OUDGOUD8

OudGoud8 van 31 juli 2016

MaatFrank1  MaatFrankk1

Gerard Maat – Frank de Geus,  dec.2009

Na 14 zetten is de stand nog gelijk. Maar Maat begaat hier een grote fout : 15. h3 ??

Frank speelt hierna vijf keer de beste zet, en daarna gaf Maat op.

Hoe denkt u dat het verder ging?

(Maat's 17e zet was niet de beste, maar ook als hij die wel gespeeld had was hij kansloos geweest. U mag wits 17e zet ook fout doen, als u maar aangeeft hoe zwart dan toch zou winnen. )

Inzendingen s.v.p. via mijn email-adres: eddysaraber@hotmail.com

Oplossingen OudGoud 7

29 juli 2016

Oplossing OudGoud7 van 20 juli

FrankRevanche1  Frankrevanche1

Robin Sneeuw (1826) – Frank de Geus (1623), febr. 2012

1.  Noem één van de drie zetten die Komodo10 als sterkste hier aangeeft.

2.  Maar die speelde wit niet. Wit rekende -dacht hij- dieper. Verzon een schijnoffer. Verzin de begrijpelijke doch grootste fout die wit hier kan maken, en die hij dan ook maakte.

3. Verzin de  begrijpelijke, maar niettemin grote fout waarmee in de partij zwart op zijn beurt zijn winst nu vrijwel om zeep hielp.

 

.__________________________________________________________________________

1.

Zwart staat veel beter! Komodo geeft als -naar verhouding- sterkste zetten a. 25. Df3 (-1.74)  b. Tf1  (-1.75)  c. 25.  Thd1 (-1.78)  . Alle dus desondanks met groot voordeel voor zwart.

2. 

Wit zag in de verte een schijnoffer  en speelde   25. Dxd4?   (Toelichting:  25. … Dxh1  en dan geforceerd: 26. Dd7+ Kf8 27. Dxc8+ Kg7 en wit  heeft zijn toren terug. Maar wit zag niet dat daarna 29.  ..  Dh2+  niet te voorkomen is, en daarna de witte  koning veel onveiliger staat dan de zwarte. Zwart wint eenvoudig. Maar dat zag zwart ook niet. Te diep! )

3.  

25.  … Dxd4+  ?? Txd4 en zwart heeft maar een klein voordeel. (-0.40) In zo'n berucht moeilijk te winnen toreneindspel. Maar Frank won toch!! Knap!

Hij had gewoon de toren op h1 moeten slaan, en winnen als aangegeven bij 2.

Ik kreeg maar één reactie binnen. Dat verontrust mij.

________________________________________________________________________________________

OudGoud 6 ,   12 juli 2016

Oudgoud6  OudGoud6

Martin ZwaneveldEddy Saraber ,  april 2012

1. Ik vind dat zwart hier veel beter staat. U ook? Waarom dan wel/niet? (Geen varianten, maar formuleringen)

2. Na 19. cxd4 geeft Houdini als beste 19. .. exd4

Maar ik vind de mijne veel leuker en ook wel goed. Die staat bij Houdini als tweede. Wat denkt u dat ik hier speelde?

3. En na die zet kwamen we remise overeen. Dat zal wel weer een belacheljk initiatief mijnerzijds geweest zijn. Na het bijna geforceerde 20. Pe5 is zwarts antwoord vrijwel winnend. Wat zou zwarts dodelijke antwoord geweest zijn.

