Categorie archief: Schaak diversen

Ouwe Kost 5

Bij mijn zoektocht naar uw glansrijke momenten uit het verleden, stuitte ik op een partij van Gerrit uit het Jaar Onzes Heeren  2007. Gerrit blijkt – en dat schijnt voor iedereen zo te moeten gaan –  er met het klimmen der jaren niet sterker op geworden te zijn.  Misschien goed om nog even te vermelden dat hij rond de eeuwwisseling nog een Elo bezat van 1780. En ook dat zijn enthousiasme voor het schaken er intussen niet  minder op werd.  Zeker niet.  Aan  zijn partij  tegen Huisman (Purmerend, Elo 1560) kunnen we zien hoe sterk hij kan zijn.  Zijn oude krachten uit zijn toptijd zijn hier nog volop waarneembaar.  Gerrit speelt dit ongeveer foutloos, en ook behoorlijk agressief. Dat is nuttig omdat zijn tegenstander het iets te kalmaan probeert. Die  Huisman wordt totaal weggespeeld.   Eigenlijk is hij bij zet 14 al kansloos, maar de klus moet dan nog wel even geklaard worden. Dat doet Gerrit met verve.

Voor de analysetekens zie Ouwe Kost 3

Nog maar even de betekenis van de cijfers die de stellingwaardering aangeven: 1.00 is de waarde van ongeveer 1 pion. 0.50 is dus : wit staat beter, ongeveer de waarde van een halve pion. Een min ervoor betekent zwart staat beter. Dus -2.00 is : zwart staat beter, ongeveer de waarde van 2 pionnen.



Line

 Huisman – van Dok (17.Kf1)

M.i. zou wit hier zijn tegenstander bewonderend moeten aankijken en de hand schudden. Drie pionnen achter. En dan nog die vrijpion van zwart. Brrrr.  Maar hij tobt nog even door.



Grappig is dat Gerrit later demonstreert dat extra stuk helemaal niet nodig te hebben.

Huisman – van Dok (32…Tb3)

Eindelijk geeft wit op. Hierna volgt a5-a6 en die zwarte pion gaat  verder op stap.

Hierna zal nog één Ouwe Kost volgen en dan bedenk ik weer wat anders.

Pas goed op uzelf.

Tot ooit.

Ouwe Kost, 4

Wie is er nu aan de beurt? Laat ik eens zoeken naar ouwe kost van Paul. En ja, die is er ook nog. Uit het seizoen 2009-10. Dat is een beetje een wonder want door de af en toe onleesbaarheid van zijn hanepoten heb ik zijn partijen nog wel eens geheel of gedeeltelijk voor de website moeten overslaan. Maar ik heb wel vastgesteld dat de kwaliteit van zijn handschrift parallel loopt met de spanning van zijn partij.  Beroerder leesbaar indien zenuwslopender potje schaak. Dat het nu meevalt komt  dus misschien wel omdat Paul dit seizoen (2009-2010) zelfverzekerd achter het bord zat. Hij had toen een prachtig seizoen. Hij scoorde in de externe 5 uit 7,  aan het 2e bord!  (2e bord, want Paul Ruber was al gedeserteerd en Ron nog niet op het toneel verschenen)  Paul was bijna topscorer geworden in de externe.  Bijna, want ik wil toch maar even achteloos vermelden dat ik (zei de gek) toen de beste in de externe was,  met 5,5 uit 7,  meestal aan het derde bord. (En idem in 2011-12 met 6,5 uit 7 waar ik nog steeds trots op ben. Het was ook gelijk mijn laatste wapenfeit. Daarna ging het snel bergafwaarts.) Moet daarbij -bescheiden als ik ben- vermelden dat ik van Paul, op mijn verzoek, altijd wit  kreeg! En ook dat we dit seizoen opnieuw slechts in de 3e klasse speelden.  In het seizoen 2012-2013 keerden we terug naar de 2e klasse. Waar we het met een korte onderbreking eigenlijk  nu al vrij lang volhouden, zij het met veel geïmproviseer en vaak met vallen en opstaan.

Paul scoorde van december tot maart maar liefst 4 winstpartijen op een rijtje. In wat ik terugvond viel me wel op dat het niet altijd  glanzende winstpartijen waren. Vaker partijen waarin hij slecht kwam te staan , maar aan het eind van de avond wel over meer tegenwoordigheid van geest en doorzettingsvermogen  beschikte.  Eigenlijk tref ik dat bij  Aris de Heer-spelers bij die oude partijen nogal vaak aan. Worden Beemsteraars pas laat op de avond echt wakker?

