Martin – Thomas
Thomas: Was het thema van de lesavond vorige week schwindelen, het toeval wilde dat ik gisteren ingedeeld werd tegen Martin, die de afgelopen jaren op dit vlak al wat sterke staaltjes heeft laten zien.
Ik was wel vastbesloten voorzover ik zelf niet zou hoeven schwindelen , me in ieder geval niet te laten ” beschwindelen”!
We speelden zoals al vaker de Bremer variant van het Engels, ook bekend als “Reverse Dragon”.
We volgden de theorie tot en met zet 10.
- Te1 kon ik niet meer terugvinden, maar de zet ziet er logisch uit. Wit wil zijn koningsloper behouden voor de verdediging zonder een kwaliteit te hoeven offeren.
De witte stelling lijkt op het eerste gezicht passief maar solide, echter schijn bedriegt.
Praktisch vanuit het niets kunnen aanvalskansen opdoemen. In de fase tussen zet 10 en 15 speelde ik wellicht wat te scherp.
Vooral 12.. h5?! was wat optimistisch en maakt de korte rochade onaantrekkelijk.
En 14. Pb5 is zo,’n typische zet waar de engine niet van onder de indruk is, maar de tegenstander aardig op het verkeerde been te zetten. Zo wilde ik al heel enthousiast de h-pion naar h4 laten doorstomen, toen er ineens allemaal alarmbellen gingen rinkelen. Offers op e5! Gaat dat wel goed voor zwart?
En 14.. h4 kon objectief wel, maar er volgt 15. Pxe5, fxe5 16. Lxc6, bxc6 17. Pxa7+ met nog steeds een kleine plus voor zwart, maar de positie is behoorlijk tricky geworden.
Tijdens het invoeren van de partij viel me iets merkwaardigs op. Na 15. d4, e4 gaf een engine gestuurde pijl aan dat wit zijn dame in het verderf moest storten met 16. Dxe4?! wat complete kamikaze lijkt ivm 16.. Lf5 en spoedige opsluiting. Meteen na invoering van de partij ging ik de stelling eens zonder digitale hulo bekijken. Zou ik zelf de oplossing vinden? Ik kwam niet verder dan Pe5 waarna de schade blijft tot stukverlies en eventueel 17. Dxf5?!, Dxf5 18. e4 met twee stukken voor de dame en vage rommelkansen. Overigens liet Martin nog een variant tijdens de analyse zien met een soortgelijk dameoffer in combinatie met een opmars van de d-pion naar d5.
Allemaal creatieve ideeën, maar de engine komt met een daverende verrassing. Na 16. Dxe4, Lf5 volgt 17. Pd6+!
en wit redt niet alleen zijn dame , maar bereikt meteen een leuk voordeel (ruim +2)
Dat zou vorige week een leuk plaatje hebben opgeleverd op het scherm!
En zo zaten er meer momenten in deze zeer boeiende en spannende partij.
En gek genoeg, de zet waar ik niet zo gerust op was, 16. Ph4 leidt tot een duidelijk nadeel voor wit , meer dan min drie.
Het intermezzo met a7-a6 was achteraf niet niet handig want het paard wordt naar een beter veld gejaagd. De tactiek over en weer alsmede de wegtikken de klok maakte het met elke zet bijzonder spannend.
Om niet alle gras voor Martin zijn voeten weg te maaien.
Na het ogenschijnlijk logische
20.. Pb4 miste wit 21. Dxc7+,Dxc7 22. Txc7+, Kxc7 23. Pe6+ gevolgd door Pg5
met de dubbele dreiging Pf7 en Pxh3. Maar de stelling zat ook vol met dit soort latente dreigingen. In de na analyse kwamen nog allerlei spectaculaire winst pogingen van zwart en winnende wandel koningen van wit op het bord.
Kortom, een van de lastigste, maar ook inhoudsrijke partijen die ik bij Aris de Heer gespeeld heb!
Ron – Marc, 2 februari 2026
Door Marc: 1.c2-c4 f7-f5 2.d2-d4 Pg8-f6 3.Pb1-c3 d7-d6 4.Pg1-f3 g7-g6 5.e2-e3 Lf8-g7 6.Lf1-e2 0-0 7.0-0 a7-a5
8.Dd1-c2 Pb8-a6 9.a2-a3 Dd8-e8 10.Ta1-b1 e7-e5 11.b2-b4 a5xb4 12.a3xb4 c7-c6

