Stand na ronde 18

 

Ronde 18 (19 maart 2018)

Wit

 

Zwart

Uitslag

Ab Hauer

-

Joost van de Heuvel

1-0

Paul Verkooijen

-

Bert Kuijer

0-1

Gerrit van Dok

-

Ron de Vink

½-½

Herman Zwaneveld

-

Piet Tensen

1-0

Jasper Ittmann

-

Afwezig met geldige reden

 

Marco van Wijk

-

Afwezig met geldige reden

 

Peter van Putten

-

Afwezig met geldige reden

 

Frank de Geus

-

Oneven

 

Martin Zwaneveld

-

Afwezig met geldige reden

 

Ranglijst bijgewerkt t/m ronde 18

Nr

Naam

Punten

Gsp

Gw

Rm

Vl

Af

Perc

1

Ron de Vink

278,33

18

11

6

1

0

77,8

2

Bert Kuijer

267,33

18

13

2

3

0

77,8

3

Paul Verkooijen

231,00

14

8

3

3

0

67,9

4

Gerrit van Dok

209,67

18

8

4

6

0

55,6

5

Martin Zwaneveld

188,33

13

6

1

6

0

50,0

6

Frank de Geus

165,33

10

6

2

2

0

70,0

7

Ab Hauer

155,67

14

6

0

8

0

42,9

8

Herman Zwaneveld

121,50

17

2

2

13

0

17,6

9

Peter van Putten

118,33

11

2

2

7

0

27,3

10

Jasper Ittmann

35,00

1

0

0

1

0

0,0

11

Joost van de Heuvel

25,00

1

0

0

1

0

0,0

12

Piet Tensen

22,33

1

0

0

1

0

0,0

13

Marco van Wijk

22,00

0

0

0

0

0

0,0

 

 

Ronde 18

Het was niet erg druk in ons eetcafé op maandagavond 19 maart 2018. Toch wel leuk.

Gerrit-Ron

  1. d4 c5

GerritRon2   18GerritRon2

Ron had iets aardigs bedacht voor hierna, maar kreeg de kans niet. Ron:   “Ik kreeg natuurlijk weer geen 2. d5. (ES: en dat is toch inderdaad echt de beste!) Maar heb me suf gepiekerd hoe je op 2. c3 dan het best kan anticiperen. Maar ben eruit. Ik houd niet van de traditionele opzet  (ES: met 2 ….  d5) , want dan speel je feitelijk tegen Slavisch met zet minder. Ruilen is gelijk maar saai. Maar ik vond ook nog boekje over de ‘Sniper’ en  2…, g6 is dan gewoon goed, omdat daartegen de pion op c3 niet de beste opstelling is! Daarin wordt namelijk dan na 3. e4     3 …., d5 aanbevolen en gek genoeg levert de opzet  met 4. e5 wit niets op.  (ES: Ik geloof er bijna niks van. ) ‘Met dank aan Gerrit die mij dwong erover na te denken.´

In de buurt van zet 20 kreeg Gerrit kans om veel te ruilen, inclusief de dames.  Maar stond daarna zo op het oog behoorlijk gedrukt. (Komodo:  -1.13,  voor zwart dus) Zie diagram hieronder: Half open torenlijn is voor zwart. Een achtergebleven pion voor wit. Een weinig effectieve witte loper. Even de juiste route vinden voor zwart. Maar dat bleek toch niet mee te vallen. Komodo denkt dat je hier op h4 moet slaan, dan door h6-h5 de witte h-pion vastleggen op een zwart veld,  en dan de Toren van c8 overbrengen naar g8 en de loper naar e7 en dan die h-pion bedreigen. Maar of het dan erg eenvoudig wordt? 

GerritRon1 18GerritRon1

Zoals het nu in het echt ging redde Ron het niet. Hij liep zich te pletter op de Beemster muur, van onze eindspel-fanaat  (nee, niet de Berlijnse Muur in het Spaans, die is van Kramnik).   Die na zet 27 door herhaling van zetten remise bedong. Ron gaf maar toe omdat hij het ook al een poosje niet meer wist.

“Het eindspel dat ik tegen hem had was dus best leuk. “

Paul tegen Bert

leek vanavond bedrieglijk op echt schaak!

Ik speelde vroeger veel KoningsIndisch.  Tegen 1. d4 eigenlijk uitsluitend. Het was het enige waar ik toen wat van wist. Bert verklapte me eens dat hij dat ook was gaan doen omdat hij het mij op de club had zien spelen. Dat moet geweest zijn toen hij 17 jaren oud was. Sindsdien is Bert trouw een verwoed beoefenaar van deze opening gebleven. Hij bevindt zich in goed gezelschap. Gary Kasparov, David Bronstein, Bobby Fischer, Judith Polgar om maar eens wat te noemen. Het was lang een van de allerpopulairste openingen tegen d4. Alleen Kortsnoi moest er niks van hebben. Die vond het een onstrategisch soort gambiet. (?) Het wordt nog steeds regelmatig gespeeld, maar ik geloof dat nu weer het Grünfeld-Indisch (iets dergelijks maar met 3. … d5 i.p.v. d6)  nog populairder  is. Bert heeft inmiddels  een formidabele ervaring met de KingsIndian.  Dat was afgelopen maandag goed te zien.

Paul zocht de meer degelijke dan uitdagende behandeling, namelijk met ook een eigen Koningsfianchetto.

Dat zie je bij echte schakers ook weer meer tegenwoordig. Ach, het is allemaal een kwestie van mode. Er was een tijd dat wit was uitgekeken op de gewone hoofdvariant met Pf3, Le2, d5. Inmiddels doodgeanalyseerd. Eerst werd toen dat tegenfianchetto  (Lg2) heel populair. Ik herinner me heel lange varianten daarmee in de Losbladige Schaakberichten van Dr Max Euwe. Toen niemand daar nog chocola van kon maken, werd de Sämisch-variant  met f3, g4, h4 + lange rochade heel veel gespeeld.  Onze Paul weet dat natuurlijk ook allemaal, maar greep terug op de mode van de vroege zestiger jaren. Nou ja, niet helemaal hetzelfde, want hij speelde op de 7e zet Pc3 zonder c4,  en dan heet het Pirc, maar dat is toch bijna  één pot nat. Van dat verschilletje zal Bert niet wakker liggen.

