SVESHNIKOV OVERLEDEN

Het schokte me wel even. Op mijn leeftijd word je wat te vaak geconfronteerd met de eindigheid van het bestaan. En nu Sveshnikov weer. Alweer zo’n mens die ooit invloed op je had. Waar je ooit wat van geleerd hebt. Anders dan veel andere schakers waar ik ooit wat over schreef (Bronstein, Kortsnoi, Talj, Donner, Prins, Fischer, o.a.) kan ik me niet herinneren hem ooit in levenden lijve te hebben zien optreden. Misschien was hij niet zo vaak in Nederland. Ik zie nu wel bij Wikipedia dat hij in 1981 derde werd bij het Hoogoventoernooi. Misschien dat ik mij toen even van de schakerij had afgewend. Hij won wel enkele toernooien elders, niet zoveel als sommige landgenoten, maar  bijna altijd eindigde hij wel in de top.

Zijn grootste  verdienste voor de schaaksport echter is, denk ik, dat hij rond 1970 een opening uitvond  die er voor de schakers die met de lessen van meester Euwe zijn opgegroeid  belachelijk primitief uitzag. Zwarte koningstelling aan gruzelementen, achtergebleven zwarte pion op d6 , een sterk veld op d5 voor de tegenstander.   Maar tot ieders verbazing bleek het niet echt weerlegd te kunnen worden. Zwart krijgt er sterke mogelijkheden voor terug : centrumpionnen en snelle stukontwikkeling. En nu 50 jaar later wordt het  nog steeds  gespeeld door supertoppers. Bijv door Carlsen tegen Caruana in de match om het wereldkampioenschap. Voor schakers met een superdelux geheugen is het minstens een remisewapen geworden.

Ik heb in mijn leven vaak gezocht naar openingen die me konden helpen om op  ons armzalige onderbondniveau en met mijn armoedige schaakkwaliteit ook eens een partijtje te winnen. Dat lukte gelukkig wel eens dankzij wat meer kennis van een toenmaals nog bijna nooit in onze contreien zichtbare  opening. Liefst moest de kennis daarvan ook kunnen voorkomen dat ik ongelofelijk veel andere openingstheorie in mijn  wrakke geheugen moest zien te injecteren.  Ik was er bij mijn eerste pogingen om wat schaaktheorie machtig te worden, ik was toen 19,   al gauw achter gekomen dat het voor mij onbegonnen werk was om al die openingenboekjes van Euwe door te worstelen en dan ook nog te onthouden. Siciliaans leek me wel wat, maar pffff ……  de Scheveninger, de Najdorf, de Boleslavski, de Draak, de Grand Prix, de  ‘gesloten’  variant , iedere variant  goed voor een heel boek.  Eén van mijn eerste studie-objecten was derhalve wat toen de Jachtvariant heette, ofwel de Lasker-Pelikan heette. 1 e4 c5 2. Pf3 Pc6 3 d4 cxd4 4 Pxd4 e5  Het had geen geweldige reputatie maar het was niet zo bekend!

Niet dat ik er nu zo vaak mee won – gek genoeg werd het in deze agressieve opening toch vaak remise, maar dat was met zwart  toch al iets – maar het gaf wel het genoegen de grote ogen en de schrikachtige blik te zien die de witspeler na je vierde zet opzette. Later werd die variant verder onderzocht en ging tenslotte de Kalasnikov  heten. Vaak echter toch overgaand in de Svesnikov , die ontstaat na 1 e4 c5 2. Pf3 Pc6 3 d4 cxd4 4 Pxd4 Pf6! Pc3 e5 ! Dus als zwart een zet later begint te ‘jagen’.

Ik hield direct na het lid worden van mijn eerste schaakclub (Het Vrije Veld, in 1955) mijn notatieboekjes goed bij. Ik heb ze allemaal nog en ben erin gaan spitten. Mijn eerste ‘jachtspel’  was in 1959. Bij schaakclub Tarrasch.  Mijn eerste ‘jachtspel’ bij Aris de Heer was in maart 1975 tegen Paul(!) Kuijer. En  toen begon al gauw ook bij mij de  Sveshnikov -variatie door te dringen . Een verbeterd jachtspel, hoera !!!!!!  Dat was spekkie voor mijn bekkie. Er kwam steeds meer literatuur over aan de markt !  Ik ging dapper aan de studie. De eerste keer dat ik het gebruikte was in 1977 tegen Th.  Roet, die inmiddels een keer of tien kampioen van (het toen veel ledenrijkere) Aris de Heer was geworden. Het werd de partij uit mijn schaakverleden waar ik het meest trots op ben. Die speelde bovendien een erg belangrijke rol bij het verwerven van mijn 2e clubkampioenschap. Weshalve  hier alsnog mijn dank aan die geweldenaar  Sveshnikov. Ik heb die partij  al eens eerder voor u afgedrukt, dus nu maar niet. (Waar blijven trouwens uw partijen waar u zulke goede (of slechte) herinneringen aan heeft?) Daarna ging ook Roet er zich wat in verdiepen. Maar dat hielp voorlopig niet erg. Een paar weken later was het weer raak. Weer een Sveshnikov, Die ging  als volgt. Roet was niet op zijn best. Wellicht had hij de moed al opgegeven, of begonnen voor hem toen ook de jaren te tellen.