Dat geldt ook voor Paul’s  partij met zwart tegen Peter Smeenk  (1652) van Purmerend.

Paul’s tegenstander weet kennelijk wat hij speelt. De eerste 10 zetten zijn alle nog theorie: Spaans. Niet de eenvoudigste opening. Daarna gaan beide spelers op eigen vindingrijkheid verder.  Dat leidt spoedig tot een licht voordeel voor wit.

En rond de 20e zet gaat het dan voor Paul behoorlijk mis. Smeenk speelt sterk en Paul kan hem niet aldoor volgen en raakt in een vijftal zetten volslagen van het bord gespeeld.

Peter Smeenk,Purmerend – Paul

Voor de analyse-tekentjes zie een vorige aflevering van Ouwe Kost.



Dit zou dus afgelopen moeten zijn. Resteert slechts : opgeven. Maar Paul heeft nog een beetje zelfvertrouwen over en rommelt nog wat verder. De stelling wordt wel heel erg ingewikkeld en Paul hoopt op een wonder.

En er komt toch nog een klein beetje  licht, heel ver in de verte. Wit ziet de allersterkste zetten enkele keren niet. Maar ja, hij houdt  helaas wel steeds toch nog een sterke aanval.



Smeenk bevindt zich op een hellend vlak. Hij kan de winst niet goed vinden , blijft een mooie stelling houden maar het wordt wel steeds een fractie minder.

 En dan komt de grote omwenteling:

  Peter Smeenk Purmerend – Paul (31…Pg7  )

Wit staat nog heel erg goed. (  a5!? ) Zwart moet afwachten.  Als wit maar niet slaat op f5.

Maar dat doet hij wel! En dan verandert de witte stelling plotseling  in een ruïne. Ineens staan de zwarte stukken nog beter dan de witte. Het zwarte paard wordt zeer dreigend. De zwarte lopers ontwaken uit hun winterslaap. En in plaats van de stagnerende koningsaanval op de zwarte monarch, wordt het een verwoestende zwarte  aanval  op de witte koningsstelling. Was dit gewoon een beetje geluk omdat wit niet doorzette, of was het geniaal loeren van Paul op de laatste kansen?  Aanschouwt het wonder!



Een ander voorbeeld dat af en toe het geluk hem laat op de avond wel wil tegenlachen vond ik in zijn partij tegen Marcel Kruijer,  SV Harenkarspel,  dec 2009.   Paul staat al heel lang een fractie beter, maar het is al laat en winnen zit er absoluut niet spoedig in.  

Dan offert Kruijer om totaal onduidelijke redenen een kwaliteit.  Wat gaat er door zo’n man heen op dat moment?  Ik zie zelfs geen spoor van een schim van een zwarte dreiging. Hij ziet –waarschijnlijk-  ook nog door tijdnood opgejaagd het enkele zetten later niet meer zitten.

   Paul – extern (36.Td2)

Txf5?? [36…Dc7  (0.40)]

37.exf5 (2.60)  Pe5 38.Da7  opgegeven

Dat was het weer. Ik ga nog even verder zoeken. Maar mijn voorraadkastje zal wel na nog 1 of 2 Ouwe Kosten leeg zijn.  Daarna ga ik wat anders bedenken. Ik overweeg maar weer een een serie  ”Schaakvraagstukjes”   ( term van Ben Brouwer) . Als iemand een ander idee heeft, hoor ik het graag.  Of heeft iemand  zelf nog Ouwe Kost liggen waar hij apetrots op is?

Tot schrijvens.   Blijf enthousiast en blijf vooral gezond.

Ouwe kost 3

Bij mijn verdere speurtocht naar ouwe meuk zocht ik naar partijen van Frank. Ik vond er één van 2009. Eerst leek het me niet zo’n geschikte, omdat Frank het lang een beetje liet liggen, tegen een tegenstander met een veel lagere ELO. (Gerard Zoon van S.V. Harenkarspel-WH’76) Maar die man zit als een kampioen te spelen, bijna de hele avond. Frank zet per ongeluk veel van zijn stukken een beetje vast en zijn tegenstander krijgt steeds meer ruimte- voordeel en steeds meer initiatief. En die maakt alsmaar geen fouten en die gaat het afmaken met een prachtig loperoffer op zet 24. Waarom heeft die vent een Elo van 1411 ?? Misschien was het een aanstormende junior? Doch bij zet 30 geeft hij in één klap zijn gigantische voordeel weg. Staat nog steeds een heel kleine beetje beter. Frank worstelt zich eruit. Tegenstander nu natuurlijk totaal gedemoraliseerd. Frank krijgt zelfs een kleine voordeeltje, en blijkt dan het eindspel wel iets beter te spelen dan zijn tegenstander Dat eindspel is heel erg boeiend. Frank won dus toch. Een mirakel! Maar waarschijnlijk won hij op de klok, want nog steeds staat wit niet heel duidelijk gewonnen.