18PaulBert1    18PaulBert1

Als u zich afvraagt wat dat paard op g4 doet, dat is een verzoek aan wit om zijn loperpaar op te offeren. Als wit dat niet wil ( 10. Ld2) is dat geen tempoverlies, want de belangrijkste bedoeling van die paardzet is om 10. …. f7-f5!! te kunnen spelen. Dat is nu eenmaal de basiszet van vrijwel alle varianten van het KoningsIndisch, pardon de Pirc. U zult daartoe ook vaak Pf6-h5  of zelfs Pf6-e1 aantreffen. Wit kan f5 niet goed voorkomen. En daar draait het om.

Hierna wordt het altijd spannend.  Wit staat een fractie beter maar moet ogen van voren en van achteren hebben. Na 11. exf5  neemt de ervaren KI-speler altijd met de g-pion op f5 terug, i.p.v. met de loper. En maakt zich daarna geduldig op voor komende troepenbewegingen richting vijandelijke koningsstelling. En de bedoeling is dat dan ook die loper op g7 ineens gevaarlijk wordt. Als dat allemaal lukt, krijgt zwart een prachtige stelling,  maar soms lukt het niet. Als wit alles goed doet.

18PaulBert2  18PaulBert2

Hier gebeurt dat dus niet: 19. Pg1 ?? (19. d4!?)  Na 19. ….  f4! of 19. ….  Ph5! (gespeeld) krijgt zwart aanknopingspunten. En na een zwakke witte 21e zet (Lg2-f3) staat wit gewoon ineens heel goed.

18PaulBert3  18PaulBert3

21. … Pxg3 !!!!  Bert ziet :  22. Kxg3? exf4!  Als wit met de loper terugneemt  volgt Lxc3 schaak en damewinst. Als wit echter met de koning terugneemt (brr) volgt mat met Le5! (#1) Over een ontwakende ijzersterke 'koningsindische' (nou ja Pirc-) loper gesproken.

Dus zit er niets anders op dan 22. Pge2 (gespeeld) waarna het zwarte paard na gedane arbeid triomfantelijk terugkeert naar h5. Dan is wit een pion armer en een gammele koningsstelling rijker.

Ook hierna doet Bert helemaal niets fout. Voorbeeldig wordt van de voordelen geprofiteerd en de arme Paul mag alleen nog van zet 23 tot zet 35 spartelen in een steeds nauwer wordend net. Daarna machteloos gevangen in 2 zetten. Zie verderop.

Ron:   ‘Maar vooral toch weer heel knappe partij van Bert.’ Hierbij sluit zich de huidige spreker volmondig aan.

De andere twee partijen werden niet genoteerd en dus daar kan ik niet veel over schrijven.

Ik zag dat Ab Hauer dramatisch verloor van Joost van de Heuvel. Maar dat was wellicht in de analyse achteraf want onze nieuwe jongeling werd later drastisch gesouffleerd door Frank die tijd had omdat hij oneven was. Wellicht had Ab eerst al gewonnen.  ????

En ik zag hoe Herman Zwaneveld met enige hulp van zijn tegenstander een enorme koningsaanval op touw zette tegen onze andere nieuwe oudere jongere Piet Tensen, en hoewel Herman er meer tijd voor nodig had dan strikt noodzakelijk, hij won! Ik zei toch al ……

Highlights:

Paul-Bert

18PaulBert4  18PaulBert4

34. ….  Tg3 !  (Komodo geeft Lc6 als nog veel sterker, maar waarom zou je ingewikkeld doen als het ook eenvoudiger kan?  Opnieuw speelt dat open veld g3 een belangrijke rol.)  En nu gaf Ron aan dat wit hier wegens de penning van de dame op f5 nog een heel klein beetje had kunnen spartelen met 35. De4!? Maar niet genoeg:  35. …. Teg8 36. Dxf5 Lxf5  en de aanval duurt voort. En zelfs als wit kans zou zien om alles af te ruilen zou het eindspel ook nog verloren zijn:

18PaulBert5  18PaulBert5

Wit is niet opgewassen tegen die twee vrijpionnen van zwart.

Maar Paul spartelde niet langer:

18PaulBert6  18PaulBert6

35.Txg3 fxg3+ 36.Kxg3 Tg8+ 37.Kh2   (37.Pg4 dan h5 of Lc6 of Dxd3 ) 37…Dxf2+ en wit geeft op.

 

Gerrit-Ron

18GerritRon4 18GerritRon4

28. Th7+  Tg7 anders verliest zwart zijn pion op a7   29. Th8 (beter Txg7!)  en nu had zwart nog 29. … a5 kunnen proberen, maar na 29. ….  Tg8  wordt het remise door herhaling van zetten.

Eindcorrectie moet nog plaatsvinden.
 

 

Bezoek van de Waagmeesters

Als Rijpenaar ben ik sinds kort zelf Alkmaarder.  Maar ik houd al veel langer best wel een beetje van Alkmaar. 

Meer dan Purmerend heeft het zijn oude gebouwen en grachten ontzien, en ik vind het daarom een stuk gezelliger aldaar.  Zo’n stadhuis dat is toch prachtig.

En vooral dat fraaie Waagplein, met dat fraaie Waaggebouw, met die fraaie Waagtoren, met die lollige ruitertjes en dat fraaie carillon. Ik geloof dat ze het hele geval nu even hebben ingepakt. Tegen de winterse kou, denk ik. Maar als het lente wordt, bloeit het vast allemaal in volle luister weer tevoorschijn.

Alkmaar stuurde naar Middenbeemster  vijf waagmeesters van de Waagtoren. Die moesten natuurlijk komen controleren of die beroemde Beemster kaasmakers wel echt het gewicht zouden leveren waarmee ze de vorige  rondes hadden lopen pronken.  

