Gewassen en afgedroogd. (15 maart 2019)

Ik dacht dat we met onze winst op Purmerend ons wel veilig hadden gesteld. Dat was niet zo.  Ons clubje moest ook nog even minstens gelijk spelen tegen de jongens van De Pion uit Wormer. Ik had er wel een beetje een zwaar hoofd in, gezien derzelver elootjes op de nhsb-site. Maar ja, ik ben nu eenmaal een pessimist van nature.

Het begon voor mij prettig. Langs een lokaal waar dansles werd gegeven. Wat onstuitbaar de  pezierige herinnering bij me opwekte aan de dansles die ik zelf onderging ter voorbereiding op het afdansen voor zilver met ster, vijftig jaar geleden. Dat was niet mis, net als wat ik hier zag, met lange variaties door de hele zaal heen. Ik weet er nu totaal niets meer van. Ik zou er geen stap meer van kunnen nadoen. Ben benieuwd wat ik over vijftig jaar me nog van schaakopeningen kan herinneren. Dat wordt nu ook al steeds minder.

Het speellokaal was zeer geschikt voor flitsloze fotografie. Veel licht. Ook prettig voor mij.

Die jongens allemaal vriendelijk, nou ja, op één na, maar dat speelde geen rol van betekenis, en velen met gevoel voor humor.

En het begin was vertrouwen wekkend. Velen van die van ons hadden hun huiswerk gemaakt, en ze deden allemaal erg hun best. Hun (wep)meester zag het met genoegen aan.

2S7A5300WEB


2S7A5308WEB

Het eerste resultaat kwam binnen van het bord van ons Gerritje. Die maakt er een traditie van als eerste zijn klokje te kunnen stilzetten. Maar dit keer na een prima gespeeld partijtje, met pionwinst na een uiterst listige en behoorlijk diep berekende combinatie. Voor de tweede keer deze week werd hij geconfronteerd met een Koningsgambieterige opening, maar nu kwam hij er zonder kleerscheuren af. En na zijn pionwinst wist hij ook koelbloedig de daarna wel mogelijke tegenaanval van zijn tegenstander te neutraliseren. Toen de kruitdamp was opgetrokkken en wij dachten dat hij zich nu zou gaan opmaken voor winst in het door hem zo geliefde eindspel, bood hij remise aan. Wat vraagtrekens opriep bij Ron, Bert en mij. Ik denk dat Gerrit het zekere voor het zekere wilde, na vier nederlagen in de externe en wetend dat de elo van Martin Selie wat hoger was. Hij verontschuldigde zich met “Ik zag geen winst”. Meester Ron stuurde hem later een mail met aanwijzingen hoe dat dan had gemoeten. Na voltooiing van dit verslag zal ik het ook nog bekijken met  behulp van  Prof Dr Ir K. , inclusief Ron’s suggesties. (Die heeft ook niet altijd gelijk! Zelfs Meester Ron is maar een mens.)

Daarna gebeurde er heel lang niks.

   2S7A5306WEB

Bert speelde als vanouds diep geconcentreerd en veilig en principieel. Tegen van het Half-slavisch een Meraner. Gelukkig een rustige versie en niet de door onze Frank met zwart vaak verkozen agressieve versie met dxc4, b5, a6 en c5. Na 11 zetten vond ik dat het er prettig uitzag. Er lijken kleine mogelijkheden  voor wit te zijn. Mits met geduld gebracht. En dat heeft onze Bert wel. Alles blijkt ook nog steeds voor te komen in de boekjes. Maar daar heeft Bert nu weer niet veel geduld voor. Maar hij is nu eenmaal een slim mannetje, die veel zelf wil en kan uitvinden.

  Bert – Wormer (11…h6)

Het meest gespeeld wordt hier 12. b3. Maar nog iets beter is misschien  Dd3 of het door Bert gespeelde gewoon 12. Le3.   Hans Post , de tegenstander van Bert, kan er ook wel wat van, maar maakt toch een foutje bij zet 17.

  Bert – Wormer (17dxc5)

17. … bxc5?  (beter Lxc5!? want 18. Lxh6 Ph5 en g4 kan niet wegens Dg3+)  want dat overziet  18. Lxh6! Omdat na gxh6 Dxf6 volgt. En het gespeelde  18. … Lxf3?  (toch maar gxh6!?) 19. Dxf3 Le5 ? maakt het er niet beter op. Zwart staat nu gewoon een pion achter zonder compensatie. Voorzichtig en zorgvuldig schuift Bert verder. Maar op zijn beurt  laat hij het misschien een beetje wegslippen bij zet 28. Lg3?  (Lg5!?), waarbij hij aanstuurt op remise door herhaling van zetten.

Bert – Wormer (29…)

Prof Dr Ir K. ziet hier toch nog wel mogelijkheden. Die ziet het na toch weer 30. Lg5 nog wel zitten.   Ondanks het feit dat zwart wel wat compensatie voor zijn pion heeft. (Die loper op d4 is wel een lastpak. Die pion op e5 met die twee torens erachter, wat gaat die doen? Lijkt ook een onbetrouwbaar individu. Een terrorist? O.a.)  Maar Post vindt het stilzwijgende remise- aanbod wel best natuurlijk. De knullen hadden wel even wat agressief tegen elkaar aan lopen duwen, maar eindigden weer als vriendjes.

Bij ons Paultje (zwart)  ging het er Spaans aan toe. Bij zet 13 raakte Paul een klein beetje achterop. Tot dan staat het allemaal nog wel in de database. Bij zet 17 heeft wit 2 manieren om een sterk veld op d5 te bezetten. Met paard of met loper. Hij kiest gelukkig de verkeerde. Zwart heeft weer gelijkspel. Maar bij zet 19 gaat het dan toch mis.

  Wormer – Paul (19.Pe2)

Met 19. … c4! was zwart goed overeind gebleven, maar na 19. .. Lb5? 20. c4! (‘Nou ik dan maar! Ben ik van die dreiging af.’) 20. … bxc3? (Pxd5!?) 21. Pxc3 staat wit beter. Zwart heeft dan twee zwakke pionnen op de damevleugel plus een zwak veld op d5, en daar gaat wit zich terecht op richten. Zwart krijgt  ruimteproblemen. Wit kan de d-lijn bezetten.

Na zet 29 staat wit echt geweldig. Niet doordat Paul zoveel rode strepen in zijn schriftje moest krijgen,  maar doordat Bart Weststrate op zijn bordje heel sterk zit te spelen.

  Wormer – Paul (29. Tcd1)

Ik heb wel eens iemand horen beweren dat Paul pas echt goed gaat spelen als hij in moeilijkheden is geraakt. Ook nu verdedigt Paul zich op dat kleine aantal vierkante centimeters dat hij nog heeft met veel vernuft, maar het helpt dit keer niet. Wit laat zich niet afleiden. Zijn voordeel wordt met elke zet wat groter. Paul raakt derhalve een kwaliteit achter, en probeert nog wat op wit’s koningsvleugel.  Alles tevergeefs. Ik zag aan zijn sippe gezichtje dat hij er zelf een beetje bang voor een slechte afloop werd.

  2S7A5316WEB

Na zet 37 stort hij (nou ja, zijn  stelling) in:

  Wormer – Paul (37.Dc4)

37. … Le6 ?? 38. Txd6! Dxd6  39. Txd6! Lxc4 (daar had hij op vertrouwd) 40. Txg6 !!!

   Wormer – Paul (40.Txg6)

En zo blijft wit minstens een stuk voor. ( fxg6  bxc4 )  Knap hoor van wit!  Zwart geeft op en vraagt om genade. Paul valt weinig te verwijten. Die andere jongen was gewoon groter en sterker.

Hierna verandert de partij van ons logeetje Bert Keizer ook in een echt vechtpartijtje.

Het was een Aljechin-opening.  Toevallig schreef ik deze week in het verslag van de laatste interne dat die opening niet veel meer voorkomt. Prompt nu dus wel! Zoals ik toen ook schreef, kun je daar dus een witspeler best wel even mee overvallen. Dat gebeurt nu dus ook. Na 1. e4 Pf6 2. Pc3   (Beter e5  natuurlijk, maar dan moet je wel ‘Oom Jan leert zijn neefje schaken’ e.d.  uit je hoofd kunnen opzeggen)  2. … d5!? 3. exd5 Pxd5  4. d4 Lf5  (Pxc3 en g6 !?)  heeft Jan Koopman het gebruikelijke zwarte openingsnadeeltje  wel achter zich gelaten. Die verzint daarna een lange reeks gezonde zetten. Bert bedenkt nog een avontuurlijke uitval met Db5 gevolgd door  Dh5, maar daar wordt zwart niet zenuwachtig van. Hij neutraliseert eventuele boze bedoeling tegen zijn koningsstelling door wit min of meer te dwingen tot dameruil, en hem kan daarna eigenlijk niets meer gebeuren. In tegendeel, hij krijgt langzaam een beetje initiatief. Tegenstootjes van Bert worden ook onschadelijk gemaakt. Bij zet 23. wordt het spannend:

  Bert Keizer – Wormer (22…Pde7)

23. Pc2? ( 23. f3!?  Pf5  24. Pc2)  23. … d5 en zwart staat wat beter.  Tot hiertoe is het een vrijwel gelijk opgaande strijd geweest. Maar nu verzint Tom Poes een leuke list, waar helaas iets niet van klopt.

