Categorie archief: Diemer

BDG5, deel 2

Voor de vorige afleveringen over het Blackmar-Diemer-gambiet zie bij ’categorieën’ en dan bij ‘Diemer’

De vorige keer verdiepten we ons in de meest voorkomende voortzetting van de Teichman-defense.

 BDG5Teichm0  BDG5Teichm0

BDG5TeichmB0   BDG5TeichmB0

Waarin  6. h3 de standaardzet is We keken naar de variant waarin Zwart sloeg op f3. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Zwart kan terug naar f5. Dan verzeilt zwart in een heel andere variant, die ik later aan de orde zal stellen. Ik vind  varianten met een loper op f5 voor wit het lastigst, maar  hier zou wit na eerst Lg4 met h3 een tempo meer kado gekregen hebben, en dat moet voldoende zijn voor wit. Maar U zult 6. .. Lf5 maar zeer zelden aantreffen. Schakers vinden het niet prettig om toe te geven dat ze een verkeerde zet gedaan hebben en een stapje terug moeten doen.

Minder  gebruikelijk dan het vorige keer besproken 6. …. Lxf3, maar toch wel veel toegepast, is de zet waar we het nu over willen gaan hebben:

6. … Lh5. 

BDG5TeichmB1  BDG5TeichmB1

In de database van mijn eigen partijen vind ik hem negen keer.  En twintig keer 6. ….  Lxf3 Volgens mij is 6. .. Lh5 logischer dan Lxf3, waarmee zwart wel erg gemakkelijk afstand doet van zijn dameloper, die bij verdedigen van de zwarte koning best nuttig kan zijn.  Bovendien is het bezit van het loperpaar voor wit op zich al een kleine compensatie voor de pion achterstand. Daar komt bij dat wit in de Diemer altijd wel g4 wil spelen en dus het daarvoor noodzakelijke h3 kado krijgt.

In alle mij ter beschikking staande partijen in databases en boeken zijn de volgende zetten bijna verplicht  (en dus gelukkig gemakkelijk te onthouden) :

7. g4!  wie a zegt moet ook b zeggen. Je speelt een gambiet en dan moet je durven! 7. .. Lg6  8. Pe5 

BDG5TeichmB2   BDG5TeichmB2

Ooit kreeg ik hier ten antwoord:  8. … Le4?  Die zet is niet serieus te nemen.

Het vervolg was:  9.Pxe4 Pxe4 10.Df3 Dd5 11.Lc4 Da5+ 12.c3 Pd6 13.Lxf7+ en zwart had hier al kunnen opgeven. Ook 8. .. Pe4? is niet gevaarlijk. Na 9. Df3  Pxc3  10. bxc3 staat wit goed.

Er zijn drie, wel serieuze, antwoorden mogelijk na 8. Pe5 :

  •     a.  8. …  Pbd7
  •     b.  8. …  e6
  •     c.   8 .. c6  Dit kan dus direct, maar  dat komt meestal 1 of 2 zetten later toch wel en leidt dan ook tot de varianten  a en b. Dus dat laat ik maar even zitten.
  •   a.

Eerst maar   8. .. Pbd7

BDG5TeichmB3  BDG5TeichmB3

Vrijwel alle partijen die ik vond gaan op de volgende manier verder: (En ook lekker gemakkelijk te onthouden.)     8  …. Pbd7 9.Df3 c6 (b7 staat aangevallen, 9. … Lxc2?  10. Dxb7  e6  11. Pc6! Dc8  12. La6!) 10.Pxg6 hxg6 11.g5! (Wie a en b zegt moet ook c  zeggen.)

BDG5TeichmB4  BDG5TeichmB4

Waar moet dat zwarte paard naartoe? Naar 11. …  Pd5 ziet er niet prettig uit.  12.Pxd5 cxd5 13. Dxd5 en na een snelle korte of lange rochade valt er (zonder een pion achterstand) voor wit genoeg te schaken. Vooral de halfopen f-lijn biedt perspectieven. 

BDG5TeichmB5  BDG5TeichmB5

Maar waarschijnlijk hoef je niet eens je pion gelijk terug te winnen en kun je met 13. Ld3!  (ontwikkelen, veld f1 vrij maken) gevolgd door Tf1 ook gewoon op aanval blijven spelen.

Terug naar ons uitgangspunt, waar moet dat paard naartoe?

BDG5TeichmB4  BDG5TeichmB4

Niet naar d5, blijven dus over   A.       11. …  Ph7 en     B.       11. … Ph5

  • A.    11. …Ph7Ik denk niet dat je dit op ons niveau veel zult aantreffen. Maar het kan. Het paard zal later wellicht via f8 weer in het spel komen.

In mijn boeken vind ik hiertegen andere voortzettingen dan onze trouwe schaakmeester Komodo ons na lang nadenken adviseert. Maar zijn advies is simpel, logisch en gemakkelijk te onthouden. Dus neem ik dat hier maar over:

12. h4!  Zoiets noemen ze geloof ik een ‘prophylactische’ zet. Een dekking van pion g5 voordat het echt nodig is.  ‘Bij voorbaat’ zou je kunnen zeggen. Voor als zwart e6 of e5 zou willen gaan spelen.

BDG5TeichmB6   BDG5TeichmB6

Na  12…e5? heeft  wit dan tijd voor 13.d5! en bijna alle varianten gaan nu na al of niet slaan op c6 verder met Ld2 en 0-0-0.  Ik denk dat u tevreden zult zijn met uw stelling.

Na  12. .. e6  Is het gebruikelijkste witte plan ook :  Ld2  en 0-0-0. 