Ik denk dat de zesde waagmeester voor de afwisseling eerst zichzelf had gewogen en helaas te licht bevonden. Maar konden ze dan niet een vervanger sturen? Ze hebben er daar meer dan zeventig van dat soort, en die zitten allemaal in het Gulden Vlies gepropt. Er was toch wel een ander te vinden die zo’n snoepreisje naar onze ruime gezellige clubbehuizing wilde meemaken? Mij viel verder op dat ze ons kennelijk in Alkmaar toch serieuzer namen dan in Purmerend, waar ze kinderen op ons af stuurden. Nu was het dit keer ook wel niet de absolute topklasse, maar wel allemaal tenminste overduidelijk volwassen (maar nog wel net binnen de houdbaarheidsdatum),  en met veel ervaring.

En de bazin van ons nationaal beroemde eetcafé deed er alles aan om het ze naar de zin te maken. U kent natuurlijk de  Alkmaarse kaasmeisjes die tot taak hebben promotie van kaas en kaasmarkt. Nou wij hadden vanavond onze eigen Frau Antje. Ze voorzag ze niet alleen van koffie en bier, maar ook van worst, en offreerde natuurlijk ook veel kaas. “Mmmm”, bromde Nico Brugman streng achter het eerste bord, “Toch wel echte Beemster kaas hè?” toen ik hem het plateau voorhield.  Waaruit voor mij wel direct duidelijk was dat ze ons kritisch kwamen onderzoeken.

43e8c9cc5fd348f15631fe9974306f86  Frau Antje

Ze deden hun best, de Kaaskoppen. (Sorry voor die term, maar ik heb begrepen dat ook Alkmaarders zichzelf zo noemen.)   Maar ze konden nergens een onrechtmatigheid bespeuren. Ze waren dan ook al vroeg klaar. Op één controleur na. Die bleef maar fanatiek Gerrit’s  oudbelegen produkt onderzoeken. En niet geheel zonder succes. Pas nadat Gerrit had toegegeven dat er aan het eind van het proces iets was misgegaan was zette Han Rauws  zijn handtekening voor een voorwaardelijke goedkeuring.

Foto’s beter of groter? Klik erop.

2S7A3048WEB 2S7A3048WEB

Alleen onze topkwaliteit, de camembert van Bert bleef dus geheel reglementair ongeïnspecteerd.  Bert ging daarom onze overige visite maar zinvol bezighouden. Je kunt tenslotte nooit weten of die wellicht volgend jaar ons team van kaasdragers kunnen aanvullen. Want daar hebben we er dan absoluut weer te weinig van.

2S7A3042WEB  2S7A3042WEB

Bij Frank was de controle het snelst afgerond.

In zijn Siciliaanse specialiteit werden geen verdachte  bacteriën aangetroffen. Moet bijgezegd worden dat zijn inspecteur er zich wel wat al te gemakkelijk vanaf maakte.  Het produkt kwam niet eens toe aan het eerste stadium  van rijping:  hij gaf namelijk geheel  vrijwillig zijn centrum op en overzag daarna het daaruit voortvloeiende verlies van een stuk van de wrongel. Toegegeven, bij zet 12 verzon Frank de grap al die bij zet 16 materiaalwinst  teweeg bracht. Dat was iets te professioneel voor Bob de Mon. Die dan ook vrijwel direct zijn goedkeuring hechtte aan Frank’s graskaasje. De rest van de avond onderhielden beide heren zich vrolijk koutend in een hoekje van ons etablissement.

En Martin had ook niet veel tijd nodig. “Eindelijk eens een gaaf produkt” zei hij me. “En goed van smaak.”  Waarop ik pesterig antwoordde: “Dat zullen we nog wel eens zien!”

Maar nadere toetsing van zijn nog jongbelegen Beemster leerde dat er dit keer werkelijk eens bijna niets aan ontbrak. Zijn 14e zet had nog iets kruidiger gekund dan hij al was, maar dankzij  twee enorme missers van Arend Noordam  bij  zet 14 en 15 kon al vroeg de inpakmachine worden aangezet. Toch had het voor mij een zuur bijsmaakje. Het was allemaal gewoon volgens een Hollands recept van Noordam, maar deed me veel te erg denken aan een smadelijke verliespartij die ik zelf met het Hollands tegen Martin leed in sept. 2012. Terwijl ik toen, lang lang geleden, eigenlijk best nog wel iets sterker was dan hij.  Ons type van soort kan misschien tegen Martin’s   1. c4  beter geen Hollands kiezen. Maar dat wist Noordam natuurlijk nog niet.

2S7A3050WEB  2S7A3050WEB

Paul vreesde dat het kwaliteitsonderzoek hem weer veel energie zou gaan kosten vanavond. Paul:  “Ik hoop maandag een wereldpartij te spelen, zodat mijn partij uitgebreid wordt geanalyseerd. Maar het zal wel weer zwoegen worden”

Maar dat viel mee. Hoewel hij zelf met wit een liefhebber is van Schots (nee, ik bedoel niet die natte variant) en van Schots gambiet, ziet hij toch met zwart geen kans om dat op z’n sterkst te savoureren. Na 1. e4 e5  2. Pf3 Pc6  3. d4 exd4  4. Lc4 weet toch elke geroutineerde kaasboer dat je nu 4. …. Pf6 moet toevoegen en na 5. e5 dan d5! moet spelen om de boel op smaak te brengen. Nu lijkt wit er toch spoedig een beetje beter voor te staan. Als je dan vreest dat ook dit keer weer voor onze  Paul het zware werk aan de karnton een aanvang gaat nemen, vergeet wit in zijn recept twee smakelijke pionnetjes, en dan is het wel gebeurd. Gelukkig is voor mij het eindresultaat dan wel voorspelbaar, te meer daar ik Paul nu al gauw ontspannen zie rondwandelen. Dan is ook nader onderzoek niet zo belangrijk meer. Zou ook niet kunnen, want dit keer schreven beide heren vanaf deze zetten hun  onderzoeksrapport zo totaal onleesbaar op papier  dat  er zelfs  voor een ervaren handschriftontcijferaar als uw wepmeester, zelfs met twee rapportages onder zijn neus, geen beginnen meer aan was.  Heer Beentjes (voornaam onleesbaar) had mij nog daarvoor gewaarschuwd, maar ik kon me niet voorstellen dat er op deze wereld nog een tweede persoon rondloopt met zo’n onleesbare hanepoot. Dus Paul, alweer geen uitgebreide analyse!