  Bert Keizer – Wormer (23…d5)

Bescheiden terug met die toren en ja, geef mij dan toch maar zwart na daarna 24. … e4. Maar wit probeert na lang nadenken 24. dxe5. Mis poes. Ik sta ernaast en murmel: ‘Staat een heer van stand nu  echt overal alleen voor?’ Ik denk dat Tom Poes iets bij zet 26 gemist heeft.  Geforceerd volgt: 24. … dxe4 25.exf6 Txd2! (dat zal hij nog wel gezien hebben)  26.fxe7 Pxe7 (Maar dit niet meer, denk ik. Ordinair pionverlies dus). Zwart kan op winst gaan spelen. Gelukkig verknoeit hij het bij zet 28 op zijn beurt dan ook wel even. Vanuit een dan weer gelijke stand gaat hij weer opnieuw moedig het gevecht aan.  Ongeveer op dat moment komt de schoolfotograaf langs, en Jan wil wel even op de foto. Hij wil echter niet naar het vogeltje lachen want zijn spelletje is even veel te spannend.

    2S7A5312WEB

Bij zet 32 werd het volgende plaatje zichtbaar:

  Bert Keizer – Wormer (31…g5)

Hier zou 32. Pc7!  een goede zet geweest zijn, waarna wit nog lang weerstand had kunnen bieden.  Enkele voorbeelden:

32.Pc7

32. ..Tb6 33.Td5 Ph4 34.Txg5   (0.28)

32. ..Ke7 33.Pxb5   (0.50)

32. ..b4 33.Txd6 Pxd6 34.cxb4 axb4 35.b3 (0.60)

32. ..Txd1+ 33.Kxd1 Pd6 34.Ke2 (-0.25)

32. ..e3 33.Txd6 Pxd6 34.fxe3 fxe3 35.Ke2 (0.90)

32. ..f3 33.gxf3 exf3 34.Txd6 Pxd6 35.Kd2 g4 36.Ke3 (0.00)

32. ..Th6 33.h3 f3 34.Td7+ (0.15)

Maar wit speelt 32.b3 en zwart voorkomt direct alle hier boven aangegeven ellende van een paard op c7  met  32. … Tc6! En staat beter.

En na 33. Tc1? komt wit er niet meer aan te pas. Via 33. …  Ke6 (witte paard in problemen) 34.c4 (er is niks anders) bxc4 35.bxc4 raakt een pion in de misère


Bert Keizer – Wormer (35.bxc4)

Pd6! 36. Tb1  de pion op c4 is toch verloren. …  Txc4  En die pion voorsprong geeft zwart niet meer weg. Onze Bert2 wordt op de grond gedrukt,daar vastgehouden, en het eindspel met pluspion wordt tegen een nog wel taai tegenspartelende Bert naar winst gevoerd. (Zo moet dat dus.) Ik moet helaas toegeven dat Jan Koopman na zet 32, tot zet 47, heel erg sterk en heel erg foutloos speelde.

Helaas voor ons want nu begint het er toch een beetje akelig uit te zien. Het staat nu 3-1 voor de jongens van Wormer. Is er nog hoop dat we het gevecht met de jongens van die school om de hoek onbeslist kunnen laten eindigen?

Onze eigen grootste jongens zijn nog niet weggelopen. Daar hoort tegenwoordig ook Martin bij. Die is het afgelopen jaar zo gegroeid. Die hoort niet graag het gebruikelijke “Goh, wat ben jij al groot geworden’, maar het moet toch even gezegd. Die heeft in de zeven knokpartijen van het afgelopen seizoen het  beste gepresteerd van allen. Drie tegenstanders moesten met blauwe ogen en bloedneuzen huilend terug naar hun moeder, en vier konden niet van hem winnen. Onze Martin is met 71% zeker de succesvolste van ons knokploegje. 

Hij had deze avond weer zijn Engelse knuppel meegenomen. Maar daar had zijn tegenstander een geheel eigen wapen tegenover gefabriceerd. In mijn database  ‘Wapens tegen het Engels’ zie ik bij zet 4 voor zwart elf voorbeelden, maar niet wat Peter Hoek hanteert. Het moet een maaksel uit de eigen creatieve handenarbeid-Hoek  zijn. 

  Martin – De Pion (4.Pc3)

4. …. Pe7  Mij leek het niks. Het paard blijkt op weg naar g6. Maar waarom staat het daar beter? Lc5 of Lb4 zijn heel gebruikelijk hier. Maar ja, creativiteit hoef je niet altijd te kunnen begrijpen.  Als je er niets mee hebt, kan het natuurlijk gewoon aan jezelf liggen. De foto van de schoolfotograaf laat duidelijk zien  dat het ook voor Martin nog wat te moeilijk is. Zeker daar toch nog steeds wat te jong voor.

  2S7A5302WEB

Maar uit zijn zetten blijkt dat niet. Hij doet het goed, staat beter tot zet 10 en daarna zelfs heel veel beter. Het lijkt of hij ook deze knul beentje gaat lichten.

 Martin – De Pion (15…Dc7)

Tot zet 16. Ik stond erbij en keek ernaar. Ik was blij  dat ik zelf niet hoefde te kiezen,  uit 16. f5 of 16. e5.  Ik denk dat ik het maar met 16. e5 geprobeerd had. Een paard naar het mooie veld e5 jagen  leek me niet ideaal. Maar ja. Onze hoogleraar Prof. Dr Ing. K. heeft me intussen gelijk gegeven.  En ook Peter zelf toont aan dat 16. f5? niet de beste is. Snel verliest Martin zijn voordeel. 16. … Pe5 17. Lf4?   ((Pf3!?   (0.45) ) De7  =   en het is duidelijk dat nu beide spelers in het gevecht hun wapens kwijt zijn geraakt en er nu met blote knuisten verder tegenaan moeten. Na zet 22. lijkt Martin’s tegenstander aan de winnende hand te zijn.  Het wordt zo spannend dat andere jongens hun eigen tegenstander even laten staan, en hier omheen gaan staan kijken.  Wel stil natuurlijk, niet luidkeels  ‘Mar-tin! Mar-tin! Mar-tin’ scanderend, wat ze anders altijd doen.

  Martin – De Pion (26.Pd2)

Zwart heeft vier stukken gericht op een achtergebleven pion op e4. Wit dekt hem drie keer. Kan zwart nu slaan? Nee, daar zit een grapje!

Hieronder het grapje en als variant hoe de gozers het verder in het echt afhandelden. Hoek ziet wat er dreigt en maakt een hoekje vrij voor zijn koning. Daarna knokken beiden alsof ze het boekje “Hoe houd ik mij vechtersbazen van het lijf?” grondig hebben bestudeerd. Ze verwaarlozen geen van beiden hun dekking, dus geen enkel stoot komt hard aan. Beiderzijds knap gedaan allemaal. Geen van beiden ernstig gewond geraakt. Remise.


Wat doet onze Jos vanavond?

Toen ik een eerste foto maakte van de zaal was alleen zijn stoel leeg. Hè?? Nu alweer zijn bekende snelle remise? Maar nee. Hij dook weer op met een kopje thee. Daarna natuurlijk weer een ongebruikelijk en enigszins verdacht openingsnoepje, om ook de tegenstander wat te sabbelen te geven.  En zo diens  aandacht af te leiden. Om eventueel daarna van onverwachte zijde  aan te vallen. En als altijd lukt het hem ook nu weer om zelf de eventueel wat minder zoete smaakjes te compenseren.  Na zet 12 geeft Prof Dr Ir K.  al aan : gelijke stand. En vanaf zet 14 : beter voor zwart!  Hoe flikt hij ‘m dat toch steeds?

Maar toch leren we Jos, onze hoop voor de toekomst, ons geniale vriendje, vanavond heel anders kennen dan tot nog toe.

  2S7A5319WEB

Ten eerste:  veel somberder. Hij kijkt nu een beetje als de ‘Geniale Vriendin’ uit de thans lopende mooie gelijknamige Italiaanse serie. Natuurlijk was hij er nooit zo een van een rondedansje met de knuistjes omhoog na een geslaagd experimentje. Maar altijd een beetje neutraal gezicht.  Anders dan anders is het gezicht dat hij nu bij zijn rondwandelingetje trekt. Op sombere toon:  “Ik sta niet goed!”  Als ervaren pedagoog probeer ik hem op te monteren. “Ik vind het nogal meevallen!”  Heeft heel  weinig effect. De hele avond blijft het somberheid troef. Misschien speelde een rol dat hij intussen wist dat hij de verreweg brutaalste vechtersbaas van de Wormer buurt had getroffen. Met minstens 150 elopuntjes meer dan hij meestal tegenover zich aantreft.