________________________________________________________________________

 

Mogelijke antwoorden:

 

1. a. Zwart heeft het loperpaar. Daar heb ik iets mee. Een schaakmakker noemde mij eens een 'loperpaar-fetisjist'.

     b. Zwart heeft meer materiaal en mogeljkheden in het centrum.

     c. het witte paard op a3 staat er wat doelloos bij

 

2. Gerrit signaleerde terecht dat ik met vraag 3 (Pe5) al verklap wat het antwoord op 2 moet zijn. Dat wist ik toen ik het opschreef, maar ik vond het niet erg. Niet alle ADH-ers zijn zo actief en alert als Gerrit.        19. ..  e5-e4

 

 3.  20. … Pc6xd4

Na 20. Lxd4 moet zwart een vluchtveld voor zijn paard zoeken. Gerrit zag deze ook,maar vraagt zich af waarom dat vrijwel winnend, of dodelijk zou zijn.

"Maar na 21. Pe5-c4 zie ik voor zwart niet direct mogelijkheden om verdere winst te behalen. Zwart staat nog wel steeds een pion voor en heeft nog steeds het loperpaar."

Eddy: Zwart staat m.i. gewonnen omdat de extra pion een vrijpion is die door het machtige loperpaar ondersteund een akelig lastpak wordt.

Komodo10 suggereert hier :  (Na 20…Pxd4! 21.Lxd4 [21.De3 Lxe5 22.Tad1 Tad8] 21…Dxd4)

22.Pec4 Dd3!! 23.Dxd3 [23.Tae1 Lc3 24.Dxd3 exd3] 23…exd3 24.Tad1 Tad8 25.Tfe1 b5 26.Pe3 Lg6

_____________________________________________________________________

 

 

Oplossing OUD GOUD 5 van 4 juli

Ben Brouwer- Bert Kuijer,  dec. 2006

BDG6   BDG6

 

1. Waarom verdient 15. ..  Ph5 twee vraagtekens?
2. Ben mist nu de directe winst, maar zijn 16. Dg4 is ook nog wel een aardige zet. Waarom is bijv. 16. .. g6 dan niet goed?

3. Omdat ook na 16. … Pf6 17. Dxg7 Tg8 18. Dxh6 wit duidelijk veel beter staat, kiest zwart voor 16. …. Dg5. Waarop Houdini 3 sterke antwoorden noemt. Noem er eens één.

____________________________________________________________

Antwoord:

15. ….Ph5 16.Dg4

Antwoord1: 16.Df3 wint een stuk

16…Pf6 17.Dxg7 Tg8 18.Dxh6 Lb7 19.g3+–

Antwoord2: 16…g6 17.Lxg6 Pf6 18.Df3 Ta7 19.Le5

16…Dg5

Antwoord3:  Een van de volgende drie:

17.Dxg5 hxg5 18.Le4 Ta7 19.Lb8

17.De4 Ta7 18.h4

17.Df3 Ta7 18.Te5 f5 19.Lxf5

Ik kreeg 3 antwoorden binnen, waarvan 2 goed.

 

Oplossing OudGoud4 (van 28 juni)

OudGoud4  OudGoud4 

Paul Zoon (1504)- Martin Zwaneveld (1515) , dec. 2009

Wit blundert hier met   26. a4

1. Waarom is dat een blunder?

2. Daarna speelt wit de naar verhouding beste zet: 27. P2b3  Wat is hierna het beste (inderdaad gespeelde ) 27e antwoord van zwart?

3. Deze stelling is een demonstratie van de kracht van het loperpaar. Waarom verliest zwart nu altijd (nog) een pion?

_________________________________________

Er kwamen 3 oplossingen binnen. Van Gerrit en van Frank en van Paul.  Die van Frank helemaal goed, die van Gerrit ook bijna. (Enkele kleine onnauwkeurigheden). Frank  wees me erop dat ik me vergist had bij vraag 3: het moet natuurlijk zijn "Waarom verliest wit nu altijd (nog) een pion?"  Pauls antwoord op vraag 1 was  correct, maar op vraag 2 niet, omdat hij de suggestie in vraag 3 niet serieus nam. 27. … Lc5 is trouwens wel een goede zet, maar lang zo sterk niet als de 27.La3 van Gerrit en Frank (en van Martin natuurlijk!) 