2S7A3047WEB  2S7A3047WEB

Het duurde iets langer voor Waagmeester Nico Brugman ervan overtuigd was geraakt dat op Ron’s Siciliaanse specialiteit weinig aan te merken was. Maar dat was meer een gevolg van misplaatst fanatisme dan dat er echt reden voor was. De hygiënische voorschriften werden van begin af aan keurig in acht genomen, de rauwe melk die als basis diende was prima van kwaliteit.  Nee , daar was een vakman bezig, dat kon je zo wel zien. Alleen hoestte die wat veel, en misschien maakte dat  Brugman toch wat ongerust.  Ik ken alleen de uitdrukking ‘Praten als Brugman’, maar dit was ‘Keuren als Brugman’. Na een  foutieve 12e zet  gevolgd door een heel zwakke 14e zet stond hij gelijk een pion achter, en na de keuze van een verkeerd stremsel bij de 15e zet werden dat er twee. Dan is de temperatuur te veel gedaald en is het te laat om nog op tijd de wei gaan afgieten. Nee dat wordt niets meer. Maar Brugman ging door, verloor op de 24e zet nog een pion, maar wilde perse daarna nog even nagaan of die kaaspers wel goed werkte, en dat bleek dus geen aangenaam gevoel voor zijn vingers.  Bij zet 34. gaf hij eindelijk op. Ron liep al lang ontspannen rond en volgde geïnteresseerd het rijpingsproces op de andere planken.

Dat het bij Gerrit een oudbelegen versie zou worden kon je eigenlijk al een poosje zien aankomen. Hij volgde namelijk konsekwent het recept waar hij patent op heeft. Veel ingrediënten uitwisselen en in het slotproces de temperatuur laten oplopen. En ja, dat kan dan wel laat worden. Maar soms kun je beter even afwijken van dat recept.  Bij zet 7 kon hij gewoon een pion winnen  (7. exd5 ) , maar hij is dan zo ingesteld op de automaat dat hij eerst de lopers ruilt.  Bij zet 9 biedt hij dameruil aan, hoewel dat nog lang niet hoeft.  Hans Rauws hapt gretig toe. Die weet dat hij een kaasmaker voor zich heeft met veel hogere reputatie heeft dan de zijne. En voorlopig laat zich het produkt smakelijk voorproeven. Geheel volgens zijn bedoelingen zit Gerrit rond zet 22 al in een eindspel. En ja, geheel volgens plan krijgt hij langzaam een beetje voordeel. Iemand voegt me fluisterend toe: “Dat zal wel remise worden”. “Nou dat weet ik niet, volgens mij staat Gerrit wat beter! En daar is  hij wel goed in.”

WgtrnGerrit1  WgtrnGerrit1

Die witte pionnenmeerderheid op de damevleugel, de kwetsbaarheid van pion b7, de witte koning lekker waaks dicht bij de pionnenminderheid op de koningsvleugel  . Maar ach, weet ik veel, ik ben al lang geleden met kaasmaken gestopt, het loonde niet meer. Ik zag hier Gerrit 28. Pc4 spelen, en dat beviel me niet. Het proefde niet goed. Ik had zelf gewoon ordinair 28. Kf3 gedacht. Maar ik keek niet verder. Thuis zie ik dat inderdaad hier 28. ….. Pa5! sterk is en de stand weer helemaal gelijk maakt.  Als wit het paard slaat, slaat zwart op  e3! Maar als zwart na 28. Pc4 nu Te7? speelt, wat gebeurde, dan kan wit gewoon doorgaan met zijn ruil-strategie, en houdt een voordeeltje.

Wat nu volgt is een verschrikkelijk moeilijk eindspel. Wit zou het moeten kunnen winnen. Beide spelers missen af en toe de sterkste. Na een echt zwakke zet van zwart  (….Kd8??) kan Gerrit zijn strategie bekronen : hij moet dit kunnen winnen.

WgtrnGerrit2  WgtrnGerrit2

Hij moet alleen die vrijpion van zwart even op tijd een halt toeroepen. 37. Lf2!! Wint. Maar Gerrit speelt Ke6 en denkt dat na slaan op f6 zijn vrijpion sneller is dan de zwarte h-pion,  of ziet niet dat die niet meer tegen te houden is. Wat nu volgt is een reuze grappig geforceerd eindspel, dat terecht in remise eindigt. Daarover later meer.

Intussen stonden alle keurmeesters en alle kaasboeren rond zijn bord. En als dan je tegenstander ook nog in tijdnood begint te raken, wellicht dat je dan zelf een beetje nerveus wordt. En zo de prijs voor de beste oudbelegen van Middenbeemster je voor je getrainde  neus wordt weggekaapt.

En zo wonnen we met 5,5-0,5.

Waagtoren 8 deed wel zijn best, maar het elo-verschil was te groot. Tenzij de nhsb weer wat onredelijks bedenkt, zijn we dan weer terug van weggeweest. Zelfs als de oppositie in Heiloo ons toch onverwacht te veel zou worden, worden we toch nog kampioen.  We zouden ons tweede team zelfs wel kunnen sturen. Maar dat hebben we niet. Dat is onze makke.

En ineens schiet er een liedje bij me binnen. ‘Alweer’ hoor ik trouwe lezers smalen.

De gebeurtenissen van vanavond doen me denken aan een oeroud lied n.a.v. een Vlaamse boerenopstand tegen de adel, in ‘het jaar onzes heeren 1328’. Daarover werd een lied gezongen dat is teruggevonden in het beroemde Gruuthuse-handschrift, dat rond 1400 met de hand werd geschreven en een van de belangrijkste bronnen is van de Middelnederlandse literatuur. Onduidelijk is of de boeren hier nu spottend, of juist waarderend worden beschreven. Ik houd het op het laatste. En dan is het duidelijk van toepassing op ons glorieuze boerenteam van deze jaargang dat de zich adel wanende wedstrijdleiding van de nhsb laat merken dat het zich niet zomaar de kaas van het brood laat eten.

Wrongl en wey broot ende caes

Dat heit hi al den dach

Daer omme es de kerel so daes

Hi etes meer dan hys mach.

(Sorry hoor clubgenoten, dat moest er even uit, maar dat risico loop je als je een oud-leraar Nederlands als wepmeester laat fungeren.)