  Wormer – Jos (13…Le7)

Paternotte probeert het met een linkse directe, maar onderschat het gevaar dat Jos met een rechtse hoek achter de hand heeft. 14. Pe4 (wat er erg logisch uitziet, maar nu moet de Loper op b1 zowel het paard op e4 als de pion op a2 dekken, en dat werkt niet goed genoeg) 14. .. Pxa2   15. Lxa2   (15. Pd6+?  Lxd6  16. Lxa2 ( 16. exd6? Pxc1 ) Lc7 met beter spel voor zwart.)  15. .. Lxe4 16. Pd2? Lb7 . Zwart heeft een pion gewonnen. Wit heeft er wel wat voor, maar waarschijnlijk niet genoeg. Zwart moet nu maar snel een toren naar c8 spelen en / of rocheren. Na zet 18 staat het volgende op het bord:

  Wormer – Jos (18.Pe4)

Maar nu maakt Jos het eigenlijk te bont. 18. … f5?  (18. … Tc8! (-0.75) ) 19. exf6 Lxf6 20. Pc5 Ld5  21. Dd3 Hij is zijn voordeeltje kwijt, maar het staat nog steeds gelijk.

 Wormer – Jos (21.Dd3)

Dat vindt iedereen. Behalve Jos. Of misschien vindt hij dat nu ook en denkt daarom één momentje niet ver genoeg. 21. … d6??  Helaas. Dat verliest! Wit zou nu zelfs op e6 kunnen nemen omdat op 22. … Lxe6 23. d5 kan volgen, waarna wit dat stuk terugwint omdat er dan ook Dh7+ dreigt. Zwart staat verloren. En nu zien we een tweede mij tot heden onbekende zijde van Jos. Hij blijft alsmaar keihard doorvechten. Tot heel laat in de avond. Ook als niemand er meer een stuiver voor geeft. Een dergelijke taaiheid heb ik nooit eerder bij hem gezien. Blijven hopen op een misser van zijn tegenstander. Listen en lagen blijven bedenken. Hij gaat maar door!

Maar Paternotte slaat nog even niet op e6 en speelt 22. Dh7+ en dat is natuurlijk ook dodelijk. 22. Kf7 23. Pxe6 Lxe6 24. Tfe1!   Wit staat een stuk achter, maar zijn aanval is dodelijk.  Als zwart de loper weghaalt volgt mat met Lg6. Als hij de loper dekt met Te8 volgt ook Lg6. Als hij hem maar prijsgeeft met bijv. Tc8 wordt het ook een tragedie.


Wormer – Jos (24.Tfe1)

24. ….  d5? om althans d5 van wit te voorkomen 25. Lg6+ ( Dg6+  !!)  Ke7  26. Lf5!   

Misschien omdat Jos heeft vastgesteld dat ook wit niet steeds de allersterkste zetten heeft gedaan, gaat hij toch nog door! Of omdat hij zich verplicht voelt tegenover de club, die achter staat? Hij gaat verder, zelfs als hij een toren achter raakt. Maar hier valt echt niet meer tegenop te tornen. Bij zet 36 geeft Jos op. Wat een vechtjas gaat er schuil in dit ogenschijnlijk bescheiden bendegenootje !

Nu staat het 4,5 –1,5. Dus het staat al vast dat we straks met bebloede koppen terug naar moeder moeten. Dat lijkt niet stimulerend voor de laatste twee die nog in gevecht zijn.

Onze allergrootste bendelid Ron  deed heel voorzichtig. Zijn tegenstander ook. Ze bleven goed in dekking. Ze draaiden om elkaar heen. Wachtend op een foutje van de ander. Lang alleen plaagklapjes wederzijds.

Ron:  Ikzelf dacht dat ik niet slecht stond, maar had dus geen voordeel, maar wel een plan. Zijn 20…, Db8 is fout en ik ruik nu mijn kans.

 Ron – Wormer (20…Db8)

Ik heb lang nagedacht op zet 22 of ik gelijk d5 (beste) of eerst Lc3 moest spelen. Ik verwachtte echter Pc6 en dan maakt het niet uit.

22. Lc3 Pc6 23. d5!

  Ron – Wormer (23.d5)

Na 23. d5 sta ik gewonnen!

23. … exd5 24. cxd5 Pa7 25. Le5


Ron – Wormer (25.Le5)

Bert en ik waren er al achter dat ik na 25. Le5 (!) op f6 moest nemen, als hij dus Ld6 speelt. Daarna gewoon Pg4 wat we beiden in de snelle na-analyse nog niet hadden gezien. Jammer, gemiste kans, maar op dat moment wist ik al dat het niet echt meer uitmaakte.

En dat wordt snel duidelijk. Ook na het gespeelde 26. Tc8 staat wit nog steeds veel beter, maar de inspiratie en de noodzaak is weg en bij zet 27 laat hij het voordeel (1.30) opdrogen en dan is het gauw terecht remise.

Resteerde ons andere logeetje. Koen. Die hoefde zijn best niet meer te doen. Vechtpartij tegen de buurt onbeslist beëindigen was niet meer haalbaar. Maar hij deed toch heel erg zijn best. Niet voor de eer van ons knokploegje, denk ik, maar voor zichzelf. Hij had ons in drie partijen gesteund tot nog toe, en ze alle drie verloren. Zij het altijd eervol. Dat was natuurlijk zijn eer te na. Hij vocht vanavond als een leeuw. Tot bijna middernacht.

2S7A5322WEB

Hij trof in Ron Greven een sterke tegenstander. Beetje een type als Jos. Eentje die pas kan knokken als hij eerst een licht dubieus offertje in de opening heeft gebracht. Hier het b4- gambietje tegen iets wat uitliep op wat Sicilianerigs. 1. e4 e6 2. Pf3 c5 3. b4!?  Hij trof het niet. Onze Koen is aardig op de hoogte. Dat ventje weet best was hij aan het doen is. Hij speelt wat in de boekjes staat, tot zet 9. En daarna verzint hij het zelf, maar wel heel goed allemaal. Het verschil tussen onze Jos en hun Ron is dat onze Jos altijd kans ziet om het lichte nadeel van zijn experiment om te buigen in een voordeeltje. Dat lukt hun Ron niet. Die staat gauw een tikje minder. Bij zet 17. was  ik er toch nog niet helemaal gerust op.

  Wormer – Koen (17.f4 )

Beetje gedrongen? De plek van die zwarte toren en loper bevalt me niet. Dreigt wit d5? Maar Koen speelt hier zelf 17. … d5 en dat leek me eigenlijk wel een mooie oplossing. Hier begon ik er ook in te geloven. En zeker toen wit daarop met 18. Ta4? antwoordde. Dat zag ik niet zo. Koen staat nu bijna voortdurend beter. Bijna, want beiden slaan af en toe mis. Bijv.  – als hun notatie klopt- mist wit een plotseling even mogelijke winst bij zet 24. Pg2? (i.p.v. Tc1 met stukwinst) en is Koen’s veel aandacht trekkende en ogenschijnlijk leuke manoeuvre bij zet 27 ook eigenlijk  niet de beste. Gelukkig vergist wit zich bij zet 29.

Ik denk dat hier al een klein beetje de klok een rol ging spelen. Het paard op c6 staat twee keer aangevallen en kan niet weg wegens penning. Maar 27 …. Pde7 dekt c6 nog eens en is veilig en nu staat wit’s pion d4 en prise. K. geeft hier (-2.95) . Meer dan  genoeg voor winst.


(Maar goed, dankzij die witte vergissing resteert een stelling met voor zwart een dame +  wat pionnen tegen wit T+L+L. Dat is niet zo maar gewonnen. En een foutje is gemakkelijk gemaakt.  Belangrijk is dat de witte koning  moeilijk een veilige plek kan vinden en die lellebel van een dame blijft maar achter die brave koning aan zitten. Nog belangrijker is dat we intussen in een tijdnoodfase zijn beland . Vooral voor Koen. Maar zoals zo vaak begint zijn tegenstander dan ook te jagen. Maar als al eens eerder waargenomen blijkt Koen een formidabele vluggertjesspeler. Wederzijds zijn er fouten (wit geeft ergens een toren  weg, maar Koen met slechts nog secoden op zijn klok ziet het even niet) maar Koen blijft steeds sterk de overhand houden en uiteindelijk volgt de beslissende fout van wit bij zet 48. Al met al een mooie partij van Koen. Hij is de enige die blij naar huis mag.

Het was vrijdagavond. Tijd voor de wekelijkse wasbeurt. Zo gingen onze jongens dus in de teil, werden afgeschrobd, hun de oren gewassen,  en wel erg stevig  afgedroogd. Daarna voor straf met blote benen naar bed.

Worden we nu een klas teruggezet? Ik zag wel dat wij van de acht nummers 7 en 8 in de vier groepen 2e klasse qua prestatie (match+bordpunten) het beste waren. En dat er 7 winnaars in de derde klasse zijn die zouden mogen promoveren. Ontsnappen wij dan toch nog de dans?

Nu ja. Laten we toch maar blijven genieten van het leven. Want zoals ik Paulien Cornelisse vorige week hoorde zeggen in haar cabaret-voorstelling “Om mij moverende redenen”:  Wat gaat  “tussen traphekje en traplift”  het leven akelig snel. Profiteer ervan!

