Uit de kast gekomen, 4

Ik denk dat de voorzienigheid medelijden heeft met mij, wegens de  steeds dubieuzer kwaliteit van mijn geheugen.  Dat speelt me al mijn hele leven parten. Maar de chef daarboven, die alles ziet, helpt me vaak  een beetje. Altijd als ik  probeer iets aan de weet te komen, gebeurt er iets merkwaardigs. Een woord of begrip dat ik niet ken – iets nieuws , nooit van gehoord –  en ga opzoeken, staat de volgende dag uitgelegd in de krant. Een boek van een nog niet zo heel bekende schrijver X dat ik met mijn klas ging behandelen? Drie dagen later : “ Jongens, er stond gisteren een interessant interview met schrijver X in de krant. Toevallig hė. Moet je even lezen!”

Een week of drie geleden haalde ik een paar boeken uit mijn kast, die me wel wat leken voor de onderhavige serie. Daar waren bij

Magnus Biografie van een grootmeester”, 2014,  uitgave Thomas Rap  door Arne Danielsen  “ “Schaakwonder”, Hoe Magnus Carlsen de jongste grootmeester ter wereld  werd” uitgave New in Chess, 2004,  door Simon Agdestein,

Dat kon ik nu wel eens gaan gebruiken. Ik herlas er het een en ander van. Ja beide heb ik destijds wel helemaal gelezen. Want dat ging als vanzelf. Maar ja …..   dat geheugen …  En ja hoor, ook nu weer zijn daar ‘het hemelse gerecht’ (Vondel) , de voorzienigheid, de hoger sferen, de Providentia Dei of gewoon het toeval, weet ik veel.

Want  in het Noordhollands Dagblad van  Zaterdag 29 aug. behandelt Dimitri Reinderman  een partij van  onze jonge grootmeester Jorden van  Foreest tegen Simon Agdestein. En zondag 30 aug vertoonde de Vara de documentaire “Magnus” van Benjamin Ree op de TV.

Eerst even Reinderman citeren, die schrijft over de recente voor Nederland niet zo best verlopen online Olympiade. “De match tegen Noorwegen werd wel gewonnen en daar speelde een bijzondere speler op bord 1. Niet wereldkampioen Magnus Carlsen, maar zijn voormalige coach Simon Agdestein, die eind jaren 80 in de top-20 van de wereld stond. Dat is op zich al knap, maar hij was toen ook Noors voetbalinternational. Helaas moest hij  begin jaren 90 zijn voetbalcarriėre opgeven vanwege een knieblessure. Tegenwoordig is hij vooral actief als  coach op de Noorse sportacademie, maar af en toe speelt hij zelf nog.”    Zijn  behandelde rapidpartij tegen onze jonge grootmeester van Foreest eindigde na ongelofelijk veel vuurwerk en chaotische toestanden in remise.

Agdestein was de ontdekker van Carlsens talent, en in diens jeugdjaren zijn schaakleraar. Na wat informatie over kleuter- en peutertijd via andere bronnen, begint zijn boek eigenlijk pas echt vanaf het moment dat hij zelf Magnus ontmoette en onder zijn hoede kreeg. Dat was in 2000, toen Magnus 9 jaar was. Hij beschrijft hun samenwerking en publiceert talloze partijen van het ‘slimme ventje’ tot en met het jaar 2004. Dat was het jaar waarin Carlsen als 13-jarig mannetje de eerste grootmeesternorm behaalde bij zijn eerste echt succesvolle toernooi, in Wijk aan Zee, het Chorustoernooi. Agdestein en ook Danielsen beschrijven hoe al spoedig de toeschouwers meer samendromden voor de spelersafdeling van de C-groep dan voor de afdeling van de supergrootmeesters  van de A-groep (met o.a. Anand, Leko, Topalov, Kramnik en meer van dat type van soort).  Die C-groep was trouwens ook best nog behoorlijk sterk. Daarin bereikten  bijv. in 2004 ook Sipke Ernst en Jan Smeets  de grootmeesternorm. Maar Magnus, dat ventje waar toen eigenlijk weinigen wel eens van gehoord hadden, won de C-groep met de formidabele score van 10,5 uit 13. Ik stond toen ook zelf achter die horde belangstellenden. Ik heb in mijn fotoarchief geen eigen foto van de Carlsen van toen kunnen vinden. Omdat ik niet in de buurt kon komen wegens de enorme belangstelling, of omdat een foto niet interessant vond omdat ik nog geen flauw idee had wat dat jongetje voor de schaakwereld zou gaan betekenen? In beide boeken wordt vermeld dat Magnus met zijn vader ’s avonds in een Italiaans restaurant ging eten. En dat Magnus alleen pasta lustte!  Nou dat klopt. André Mulder en ik gingen (gaan) daar na toernooibezoek ook altijd eten. Bij Tarantella. We hebben daar ooit aan de tafel naast Anand gezeten, toen hij puber was. En ook in 2004 naast de tafel van Magnus en zijn vader. Die waren samen naar Wijk aan Zee getogen, en niet met de hele familie op reis, zoals het jaar ervoor. De zussen hadden na alle zon van hun wereldreis niet zoveel zin meer in dat kille Hollandse klimaat. Geen mens had toch kunnen bedenken dat die knul die daar een beetje ongeïnteresseerd puberaal op zijn stoel hing de latere wereldkampioen zou worden!

Ik vond nog wel mijn foto van 2006. Toen hij de B-groep won als 15-jarige. Het jaar daarop in de A-groep, bij de supergrootmeesters. In 2010 won hij die voor het eerst.