Highlights:

Veel zullen het er dit keer niet zijn, want de winst werd meestal geboekt via flinke fouten van de tegenstanders en zelden via fijnzinnige combinaties.

Nou ja, die van Frank. Dat wel dus!

WgtrnFrank1 WgtrnFrank1

Wit probeerde de zwarte wals te stoppen met 12. f3, maar Frank rekent uit dat dat niet helpt.  Kijkt u even mee, het is geforceerd, het traint uw voorstellingsvermogen. Dan wordt dat misschien net zo goed als dat van Frank.

12. …. e4!  Verliest dat niet gewoon een pion? 13. fxe4 dxe4  14. Pxe4 (Lxe4 verandert niks aan het principe) Pxe4  15. Lxe4 Dd4 +  schaak en stukwinst op e4. Mooi hè.

Ach die van Martin was toch ook wel leuk (als hij het ook al bij zet 14 zag)

Na  13. …. Tb8  (foutje in gelijke stelling)  14. c5 schaak (kan nog sterker, maar dit is wel een valletje)

WgtrnMartin1  WgtrnMartin1

Nu had zwart het beste 14. …. Df7 kunnen proberen, want het logisch lijkende  14. …..  , d5??  is veel slechter, wegens  15. Lf4!!  Dat kost of een pion (na 15. … e5) of een kwaliteit op b8 of een pion op b7 (na Ta8). Om maar eens wat te noemen. En als zwart van zo’n zet heel erg schrikt volgt er nog een blunder  (“Een slechte zet komt zelden alleen”, zei een beroemde grootmeester eens. Wie? Weet ik niet meer.) Hier dus ook: 

WgtrnMartin2  WgtrnMartin2

15. ….. Le4 ????  16. Txe4! Met stukwinst, want zwart mag niet terugslaan wegens penning van d5 door de dame op  b3.    Leuk hè. 

(Martin zei me na mijn smadelijke nederlaag destijds: “Ik vind het nooit erg als ze Hollands spelen tegen 1. c4 want heel vaak kun je iets met die lijn b3 – g8”  Maar dat had hij Noordam natuurlijk niet vantevoren verteld.)

Hierboven vermeldde ik al dat Paul met zwart het Schots gambiet met zwart niet ideaal speelt, maar ook Beentjes  doet het niet perfekt

WgtrnPaul1 WgtrnPaul1

Hier kan wit 6. Db3! spelen. Lastig voor zwart. (Pa5 of Kf8 ?) Ik meen me te herinneren dat ik Paul een paar jaar geleden ook al eens heb zien zweten toen hij zoiets in een uitwedstrijd in de externe tegen zich kreeg. Maar Paul herinnert zich kennelijk niks. Maar gelukkig voor hem speelt Beentjes hier 6. cxd4 wat natuurlijk wel redelijk is, maar niet de beste.

En voor diens lesje  ‘Hoe geef ik een handjevol pionnen cadeau?’ zie hieronder:

WgtrnPaul2 WgtrnPaul2

11. Ld3?? (Dd3!?) Pxd4  12. Le2? Pxe2 13. Pxe2?? (Dxe2!?) Pxe4

En voor wie het nog niet helemaal begrepen heeft precies zo’n lesje bij Ron:

WgtrnRon1  WgtrnRon1

13. Lxf4?  Db6 schaak  14. Kh1 Dxb2

WgtrnRon2  WgtrnRon2

15. Pa4? (maar alles is slecht) Dxc2  16. Tc1  Dxc1 17. Dxc1 Txc1 18. Txc1 en als alle kruitdamp is opgetrokken staat zwart 2 pionnen voor. En dat is genoeg.

Aan het eindspel van Gerrit kunnen we een heel verslag wijden. Maar ik zal me beperken tot enkele momenten.

WgtrnGerrit3 WgtrnGerrit3

Wat ik moeilijk vind aan dit eindspel  is dat je er met de gewone schaakwetjes niet bent. Ik zou precies zo gespeeld hebben als Gerrit, maar helaas, dat hoort volgens Komodo niet te winnen. Ik zou ook gedacht hebben:  1. Koning centraliseren!  2. Niet te vlug die koningspionnen opspelen. In ieder geval zo lang mogelijk voorkomen dat daar een zwarte vrijpion ontstaat. 3. Kijken of met die pionnenmeerderheid op de damevleugel een vrijpion te creëren valt.  4. De witte stukken staan beter. Verknoei dat niet te vlug.

Maar Komodo ziet hier als beste mogelijkheid 31. f5! Zelfs ik begrijp dat je dan geen 31. …  g6-g5 moet spelen omdat dan de kans op een zwarte vrijpion aan koningszijde wel erg klein wordt. Dus 31. … gxf5 32. gxf5 . Maar dan geeft wit aan zwart toch zelf die vrijpion!? Maar volgens Komodo laat je die witte koning zo’n beetje staan waar hij staat om die h-pion geen kans te geven en ga je eerst op de damevleugel aan de slag.

Het zal wel.  Nu kijken naar wat Gerrit speelt (en ik ook zo ongeveer gespeeld zou hebben) :

31. Kf3  Kf7 ? Komodo adviseert 31. …. f5 !  (Duidelijk, om alsnog wit’s f5 te voorkomen.) Met gelijke stand. En weer adviseert K. dus nu f4-f5.  32. Ke4?

WgtrnGerrit4 WgtrnGerrit4

Als ik voor computer mocht spelen, zou ik mededelen dat wit voordeel heeft. Maar de echte computer zegt nu 32. … h5 met gelijkspel. Dat kun je als mens toch niet bedenken. Het gaat hier dus eens een keer niet om het centraliseren van de koning, maar om die koningsvleugel in het vizier te houden en actie ondernemen aan de andere kant, op de damevleugel!

Tenzij …. zwart vergeet die vrijpion te creëren, zoals  Rauws doet: 32. … Ke8 ?? ik zag hem gebeuren en het leek me niet logisch 33. Kd5! h5   hè hè.     Maar nu misschien te laat?    Komodo taxeert nu:  0.93,   voor wit dus.

