Categorie archief: Nimzowitsch

Nimzowitsch afl. 1 – Mein System, Ein Lehrbuch des Schachspiels

Als jongetje van 11 leerde ik schaken van een vriendje en uit een boekje van Euwe. "Hoe oom Jan zijn neefje schaken leerde".  Mijn eerste schaakspel kreeg ik toen, van mijn opa in Delft. Toen ik achttien was, werd ik lid van een schaakclub in Amsterdam: "Het Vrije Veld". In 1956, ik was 19, stierf mijn grootvader. Hij was 84. Hij kon heel goed schaken. (Hij leerde mij het stikmat. Maar dat heb ik hier al eens eerder uitgelegd.) Hij zou ooit kampioen van Delft zijn geweest.  Ik heb kort voor zijn dood nog tegen hem gespeeld. Met zijn prachtige  'antieke' schaakspel (ivoor en ebbenhout). Mijn vader probeerde dat spel voor mij – als enige nazaat met echte belangstelling voor het spel-  uit de erfenis in de wacht te slepen. Maar dat lukte niet. Dat vind ik nog steeds jammer. Maar ik erfde wel een viertal oude schaakboeken. Die koester ik.

Eén ervan is A. Nimzowitsch  "Mein System,  Ein Lehrbuch des Schachspiels".  (Berlijn 1925)

Ik deed het kortelings weer eens open en zag met vertedering dat opa er een los blaadje in had gelegd met een inhoudsopgave. Want vreemd genoeg vond de uitgever en/of de auteur die onnodig. Opa vond dat kennelijk lastig, en schreef er zelf één, in een keurig regelmatig klein lettertje.  Hij moet flink in dit boek gestudeerd hebben, want geregeld vind ik in het boek kleine verwijzingen en verduidelijkingen in opa's handschrift. Dat moet lang vóór mijn geboorte zijn geweest.

Het werd in zijn tijd (maar ook later) een belangrijk boek gevonden.

Uit Wikipedia:
"Nimzowitsch  (1886-1935) heeft een grote invloed gehad op de ontwikkeling van de openingstheorie en de strategie van het schaakspel. Zijn speelwijze werd in die tijd omschreven als "hypermodern". Hij schreef het belangrijke schaakboek Mein System (1925) en het vervolg Die Praxis meines Systems(1928)."

……………………………………….

"Nimzowitsch heeft verschillende openingsvarianten 'uitgevonden' of bestudeerd, die zijn naam dragen.  Bijv.  deschaakopening Nimzo-Indisch met de zetten 1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4."

( ES:  Er is ook een Nimzo-Siciliaans  (1. e4 c5  2. Pf3 Pf6) En de Nimzo-Larsen Attack ( 1. b3)  En voor de fanatieke speurder zijn er waarschijnlijk nog wel meer "Nimzo"- varianten te vinden.)

……………………………………….

"Hij was een groot bewonderaar van zijn tijdgenoot Siegbert Tarrasch, hoewel beide schakers het niet altijd met elkaar eens waren."    (ES : Diens destijds eveneens baanbrekende boek "Die moderne Schachpartie" (1916) kreeg ik ook uit opa's nalatenschap. Maar daar heb ik ook al eens over geschreven.)

Ik heb wel eens ergens gelezen dat o.a. zijn begrip "Ueberdeckung" en de beschouwingen van Nimzowitsch over vrijpionnen belangrijk waren. Ik dacht dat ik op dat laatste maar eens een blik moest werpen. Kan nooit kwaad. Gewapend met Houdini ging ik aan de slag.

Al snel trek ik de volgende conclusies:

1. Nimzo heeft heel veel woorden nodig om iets uit te leggen.

2. Maar dat doet hij ook omdat hij het een beetje leuk wil houden. Hij is ongetwijfeld de grappigste schaaktheoreticus aller tijden. Maar af en toe denk je : Ja grapjurk, schiet nou eens op!

3. Het boek is qua structuur wel een beetje chaotisch.  Hij verwijst bijv. naar partijen in z'n boek die je dan nergens kunt vinden. Lettergrootte wordt  gebruikt om paragrafen te onderscheiden, maar af en toe gaat dat fout, en weet  je niet of hij aan een nieuw onderwerp is begonnen. Enz.

