Spelletjes, ronde 9

Nee geen spelletje schaak, maar een spelletje spelen bij een spel schaak. Enkelen maakten er vanavond een spelletje van.

Het zal de lezer van mijn wrochtsels wel eens zijn opgevallen: ik ben een liefhebber van ‘praatschaak’.    Het woord zag ik voor het eerst zo’n zestig jaar geleden. Het was de titel van 2 ‘ooievaars’pockets. Die bevatten mooie verhalen over schakers en schaakgebeurtenissen. Ik weet niet meer wie ze geschreven had. (PS Ik heb het intussen uitgezocht. Auteur : Mr Evert Straat ) Maar ik verslond ze.  Waarom eigenlijk ? Omdat ze vaak grappige gebeurtenissen beschreven rond mensen waar ik als beginnend clubschaker huizenhoog tegen opzag. Heerlijk om even legitiem een voyeur te mogen zijn in het leven van beroemdheden. Heerlijk om te zien dat lieden als Aljechin, Euwe, Donner,etc. ook maar gewoon mensen waren. Deze geestelijke afwijking ben ik nog steeds niet kwijtgeraakt. Bijna alles wat later op dit terrein verscheen staat in mijn boekenkast. Toen ik in de recente kerstmail van schaakwinkel  ‘De beste zet’ las dat er een boekje is verschenen ‘Meine Schachgeschichten’  van Vladimir Hort, ter gelegenheid van zijn 75e verjaardag, had ik maar één gedachte: ‘Dat moet ik hebben. En vlug een beetje!’   Wat daarbij ook meespeelde is dat ik Hort enkele keren als commentator bij een schaaktoernooi heb zien optreden en daarvan genoot. Ik zie hem nog voor me. Een geweldige grootmeester, met heldere analyses, maar toch heel innemend bescheiden en heel geestig. Met die altijd grappige klank van Duits of Engels uit de mond van een Tsjech. Bij een Najdorf op het demonstratiebord : ‘Toebietoe or not toebietoe, zets ze kweztjen.’ Binnenkort zal ik u even laten weten of  Hort in dit boekje nog net zo op dreef is.

Even een beetje praatschaak van eigen bodem. Ik zag dat er spelletjes gespeeld werden. Leuk om ook menselijke trekjes waar te nemen bij  de dichtbijzijnde coryfeeën die je bewondert.  De manier waarop Bert en Ron de avond begonnen, vond ik op zichzelf al een spelletje: Bert begint met 1 d4. Ron verzinkt in een lang gepeins. Veel langer dan strikt noodzakelijk. Hij wist al uren geleden dat hij vanavond met zwart tegen Bert moest. En de zet 1 d4 kan hem onmogelijk verrast hebben. OK, hij wil nog even blind bekijken of hij die ooit  voorbereide variant nog wel paraat heeft. Maar bij zet 1, en zeven minuten lang? En dan ….  Ik stel me zo voor dat Bert na 1 … c5 iets gedacht heeft als  ‘ Haha grappenmaker, dat kan ik ook! ‘  . Die verzonk ook in zwaar gepeins. Om ook na zo’n 7 minuten te antwoorden met 2 d5. Alsof hij niet al lang wist dat dat de beste is.  Hoeveel partijen hebben ze al gewisseld met bijv. het Wolga-gambiet? Veel!  Het was een poos Ron’s lijfopening toen  hij bij ons  binnenstapte. Ik ben er dus van overtuigd dat ik getuige mocht zijn van een onvervalst stukje psychologische oorlogvoering. Heerlijk.

Tot mijn plezier gebeurde er heel dichtbij gelijk nog zoiets. Peter speelt 1 e4. Martin legt zijn smartfoon heel even weg en tuurt naar het bord. En om zich heen. Lang. Heel heel erg lang.  Alsof hij voor het eerst achter het bord zit. Zo lang dat ik verwacht dat hij straks gaat piepen “Meester, mag ik nu ook op de eerste zet twee vakjes vooruit, of mag hij dat alleen?”  Hij speelt na  heel lang nadenken 1  … c5 . Ook psychologische oorlogvoering? Misschien is hier toch wat anders aan de hand. Ik denk dat hij nu dingen dacht als : “Ik heb geen zin in Italiaans of zoiets. En dat krijg ik dan tegen Peter natuurlijk. Is er geen verdacht gambietje? Of is Peter’s schaak daar nu toch al een beetje te goed voor. Is er geen echte opening waar ik niet veel van weet, maar Peter misschien nog minder. Of zal ik toch maar ….  “ Ja, dat kan even tijd kosten. Evenmin denk ik dat het tijdens de partij  hervatte langdurig turen op zijn digitale speelgoed psychologische oorlogvoering was. Hij moest op zijn beurt lang wachten op zetten, omdat Peter het gauw erg moeilijk vond worden, en Martin probeerde zo gewoon de verveling te verdrijven. Maar het kan toch op Peter wel zijn overgekomen als enige minachting voor zijn dappere pogingen om overeind te blijven.