WgtrnGerrit5   WgtrnGerrit5

34. gxh5  gxh5   35 Pd6+  (K. vindt gelijk 35. Lf2 om die vrijpion tegen te houden iets beter)  35. ….  Lxd6?   (Kd7!?) 36. Kxd6

WgtrnGerrit6 WgtrnGerrit6

36. …  Kd8??  dat maakt het erger! En zoals ik hierboven al aangaf had wit hier met 37. Lf2 kunnen winnen. Dan had hij de bloedstollende pionnenrace die nu volgt kunnen voorkomen.  37. Ke6? h4!  38. Kxf6 h3 (die pion kan niet meer zonder materiaalverlies worden tegengehouden. Ik weet niet of Gerrit dat had ingecalculeerd, of dat hij de ondersteunende manoeuvre  met het zwarte paard had onderschat) 39. Lg1  (de enige)

WgtrnGerrit8  WgtrnGerrit8

Pd4! Op weg naar f3  40. f5  (Terecht. ‘Ik ben er ook nog!’) 40 … Pf3

WgtrnGerrit10 WgtrnGerrit10

41. Kg7!  ( Terecht. Om ruimte te maken voor de f-pion. Ik dacht dat wit één zet had kunnen winnen door eerst Lh2 te spelen. Maar inderdaad dat helpt niet omdat het paard op h2 veel beter staat dan op g1, en direct een rol kan gaan spelen om de promotie van de witte pion te belemmeren  41. Lh2 Pxh2  42. Kg7 Pg4! En wit kan promotie wel vergeten!)

Je kunt het je haast niet voorstellen, maar inderdaad wint wit nu één zet omdat zwart eerst op g1 moet slaan  , en dan promoveert weliswaar zwart alsnog één zet eerder, maar wit promoveert direct daarna met schaak. Daar moet je bij pionnenraces altijd rekening mee houden. Het is een geluk voor Gerrit dat dat ene tempootje voldoende is voor remise. Hij had liever willen winnen en daar ook een mogelijkheid voor gecreëerd, maar verliezen was wel heel zuur geweest.

WgtrnGerrit11 WgtrnGerrit11

En zowel na Kd7 als na Kc7 is eeuwig schaak onvermijdelijk. REMISE.

Dat er na zo’n rustige, vredige partijopzet, als er bijna geen stukken meer over zijn, zo’n verschrikkelijke oorlog kan ontbranden. Mooi om te zien. Ik vraag me af hoe lang Gerrit nodig heeft om weer tot rust te komen.

Eindcorrectie moet nog plaatsvinden.

 

 

 

 

12-03-2018

Aris de Heer

 – 

De Waagtoren 8

5½ – ½

1

8529532 

Ron de Vink

 1895

 – 

6192098 

Nico Brugman

 1508

1-0

2

7185981 

Bert Kuijer

 1806

 – 

 

 

 

1-0 R

3

6808131 

Paul Verkooijen

 1765

 – 

7691728 

Beentjes

 1465

1-0

4

7826654 

Martin Zwaneveld

 1670

 – 

8617367 

Arend Noordam

 1441

1-0

5

7803114 

Frank de Geus

 1663

 – 

6187885 

Bob de Mon

 1377

1-0

6

7268195 

Gerrit van Dok

 1625

 – 

8580385 

Han Rauws

 1181

½-½

 

 1737

 

 1394

 

 

 

Stand na ronde 16, 5 maart2018

 

Wit

 

Zwart

Uitslag

Bert Kuijer

Frank de Geus

1-0

Ron de Vink

Martin Zwaneveld

1-0

Gerrit van Dok

Peter van Putten

1-0

Herman Zwaneveld

Paul Verkooijen

0-1

Ab Hauer

Afwezig met geldige reden

 

Jasper Ittmann

Afwezig met geldige reden

 

Marco van Wijk

Afwezig met geldige reden

 

Ranglijst bijgewerkt t/m ronde 16

Nr

Naam

Punten

Wa

Gsp

Gw

Rm

Vl

Perc

1

Ron de Vink

191,33

17

16

10

5

1

78,1

2

Bert Kuijer

174,33

16

16

11

2

3

75,0

3

Paul Verkooijen

156,67

15

12

7

3

2

70,8

4

Gerrit van Dok

138,00

14

16

8

2

6

56,3

5

Martin Zwaneveld

134,67

13

12

5

1

6

45,8

6

Frank de Geus

105,67

12

9

5

2

2

66,7

7

Ab Hauer

100,83

11

13

5

0

8

38,5

8

Peter van Putten

85,00

10

11

2

2

7

27,3

9

Herman Zwaneveld

74,50

9

15

0

2

13

6,7

10

Jasper Ittmann

23,67

8

1

0

0

1

0,0

11

Marco van Wijk

14,00

7

0

0

0

0

0,0

 

Ronde 16, nieuwe stijl

Nee, niet de ronde was in nieuwe stijl, maar dit verslag wel. Ik schreef vorige keer dat ik wegens tijdgebrek slechts twee partijen zou analyseren, “maar volgende keer beter”.  Dat blijkt nu ineens een leugen. Ik ga vanaf nu proberen het altijd zo te doen.

Ik ga nog wel heel korte verslagjes schrijven over het verloop van elke partij (ik moet dus nog steeds alle notaties mee naar huis nemen, zet alles wel vlot op mijn  computer), maar doe veel meer dan voorheen een keuze waar ik wat meer over wil schrijven. Dat kan één partij zijn (meer niet) , of een enkele stelling, of iets wat me leerzaam lijkt en dat boven komt borrelen n.a.v. een van uw partijen (of iets van mezelf op Helena). Ik zal me in ieder geval ook meer richten op wat wellicht nut heeft voor meer personen.

Ik hoop vooral zo wat minder tijd kwijt te zijn, want het wordt me inmiddels wel wat te veel: elke week drie dagen voor de website werken. En dat nu al meer dan tien jaar. U bent waarschijnlijk meer gebaat bij het iets minder uitvoerig, maar toch nog wel blijven functioneren van uw webmaster, dan bij al die lange analyses, waar velen van u wellicht alleen naar kijken voor zover het hun eigen partij betreft. Ik hoop dat het me dit keer lukt, en dat de verleiding om over alles te schrijven me niet weer parten gaat spelen.