___________________________________________________

 

Antwoord:

1. Wegens 26. … Lxb4

2. La3! is de beste zet (ook gespeeld door Martin)

3. Omdat door de sterke positie van de lopers, ook van de loper op g6,  dekking van de pion op c3  niet mogelijk is. Bijv. na La3 kan dekking met T1c2 niet!

________________________________________________________________

 

 

 

 

Oplossing OudGoud3 (van 23 juni 2016)

Pieter Worp (AdH) – Jacob Poel , jan 2007

Dat was al uit na 9 zetten:

Oudgoud3

Wit speelt de sjablonezet   8. Dd2 Een stevige fout!  Wat antwoordt Pieter natuurlijk?  Op de 9e zet begaat wit nog een fout. Welke? Wat is de vernietigende 9e antwoordzet van zwart? Wit geeft op.

____________________________

En wederom mocht ik de uitvoerigste analyse van Gerrit ontvangen. Waar ik weinig aan heb toe te voegen:

Gerrit:

"Denk dat het volgende zich zal hebben afgespeeld. Zwart zal geantwoord hebben met 8. …… Pf6xe4.

 Volgens de vraagstelling heeft wit op zet 9 een fout gemaakt, waarop een vernietigend antwoord volgt.  Hier zal dus mogelijk door wit 9. Lg5xLe7 gespeeld zijn met het idee:  pak jij mijn dame, dan pak ik de jouwe. Maar dat werkt niet: 9. …… PxDd2 en wit kan niet antwoorden met 10. Le7xDd8 i.v.m. aftrekschaak.

Wit kan ook niet spelen: 9. Pc3xPe4 met de bedoeling om loper g5 voldoende dekking te verschaffen.
Dan zal volgen:  9. ……. Le7xLg5.  Wit kan niet antwoorden met DxLg5 want dan volgt dameverlies.
Moet dus met de dame  een vluchtveld opzoeken, bijv. 10. Dd2d1. En dan volgt 10. ……. d6-d5 met verlies van Pe4.

 

Vraag blijft: Is er voor wit nog een mogelijkheid om na 9. …..Pxe4 verder verlies af te wenden?  

Volgens mij helpt 10. Ld3xPe4 ook niet.  Dan zal volgen: 11. ……  Le7xLg5.  De dame moet wederom een vluchtveld opzoeken.  Op 12. Dd3 of Dd1 of De2 volgt: 12. ……d5.

Denk dus dat na de sterke zet voor zwart Pxe4 toch al een uitzichtloze situatie voor wit is ontstaan……"

 

Oplossing OUDGOUD2 van 15 juni 2016

G. Maat – G. v. Dok, oktober 2007

 26 …. Df3!? met matdreiging.

Oudgoud2b   OudGoud2b

Alweer een probleemstelling:  Hier speelde wit  27. Kf1 en bood daarna remise aan. Wat geaccepteerd werd. Terecht. Het is nog een hele klus om al die remisevarianten te bekijken. Wat een prachtige partij was dit. Die Maat toch!  Maar het had nog mooier kunnen worden. Met welke nog genialere 27e zet van wit had Maat alsnog ogenblikkelijk kunnen winnen? En hoe dan wel? Zoek de hele combinatie!  

Gerrit mailde een uitvoerige en correcte  analyse:

" De enige andere mogelijkheid om mat te voorkomen met Dg2 is behalve Kg1-f1 (zoals gespeeld) de onderbreking van de diagonaal Lc6-Df3. M.i. moet de oplossing gezocht worden in 27. Lc4-d5!.

Zwart heeft nu vier mogelijkheden:

1. Dame weg, maar er is maar 1 veld: g4.      2. Toren f8d8.          3. e6xLd5           4. Lc6xLd5

Ad. 1. Indien zwart de dame wegspeelt naar g4 kan wit Tg5 spelen. Zwart moet nu om zijn dame niet te verliezen een keuze maken maar dat maakt voor het vervolg niets uit:   Lg6-f6+    Ook het slaan met de dame van de toren helpt niet meer. DxTg5  Dxg5 en mat is vervolgens ook niet meer te voorkomen.

