Categoriearchief: Interne competitie

Uit de kast gekomen, nr. 11

Bij het schrijven van  ‘Uit  de kast gekomen’, deel 10 kwam ik in ‘The Joys of chess’ een partij van Hans Bouwmeester tegen. En een aantal partijen van Michail Tal. Ik herinnerde me ineens een boek van de eerste over de tweede. Dat had ik toch! Dat was misschien wel wat voor ‘Uit de kast gekomen, deel 11’. Even zoeken. Even beter zoeken. Nog maar even heel goed zoeken. Jasses. Dus dat is weer zo’n voorbeeld van een boek dat je hebt afgedankt wegens ruimtegebrek -want toch nooit meer nodig – en ja hoor, juist dat  dan toch weer nuttig. Een gemis dus. Wat alsmaar sterker gaat knagen. Daarom,  en mede uit ergernis over eigen domheid, zoeken bij tweedehands. Zal je altijd zien, nergens meer te koop.

Maar dan ontdek je per ongeluk een internet-adres  met heel veel  2e hands schaakboeken !, WWW.SCHAAKBOEK.NL  Nooit eerder aangetroffen. Die heeft veel, en ja zelfs  dit betreurde, zeldzaam geworden , prachtwerkje van Hans Bouwmeester. Voor een redelijk prijsje. Overzichtelijke site. Betaling en levering verlopen geolied. Onthouden mensen , dit adres !! Poes op schoot, ik heb het fraais  weer in mijn handen. Poes begint te snorren van genoegen. Ik ook! 

Ik vond kort geleden ook een wat oudere aflevering van Han Ligterink over een toen verschenen autobiografie van Tal. Ligterink schreef dat hij destijds, toen hij nog jong was,  het boekje van Bouwmeester had verslonden en dat voor hem als jong beginnend schaker,  die Tal een bewonderde grote held  was. Hoe oud was hij toen, dat moet ik even nagaan. Tal’s toptijd was van 1956 tot 1960. In vier jaar tijd veranderde hij van nog nauwelijks bekend schaker tot wereldkampioen. Daarna was hij natuurlijk wel nog heel sterk in toernooien, maar  Botwinnik pakte de wereldtitel in 1961 weer terug. Ligterink is van 1950. En dan vind ik een interview met Ligterink in de Volkskrant waarin hij opnieuw vertelt dat hij Tal bewonderde, met daarin een schitterend foto van hemzelf als 16-jarige  jongen die een beëindigd  partijtje van zichzelf zit te analyseren. Kennelijk wel interessant, want er staat naast hem een oudere mijnheer belangstellend mee te kijken. Verrek, is dat niet …. ? Jawel hoor, dat is  …..  Michael Tal !! Himself!  Nu begrijp ik ook waarom die jongen zo zit te glunderen. Sorry hoor, maar die foto moet ik maar even voor u afdrukken.

(Ik wil er best wel toestemming voor  vragen, eventueel rechten voor betalen,  maar er staat meestal in de krant onder de foto bij wie ik dat moet doen. Nu niet  Dus voorlopig toch maar zo, op hoop van zegen.)

Zelf begon ik wat serieuzer met schaken toen ik 18 was, in 1954. Werd toen lid van een schaakvereniging. Dus ik heb de opkomst van Tal volledig bewust meebeleefd. Volgde hem in de krant, schaakbladen, en in ‘De losbladige schaakberichten’. Soms was hij bij een toernooi in Nederland. Daar moest je dan heen! Spectaculair schaak. Heel veel offers! Bouwmeester schrijft: “ Het is echter niet enkel de snelheid geweest, die de internationale schaakwereld zo heeft geïmponeerd, het was voornamelijk  Tal’s wijze van spelen: gedurfd, complicaties scheppend, agressief en bruisend van energie. Er waaide plotseling een krachtige frisse wind door de schaakwereld ….. “

Schaakmeester Bouwmeester was er voor de schaakkennis  en de medeauteur van dit boek Withuis voor de  taal en het zoekwerk. Wie was die Withuis? Die organiseerde schaaktoernooien, en schreef erover. En kende de hele schaakwereld. En die kende hem. Hij was geestig. En actief, en leek kontaktfreudig. Ik zie hem nog voor me. Ik zag hem bezig bij toernooien.  Ik heb zelfs een keer voor zijn deur in de Witte de Withstraat gestaan,  want ik moest hem iets brengen voor iemand. Weet niet meer wat en voor wie. Ik hoopte even bij die nationale bekendheid binnen te mogen komen. Maar dat zat er niet in. Niet lang geleden  las ik het boek ‘Raadselvader’ van de succesvolle schrijfster  Jolande Withuis  over haar vader  en over haar moeilijke jeugd in het zwaar communistische gezin. (Het duurde wel even voor ze daar psychisch van hersteld was.) Vader was journalist bij De Waarheid. Altijd dreiging voor communisten op de achtergrond. Zeker na de neergeslagen Hongaarse opstand tegen het communistisch bewind. Bij Withuis lieten ze niemand binnen. Communisten werden toen fysiek bedreigd.   Het raadsel Withuis: populair in schakerskringen, maar thuis een ingewikkelde  veeleisende man en vader.