Tot zover de voortzetting  11. … Ph7  Nu de wat logischer aandoende andere mogelijkheid:

  • B.    11. …Ph5

BDG5TeichmB6B BDG5TeichmB6B

Nu hoeft hier g5 niet bij voorbaat gedekt te worden omdat het zwarte paard niet op h7 staat. Hier is het verstandig om de koningsloper naar c4 te ontwikkelen, met een  dreiginkje op f7.

Maar u kunt ook hier, als in de andere variant,  de voorkeur geven aan Ld2 en 0-0-0. Dat is overzichtelijk.  Daarna kan bijvoorbeeld vroeg of laat de koningsloper naar e2 (met dreiging richting Ph5) en Th1 naar f1. 

Dat zou bijvoorbeeld zo kunnen gaan:   11…Ph5 12.Ld2 e6 13.0–0–0 Le7 14.Pe4 Dc7 15.Le2 0–0 16.Thf1   wat leidt tot de volgende stelling, waarin wit voldoende heeft om zijn  pion achterstand te compenseren. Streef naar iets dergelijks:

BDG5TeichmB7   BDG5TeichmB7

Dat was dus een overzicht van een mogelijk verloop na 8. Pe5   en dan  Pd7.

Maar een tweede mogelijkheid na 8. Pe5  is gelijk

b.     8. .. e6

BDG5TeichmB8   BDG5TeichmB8

Deze stelling had ik eens met onze toenmalige kampioen Paul Ruber in een vluggertje vooraf. Ik wist het hier niet zo goed meer en speelde op gevoel maar 9. Lg2.  Ik kan me de nu volgende dialoog van twee middelbare heren nog wel ongeveer herinneren:  Eddy:  ‘Nu weet ik het niet verder.“  Paul:  “Ik vind dat wit best goed staat.”  Eddy: “Ik heb geen idee hoe het nu verder moet.”  Paul: “Nou ik heb liever wit hier. Zullen we van kleur ruilen?”  Eddy ongelovig aarzelend:  “Vind je??”  Paul pakt het bord op en draait het om. Ik zit achter de zwarte stukken. Kijk het even aan, pak het bord op en draai het bord weer terug. “Nee toch maar niet.” Tot mijn opluchting  moesten we toen het vluggertje afbreken, want het werd  tijd voor de serieuze partijen.    Nu ik bij Komodo te rade ben gegaan, weet ik:

Na 8. .. e6 is 9. Lg2 best goed. (naast 9. Lg5) en na daarna 9. ….   c6 (pion b7 staat op de tocht) ……………..?

BDG5TeichmB9  BDG5TeichmB9

Een mogelijke scherpe voorzetting is dan ( niet bang zijn! je bent toch gambietspeler!?) 

10. h4!!?  Waarschijnlijk de beste. Wit dreigt loper g6 in ernstige problemen te brengen met h4-h5.  Iets dergelijks zit ook in de Colle, u weet wel wat ik in Venetië ooit op het spoor kwam, en waar ik in 2012 Paul V. mee opknoopte in 18 zetten. Die grap vergeet ik dus nooit meer.    (Ook speelbaar hier, maar ietsje minder, maar beter voor uw bloeddruk  is of 10. 0-0  of 10. Tf1 met later 0-0-0)

Maar 10. h4!?   Dit is een stelling die weinig van uw tegenstanders zullen kennen, maar waarin zwart veel fout kan doen.  Het is een stelling die ook via een heel andere variant op het bord kan komen: de Gunderam-variant.  Waarover later meer.

BDG5TeichmB10  BDG5TeichmB10

De beste zet is hier 10. …  Lb4. Hierna  volgt 11.  Lg5  Want ooit wil wit toch lang gaan rocheren. Ontwikkelen, ontwikkelen, ontwikkelen! Waarna er nog veel te beleven valt. Enkele details daarvan stel ik wellicht in een volgende aflevering  aan de orde bij de Gunderam-variant. 

Hier eerst wat zwart gemakkelijk fout kan doen:

  • 10. …… Pbd7?
  • 10. .…. h6?
  • 10. …… Da5?
  • 10. .….Db6?
  • 10. …… Le7?
  • 10. …..Ld6?
  • 10. …..Lxc2!?

Het meeste leidt tot een heksenketel. Als u dit wilt spelen, zult u er zelf driftig op moeten studeren, eventueel samen met een computerassistent. (Ik zal het een en ander hieronder ook nog in wat levende diagrammen proberen te stoppen. Zal niet meevallen, want het telt veel varianten.) Die Gunderam-stelling is echt behoorlijk ingewikkeld. Maar wel heel leuk.

  • 10. …..Pbd7 lijkt een vernuftige manier om het loper-g6-probleem op te lossen. Maar is het niet. Omdat zwart wel zijn loper in veiligheid kan brengen, maar daarna een paard verliest.

 BDG5TeichmB11  BDG5TeichmB11

11.h5 Pxe5 12.dxe5 Dxd1+ 13.Kxd1 0–0–0+ 14.Ke2 Lxc2 15.exf6!

Voor uw gemak ook nog even als speelbaar diagram:

  • 10. … h6 lijkt logisch: vluchtgaatje maken. Maar helpt van de regen in de drop.

BDG5TeichmB13    BDG5TeichmB13

10…h6 11.Pxg6 fxg6 12.Dd3!!

BDG5TeichmB14  BDG5TeichmB14

 12. …  Pa6 (12…Kf7 13.Tf1 en zwart krijgt een verschrikkelijke aanval te verduren. Die koning moet weg van de f-lijn, maar dan volgt alsnog Dxg6, enz.) 13.Dxg6+ Kd7 14.a3 (om Pb4 te voorkomen) enz.  