Ik wil wel de verslagen van de partijen in de externe zo blijven doen als ik deed. Omdat daar ook buiten de club nogal wat belangstelling en waardering voor blijkt te bestaan.

Maandag 5 maart:

Bert-Frank

Bert wil eens wat anders en speelt Engels. Krijgt inderdaad een heel licht voordeel. Na zet 18. ….  Td8 (… e5!) en 19. … Dc7?? (Da5!?) wordt dat voordeel groter. Zet 21. …., Pb6 demonstreert zwarts onmacht. De pion op e6 was niet te dekken. Komodo suggereert een paardoffer  tegen 2 pionnen met 21. … Pxe5  en  Dxe5 maar dat is natuurlijk ook niet voldoende. 

16Bert1   16Bert1

Na 21. … Pb6 22. Dxe6  Kh8  23. c5 geeft zwart op. Beetje vlug, maar niet onterecht. Hij heeft geen zin in een demonstratie van de kracht van een vrijpion in het centrum en van de mooie velden voor een paard op e4, resp. d6.

Gerrit-Peter

In een geweigerd damegambiet verwerft wit al gauw een licht voordeel. Maar het leuke is dat zwart wel actief en agressief blijft spelen, en het wit dus helemaal niet gemakkelijk maakt.  “Ik moest toch wel uitkijken “, hoorde ik bij na-analyse Gerrit zeggen. Door een missertje verliest zwart een kwaliteit bij zet 21. Maar toch …

Rond zet 22 wordt de situatie al snel behoorlijk ingewikkeld.  Beide spelers missen af en toe de beste mogelijkheid.  Zie voor meer over de situatie aldaar verderop in het ‘keuze-menuutje’. Uiteindelijk krijgt zwart zelfs voordeel rond zet 28. Maar mist de winst. En ineens staat dan wit gewonnen.

16Peter5  16Peter3

Een prachtige zet is hier 28. ….  Dg4! De bedoeling is om veld h3 vrij te maken voor het paard. Ziet u dat? Na 28. fxg4 volgt … Ph3 MAT!  En kun je nu wel iets doen tegen die dreiging Ph3? En als dat al lukt, dan blijft het slaan op f3 altijd mogelijk. (Eventueel na ook nog eens Tf8)

Maar nu (in de diagramstelling) wordt Peter te ruilerig. Na 28 … Pxf3+ ?? 29. Txf3 Lxf3 30. Dxf3 staat zwart inmiddels een heel stuk achter, en dan heeft Gerrit er geen moeite meer mee.

Wel een leuke, spannende partij, en ook goed gespeeld door Peter, maar helaas met ergens een beslissende fout. Ik krijg ineens een onbedaarlijke aanvechting om zin om daar een liedje op te maken:

“Die Peter wordt Beter,

 die Peter wordt goed.

 Waarbij dan zo’n foutje,

 er weinig toe doet.

 Geef hem nog even

 wat tijd om te leven,

 opdat ook u allen

 met angst en veel beven

 zult opstaan en vallen

 als u tegen hem moet.”

 

Ron-Martin

Weer probeerde Ron een Blackmar-Diemer uit te lokken, en tot zijn ergernis werd het dus weer Frans. Ik zal verderop daar nog wat aandacht aan schenken.

Ron: " Tegen Martin besloten om de oude Andersen variant met Lxf6 van stal te halen. Ik dacht dat 7…. Kf8 het beste was, maar 7. …. g6 wat Martin speelde is ook goed, evenals gewoon korte rochade! Maar gelukkig maakte Martin het mij niet moeilijk. Hij maakte weer eens een voor hem typische fout door niet eerst rustig te ontwikkelen, maar

16Ron1  16Ron1

10…., Db6 te spelen Na 11. Pxd5, niet eens moeilijk om te zien, is het gelijk uit."

 

Herman-Paul

Herman speelde zijn opening origineel, maar wel te gewaagd. Met 3. Pge2 en 4. f4?

16Herman1  16Herman1

Waarop volgde:  4. …    d6 5. g3  Lg4  6. h3? Lf3!    En daarmee is wit zijn rochade kwijt. En een pion.   Een lesje van meester Paul:  Snel rocheren en je koningsstelling even in tact houden.  Na zet 22. volgt nog een lesje: sterke velden voor paardjes, en leuke vorkjes met die beestjes

16Herman2 16Herman2

23. … Pf3!  Ja, je kunt niet in één zet zowel de toren als de dame redden.

en bij zet 27. : leuke vorkjes met de pion.

16Herman3  16Herman3

27. … d4 Dat verliest een paard.

Inmiddels staat Paul zo verschrikkelijk gewonnen dat hij nu wel een biertje aandurft i.p.v. de voor hem gebruikelijker voorzichtige frisdrankjes.

 

Mijn  ‘keuze-menuutje van de week ‘ :

1.

De ingewikkelde  stelling na zet 22 bij Gerrit-Peter:               

16Peter1  16Peter1

22. De2?  (Dc2!?)  22 …. Tc8? Zwart wil dat zijn paard van d5 weg kan om elders gevaar te stichten, zonder pionverlies op c7. Bij de na-analyse stond aan de zijlijn  ene Ron zich op te winden:  “Je bent aan het aanvallen! Dan is die pion op c7 toch helemaal niet belangrijk!”  Helemaal mee eens.

Dus beter 22. … Ph3!!! Een leuke zet. Hiermee  kan zwart hier de  stelling minstens in evenwicht brengen. 23. gxh3 Dg5+  24. Dg2 verreweg de beste Dxg2  25. Kxg2 Pf4 !!  en zwart wint zijn stuk terug op d3.

Na 22. … Tc8?  23. Le4  kan zwart  met Pf7 en daarna Pd6 nog aardig tegenstribbelen, maar tegen 23. … Df4, wat er voor mij best logisch uitzag, heeft Komodo bedenkingen.

