Categorie archief: Diemer

BDG7 Vienna

Het wordt nu tijd om goed te gaan opletten voor zwartspelers die op 1. d4 meestal 1. … d5 antwoorden en voorbereid willen zijn op een onvrijwillige ontmoeting met mijnheer Diemer. Want ik raak nu in de omgeving van antwoorden met een spoedig zwart Lf5 Ik denk dat daar de beste mogelijkheden voor zwart zitten. Dat is ook niet onlogisch, want zo kan die dameloper deelnemen aan de verdediging van de zwarte koningsstelling, want daar heeft wit het toch echt op gemunt, tegen betaling van zegge en schrijve één gambietpion. En een stuk ontwikkelen kan nooit kwaad.We beginnen met de zgn. Weense verdediging. Hoe komen ze toch aan al die namen? In dit geval is die variant zo genoemd omdat hij het eerst werd aanbevolen door een bekende Oostenrijkse meester: Hans Müller (1896-1971, in Wenen). Tot grootmeester werd die nooit benoemd, maar zijn hoogste rating was toch 2580! Hij schreef een indrukwekkende reeks schaakboeken. O.a. een boek over Aljechin, en een boek over de match Botwinnik- Bronstein (over die match schreef ik eerder, op uw site in De Tovenaarsleerling, deel 1, juli 2015 .) .

In de Weense variant neemt zwart de gambietpion eerst niet, maar meestal later toch!

 1.d4 d5 2.e4 dxe4 3.Pc3 Pf6 4.f3

BDG71  BDG71

4. .. Lf5!?

Nu heeft wit twee voor de hand liggende mogelijkheden.      I  5. fxe4  (rustig)  of  II  5. g4!?  (wild)


BDG72   BDG72

  I.    Eerst maar   5. fxe4   Waarom niet!?  In de ‘normale ‘varianten van het BDG offert wit zijn f-pion om een open f-lijn te krijgen voor zijn toren.  Die krijgt hij nu ook!  5.   …  Pxe4  Lijkt logisch, maar 5. …  Lxe4 kan ook. Zou ik zelf niet doen, en uw tegenstander meestal ook niet. Het zal wel komen doordat ik (en wrsch. ook uw tegenstander) een ‘loperpaar-fetisjist’ ben (term waarmee  André Mulder mij ooit optuigde). Maar eerlijk gezegd vind ik met wit 5. .. Lxe4 toch lastiger. (Maar ik ontdekte nu bij het schrijven dezes dat Komodo dat niet vindt.) 

6. Df3 Een leuke zet, en vrijwel altijd gespeeld. Ik kan me herinneren het ook wel eens in een vluggertje tegen Martin Z. te hebben benut. Die het kennelijk maar lastig vond, want na afloop vroeg hij hoe je dit nu eigenlijk moest spelen. Ik zei dat je dus misschien beter met de loper kon slaan. Misschien was dat advies dus niet 100% juist.

BDG73  BDG73

Echt iets voor de Diemer-fanaat. Zwart moet oppassen voor wat tactische wendingen. De zwarte loper staat in, en het zwarte paard. Dus er zijn maar twee zetten mogelijk  A. 6 …  Pxc3  en B.  6. .. Pd6. Ze ontlopen elkaar weinig in sterkte. K. geeft resp. – 0.44 en -0.16. Heel erg minimaal superklein beetje beter,  voor zwart dus! Maar daar wordt u als BDG-adept toch niet nerveus van !?

Eerst maar:   6. … Pxc3

BDG74  BDG74

Nu kan wit slaan op f5. Of slaan op c3.  7. bxc3 (natuurlijk niet Dxc3 want die dame staat veel te goed op f3) schijnt beter te zijn dan Dxf5.   

(7. Dxf5!?  e6 (tussenzetje, en zwart moet vooral niet bezwijken voor de charme van die pion op d4, want dat gaat natuurlijk fout. 7. … Dxd4?? 8 Dc8+ !!  Zie aan het eind van dit artikel het speelbaar diagram.  Dat zijn dus van die grapjes waar wit op hoopt. )  8. Dg4  Pd5 (in veiligheid) Vertrouwend op het negatieve oordeel van mijn boekjes heb ik dit dus zelf nooit geprobeerd.)

BDG75  BDG75

Dus 7 bxc3 en nu is er het een en ander aan de hand. Wat gaan we doen? Die loper op f5 wegzetten of dekken? En wat met die pion op b7?

      a.     7. ..   Lxc2   of            b.    7. ..  Dc8.    of        c.     7. ..   e6 heel koelbloedig  

  • 7 … Lxc2.

BDG76 BDG76

Dat had ik eens in een vluggertje met …….. Joop Kuijer! Ik speelde toen het gebruikelijke  8. Dxb7 Pd7  en probeerde in plaats van het hier bijna altijd gespeelde  9. Lb5 eens 9. Lf4. En later Tc1. Maar dat beviel niet echt. Ik zag me zo nog niet zo snel winnen! Van … Joop Kuijer! Dat was toch eigenlijk wel mijn bedoeling. En het ergste was … Bert stond achter zijn vader en zag het allemaal grijnzend aan.

De boekjes geven o.a.  9. Lb5 Tb8  10. Lxd7 Kd7 11. Da6

BDG77  BDG77

En het is best een grappige stelling, waarin veel te schaken valt. Maar er zijn wel veel lichte stukken van het bord. Daar houdt de Diemer-fanaat niet echt van.

Komodo geeft hier een veel aardiger, want principiëler  voortzetting. U wist niet dat computer-programma’s er principes op nahouden? Nou wel dus!  Mijn boekjesschrijvers hadden kennelijk nog geen Komodo.

BDG76  BDG76

Na 7. .. Lxc2 speelt Komodo  8. Ph3 !?  De bedoeling schijnt om eerst even af te wachten, met een zetje dat op zich best wel nuttig is: een zet sneller bij de rochade. en wellicht later het paard naar g5 of f4. Afwachten wat zwart doet, en daarna de juiste behandelwijze te kiezen.