  • 10. …..Da5

Dat doet niet veel, na 11. 0-0 Opnieuw dreigt h5

  • 10. …. Db6

Dit is leuker. Maar ook niet voldoende:

BDG5TeichmB16  5BDGTeichmB16

11. h5 Lxc2  12. Dxc2 Dxd4  13. De2 !!  Onthoud deze manoeuvre! Je ziet hem niet gemakkelijk aankomen,maar  hij lost wel veel op. Ook in andere varianten komt hij voor.

BDG5TeichmB17  5BDGTeichmB17

De beste zet is nu 13. … Ld6  14. Pc4  en nu lijkt 14. …  Lg3+ vreselijk, maar dat valt erg mee. Wit heeft een stuk extra, weliswaar tegen 3 pionnen, en verlies van de rochade, maar deze stelling is nog steeds beter voor wit.

Nog even voor de overzichtelijkheid:

  • 10. … Le7

Met soortgelijke konsekwenties als hierboven (en hieronder bij g.  … Lxc2!?) aangegeven:

11. h5 Lxc2 12. Dxc2 Dxd4 13. De2! Ld6  14. Pc4

            f.    10. …. Ld6

Dit probeert een andere oplossing te vinden voor het loper-probleem. Wel grappig.

BDG5TeichmB18  5BDGTeichmB18

11. h5  Lxe5  12. dxe5  Dxd1  13. Pxd1  Le4 (Pxg4 14. hxg6 en ook hier zou wit toch beter staan volgens de digitale geleerden. )

BDG5TeichmB19  5BDGTeichmB19

14. Tg1 Lxg2  15. exf6! Lf3  16. fxg7  met voordeel voor wit

Nog een keer, nu als speelbaar diagram:

BDG5TeichmB10   BDG5TeichmB10

  • 10. …Lxc2

Dan moet ik die loper maar kwijt, maar ik wil er wel veel voor terughebben! Misschien is dit de beste.

10…Lxc2 11.Dxc2 Dxd4 12.De2! (daar is ie weer) De stelling is vrijwel gelijk aan die  na 5BDGTeichmB17 hierboven, na  10. …. Db6. Alleen staat daar een pion op h5 en hier op h4.

BDG5TeichmB20  BDG5TeichmB20

Soortgelijk vervolg :  12. … Ld6  (12. …  Lb4, 13. De3!!) 13. Pc4 Lg3+ (Lb4 14. Le3! )14. Kf1 0-0  (14. … Pxg4 15. Pe4!   Of 14. …   Dxg4 15. Dxg4 Pxg4  16. Pe4!)  15. Pe4 (ook om g4 af te schermen)

Nu nog een keer als diagram:

En in al deze varianten zou wit beter staan.

Ik geef toe dat dat heel wat tijd vergt voordat u dit aan kunt durven. Maar duidelijk is dat er een aantal hoofdlijnen zijn. Als u die maar onthoudt dan moet het te doen zijn.

En als uw hart en bloeddruk niet tegen deze verwikkelingen bestand zijn, dan kunt u natuurlijk geen 10. h4 spelen, maar 10. Tf1 of 10. 0-0 , zoals ik al eerder opmerkte.

Mocht u nog met vragen blijven zitten (natuurlijk moet ik een keuze maken uit al die mogelijkheden en sla wel eens wat over) laat me dat weten, dan zal ik daar alsnog aandacht aan besteden.

Nu nog een paar leuke gerechtjes om uw gambiethonger wat aan te wakkeren (smaakt naar meer):

ES – Oscar  11.08.2013 

  

ES- Ask   04.07.2016

Leisbein – Anikajew corr. 1987

Dr Bachl – Eser 1959

BDG5, deel 1

Zie voor de vorige afleveringen bij ‘categorieën’  en dan bij ‘Diemer’

In de voorafgaande afleveringen bekeken we

–   het vreemde leven van Joseph Diemer

–   de Euwe-variant, 

1.d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3  exf3  5. Pxf3 e6

BDG5TeichmInleiding   BDG5Teichm.Inl.

–   de Bogoljubov- variant

  1. d4 d5  2. e4 dxe4 3 Pc3  Pf6 4 f3 exf3 5.Pxf3  g6

BDG5TeichmInle2  BDG5TeichmInl2

Van beide varianten hoeft wit niet wakker te liggen.  (Terzijde:  we bevinden ons nog steeds in het repertoire voor wit. Later volgt ook nog even wat voor zwart.)

De volgende variant is wat scherper, maar toch meer leuk dan gevaarlijk.

 – de Teichman-variant.

Na de 5 standaard-beginzetten volgt nu 5. Lg4       

1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3 exf3 5. Pxf3 Lg4

BDG5Teichm0  BDG5Teichm0

Kortelings schreef ik op de website dat Martin ( BDG-adept in wording? ) hier koos voor 6. Le2 in plaats van het gebruikelijke 6. h3 omdat hij bang was voor  – of versplintering van de koningsstelling  – of verlies van pion d4.  Maar dat is niet terecht.

A1       6. h3!  Lxf3 7. Dxf3 Dxd4??

BDG5Teichm1  BDG5Teichm1

Hierna speelt wit 8. Dxb7 en zwart staat verloren. Natuurlijk kan zwart zijn tegenstander de rochade ontnemen, maar dat weegt niet op tegen het verlies van  een Toren.

Twee voorbeeldjes:

8. …  Dh4+   9.Kd1 Dd4+ 10.Ld2 Dd8 11.Dxa8   +-  (+- betekent: met winnende stelling voor wit)

8  …  De5+ 9.Le2 Dg3+ 10.Kf1 e6 11.Dxa8 Lc5 12 Df3  +-  (idem)     

A2.   Een andere mogelijkheid die ik wel eens tegenkwam is   7. Pc6

BDG5Teichm2  BDG5Teichm2

Een zwakke zet.