15-03-2019 W.S.C. De Pion N1  –  Aris de Heer N1 5 – 3
1   Marc Hartog  1780  – 
Ron de Vink  
 1890
½-½
2   Stephan Paternotte  2008  – 
Jos Lohmann  
 1849
1-0
3   Hans Post  1806  – 
Bert Kuijer  
 1816
½-½
4   Bart Weststrate  1781  – 
Paul Verkooijen
 1768
1-0

5 Peter Hoek  1711  –    Martin Zwaneveld  1654 ½-½
6 Ron Greven  1815  –    Koen van Lankveld  1748 0-1
7
Jan Koopman  
 1554 J
 – 
Bert Kaizer    1662 1-0
8 Martin Selie  1648  –    Gerrit van Dok  1588 ½-½
 1762  
 1746  

eindcorrectie moet nog plaatsvinden

Miraculeuze wendingen op 11 maart (verbeterde druk)

Er was een viertallenwedstrijd tegen De Waagtoren.  De computer had ook wat veelbelovende interne koppelingen bedacht. Kon dus wel leuk worden vanavond. Werd het ook wel! O.a. vanwege enkele miraculeuze wendingen.

Bij Peter  tegen Han Rauws (De Waagtoren) . Rauws bracht een incorrect stukoffer ten behoeve van de aanval. Stond eigenlijk verloren, maar door onnauwkeurig gedoe van Peter won hij moeiteloos.

Bij Matthijs tegen Gerard Brouwers was het nog gekker. Matthijs in lichte problemen geraakt, meende een stuk te moeten offeren om kansen te behouden. Maar raakte aldus van de regen in de drup. Het werd een lange partij waarin zijn ellende steeds groter werd. Rond zet 35 staat hij niet alleen een stuk achter maar ook nog 2 pionnen. En bovendien zijn er drie verbonden vrijpionnen die op hem af gaan stormen. Eitje dus voor Brouwers. Mathijs blijft echter gewoon nog 20 zetten doorklieren. En wit vergeet die vrijpionnen het spelletje te laten beslissen. En warempel! Bij zet  53, nog steeds in totaal gewonnen stelling, verzuimt Brouwers een eeuwig schaak af te wenden. Ik denk dat het na deze avond nog heel lang gaat duren om Matthijs ervan te overtuigen dat je zulke stellingen toch eigenlijk op tijd dient op te geven. ‘Mooi niet!’

En in de interne stond Ron eigenlijk op de 23e zet, en later nog een keer bij de 26e zet, en later nog eens bij de 27e zet compleet verloren tegen een tot hier gaaf spelende Paul. Bert zei tegen me :  ‘Paul die gaat alweer winnen’.  Nou, daar waren we dan beiden van overtuigd.  Maar Paul verknoeide het daarna, o.a. door een niet echt correct strukoffer. Daarna stond Ron ineens veel beter. Die speelde heel sterk verder, stond beter, maar bood toch remise aan. Waarschijnlijk toch nog steeds diep onder de indruk van Paul’s  spel tot zet 30. Ook hier miraculeuze wendingen. Maar misschien wel een eerlijk eindresultaat. Tot zover de mirakels.

Nu eerst de externe wedstrijd van ons viertal: 

Aris de Heer- De Waagtoren

Ab was gauw klaar. Na een gelijk opgaande openingsfase (een van beide zijden zeer fantasievol aangepakte Siciliaan) doet heer Boots een voor de hand liggende, routineuze maar akelige zet 11.

  Ab1

11. ….  Pd4?  Na  11. … Le7is er niets aan de hand. Ab hoeft niet lang te denken (doet hij zelden) : 12. Pxd4  cxd4  13. Dh5+  Kd7 Waarna de risico’s pijnlijk duidelijk worden van een vroeg opspelen van de f-pion in combinatie met te lang wachten met rocheren.De zwarte koning rest ineens niet veel anders dan een wandeling  richting  moeras of drijfzand.

 Ab2

17. b5+ !  drijfzand:  Kxc5  18. Tc1 mat  (moeras: Kd7  18.Dxg4+ met damewinst )

Peter (zwart)  begon tegen de London-opening van Han Rauws meteen degelijk concept.

  Peter1

Hier zou na 7 . …  c5  of na 7. … Lb7  ( verhindert voorlopig  e3-e4 en daar draait het hier toch om!?) wit nog niets bereikt hebben. Maar zwart speelt 7. ….  Pa6   en 8. … De8  wat een tijdrovende en niet erg doelgerichte indruk maakt.

Peter2

Uit het vervolg gaat blijken dat de witspeler er een van de agressievere soort is. Een leuk type van soort dus. Maar hij pakt het niet goed genoeg aan. Hij had hier zijn boze neigingen het beste kunnen botvieren met 9. g4! bijv.   Pd7 10. Pxd7 Dxd7  (Lxd7 Lxa6) 11. g5 gevolgd door Dg4, of Dh5,

Hij kiest voor 9. Pg4 c5!  (Heel goed Peter, de beste!) 10. Pxf6+ Lxf6

Peter3

En hoe gaan we nu pion h7 te lijf?   11. Dh5  kost niks, maar haalt na 11. … g6 niet veel uit. In stellingen van deze soort kijk je natuurlijk ook altijd even hoopvol naar gelijk maar Lxh7. In sommige London-stellingen en in soortgelijke Colle-stellingen kan dat vaak. Maar dan staat er wel een wit paard  op f3 dat op tijd te hulp kan schieten :   Lxh7  Kxh7  Dh5+ Kg8 en dan gelijk Pg5.

Te lichtvaardig rekent wit er nu op dat het met een paard op d2 toch ook wel goed zal komen:

  Peter4

Maar dat hoort nu eigenlijk niet te gebeuren :  11. … Kxh7  12. Dh5+  Kg8  13. Pf3  (beter laat dan nooit) Db5  (nog beter gelijk g6)

  Peter5

14. 0-0-0  g6!  15. Dh6 Lg7 16. Dg5

Peter6

na al dat correcte spel van zwart heeft wit eigenlijk niks voor zijn stuk. Zwart kan nu zelf overgaan tot aktie. Hij doet nu de moeilijk te verklaren zet  16. … Kh7 ?? Ik vermoed met de bedoeling Tfh8. Maar hij overziet dat nu alsnog toch een Pg5 mogelijk is. Krijgt wit toch nog gelijk. Zwart transformeert zo zijn zijn grote voordeel in een niet meer te repareren gigantisch nadeel. Nou dat overziet Rauws helemaal niet. 17. Dh4+  Kg8 

  Peter7

18. Pg5!  mat is hier al niet meer te voorkomen. Zwart kan het alleen nog een beetje uitstellen  door de toren van f8 weg te spelen en zo poging tot een vluchtplek  voor zijn koning te timmeren, maar dat helpt niet meer.

  Peter (18.Pg5)

18. … Te8 19. Dh7+ Kf8 20. Le5! Ke7  (slaan op e5 kan niet wegens Dxf7 mat)

 Peter8

21. Dxg7 Kd8  22. Pxf7+ en zwart geeft op. Hij verliest op z’n minst z’n dame.

Ik heb dit fragment maar wat uitvoerig weergegeven met veel diagrammen, omdat ik denk dat het voor de tactisch iets minder getalenteerden onder ons best leerzaam kan zijn. Het is bijna een standaard-aanval.

Eigenlijk was dit ook een miraculeuze wending, maar helaas niet ons voordeel.

Herman speelde alweer een gave partij. Hij weet intussen aardig hoe het spelletje moet gaan. Zijn enige probleem is nu nog dat hij heel veel tijd gebruikt, en dat hem later op de avond dreigt op te breken. De opening was nog niet ideaal. Het is niet zo handig om  met 4. Dxd4 de dame zo vroeg in het spel te brengen. Dat kost maar tempo’s. Maar verder prima.  Invloed in het centrum, lange rochade en pionnenstorm op de koningsvleugel.

Aanschouwt met genoegen zo’n stelling bij zet 17. Daar mankeert niets aan.

Herman(Pd5)

Zijn tegenstander deed het ook niet slecht, maar moest toch bijna de hele avond keepen. Maar dat gebeurde met verve. Daarom was er veel geduld nodig aan de zijde van onze senior.

Aan het eind van de avond gaat het dan een klein beetje mis. Tegenstander Bob de Mon heeft eindelijk een beetje tegeninitiatief, lijkt het.  En toch zegt ons gevoel dat je beter wit kunt hebben. Die heeft tenslotte een pion meer. Maar hoe verder? Lastig! Geen wonder, want intussen  zitten ze in een toreneindspel. En dat is m.i. veelal zo’n beetje het moeilijkste en  onberekenbaarste onderdeel van het schaakspel.

   Herman (31…Te4)

Ik meende dat misschien toch verdubbeling van de torens op de g-lijn iets zou opleveren.  Dat is wat te simpel gedacht.  Komodo geeft hier nog steeds een groot voordeel voor wit  ( + –  ,   2.55 ). Op vele (andere) manieren.  De duidelijkste is 32. Txc7 Txf4  33. Tc6 (2 pionnen tegelijk aangevallen)  ….  Td8  Wit wint hier altijd nog een tweede pion. 

  Herman (33…Td8)  (analyse)

34. Txa6 Th4  35. Tg7 Txh6  36. Txf7  Twee pionnen meer. Zelfs dan is het nog niet heel eenvoudig, maar de verbonden vrijpionnen aan de damevleugel moeten het pleit toch gaan beslechten.

Ik kan me best voorstellen dat Herman besloot gewoon zijn pion maar te dekken met Tf1.

