Algemene ledenvergadering Aris de Heer

______________________________________________________________________________________________

Notulen Algemene ledenvergadering Aris de Heer

Datum 01-06-2015

 

Aanwezig: G. v Dok, B. Kuijer, E. Saraber, J. Kuijer, F de Geus, M. Zwaneveld,  M. Bosnjak, R. de Vink, M. van Wijk, P. Verkooijen, N. Kuijer, J. Itman.

Afwezig: S. Vink,  P. van Putten.

 

1. Opening

Om 20.25 uur wordt de vergadering geopend door de voorzitter B. Kuijer. Bert heet iedereen van harte welkom.

2. Mededelingen.

3. Interne jeugd / externe jeugd Aris de Heer

* Er zijn nu 10 jeugdleden die regelmatig komen, plus Jasper en Niels als invaller.

* Eddy blijft op woensdagmiddag les geven op de Blauwe Morgenster, dit zijn twee groepen van beginners (begon met 10 kinderen en eindigde met 4) en iets meer gevorderde kinderen (begon met 10 kinderen en eindigde met 9). Nadeel is wel dat vaak woensdagmiddag vergaderd moet worden, toneeluitvoering is en daarom het schoolschaak niet doorgaat. Vergaderingen gaan voornamelijk over een nieuwe lesvorm, schoolschaak heeft voor de school geen hoge prioriteit. Jeugdschaak in Noord-Holland zit in de lift, er zijn meer kinderen lid van een schaakclub dan voorheen. In september wordt weer een nieuwe start gemaakt, assistentie is gewenst. Om meer medewerking vanuit de school te krijgen, wordt een gesprek met de schoolleiding voorgesteld. Martin en Eddy zullen een gesprek aanvragen.

* Het jeugdtoernooi was een succes en wordt voortgezet.

* Purmerend wil meer samenwerking met de jeugd, hieruit is een externe competitie met ook Volendam gekomen. Aris de Heer is tweede geworden en heeft een beker gewonnen.

* Er is ook 2 maal per jaar een toernooi dag op zaterdag, Marko wil (indien hij zijn rijbewijs haalt) wel assisteren.

4. Ingekomen stukken

* Aris de Heer heeft zich opgegeven voor de jaarmarkt op 6 september. Mail is uitgestuurd voor assistentie.

* Andere opzet van de externe competitie wordt door de bond nog uitgewerkt.

5. Bestuursverkiezing 

* Drie leden  aftredend. Gerrit, Paul en Martin zijn aftredend en herkiesbaar. Met algemene stemmen worden zij herkozen

6. Externe competitie 

Chauffeurs bij Uitwedstrijden

06-11-2014 Bergen 2   Ron Paul

12-12-2014 Aartswoud 2   Bert, Martin

10-02-2015 Oppositie       Martin, Paul

10-04-2015 Opening '64    Martin Paul

We zijn op de zesde plaats geëindigd.

Voorgesteld wordt door Ron om op rating in te delen. Met 5 voor en 4 tegen wordt het voorstel aangenomen.

7. Interne competitie

* Speellokaal en speelavond blijft Lunchroom ”het Middelpunt” op maandagavond. 

* Interne competitie wordt op dezelfde wijze voortgezet met inbegrip van de theorie avonden. Eddy memoreert wel dat hij geen feedback heeft gekregen naar aanleiding van de theorie-avond. Martin wil graag aan het begin van het seizoen de data weten. Eddy wil eerst 1 avond organiseren om het enthousiasme te peilen. Marko wil graag meedenken over een andere opzet. 

* De prijzen worden uitgereikt in het begin van de avond. Bert is als eerste geëindigd. Niels als beste jeugdspeler en Jasper als de blijste speler.

8. Web site 

De web site wordt gewaardeerd en wordt ook door niet leden gelezen. Eddy geeft aan de site ook dit jaar te onderhouden. Er is een nieuwe site die door Eddy en Martin is opgezet. Eddy bruist nog van de ideeën om meer verhalen erop te zetten. 

9. Financiën

* Frank heeft financieel jaarverslag opgemaakt en rondgestuurd. Begroting is met een plus van 21 euro afgesloten. Er zijn twee grote kostenposten, 450 euro aan klokken  en schaakboekjes 104 euro. Het jeugdtoernooi heeft geld opgebracht, de jeugd is niet zo gedisciplineerd om de contributie direct te betalen, dit moet strikter worden gehanteerd. Edwin Beers en Joop uitschrijven, Jasper opgeven bij de Bond.   