Het beste antwoord is nu 8. Lb5!  Logisch omdat zwart zijn dameloper niet meer heeft, en wegens dubbele aanval op c6  zwart geen tijd heeft voor a6. Als je je pionvoorsprong niet gelijk wilt prijsgeven is alleen 8. …  Dd6 mogelijk.  ( ooit kreeg ik 8. …  Dd7 , maar dat is natuurlijk helemaal brandhout: 9. d5! En zwart verliest een stuk. Zelfs na 9. .. a6 10. dxc6 De6+ , want 11. Le2 volgt )  Na 8. …. Dd6

BDG5Teichm3  BDG5Teichm3

Volgt ook 9. d5!

9.d5 9…a6 10.dxc6 axb5 11.cxb7 Tb8 12.a4!  ± (betekent: met veel beter spel voor wit) Bekijk het maar eens. Zwart staat beroerd

A3.    Maar de meest normale zet is na 7. Dxf3 natuurlijk 7. … c6

BDG5Teichm4  BDG5Teichm4

b7 is gedekt en nu dreigt wel inslaan op d4. Wit moet dus kiezen uit  8. Le3  0f   8. Df2   Ook 8. g4 met toch offeren van d4 wordt wel gespeeld, maar dat vindt u misschien wat al te wild. En omdat we nu nog niet toe zijn aan een repertoire voor zwart laat ik dat maar even buiten beschouwing.

Ik stel voor dat u met wit kiest voor 9. Df2.

Reden: We stellen het meedoen van de loper nog even uit tot duidelijker is wat zijn taak zal zijn. Op e3 staat hij ook niet zo supergelukkig (ooit Pd5!?) En hoewel Df2 een beetje een tempoverlies lijkt, heeft het duidelijke pluskanten:

  • Ook hier zien we (met als in de Bogoljubov na De1) die dame vaak naar h4 vertrekken, en soms naar g3.
  • En je dekt voorlopig pion d4.

Meestal volgt nu 9. …  e6.

In mijn database van mijn eigen partijen vond ik daarmee 22 partijen. En geen enkele andere voortzetting. Terwijl er toch best nog wat meer mogelijk is.

Bijv. 9. … g6 maar na 10. Lg5  Lg7  11. 0-0-0  ( kijk lange rochade, nu wel weer eens! Meestal tref je aan in de Teichman korte rochade + verdubbeling van de torens op de f-lijn.) heeft wit niet veel te klagen. Zijn pion-achterstand wordt gecompenseerd door goede ontwikkeling en open lijnen. 

BDG5Teichm5  BDG5Teichm5

9. … Db6!?  Maar na Ld3, en g4 kan wit rustig Ld2 spelen, want slaan op b2 is levensgevaarlijk, en daarna rocheert wellicht wit toch weer lang.  8.  … Pbd7 met de bedoeling e7-e5 kan, doch leidt na 9. g4!  e5!?  10. g5! tot turbulente stellingen waarin het verschil van één pionnetje geen snars meer uitmaakt. En na Pbd7 alsnog e6 leidt tot dezelfde varianten als hieronder aangegeven.

Maar goed, niemand doet dat!

Terug naar het gebruikeijke 8. … e6

BDG5Teichm6  BDG5Teichm6

9. Ld3 Ik realiseer me ineens dat in de BDG deze zet de voorkeur heeft boven Lc4. Hier kijkt de loper naar de koningsvleugel, waar hij het liefst naartoe gaat, en liefst offerend.   (‘Vom ersten Zug an auf Matt’ (1957), noemde Diemer zijn boekje.) Hier wordt hij niet belemmerd door e6. Alleen tegen Bogoljubov’s g6 heeft het niet veel zin en wordt het Lc4. Ook in varianten waarin een zwarte loper op  f5 verschijnt. Maar daarover later.

Vaak volgt nu een variant waarin de witte Dame naar h4 gaat, kort gerocheerd wordt, en/of de Torens op die mooie f-lijn worden verdubbeld of dreigen te worden verdubbeld. Offers dreigen op h6, f6 en soms op g6.

Een voorbeeld van een dergelijk potje hieronder.

Maar eerst wijs ik even op twee zaken die fundamenteel zijn.

Ten eerste:

Veelal wordt door zwart Lb4? gespeeld, in de valse verwachting dat dat veel neutraliseert. Maar slaan op c3 hoeft wit niet te vrezen. Hij is weliswaar een paard kwijt dat vaak na Pe4 kan meedoen aan de aanval, maar daar staat tegenover dat zijn centrum nu berensterk is en hij daar niet naar om hoeft te kijen. Bovendien kan zwart die loper veel beter gebruiken om te helpen bij de verdediging. Dus Le7 is beter.

BDG5Teichm7 BDG5Teichm7

De volgende stelling (waarin zwart eigenlijk weinig meer verkeerd heeft gedaan, dan slaan op c3) is in feite al verloren voor zwart.

BDG5Teichm8  BDG5Teichm8

Hieronder kunt u dat op uw gemak naklikken. Ik wijs er even apart nog op dat het paard op f6 niet weg mag wegens mat op h7. En dat na Lg5 dat paard 3x staat aangevallen dankzij die heerlijke open torenlijn en dat, desnoods door een Torenoffer, op f6 de dekking van h7 wordt ondermijnd. En het is nu al te laat voor h6, want dan wordt er op h6 een Loper geofferd. Die manoeuvre Df3-f2-h4 is echt heel gemeen!

De meeste principiële manoeuvres voor de Teichman kunt u in de partij hieronder aan-treffen.