4. Houdini constateert van tijd tot tijd enorme fouten in analyses van demonstrerend materiaal. Die werden in zijn tijd waarschijnlijk niet opgemerkt. Nimzo hoorde toen tot de top-drie van het schaken. Die kon zich niet vergissen.

5. Drukfouten zijn ruimschoots voorradig.

6. Een 'vrijpion'  is voor Nimzo niet helemaal wat het voor ons is.

7. Heel vreemd:  Ondanks alle bovenstaande nadelen, vind ik het -ook nu nog- een buitengewoon interessant schaakboek. Ik begrijp de lof die het toegezwaaid kreeg. (En dan te bedenken dat er in zijn tijd nog nauwelijks schaaktheorie van importantie bestond. )

Ik zal in een paar afleveringen op deze website proberen enkele van bovenstaande meningen toe te lichten n.a.v. zijn theorieën over "de vrijpion".

Nimzowitsch:   Levendig en voor een  schaaktheoreticus best grappig, maar ook wel breedsprakig.

Hieronder een voorbeeld:

"Regel: Elke gezonde, niet gecompromitteerde pionnenmeerderheid moet een vrijpion kunnen opleveren.

Van de drie pionnen op de koningsvleugel is de f-pion de enige die geen 'antagonist' heeft, de f-pion is dus de minst gehinderde en heeft derhalve het  grootste  recht "vrij" te worden. Hij is de rechtmatige "Kandidaat".  En deze titel geven we hem dan ook. Wij geven hem een akademische graad:  Mijnheer Kandidaat! En daaruit ontwikkelt zich de lakonieke regel: de Kandidaat gaat vóór!  Een regel die niet alleen door strategische noodzaak gedicteerd wordt, maar -dat zult u moeten toegeven – nog veel meer ook door  "hoffelijkheidsplicht". (Dus onvergetelijk voor wie zich een 'hoffelijke heer' noemt.  En dat doen we toch allemaal!)

Wetenschappelijk exact geformuleerd wordt de regel aldus:  De spits wordt afgebeten door de "Kandidaat", de andere pionnen zijn slechts als begeleider te beschouwen. Dus :  f2- f4   f4-f5!  En daarna pas g2-g4-g5  en dan f5-f6. Als de zwarte pionnen op  g6 en h5 staan geschiedt f2-f4 ,  g2-g3  (niet gelijk h3, wegens verlammingsverschijnselen) , h2-h3, g3-g4, f4-f5.  Hoe eenvoudig!. En toch, hoe vaak ziet men zwakkere spelers in de diagramstelling met g2-g4 beginnen. Daarop volgt g7-g5, en de pionnenmeerderheid is waardeloos. Ik heb me er vaak het hoofd over gebroken, waarom de minder geoefende spelers de g-pion spelen. De zaak is eenvoudig te verklaren: de desbetreffende spelers zijn besluiteloos, of ze rechts (h4) of links (f4) zullen beginnen, en in hun radeloosheid besluiten ze -zoals een goede burgerman betaamt- de gulden middenweg te kiezen."

Aldus Nimzowitsch.

Opmerking van een 21-e eeuwer  :
Waarom noemt hij nu ook niet even wat er moet volgen als er een zwarte pion op g5 staat?  Ik denk omdat z'n 'wetenschappelijk exacte regel' dan even niet opgaat.

Zijn die uitstapjes naar "Herr Kandidat"  en  "hoffelijkheidsplicht" , en naar "de gulden middenweg"  van de brave burger zinvol?

Ik denk van wel. Ik weet zeker dat ik die wetenschappelijk exact geformuleerde regel nu nooit meer vergeet. (Maar ik weet niet of ik het een heel boek met dit soort grappen volhoud.)

Volgende keer verder over  "Die Blockade der Freibauern." Interessant! Nuttig! Wat zal hij daarover te vertellen hebben?