* Jos en Marko zullen de kascontrole uitvoeren, Frank doet een voorstel 

* De contributie voor senioren blijft 75 euro per jaar. 

* De reiskosten vergoeding blijft 20 cent/km.

* Contributie voor de jeugd is 35 euro. 

* Bij de Bond nagaan wat deze aan contributie heft aan de jeugd en wat als leeftijd wordt aangehouden. Actie Paul

10. Jaarverslag

* Het Jaarverslag (notulen ALV juni 2014) staat op de website. Hierover zijn geen opmerkingen.  De notulen van de ALV 2015 komen ook op de web site. 

11. Rondvraag

* Eddy geeft aan dat de jeugd geen grote vorderingen maakt. De opening is meestal wel in orde, maar er worden nog te vaak grote blunders gemaakt. Frank vindt dat er wel vorderingen worden gemaakt. Bert geeft aan dat de stap naar de senioren vrij groot is. 

* Gerrit vraagt zich af wanneer het seizoen begint. In principe wordt dit 31 augustus, dit wordt gestart met een simultaan door Bert.  

12. Sluiting

Bert sluit om 22.10 uur de vergadering

 

Diemer2

Voor mijn gemak zal ik vanaf hier de naam van het Blackmar-Diemer Gambiet maar afkorten tot BDG. Tenslotte doen de fanatieke beoefenaars dat zelf  ook meestal. En die zijn er in ruime mate. Ik heb 6 boeken op de plank over het BDG. Maar ik heb niet alles. Er bestaat nog iets meer. Er zijn geen boeken bij van grootmeesters. Die geloven niet in dit gambiet. Ik weet maar van twee die het zelf wel eens speelden: Tartakower (geen kleine jongen, met veel theoretische varianten op zijn naam, bijv. in het Hollands, en in het Damegambiet) en Velimirovic (mocht er ook wezen).Wel zijn er partijen bekend van grootmeesters die met zwart van het BDG verloren! En het is zeker dat veel meesters op internet het wel met wit toepassen. Dan zitten ze verstopt achter een schuilnaam, en hoeven ze niet bang te zijn voor smalende opmerkingen van hun collega's. Veel van mijn boeken zijn bovendien van vóór het supercomputer-tijdperk. Dus niet heel erg betrouwbaar.

Het meest solide en volledig vind ik een lijvig boek (404 blz.) van ….. een dominee: Tim Sawyer, The Blackmar-Diemer Gambit, keybook II, 1999.  Het is even schrikken op de titelpagina : "To the glory of my Lord and Savior Jesus Christ". Ik vraag me af of die mijnheer wel voldoende tijd besteedde aan de zieke en behoeftige broeders en zusters van zijn parochie. Gezien de omvang en de kwaliteit van dit boek kan dat haast niet. Maar wat kan mij dat schelen. De man is in ieder geval heel eerlijk. Als hij het niet weet, of twijfelt, hoor je dat ook. Dat is in de meeste openingsboekjes wel anders.

Het is natuurlijk absoluut onmogelijk om op uw website alle varianten en mogelijkheden te behandelen. Ik zal dus proberen me te beperken tot hoofdlijnen, veel voorkomende stellingen en combinaties, en er wat inspirerende voorbeelden bij zoeken. Kortom proberen door het bos de bomen te blijven zien. ( jaja, taalgrapje ) Dan kunt u dat ook. Of me dat gaat lukken? Ik vrees het ergste. Proberen maar.

Er zijn afhankelijk van de aanpak van zwart een stuk of vijf hoofdvarianten van het aangenomen BDG.  Daar begin ik mee. En dan eerst de varianten die ik zelf het liefste voor mijn neus krijg. Ik schat ongeveer 500 BDG-partijen van mezelf – de meeste op internet- op mijn computer te hebben staan. Die zal ik ook vooral gebruiken in deze zomerserie op uw website. Niet omdat ik er trots op ben.  (Want schande, ik ben niet vies van computercontrole) Maar uit gemakzucht, omdat ik die voorbeelden dan het gemakkelijkst kan vinden en benutten. Ik speel het bijna standaard tegen Helena-schakers met een Helena-rating (niet te verwarren met een echte elo!) minder dan 1950. Want de opening is uitstekend geschikt -ook voor u-  om minder sterke tegenstanders in de war te brengen. En om tientallen andere openingen te omzeilen. En ook voor vluggertjes. Maar tegen echt sterke tegenstanders moet u ermee uitkijken. Of u moet kwaliteiten bezitten voor en snakken naar offertjes, en taktische wendingen van drie à vier zetten diep. En niet al te voorzichtig uitgevallen zijn. Meer iets voor Martin, of Jos, dan voor Gerrit.