Dankuwel mijnheer Svesnikov.

Hierna vind ik nog wel een twintigtal partijen in mijn notatieboekjes met deze opening, Mijn belangstelling ervoor begon wel te tanen toen ik merkte dat op ons niveau vrijwel niemand het sterkste  6 Pdb5 speelde, maar wegens gebrek aan kennis 6. Pb3 of 6.  Pf3, waarna zwart wel gelijk alle problemen van de nazet te boven is, maar waarna die leuke agressieve stellingen meestal ook gelijk van de baan zijn, met te vaak remise tot gevolg. Althans bij mij.

Inmiddels is de Svesnikov bijna tot op het bot geanalyseerd. Bijna. Want hoewel er inmiddels veel heel dikke boeken over zijn geschreven, worden er nog steeds wel nieuwe mogelijkheden ontdekt. Svesnikov zelf heeft eens opgemerkt dat wit beter de zwarte ‘jacht’-opzet kan voorkomen door 3. Lb5. Een andere mogelijkheid om de Svesnikov (en veel andere Sicilianen) te omzeilen is beginnen met  2 c3. Veel tegenstanders van Svesnikov zagen het al gauw niet meer zitten om tegen deze man het normale Siciliaans te spelen en probeerden het met de Alapin (2 c3) . Met als logisch gevolg dat dit schaakgenie zich daar ook fors in verdiepte. Wat leidde tot een vuistdik boek (574 bladzijden) in 2010 : Evgeny  Sveshnikov : ‘The complete c3 Sicilian  The Alapin Variation by its greatest Expert‘  Hij concludeert met heel veel bewijsmateriaal dat van de 2 mogelijke beste antwoorden – 2 d5 en 2 Pf6 – de laatste toch de beste is. Daar heb ik ook nog wel wat voorbeelden van in mijn boekje, maar die zal ik u besparen, u heeft waarschijnlijk wel genoeg van mijn egotripperij. Maar ik wilde alleen even benadrukken dat ik met het voorafgaande alleen even wilde benadrukken hoe belangrijjk die Svesnikov was. Zelfs voor sommige onderbondschakers. Ik was na enige tijd niet meer de enige adept. Ik verloor bijv. smadelijk in 2001 tegen A. Laan van Caïssa die kennelijk inmiddels ook goed op de hoogte was. Ja, toen was voor mij de  lol er wel een beetje af. Mijn recentere partijen ermee op internet laten ook zien dat er naar mijn  smaak nu te veel eenvoudige schakers zijn die het ook kennen.

Nu even een partij van de grote meester zelf:

Het moge u hieruit duidelijk worden dat Sveshnikov hoorde tot de categorie van agressieve schakers die probeerde de stellingen lekker leuk te houden.

Svesnikov werd in 2017 nog wereldkampioen bij de senioren. Kort voor zijn dood was hij nog actief. Hij stierf woensdag 18 augustus jongstleden op 71-jarige leeftijd aan latere  complicaties van Corona.

Alweer een door mij bewonderd mens overleden. Bah!

Eindcorrectie moet nog plaatsvinden

2 thoughts on “SVESHNIKOV OVERLEDEN”

  1. Hallo Eddy,
    Vandaag 28 augustus 2021 wijdt Hans Ree in NRC ook aandacht aan Sveshnikov en geeft ook de partij Geller-Sveshnikov!
    Dus je hebt Ree met VIJF dagen verslagen in actualiteit.

  2. Weer een sterk artikel van jouw hand en het spreekt me aan.

    Uit mijn archief blijkt dat ik, met wit, de Sveshnikov voor de eerste keer speelde in, inderdaad!, 1970, maar wel via de Kalashnikov.
    Met wit kreeg ik altijd graag de Sveshnikov tegen me wegens veld d5 waar je zo mooi een paard op kan zetten, zeker als je eerst Pf6 verwijdert met de dame-loper.
    Die partij uit 1970 verloor ik wel tegen J. Piket maar nu, na 50 jaar, zag ik, met Fritz13, dat ik na 15 zetten groot voordeel had gekregen maar dat voordeel vergooide ik. Dank zij jouw artikel weet ik nu dat ik toentertijd van de sterke Piket had kunnen winnen.

    Ik zal niet zeggen “ga zo door! ” want daarvoor zou het nodig zijn dat er weer een bekende schaker moet overlijden.

Reacties zijn gesloten.