Nimzowitsch afl. 2 – De blokkade van de vrijpion

Anderhalve bladzijde heeft Nimzo nodig om op gang te komen voor hij echt ter zake komt:  de vrijpion moet ‘geblokkeerd’ worden. Vóór de vijandelijk vrijpion moet je een stuk plaatsen.

Met ontboezemingen als: Is dat niet oneconomisch, een ‘officier'(=stuk) zo’n pion laten blokkeren? Je kunt zo’n pion toch gewoon van enige afstand in de gaten houden. Zo ontneem je die blokkerende officier zijn bewegingsvrijheid, en degradeer je die zelf tot pion ……  “Ik ben blij u een – naar ik meen- overtuigende oplossing van het gesignaleerde probleem te kunnen aanbieden: Vrijpionnen m o e t e n geblokkeerd worden.”

U zal denken: Dat zal wel. “Maar nog belangrijker dan die vaststelling is de vraag:  w a a r o m ? hoezo?”

Volgen eerst weer uitweidingen. Bijv.  “Net zo lachwekkend als het is om een roman te schrijven zonder daarbij psychologie aan te bieden, is het om een leerboek van schaakstrategie te schrijven zonder zich in het wezen van de schaakstukken te verdiepen. Ik moet benadrukken dat de vrijpionnen en alle andere acteurs voor mij een ziel hebben,  dus net als de mens w e n s e n die onbewust in hen sluimeren, en v r e e s, waarvan ze het bestaan zelfs niet vermoeden.”

 

En dan eindelijk (blz 74) :

“Om nu over te gaan tot de orde van de dag:  Er zijn drie redenen die een blokkade van een vrijpion noodzakelijk maken. “

De eerste reden vindt Nimzo

“De vrijpion is een crimineel, die achter slot en grendel hoort, milde maatregelen als politietoezicht zijn onvoldoende! Een vrijpion heeft expansiedrang en bovendien kunnen door hem achterspelers ontwaken.”

Wat die expansiedrang betreft : vrijpionnen die niet geblokkeerd zijn hebben de neiging vooruit te willen, “dat desnoods met hun leven willen betalen” (offeren dus).

Bijv. om zo een open lijn te creëren. Of om zo een veld vrij te maken voor een paard of ander stuk. Of om een achter zich bevindend stuk te reanimeren.

Te Kolsté- Nimzowitsch  Baden 1925

“Zwart, wiens damevleugel en centrum bedreigd schijnen, probeert een Kandidaat  (ES: zie afl. 1) productief te maken. ”

( Dan volgt even een smoes van Nimzo om te verhullen dat hij geen voorbeeld bij de hand heeft met een echte vrijpion, en dus maar voorbeeld met een Kandidaat neemt..)

“Omdat een Kandidaat al voor 90% een vrijpion is, gelden voor hem dezelfde regels als voor de vrijpion.”

1… f4! 2. gxf4 g4! 3. Lg2 Nhf5!

Dit is dus een voorbeeld van het opofferen van een vrijpion (nou ja, Kandidaat) om een veld vrij te maken voor een paard.

Nimzo is erg tevreden over deze partij, die hij wint. Volgens hem dankzij zijn superieure vrijpionnen-strategie.  (Houdini  toont aan dat daar toch nog een flink aantal verdere onregelmatigheden van wit voor nodig waren.)

Een ander voorbeeld:

Aljechin-Treybal   Baden 1925

1. e4 f6   (1. .. Pc7? verliest de c-pion orakelt Nimzo. Maar Houdini ziet dat niet! Maar vindt desondanks ook  1 ..  , f6 beter!) 2. exd5  fxe5

3. d6!   En dit is dus een voorbeeld van een zichzelf opofferende vrijpion  , e4  (want na Txd6 volgt fxe5!)  4. Kxe4  Txd6  5. Ke5!  Tcd8  en na 6. Pc7 staat wit wat beter 0.52

De partij ging echter verder met 6. Lxe6 en Aljechin won.