Eerst de varianten als zwart het gambiet aanneemt. En eerst daarvan de m.i. minder sterke. Daarna sterkere. Tenslotte, maar dan zijn we weken verder,  de varianten als zwart het pionoffer weigert. (Als zwart gebruik wil maken van wits roekeloosheid en wil winnen, moet hij het gambiet aannemen! Dat geldt voor bijna alle gambieten. )   De varianten hebben illustere namen.

De Euwe- variant

Het liefste zie ik de "Euwe-variant" voor me verschijnen: 1. d4 d5 2. e4 dxe4  3. Pc3 Pf6 4. f3 exf3 5. Pxf3 e6. 

   Het is een degelijk antwoord (logisch, dit advies kwam dus van Euwe), maar een beetje passief, omdat zwarts dameloper even niet aan de verdediging van de zwarte koningsvleugel kan meedoen. En dat is waar de BDG-speler het op voorzien heeft. Snel de stukken ontwikkelen, de open f-lijn benutten Meestal via de korte rochade. (Voor Ron: Lange rochade komt veel minder voor in de BDG. Maar is een enkele keer  ook wel eens sterk.) In de praktijk is de score in de Euwe-variant voor wit aanmerkelijk hoger dan in de andere varianten. Zwart moet heel secuur spelen, en maakt gemakkelijker fouten.

De koningsloper gaat vaak in de BDG naar c4. Maar in de Euwe-variant heeft dat niet zoveel zin wegens de e6-pion. Dus daar gaat de loper liever naar d3. De dameloper meestal naar g5. Dat zal u niet verbazen! Dus wordt het vaak zoiets als:

BDG1  BDG1

Houdini geeft hier een klein voordeel voor zwart. (-0.42) Daar zit een BDG-fanaat niet mee. Zijn stukken zijn ontwikkeld. De open f-lijn ziet er wel lollig uit. Maar hoe nu verder? 9. Dd2 komt wel eens voor. In de hoop op h6, en dan misschien ooit een offer op h6? En om Ta1-e1 (of anders Ta1-d1) te kunnen spelen. Maar verreweg het gebruikelijkst is 9. De1! Onthoud die manoevre! Ook in andere BDG-varianten komt hij voor. Op het eerste gezicht een rare zet. Maar de geniepige bedoeling is Dh4! Maar voordat het zover is kunnen we toch h6 spelen en die loper g5 wegjagen? Maar dat moet dan wel zo vroeg mogelijk, want hoe langer je ermee wacht hoe lastiger het wordt. Na 9. De1 h6 heeft wit – ondanks zijn pion achterstand- direct al minstens remise. En zwart heeft heel veel mogelijkheden om het fout te doen!!  10. Dh4!!  Hallo!?!? Toch!! Kijk, daar doen we het voor! Stukoffertjes!

BDG2  BDG2

Als zwart het stukoffer aanneemt, verliest hij! Er is hier maar één goede zet: ruimte maken voor een aftocht van de zwarte koning met 10  .. Tf8-e8. Zo is remise nog bereikbaar. Maar wie van uw tegenstanders gaat die verleiding weerstaan? Of kan zo ver rekenen?

Hoe het kan aflopen ziet u hieronder. (U hoeft niet de hele partij te doorlopen (mag wel). U kunt ook de zet 10. Qh4 in de tekst aanklikken.)  ES-Shah, 2014 

Hierboven trof u de stelling aan met een zwart paard op d7. Maar zwart kan natuurlijk ook streven naar een opstelling met Pc6 en/of  c5 en Pc6. Dat is eigenlijk wel logischer. De beste verdediging is nog altijd de tegenaanval.