Frank had toevallig dat jaar geen erg succesvol seizoen. Hij had het erg druk op zijn werk, kon maar vier keer met ons meedoen, en één keer was hij net dodelijk moe terug van verblijf buitengaats, wilde ons toch tegen Purmerend niet in de steek laten, viel achter het bord bijna in slaap, en verloor van iemand met een Elo van 1100. Helaas had ik zijn andere winstpartij in dit seizoen (tegen Caissa 5, die we wonnen met 7-1!!) niet meer in mijn archief. Ja en verliespartijen vind ik niet zo geschikt voor deze coronarubriek, dus toch maar de onderhavige. Helaas had ik ook geen foto van dit gebeuren , maar wel een gezellig kiekje van ongeveer deze tijd. Na afloop (?) , met de familie Kuijer.

FrankWEB
Enkele hoogtepunten:
Lesje Stukken Ontwikkelen, door G.Zoon

Frank heeft zichzelf opgescheept met een nogal passieve stelling. Zwart heeft zijn stukken veel beter ontwikkeld. Die staan allemaal wel wat te doen.  Dit in tegenstelling tot een aantal witte stukken. En hij speelt nu 13…… Ph5

De Geus (1611)- Gerard Zoon (1411)
13…Ph5!

Een sterke zet. Meestal is zo’n paard aan de rand wel weer weg te jagen, maar nu valt dat tegen. Er zit Pf4 in, èn f7–f5 !

Zwart staat veel actiever en daar gaat hij de komende zetten mee aan de slag.

Na zet 18 bijvoorbeeld zal Frank het best wel een beetje benauwd hebben gekregen:

 DeGeus – Gerard Zoon  (18…Dg5!)

Na 18 …. Dg5!    taxeert K. het op   -3.10 !  ( Min, dus zwaar voordeel voor zwart) Er is aardig wat waar op gelet moet worden. En die Gerard blijft alsmaar sterk spelen. Weliswaar neemt hij ook enkele keren niet de allerallersterkste , maar toch wel steeds heel sterke zetten.

Gezien het rommeltje op zijn koningsvleugel besluit Frank maar lang te rocheren. Misschien dat hij dan nog wat van zijn stukken in actie kan krijgen.  Hij moest nu al heel lang alsmaar afwachten. Daar word je niet blij van.

Lesje Stukoffer, door G.Zoon

DeGeus  – Gerard Zoon  (23. 0-0-0)

23. 0-0-0  Maar daar schrikt zwart ook al niet van. Die verlegt heel soepel zijn aanvalsbedoelingen naar de damevleugel. Dat kan omdat wit nog steeds zijn koningsvleugelstukken niet  goed aan de praat heeft. Hierna laat zwart zien dat hij niet alleen sterk spel in huis heeft, maar ook helemaal niet bang is. Er volgt nu een heel fraai stukoffer! Waarna wit zal worden ingeblikt. Frank doet wel steeds de zetten die nodig zijn, maar er is geen kruid meer gewassen tegen die open lijnen voor de zware stukken ter ondersteuning van die vreselijk oprukkende vrijpion. Frank mag dan wel dat stuk meer hebben, maar nog steeds staan zijn loper en een toren machteloos toe te kijken.

(Klik op de zet om het diagram te veranderen)



  De Geus- Gerard Zoon (30 Db2)

Probeer het eens vanuit bovenstaand diagram!

Er zijn hier veel sterke damezetten. Maar het snelst is  30. … Db4

Met de dreiging   31. ….  De1+ 32. Dc1 Ta1+ ! 33. Kxa1 Dxc1 mat, maar ook (na bijv. 31. …Lh3 )  31. …  Ta2!  32.  Dc1  Ta1+  (kan ook anders)  33. Kxa1 Da4+  34. Kb1 Da2 mat

Nog even in een ‘levend diagram’ voor het geval u niet zo ver vooruit kunt denken:



Die mijnheer Zoon heeft de hele avond prachtig gespeeld, maar nu strandt hij ineens vreselijk,  in het zicht van de haven. Wat er nu verder gebeurt zal Frank nauwelijks hebben durven geloven.