Herman (31…Te4)

32. Tf1 Het is al laat, en de klok van Herman begint akelig dicht bij de finale te geraken. En wellicht is de snellere winst te moeilijk vooruit te zien. (Ik zag het ter plekke dus ook niet zo gauw.) Komodo geeft hierna nog steeds voordeel voor wit, maar iets minder duidelijk.  Enkele zetten later besluiten de heren maar tot remise. (Het is trouwens ook zwart intussen duidelijk wat te veel geworden. Die doet het op de valreep niet handig en staat dan echt minder. Ik heb twijfels over de correctheid van de notatie van dat slot, en laat het dus maar hierbij.)

Grootste mirakel was dus bij Matthijs te aanschouwen. In de opening ging het wel  goed. Ik houd niet van zijn 2. ..  Pc6? na  1. d4 d5 2. Pf3 . Je hebt in de d-openingen je c-pion hard nodig en liefst een beetje vlug, en die versper je de weg door Pc6. Maar OK, Matthijs maakt er het beste van en de tegenstander raakt er een beetje door van slag en verliest al bij zet 6 een pion. Waarschijnlijk bedoeld als offertje, maar zo werkt het niet echt. Dan zitten ze in een grappige stelling:

     Matthijs1

Martin grimast naar mij dat hij Matthijs’antwoord interessant vindt  7. … e3. Ik grimas terug dat ik er mijn bedenkingen bij heb. Leuk dat tijdelijke aanvalletje op c2, en dat tuusenschaakje op f2,  maar die loper op g2 wordt nu wel heel erg sterk.  En die uitnodigende torenlijn voor de koning?  8. Pxf5 exf2+  9. Kxf2 exf5

Matthijs (9…exf5)

Thuis blijkt Komodo het met mij eens. (Eindelijk.) 10. Te1+ Le7 11. a3 Pc6 12. d5 en zwart raakt in de problemen. Dat leidt zelfs tot paniekvoetbal bij zet 14.

 Matthijs(14.Dd4)

Problemen met de rochade, verdwaald paard? Verliest zwart of een paard of een toren? Nee, want na 14. …  Pd6  15. Dxg7 Kd7 mag wit niet op a8 nemen

  Matthijs(14.Dg7) analyse

 want dan volgt Lf6 en na Dxh7 slaat zwart op c3! 

Maar ja, als al die kruitdamp zou zijn  opgetrokken staat wit nog steeds beter. En dat vergt een heel gereken. Matthijs offert (in het voorlaatste diagram) dus maar zijn paard op c4 middels 14. … Pf6? Een middel nog erger dan de kwaal.

Matthijs (14…Pf6 )

Wel kan na 15. Dxc4  zwart eindelijk even rocheren, maar hierna blijft het tobben met dat stuk achterstand plus die moordende koningsloperdiagonaal plus  een lollig wit loperpaar. Verbazingwekkend dat het daarna nog zo vreselijk lang gaat duren voor dat alles te gelde kan worden gemaakt. Ik geloof trouwens dat de schuld daarvoor niet eens bij Brouwers gezocht moet worden. Hij zal wel wat gemist hebben, maar erg duidelijk is het niet.

Rest een plaatje van het mirakel van Middenbeemster 2019:

  Matthijs(49…Dd1)

Zwart dreigt nota bene zelfs even mat op h5! Maar bijna alles is hier nog steeds winnend voor wit. 50. (!!) Dc6 is de beste! Na 50. … Dh5+ 51. Kg2 is het weer even afgelopen met die schaakjes, en kan wit rustig verder met  werken aan de doodklap middels een of andere ver gevorderde  vrijpion.  De enige erg foute zet is hier 50. Le2 ???? Na 50. … g4+ !!!  51. Kh4  Dd8+ 52.  Kh5 Df6!!  wint z w a r t . !!!!!! De witte koning heeft zichzelf in de nesten gewerkt.

Mirakel 1:   Gelukkig voor voor Brouwers ziet Matthijs dit niet. Dat zou voor de witspeler wel erg wreed geweest zijn. 50. …  Dxa4? Zwart heeft één pionnetje terug, maar staat nog steeds totaal hopeloos. (Maar blijft wel nog even zeuren met schaakjes.)

En dan volgt een tweede mirakel:

Matthijs(52…g4+)

 Wit kan hier gewoon op g4 slaan. 53. Lxg4 fxg4 na  54. Kxg4 heeft zwart na De6+ remise door eeuwig schaak.  Maar na 35. Kh4! niet! Wit wint!  (Kost wel veel denkwerk)  Als je het niet gelooft, zet het op een bord.

Maar wit speelt hier 53. Kg2? ‘Dankuwelalstublieft’ zegt Matthijs:  53. … De2+ en dat is eeuwig schaak! Remise!

Nu de interne:

Geen mirakel bij Bert-Gerrit. Ging gewoon, en gladjes.  Bert gaat (alweer) in de opening voor verandering. Hij speelt Weens. (Bedoeld voor een verbeterd Koningsgambiet. Populair in de 19e eeuw. De tijd van de gambieten en spectaculair offerschaak. Later heeft grootmeester Larsen (1935-2010) het nog wel gespeeld. Daarna zie je het zelden meer.)  Daar past Gerrit’s standaard-opening met d6 niet echt goed bij.  Daar rekende Bert natuurlijk op. 1. e4 e5  2. Pc3 Pf6 3. f4 d6  Veel beter is hier 3. … d5! Wat vrijwel altijd gespeeld wordt. Want na d6  ervaart wit alleen maar de voordelen van het toch eigenlijk een heel klein beetje gewaagde  3. f4.  Nu :  open torenlijn, centrum, mooie ontwikkeling. Wit staat al gauw aanmerkelijk beter. Bij zet 16 overziet zwart een stukverlies. En dan is het gauw over en uit.

Hier al eerder gesignaleerd: Wel een mirakel bij Ron tegen Paul.

Ron:   ‘Paul speelde aanvankelijk erg goed.’  

  Ron – Paul (19…Dd2)

‘Brr…Beter dan 20. Tae1 was Ld4. Maar ik ging er hier vanuit al verloren te zijn! Vervolgens maar bluf spelen.’

En met succes. Want Paul geeft na zet 25 twee keer zijn voordeel  uit handen:

 Ron – Paul (25.Kf2)

Eerst al met 25. …  c3? Beter is het evenzeer wonderbaarlijke, doch voor amateurs ondenkbare 25. …  Pf6!? wegens 26. exf6 Dxd6 (dreigt Dh2  mat) 27. Tg1 Tc5!  28. g5 Dh2+ 29. Tg2 De5!   

Ron:  ‘Na 25…, c3 ? van hem heb ik nog gekeken naar 26. Td1! (ES: goed voor remise!) maar verworpen vanwege c2. Onbegrijpelijk. 26. g5? speelde ik met gezicht van ik heb nog wat… Schaken is ook psychologie.  Maar zag al 26…, g6 waarna ik gelijk zou hebben opgegeven. Paul gaat nu echter spoken zien. Hij is bang voor g6. Maar 26…, c2 wint makkelijk, mits hij maar op g6 pakt en dan Tf8 speelt! Had ik ook niet gezien tijdens de partij.’

Ron – Paul (27.e4)

Van de eerste misser had Ron niet geprofiteerd met zijn blufzet, maar nu komt de 2e misser.

27. .. Lxe4 ??? Ik zag het gebeuren en mijn ademhaling stokte. Zat nu op zijn beurt ook Paul een potje te bluffen? 

Ron : ‘Hij offert vervolgens zelfs zijn loper, waarna ik opeens gewonnen sta. Maar ik zit dan al in tijdnood. Ik doe het niet nauwkeurig. Paul denkt nog op winst te kunnen spelen, had eeuwig schaak kunnen geven. In de slotstelling sta ik echter totaal gewonnen na 41. Le2! Maar ik zag het niet direct, zat in tijdnood, nog maar 6 minuten en vond niet dat ik winst verdiend had. Dus tevreden met remise.’

Derhalve een miraculeuze ontsnapping van de kampioen van AdH.

Bij Frank-Martin dacht ik ook even aan een mirakel. Maar dat was er niet. In een ‘Gesloten Siciliaan’ kreeg wit door twee mindere zetten van zwart wat voordeel (te voorbarige pionwinst, wat Frank hem ging inpeperen).

Frank – Martin (16.Pxe6)

Hier ziet u het elke schaker bekende probleem: welke toren? Meestal blijkt achteraf dat je de verkeerde hebt gepakt. 16. … Tfe8 ?? (4.30)  ( Tae8!  (0.60) ) 17. Df4! fxe6 18. Df7+ (Ja, had die toren nu nog maar op f8 gestaan! Vandaar dus dat beter was geweest 16. …  Tae8!) Het gaat nu snel bergafwaarts voor zwart.

  Frank – Martin (18…Kh8)

19. Tb1 ! Op weg naar b7. Nou, en dan gelooft u het ook verder wel. Bij zet 22 geeft Martin op.

Dus  gewoon een vrij reguliere overwinning van Frank, die kennelijk in vorm is. Jammer dus dat hij er vrijdag niet bij kan zijn. En nu maar hopen op voor ons gunstige mirakels tegen De Pion.

eindcorrectie moet nog plaatsvinden

Dwalen langs onbekende wegen.(2e druk)

Weinig spanning maandagavond 4 maart  op  de borden, op die paar borden.

Op drie borden werd gewandeld op onbekende wegen.