Ik wil u hier even wijzen op een niet onbelangrijk detail dat op ons niveau nogal eens voorkomt:

BDG3  BDG3

U gaat natuurlijk gelijk bekijken of de bekende val hier werkt :  …. Pc6xd4    Pf3xd4   Dxd4  Ld3xh7+ met dameverlies voor zwart. Helaas die werkt hier niet! Want Dxd4 geschiedt met schaak. Dus komt wit niet toe aan Lxh7. Dat komt doordat wit hier al gerocheerd heeft!

Om die mogelijkheid erin te houden heb ik al ook wel eens beslist om de witte korte rochade nog even uit te stellen. Maar je kunt natuurlijk ook in bovenstaande stelling eerst Kg1-h1 spelen, om dat schaak van Dxd4 eruit te halen. Houdini acht hier drie zetten om de pion op d4 te 'beschermen'  ongeveer gelijkwaardig: Kh1 (wel met een gemenigheidje dus), Le3 (maar dat voelt als tempoverlies), of  Pe4 ( wat leidt tot veel ruil van stukken en daar zit de BDG-speler niet op te wachten. Zonder stukken kun je niet aanvallen. Hoe dichter bij het eindspel, hoe meer die pion achterstand lastig wordt.

In onderstaand internetpartijtje speelde ik dus Kg1-h1, maar helaas de tegenstander trapte niet in de val. Wit heeft theoretisch onvoldoende compensatie voor zijn offerpion. Maar oh, oh. Zwart moet ogen van voren en van achteren hebben. De witte standaardmanoevre De1 en Dh4 komt hier niet aan de orde, maar er zijn nog wel meer leuke mogelijkheden:  (tik in de tekst op zet 9. Kh1)

ES – Nanne , 14.08.2012 

In dit 'type van soort' stellingen wil zwart natuurlijk gebruikmaken van de mogelijkheid om c7-c5 te spelen. Lekker actief!

BDG5  BDG5

Ziet er degelijk uit! Als zwart het goed doet kan hij remise houden. Maar ohoh , wat kan hij veel fout doen!

Hieronder een partijtje dat ik in een vakantie tegen mijn "Gastgeber"  in Beieren speelde, zonder computer.

ES – Lemberger, 2003  

  Zo, een aantal belangrijke kenmerken van de Euwe-variant heeft u nu wel gezien:

Een offer op g5,

BDG2BDG2

 of een offer op h6.

BDG4  BDG4

De geniepige dekking van d4 en het belang van het voorkomen van een schaak op d4.

BDG3  BDG3

en wat details rond c5 (na Pbd7)

BDG5 BDG5

Volgende keer nog even wat aandacht voor de zet c5 van zwart. O.a. hoe een grootmeester daarmee won. En dan ga ik een begin maken met de Bogoljubov-variant.

 

OudGoud4

28 juni 2016

OudGoud4  OudGoud4

Paul Zoon (1504)- Martin Zwaneveld (1515) , dec. 2009

We speelden thuis tegen Harenkarspel (?) . Wonnen dik. O.a. door een eenvoudige rechtlijnige overwinning van Martin. Toen nog in opmars.

Wit blundert hier met   26. a4

1. Waarom is dat een blunder?

2. Daarna speelt wit de naar verhouding beste zet: 27. P2b3  Wat is hierna het beste (inderdaad gespeelde ) 27e antwoord van zwart?

3. Deze stelling is een demonstratie van de kracht van het loperpaar. Waarom verliest zwart nu altijd (nog) een pion?

Gelieve reacties binnen een week te zenden aan eddysaraber@hotmail.com. Niet via de website, want dan kan iedereen 'afkijken'. En dat vinden ouwe schoolmeesters uit den boze.

Hoeveel reacties tot nog toe?

oudgoed1    0 reacties

oudgoed2    1 reactie

oudgoud3    3 reacties

Ik moet het dus vooral niet te moeilijk maken! Ik zal mijn best doen. (Maar ik zal toch voorkomen dat ik voor de laatste aflevering eind augustus ben aangeland op het niveau van het herdersmat.)

Schroom niet! Maak uw webmeester gelukkig! Zend mij uw briljante schaakvondsten, steeds binnen een week. Want dan publiceer ik de 'oplossing'.

 

OUDGOUD3

23 juni 2016

OudGoud3

Seizoen 2006- 2007. We speelden al jaren in de 3e klasse. Promoveren wilde maar niet lukken. En nu was ook nog onze kampioen Paul Ruber vertrokken naar Haarlem. Een forse aderlating! En uitgerekend dit seizoen lukte het toch. Dankzij een eigenaardige manoevre  van de NHSB  toch doorgeschoven naar de 2e klasse. Toegegeven, het was van korte duur. We eindigden 2007-2008 als laatste. Terug van weggeweest.