  De Geus- GerardZoon (30 Db2)

30. ….  Da2??? Hier zag zwart de winst dus even niet. Dat Da2 geeft bijna al zijn voordeel in één klap weg. Een poosje later heeft wit zelfs een heel klein voordeeltje dankzij die door zwart geofferde loper waar de compensatie nu voor een deel voor is verdampt. Toch wordt het nog een heel spannend en interessant eindspel. Een Loper eerst tegen drie pionnen, daarna tegen twee. En nog steeds die kreupele toren van wit. En die allesbehalve  kreupele  vrijpion van zwart!

Lesje Eindspel , deel 1,  door  F. de Geus

 DeGeus  – Gerard Zoon (37 Le4)

Als zwart  hier 37. ….  Td2 speelt is er nog een dikke kans dat het remise wordt.

Maar wel een heel erg moeilijke stelling.  Voor een complete analyse is geen websiteartikel nodig maar een heel boek.  Maar om u er een beetje idee van te geven:



Maar zo ging het niet. Zoon speelde 37. ….Tc3. Lijkt logisch maar is wat minder.

Lesje eindspel, deel 2 , door F de Geus en G. Zoon


  De Geus-Gerard Zoon (37. … Tc3?)

38. Kb2 !   Nu kan de zwarte toren eigenlijk weinig meer. Waar kan hij heen? En als hij slaat  op c4 is die mooie vrijpion op b3 ook naar de …. (Heeft hij er evengoed nog éen op de d-lijn, dat wel)  Lastig om in te schatten wie er nu eigenlijk beter staat. Een stuk tegen drie pionnen. En dan nog wel t.z.t. gevaarlijke!  Tot zet 43 spelen beide heren alsof ze onder de tafel stiekem  een eindspelboek raadplegen.  Volgens Prof. Mr Dr Ing. K.  staat wit een heel klein beetje beter. Maar zoals u weet is die wel eens een beetje te materialistsich.

  De Geus-Zoon (43 Te1)

En weer laat Heer Zoon zien dat hij niet bang is. En ook heel wat van het spelletje begrijpt. Hij offert nu nog een kwaliteit !! Drie pionnen(2 vrijpionnen en al aardig aan het oprukken)  voor een toren!  En soms is dat best wel voldoende!  (Ik heb zelf wel eens een partij gewonnen met 2 vrijpionnen tegen een toren) En weer moet Frank maar laten zien dat hij daartegen opgewassen is. En weer  blijkt het offer uiteindelijk toch niet correct! Hoewel Frank de kansen om dat overtuigend aan te tonen  erg laat liggen.  Hij houdt zijn stelling  goed staande, niet veel meer.  Waarschijnlijk gaat de klok ook voor hem een rol spelen. Het resulteert in een eindstelling  die wel remise zou kunnen worden. Hoewel die nog steeds behoorlijk ingewikkeld is.  

  DeGeus  – Gerard Zoon (48…Kh3!+-)

Komodo geeft nog veel varianten:  Bijv.  49. Txe5 Kg2  50. Kxd4 Kxf2  51. Ta5 c2 52. Ta2 Kxg3  53. Ta1  enz. enz. En dan wordt het misschien toch remise. Ga er maar aan staan.

Even  hoe het zover kwam:



Maar het hoeft ineens niet meer. Want zwart stopt ermee. Ik heb zo’n vermoeden dat hij door zijn klok ging. Wat een vreemd spel is het toch. Kun je een avond geweldig inventief schaken en toch verliezen. Eigenlijk maakt hij maar één echte fout en dat is 30. .. Da2.

Frank  liet in 2009 ook al zien wat we nu inmiddels wel van hem weten. Hij kan erg taai zijn, vooral in de laatste fase van de partij. ( Zijn partijen duren ook vaak wat langer dan gemiddeld, geloof ik.)   En in spannende stellingen toont hij een (althans naar buiten toe) imponerende koelbloedigheid.

Maar Gerard Zoon stal de show. Vooral dankzij hem werd het een verschrikkelijk boeiende pot schaak.  Ik denk dat hij met schaken is gestopt. Hij komt niet meer voor in de lijsten van de NHSB en de KNSB.  Heel jammer. Zou deze ontmoedigende partij tegen onze Frank daar de aanleiding toe zijn geweest?