Ad 2 en 3:  27. …..Tf8d8 of  27. ……e6xLd5 geeft wit direct de mogelijkheid om Dh6 te spelen met directe matdreiging. (pion f6 opspelen helpt ook niet: Te5e7.)

ad 4.: Lc6xLd5. Wit moet nu TxLd5 spelen. De directe matdreiging dreigt immers nog steeds.Zwart moet nu aan twee dreigingen het hoofd bieden. Dd2-g5 of Dd2-h6.   

Kan zwart zich 28. …  DxTd5 permitteren? (ES:  Nee, want ook dan is Dh6 dodelijk. zij het iets ingewikkelder. ( De computer geeft in dat geval een rondedansje van de zwarte koning en de witte dame: 30. Dh8+ Kf7  31. Dxf8 Kg6 32. Dxf6 Kh7 33. Dh6+ Kg8 34. Lf6 met spoedig mat.Stelling hieronder)

Oudgoud2c  OudGoud2c

_________________________________________________________________________________

 

Oplossing OUD GOUD 1 van 14 juni 2016

Oudgoud1

P.Verkooijen – A.H.Kuijer,  april 2012

22. Lb2.  Na 4 sterke zwarte zetten geeft wit op.

Dit waren die zetten:

22.Lb2? (Dc2!?) Lxh2+ 23.Kh1 [23.Kf1 Lg3 24.Dc2 Df4]23…Lg3 24.Tf1 Tg6 25.Pf2 Lxf2

Diemer4

We hebben de  Euwe -variant bekeken. We zouden het nu gaan hebben over de Bogoljubov-variant. Met g6 en Lg7.

Die dankt zijn naam aan een aantal studiepartijen van Diemer tegen supergrootmeester Bogoljubov. Geen kleine jongen. Die speelde twee keer een match om het wereldkampioenschap met Aljechin. (Aljechin, Kasparov, en Fischer dat zijn de drie allergrootsten. Voor mij.) Diemer kende Bogoljubov persoonlijk, nog van zijn medewerking aan een wk-match in Baden-Baden. Bogoljubov wilde Diemer wel even helpen bij diens gepuzzel m.b.t. diens wondergambiet.

De Bogoljubov-variant schijnt bij echte schakers nogal populair te zijn. Bij surrogaat-schakers minder. Ik heb het zelf wel eens met zwart gespeeld in een vluggertje tegen Jan Vermeulen, kampioen AdH in 1980. Die speelde bij voorkeur verdachte, tactisch ingewikkelde openingen (vierpionnenspel KI, Budapester-gambiet, Svesnikov, en meer van dat type van soort) , en was dus ook een fan van Diemer. Maar verder komt het in de database van mijn eigen partijen nauwelijks voor. U hoeft dus niet bang te zijn er op uw niveau erg mee te worden lastig gevallen als u met wit BDG gaat spelen. En als u zwart heeft, zou ik u een andere opzet aanraden. Daar ga ik u later mee lastig vallen als ik over de BDG  voor zwart ga  mijmeren. Niet dat de Bogoljubov slecht is, maar toch wel lastig met zwart. Je moet wel erg veel weten, Ik ga er dus nu alleen over schrijven voor de witspeler.

Diagram4.1

1. d4  d5 2. e4 dxe4 3.Pc3 Pf6 4. f3 exf3 5. Pxf3 g6

Diemer41cLong Diemer4.1

6. Lc4 (Ld3 is tegen dit zwarte pionnenbolwerk niet zo zinvol) Lg7 7. 0-0 0-0

Er zijn nu diverse varianten. Met snel Pe5 , of Lg5

Het scherpst is de ‘Studier’- variant.