ES-Msjhellmond 2011 

Tenslotte nog een enkel voorbeeldje ‘ter leringhe ende vermaeck’.

(In deel 2 van BDG5 ga ik kijken, naar wat er zoal kan gebeuren als wit na 6. h3 niet op f3 slaat maar 6. … Lh5 speelt.)

Wittman – Pastor,  1973 

Diemer4

We hebben de  Euwe -variant bekeken. We zouden het nu gaan hebben over de Bogoljubov-variant. Met g6 en Lg7.

Die dankt zijn naam aan een aantal studiepartijen van Diemer tegen supergrootmeester Bogoljubov. Geen kleine jongen. Die speelde twee keer een match om het wereldkampioenschap met Aljechin. (Aljechin, Kasparov, en Fischer dat zijn de drie allergrootsten. Voor mij.) Diemer kende Bogoljubov persoonlijk, nog van zijn medewerking aan een wk-match in Baden-Baden. Bogoljubov wilde Diemer wel even helpen bij diens gepuzzel m.b.t. diens wondergambiet.

De Bogoljubov-variant schijnt bij echte schakers nogal populair te zijn. Bij surrogaat-schakers minder. Ik heb het zelf wel eens met zwart gespeeld in een vluggertje tegen Jan Vermeulen, kampioen AdH in 1980. Die speelde bij voorkeur verdachte, tactisch ingewikkelde openingen (vierpionnenspel KI, Budapester-gambiet, Svesnikov, en meer van dat type van soort) , en was dus ook een fan van Diemer. Maar verder komt het in de database van mijn eigen partijen nauwelijks voor. U hoeft dus niet bang te zijn er op uw niveau erg mee te worden lastig gevallen als u met wit BDG gaat spelen. En als u zwart heeft, zou ik u een andere opzet aanraden. Daar ga ik u later mee lastig vallen als ik over de BDG  voor zwart ga  mijmeren. Niet dat de Bogoljubov slecht is, maar toch wel lastig met zwart. Je moet wel erg veel weten, Ik ga er dus nu alleen over schrijven voor de witspeler.

Diagram4.1

1. d4  d5 2. e4 dxe4 3.Pc3 Pf6 4. f3 exf3 5. Pxf3 g6

Diemer41cLong Diemer4.1

6. Lc4 (Ld3 is tegen dit zwarte pionnenbolwerk niet zo zinvol) Lg7 7. 0-0 0-0

Er zijn nu diverse varianten. Met snel Pe5 , of Lg5

Het scherpst is de ‘Studier’- variant.

Diemer4.2 Diemer4.2

8. De1. Daar issie weer. Weer die eigenaardige zet. Net als in de Euwe-variant. Met dezelfde gemene bedoelingen: Dh4 en ‘vom ersten zug an auf mat’. Dit is de hoofdvariant van de Bogoljubov. Daar is heel veel op gestudeerd, want hij is kritisch. Ik ga u niet lastig vallen met alle ins en outs. Heel leuk allemaal. En heel spannend. Maar treft u een echte kenner, dan weet die welke variant zelfs winstkansen voor zwart oplevert. Het moeilijkst is de Leisebein-variant. (En zo sterk dat ik u misschien de Studier-variant (met De1) toch niet wil aanraden.)

(Maar misschien wilt u er toch mee experimenteren. Er is dus o.a. nog een variant met 8. ….  Pbd7 (niet naar c6 dus, als hierboven) gevolgd door Pb6 en Pd5  (Pachman). En er is een variant met 8. … Lf5 9. Dh4 waarna Lxc2 fout is, maar Pc6 beter. (zie hierboven) Wilt u er toch meer van weten, waarschuw me dan.)

Voor de leut toch nog een leuk voorbeeldje met de Studier. U kunt daarin zien dat de BDG zelfs in correspondentieschaak geweldige kortsluitingen kan opleveren:

Gegner – Tiemann  corresp. 1988

Maar ik denk dat het voor ons eenvoudige amateurs met een beperkt geheugen beter is het advies te volgen van IM Christoph Scheerer op www.chesspublishing.com: hij beveelt aan -om die reden-  hier (toch) lang te rocheren. En legt uit in een heldere analyse dat daartoe Lf4 beter is dan Lg5: Hij noemt het de Long Bogo-variant. Een begrijpelijke naam voor een begrijpelijke variant. Frank zal me weer schrijven: ‘dat moet te onthouden zijn’.

Diemer41b  Diemer4.1cLong

LongBogo-variant:   

(Later  raadplegen van Komodo10 heeft me opgeleverd, dat ook bij deze variant nog veel te onderzoeken en te experimenteren valt. )

Met zwart speelt u geen Bogoljubov.

Diemer4.1 Diemer41b

Maar een andere, nog door mij later te behandelen variant. Met wit speelt u de Longbogo.  (Onderonsje met Ron: 0-0-0 in de Bogoljubov dus! In andere varianten meestal niet!)

OK ? Afgesproken!

Ik zou het hierbij kunnen laten.   Maar ik kan niet nalaten u nog wat aardigs van de Bogoljubov laten zien.

Eerst een hoogst eigenaardig variantje: Daar hebben de BDG-ers een leuke naam voor.  Die variant slaat nergens op, maar het is wel in de  BDG-stijl:  “De Dolle Hond”-variant. De uitvinder is ene Tom Purser, die ergens schreef:  “Toen ik deze zet voor het eerst liet zien aan mijn Engelse dog, begon hij te janken, en kroop weg onder het bed.”