Toch was Martin m.i.  iets te  onzorgvuldig toen hij met 8 …   e5 het veld d5 aan wit overliet, een gezellig veld voor een lastig paard (terwijl het veld d4 door c3 nog wel voor zwart ontoegankelijk kan worden gemaakt). (diagram verderop)  Daar had zwart als hij wilde winnen nog aardig last van kunnen krijgen. Peter ging goed op weg,  maar sloeg ergens een verkeerde zijweg in. Niet op tijd met c3 een zwart paard d4 voorkomen. En/of met Pd3 de witte penningloper weggejaagd. En toen stortte zijn stelling ineens totaal in.  (‘levend’ diagram verderop) Peter wilde echter nog even les krijgen over hoe je met een toren meer kunt winnen. Pas toen hem dat in concreto was toegelicht, gaf hij op.

Was het voor een amateur-psycholoog wegens bovenstaande gebeurtenissen al een grappige avond, ook leuk was de partij tussen Gerrit (zwart) en Matthijs. Gerrit speelde de opening als gebruikelijk met zo weinig mogelijk complicaties, en met de gedachte : Ik weet dat je best tactisch soms aardig uit de hoek kunt komen, maar dat kost me te veel denkwerk, ik houd het overzichtelijk, ik pak je wel in het eindspel. En verdomd, dat lukte ook nog. Hoewel Matthijs de hele partij best beter had gestaan, en Gerrit nergens tot iets leuks had laten geraken, verknoeit hij eigenlijk zijn behoorlijk degelijk avondje schaak in het eindspel, door één verkeerde beslissing. In zo’n hardloop-wedstrijdje: Welke pion promoveert het eerst? De jouwe of de mijne. Nou die van Gerrit dus. Had Matthijs wel de mazzel dat Gerrit toen hij die dame had tegen een zeer ver opgerukte vijandelijke  vrijpion niet wist hoe zoiets te winnen. Dat staat in het boekje ‘Eindspel voor beginners’. Maar Gerrit is in het eindspel geen beginner, dus die heeft dat boekje waarschijnlijk overgeslagen. Of misschien vermoedde hij wel dat zijn stelling op winst stond, maar was het een sportief gebaar naar Matthijs. Misschien dacht hij : ‘Je hebt zo je best gedaan vanavond, vooruit maar, remise.’ Of misschien dacht hij: “Ik ben moe, ik wil naar huis.”  (zie diagram verderop) Omdat het eindspel me leerzaam lijkt, en we in de club hadden afgesproken aan het eindspel wat meer aandacht te besteden (1,2,3,4 komt er nog wat van 5,6,7,8 we wachten al zo lang ) zal ik zeer binnenkort daaraan een apart artikel wijden. Beloofd!

U ziet dat ik deze avond veel heb zitten denken, aan wat mensen allemaal achter het bord zaten te denken. Wellicht dat ik binnenkort te horen krijg dat sommige van mijn gedachten over hun gedachten echt nergens op sloegen. Nou ja, dat merk ik dan wel. Het was dan in ieder geval goed voor wat praatschaak.

Ron zag toch maar af van een Wolgagambiet (Benkögambiet) en wilde er een ouderwetse Benoni van maken. Wat niet helemaal lukt, omdat Bert kennelijk hem uit zijn repertoire wilde halen door na 4  .. exd5 niet 5. cxd5 te spelen, maar 5. Pxd5. Waarop zwart het best de paarden ruilt. Het lijkt op dezelfde stelling uit te draaien, maar dat is toch niet helemaal zo. Het lijkt erop of wit in deze pionnenformatie wat beter staat mèt paarden op het bord dan zonder. De ouderwetse BenOni wordt bijna niet meer gespeeld door grootmeesters  omdat de stelling prettiger is voor wit. Maar na de paardenruil is dat minder duidelijk. Omdat kennelijk nu Ron niet meer op bekend terrein zit, begaat die wel een kleine onnauwkeurigheid, wat Bert met een verrassende damezet probeert aan te tonen. (zie  diagram verderop) Zijn belangrijkste dreiging is nivellering door een onontkoombare dameruil.  Voor Bert hoeft duidelijk winst vanavond niet. Ron denkt weer heel lang na. Hij wil wel winnen. Denk ik. Maar dat zal ineens lastig worden. Zonder dame en zonder rochade. Van de schrik kiest hij van drie mogelijkheden de minste. Dan zit er voor hem echt niks leuks meer in. Na 10 zetten komen de heren remise overeen. Bert loopt grinnikend rond. Die vond het ook allemaal wel grappig.

De partij tussen Ab en Frank (zwart) was vanavond het meest een gevecht. Frank leek Frans te gaan spelen, maar maakte er toch maar een Kan-variant van het Siciliaans van. Omdat Ab eigenlijk zich dit keer in de opening heel redelijk opstelde, bleef het lang spannend. Zwart kreeg desondanks wat meer mogelijkheden.  Maar had plotseling in het nadeel kunnen geraken na een verkeerde 10e zet, maar ook Ab zag het niet.  (zie bewegend diagram verderop) Daarna  gaf zwart het initiatief niet meer prijs.  Als oppervlakkige toeschouwer dacht ik dat Ab het bij zet 21 toch nog allemaal nog wel een beetje in de hand had.  Frank vond echter dat wit moeilijk stond.  Ik vroeg het thuis aan de heer K.  Die was het volledig met Frank eens. De zwakte in de witte stelling was een achtergebleven pion op de c-lijn.  ( zie diagram verderop) Waar zware artillerie tegen werd opgesteld.  Bijna volgens een boekje speelde Frank naar de winst. De dreiging over de c-lijn werd benut voor het creëren van nieuwe dreigingen, o.a.  via de d-lijn. Er werd een kwaliteit gewonnen. Steeds ontstonden er logisch weer  nieuwe dreigingen. De zware stukken  vielen binnen. De witte koning stond niet veilig meer (na foutief f4) .  Afgelopen.  Ik dacht dat Frank geluk had gehad bij het volvoeren van zijn  winstplan. Ik zei het ook nog hardop.  Maar bij echte  analyse met behulp van de  heer K. bleek dat onzin. Het was gewoon – afgezien van zet 10 – een heel gave regelmatige winstpartij. Ik zal in het vervolg wat beter kijken voor ik zulke uitspraken doe.  Ook beloofd!  En tot troost voor Ab: hij speelde niet slecht, maar tegen Frank in deze vorm was hij niet opgewassen. Geen schande.

Wat illustratief materiaal bij bovenstaande:

Bert-Ron  Een verrassende damemanoeuvre:  Da4!?   (terzijde : alleen mogelijk omdat die paarden Pc3 en Pf6 eraf zijn)

    BertRon  (8. Lg2)

8.  Lg7 [Hier wachtte wit even op, want nu kan die loper niet meer naar e7 en dus wordt dameruil nu onvermijdelijk!]  9.Da4+ !!   [9.Pf3!?]  9…Ld7 [de een iets beter dan de andere maar dameruil is niet te voorkomen]  [9…Pd7!?; 9…Dd7!?]  10.De4+ De7 [enz.] Dus maar remise gegeven.

Peter-Martin

Het belangrijke veld d5:

  Peter – Martin (8.Lf4)

8. … e5? Een veel voorkomende pionformatie. Ik leerde al heel jong uit een boekje van Euwe dat in soortgelijke stellingen het lastig kan worden dat veld d5 beschikbaar komt voor paard of loper, terwijl op veld d4 een zwart stuk niet welkom is wegens verhindering door c3.  Toegegeven, tegenwoordig zie ik toch wel eens Siciliaanse partijen waarin zwart dat aan zijn laars lapt, maar toch …. Ik houd er niet van.

Het instorten van de witte stelling door een kleinigheid:  Stelling na 12. Pd5



Matthijs-Gerrit

De eindstelling. Gewonnen voor zwart m.i.  Maar remise gegeven. Stelling is ontstaan na een verkeerde aanpak van wit die minstens remise had kunnen houden. Maar over dat alles later veel meer! Beloofd.

  Matthijs – Gerrit (43…Dg6+)

Een klein charmant missertje bij Ab-Frank:

Ab – Frank Diag



Hierna de stelling die ik verkeerd beoordeelde want die achtergebleven pion op c2 onvoldoende serieus genomen en de onveiligheid van de witte koning ( na f4 ? ) ook:

 Ab – Frank (21.Lxe4)

steeds weer Hoe buit je een voordeel uit door vanuit de ene dreiging een nieuwe te  creëren?  Zo dus:



Prettige feestdagen en een gezond 2020 met prachtige schaakresultaten gewenst door uw wepmeester.

Eindcorrectie moet nog plaatsvinden