“Men neme er nota van dat het ingrijpen van de koning pas mogelijk werd door de zelfmoordaanslag van pion d5″

Nimzo verzuimt hier mee te delen dat 6. Lxe6 een blunder is, van Aljechin nota bene! Wegens:

6…. Txe6! 7. Kxe6 Td5! en wit gaat in twee zetten mat! (De witte koning zit opgesloten temidden van zijn vijanden. )

Mijn commentaar dus:  Men neme er nota van dat het ingrijpen van de koning ook risico’s  met zich meebracht, en dat zelfs Aljechin die niet zag.

Dit is dus ook een voorbeeld van de door mij in aflevering 1 gesignaleerde slordigheden in Herr Nimzowitsch’  analyses en commentaren.

Maar ook hier blijf ik desondanks het gevoel houden dat ik er wat van heb opgestoken.

In de volgende aflevering:   Andere redenen die het” blokkeren” van een vrijpion noodzakelijk maken.

o.a.  “Der feindliche Bauer als unser Schutzwall ”  en “Die Verplanzung der Lähmungs-Erscheinungen der Blockade nach dem Hinterlande.” en “Ueber die pessimistische Weltanschauung, und wie diese sich zur schwärtesten Melancholie verdichten kann.” (?????)

Kijk, die man is ook nog een psycholoog!   Ik ben zeer benieuwd.

Nimzowitsch Afl. 3

In de vorige aflevering volgden we Nimzo's uiteenzetting over de'Erste Grund" (1e reden) om een vrijpion direct te blokkeren en niet te wachten tot die gevaarlijk gaat worden.

Hij besluit zijn betoogje met een volledige partij  ( P.S.Leonhardt – A.Nimzowitsch, San Sebastian  1912 ) die volgens hem "Die Stichhaltigkeit des ersten Grundes klar lässt hervortreten."

Ik zal er een enkele situatie uitlichten:

Nimzowitsch (zwart) speelde hier 11 … , f5.

Als simpele amateur denk ik gelijk: wat een sufferd! Zo creëer je toch met zwart een vrijpion bij je tegenstander? Die slaat natuurlijkniet en passant. Dank u wel! Vrije e-pion! Waarom doet Nimzo dat?  1. Het zou me niet verbazen als Nimzo diep in zijn hart hier een (spoedig) te blokkeren vrijpion in plaats van een nadeel eigenlijk eenvoordeel vindt voor zwart!    2. Hij zegt zelf: "Anders speelt wit spoedig f4-f5 met aanvalsspel." Maar daar moet Houdini hartelijk om lachen. Die noemt 11…. f5 pas op de 12e plaats. Die ziet bijv. veel meer in 11. …. g6  gevolgd door Pg7. Maar ja, die is natuurlijk geprogrammeerd met : een vrijpion van je tegenstander is vervelend voor je! Dat vindt Nimzo kennelijk niet.

De jongens spelen hun potje verder naar eigen menselijk inzicht en na zet 16 staat de volgende stelling op het bord:

Wit speelt hier 17. Pa4-c5.  Wat Nimzo de volgende ontboezeming ontlokt: "Een positionele fout! Wit moet proberen dit paard te bewaren" (kan zelf t.z.t. misschien als "Blockeur" dienen of misschien  ooit tegen dat akelige paard op e6 geruild worden). Zwart heeft er best het loperpaar voor over (voorlopig is de stelling nog te dicht, en dus is dat nog niet belangrijk.) 17 …. Lxc5!  Inderdaad, het blokkerende paard kan nu niet meer zo eenvoudig van zijn plek verdreven worden, maar daar is Houdini niet bang voor. In de diagramstelling vindt Houdini  17. Pa4-c5 een prima zet, met flink voordeel voor wit, en N's voorstel ter verbetering   (17 Lc5)   ziet H.  niet echt zitten.