Carlsen in 2006.

Ik zal wat jeugdpartijtjes voor u diagrammeren uit het ruime aanbod van Agdestein.

Voor zijn eerste grote succes, winnaar in Wijk aan Zee 2004 groep C, moest hij dus Sipke Ernst en Jan Smeets achter zich laten. Ik laat hier volgen hoe Sipke Ernst van het bord werd gemept. Het begon rustig met lang theorie van de hoofdvariant van de Caro Kann. De opening waarvan Donner destijds vond dat dat iets was voor lafaards, en dat die opening voor zwart verboden moest worden. Omdat het allemaal te saai was. Maar Carlsen heeft geen moeite om de saaiheid aan te pakken. Na een wat mindere 17e zet van zwart gaat hij er op los. En de genadeklap  is een prachtig paardoffer dat heel precies moet zijn uitgerekend, en waar Ernst niet van terug heeft. Je kunt je zoiets toch niet voorstellen van een kereltje van 13.

Magnus Carlsen – Sipke Ernst



Bij het Chorus-toernooi was ook aanwezig de organisator van het beroemde, zeer druk bezochte Aeroflot-toernooi in Moskou. Kennelijk geïmponeerd door het spel van Magnus nodigde die de hele familie Carlsen uit om naar Moskou te komen tegen zeer aantrekkelijke voorwaarden: reis en logies betaald voor de hele familie. Dat was aantrekkelijk voor allen. Na een jaar wereldreis was het geld van de Carlsens wel een beetje op, in Moskou was veel interessants te bezoeken. Wat ze graag deden. Magnus had graag bij een toernooi zijn familie om zich heen, en kon daar heel sterke grootmeesters als tegenstanders verwachten. De reis werd een succes. Carlsen speelde sterk, bereikte zijn tweede grootmeesternorm, en ook hier brak er een ‘Magnum-koorts’ uit. Enorme belangstelling van het publiek. En dat is zowiezo in Rusland in die tijd ruimschoots aanwezig bij schaakevenementen. Er zijn nog extreem veel schakers in Rusland, na de jarenlange staatssteun tijdens de communistische jaren.

Zo was men bijvoorbeeld diep onder de indruk van zijn partij tegen de geduchte grootmeester Dolmatov. Die werd in 1978 jeugdwereldkampioen, in 1979 tweede bij het Russisch kampioenschap, enz. Die stond bekend als in expert in de Hollandse Opening ( 1. d4 f5 )  Die wordt tegenwoordig niet veel meer gespeeld. Hij staat als niet sterk bekend. Ik heb wel eens gezocht naar goede varianten ertegen maar zonder veel succes. Ik kreeg het idee dat theoretici er een beetje  op neerkijken, maar dat er weinig partijen zijn die het dédain rechtvaardigen. Maar Carlsen maakte er inderdaad even gehakt van. In 19 zetten wordt Dolmatov van het bord geveegd. De media raakten er niet over uitgepraat.

Carlsen – Dolmatov



In 2004 speelde Magnus ook mee in een snelschaak/rapid-toernooi in Reykjavik. Daar trof hij voor het eerst wereldkampioen Kasparov. De eerste partij tegen hem werd een sensatie. Magnus kwam rond de 30e zet gewonnen te staan, maar Kasparov kon met een pion minder ontsnappen in een eindspel met ongelijke lopers. Toen ik daar destijds van hoorde, dacht ik, ach ja Kasparov heeft die 13-jarige  natuurlijk onderschat en een beetje te veel risico genomen. Maar Agdestein drukt die partij af en ik heb hem (daarbij de computer veel tijd gunnend voor degelijke analyse) ingevoerd in Komodo 14. Dan vallen mij een paar dingen op: Wat spelen beiden ongelofelijk correct in zo’n 25 minuten-partij. Komodo ziet nergens ernstige fouten. En hier is echt geen sprake van onderschatting. Die knul speelt gewoon ijzersterk, en agressief. Kasparov komt daardoor slecht te staan. In de documentaire “Magnus” laten ze fragmenten van die partij zien, en het is prachtig om te zien dat Kasparov het weet.  Zijn clowneske mimiek en zijn lichaamstaal verraden verbazing en een beetje wanhoop! Na één kleine onnauwkeurigheid van Magnus kan de wereldkampioen nog net ontsnappen.

Magnus Carlsen – Kasparov




Na afloop gaf Kasparov toe dat hij verloren had gestaan. Dat deed hij bijna nooit! En ook voorspelde hij  dat Carlsen als hij geen tegenslagen zou krijgen ooit wereldkampioen zou worden.

De 2e partij tegen Kasparov verknoeide Carlsen!   De dertienjarige reageerde achteraf met zelfhaat met de legendarische woorden:  : “Ik speelde als een kind!”

Maar het was wel een wonderkind. Over Carlsen zouden nog 20 publicaties op de website kunnen worden uitgedokterd, maar ik heb het over boeken uit mijn boekenkast, en omdat  Simon Agdestein alleen Magnus’ jeugd beschrijft tot en met 2004 , en Danielsen geen partijen opneemt, wil ik het hierbij laten.

Het was me een genoegen met die twee boeken opnieuw kennis te maken. “Schaakwonder”zal wel niet meer te koop zijn, maar “Magnus” 2014 tot mijn verrassing wel. Als e-book zelfs, inmiddls sterk afgeprijsd : 4,90 euro!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *