schaakkracht te verbeteren. Hij behandelt bijv. hun adviezen:  1. ‘Blunder-checq’  en 2. ‘Zoek naar kandidaat-zetten en bekijk vooral de zetten die het meest forcerend zijn.’

‘Blundercheck’ is je losmaken van je voorafgaande gedachten als je besloten hebt om een bepaalde zet te gaan doen. Die toch nog even niet doen, maar eerst met een helder, leeg hoofd nogmaals opnieuw kijken naar eventuele mogelijkheden van de tegenstander die je wellicht hebt gemist.

Hendriks relativeert het sterk: Hoeveel tijd gaat het je kosten!? Wat heb je eraan als je door deze habitude steeds in tijdnood geraakt!? Bovendien: heel vaak helpt het helemaal niet. Je maakt evengoed je fout of blunder!

Charles Hertan’s  ‘Forcing Chess Moves‘ vindt hij een mooi boek, maar vooral vanwege de mooie stellingen die erin langs komen,  en waarvan je indrukken kunt opslaan in je eigen chess module, maar niet wegens diens adviezen. Want soms zijn zijn ‘most forcing’ zetten helemaal niet de most forcing. Hertan krijgt het bijv. moeilijk met wat schakers noemen “de stille zetten”. Zo genoemd omdat het lijkt alsof ze niet zo belangrijk zijn en niets doen, maar in wezen heel sterk en eigenlijk dus toch ‘the most forcing!’

Nee, vertrouwt u maar op uw ‘chess module’.

Ik ben niet erg onder de indruk van dit alles. Ik weet niet of u er  veel aan  zult hebben. Ik weet van mezelf dat ik ook vaak een soort ‘blunder check’ toepaste. En dat het vaak niet hielp. En dat ik inderdaad ook vaak in tijdnood raakte. Maar toch het gevoel had dat het vaak positief werkte, dat het toch nodig was om nog erger te voorkomen.

Toch vermeld ik dit alles omdat Hendriks weer veel erg  leuke voorbeelden geeft. Vooral van te weinig ‘blunder-checking’, enz.  Daar kunt u zich in ieder geval wel mee amuseren. Denk ik. Hoop ik. En het kan u wellicht troosten na eigen tekortkomingen op dit terrein.

Wesley So- Anish Giri  Wijk aan Zee , 2010

So staat heel erg goed. Met Dxd1 gaat hij op de winst af. Maar So ziet iets beters. Had toch nog even moeten checken of er geen lek in de combinatie zat.

Jan van Dorp- David Du Pont  Arnhem 2011

Een partij uit de KNSB-competitie.  De team-captain zei, omdat zijn team achter stond, “Je zult moeten winnen Jan!” Maar het was natuurlijk een grapje, want wit heeft geen compensatie voor de kwaliteit.

Doch wat gebeurt !?

In hoofdstuk 19 ( Quantity is a quality too) neemt Hendriks het op voor de computer. Vroeger dachten we dat het menselijk denken kwalitatief veel beter was dan het brute force denken van de computer.  Jan Hein Donner had een groot vertrouwen in de superioriteit van de menselijke geest. Die schreef lang geleden: “Maar computers kunnen helemaal geen schaak spelen, en zullen dat nooit kunnen, tenminste  niet in de volgende 2000 jaar of zo, want dat zou vragen om een technologie ver voorbij de horizon.”

Nou dat zien we nu wel anders. Hendriks: De menselijke geest  is vooral aan het activeren wat er in zijn chess module zit. Maar de computer creëert ter plekke zelf en controleert ontelbare en ijzingwekkend diepe varianten, met ontelbare zetten. Dus eigenlijk is het andersom: de mens activeert wat al in zijn brein zit en de computer is echt aan het denken en creëert zelf!  (En dan heeft Hendriks in het jaar van zijn boek (2012) nog geen weet van latere zeer opzienbarende ontwikkelingen met programma’s met kunstmatige intelligentie  (Alpha Zero) ). 

Hendriks concludeert: “Kwantiteit kan dus ook kwaliteit betekenen”. Als mens kan je ook (nee : alleen) sterker worden door de kwantiteit van je kennis en ervaring.  Niet de computer-kwantiteit natuurlijk, maar een menselijke kwantiteit.

Hij geeft nog wat voorbeelden van zetten die mensen moeilijk vinden, maar voor computers een peulenschil zijn. Hij rekent daartoe de “backward moves”  (ES: wat ik zou willen vertalen met “zetten uit het achterland”)  Leuk toch?

Molnar – Cherbakov, 1962

Kinova – Krush 2018

Zo, en nu weet ik zeker dat ik mijn artikel nog steeds niet helemaal af heb. Sorry! Dus bereid u voor op nog een vierde, allerallerlaatste aflevering van Hendriks uit de kast!

Eindcorrectie moet nog plaatsvinden.

Een gedachte over “Uit de kast gekomen, 7”

  1. Hallo Eddy,

    Weer met veel genoegen jouw kastvondst gelezen. Maak Hendriks spoedig af!

    Heb je toevallig in jouw kast ook het toernooiboek van de hand van Lodewijk Prins over het wereldkampioenschap 1948 “Vijf schaakreuzen voor het wereldvenster; Wereldkampioenschap 1948”??? Zo ja, ben je bereid het uit de kast te laten komen?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *