Schaak-Miniaturen

 

Ik beloofde u enige tijd geleden al een artikel over schaakminiaturen. Met als achterliggende gedachte dat we zo de nieuwe functie van het 'levende diagram' in ons website eens lekker kunnen benutten: een diagram waarop de hele partij kan worden nagespeeld.

Het is vaak heel leerzaam. Het zijn veelal openingsgrapjes. (uiteraard, want die partijtjes zijn nu eenmaal kort) Je moet ze één keer gezien hebben, en het overkomt  jou niet meer! Bovendien zijn die korte partijtjes meestal leuk. Aan zo'n ongelofelijke afgang van een andere schaker kunnen wij heel veel plezier te beleven. ('Schadefreude ist die beste Freude') Als het jezelf overkomt is het minder lollig natuurlijk. Dat is waarschijnlijk de reden dat ik van u allen totaal geen reactie kreeg op mijn verzoek om mij wat uit uw eigen archief op te sturen.

Als je die term 'miniaturen' als zoekopdracht intikt, valt de oogst tegen. Het woord blijkt in de schakerij twee betekenissen te hebben : 1.korte schaakpartij  en 2.schaakprobleem. Er bestaan boekjes met miniaturen in de tweede betekenis, maar met betekenis nr. 1, ho maar.

Na wat vruchteloos rondgestumperd te hebben op internet kwam ik op de lumineuze gedachte het eens in een andere taal te proberen :  "Kurzpartie"  en "Short Game". Hoera, succes! Daarna in mijn archief van de eigen partijen gezocht. Viel ook tegen. Als je bijv. maximaal 16 zetten als norm  neemt. Gelukkig kreeg  ik wel 15 korte potjes van André, die hele dagen op internet zit te vluggeren. Die geniet pas bij een klok op 5 minuten. Brrrrrrr! Dat wordt een soort pokeren. Maar bij vluggertjes komen nu eenmaal vaak kortsluitingen voor. En het aardige is dat zulke vluggertjes op internet bewaard blijven en na afloop meestal weer tevoorschijn getoverd kunnen worden.  (Van uw eigen natura-vluggertjes achter het klassieke schaakbord bent u natuurlijk binnen een uur de details vergeten) Dus PaulKlee (André's alias) is ook een belangrijke bron voor mijn artikel.

Waarop moet ik voorsorteren? Op opening? Op Elo? (hoe hoger de Elo van de verliezer, hoe leuker) Op uitschieters op de lengteschaal (hoe korter. hoe grappiger) Lang lopen tobben, maar ik kwam er niet uit.

Dus …. vooruit maar. Ik pak maar wat! Gewoon van alles door elkaar.

Voor de zekerheid (voor u overbodig natuurlijk) een tip bij de 'levende' diagrammen: Als u klikt op + onder het diagram komen alle zetten automatisch langs. Als u klikt op = stopt het automatisch afspelen.  Met > komt de volgende zet,  met << de beginstelling, enz.  U kunt natuurlijk ook gewoon een zet in de zettenlijst aanklikken om de gewenste stelling op te roepen.

Met tikken op het scherm (tablet, smartphone) of  op uw desktop schuiven  met een schuifbalk onderaan uw scherm, kunt u de grootte van het diagram wijzigen. (Maar dan kunt u misschien de zettenreeks niet meer lezen. Even uitzoeken wat voor u het handigst is.)

Je hoeft niet persé een prutser te zijn om middels een miniatuurtje van het bord geveegd te worden. Het volgende overkwam nota bene Kortsnoi in 2004. Het verhaal wil dat hij na afloop nog een uur hoofdschuddend achter het bord zat te analyseren. Het is een doodgewone variant in het Spaans:

Morozevich-Kortsnoi     (Er is een variant bij zet 8 en bij zet 12)

Je zou zeggen dat elke opening zo zijn eigen mogelijkheden geeft om enorme fouten te maken ( of te laten maken) in de beginfase. Maar er zijn fouten die zelfs populair zijn in meer openingen. Beginnende schakertjes houden we voor: Pas op voor de velden f2 en f7! Maar voor de gevorderde beginner kan met evenveel recht worden benadrukt: Kijk uit voor een dame op e2 of op e7!! En vooral in het Budapester gambiet! Daar kunnen stiekeme dames de vreselijkste onheilen aanrichten.