Maar Nimzo is in zijn nopjes (of in z'n knollentuin), en rond de 28e zet doemt het soort stelling op waar hij van droomt:

Hij speelt hier 28 .. ,  c6-c5! Dat die pion op c5 geslagen kan worden interesseert hem niet. Tegenover mogelijk pionverlies staat het plotselinge ontwaken van de loper op b7. Wit schrikt er  hevig van, ziet de bui d5-d4 al hangen, en dus slaat hij niet op c5 , maar speelt29. Tf3-g3. (Toch was bxc5 of Lxc5 beter geweest.)  En nu volgt toch ook   29 .. , d4

Wit staat ineens moeilijk, maar 30. Dd2 was nu althans nog iets. Maar na 30 Da3? ontstaat de stelling die Nimzo nodig heeft om aan te tonen dat zo'n vrijpion-blokkerend paard toch best ook nog wat meer kan doen dan voor barrière spelenHij staat toch ook te trappelen van ongeduld om iets te doen op g5 en/of  f4.    30 .. , g5! ( 31. fxg5? f4!)

 

Volgens mij heeft N. met deze partij niet aangetoond dat een vrijpiondirect geblokkeerd moet worden, maar wel  de waarde van zijn andere theorietje, dat het stuk dat de vrijpion  blokkeert niet alleen maar staat te blokkeren, maar wel degelijk nog meer in zijn mars heeft. Waarvan akte! Ach, zulke kleine onnauwkeurigheden vergeven we hem toch graag.

 

De "Zweite Grund" (2e reden)  om een vrijpion te blokkeren:

Nimzo begint weer eens met een hele lange babbel. (Die wellicht voor enkelen van ons toch enig nut kan hebben)  :

" …… bij schaken beslist vaak tenslotte het Optimisme; ik bedoel dat het psychologisch waardevol is bij zichzelf de gave te ontwikkelen zich met kleine voordelen plezierig te voelen. De beginner voelt zich alleen maar blij als het hem lukt zijn tegenstander een mat aan te kondigen, of nog meer als hij diens dame kan veroveren; de schaakmeester daarentegen is al blij en koninklijk tevreden, als het hem lukt slechts de schaduw  van een eventuele vijandelijke pionnenzwakte te bespeuren, ergens in een hoekje van de linker helft van het bord! Dit hier geschetste Optimisme, is de absoluut onmisbare basis voor alle Positiespel. Dit Optimisme is ook de kracht die iemand in staat stelt bij elk kwaad, hoe groot het ook mag zijn, toch de allerzwakste lichtzijde te ontdekken.

In ons specifieke geval kunnen we vaststellen dat een vijandelijke vrijpion ongetwijfeld voor ons een aanmerkelijk kwaad betekent. Maar een kleine lichtzijde valt hier ook waar te nemen. In het geval van een blokkade van deze pion hebben we de kans het blokkerende stuk veilig neer te zetten achter de rug van de vijandelijke pion. De "Blockeur" staat daar veilig voor een frontale aanval. Bijv. door een toren.

(Te8 bedreigt Pe3 niet) "

 

Duits was vroeger niet mijn favoriete vak. U mag mij wel dankbaar zijn voor alle energie die ik voor u in de vertaling heb gestoken van dit deel van dit opmerkelijke boek. ( Gelukkig was mijn echtgenote in het werkzame deel van haar leven lerares Duits, en zij wilde af en toe wel even helpen.)

 

Als u  het niet erg vindt, zal ik u volgende keer vergasten op vertaling en samenvatting  van "Der dritte Grund."  (om een vrijpion te blokkeren) met o.a. "Die Verpflanzung der Lähmungs-Erscheinungen nach dem Hinterlande" ???????????????  "Über die pessimistische Weltanschaung, und wie diese sich zur schwärtesten Melancholie verdichten kann." ???????????????

Wat nu weer !!?

Enfin,we zullen zien.

Nimzowitsch Afl. 4 – Der dritte Grund

“Der dritte Grund.”
(Ter herinnering:  Derde reden,  om snel de vrijpion te blokkeren)

Nimzo oreert dat de “verlammingsverschijnselen”  die een blokkade teweegbrengt veelal niet beperkt blijven tot de geblokkeerde pion.

“De verlamming van pion e6 en d5 heeft zich verder naar het achterland verplaatst. Loper en Toren zijn gevangenen in hun eigen kamp en wit heeft ondanks een materiële minderheid toch winstkansen”

“We hebben er al eerder op gewezen dat een pion ook eenbelemmering kan betekenen voor de eigen stukken; hem kwijt te raken  is dus niet zelden een innig gewenst doel, bijv. om een lijn te openen of om een open veld voor een paard te creëren.”