Ron en Jos hadden geen zin in een gevecht en gingen samen openingen zitten bestuderen. Proberen nieuwe, minder bekende maar fascinerende paden te ontdekken.  Waarover ze ooit  argeloze tegenstanders (in de externe liefst) het verderf in zouden kunnen lokken. Een gezellig en ongevaarlijk onderonsje dus.

Bert en Mathijs probeerden eens wat anders en kwamen heel snel van een kouwe kermis thuis.

Mathijs stapte in een Aljechin- opening. De roemruchte wereldkampioen en het tactisch genie Aljechin die kon er wat mee. Die had bedacht dat als hij met zwart een tempootje prijs gaf hij de tegenstander kon verleiden om een breed centrum op te zetten en die dat te vroeg naar voren zou laten marcheren, waardoor zwakke plekken in de witte opstelling zouden ontstaan waar hij zijn genie op zou kunnen gaan richten. Maar ja, Mathijs is nog geen Aljechin.

Ik heb een half jaartje op de Aljechin gestudeerd. Ook omdat ik wel eens wat anders wilde. Deze opening is zo weinig populair dat je inderdaad -op ons niveau- er vrijwel iedereen danig mee verrast. Door grootmeesters wordt het tegenwoordig nooit meer gespeeld. Die geloven er niet meer in. Tegen de huidige stand van theorie is de Aljechin niet meer voor 100% opgewassen. Maar op ons niveau, moet het nog best kunnen. Bezwaar is alleen dat je dan zelf wel goed moet weten  waar je mee bezig bent, want  anders raak je al gauw volledig de weg kwijt tegen die aanstormende witte pionnen in het witte centrum.  En een bezwaar is dat wit een nogal ruime keuze heeft in de manier waarop hij het kan gaan aanpakken. Zelf ben ik er dus ook maar weer vrij vlot mee opgehouden, want m’n geheugen bleek niet sterk genoeg voor al die varianten, en bovendien was ik tactisch ook bepaald geen Aljechin. Hetgeen me enkele keren in de praktijk pijnlijk duidelijk werd gemaakt. Mathijs bleek er gewoon te weinig van te weten. Frank bleek ook niet 100% deskundig, maar voor wit speelt het veel gemakkelijker. Na 10 zetten stond Mathijs eigenlijk al verloren en na 15 zetten gaf hij maar op. En toch vind ik dat hij niet de fout moet maken om de Aljechin dan maar gelijk op de mesthoop te gooien. Al verliezende leert men. Daarom hieronder enkele betere varianten ook maar even aangegeven. Misschien heeft iemand daar nog wat aan.

Frank-Mathijs




En Bert probeerde een Schots gambiet. Maar ook zonder veel theoretische achtergrond. Dus bij zet 6 verliest hij een pion (met een beetje, maar te weinig compensatie) . Hij probeert nog wat leven in brouwerij te krijgen, maar Martin is onverstoorbaar. Als dan wit bij zet 18 door een blundertje ook nog een kwaliteit verliest heeft hij er geen zin meer in.

Hieronder hun openingsfase met enkele officiëlere varianten. Voor de goede verstaander. Die heeft aan een halve zet genoeg.

Bert-Martin


Alleen Peter ging niet op verkenning op onbekend terrein. Daarvoor is Gerrit’s gebruikelijke Philidor te bekend.  Zoiets heeft ook Peter vast wel wat vaker gezien. Hij speelt dus vanavond foutloos. Er wordt veel afgeruild. Gerrit rekent erop dat hij in het eindspel wel een kans krijgt. Maar dat is niet zo.  Dit moet voor Peter een geweldige opkikker geweest zijn. Ik gun het hem.

Stand na ronde 20

Wit Zwart Uitslag
Bert Kuijer Externe wedstrijd afg
Ron de Vink Externe wedstrijd ½-½
Herman Zwaneveld Niet gespeeld buiten schuld
Martin Zwaneveld Externe wedstrijd 1-0
Gerrit van Dok Externe wedstrijd 0-1
Frank de Geus Externe wedstrijd 1-0
Ab Hauwer Niet gespeeld buiten schuld
Paul Verkooijen Externe wedstrijd ½-½
Peter van Putten Niet gespeeld buiten schuld
Jos Lohmann Externe wedstrijd ½-½
Mathijs de Groot Niet gespeeld buiten schuld
Koen van Lankveld Afwezig met geldige reden

Ranglijst bijgewerkt t/m ronde 20

Nr Naam Punten Wa Gsp Gw Rm Vl Perc
1 Ron de Vink 247,33 18 19 9 10 0 73,7
2 Bert Kuijer 214,50 17 17 7 8 1 64,7
3 Jos Lohmann 192,00 16 16 3 10 3 50,0
4 Paul Verkooijen 183,83 15 14 7 5 2 67,9
5 Gerrit van Dok 167,33 14 19 8 3 8 50,0
6 Martin Zwaneveld 165,67 13 18 7 5 6 52,8
7 Ab Hauwer 130,33 12 14 6 0 8 42,9
8 Peter van Putten 103,00 11 11 4 0 7 36,4
9 Frank de Geus 97,67 10 8 4 3 1 68,8
10 Herman Zwaneveld 94,00 9 16 0 2 14 6,3
11 Mathijs de Groot 73,33 8 9 1 2 6 22,2
12 Koen van Lankveld 23,00 7 3 0 0 3 0,0

Externe vol misverstanden


Ter voorkoming van misverstanden, ik bedoel met die titel vooral mijn eigen misverstanden. Waar ik deze avond genadeloos mee geconfronteerd werd. Sommige waren onschuldig. Kan iedereen gebeuren.  Maar vele hebben me ernstig verontrust. Voortijdige aftakeling. Mooier kan ik het niet maken.

Het begon onschuldig. Ik dacht dat Koen had laten weten dat hij er zou zijn vanavond. We wisten toch allemaal dat de externe wedstrijd tegen Purmerend wellicht de laatste kans zou zijn om degradatie te ontlopen. Hier moest een ernstig misverstand achter schuilgaan. Er was al eens eerder een tragedie met iemand die in de kou vergeefs had staan wachten tot hij opgehaald zou worden. Ook nu verkeerde afspraak?

Toen ik om 20.35 binnenstapte bleek Gerrit al een stuk achter te staan, en al een zet of 20 op zijn formulier te hebben. Hier moest ook van een misverstand sprake zijn: Gerrit moest plotseling invallen, en dacht natuurlijk dat het een avondje rapid was. Maar dan nog. Ik vond Gerrit altijd een tegenstander die lastig te verslaan was, tegen wie ik nooit verloor maar naar mijn idee niet vaak genoeg won. Maar de knaap tegenover hem had kennelijk weinig last van een soortgelijk misverstand. Hoe het allemaal precies ging kon ik niet achterhalen omdat ik geen foutloze notatie had. Ik denk niet dat Gerrit dat heel erg zal vinden.

2S7A5236WEB

 Direct nadat ik was binnengeschreden, keek ik rond hoeveel bekende Purmerenders ik kon waarnemen. Ik herkende alleen Kees Kerkdijk. Later zag ik ook Ton de Veij. Wat was er nu opnieuw aanwezig van dat team Purmerend 2 dat ons zo verschrikkelijk toetakelde in 2017   (6,5-1,5).  Hadden ze nu nog sterkere spelers gestuurd, omdat ook voor hen degradatie in het verschiet ligt? Dat verwachtte ik eigenlijk wel. Maar nee, misverstand, want daar zie ik twee heel jonge gozertjes zitten. Eén herken ik nog van de wedstrijd van vorig jaar toen wij het kinderteam van Purmerend 7 met 6-0 belangeloos bijles gaven. Hadden ze nu dus een zwakker team gestuurd? Nee, dat blijkt een misverstand. Die knapen schijnen in één jaar een ongelofelijke progressie te hebben getoond. Ze horen nu gewoon echt in Purmerend N1.  Ik  was er intussen toch  van overtuigd dat we het vanavond weer niet gingen redden. Maar ook die veronderstelling van mij bleek verkeerd. Maar daarover later meer.

Als u ook dit keer weer rekent op een uitgebreid verslag, met beeldspraak (over sprookjes of zo) dan hebt u het mis. Ik heb dit keer niet zoveel tijd. Mijn echtgenote heeft me opgedragen een ingestorte schutting te gaan vervangen, en dat moet deze week af zijn. En als zij dat zegt dan moet dat. Daarover kan absoluut geen misverstand bestaan.

Jos (zwart)speelde weer zo’n uniek openingetje. Ik zag het aan en dacht dat het hem dit keer nu eens echt niet zou gaan  lukken om de schaduwzijden van zijn originaliteit weg te poetsen dankzij beoogde verwarring bij zijn superjeugdige tegenstander. Die echter niet zichtbaar werd.

   2S7A5245WEB

Ik zag al spoedig een stelling waar ik zelf behoorlijk nerveus van zou worden. Toen ik mijn pessimisme aangaande twee vijandelijke pionnen in een nog niet erg ontwikkelde stelling even ventileerde, antwoordde Jos achteloos : ”Ach het heeft voor-en nadelen.” Tot mijn verbazing accepteerde  Romayn Brandsma na zet 15 remise. 