16Peter2  16Peter2

Die ziet 24. Lxd5 Lxd5 25.Tc3 en zwart raakt dat belangrijke speerpunt op e3 kwijt. Zijn aanval is doodgebloed.  Maar Gerrit speelt 24. g3?  waarna Dd6 tot bijna gelijk spel zou leiden.    Maar na 24 …  Df7? staat wit toch alweer beter. Komodo geeft daarom de voorkeur aan alsnog 24. …  Ph3+! Of nog beter 24. ….  Dd6!. Het duurde even voor tot me doordrong waarom:

16Peter3  16Peter3

Na 24. … Df7 kan wit met 25. h4 direct materiaal winnen. Na 24. .. Dd6! heeft het zwarte paard een vluchtveld op f7. Nu niet: 25. h4 Pxe4  26 fxe4  en zowel het paard op d5 als de dame op f7 staan aangevallen. Materiaalwinst dus.

In de diagramstelling speelt wit helaas nu geen h4! maar 25.  Kg2? om de pion op f3 extra te dekken. Waarop Peter perfekt reageert met 25. … Dh5!  26. Lxd5

16Peter4  16Peter4

En, goed zo, nu eerst  26. …..  Dh3+ !!  (sterker dan gelijk Lxd5) 27. Kg1 Lxd5  28. Dxe3? (f4!?)  Zwart heeft nu niets te klagen.

16Peter5 16Peter5

En hier kan dus zwart heel goed komen te staan met  28. … Dg4!! maar dat heb ik hierboven bij de korte overzichten al laten zien.

 

2.

Potje Frans voor Ron

Ron probeert geregeld een BDG-gambiet uit te lokken, maar zijn tegenstanders gaan er vaak niet op in en maken er Frans van (of Caro-Kann).

Gewoon BDG:  1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3  Pgf6 4. f3

Maar :  1. d4 d5 2. e4 en zwart kan het gambiet nu weigeren met e6 (Frans) of c6 (Caro-Kann) . Slap natuurlijk, want een gambiet hoor je aan te nemen, maar Ron heeft er een hekel aan.  

Het BDG heeft kennelijk zo’n kwalijke reputatie dat men er met zwart niet aan wil meewerken.  Wat onzin is, want het BDG is eigenlijk niet voor 100% correct. Wit speelt het omdat hij leuke stellingen op het bord wil hebben en mooie combinaties wil meemaken. Als je tegenstander goed op de hoogte is, kun je het met wit best wat moeilijk krijgen. Je offert een pion, maar je ziet er te weinig voor terug. Maar amateurs van het armzalig niveau van ons allen, zijn gelukkig zelden goed op de hoogte.

Ron wil zo graag een BDG-gambiet  (krijgt hij stellingen die hem ‘liggen’)  dat hij het ook probeert uit te lokken na 1. d4 Pf6   Door nu 2. Pc3 te spelen

16BDGFrans1 16BDGFrans1

hoopt hij op 2. . d5 (het meest logisch en het meest gespeeld, omdat  zwart kan proberen van het feit te profiteren dat pion c2 even geblokkeerd is en zijn pion c7 niet, en die dus sneller een rol kan gaan spelen in het gevecht om het centrum!). En daarna zou kunnen volgen  3. e4 dxe4  4. f3. Maar ook nu kan na 3. e4  zwart weigeren op e4 te slaan en uitwijken naar Frans of Caro Kann met 3. …  e6  of 3. ..c6.

Wie BDG wil spelen zal dus ook tegen het Frans of de Caro Kann een scherpe variant achter de hand moeten hebben.  Ook desnoods niet 100% correct, maar scherp, en een waarvan de meeste tegenstanders hopelijk niet erg op de hoogte zijn.

Met een andere volgorde van zetten overkwam het Ron ook afgelopen maandag weer tegen Martin:  1. d4 Pf6 2. Pc3 e6! (jasses) 3. e4 d5 

16BDGFrans2  16BDGFrans2

en nu speelde Ron maar 4. Lg5  De hier verreweg het meest gespeelde zet.

Als je over sterke zenuwen beschikt kun je hier natuurlijk in de plaats daarvan toch 4. f3 proberen. (Aldoor op je quivive blijven dat Dh4+ niet mogelijk is.) Het beste antwoord is dan 4. …  c5 (anders sta je al gelijk gelijk) waarna misschien 5. e5 mogelijk is  , of beter nog 5. exd5 exd5 6. Le3 . Dan staat wit niet beter, ook niet slechter, maar heeft wel een stelling die niet bekend is en vrij geforceerd tot stand komt Hij komt in mijn databases niet meer voor.

16BDGFrans3 16BDGFrans3

Komodo geeft hier  =  -0.13.   Hij geeft als de beste voortzetting voor zwart  6. …  c4  (om te profiteren van het feit dat de ontwikkeling van de witte koningsvleugel enigszins belemmerd is )  waarop K. nota bene 7. g4 aanraadt!!  Van zo’n stelling moeten Ron’s handen toch gaan jeuken! Die moet hij eens met zijn computer een beetje gaan voorbereiden. Misschien raakt hij dan zijn afkeer van het Frans een beetje kwijt.  Bijv. 7. Lb4 8. Pge2  en vroeger of later Dd2 en 0-0-0. Ongetwijfeld gaat hier de beste speler winnen. 

Tegen Martin speelde Ron dus maar 4. Lg5. Maar zo werkt hij dus zelf mee aan de bedoeling van zwart: op bekend terrein blijven, met de bekende sjablones.

16BDGFrans4  16BDGFrans4

 4. … Le7

Ron : “Tegen Martin besloten om de oude Andersen variant met 5. Lxf6 van stal te halen.”   ES :  Misschien toch maar niet 5. Lxf6 maar bijv. 5. e5 Pfd7  6. h4 om toch een beetje in je stijl te blijven.

16BDGFrans5  16BDGFrans5

Van 6. … Lxg5 7. hxg5 Dxg5 8. Ph3! hoef je met wit niet wakker te liggen. En … toch een gambietje! Wou je toch! Natuurlijk, ik weet wel dat er meer mogelijk is dan 6. … Lxg5. Maar in de datebases heeft wit altijd een klein plusje. En … !  Leuk spel. Wou je toch? Op ons niveau moet dat toch kunnen. Het zaait waarschijnlijk wat verwarring.

Over andere scherpe varianten in het Frans later misschien meer.

 

Dit was het dan weer. Verslag Nieuwe Stijl. Dit was alles bijeen slechts acht uur werk. Dat moet kunnen. En misschien toch nuttiger.

Ik hoor het wel.  (Misschien)

 

Eindcorrectie moet nog plaatsvinden.