“Het is voor de schaakstudent  van groot belang een zekere tweespalt in de psyche  van de pion te bespeuren: enerzijds wil de pion zelfmoord plegen maar anderzijds hangt hij aan het leven. Want een pion is niet alleen van belang voor het eindspel maar helpt wellicht ook te voorkomen dat vijandelijke officieren zich ergens nestelen, of om het ontstaan van zwakke punten in de eigen stelling te voorkomen.”

“Het gepijnigde uiterlijk van een geblokkeerde pion  laat zich ook psychologisch verklaren: een pion is niet vrij te pleiten van een pessimistische kijk op de wereld. Is het een wonder dat genoemd pessimisme zich bij het eerste het beste tragische conflict (blokkade) tot zwarte melancholie verdicht? En dat zijn melancholie wordt overgedragen op andere onderdelen van zijn leger.”

Wat een gezwam. Ben u er nog?? 

3.  De “blokkeur” in hoofd- en nevenberoep. 

“Het hoofdberoep van de “blokkeur” bestaat klaarblijkelijk uit het vakmatig blokkeren van de desbetreffende pion.  In die zin tendeert hij naar onbewegelijkheid. En desondanks ( welk een levenskracht!) legt hij niet zelden een aanmerkelijke activiteit aan de dag.

1. Een dreigende werking van het standveld uit.  Bijv. in de partij Leonhardt-Nimzowitsch, waar Pe6 de zet g5 voorbereidt. (zie afl, 3)

2. Een zekere elasticiteit, die daarin tot uiting komt  dat de “blokkeur” bij gelegenheid toch zijn plaats verlaat.

Tot zulk een vakantiereisje schijnt hij gerechtigd:

a. als de reis veelbelovend is. De verplaatsingen moeten dan wel louter met sneltreinen kunnen plaats vinden.  (Een woordspeling van Nimzo:   ‘Schnellzüge.’  Zug betekent  zowel ‘zet’ als ‘trein’.)

b. als hij toch nog op tijd kan terugkeren, om de inmiddels opgerukte pion op een ander veld te blokkeren

c. In het geval dat een plaatsvervanger in de buurt aanwezig is.”

Voorbeeld bij b:

1.  Th4xb4 , h5-h4  2. Tb4-b2 , h4-h3  3.  Tb2-h2 !

“Heer Toren verschijnt op kantoor, groet de chef beleefd, begroet zijn collega’s,en neemt met een gezicht alsof hij fris en uitgerust is (terwijl hij in werkelijkheid zich verschrikkelijk moest afbeulen om nog op tijd te kunnen verschijnen) plaats op een nieuw blokkade-veld.

Uit het hierboven vermelde valt af te leiden dat de  “Elasticiteit” gering is, als de te blokkeren pion ver is opgerukt. Het maximum aan elasticiteit , produceert een blokkeur die in het midden van het bord een Kandidaat Vrijpion moet blokkeren:

De Blockeur op d4 is hier zeer elastisch. Hij kan van d4 uit lange reizen maken naar alle windrichtingen.”

 

De Blokkade-werking

“De ‘Kracht tot Blokkeren’  moet systematisch en bewust ontwikkeld worden, in tegenstelling tot ‘Elasticiteit’, die meestal vanzelf ontstaat. De Blokkadewerking wordt verhoogd door het oproepen van hulptroepen, die natuurlijk zelf een veilige plek moeten hebben.”

Vergelijk hieronder:

“In Diagram 83a zal de Loper om persoonlijke veiligheidsredenen(aangevallen door de dame) naar g6 wandelen, ook al verliest daardoor de Blokkeur op c6 (de toren) een belangrijke ondersteuning. Desondanks is het vagebonderen van de loper op de lange diagonaal een gewaagde aangelegenheid. Het oog van de wet waakt! Na 1…  Lg6 volgt 2. Kb5, Le8 (om de blokkade-toren opnieuw te steunen)  3. De5+ , Kd7  4. Dxe8 . Kxe8  5. Kxc6 en wit wint.