  Purmerend – Jos (1)

Daarna zaten Pieter Hopman, Romayn en Jos in een hoekje nog lang te analyseren. Ik hoorde later dat ook Hopman (vanavond natuurlijk verreweg de sterkste schaker in ons schaakcafeetje) vond dat de stelling best wel remise-achtig was. Dat had ik dus ook wel even helemaal verkeerd! En eigenlijk begrijp ik het nog steeds niet echt. Maar zelfs Prof Dr Ir K. is het wel zo’n beetje met ze eens.

    2S7A5252WEB

Ron  was als vaker niet echt tevreden met zijn aanpak.  ‘Ik zelf was hele week ziek geweest en deed het verkeerd. Beter eerst Pc3 en dan zelfde plan met c5. Nu kon hij dus tussendoor op b1 nemen (!) (ES: en daarna a6 spelen) en had ik niets meer. Ik kom nooit meer tot b5. Goed gezien door mijn sympathieke tegenstander Rob. Daarom snel remise aangeboden.’

  Ron – Purmerend (8.b4)

Prof Dr Ir K vindt echter de stelling voor wit nog steeds niet slecht. Pas na zet 16

  Ron – Purmerend (15…Ld8)

begint hij zelf ook echt over remise te denken. Na het gespeelde 16. e4? Wat mij een volstrekt logische zet lijkt. Wit heeft een loperpaar, dat echter in de gesloten stelling weinig kan uitrichten, dus opengooien dat centrum. Helaas, dat is een misverstand. K. ziet er voor wit niks leuks meer in na het gespeelde 16. …  dxe4  17. Pxe4 Pxe4. en geeft de voorkeur aan bijv. eerst 16. f3. Dus remise is nu na 16. e4 wel logisch omdat Ron daardoor ook verder even aan zijn genezing kan werken. Zelf zou ik het idee hebben dat we na 16. e4 pas echt waren begonnen. Maar ja, ik heb het vanavond voortdurend ernstig mis.

2S7A5241WEB

  BertK.2  (wit)speelde een rustige en gedegen opzet tegen een soort Pirc ( vreemd genoeg zonder fianchetto van de zwarte koningsloper, maar toch met de daarvan bekende snelle actie met c6 en b5 en a5 ). Bij zet 18 stokte me de adem even. Had hij iets over het hoofd gezien?

Bert2 – p’rmrnd (18…Db7)

  Dat leek me even lastig. Er dreigt 19. … e4 en als je om dat te voorkomen op e5 slaat dan krijg je Lxg2 en god weet wat daar dan weer voor ellende uit voortkomt na bijv. Lxh3. Doch net als tegen Castricum bleek Bert2 het weer beter bekeken te hebben dan uw nepmeester. (Sorry, vergissing, ik bedoel wepmeester.) Die zich daar niet diep voor hoeft schamen, want die schaakt op zo’n avond een beetje simultaan, aan 8 borden. Maar toch ….  Mijn zoveelste vergissing vanavond!  Na het gespeelde  19.Pxe5 Pxe5 20.Dxe5 Lxg2? 21.Tfe1 Tfe8? staat wit zelfs bijna gewonnen volgens K.  (En 19. Ta5! kon ook, waarna pion b5 instaat, en is zelfs nog iets sterker :  19. ….  e4? (19…Lc6 20.Pxe5) 20. Lxb5 en na exf3? staat de loper op e7 in!

Bert2 – p’RMRND (21…Tfe8)

Wit speelt 22. Dg3. Ik zag wel dat de ergste donderwolken nu waren overgedreven, maar toch vertrouwde ik het nog niet. Ten onrechte! Het blijkt voldoende te zijn voor remise. Dat heeft BertK2 dus allemaal weer goed gezien. Wat hij niet zag, maar dat was wel onmetelijk diep,  is dat een supergrootmeester hier had kunnen winnen:

22.Lc3! aaanvaaallluuuuh  f6 23.Dh5!!

a. 23. ….g6 24.Lxg6 hxg6 25.Dxg6+ Kh8 26.Te5!!! fxe5? 27.Lxe5 en mat in 2

b. 23…  Kf8 24.Dxh7 Lh1 25.Te4 blokkeert de samenwerking tussen zwarte dame en loper

c..23…. h6 24.Dg6 Lc6 25.Dh7+ Kf8 26.Lg6;

d. 23…. Lh1 24.Dxh7+ Kf8 25.Te4  blokkeert de samenwerking tussen zwarte dame en loper.

e. 23…. Lf3 24.Dxh7+ Kf8 25.Te3!! Ld6 26.Lg6 Txe3 27.fxe3  en na Dh8+ en Dxg7 stort zwart in

Maar na 22. Dg3 ging het aldus verder  22…Ld5 23.Te5

Hoofdschuddend liep Ron rond: ’23. Te5???  Waardeloos. Nu volgt gewoon 23. … Lf6

  Bert2 – p’rmrnd (23.Te5)

…..  Lf6 24.Txe8+ maar dat dit ook remise kon bewerkstelligen, ook dat zag Bert beter.    (24.Lc3! was nog iets beter geweest.) Bert had in een mail beloofd dat hij vanavond zou winnen. Remise, jammer, maar hij zat behoorlijk in de buurt.

Een mooie  partij!

   2S7A5234WEB

Deze vier partijen waren het eerste uit. En we stonden nog steeds achter. Dat was eigenlijk niet de bedoeling.

Over Paul maakte ik me een poosje ongerust. Het zal u nu niet meer verbazen dat later bleek dat dat ten onrechte was. Hij moest een KoningsIndiër bestrijden en deed dat zonder al te veel kennis van zaken, en een beetje slapjes.  En stond dus rond zet 15 al niet erg lekker meer.

  Paul – Prmrnd (19.Pa2 )

Wit staat een beetje gedrongen. Zwart heeft een loperpaar met ruimte. Een lastige stevige vrijpion op d4 (na c5).Het paard, dat naar a2 moest vluchten, wat je ook niet voor je genoegen doet, maakt hierna van de nood een deugd en gaat via c1 naar d3. Herinnert u zich mijn webverhaaltjes over “Mein system” van Nimzowitsch? Ik denk dat Paul zich daarvan iets herinnerde. Van het paard dat op het veld ervoor de vrijpion moest blokkeren. Nimzo zou alleen daarom al Paul’s witte stelling nu superieur vinden. Maar die had wel vaker zulke misverstanden. Zwart staat echt nog steeds beter, maar het wordt nu wel veel lastiger om een goed plan te vinden om dat aan te tonen. Paul begint aan een koele, taaie verdediging. Hij krijgt loon naar werken bij zet 29.

 Paul – Prmrnd (29.Dd5)

Zwart kan wat voordeel houden als hij zelf de dames ruilt. Bijv.  29…Dxd5 30.cxd5 Tad8 31.d6 f6 32.exf6 Txe1+ 33.Txe1 c4

Rob Hahlen  heeft vast wel in de gaten dat het met die rots in de branding op d3 niet zo eenvoudig gaat worden, en hij vreest de centrumpionnen op d5 en e5 als hij zelf de dames ruilt. Hij laat de eer aan Paul:  Tad8? 30.Dxe6 Txe6, hoopt druk op de e5 pion te kunnen gaan ontwikkelen, maar heeft na 31.f4  eigenlijk helemaal niets meer.

   Paul – Prmrnd (31.f4)

De zwarte loper doet niet veel. Het witte paard staat daar als een bewijs voor Nimzo’s theorieën: Hij dekt f4, hij dekt e1  (na eventueel f7-f6), hij dekt e5 en is onaantastbaar daar op d3. (Want na b6-b5 offeren en dan c5-c4 zal het middel wel erger dan de kwaal blijken)

Rob Hahlen krijgt  geen kans meer. Paul schuift vrij eenvoudig maar secuur naar remise. Weer goede partij. Maar dat zijn we nu al weer een poosje gewend van Paul.

  2S7A5250WEB

Maar nog steeds geen enkele partij gewonnen en nog steeds staan we achter. (2-3) Maar ik krijg toch wat hoop. Een gelijkspel is misschien ook wel genoeg voor ons. En ik denk op dit moment dat Bert goed staat, Martin ook, en Frank zeker niet slechter.

Bert K1 speelt zijn Siciliaantje geduldig en precies. Bij zet 13 mist hij de sterkste voorzetting  (…. Lxb2) , en kiest een wat mindere, die wel leven in de brouwerij kan brengen.

  Prmrnd – Bert1 (13.Pf3)

13. …. f5 Kerkdijk staat wat minder, maar speelt veel sterke zetten, en blijft tegen Bert’s agressie lang overeind. Na zet 20 dreigt de witte stelling toch in te storten.

  Prmrnd – Bert1 (24.h3? )

Hier mist Bert o.a. de voortzetting Dc5+ (of Db6+) gevolgd door Pe3. Dan was het wel bekeken geweest. Een zet later krijgt zwart nog een kans op groter voordeel. Ook gemist. Toch bleef ik erop vertrouwen dat Bert1 ging winnen. Ik ging vooral bij Martin kijken, want die stond ineens echt prachtig. Toen ik weer terug kwam stond Bert in het eindspel 2 pionnen voor. Ik keek niet erg goed. Ik hoorde Kees remise aanbieden. En ik reageerde hardop “Nee toch, schurk! “ (of zoiets) Ik dacht dat het een bluf-aanbod was. Misverstand1. Kees moest er smakelijk om lachen!

