De avond in Hoorn begon rustig, maar al snel kwam er spanning in de lucht toen Frank als eerste klaar was en met een overtuigende winst Aris de Heer op voorsprong zette. Niet veel later ging het mis bij Marc, die ondanks een degelijke opening in een lastig eindspel terechtkwam en het punt moest laten liggen. Thomas hield ondertussen koel het hoofd in een solide partij op bord 1 en pakte een keurige remise tegen een sterke tegenstander. Daarna was het Koen die met zijn bekende leeuw-opstelling een half punt veiligstelde, al zat er misschien net iets meer in. Martin trok de stand weer gelijk door met geconcentreerd spel zijn tegenstander langzaam te overspelen – eindelijk weer een partij waar alles klopte. Daarmee stond het 3 – 2 en alle ogen waren gericht op Ron. Hij had een scherpe stelling op het bord en leek uitzicht te hebben op minimaal een half punt, maar de klok werd zijn grootste vijand. In tijdnood ging het helaas mis, en zo eindigde de avond in een 3-3 gelijkspel. Op papier een uitslag die tegenviel, maar met genoeg positieve signalen om vertrouwen uit te putten.
| Bord | Thuis (Caïssa-Eenhoorn N2) | Rating | Uit (Aris de Heer N1) | Rating | Uitslag |
|---|---|---|---|---|---|
| 1 | Ton van Dijk | 1815 | Thomas Broek | 2004 | ½ – ½ |
| 2 | Jelle de Jong | 1795 | Marc Holla | 1943 | 1 – 0 |
| 3 | Steven de Waart | 1808 | Frank de Geus | 1881 | 0 – 1 |
| 4 | Arnold van der Wolff | 1774 | Ron de Vink | 1871 | 1 – 0 |
| 5 | Gerrit Roos | 1785 | Koen van Lankveld | 1808 | ½ – ½ |
| 6 | Rens van der Klei | 1754 | Martin Zwaneveld | 1798 | 0 – 1 |
| Gemiddelde rating | 1789 | Gemiddelde rating | 1884 | Totaal 3 – 3 |
Ton van Dijk – Thomas (W) 1/2-1/2
Thomas: Het was geen partij waar de vonken van afspatten, maar wel een degelijke schaakavond. Mijn tegenstander vatte het na afloop treffend samen: er werd pas heldenmoed getoond toen er geen gevaar meer dreigde. Ik koos voor de Tsjichorin-variant, waarop mijn tegenstander antwoordde met b7–b6 — een keuze die me bekend voorkwam. Ondanks dat onorthodoxe begin volgden we nog zo’n acht zetten lang de bekende theorie. Mijn negende zet, het creatieve maar twijfelachtige De5, bleek nieuw terrein, waar eerder 9.g3, 9.0–0–0 en 9.a3 op het bord waren gekomen. Zwart wist met enkele nauwkeurige zetten zijn stelling te consolideren, waardoor wit eigenlijk geen voordeel had. Sterker nog, volgens de computer hield zwart zelfs een klein plusje tot de afruil na 18.Pe4, waarna de stelling volledig in evenwicht kwam. Al met al stond wit iets comfortabeler, maar van echt overwicht was geen sprake. Het metalen vriendje op mijn laptop gaf zelfs nog een minuscuul plusje van 0.13 voor 21.c3 in plaats van mijn gespeelde 20.c4. Uiteindelijk verdwenen steeds meer stukken van het bord en werd de damesruil begeleid door een remiseaanbod. Dat aanbod nam ik aan, en zo kon ik mijn voornemen om solide te spelen waarmaken. Het was een partij zonder vuurwerk, maar wel correct en evenwichtig gespeeld. Soms is een saaie partij ook gewoon een degelijke partij.
Jelle de Jong – Marc Holla (Z) 1-0
Marc: Een wijze les: de avond voor een operatie beter geen wedstrijd spelen! Ik was er met mijn gedachten niet bij, slecht gespeeld en kansloos verloren, maar complimenten voor mijn tegenstander die het netjes afmaakte. Maar goed, ingreep vandaag is achter de rug, dat wel
Steven de Waart – Frank de Geus (W) 0-1
Frank speelde een complexe en taaie partij waarin hij lang onder druk leek te staan, maar het strategisch overzicht behield. Al in de opening koos hij voor een rustige opzet met 9.a3 en 10.b3, wat achteraf misschien iets te passief bleek, maar de stelling bleef solide. Zwart probeerde met …h5 aan te vallen, maar doordat het paard op g6 geen directe dreigingen toeliet, kon Frank de aanval rustig pareren. Het cruciale moment kwam rond zet 20, toen hij besloot meteen Pe4 te spelen in plaats van eerst Lxe7 – een keuze die iets minder nauwkeurig was, maar het evenwicht niet verstoorde. Daarna volgde een fase waarin Frank diep moest rekenen; met de elegante tussenzet Td2 bereidde hij de doorbraak Pd4! voor, een zet die de hele stelling van zwart deed instorten.