Diemer4.2 Diemer4.2

8. De1. Daar issie weer. Weer die eigenaardige zet. Net als in de Euwe-variant. Met dezelfde gemene bedoelingen: Dh4 en ‘vom ersten zug an auf mat’. Dit is de hoofdvariant van de Bogoljubov. Daar is heel veel op gestudeerd, want hij is kritisch. Ik ga u niet lastig vallen met alle ins en outs. Heel leuk allemaal. En heel spannend. Maar treft u een echte kenner, dan weet die welke variant zelfs winstkansen voor zwart oplevert. Het moeilijkst is de Leisebein-variant. (En zo sterk dat ik u misschien de Studier-variant (met De1) toch niet wil aanraden.)

(Maar misschien wilt u er toch mee experimenteren. Er is dus o.a. nog een variant met 8. ….  Pbd7 (niet naar c6 dus, als hierboven) gevolgd door Pb6 en Pd5  (Pachman). En er is een variant met 8. … Lf5 9. Dh4 waarna Lxc2 fout is, maar Pc6 beter. (zie hierboven) Wilt u er toch meer van weten, waarschuw me dan.)

Voor de leut toch nog een leuk voorbeeldje met de Studier. U kunt daarin zien dat de BDG zelfs in correspondentieschaak geweldige kortsluitingen kan opleveren:

Gegner – Tiemann  corresp. 1988

Maar ik denk dat het voor ons eenvoudige amateurs met een beperkt geheugen beter is het advies te volgen van IM Christoph Scheerer op www.chesspublishing.com: hij beveelt aan -om die reden-  hier (toch) lang te rocheren. En legt uit in een heldere analyse dat daartoe Lf4 beter is dan Lg5: Hij noemt het de Long Bogo-variant. Een begrijpelijke naam voor een begrijpelijke variant. Frank zal me weer schrijven: ‘dat moet te onthouden zijn’.

Diemer41b  Diemer4.1cLong

LongBogo-variant:   

(Later  raadplegen van Komodo10 heeft me opgeleverd, dat ook bij deze variant nog veel te onderzoeken en te experimenteren valt. )

Met zwart speelt u geen Bogoljubov.

Diemer4.1 Diemer41b

Maar een andere, nog door mij later te behandelen variant. Met wit speelt u de Longbogo.  (Onderonsje met Ron: 0-0-0 in de Bogoljubov dus! In andere varianten meestal niet!)

OK ? Afgesproken!

Ik zou het hierbij kunnen laten.   Maar ik kan niet nalaten u nog wat aardigs van de Bogoljubov laten zien.

Eerst een hoogst eigenaardig variantje: Daar hebben de BDG-ers een leuke naam voor.  Die variant slaat nergens op, maar het is wel in de  BDG-stijl:  “De Dolle Hond”-variant. De uitvinder is ene Tom Purser, die ergens schreef:  “Toen ik deze zet voor het eerst liet zien aan mijn Engelse dog, begon hij te janken, en kroop weg onder het bed.”

Als BDG-er moet je er tegen kunnen dat je wordt ingeblikt. Waar kun je dat beter van verdragen dan van je computer? Vele jaren geleden kon je ook nog wel eens winnen van een computer. Die kans zit er tegen Komodo10 of Houdini4 niet meer in. Ik had een nogal sterke reiscomputer. Hij is inmiddels bezweken. Ik treur nog elke dag om hem. Elo ong. 2050. Maar af en toe was het net een mens. Zelfs hij maakte soms de fouten waaraan je BDG-tegenstander zich hopelijk gaat bezondigen.

ES- TravelExpert, 2011

Dat was het weer. Voor vragen en opmerkingen houd ik me aanbevolen.

Tot de volgende keer. We komen dan misschien in de buurt van een nuttig zwart-repertoire.