2S7A5262WEB

Ik dacht dat dat was omdat hij gezellig de boel probeerde in de maling te nemen. Misverstand2. Ik denk na raadpleging van K.  dat de stelling inderdaad remise was en dat Kees dat wist en lekker blij  lachte omdat hij zich zo mooi uit een slechte stelling had gered. Kortom, ik zat er weer voortdurend goed naast. Het ging pas een beetje tot me doordringen na het volgende latere gesprekje: Ik: “Bert, we zijn safe, nu jij gewonnen hebt! “  Bert: “Ik heb niet gewonnen, het werd remise.”  Ik : “Huuuuh???? “

Dus, we staan nog steeds achter. Toch heb ik nog wat hoop. Want Frank staat gelijk – denk ik – en Martin ……   !!  Ik fluister hem in de wandelgangen toe:   ‘Dit moet je kunnen winnen!’ Hij haalt zijn schouders op. Ik wilde hem moed inspreken, maar het is natuurlijk een stomme opmerking van me. Zoiets maakt de druk alleen maar groter, wat alleen maar ongunstig kan zijn. En onnodig, Martin weet natuurlijk best hoe belangrijk zijn partij is geworden.

Een van de twee moet winnen. Dan spelen we in ieder geval gelijk, en dat kan net voldoende zijn. En dan volgt voor mij een grote verrassing bij Frank. Ik dacht dat hij de hele avond heel degelijk speelde, de hele partij gelijk stond, en rekende een beetje op remise. Toen ik later thuis de partij in mijn schaakprogramma had gezet, bleek dat ik het een beetje mis had. Komt tegenwoordig wel eens vaker voor.

Volgens de veel deskundiger K. verwerft Frank In een Grand Prix Attack langzaam wat voordeel. Dat houdt hij knap vast! Voordeel dat rond zet 24 zelfs even oploopt tot 1.40 !  Daarna wordt het even iets minder, maar nog steeds aanzienlijk. Even keek ik niet meer, want hij stond wel stevig, maar ik zag zo gauw geen aanknopingspunten, dus dat ging wel remise worden. En richtte mijn aandacht op de partij van Martin. Daar zal het wel van moeten komen. En daardoor miste ik de kers op de taart. Ineens zie ik dat Frank een toren geofferd heeft en daardoor zijn tegenstander voor een onoplosbaar probleem gezet heeft. Die gaat mat! Tjonge! Heeft die tegenstander zeker een akelige blunder gemaakt. Mispoes!  Had ik even helemaal verkeerd ingeschat.  “Jij hebt een sterke partij gespeeld” zeg ik hem na afloop.  “Hij trekt een bedenkelijk gezicht.  “Ik kon me niet goed concentreren vanavond.” “Zeker mijn schuld?” “Onder andere!”  Dankuwelalstublieft. Pas thuis ontdek ik dat het van Frank een volledig foutloze partij was, dat hij zijn kleine voordeel mooi uitgebouwd heeft en tenslotte met een mooi offer afgerond!  Wat zou het geworden zijn als hij zich wel had kunnen concentreren?

      Frank – Prmrnd (34.Tde1) (1) 

Wit staat mooi. Zwart kan nog wat spartelen met 34. ….  Te5 Maar hij ziet het gevaar totaal niet, speelt het verleidelijke 34. …. Txg3?  En dat blijkt dus mat in 4 ! Het is nogal geforceerd en dus wel te vinden, maar wel een beetje onverwacht, en je moet het dus maar wel even doen Als je weet dat inmiddels alle ogen zijn gericht op Kwatta! En Frank doet het! Hij zal het al bij zet 34 Tde1 hebben zien aankomen. 

35. Txa7+ !!           35. …. Kxa7  36. Da5 + en mat in 2 volgt. Met assistentie van die andere toren via e7.

2S7A5254WEB

Zo, nu staan we eindelijk gelijk en als Martin nu zou winnen ….  ???

Martin werd in zijn  zwarte Siciliaan geconfronteerd met ook al een Grand Prix Attack. Hij doet het goed tot zet 13. Hij neemt met een ondernemend 13. … f5 wat te veel risico. Bij zet 15. begon ik een beetje te vrezen.

  Prmrnd – Martin (14…exf5)

 Nu ziet 15. g5! er als een logische zet uit. Ik dacht dat zwart het dan moeilijk gaat krijgen. Maar wit speelt  15. Ph4? Ik zag direct dat zwart nu met ruilacties wat kou uit de lucht kan halen. Als hij dat nu maar doet! Ja hoor dat doet hij. Als wit het daarna weer niet op zijn allersterkst speelt, krijgt zwart langzaam wat voordeel. Dat wordt keurig uitgebouwd tot een echt voordeel. Zwart wint een pion. Wit lijkt een beetje aangeslagen, want daarna komt er niet veel vernuftigs meer uit.  (Dat is er misschien ook niet.) Zwart wint nog een pion. Maar die gaat later weer verloren. Maar wit is zwaar in problemen, en probeert met een stukoffer nog wat spel te krijgen. Ik sta erbij en kijk ernaar. Dat kan ook niet goed zijn!! Maar ja, toch spannend!

  Prmrnd – Martin (29…Lc6)

30. Pxd6 Pxd6  31. dxc5  Kan die vrijpion op c5 nog wat? Pf5 32. Lxb4

   Prmrnd – Martin (32.Lxb4)

Ik vind het wel knap dat wit in zijn wanhoop toch nog wel bereikt heeft dat er voor zwart nog wel iets te denken overblijft.

32. …..  Pxh4  33. Kh2? Pf5 34.Lc3 Te8 35. Te1

Prmrnd – Martin (35.Te1)

  En hier openbaarde zich bij uw nepmeester weer eens een misverstand. Ik dacht: laat die boel op de koningsvleugel lekker staan, dat staat daar goed, en dat komt later wel, en richt even je aandacht op de damevleugel. Ron schreef in zijn gebruikelijke mail achteraf:  ”Al maakte Martin het zich onnodig moeilijk. Laat paard op f5 staan en pion op g4 (zodat die niet verloren kan gaan, nu kon wit nog stormen met zijn pionnen op damevleugel, deed hij gelukkig niet en dan g2 winnen) Dus loop met koning naar damevleugel en maak eerst die dreiging daar onschadelijk. Simpel toch? Zwart blijft gebonden aan andere kant door dubbele vrijpion.”  Zwart speelde hier namellijk 35. g3+.  En wij dachten: als dat maar goed gaat. Gelukkig was dit dus niet alleen mijn misverstand, maar ook een van Ron. Martin mailde me: ‘Bedankt voor de complimenten. In zo’n gewonnen eindspel is het vooral belangrijk dat je een variant speelt waarvan je weet dat hij winnend is. En het liefst zo gemakkelijk mogelijk.’  ‘Ik was er van overtuigd dat dit zou winnen, dus of het sneller en beter kon is misschien voer voor betere schakers dan ik.’     En Prof Dr Ir K. geeft hem gelijk. Ook al gaat de g-pion verloren overal blijft het programma hem groot voordeel aangeven. Het duurt zo misschien wat langer, maar is inderdaad misschien eenvoudiger. Ik zag kennelijk wolven en beren. (Bijv. dat Martin zou verzeilen in een eindspel K+P+L tegen K.  Ik kon het ooit winnen, maar ben al lang vergeten hoe precies. Ik denk trouwens dat weinigen van onze club dat klusje kunnen klaren.)

  2S7A5260WEB

Hulde voor Martin. Wie is de man of the match? Frank of Martin. Beiden geweldig gespeeld. Ik vind Martin. Want die heeft nog langer in spanning gezeten, moest nog meer problemen oplossen, en stond als laatste speler onder nog grotere druk.

Zo werd het toch nog winst met 4,5 – 3,5. Dat konden we gebruiken.

En nog steeds geldt voor Purmerend inderdaad Kerkdijks uitspraak op hun website: Net als Aris de Heer hebben we een sterk team maar het lukt steeds net niet.

Jammer voor Purmerend, want het zijn aardige, sportieve tegenstanders.

Ron:  ‘Wat een narrow escape. Zag er lang niet zo uit. Hulde aan Frank en Martin.’

Mocht u overwegen om na dit verslag van uw nepmeester over zijn talloze misverstanden overwegen een andere verslaggever te zoeken dan heb ik daar veel begrip voor.

O ja, bijna vergeten, de rest van de club speelde geen interne, maar brak zich in broederlijke gezamenlijke inspanning de hoofden over een akelig schaakprobleem. Dat onopgelost bleef. Ik kon het ook niet vinden. Hoor graag hoe het nu eigenlijk zit.

  2S7A5237WEB

eindcorrectie moet nog plaatsvinden

Jos Lohmann  1849  –  Romayn Brandsma  1686 ½-½
Ron de Vink  1890  –  Rob van Someren  1917 ½-½
Bert Kuijer  1816  –  Kees Kerkdijk  1790 ½-½
Paul Verkooijen  1768  –  Rob Hahlen  1782 ½-½
Martin Zwaneveld  1654 Ties Wijnen  1696 1-0
Bert Kaizer  1662  –  Ton de Veij  1874 ½-½
Gerrit van Dok  1588  –  Vladimir Bartels  1687 0-1
Frank de Geus  1677  –  Wim Dekker  1638 1-0
   1738  1758