In Diagram 83b kan de Loper naar f3 gaan, waar hij zeker is, en niet verdreven kan worden. De Tc6 wint zo aan belangrijkheid en een remise schijnt onvermijdelijk.”

“Ook de Blokkeur ontwikkelt zijn kracht niet in z’n eentje, maar in een strategische verbinding met zijn achterland.”

“Hier geldt voor de verdediger in bijzondere mate de regel van de Ueberdeckung van strategisch belangrijke punten. Het Blokkadeveld is zo’n strategisch belangrijk punt. Dit vaker te dekken dan schijnbaar noodzakelijk is een “Gebod van Wijsheid” . Dus niet eerst wachten op een vermeerdering van aanvallers, maar op voorhand dekken , zoals men voordat men naar een bal (dansfeest) gaat,  eerst vast een beetje gaat slapen.”

(ES: Voor de jeugd van tegenwoordig: voordat men gaat feesten in de disco, thuis en in de bus vast flink  “indrinken”.)

Ik weet niet of u bovenstaande voorbeeld erg kritisch hebt bekeken, of alles – zoals ik meestal ook doe – voor zoete koek geslikt hebt. Houdini geeft aan dat de analyse bij 83a  van 1 .. , Lg6 ( ook een beetje onnauwkeurig is.  1. …. Te6 maakt het wit aanmerkelijk lastiger. (Maar is natuurlijk uiteindelijk op den duur ook  hopeloos.) bijv.  2. Dg7+ , Kc6   3. Da7 , Kd5  4. Kc3 De zwarte stukken moeten op een kluitje blijven en zwart moet blijven uitkijken voor bewegingen van de dame die met of zonder schaak tot verder stukverlies leiden. Maar gemakkelijk….?  ho maar! Ditmaal overschat Nimzo hier de kracht van de vrijpion, denk ik.

U  hebt  – hoop ik – net als ik weer kunnen genieten van Nimzo’s bloemrijke ontboezemingen en zijn kleine onnauwkeurigheden. Ach, dat  doet hij natuurlijk expres om ons kritisch vermogen te versterken.

Nimzowitsch Afl. 5 – De strijd tegen de Blokkeur

De blokkeur moet een geringe waarde hebben. Hij moet een dikke huid hebben. Zo’n overdreven gevoeligheid die bijv. Dame of Koning aan de dag leggen, stemt niet overeen met de rol van de Blokkeur. Loper of Paard kunnen bij een aanval blijven staan, terwijl Dame of Koning bij de lichtste aanval al “met trots opgeheven hoofd” het lokaal moeten verlaten. Hoewel …. in het eindspel komt de Koning de koninklijke gave van pas van veldkleur te kunnen veranderen.

 Nimzo85 Na Lc2+ blokkert de Koning lustig verder op g7. Als ik een Blokkeur aanval, ligt het voor de hand deze door een andere te vervangen. Soms helpt dat niet:  Nimzo86b 1. Tb8+ Tf8 2. Txa8 Txa8 3. Kb7! Tf8 4. a8D Txa8 5. Kxa8 en dit eindspel is voor zwart onhoudbaar (LEERZAAM!) omdat de zwarte koning altijd in tempodwang komt te verkeren. (Hij kan de witte pion niet recht toe recht aan aanvallen, hij moet een ommetje maken.) Nimzo86c Bijv.: 5 …. Kg7 6. Kb7 Kg6 7. Kc6 Kf5 8. Kd6  Nimzo86d en zwart kan zijn pion niet verdedigen. En als zwart dan niet gaat proberen om de witte pion aan te vallen, maar om de witte koning verre te houden van de zwarte? Bijv.: 5.Kf8 6. Lb7 Ke7 7. Kc6  Nimzo86e Na Kf7 volgt Kd7 en na alle andere zwarte koningszetten volgt Kd6, eventueel alsnog gevolgd door Kd7. Altijd raakt de zwarte koning in zetdwang, en moet zijn pion prijsgeven.