OudGoud7

20 juli 2016

Ik citeer mijn verslag van de bondswedstrijd tegen Revanche van febr. 2012:

"Jouw tegenstander is de sterkste van het hele team" "Dat tref ik nou altijd! En dan ook nog altijd met zwart. En dan te bedenken dat ik hartstikke duf ben en moe! En dan krijg ik ook nog Engels tegenover me, waar ik niks van weet."  Een snelle berekening en raadpleging van vriend en vijand leert ons: Frank was "de man van de match" :

 1. Hij speelde met zwart   2. Tegenstander  had 200 Elo-punten meer  3. Frank won op z'n sloffen. Robin Sneeuw (1826) was de hele partij kansloos, wat ook al bleek uit zijn forse achterstand in tijd. 4. Frank had weken niet gespeeld, geen wedstrijdritme dus.

Mijn nieuwe schaakprofessor Komodo10 haalt één van mijn argumenten volledig onderuit.

Robin Sneeuw (1826) – Frank de Geus (1623), febr. 2012

FrankRevanche1  FrankRevanche1

1.  Noem één van de drie zetten die Komodo10 hier als sterkste aangeeft.

2.  Maar die speelde wit niet. Wit rekende -dacht hij- dieper. Verzon een schijnoffer. Verzin de begrijpelijke doch grootste fout die wit hier kan maken, en die hij dan ook maakte.

3. Verzin de  begrijpelijke, maar niettemin grote fout waarmee in de partij zwart op zijn beurt zijn winst nu vrijwel om zeep hielp.

Tot troost: Frank won het nu zeer remise-achtige eindspel toch!!

Mocht u nog energie overhebben in deze tropische tijden, zend mij uw inventieve gedachten, per mail, binnen een week,  via eddysaraber@hotmail.com.

 

_______________________________________________________________________

Diemer2

Voor mijn gemak zal ik vanaf hier de naam van het Blackmar-Diemer Gambiet maar afkorten tot BDG. Tenslotte doen de fanatieke beoefenaars dat zelf  ook meestal. En die zijn er in ruime mate. Ik heb 6 boeken op de plank over het BDG. Maar ik heb niet alles. Er bestaat nog iets meer. Er zijn geen boeken bij van grootmeesters. Die geloven niet in dit gambiet. Ik weet maar van twee die het zelf wel eens speelden: Tartakower (geen kleine jongen, met veel theoretische varianten op zijn naam, bijv. in het Hollands, en in het Damegambiet) en Velimirovic (mocht er ook wezen).Wel zijn er partijen bekend van grootmeesters die met zwart van het BDG verloren! En het is zeker dat veel meesters op internet het wel met wit toepassen. Dan zitten ze verstopt achter een schuilnaam, en hoeven ze niet bang te zijn voor smalende opmerkingen van hun collega’s. Veel van mijn boeken zijn bovendien van vóór het supercomputer-tijdperk. Dus niet heel erg betrouwbaar.

Het meest solide en volledig vind ik een lijvig boek (404 blz.) van ….. een dominee: Tim Sawyer, The Blackmar-Diemer Gambit, keybook II, 1999.  Het is even schrikken op de titelpagina : “To the glory of my Lord and Savior Jesus Christ”. Ik vraag me af of die mijnheer wel voldoende tijd besteedde aan de zieke en behoeftige broeders en zusters van zijn parochie. Gezien de omvang en de kwaliteit van dit boek kan dat haast niet. Maar wat kan mij dat schelen. De man is in ieder geval heel eerlijk. Als hij het niet weet, of twijfelt, hoor je dat ook. Dat is in de meeste openingsboekjes wel anders.

Het is natuurlijk absoluut onmogelijk om op uw website alle varianten en mogelijkheden te behandelen. Ik zal dus proberen me te beperken tot hoofdlijnen, veel voorkomende stellingen en combinaties, en er wat inspirerende voorbeelden bij zoeken. Kortom proberen door het bos de bomen te blijven zien. ( jaja, taalgrapje ) Dan kunt u dat ook. Of me dat gaat lukken? Ik vrees het ergste. Proberen maar.