PS:  Ik heb nog wat verder geïnformeerd en weet inmiddels  dat Gerard Zoon inderdaad gestopt is. Dat hij geen junior maar in tegendeel niet piep meer was, en nu een hele avond schaken niet meer volhoudt. Omdat ik in bovenstaand verhaal nogal loftuit aan zijn adres heb ik via via aan hem laten doorgeven waar hij kan vinden wat ik hierboven over hem geroddeld heb.

Mocht u nog een onnauwkeurigheid ontdekken dan houd ik me aanbevolen. Ik kan dan alsnog verder corrigeren.

Ouwe kost 2

Heb ik wel erg enthousiast een bloemlezinkje uit oude partijen uit uw roemrijke verleden aangekondigd, want erg veel partijen blijken het nu ook weer niet te zijn die ik heb teruggevonden. En ook niet altijd even boeiend. Maar OK, ik kan nog wel wat!

De volgende partij is van Martin. Niet omdat die in zijn geheel nu zo vreselijk boeiend is, maar wel omdat ik het frappant vind dat de stijl van Martin in ruim een decennium eigenlijk nauwelijks veranderd is. Hij speelt de opening volgens principes, en dat zijn wel de juiste. Stukken ontwikkelen, centrum in de gaten houden. Geen tempoverlies. Snel rocheren. Zo leerde hij het aan zijn schaakleerlingen, en zo speelt hij het zelf. Omdat nu zijn tegenstander er een van de rustige en wat behoudende soort is ( Paul Zoon, SV Harenkarspel, dec. 2009), staat er na zet 8 een stelling op het bord waar voor zwart niets op aan te merken is.

   Paul Zoon – Martin (8…c5)

In het nu komende middenspel gaat het even minder, komt wit een tikkie beter te staan, maar die verknoeit dat gelukkig weer bij zet 13

  Paul Zoon – Martin (12…Pd7)

Ik denk dat ik hier niet lang nagedacht zou hebben. Welke zet ligt hier zeer voor de hand?

Maar wit speelt hier 13. e4?  Want hij ziet iets over het hoofd. Martin niet! Wat is daarop zwart’s beste antwoord?

Als u uw genialiteit wilt toetsen aan de mening van Prof Mr Dr K.,   zie verderop.

Hierna komt Martin’s voorliefde voor wat gecompliceerdere stellingen aan het licht. Vaak speelt hij daartoe dan eigenlijk niet de beste zetten, maar heel vaak raakt de tegenstander dan toch ergens de kluts kwijt, en gaat Martin die dan wel even terugvinden. En dan de klappen uitdelen. En eigenlijk speelt hij nog zo. Zij het wel met een heel klein beetje minder           overmoed  dan toen.  Maar toch …  En hij heeft in die tien jaar daarmee zijn elo wel verhoogd van 1510 naar 1705.  Ach, ik herinner me dat toen Talj wereldkampioen werd (behorende tot de meest combinatie-gerichte spelers ter wereld ooit) er wat smalend werd gedaan over zijn talloze offers in zijn partijen. Die bleken vaak later eigenlijk niet correct te zijn. Maar hij werd er wel wereldkampioen mee, omdat zelfs de sterksten van zijn tegenstanders (Botwinnik!) er toch even de kluts van kwijt raakten. Het was een tactiek die de in zijn tijd saai geworden schaaksport  wel heel prettig opfriste!

Martin gaat ook in deze partij al de boel voortdurend proberen op te frissen.

Soms wat te onnadenkend. Voorbeeld:

    Paul Zoon – Martin (19.De2)

19.  ….   Dg6?    Bijna winnend  is   19. …. Lxb4!! Ziet u de mogelijkheden?      Desnoods verderop.

En dus blijft zijn tegenstander toch lang redelijk overeind. Tot tenslotte de vermoeidheid toeslaat die ontstaat door een veelheid probleempjes die Martin  opriep, en die kan dan nu bekwaam uithalen.

   Paul Zoon – Martin (25…Lg6)

25. …. Lg6 [stand is ongeveer gelijk: zwart staat wel een pion achter, maar heeft een sterk loperpaar en de pion op c3 is ook niet al te sterk.]    26.a4? [foutje, bedankt!]   Welke zet was winnend?

___________________________________________________________________

Paul Zoon – Martin (12…Pd7)


Paul Zoon – Martin (19.De2)


Paul Zoon – Martin (25…Lg6)


In de hoop dat u het allemaal nog een beetje redt zonder clubavond,

tot de volgende aflevering,

Eddy