( Maar in 2012 lukt het opnieuw. En nu met meer succes. Was het in dat eerste seizoen nog aarzelend, na de versterking met  Ron de Vink in 2013 en met Jos Lohman in 2014 werden we degelijke tweede  klassers.)

Januari 2007 moesten we tegen Purmerend 5. Dat team was te zwak voor ons. Met 5,5 – 2,5 werden ze weggeblazen.  Het meeste opzien baarde

Pieter Worp (AdH) – Jacob Poel , jan 2007

Dat was al uit na 9 zetten:

Oudgoud3  OudGoud3

Wit speelt de sjablonezet   8. Dd2 Een stevige fout!  Wat antwoordt Pieter natuurlijk?  Op de 9e zet begaat wit nog een fout. Welke? Wat is de vernietigende 9e antwoordzet van zwart? Wit geeft op.

Mail mij (binnen een week) uw antwoord. Om in aanmerking te komen voor de  OudGouden medaille 2016.

 

 

 

 

 

 

JOSEF DIEMER, 1

JOSEF DIEMER. Een Duitser die leefde van 1908 tot 1990. Die lichtelijk getikt was. Hij was een bezeten schaker, die een gambiet verzon, en daar bijna zijn hele leven mee in de weer was. Die besloten had dat hij van beroep maar schaker moest worden, maar niet goed genoeg was om daar van te kunnen leven. Die in alles wat hij verder bedacht een verschrikkelijke fanaat was. In 1931 werd hij lid van de nazi-partij. Tot grote woede van zijn vader die hem acuut het ouderlijk huis uitgooide. Hij kon wel dankzij die beslissing een belangrijke schaakjournalist worden van het 'Duitse rijk'.  In de Nazi-tijd was hij bij alle belangrijke Duitse toernooien aanwezig, en schreef erover. Verzorgde ook een aantal toernooiboeken. Speelde simultaantjes. En schaakte, op regionaal niveau. Kon er net van rondkomen. Na de oorlog werd het nog moeilijker: de man had zich in de oorlog niet erg populair gemaakt met zijn nazi-ideeën: hij was een voorstander van het moedige, spannende, Duitse schaak, niet van dat volgens hem "lahme und feige (=laffe) judenschach". En in 1953 maakte hij het zo bont dat hij de Duitse Schaakbond werd uitgegooid. Hij had functionarissen corruptie en homosexuele contacten verweten. Hij was intussen berucht als onruststoker. Hij viel voortdurend mensen lastig met zijn nieuwe obsessie: de ideeën van de 16e eeuwse toekomstvoorspeller Nostradamus, en meer van dat occulte wetenswaardigs. In 1964 werd hij opgenomen in een psychiatrische kliniek. Zijn behandelend arts verbood hem om gezondheidsredenen het wedstrijdschaak. Maar vanaf 1970 duiken er weer partijen van hem op in de schaakarchieven. Tot 1985. Daarna niet meer. Dat komt wel vaker voor dat schakers zo rond hun 80e het wedstrijdschaak noodgedwongen maar voor gezien houden. Op de site www.chessgames.com kunt u in totaal 208  partijen van hem terugvinden. Hans Ree schrijft in 'Mijn schaken' : "De laatste vijf jaar had hij niet meer geschaakt, hij kon het niet meer. In Fussbach, waar zijn verpleeghuis was, zagen de dorpelingen hem schuifelen langs de straten, lang en broodmager, met profetenbaard en half blind, en ze hadden respect voor Diemer, want bij geruchte hadden ze vernomen dat hij vroeger een groot schaker was geweest, misschien wel de grootste schaker die ooit geleefd had."

Dat gerucht zal zijn oorsprong wel hebben in Diemer's eigen uitspraken: Na 1970 was hij (nog?) minder sterk dan voorheen. Maar Diemer verkondigde toen zelf dat hij toch eens wereldkampioen zou worden. En anders wel de Nobelprijs zou krijgen voor zijn onderzoekingen naar het belang van Nostradamus.