Er zijn afhankelijk van de aanpak van zwart een stuk of vijf hoofdvarianten van het aangenomen BDG.  Daar begin ik mee. En dan eerst de varianten die ik zelf het liefste voor mijn neus krijg. Ik schat ongeveer 500 BDG-partijen van mezelf – de meeste op internet- op mijn computer te hebben staan. Die zal ik ook vooral gebruiken in deze zomerserie op uw website. Niet omdat ik er trots op ben.  (Want schande, ik ben niet vies van computercontrole) Maar uit gemakzucht, omdat ik die voorbeelden dan het gemakkelijkst kan vinden en benutten. Ik speel het bijna standaard tegen Helena-schakers met een Helena-rating (niet te verwarren met een echte elo!) minder dan 1950. Want de opening is uitstekend geschikt -ook voor u-  om minder sterke tegenstanders in de war te brengen. En om tientallen andere openingen te omzeilen. En ook voor vluggertjes. Maar tegen echt sterke tegenstanders moet u ermee uitkijken. Of u moet kwaliteiten bezitten voor en snakken naar offertjes, en taktische wendingen van drie à vier zetten diep. En niet al te voorzichtig uitgevallen zijn. Meer iets voor Martin, of Jos, dan voor Gerrit.

Eerst de varianten als zwart het gambiet aanneemt. En eerst daarvan de m.i. minder sterke. Daarna sterkere. Tenslotte, maar dan zijn we weken verder,  de varianten als zwart het pionoffer weigert. (Als zwart gebruik wil maken van wits roekeloosheid en wil winnen, moet hij het gambiet aannemen! Dat geldt voor bijna alle gambieten. )   De varianten hebben illustere namen.

De Euwe- variant

Het liefste zie ik de “Euwe-variant” voor me verschijnen:

1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Nc3 Nf6 4. f3 exf3 5. Nxf3 e6   Het is een degelijk antwoord (logisch, dit advies kwam dus van Euwe), maar een beetje passief, omdat zwarts dameloper even niet aan de verdediging van de zwarte koningsvleugel kan meedoen. En dat is waar de BDG-speler het op voorzien heeft. Snel de stukken ontwikkelen, de open f-lijn benutten Meestal via de korte rochade. (Voor Ron: Lange rochade komt veel minder voor in de BDG. Maar is een enkele keer  ook wel eens sterk.) In de praktijk is de score in de Euwe-variant voor wit aanmerkelijk hoger dan in de andere varianten. Zwart moet heel secuur spelen, en maakt gemakkelijker fouten.

De koningsloper gaat vaak in de BDG naar c4. Maar in de Euwe-variant heeft dat niet zoveel zin wegens de e6-pion. Dus daar gaat de loper liever naar d3. De dameloper meestal naar g5. Dat zal u niet verbazen! Dus wordt het vaak zoiets als:

BDG1  BDG1

Houdini geeft hier een klein voordeel voor zwart. (-0.42) Daar zit een BDG-fanaat niet mee. Zijn stukken zijn ontwikkeld. De open f-lijn ziet er wel lollig uit. Maar hoe nu verder? 9. Dd2 komt wel eens voor. In de hoop op h6, en dan misschien ooit een offer op h6? En om Ta1-e1 (of anders Ta1-d1) te kunnen spelen. Maar verreweg het gebruikelijkst is 9. De1! Onthoud die manoevre! Ook in andere BDG-varianten komt hij voor. Op het eerste gezicht een rare zet. Maar de geniepige bedoeling is Dh4! Maar voordat het zover is kunnen we toch h6 spelen en die loper g5 wegjagen? Maar dat moet dan wel zo vroeg mogelijk, want hoe langer je ermee wacht hoe lastiger het wordt. Na 9. De1 h6 heeft wit – ondanks zijn pion achterstand- direct al minstens remise. En zwart heeft heel veel mogelijkheden om het fout te doen!!  10. Dh4!!  Hallo!?!? Toch!! Kijk, daar doen we het voor! Stukoffertjes!