Stelling na 12…c7-c6
Het is nuttig om bij een zet niet alleen te kijken naar wat het voordeel van die zet is, maar ook naar
wat de zet opgeeft (alles heeft voor- en nadelen). Zo geeft c7-c6 het veld b6 op, dus een optie was
de5: de5: Pa4 (maar iets anders kan natuurlijk ook, zo stelde Ron na de partij bijvoorbeeld 13.Te1
voor wat er ook goed uit ziet, de toren op de lijn van de dame maakt ed4: lastiger). Wit speelde Db3,
maar dat geeft het veld e4 op, dus kon ik mijn paard daarheen sturen.
13.Dc2-b3 Pf6-e4 14.Tf1-e1

Stelling na 14.Tf1-e1
Na Te1 komt wit in een vervelende pin over de lange diagonaal. Mijn computer geeft de voorkeur
aan 14.de5: Pc3: 15.Dc3: de5: 16.Lb2 Tf7 met een open strijd om de diagonaal, waarbij de computer
voordeel geeft aan wit.
14…Pe4xc3 15.Db3xc3 e5-e4 16.Pf3-d2 c6-c5 17.b4xc5 d6xc5 18.Lc1-a3 Tf8-f7 19.f2-f4 (gericht tegen
f5-f4 ideeën voor zwart) 19…Lc8-e6 20.Tb1-b5

Stelling na 20.Tb1-b5
Mijn computer geeft 20.Pb3 b6 met gelijk spel. De toren komt met Tb5 de zwarte stelling binnen
(altijd vervelend), verhinderd b6, en houdt misschien een optie open voor alsnog Pb3. Echter, de
toren staat daar ook wat kwetsbaar, waarvan ik probeerde te profiteren met Tc8, dreigt cd4: en
Db5:. Maar dat zag Ron natuurlijk wel. De computer geeft de voorkeur aan 20…cd4: 21.ed4: Pc7 en
als 22.Tb7: dan 22…Dd8 23.Lc5 Pa6 met voordeel voor zwart, maar dat is allemaal vrij ingewikkeld.
20…Ta8-c8 21.Te1-b1 Tc8-c7 22.Pd2-b3 c5xd4 23.Pb3xd4 Tf7-d7

Stelling na 23…Tf7-d7
Ik meen mij te herinneren dat ik Ron hier zachtjes Tb6 in zichzelf hoorde mompelen (was erg sterk
geweest: 24.Tb6 Lf7 25.Ld6), maar gelukkig voor mij koos hij toch voor 24.c5 waarna mijn computer
de stelling na 24…Pb8 weer gelijk vind.
24.c4-c5 Pa6-b8 25.Le2-c4 Le6-f7 26.Dc3-b3 Lg7xd4 27.e3xd4
Stelling na 27.e3xd4
Ik kon 27…Td4: niet goed overzien, dus ik koos voor 27…Pc6. Echter, wat ik had gemist, en gelukkig
voor mij Ron ook, is dat zwart na Ld4: zeer zwak is geworden over de zwarte velden. Na 23…Pc6 had
wit een goede mogelijkheid met 28.d5 Pd4 29.Dc3 Pb5: 30.Lb5: Ld5: 31.Lb2. Uiteraard een
computervariant en niet zo eenvoudig, maar het gaat om het idee, dat wit nu de lange diagonaal kan
innemen.
27…Pb8-c6 28.Lc4xf7 met een remiseaanbod wat ik zonder veel nadenken accepteerde. Mijn
computer geeft een voordeeltje voor zwart, maar ik kon niet goed inschatten wie in de eindstelling
nou beter staat en ik vond het wel prima. Remise is denk ik wel een terechte uitslag van een leuk
partijtje met wisselende kansen, al denk ik dat over het geheel genomen Ron het dichtste bij een
overwinning is geweest…
Frank – Wouter
Door Frank: Wederom rustig opgebouwd. Wouter probeerde op de damevleugel aan te vallen, ik op de koningsvleugel. Ik kreeg voordeel toen Wouter op de 21e zet f3 speelde.
Ik won toen een kwaliteit en een pion. Dat bouwde ik mooi uit totdat ik op zet 37 Dg3 speelde. In een externe partij zou ik dat overigens niet doen en gewoon stukken afgeruild hebben. Ik offerde de kwaliteit terug en gaf ook 2 pionnen terug. Wouter zat al flink minder in zijn tijd dus moest relatief snel beslissingen nemen. Zet 42 Dxa7 vind de engine echt fout, hierdoor krijg ik weer meer voordeel (zie maar eens dat Ta1 beter is op zo’n moment…)
Mede door de tijdnood besluit Wouter begrijpelijkerwijs de dames te ruilen, maar mijn koning staat natuurlijk ook veel sterker dan de zijne. De pion stoomt op tot c2 en ik heb daarna vrij spel omdat de witte stukken moeten voorkomen dat ik promoveer. Na 54 Kf4 gelooft Wouter het terecht wel en geeft op.