Als BDG-er moet je er tegen kunnen dat je wordt ingeblikt. Waar kun je dat beter van verdragen dan van je computer? Vele jaren geleden kon je ook nog wel eens winnen van een computer. Die kans zit er tegen Komodo10 of Houdini4 niet meer in. Ik had een nogal sterke reiscomputer. Hij is inmiddels bezweken. Ik treur nog elke dag om hem. Elo ong. 2050. Maar af en toe was het net een mens. Zelfs hij maakte soms de fouten waaraan je BDG-tegenstander zich hopelijk gaat bezondigen.

ES- TravelExpert, 2011

Dat was het weer. Voor vragen en opmerkingen houd ik me aanbevolen.

Tot de volgende keer. We komen dan misschien in de buurt van een nuttig zwart-repertoire.

Diemer2

Voor mijn gemak zal ik vanaf hier de naam van het Blackmar-Diemer Gambiet maar afkorten tot BDG. Tenslotte doen de fanatieke beoefenaars dat zelf  ook meestal. En die zijn er in ruime mate. Ik heb 6 boeken op de plank over het BDG. Maar ik heb niet alles. Er bestaat nog iets meer. Er zijn geen boeken bij van grootmeesters. Die geloven niet in dit gambiet. Ik weet maar van twee die het zelf wel eens speelden: Tartakower (geen kleine jongen, met veel theoretische varianten op zijn naam, bijv. in het Hollands, en in het Damegambiet) en Velimirovic (mocht er ook wezen).Wel zijn er partijen bekend van grootmeesters die met zwart van het BDG verloren! En het is zeker dat veel meesters op internet het wel met wit toepassen. Dan zitten ze verstopt achter een schuilnaam, en hoeven ze niet bang te zijn voor smalende opmerkingen van hun collega’s. Veel van mijn boeken zijn bovendien van vóór het supercomputer-tijdperk. Dus niet heel erg betrouwbaar.

Het meest solide en volledig vind ik een lijvig boek (404 blz.) van ….. een dominee: Tim Sawyer, The Blackmar-Diemer Gambit, keybook II, 1999.  Het is even schrikken op de titelpagina : “To the glory of my Lord and Savior Jesus Christ”. Ik vraag me af of die mijnheer wel voldoende tijd besteedde aan de zieke en behoeftige broeders en zusters van zijn parochie. Gezien de omvang en de kwaliteit van dit boek kan dat haast niet. Maar wat kan mij dat schelen. De man is in ieder geval heel eerlijk. Als hij het niet weet, of twijfelt, hoor je dat ook. Dat is in de meeste openingsboekjes wel anders.

Het is natuurlijk absoluut onmogelijk om op uw website alle varianten en mogelijkheden te behandelen. Ik zal dus proberen me te beperken tot hoofdlijnen, veel voorkomende stellingen en combinaties, en er wat inspirerende voorbeelden bij zoeken. Kortom proberen door het bos de bomen te blijven zien. ( jaja, taalgrapje ) Dan kunt u dat ook. Of me dat gaat lukken? Ik vrees het ergste. Proberen maar.

Er zijn afhankelijk van de aanpak van zwart een stuk of vijf hoofdvarianten van het aangenomen BDG.  Daar begin ik mee. En dan eerst de varianten die ik zelf het liefste voor mijn neus krijg. Ik schat ongeveer 500 BDG-partijen van mezelf – de meeste op internet- op mijn computer te hebben staan. Die zal ik ook vooral gebruiken in deze zomerserie op uw website. Niet omdat ik er trots op ben.  (Want schande, ik ben niet vies van computercontrole) Maar uit gemakzucht, omdat ik die voorbeelden dan het gemakkelijkst kan vinden en benutten. Ik speel het bijna standaard tegen Helena-schakers met een Helena-rating (niet te verwarren met een echte elo!) minder dan 1950. Want de opening is uitstekend geschikt -ook voor u-  om minder sterke tegenstanders in de war te brengen. En om tientallen andere openingen te omzeilen. En ook voor vluggertjes. Maar tegen echt sterke tegenstanders moet u ermee uitkijken. Of u moet kwaliteiten bezitten voor en snakken naar offertjes, en taktische wendingen van drie à vier zetten diep. En niet al te voorzichtig uitgevallen zijn. Meer iets voor Martin, of Jos, dan voor Gerrit.

Eerst de varianten als zwart het gambiet aanneemt. En eerst daarvan de m.i. minder sterke. Daarna sterkere. Tenslotte, maar dan zijn we weken verder,  de varianten als zwart het pionoffer weigert. (Als zwart gebruik wil maken van wits roekeloosheid en wil winnen, moet hij het gambiet aannemen! Dat geldt voor bijna alle gambieten. )   De varianten hebben illustere namen.

De Euwe- variant

Het liefste zie ik de “Euwe-variant” voor me verschijnen:

1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Nc3 Nf6 4. f3 exf3 5. Nxf3 e6   Het is een degelijk antwoord (logisch, dit advies kwam dus van Euwe), maar een beetje passief, omdat zwarts dameloper even niet aan de verdediging van de zwarte koningsvleugel kan meedoen. En dat is waar de BDG-speler het op voorzien heeft. Snel de stukken ontwikkelen, de open f-lijn benutten Meestal via de korte rochade. (Voor Ron: Lange rochade komt veel minder voor in de BDG. Maar is een enkele keer  ook wel eens sterk.) In de praktijk is de score in de Euwe-variant voor wit aanmerkelijk hoger dan in de andere varianten. Zwart moet heel secuur spelen, en maakt gemakkelijker fouten.