En nu staat zwart voor de keuze:  -Ga ik pion b7 beschermen? -Ga ik mijn Loper op c2 naar een betere plek spelen?  -Ga ik e6 spelen om mijn koningsloper ruimte te geven?  Enz.       Komodo weet er er altijd wel wat op:       

8…e6 9.Pg5 Lf5 10.g4 =

8…a6 9.Pg5 Lg6 10.Lc4 e6 11.0–0 Le7 12.Pxf7 Lxf7 +- 13. Dxf7

8…h6 9.Lc4 e6 10.0–0 Lg6 11.Pf4 Lf5 12.g4 Lxg4   +-

8…Lg6 9.Pf4=

8…Pd7 9.Pg5=

8…c6 9.Lc4 e6 10.0–0 Lf5 (10…Dd7 11.Pg5; 10…a6 11. Dxf7 ) 11.Pg5 a6 (11…Df6 12.g4 Lg6 13.Dh3) 12.Pxf7 Kxf7 13.Dxf5+

8…Dc8 9.Lc4 Df5 (9…e6 10.0–0 Lf5 11.g4) 10.Dxb7 De4+ 11.Dxe4 Lxe4 12.0–0 e6 13.Ld2

Als speelbaar diagram:  +-  veel beter voor wit   += een beetje beter voor wit  = gelijk    -+ veel beter voor zwart   =+ een beetje beter voor zwart 

 

Ik zou het maar proberen als ik u was. Het lijkt er dus wegens .8.Ph3 op dat  na 6. …  Pxc3 7. bxc3 het slaan op c2 wat te hebberig is. Maar als gezegd er waren dus nog andere zwarte zetten, die trouwens vaker gespeeld worden:

b.  7. ….   Dc8 Om pion b7 en de loper te dekken. Dat is een raar plekje voor die dame en dat heeft dat witte gambietpionnetje toch maar voor elkaar gekregen.

BDG78  BDG78

Hier geven de boeken van Lane en Sawyer 8. Lc4 als het interessantst. Maar Komodo vindt 8. Tb1 , met tweede aanval op b7 beter. En die wil dus die gambietpion indien mogelijk gauw terug hebben, en als zwart daar niet aan wil meedoen toch zwarte concessies afdwingen, c6 of Pc6.   Ik kan op de site niet alles uitwerken, dus ik houd me maar even bij 8. Lc4, omdat ik daar ook een beetje ervaring mee heb. Ik geef hieronder een eigen partijtje met wat analysevarianten als speelbaar diagram, en een partij van Diemer zelf. Als u Tb1 wilt uitproberen, wat let u? (Als u wensen hebt, laat het me weten, dan kan ik daar altijd later nog wat verder naar kijken)

ES – Walter   01.12.2013 

   Diemer – Stehle Scheveningen, 1937  

En dan was er nog die derde mogelijkheid, de koelbloedige:

c   7. …e6        Zwart geeft direct zijn gambietpionnetje terug, en wil gewoon snel ontwikkelen. Ook geen slecht idee.  Bijvoorbeeld: 

   Maar zwart hoeft na 6. Df3 natuurlijk niet op c3 te slaan. U had nog een tweede mogelijkheid te goed. En die is eigenlijk beter.

BDG73  BDG73    

 het beste antwoord op 6. Df3  komt nu:

  • 6. …. Pd6     Het paard ontloopt de aanval, dekt pion b7, en dekt de loper of f5. Mooi toch!?  Het antwoord is altijd   7. Lf4

BDG713  BDG713

Het paard op d6 werkt aan veel taken en wordt dus direct aangevallen.

Wat gaat zwart doen?  In geen geval op c2 slaan!    Een voorbeeldje daarvan uit eigen stal:  ES- Willem    15.06.2015

 

Geen 7. Lxc2??  En natuurlijk ook geen 7. c6??   (Lxd6!)  Wat dan wel?

  • 7. ….. e6   Het meest gespeeld.   (Maar dan moet je wel weten dat winnen van pion b7 wit niet helpt.  8. Lxd6? Lxd6  9. Dxb7? Pd710. 0-0-0 0-0 en zwartstaat wat beter.)   8. 0-0-0 Le7 en de stand is ongeveer gelijk.
  • 7. …… Dc8  Weer dat rare plekje voor de dame om de pion te dekken.  8. Lxd6  exd6 9. 0-0-0  Le7  met iets beter spel voor wit ( Lg4? 10. Te1 + Le7  11. De3 is beter voor wit)

Hier nog een voorbeeldje met 6. .. Pd6. Met ene Unzicker achter de zwarte stukken. Ik denk dat het die Unzicker -die ooit gevreesde ijzersterke Duitse grootmeester- was ( 1925-2006 ). (Ik heb geen voorletters bij zijn naam bij deze partij.)  Ik neem het maar aan, want wat is er leuker dan een sterke grootmeester een BD-gambiet te zien verliezen? Engler – Unzicker   

En dan was er nog een ‘wilde variant’ na zwarts 4. ….  Lf5

BDG79  BDG79

II      5. g2-g4 !?    Leuk agressief. Met als bezwaar dat de witte koningsstelling gatenkaas wordt. Maar als zwart er niets van weet? En handig dat een aantal volgende zetten bijna vanzelfsprekend zijn.  5. …. Lg6  6. g5!?  (6. h4 is vroeger ook wel eens gespeeld. Om de zwarte Loper te vangen. Maar  na 6. ..  h6 is er weinig aan de hand. En het is de vraag of wit zich deze extra verzwakking kan veroorloven.) 6. … Pd5  (6. …. Ph5 7. fxe4! )

BDG710  BDG710

Het simpelst is nu gewoon 7. Pxe4.   (7. fxe4 kan ook wel, maar na …  Pxc3   8. bxc3  Lxe4 heeft wit een achterstandje in ontwikkeling, staat een pion achter, en zijn koningsstelling is een tochtige oude caravan. Nee , ik vind het niks.)  Meestal wordt nu 7. .. e6 gespeeld.      (maar ook wel eens 7. …Pc6 8. Lb5)

Na 7. … e6.  

BDG715   BDG715

Wit kan uit een aantal plannetjes kiezen.

  1. Hij kan met c4 dat lastige paard van d5 wegjagen en dan wordt tenminste Le3 of Lf4 mogelijk,en dan maar snel lang rocheren.
  2. Hij kan met h4 gelijk doldriest doordrammen. Maar zo creëert hij ook weer zelf gaten in zijn stelling.
  3. Hij kan heel rustig eerst met c3 zijn stelling consolideren en daarna toch weer verder drammen met h4.

Het is niet mogelijk om in dit bestek alles te gaan bekijken. Ik zoek elders een paar lollige partijtjes voor het speelbare diagram, en u moet maar zien of u het inspirerend vindt. Persoonlijk heb ik me nooit aan het  ingewikkelde 5. g4!? gewaagd. Heb het altijd maar op 5. fxe4 gehouden.  Dat kunt u na bestudering van het dienaangaande voorafgaande natuurlijk ook doen. In mijn databases komt 5. fxe4 veel vaker voor, maar de resultaten met 5. g4 zijn een heel klein tikje beter. Maciulewicz – Kent 1997

      Tocco,Paolo (2156) – Virzi,Ettore (1950) 22.10.2008

Tenslotte: U had nog het speelbare diagram te goed van een blunder na 1.d4 d5 2.e4 dxe4 3.Pc3 Pf6 4.f3 Lf5 5.fxe4 Pxe4 6.Df3 Pxc3 7.Dxf5 Dxd4?? 

Zo dit was dus een eerste verkenning van mogelijkheden met Lf5. Volgende keer de m.i. beste varianten tegen het BDG, ook met Lf5, maar na gewoon eerst die gambietpion verorberd te hebben:  4 ..  exf3  5. Pxf3

De eindcorrectie moet nog plaats vinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BDG6

Een interessante variant tegen het Diemer-gambiet is de Lemberger-variant. Het voordeel van dit vroege tegengambiet is dat het de activiteit waar wit op hoopt in een heel vroeg stadium met tegenactiviteit beantwoordt. Dat maakt het eenvoudiger voor zwart om zich theoretisch voor te bereiden op de Diemer. Bovendien is het een vrij sterke variant, waarmee zwart vaak wel gelijkspel bereikt. En het wijkt af van de meeste Diemer-sjablones die wit in zijn hoofd heeft. Toch is er geen reden voor wit om een zucht van ergernis te slaken als zijn tegenstander deze oplossing kiest. Er blijft genoeg te schaken over. (En het is de vraag of de tegenstander over de verdere mogelijkheden voldoende kennis in huis heeft.) En ik denk dus de gouden regel van kracht blijft: als je een gambiet wilt weerleggen, moet je het aannemen. Maar aan een toelichting daarvan voor de BDG zijn we nu dus nog niet toe. Daarover later.

1. d4 d5 2. e4  dxe4 3. Pc3! (ter herinnering: deze zet eerst is absoluut noodzakelijk voor je f3 speelt, omdat anders direct 3. e5 nog veel sterker is!) e5!?

 BDG5Lemb1 BDG6Lemb1

Mocht u de rest van deze aflevering zo inspirerend vinden dat u het met zwart wilt proberen, pas dan even op! Het komt nogal eens voor dat men de precieze zetvolgorde even vergeet en het aldus probeert:                            d4 d5 2. e4 de4 3. Pc3 Pf64. f3 e5 ??? (Dus eerst Pf6 en daarna pas e5.)

BDG5Lemb2   BDG6Lemb2

(Zo is het slecht voor zwart. Ook nuttig dus om te onthouden voor wit.)

5. dxe5! Dxd1  6. Kxd1 !!!  Reeds door Diemer himself aangegeven. Nu staat het abusievelijk eerder gespeelde paard aangevallen, dus :

 BDG5Lemb3 BDG6Lemb3

6. …  Pfd7 (Pg8 is ook niet lollig) 7. Pd5! Kd8  Andere zetten zijn wegens gedoe op c7 nog veel erger  8. Lg5+ !

BDG5Lemb4  BDG6Lemb4

8. … f6 meer smaken zijn er niet  9. exf6 gxf6  (want 9. .. Pxf6? 10. Pxf6 h6  helaas gaat gxf6 niet wegens Lxf6 met torenwinst 11. Pxe4 gevolgd door Pxg5 en wit staat 2 pionnen voor!) en nu staat wit goed na zowel 10. Pxf6 als na 10. Lf4 Ld6 wat anders? (10. … Pe5? 11. Pxf6! ) 11. Lxd6 cxd6  12. fxe4 en wit staat nota bene een pion voor!

Maar genoeg hierover (zie eventueel het levend diagram aan het eind van deze aflevering)     , terug naar de normale zetvolgorde:

1. d4 d5 2. e4  dxe4 3. Pc3! e5!?

BDG5Lemb1  BDG6Lemb1

Wit heeft veel redelijke mogelijkheden. Ik noem er daarvan een aantal.

Misschien de sterkste              4. Pe2

Een ook wel solide                   4. Pxe4

Een leuke, maar niet helemaal correcte(?)   4. Dh5!?

En desnoods zelfs                    4. dxe5

Maar ook eventueel                 4. Le3

Ik moet daaruit wat kiezen. Ik laat een kort voorbeeldje zien van 4. Dh5!? Omdat het zo leuk is. Maar zal mijn aandacht vooral richten op 4. Pe2 omdat het wrsch. debeste is.

4. Dh5!?

BDG5Lemb5

Een overzichtje:

Een partijtje:     ES – Fritz 6,  11-04-2002

Nog een partijtje: Waaruit moge blijken dat je best het risico van een wat mindere opening kiezen kunt nemen, als het spel maar levendig blijft. Abbasifar,Hasan (2282) – Nasri,Amin (2254)   01.08.2002

U zag, die 4. Dh5 variant is dan misschien niet 100% correct, maar staat wel borg voor heel levendige stellingen, en als u daar meer van weet dat uw tegenstander kan die gemakkelijk de mist ingaan.  Verschillende van de andere hierboven genoemde voortzettingen zijn best wel voldoende voor gelijkspel, maar hebben als bezwaar dat er te snel stukken worden geruild, en de stelling eenvoudiger wordt, wat de BDG-speler nu juist liever niet ziet gebeuren. (Op 4. dxe5 ruilt zwart natuurlijk gelijk de dames eraf. Op 4 Pxe4 is Dxd4 de beste, waarna dameruil in de lucht zit.)

In de boeken van Tim Sawyer en  van  Gary Lane wordt een beetje propaganda gemaakt voor 4. Pge2!? Om de pion op d4 te dekken. Dat zou de beste zijn. Maar helaas  leidt dat ook nogal eens tot dameruil.

BDG5Lemb6  BDG6Lemb6

Zwart heeft hier veel mogelijkheden. ( Bij 4. Dh5 veel minder. Een reden als u BDG wilt gaan spelen om misschien toch op Dh5!? te gaan studeren?) Zwart kan na 4. Pge2 pion d4 slaan, zwart kan pion e4 dekken,  zwart kan Pc3 pennen met Lb4. Onder andere.

Wat als zwart op d4 slaat?   4. …  exd4?

BDG5Lemb7 BDG6Lemb7

De beste is dan  5. Dxd4! Vreemd genoeg. Daar gaat je teder beminde Dame! Maar wit krijgt wel een lichte voorsprong in ontwikkeling. Neem maar even van mij aan dat wit bij alle andere voortzettingen toch onvoldoende compensatie krijgt voor zijn pion achterstand.  Het voordeel van 5 Dxd4 is dat na  5. Dxd4 6. Pxd4 zwart zijn pion voorsprong (e4) kwijt raakt en wit wat (minimaal) beter staat. Wegens een wat betere ontwikkeling. Zie ook het speelbaar diagram verderop.  Bijv. : 6.Pxd4 Pf6 om pion e4  te dekken  [6…Lc5 7.Pdb5; 6…Lb4 7.Pdb5 a6 (7…Pa6 8.a3 Lxc3+ 9.Pxc3) ] 7.Lg5 Le7 [7…Lb4 8.Pdb5]  8.0–0–0

BDG5Lemb8    BDG6Lemb8

Overzicht van mogelijkheden in de Pe2- variant in de Lemberger.

Hier wil ik het even bij laten. Alleen nog even wat voorbeeldjes van levendige potjes met de Lemberger. Helaas had ik er te weinig in de database van eigen partijen, maar werkend aan uw BDG-lesjes  ontdekte ik ineens iets op mijn computer wat me nog nooit (in vijftien jaar niet!) was opgevallen: een database van Fritz (nu Fritz12) met anderhalf miljoen partijen! Hallo!? En toen ik die filterde op de Lemberger doken er 53 partijen op. Ik hoefde dus niet te gaan grutten in mijn boekwerkjes, maar kon te kust en te keur aan de slag. Hieronder iets van mijn oogst. (Als u zelf een niet al te oude Fritz op uw computer heeft staan, heeft u ze zelf wrsch.ook.  Roep ze op in uw schaakprogramma  Windows/users/uw naam/ documenten/chessbase/bases.)

Sawyer (2100) – Shibut (2160) 

Rocland,Christophe (1604) – Jeanjean,Laurent (1996) 28.12.2007

Stead,Kerry  (1978) – Norman,Brendan (1922) 12.04.2009

Volgende keer komen we in de buurt van de varianten die u het beste kunt kiezen ls u met zwart in de externe tegen het Blackmar-Diemer- gambiet aanloopt. We kijken dan even naar de Gunderam-variant, en daarna naar varianten met Lf5..

Nu nog even het beloofde speelbare diagram van De Lemberger Verkeerd (zie het begin van deze aflevering) 

 

Eindcorrectie moet nog plaatsvinden.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BDG5, deel 2

Voor de vorige afleveringen over het Blackmar-Diemer-gambiet zie bij ’categorieën’ en dan bij ‘Diemer’

De vorige keer verdiepten we ons in de meest voorkomende voortzetting van de Teichman-defense.

 BDG5Teichm0  BDG5Teichm0

BDG5TeichmB0   BDG5TeichmB0

Waarin  6. h3 de standaardzet is We keken naar de variant waarin Zwart sloeg op f3. Maar dat hoeft natuurlijk niet. Zwart kan terug naar f5. Dan verzeilt zwart in een heel andere variant, die ik later aan de orde zal stellen. Ik vind  varianten met een loper op f5 voor wit het lastigst, maar  hier zou wit na eerst Lg4 met h3 een tempo meer kado gekregen hebben, en dat moet voldoende zijn voor wit. Maar U zult 6. .. Lf5 maar zeer zelden aantreffen. Schakers vinden het niet prettig om toe te geven dat ze een verkeerde zet gedaan hebben en een stapje terug moeten doen.

Minder  gebruikelijk dan het vorige keer besproken 6. …. Lxf3, maar toch wel veel toegepast, is de zet waar we het nu over willen gaan hebben:

6. … Lh5. 

BDG5TeichmB1  BDG5TeichmB1

In de database van mijn eigen partijen vind ik hem negen keer.  En twintig keer 6. ….  Lxf3 Volgens mij is 6. .. Lh5 logischer dan Lxf3, waarmee zwart wel erg gemakkelijk afstand doet van zijn dameloper, die bij verdedigen van de zwarte koning best nuttig kan zijn.  Bovendien is het bezit van het loperpaar voor wit op zich al een kleine compensatie voor de pion achterstand. Daar komt bij dat wit in de Diemer altijd wel g4 wil spelen en dus het daarvoor noodzakelijke h3 kado krijgt.

In alle mij ter beschikking staande partijen in databases en boeken zijn de volgende zetten bijna verplicht  (en dus gelukkig gemakkelijk te onthouden) :

7. g4!  wie a zegt moet ook b zeggen. Je speelt een gambiet en dan moet je durven! 7. .. Lg6  8. Pe5 

BDG5TeichmB2   BDG5TeichmB2

Ooit kreeg ik hier ten antwoord:  8. … Le4?  Die zet is niet serieus te nemen.

Het vervolg was:  9.Pxe4 Pxe4 10.Df3 Dd5 11.Lc4 Da5+ 12.c3 Pd6 13.Lxf7+ en zwart had hier al kunnen opgeven. Ook 8. .. Pe4? is niet gevaarlijk. Na 9. Df3  Pxc3  10. bxc3 staat wit goed.

Er zijn drie, wel serieuze, antwoorden mogelijk na 8. Pe5 :

  •     a.  8. …  Pbd7
  •     b.  8. …  e6
  •     c.   8 .. c6  Dit kan dus direct, maar  dat komt meestal 1 of 2 zetten later toch wel en leidt dan ook tot de varianten  a en b. Dus dat laat ik maar even zitten.
  •   a.

Eerst maar   8. .. Pbd7

BDG5TeichmB3  BDG5TeichmB3

Vrijwel alle partijen die ik vond gaan op de volgende manier verder: (En ook lekker gemakkelijk te onthouden.)     8  …. Pbd7 9.Df3 c6 (b7 staat aangevallen, 9. … Lxc2?  10. Dxb7  e6  11. Pc6! Dc8  12. La6!) 10.Pxg6 hxg6 11.g5! (Wie a en b zegt moet ook c  zeggen.)

BDG5TeichmB4  BDG5TeichmB4

Waar moet dat zwarte paard naartoe? Naar 11. …  Pd5 ziet er niet prettig uit.  12.Pxd5 cxd5 13. Dxd5 en na een snelle korte of lange rochade valt er (zonder een pion achterstand) voor wit genoeg te schaken. Vooral de halfopen f-lijn biedt perspectieven. 

BDG5TeichmB5  BDG5TeichmB5

Maar waarschijnlijk hoef je niet eens je pion gelijk terug te winnen en kun je met 13. Ld3!  (ontwikkelen, veld f1 vrij maken) gevolgd door Tf1 ook gewoon op aanval blijven spelen.

Terug naar ons uitgangspunt, waar moet dat paard naartoe?

BDG5TeichmB4  BDG5TeichmB4

Niet naar d5, blijven dus over   A.       11. …  Ph7 en     B.       11. … Ph5

  • A.    11. …Ph7Ik denk niet dat je dit op ons niveau veel zult aantreffen. Maar het kan. Het paard zal later wellicht via f8 weer in het spel komen.

In mijn boeken vind ik hiertegen andere voortzettingen dan onze trouwe schaakmeester Komodo ons na lang nadenken adviseert. Maar zijn advies is simpel, logisch en gemakkelijk te onthouden. Dus neem ik dat hier maar over:

12. h4!  Zoiets noemen ze geloof ik een ‘prophylactische’ zet. Een dekking van pion g5 voordat het echt nodig is.  ‘Bij voorbaat’ zou je kunnen zeggen. Voor als zwart e6 of e5 zou willen gaan spelen.

BDG5TeichmB6   BDG5TeichmB6

Na  12…e5? heeft  wit dan tijd voor 13.d5! en bijna alle varianten gaan nu na al of niet slaan op c6 verder met Ld2 en 0-0-0.  Ik denk dat u tevreden zult zijn met uw stelling.

Na  12. .. e6  Is het gebruikelijkste witte plan ook :  Ld2  en 0-0-0. 

Tot zover de voortzetting  11. … Ph7  Nu de wat logischer aandoende andere mogelijkheid:

  • B.    11. …Ph5

BDG5TeichmB6B BDG5TeichmB6B

Nu hoeft hier g5 niet bij voorbaat gedekt te worden omdat het zwarte paard niet op h7 staat. Hier is het verstandig om de koningsloper naar c4 te ontwikkelen, met een  dreiginkje op f7.

Maar u kunt ook hier, als in de andere variant,  de voorkeur geven aan Ld2 en 0-0-0. Dat is overzichtelijk.  Daarna kan bijvoorbeeld vroeg of laat de koningsloper naar e2 (met dreiging richting Ph5) en Th1 naar f1. 

Dat zou bijvoorbeeld zo kunnen gaan:   11…Ph5 12.Ld2 e6 13.0–0–0 Le7 14.Pe4 Dc7 15.Le2 0–0 16.Thf1   wat leidt tot de volgende stelling, waarin wit voldoende heeft om zijn  pion achterstand te compenseren. Streef naar iets dergelijks:

BDG5TeichmB7   BDG5TeichmB7

Dat was dus een overzicht van een mogelijk verloop na 8. Pe5   en dan  Pd7.

Maar een tweede mogelijkheid na 8. Pe5  is gelijk

b.     8. .. e6

BDG5TeichmB8   BDG5TeichmB8

Deze stelling had ik eens met onze toenmalige kampioen Paul Ruber in een vluggertje vooraf. Ik wist het hier niet zo goed meer en speelde op gevoel maar 9. Lg2.  Ik kan me de nu volgende dialoog van twee middelbare heren nog wel ongeveer herinneren:  Eddy:  ‘Nu weet ik het niet verder.“  Paul:  “Ik vind dat wit best goed staat.”  Eddy: “Ik heb geen idee hoe het nu verder moet.”  Paul: “Nou ik heb liever wit hier. Zullen we van kleur ruilen?”  Eddy ongelovig aarzelend:  “Vind je??”  Paul pakt het bord op en draait het om. Ik zit achter de zwarte stukken. Kijk het even aan, pak het bord op en draai het bord weer terug. “Nee toch maar niet.” Tot mijn opluchting  moesten we toen het vluggertje afbreken, want het werd  tijd voor de serieuze partijen.    Nu ik bij Komodo te rade ben gegaan, weet ik:

Na 8. .. e6 is 9. Lg2 best goed. (naast 9. Lg5) en na daarna 9. ….   c6 (pion b7 staat op de tocht) ……………..?

BDG5TeichmB9  BDG5TeichmB9

Een mogelijke scherpe voorzetting is dan ( niet bang zijn! je bent toch gambietspeler!?) 

10. h4!!?  Waarschijnlijk de beste. Wit dreigt loper g6 in ernstige problemen te brengen met h4-h5.  Iets dergelijks zit ook in de Colle, u weet wel wat ik in Venetië ooit op het spoor kwam, en waar ik in 2012 Paul V. mee opknoopte in 18 zetten. Die grap vergeet ik dus nooit meer.    (Ook speelbaar hier, maar ietsje minder, maar beter voor uw bloeddruk  is of 10. 0-0  of 10. Tf1 met later 0-0-0)

Maar 10. h4!?   Dit is een stelling die weinig van uw tegenstanders zullen kennen, maar waarin zwart veel fout kan doen.  Het is een stelling die ook via een heel andere variant op het bord kan komen: de Gunderam-variant.  Waarover later meer.

BDG5TeichmB10  BDG5TeichmB10

De beste zet is hier 10. …  Lb4. Hierna  volgt 11.  Lg5  Want ooit wil wit toch lang gaan rocheren. Ontwikkelen, ontwikkelen, ontwikkelen! Waarna er nog veel te beleven valt. Enkele details daarvan stel ik wellicht in een volgende aflevering  aan de orde bij de Gunderam-variant. 

Hier eerst wat zwart gemakkelijk fout kan doen:

  • 10. …… Pbd7?
  • 10. .…. h6?
  • 10. …… Da5?
  • 10. .….Db6?
  • 10. …… Le7?
  • 10. …..Ld6?
  • 10. …..Lxc2!?

Het meeste leidt tot een heksenketel. Als u dit wilt spelen, zult u er zelf driftig op moeten studeren, eventueel samen met een computerassistent. (Ik zal het een en ander hieronder ook nog in wat levende diagrammen proberen te stoppen. Zal niet meevallen, want het telt veel varianten.) Die Gunderam-stelling is echt behoorlijk ingewikkeld. Maar wel heel leuk.

  • 10. …..Pbd7 lijkt een vernuftige manier om het loper-g6-probleem op te lossen. Maar is het niet. Omdat zwart wel zijn loper in veiligheid kan brengen, maar daarna een paard verliest.

 BDG5TeichmB11  BDG5TeichmB11

11.h5 Pxe5 12.dxe5 Dxd1+ 13.Kxd1 0–0–0+ 14.Ke2 Lxc2 15.exf6!

Voor uw gemak ook nog even als speelbaar diagram:

  • 10. … h6 lijkt logisch: vluchtgaatje maken. Maar helpt van de regen in de drop.

BDG5TeichmB13    BDG5TeichmB13

10…h6 11.Pxg6 fxg6 12.Dd3!!

BDG5TeichmB14  BDG5TeichmB14

 12. …  Pa6 (12…Kf7 13.Tf1 en zwart krijgt een verschrikkelijke aanval te verduren. Die koning moet weg van de f-lijn, maar dan volgt alsnog Dxg6, enz.) 13.Dxg6+ Kd7 14.a3 (om Pb4 te voorkomen) enz.  

  • 10. …..Da5

Dat doet niet veel, na 11. 0-0 Opnieuw dreigt h5

  • 10. …. Db6

Dit is leuker. Maar ook niet voldoende:

BDG5TeichmB16  5BDGTeichmB16

11. h5 Lxc2  12. Dxc2 Dxd4  13. De2 !!  Onthoud deze manoeuvre! Je ziet hem niet gemakkelijk aankomen,maar  hij lost wel veel op. Ook in andere varianten komt hij voor.

BDG5TeichmB17  5BDGTeichmB17

De beste zet is nu 13. … Ld6  14. Pc4  en nu lijkt 14. …  Lg3+ vreselijk, maar dat valt erg mee. Wit heeft een stuk extra, weliswaar tegen 3 pionnen, en verlies van de rochade, maar deze stelling is nog steeds beter voor wit.

Nog even voor de overzichtelijkheid:  

  • 10. … Le7

Met soortgelijke konsekwenties als hierboven (en hieronder bij g.  … Lxc2!?) aangegeven:

11. h5 Lxc2 12. Dxc2 Dxd4 13. De2! Ld6  14. Pc4

            f.    10. …. Ld6

Dit probeert een andere oplossing te vinden voor het loper-probleem. Wel grappig.

BDG5TeichmB18  5BDGTeichmB18

11. h5  Lxe5  12. dxe5  Dxd1  13. Pxd1  Le4 (Pxg4 14. hxg6 en ook hier zou wit toch beter staan volgens de digitale geleerden. )

BDG5TeichmB19  5BDGTeichmB19

14. Tg1 Lxg2  15. exf6! Lf3  16. fxg7  met voordeel voor wit

Nog een keer, nu als speelbaar diagram:

BDG5TeichmB10   BDG5TeichmB10

  • 10. …Lxc2

Dan moet ik die loper maar kwijt, maar ik wil er wel veel voor terughebben! Misschien is dit de beste.

10…Lxc2 11.Dxc2 Dxd4 12.De2! (daar is ie weer) De stelling is vrijwel gelijk aan die  na 5BDGTeichmB17 hierboven, na  10. …. Db6. Alleen staat daar een pion op h5 en hier op h4.

BDG5TeichmB20  BDG5TeichmB20

Soortgelijk vervolg :  12. … Ld6  (12. …  Lb4, 13. De3!!) 13. Pc4 Lg3+ (Lb4 14. Le3! )14. Kf1 0-0  (14. … Pxg4 15. Pe4!   Of 14. …   Dxg4 15. Dxg4 Pxg4  16. Pe4!)  15. Pe4 (ook om g4 af te schermen)

Nu nog een keer als diagram:

    En in al deze varianten zou wit beter staan.

Ik geef toe dat dat heel wat tijd vergt voordat u dit aan kunt durven. Maar duidelijk is dat er een aantal hoofdlijnen zijn. Als u die maar onthoudt dan moet het te doen zijn.

En als uw hart en bloeddruk niet tegen deze verwikkelingen bestand zijn, dan kunt u natuurlijk geen 10. h4 spelen, maar 10. Tf1 of 10. 0-0 , zoals ik al eerder opmerkte.

Mocht u nog met vragen blijven zitten (natuurlijk moet ik een keuze maken uit al die mogelijkheden en sla wel eens wat over) laat me dat weten, dan zal ik daar alsnog aandacht aan besteden.

Nu nog een paar leuke gerechtjes om uw gambiethonger wat aan te wakkeren (smaakt naar meer): 

ES – Oscar 11.08.2013

ES- Ask   04.07.2016

Leisbein – Anikajew corr. 1987

Dr Bachl – Eser 1959

BDG5, deel 1

Zie voor de vorige afleveringen bij ‘categorieën’  en dan bij ‘Diemer’

In de voorafgaande afleveringen bekeken we

-   het vreemde leven van Joseph Diemer

-   de Euwe-variant, 

1.d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3  exf3  5. Pxf3 e6

BDG5TeichmInleiding   BDG5Teichm.Inl.

-   de Bogoljubov- variant

  1. d4 d5  2. e4 dxe4 3 Pc3  Pf6 4 f3 exf3 5.Pxf3  g6

BDG5TeichmInle2  BDG5TeichmInl2

Van beide varianten hoeft wit niet wakker te liggen.  (Terzijde:  we bevinden ons nog steeds in het repertoire voor wit. Later volgt ook nog even wat voor zwart.)

De volgende variant is wat scherper, maar toch meer leuk dan gevaarlijk.

 – de Teichman-variant.

Na de 5 standaard-beginzetten volgt nu 5. Lg4       

1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3 exf3 5. Pxf3 Lg4

BDG5Teichm0  BDG5Teichm0

Kortelings schreef ik op de website dat Martin ( BDG-adept in wording? ) hier koos voor 6. Le2 in plaats van het gebruikelijke 6. h3 omdat hij bang was voor  – of versplintering van de koningsstelling  – of verlies van pion d4.  Maar dat is niet terecht.