BDG2  BDG2

Als zwart het stukoffer aanneemt, verliest hij! Er is hier maar één goede zet: ruimte maken voor een aftocht van de zwarte koning met 10  .. Tf8-e8. Zo is remise nog bereikbaar. Maar wie van uw tegenstanders gaat die verleiding weerstaan? Of kan zo ver rekenen?

Hoe het kan aflopen ziet u hieronder. (U hoeft niet de hele partij te doorlopen (mag wel). U kunt ook de zet 10. Qh4 in de tekst aanklikken.)  ES-Shah, 2014 

Hierboven trof u de stelling aan met een zwart paard op d7. Maar zwart kan natuurlijk ook streven naar een opstelling met Pc6 en/of  c5 en Pc6. Dat is eigenlijk wel logischer. De beste verdediging is nog altijd de tegenaanval.

Ik wil u hier even wijzen op een niet onbelangrijk detail dat op ons niveau nogal eens voorkomt:

BDG3  BDG3

U gaat natuurlijk gelijk bekijken of de bekende val hier werkt :  …. Pc6xd4    Pf3xd4   Dxd4  Ld3xh7+ met dameverlies voor zwart. Helaas die werkt hier niet! Want Dxd4 geschiedt met schaak. Dus komt wit niet toe aan Lxh7. Dat komt doordat wit hier al gerocheerd heeft!

Om die mogelijkheid erin te houden heb ik al ook wel eens beslist om de witte korte rochade nog even uit te stellen. Maar je kunt natuurlijk ook in bovenstaande stelling eerst Kg1-h1 spelen, om dat schaak van Dxd4 eruit te halen. Houdini acht hier drie zetten om de pion op d4 te ‘beschermen’  ongeveer gelijkwaardig: Kh1 (wel met een gemenigheidje dus), Le3 (maar dat voelt als tempoverlies), of  Pe4 ( wat leidt tot veel ruil van stukken en daar zit de BDG-speler niet op te wachten. Zonder stukken kun je niet aanvallen. Hoe dichter bij het eindspel, hoe meer die pion achterstand lastig wordt.

In onderstaand internetpartijtje speelde ik dus Kg1-h1, maar helaas de tegenstander trapte niet in de val. Wit heeft theoretisch onvoldoende compensatie voor zijn offerpion. Maar oh, oh. Zwart moet ogen van voren en van achteren hebben. De witte standaardmanoevre De1 en Dh4 komt hier niet aan de orde, maar er zijn nog wel meer leuke mogelijkheden:  (tik in de tekst op zet 9. Kh1)

ES – Nanne , 14.08.2012

In dit ‘type van soort’ stellingen wil zwart natuurlijk gebruikmaken van de mogelijkheid om c7-c5 te spelen. Lekker actief!

BDG5  BDG5

Ziet er degelijk uit! Als zwart het goed doet kan hij remise houden. Maar ohoh , wat kan hij veel fout doen!

Hieronder een partijtje dat ik in een vakantie tegen mijn “Gastgeber”  in Beieren speelde, zonder computer.

ES – Lemberger, 2003  

    Zo, een aantal belangrijke kenmerken van de Euwe-variant heeft u nu wel gezien:

Een offer op g5,

BDG2BDG2

of een offer op h6.

BDG4  BDG4

De geniepige dekking van d4 en het belang van het voorkomen van een schaak op d4.

BDG3  BDG3

en wat details rond c5 (na Pbd7)

BDG5 BDG5

Volgende keer nog even wat aandacht voor de zet c5 van zwart. O.a. hoe een grootmeester daarmee won. En dan ga ik een begin maken met de Bogoljubov-variant.