De koningsloper gaat vaak in de BDG naar c4. Maar in de Euwe-variant heeft dat niet zoveel zin wegens de e6-pion. Dus daar gaat de loper liever naar d3. De dameloper meestal naar g5. Dat zal u niet verbazen! Dus wordt het vaak zoiets als:

BDG1  BDG1

Houdini geeft hier een klein voordeel voor zwart. (-0.42) Daar zit een BDG-fanaat niet mee. Zijn stukken zijn ontwikkeld. De open f-lijn ziet er wel lollig uit. Maar hoe nu verder? 9. Dd2 komt wel eens voor. In de hoop op h6, en dan misschien ooit een offer op h6? En om Ta1-e1 (of anders Ta1-d1) te kunnen spelen. Maar verreweg het gebruikelijkst is 9. De1! Onthoud die manoevre! Ook in andere BDG-varianten komt hij voor. Op het eerste gezicht een rare zet. Maar de geniepige bedoeling is Dh4! Maar voordat het zover is kunnen we toch h6 spelen en die loper g5 wegjagen? Maar dat moet dan wel zo vroeg mogelijk, want hoe langer je ermee wacht hoe lastiger het wordt. Na 9. De1 h6 heeft wit – ondanks zijn pion achterstand- direct al minstens remise. En zwart heeft heel veel mogelijkheden om het fout te doen!!  10. Dh4!!  Hallo!?!? Toch!! Kijk, daar doen we het voor! Stukoffertjes!

BDG2  BDG2

Als zwart het stukoffer aanneemt, verliest hij! Er is hier maar één goede zet: ruimte maken voor een aftocht van de zwarte koning met 10  .. Tf8-e8. Zo is remise nog bereikbaar. Maar wie van uw tegenstanders gaat die verleiding weerstaan? Of kan zo ver rekenen?

Hoe het kan aflopen ziet u hieronder. (U hoeft niet de hele partij te doorlopen (mag wel). U kunt ook de zet 10. Qh4 in de tekst aanklikken.)  ES-Shah, 2014 

Hierboven trof u de stelling aan met een zwart paard op d7. Maar zwart kan natuurlijk ook streven naar een opstelling met Pc6 en/of  c5 en Pc6. Dat is eigenlijk wel logischer. De beste verdediging is nog altijd de tegenaanval.

Ik wil u hier even wijzen op een niet onbelangrijk detail dat op ons niveau nogal eens voorkomt:

BDG3  BDG3

U gaat natuurlijk gelijk bekijken of de bekende val hier werkt :  …. Pc6xd4    Pf3xd4   Dxd4  Ld3xh7+ met dameverlies voor zwart. Helaas die werkt hier niet! Want Dxd4 geschiedt met schaak. Dus komt wit niet toe aan Lxh7. Dat komt doordat wit hier al gerocheerd heeft!

Om die mogelijkheid erin te houden heb ik al ook wel eens beslist om de witte korte rochade nog even uit te stellen. Maar je kunt natuurlijk ook in bovenstaande stelling eerst Kg1-h1 spelen, om dat schaak van Dxd4 eruit te halen. Houdini acht hier drie zetten om de pion op d4 te ‘beschermen’  ongeveer gelijkwaardig: Kh1 (wel met een gemenigheidje dus), Le3 (maar dat voelt als tempoverlies), of  Pe4 ( wat leidt tot veel ruil van stukken en daar zit de BDG-speler niet op te wachten. Zonder stukken kun je niet aanvallen. Hoe dichter bij het eindspel, hoe meer die pion achterstand lastig wordt.

In onderstaand internetpartijtje speelde ik dus Kg1-h1, maar helaas de tegenstander trapte niet in de val. Wit heeft theoretisch onvoldoende compensatie voor zijn offerpion. Maar oh, oh. Zwart moet ogen van voren en van achteren hebben. De witte standaardmanoevre De1 en Dh4 komt hier niet aan de orde, maar er zijn nog wel meer leuke mogelijkheden:  (tik in de tekst op zet 9. Kh1)

ES – Nanne , 14.08.2012

In dit ‘type van soort’ stellingen wil zwart natuurlijk gebruikmaken van de mogelijkheid om c7-c5 te spelen. Lekker actief!

BDG5  BDG5

Ziet er degelijk uit! Als zwart het goed doet kan hij remise houden. Maar ohoh , wat kan hij veel fout doen!

Hieronder een partijtje dat ik in een vakantie tegen mijn “Gastgeber”  in Beieren speelde, zonder computer.

ES – Lemberger, 2003  

    Zo, een aantal belangrijke kenmerken van de Euwe-variant heeft u nu wel gezien:

Een offer op g5,

BDG2BDG2

of een offer op h6.

BDG4  BDG4

De geniepige dekking van d4 en het belang van het voorkomen van een schaak op d4.

BDG3  BDG3

en wat details rond c5 (na Pbd7)

BDG5 BDG5

Volgende keer nog even wat aandacht voor de zet c5 van zwart. O.a. hoe een grootmeester daarmee won. En dan ga ik een begin maken met de Bogoljubov-variant.

Diemer3

Ter herinnering: we waren bezig met een niet geheel correct, maar wel kansrijk gambiet, hardnekkig een leven lang gepromoot door een Duitse malloot: het Blackmar-Diemer Gambiet van Joseph Diemer. In de vorige aflevering bekeken we de Euwe-variant. M.i.  het minst gevaarlijke antwoord. Ik had beloofd nog wat te laten zien van een van de m.i. meest logische manieren om het met zwart te bestrijden, met een niet te laat c5 en Pc6.

Hoe pakt een echte grootmeester het met zwart aan? (Eerst maar in stukjes. Hieronder zal ik de hele partij in een ‘ levend’ diagram nog eens afdrukken.)