Het eigenaardige is dat er in de professionele schaakliteratuur niet veel positiefs over hem te vinden is, maar hij bij de amateurs mag bogen op een grote schare adepten en bewonderaars. Bij toernooien stonden er altijd veel belangstellenden bij zijn bord. Er was bijna altijd wel iets bijzonders te beleven. Ik herinner me dat ik bij een bezoek aan het Hoogoventoernooi ergens in de jaren zestig ook door enige opwinding werd bevangen toen ik ontdekte dat Diemer in een wat hogere amateurgroep meedeed. Zijn uiterlijk viel me tegen. Het was een wat morsige figuur. Weinig aantrekkelijk. Hij schijnt dan ook nooit iets met vrouwen te hebben gehad.  En hij was ook schaaktechnisch al een beetje over zijn hoogtepunt heen, maar was toch altijd nog officieel schaakmeester, en ja, ik kocht alle boekjes die er over zijn opening verschenen, en ja, ik was toch ook wel een geregelde beoefenaar van het Blackmar-Diemer-gambiet. Vooral in blitz-partijtjes.  Ik herinner me vluggertjes tegen een ex-kampioen van Aris de Heer (Vermeulen), en tegen die andere duurzamer champion (Ruber), en tegen van Dok. Tegen de laatste bereikte ik er zelden iets mee. Kennelijk is die opening minder geschikt tegen betonschaak. Vreemd genoeg, want voor bestrijding daarvan is hij eigenlijk uitgevonden. Bert gaf ooit die pion gelijk terug met 1d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3 e3!? met het commentaar "Ja, ik zal daar gek zijn. Daar weet jij veel te veel van!" En Paul had er kennelijk op zijn vorige club minder leuke ervaringen tegen beleefd, en die omzeilde -zoals ik al eerder schreef- het gambiet nog vroeger 1 d4 d5 2. e4 dxe4 3 Pc3 g6. Ron zei me ooit dat hij vroeger ook wel Diemer had gespeeld, maar ermee gestopt was omdat velen het omzeilden met 1. d4 d5  2.e4 e6 en hij zo in het Frans verzeilde waar hij een hekel aan heeft.

Dat is mijn ervaring ook. Als je het wil spelen moet je ook tijd besteden aan de mogelijkheden om het gambiet te weigeren. Kennelijk weten schakers van ons matige niveau meestal wel genoeg van de offensieve mogelijkheden van dit gambiet om er als zwartspeler geen zin in te hebben. Ook al hebben bekende schaakcommentatoren er weinig goede woorden voor over:  Hans Ree noemt Diemer een "matige schaakmeester" . En stelt dat Diemers boek -met de veelzeggende titel  'Vom ersten Zug an auf Matt'  – veel dubbele uitroeptekens bevat, maar te weinig echt diepgaande analyses. De altijd geestige Jan Hein Donner kwalificeerde Diemer als 'Die profeet van Muggenstorm'.

Inderdaad bleven de successen van Diemer vooral beperkt tot het hoofdklasse-niveau van Duitsland, en Nederland. Die waren er wel trouwens: hij won het o.a. het open kampioenschap van Nederland in 1957, en de tweede meestergroep van het Hoogoven toernooi in 1956. En een 'nationaal toernooi' in Zwitserland in  1952 . En van welke schaker van matig niveau kunt u moeiteloos 208 partijen op internet terugvinden? En een lijvige biografie van George Studier: 'Emil Joseph Diemer. Ein Leben fūr das Schach im Spiegel seiner Zeit'. Ree merkt op "Er zijn wereldkampioenen die daar nog op wachten".

Ik wil u en mij in onze schaakramadan proberen wat wegwijzer te maken in de krochten van het Diemer-gambiet. Misschien wilt u het zelf gaan spelen.

U bent verzot op leuk schaak dat taktisch leerzaam is, u bent niet bang uitgevallen, u hebt niet veel op met eindeloze openingsvarianten, u wilt zelf in een heel vroeg stadium beslissen welke opening het wordt, het mag desnoods ten koste van een enkele nederlaag. Of u kunt het niet uitstaan dat u in de externe toch niet wat beter opgewassen bent tegen de bluffers die u deze niet echt correcte opening voorschotelen. (Ron?, Paul?, Frank?)

Om heel sadistisch tijdens de schaakramadan de eetlust te bevorderen vast één interactief partijtje:

Diemer – Heinz 1954

     Wordt vervolgd.