A1       6. h3!  Lxf3 7. Dxf3 Dxd4??

BDG5Teichm1  BDG5Teichm1

Hierna speelt wit 8. Dxb7 en zwart staat verloren. Natuurlijk kan zwart zijn tegenstander de rochade ontnemen, maar dat weegt niet op tegen het verlies van  een Toren.

Twee voorbeeldjes:

8. …  Dh4+   9.Kd1 Dd4+ 10.Ld2 Dd8 11.Dxa8   +-  (+- betekent: met winnende stelling voor wit)

8  …  De5+ 9.Le2 Dg3+ 10.Kf1 e6 11.Dxa8 Lc5 12 Df3  +-  (idem)     

A2.   Een andere mogelijkheid die ik wel eens tegenkwam is   7. Pc6

BDG5Teichm2  BDG5Teichm2

Een zwakke zet.

Het beste antwoord is nu 8. Lb5!  Logisch omdat zwart zijn dameloper niet meer heeft, en wegens dubbele aanval op c6  zwart geen tijd heeft voor a6. Als je je pionvoorsprong niet gelijk wilt prijsgeven is alleen 8. …  Dd6 mogelijk.  ( ooit kreeg ik 8. …  Dd7 , maar dat is natuurlijk helemaal brandhout: 9. d5! En zwart verliest een stuk. Zelfs na 9. .. a6 10. dxc6 De6+ , want 11. Le2 volgt )  Na 8. …. Dd6

BDG5Teichm3  BDG5Teichm3

Volgt ook 9. d5!

9.d5 9…a6 10.dxc6 axb5 11.cxb7 Tb8 12.a4!  ± (betekent: met veel beter spel voor wit) Bekijk het maar eens. Zwart staat beroerd

A3.    Maar de meest normale zet is na 7. Dxf3 natuurlijk 7. … c6

BDG5Teichm4  BDG5Teichm4

b7 is gedekt en nu dreigt wel inslaan op d4. Wit moet dus kiezen uit  8. Le3  0f   8. Df2   Ook 8. g4 met toch offeren van d4 wordt wel gespeeld, maar dat vindt u misschien wat al te wild. En omdat we nu nog niet toe zijn aan een repertoire voor zwart laat ik dat maar even buiten beschouwing.

Ik stel voor dat u met wit kiest voor 9. Df2.

Reden: We stellen het meedoen van de loper nog even uit tot duidelijker is wat zijn taak zal zijn. Op e3 staat hij ook niet zo supergelukkig (ooit Pd5!?) En hoewel Df2 een beetje een tempoverlies lijkt, heeft het duidelijke pluskanten:

  • Ook hier zien we (met als in de Bogoljubov na De1) die dame vaak naar h4 vertrekken, en soms naar g3.
  • En je dekt voorlopig pion d4.

Meestal volgt nu 9. …  e6.

In mijn database van mijn eigen partijen vond ik daarmee 22 partijen. En geen enkele andere voortzetting. Terwijl er toch best nog wat meer mogelijk is.

Bijv. 9. … g6 maar na 10. Lg5  Lg7  11. 0-0-0  ( kijk lange rochade, nu wel weer eens! Meestal tref je aan in de Teichman korte rochade + verdubbeling van de torens op de f-lijn.) heeft wit niet veel te klagen. Zijn pion-achterstand wordt gecompenseerd door goede ontwikkeling en open lijnen. 

BDG5Teichm5  BDG5Teichm5

9. … Db6!?  Maar na Ld3, en g4 kan wit rustig Ld2 spelen, want slaan op b2 is levensgevaarlijk, en daarna rocheert wellicht wit toch weer lang.  8.  … Pbd7 met de bedoeling e7-e5 kan, doch leidt na 9. g4!  e5!?  10. g5! tot turbulente stellingen waarin het verschil van één pionnetje geen snars meer uitmaakt. En na Pbd7 alsnog e6 leidt tot dezelfde varianten als hieronder aangegeven.

Maar goed, niemand doet dat!

Terug naar het gebruikeijke 8. … e6

BDG5Teichm6  BDG5Teichm6

9. Ld3 Ik realiseer me ineens dat in de BDG deze zet de voorkeur heeft boven Lc4. Hier kijkt de loper naar de koningsvleugel, waar hij het liefst naartoe gaat, en liefst offerend.   (‘Vom ersten Zug an auf Matt’ (1957), noemde Diemer zijn boekje.) Hier wordt hij niet belemmerd door e6. Alleen tegen Bogoljubov’s g6 heeft het niet veel zin en wordt het Lc4. Ook in varianten waarin een zwarte loper op  f5 verschijnt. Maar daarover later.

Vaak volgt nu een variant waarin de witte Dame naar h4 gaat, kort gerocheerd wordt, en/of de Torens op die mooie f-lijn worden verdubbeld of dreigen te worden verdubbeld. Offers dreigen op h6, f6 en soms op g6.

Een voorbeeld van een dergelijk potje hieronder.

Maar eerst wijs ik even op twee zaken die fundamenteel zijn.

Ten eerste:

Veelal wordt door zwart Lb4? gespeeld, in de valse verwachting dat dat veel neutraliseert. Maar slaan op c3 hoeft wit niet te vrezen. Hij is weliswaar een paard kwijt dat vaak na Pe4 kan meedoen aan de aanval, maar daar staat tegenover dat zijn centrum nu berensterk is en hij daar niet naar om hoeft te kijen. Bovendien kan zwart die loper veel beter gebruiken om te helpen bij de verdediging. Dus Le7 is beter.

BDG5Teichm7 BDG5Teichm7

De volgende stelling (waarin zwart eigenlijk weinig meer verkeerd heeft gedaan, dan slaan op c3) is in feite al verloren voor zwart.

BDG5Teichm8  BDG5Teichm8

Hieronder kunt u dat op uw gemak naklikken. Ik wijs er even apart nog op dat het paard op f6 niet weg mag wegens mat op h7. En dat na Lg5 dat paard 3x staat aangevallen dankzij die heerlijke open torenlijn en dat, desnoods door een Torenoffer, op f6 de dekking van h7 wordt ondermijnd. En het is nu al te laat voor h6, want dan wordt er op h6 een Loper geofferd. Die manoeuvre Df3-f2-h4 is echt heel gemeen!