Randolph,John (2203) – Gurevich,Dmitry (2543)

1.d4 Pf6 2.Pc3 d5 3.e4 dxe4 4.f3 exf3 5.Pxf3 e6 6.Ld3 c5

BDG7   BDG7

Gelijk maar c5. Geen tempo verliezen, met eerst Pc6 wat pion c7 even blokkeert, of c6  en dan later   alsnog c5. Voorlopig weet wit wat hij nu het beste kan doen. Het is allemaal gemakkelijk te onthouden, voor beide partijen.

7.dxc5   Je moet hier kiezen: laat ik hem slaan op d4 of sla ik zelf op c5. Dat laatste schijnt iets beter te zijn. In een eigen partij (zie verderop) koos ik voor laten slaan en direct  7.Lg5  Ik had niet zo’n zin om de zwarte loper extra uit te nodigen om mijn korte rochade te gaan verhinderen. Maar deze witspeler vindt dat kennelijk niet erg.  7. ..  Lxc5 8.Lg5 h6 ( let op het tijdstip, ik herhaal: meestal is het hoe eerder  hoe beter.)  9.Lh4 Pc6

BDG8  BDG8

10. Pe4 ziet er logisch uit. Maar heeft als bezwaar dat het gemakkelijk gaat leiden tot ruil van stukken (Na 10. …  Da5+ of na 10. .. Le7). En , ik herhaal, dat vindt wit niet zo leuk. Met minder stukken kun je minder gemakkelijk aanvallen. Houdini vindt 10. De2 en dit keer toch wel lange rochade ( hier dus wel een keertje) ook een aardig plan.

10.Pe4 Le7 want vooral een grootmeester weet: stukken ruilen, en dan het eindspel met een pion meer winnen! 11.Lxf6 moet helaas wel, want het paard op e4 wil wit even behouden Lxf6 (pion op b2 staat in)

BDG9 BDG9

12.c3 Lh4+  want vooral een grootmeester weet ….. op naar een eindspel met een pion meer, enz. 13.Pxh4  Daarom had ik hier maar gelijk 13. g3 gespeeld. Dxh4+  14. g3 De7 15. Dg4  (Je moet toch wat. ” Misschien gaat hij zijn koningsstelling verzwakken.”  )

BDG10  BDG10

Dat gaat hij inderdaad doen, maar een grootmeester ziet snel dat dat niet veel kwaad meer kan.

15. .. 0-0  16. 0-0 is dit een blunder? Ja en nee!

BDG11 BDG11

16. …  f5!? Is dat stukwinst? Zo eenvoudig is dat nu ook weer niet. Je speelt tenslotte BDG, en dat is niet iets voor bangerikken. 17. Dh5 en nu hoopt wit waarschijnlijk op 17…fxe4 18.Txf8+ Dxf8 19.Tf1+ Dd8 20.Lxe4 . Zwart staat een stuk voor, maar er dreigt Dg6 en mat.

BDG12  BDG12 (analysediagram)

20. .. Pe7 de enige om Dg6 te voorkomen 21.Df7+ Kh8 22.Df8+ Dxf8 23.Txf8+ Pg8 24.Lg6 en het wordt remise. Maar ja, hij speelt tegen een grootmeester. Die ziet een eenvoudiger weg en heeft dat stuk helemaal niet nodig om te winnen.

Terug naar het werkelijk gespeelde,  zet 17….   .

BDG13  BDG13

17  … Ld7  Goed genoeg. Ook 17. … Pe5  of  17 .. b6 waren voldoende geweest. Ik hoef jouw stuk niet! Aanschouwt hoe de sterkste schaker rustig het initiatief overneemt en dan zelf tot aanval overgaat! (Speel het na op het ‘levend diagram hieronder)  18.Pd2 Pe5 19.Le2 Dc5+ 20.Tf2 Tad8 21.Pb3 De3 22.Taf1 Lc6 enz. 0–1

Randolph,John (2203) – Gurevich,Dmitry (2543)

Ik kan me voorstellen dat u nu denkt:

“Wat een malaise!

Aan mijn lijf geen polonaise!

BDG-gambiet?

Voor mij mooi niet!”

Maar Aris de Heer-spelers hoeven niet tegen grootmeesters te spelen.

(Althans zelden. Enige uitzondering : André Mulder die ooit tegen Adam Kuligowski moest spelen. Het moet rond 1980 geweest zijn.  Voor de NHSB-competitie, 4e klasse, Aris de Heer 2 – Koningsclub Bergen 2. Miljonair Pagel had die grootmeester laten overvliegen uit de USA voor zijn hobbyclubje. André deed het rustig aan. Hij had de hele avond de tijd. Hij speelde Gruenfeld-Indisch. Kuligowski (won dat jaar o.a. van Kortsnoi!) las de krant, keek af en toe even naar het bord en deed na enkele seconden zijn zet. Hij had wat haast, want hij moest het vliegtuig terug naar de USA nog halen. Dat lukte hem nog net. Pagel liet hem laat op de avond met laagvliegende taxi naar Schiphol vervoeren. André bleef wat verbijsterd achter. “Wat heb ik nu eigenlijk fout gedaan?”)

Maar uw tegenstanders zijn meestal zo vriendelijk u met een blundertje behulpzaam te zijn in stellingen waar ze wel goed in staan, maar die ze te moeilijk gaan vinden. Om u weer moed te geven om het BDG zelf ook eens te proberen:

ES – Haan   01.05.2014  

Inmiddels heb ik alweer zoveel op uw scherm gezet dat ik de Bogoljubov-variant nog maar een weekje moet uitstellen. Ik volsta nu met een voorbeeldje van een hoofdvariant daarvan. (Met 7. Pe5 en 8. Lg5)  Weet u vast waar het volgende keer over gaat.

Diemer – Sutterer

Tot de volgende keer!