Een voorbeeld van de bekende val :      Laga-Contedini, Leipzich 1960

Maar ook in Fajarovic-variant van de Budapester ( 3 ….. Pe4)  komt hij voor. Het zal je maar overkomen!  Dian Cheri,S – Wan,K (1898)   Mallorca  2004

En let op! Er is een spiegelbeeldige situatie in het Wolga-gambiet!  In de door mij zo graag misbruikte Zaitsev-variant. ( 5. Pc3 en 6 e4 )   Hallo, dat is toch pionverlies!!?? Jawel. Hoewel!  En zwart moet dan wel die geniepige witte dame in de smiezen hebben. Die Zaitsev-variant deugt niet, maar voor die  achterbakse dames kan niet genoeg gewaarschuwd worden.

Men had Paul Tayler (Purmerend) kennelijk onvoldoende geïnformeerd over de gevaren van het vrouwelijk schoon, want hij trapte er in, tegen Eddy Saraber op 18 febr. 2010.

Toegegeven dat Tayler niet zijn avond had, maar zelfs hooggekwalificeerde grootmeesters kunnen in zo'n val trappen. Alleen spartelde zwart hier nog iets langer na. Maar had net zo goed na zet 9. kunnen opgeven!   Zontakh,A (2545) – Milanovic,D (2420)  Belgrado, 12.02.1998

Er zijn miniaturen in soorten en maten. Het is me echter wel duidelijk geworden dat sommige openingen en sommige schaakvariëteiten zich beter lenen voor miniatuur-optredens  dan andere.

Onze ex-Aris de Heerder André  (deserteur!)  is in het open circuit verzot op varianten met 3. …. f5.  Officieel: 1. e4 e5  2. Pf3 Pc6 3. Lb5 f5!?  Maar wegens niet al te hoge frequentie van het Spaans speelt hij het zelfs na 1. e4 e5  2. Pf3 Pc6  3. Lc4 …….. f5!? De ene variant nog dubieuzer dan de andere. Maar ik heb wel begrepen dat je als je het niet weet heel gemakkelijk met wit de mist in kan gaan.

Het wilde ons maar niet lukken vast te stellen wat het verschil is in het Spaans tussen de Jaenisch/ variant en de Schliemann/variant. Dus ook Wikipedia geraadpleegd:

" The Schliemann 's Defence or Schliemann–Jaenisch Gambit (ECO C63), 3…f5!?, is a sharp line in which Black plays for a kingside attack, frequently sacrificing one or two pawns. Considered by many to be somewhat dubious, it is occasionally used in top-level play as a surprise weapon. This variation was originated by Carl Jaenisch in 1847 and is sometimes named after him. Although later named for German lawyer Adolf Karl Wilhelm Schliemann (1817–72), the line Schliemann actually played in the 1860s was a gambit variation of the Cordel Defence (3…Bc5 4.c3 f5). The most common responses for White to 3…f5!? are 4.d3 or 4.Nc3, with play after 4.Nc3 fxe4 5.Nxe4 going 5…d5, with great complications to follow, or 5…Nf6, which generally leads to quieter play."

Duidelijk is wel dat het minder gebruikelijke van deze variant in combinatie met de geringe bedenktijd van het vluggertje (wat ook raadplegen van openingsmateriaal en computer moeilijk maakt) leidt tot spannende situaties en veel fouten, veelal in een vroeg stadium. Tot miniaturen dus.

slaviabegic-paulklee35

En met 3. Lc4 f5?  NN-paulklee35

Wordt vervolgd! En graag tot ziens!