De meeste principiële manoeuvres voor de Teichman kunt u in de partij hieronder aan-treffen.

ES-Msjhellmond – De Rijp, 09.10.2011 

Tenslotte nog een enkel voorbeeldje ‘ter leringhe ende vermaeck’.

(In deel 2 van BDG5 ga ik kijken, naar wat er zoal kan gebeuren als wit na 6. h3 niet op f3 slaat maar 6. … Lh5 speelt.)

Wittman – Pastor,  1973 

Diemer4

We hebben de  Euwe -variant bekeken. We zouden het nu gaan hebben over de Bogoljubov-variant. Met g6 en Lg7.

Die dankt zijn naam aan een aantal studiepartijen van Diemer tegen supergrootmeester Bogoljubov. Geen kleine jongen. Die speelde twee keer een match om het wereldkampioenschap met Aljechin. (Aljechin, Kasparov, en Fischer dat zijn de drie allergrootsten. Voor mij.) Diemer kende Bogoljubov persoonlijk, nog van zijn medewerking aan een wk-match in Baden-Baden. Bogoljubov wilde Diemer wel even helpen bij diens gepuzzel m.b.t. diens wondergambiet.

De Bogoljubov-variant schijnt bij echte schakers nogal populair te zijn. Bij surrogaat-schakers minder. Ik heb het zelf wel eens met zwart gespeeld in een vluggertje tegen Jan Vermeulen, kampioen AdH in 1980. Die speelde bij voorkeur verdachte, tactisch ingewikkelde openingen (vierpionnenspel KI, Budapester-gambiet, Svesnikov, en meer van dat type van soort) , en was dus ook een fan van Diemer. Maar verder komt het in de database van mijn eigen partijen nauwelijks voor. U hoeft dus niet bang te zijn er op uw niveau erg mee te worden lastig gevallen als u met wit BDG gaat spelen. En als u zwart heeft, zou ik u een andere opzet aanraden. Daar ga ik u later mee lastig vallen als ik over de BDG  voor zwart ga  mijmeren. Niet dat de Bogoljubov slecht is, maar toch wel lastig met zwart. Je moet wel erg veel weten, Ik ga er dus nu alleen over schrijven voor de witspeler.

  Diagram4.1

1. d4  d5 2. e4 dxe4 3.Pc3 Pf6 4. f3 exf3 5. Pxf3 g6

  Diemer41cLong Diemer4.1

6. Lc4 (Ld3 is tegen dit zwarte pionnenbolwerk niet zo zinvol) Lg7 7. 0-0 0-0

Er zijn nu diverse varianten. Met snel Pe5 , of Lg5

Het scherpst is de 'Studier'- variant.

Diemer4.2 Diemer4.2

8. De1. Daar issie weer. Weer die eigenaardige zet. Net als in de Euwe-variant. Met dezelfde gemene bedoelingen: Dh4 en 'vom ersten zug an auf mat'. Dit is de hoofdvariant van de Bogoljubov. Daar is heel veel op gestudeerd, want hij is kritisch. Ik ga u niet lastig vallen met alle ins en outs. Heel leuk allemaal. En heel spannend. Maar treft u een echte kenner, dan weet die welke variant zelfs winstkansen voor zwart oplevert. Het moeilijkst is de Leisebein-variant. (En zo sterk dat ik u misschien de Studier-variant (met De1) toch niet wil aanraden.)

(Maar misschien wilt u er toch mee experimenteren. Er is dus o.a. nog een variant met 8. ….  Pbd7 (niet naar c6 dus, als hierboven) gevolgd door Pb6 en Pd5  (Pachman). En er is een variant met 8. … Lf5 9. Dh4 waarna Lxc2 fout is, maar Pc6 beter. (zie hierboven) Wilt u er toch meer van weten, waarschuw me dan.)

Voor de leut toch nog een leuk voorbeeldje met de Studier. U kunt daarin zien dat de BDG zelfs in correspondentieschaak geweldige kortsluitingen kan opleveren:

Gegner – Tiemann  corresp. 1988

Maar ik denk dat het voor ons eenvoudige amateurs met een beperkt geheugen beter is het advies te volgen van IM Christoph Scheerer op www.chesspublishing.com: hij beveelt aan -om die reden-  hier (toch) lang te rocheren. En legt uit in een heldere analyse dat daartoe Lf4 beter is dan Lg5: Hij noemt het de Long Bogo-variant. Een begrijpelijke naam voor een begrijpelijke variant. Frank zal me weer schrijven: 'dat moet te onthouden zijn'.

Diemer41b  Diemer4.1cLong

LongBogo-variant: 

(Later  raadplegen van Komodo10 heeft me opgeleverd, dat ook bij deze variant nog veel te onderzoeken en te experimenteren valt. )

Met zwart speelt u geen Bogoljubov.

Diemer4.1 Diemer41b

Maar een andere, nog door mij later te behandelen variant. Met wit speelt u de Longbogo.  (Onderonsje met Ron: In de Bogoljubov dus! In andere varianten meestal niet!)

OK ? Afgesproken!

Ik zou het hierbij kunnen laten.   Maar ik kan niet nalaten u nog wat aardigs van de Bogoljubov laten zien.

Eerst een hoogst eigenaardig variantje: Daar hebben de BDG-ers een leuke naam voor.  Die variant slaat nergens op, maar het is wel in de  BDG-stijl:  "De Dolle Hond"-variant. De uitvinder is ene Tom Purser, die ergens schreef:  "Toen ik deze zet voor het eerst liet zien aan mijn Engelse dog, begon hij te janken, en kroop weg onder het bed."  

Als BDG-er moet je er tegen kunnen dat je wordt ingeblikt. Waar kun je dat beter van verdragen dan van je computer? Vele jaren geleden kon je ook nog wel eens winnen van een computer. Die kans zit er tegen Komodo10 of Houdini4 niet meer in. Ik had een nogal sterke reiscomputer. Hij is inmiddels bezweken. Ik treur nog elke dag om hem. Elo ong. 2050. Maar af en toe was het net een mens. Zelfs hij maakte soms de fouten waaraan je BDG-tegenstander zich hopelijk gaat bezondigen.

ES- TravelExpert, 2011

Dat was het weer. Voor vragen en opmerkingen houd ik me aanbevolen.

Tot de volgende keer. We komen dan misschien in de buurt van een nuttig zwart-repertoire.