Frank op zet 20; “Nu het zwarte paard naar d7 is, is veld e4 vrij. Daar wil ik graag heen met mijn paard. Nu even goed kijken wat de juiste volgorde zodat ik uiteindelijk toch de verkeerde kan kiezen. Ik speel direct Pe4 ipv eerst Lxe7. Als ik dat zou doen heb ik na Lxe7 Pe4 met de dreiging Pd6 en dergelijke en sta ik meteen comfortabel. Gelukkig speelt zwart het ook niet goed.
De volgende zet kostte me veel tijd. Het ziet er naar uit dat zwart f5 wil spelen, dat houdt echter in dat de dame op e6 hangt. Dat biedt wel wat perspectief. Ik doe dus de wachtzet Td2.
Zwart hapt en na f5 volgt het fraaie (al zeg ik het zelf) Pd4! Dit zorgt ervoor dat zwart minimaal een verschrikkelijk verzwakte stelling overhoudt. Mijn tegenstander schrok zo van deze zet dat de beste zetten nu gemist werden wat het voor mij natuurlijk wel makkelijker maakte.”
Vanaf dat moment kwam zijn techniek bovendrijven: rustig consolideren, geen risico nemen, en langzaam druk opbouwen. Zwart verloor de controle, en Frank kon met een paar gerichte ruilen de partij naar zich toe trekken.
Frank; “Ik wilde mijn pion op f2 niet opgeven, de computer vindt dat geen probleem. Ik vindt dat er toch heel eng uitzien. Mijn voortzetting is niet de beste maar zeker niet fout. Ik dreig na 29. Tad1 van alles en zwart heeft weinig goede zetten meer. Ik kan de boel dus rustig afruilen en de overwinning binnen slepen. Na een ruilvariant win ik nog een pion waarna mijn tegenstander het wel gelooft.”
Arnold van der Wolff – Ron de Vink (Z) 1-0
Ron: Ik baalde vooral voor het team, niet zozeer voor mezelf, want mijn rating doet me niet zoveel meer. De externe druk maakt het wel lastig, zeker omdat de tijd ineens wegvloog terwijl ik in de opening maar vijftien minuten had gebruikt. Na zet 15 stond ik volgens mij al duidelijk beter, maar met 17… Dxb2 koos ik een riskante voortzetting die veel tijd kostte. Daarna ontstonden er allerlei complicaties en dreigingen tegen mijn koning, waardoor het overzicht verdween. Met 19… Pf6 verloor ik mijn voordeel en begon de twijfel toe te slaan. De partij bleef ingewikkeld en vol tactische wendingen, precies het soort stelling waar ik normaal van geniet. Alleen kon ik in tijdnood niet meer helder denken en liep de spanning snel op. Rond zet dertig had ik nog maar twee minuten en begon het glippen. In die chaos miste ik meerdere winst- en remisekansen. Achteraf zag ik precies waar het misging, maar toen was het te laat. Het voelde als een frustrerende partij waarin ik niet mijn normale niveau haalde. Toch gunde ik Martin en Frank hun fraaie overwinningen – een halfje van mij had genoeg geweest voor de teamwinst.
Gerrit Roos – Koen van Lankveld (W) 1/2-1/2
Koen speelde een bijzonder degelijke partij waarin beide spelers nauwelijks een fout maakten — een zeldzame prestatie op clubniveau. De analyse toonde maar liefst 96% nauwkeurigheid voor beiden, wat het evenwicht perfect weerspiegelde. In de opening koos Koen voor zijn vertrouwde structuur, bouwend aan een solide centrum en een flexibel pionnenschild. Zijn 16.Nge2 bleek achteraf iets te voorzichtig; met 16.Rd2 had hij volgens de engine zelfs op +0,7 kunnen komen, ondanks het verlies van het loperpaar. Ook zijn tegenstander liet weinig liggen, al was 10…Ne6 minder sterk dan 10…Re8, wat de druk beter had vastgehouden. Het middenspel bleef scherp en tactisch geladen, maar geen van beiden gaf ook maar een blunder weg. Koen hield kalm de controle, verdedigde precies en bleef op de juiste momenten actief spelen. Het resultaat — een terechte remise — was een toonbeeld van solide schaak en onderlinge scherpte.
Rens van der Klei – Martin Zwaneveld (Z) 0-1
Ik kwam als zwart wat onwennig uit de opening, maar reageerde goed op het vroege 3.a3 en 5.c5 van wit — zetten die de damegambietstructuur al snel uit balans brachten. Met de nauwkeurige volgorde …a5, …d5, …c6 en …b6 nam ik langzaam maar zeker het initiatief over. Na de rokades had ik al duidelijk de overhand: mijn stukken stonden actief, het centrum was stevig in handen, en de computer gaf zelfs een voorsprong van ongeveer +1. Vanuit die comfortabele positie bouwde ik het voordeel beheerst verder uit, door geduldig te blijven schaken. Vooral het vastzetten van de witte paarden was belangrijk. Ik ging even terug, omdat er matvarianten op het bord kwamen na 18.De5. De beslissing viel na 22… Lxa5, toen wit zijn stelling niet langer bij elkaar kon houden. In het eindspel schoof ik het technisch uit, zonder mijn tegenstander nog enige kans te gunnen.
Hopelijk betekent deze solide winst dat de vormdip voorbij is.