Het boek ‘Michael Tal’ (1961) beschrijft vooral de vier jaren van de pijlsnelle opkomst tot zijn wereldkampioenschap van 1960.  Nou ja ….  beschrijft? Het zijn vooral partijen, met gedegen analyses. En een  beetje commentaar. Analyses zonder hulp van computers. Prof mr dr K moest nog geboren worden. Wel leuk om nu met diens hulp te kunnen zien wat er van die analyses vandaagdedag nog klopt. Ik kies er een aantal partijen en stellingen uit die laten zien waarom die Tal zo bewonderd werd in zijn tijd. Ik hoop zo ook te ontdekken of het klopt wat ze zeggen. Dat zijn fabuleuze offers  vaak niet correct waren, maar dat niemand tegen zijn blufschaak opgewassen was.

Tal werd geboren in Riga op 9 november 1936.  2 dagen ouder dan ik. Hij leerde schaken van een neefje toen hij negen was. Toen hij twaalf was werd hij lid van een jeugdschaakclub, geleid door een toen beroemde schaker : Alexander Koblents, die  een flinke rij zeer gewaardeerde schaakboeken schreef.  Die zag snel het talent van die jongen en ontfermde zich over hem. Toen Tal 24 was, was hij wereldkampioen! (Toen hij in 1960  die match om het wereldkampioenschap speelde, was Koblents nog zijn secondant.)

Wat veelzeggende voorbeelden van zijn weg naar de hoogste trede:

Toen hij 18 was kreeg hij de schaakmeester-titel. Weliswaar nog alleen de Russische, maar toch. Uit die periode een stelling tegen schaakmeester Saigin. Duidelijk dat de troef van het aanstormend talent is : combinatoir vermogen. Ook hier al duidelijk  dat de analyses gaatjes kunnen vertonen die met het huidige digitale rekentuig niet gemaakt zouden zijn. Ik moet trouwens zeggen dat het aantal analyse-onnauwkeurigheden  me erg meeviel. Ik vermoed dat Bouwmeester die veel mensen kende, daartoe meer hulptroepen inschakelde. Wellicht zelfs Dr Max Euwe, met wie hij een poos samenwerkte voor De LosbladigeSchaakberichten!

In het Kampioenschap Rusland 1956 mocht de 19-jarige Tal meedoen. Daar ontmoet hij de toenmaals allergrootsten van de toen superieure Russische schaakwereld. Zijn 6e plaats (van de 18 !) lijkt nog bescheiden, maar was toch een sensatie! Hij liet veel toppers toen al achter zich!

En hier al zijn later algemene patroon: vaak in een later deel van de partij, ook als hij wat minder staat, de tegenstander dol draaien met combinatoire wendingen. Aldus hieronder tegen Tolusj.

Met hier en daar een zwak plekje in de analyse van het boek. Maar geen wonder dat ook grote jongens als Bouwmeester c.s. er zonder computer niet altijd goed uitkomen.

Ik 1957 is  hij alweer verder. Hij wordt dan wel kampioen van Rusland waarbij hij notabene mensen als Bronstein, Keres, Spasski, Petrosian,Taimanov achter zich laat!

Eén voorbeeldje van hoe dat ging. Alweer tegen Tolusj.  Diens spel ligt hem zeker erg goed. Ik denk omdat Tolusj zelf ook een nogal aanvallende stijl had. Niet zo gauw terugtrekken in zijn defensie. Dus net als bij voetbal, dan komen er openingen in je verdediging. En de beste aanvaller wint dan. Wie is die grootmeester Tolusj? Niet de eerste de beste. Hij was de trainer van Spasski en later diens secondant  bij de match om het wereldkampioenschap, en trainer van Keres.  (Ook  Spasski had een aanvallende stijl. Ik herinner me dat hij bijvoorbeeld vaak Koningsgambiet speelde)

Ik adviseer u om echt dit diagram volledig mee te spelen, want het is allemaal een feest voor het oog!

Twee keer kampioen van Rusland. Nu nog internationaal meetellen. Dat gebeurt in 1958! Hij is dan 22 lentes oud. Hij heeft zich geplaatst voor het interzonetoernooi. De zes bovensten van 21 deelnemers plaatsen zich voor het ‘kandidatentoernooi’. De winnaar mag de wereldkampioen (Botwinnik, vanaf 1946, vrijwel onafgebroken) uitdagen. Talj hoeft dus het toernooi niet te winnen. Lijkt ook niet zo simpel, want wat daar allemaal aan meedoet ….. ! Ook Gligoric, Benkö, Petrosian, Averbach, Bobby Fischer!, OIafson, Bronstein, Larsen, Szabo. Om eens wat te noemen. Vandaagdedag zouden een Giri, een Carlsen het af en toe maar eens even rustig aandoen en tevreden zijn met een tactische remise. Een toernooi waarin je 20 partijen moet spelen is wel heel erg vermoeiend! Zo niet het jonge talent Talj. Hij blijft zijn stijl  trouw, en speelt vechtschaak! Ook in dit gezelschap neemt hij risico’s, en wint veel! Met 1 nederlaag, 8 overwinningen en 11 remises wordt hij toch eerste!

Hieronder een voorbeeld van zo’n  offer dat eigenlijk niet voldoende zou moeten zijn. Filip staat beter, maar doordat de toestand ingewikkelder wordt, raakt hij in tijdnood en later mist hij de kans om minstens remise te bereiken. (Het is ook een voorbeeld dat de analyse van HB niet helemaal correct is, maar daar zal ik u verder niet mee lastig vallen). Die grootmeester Dr Filip (1929-2009) was ook best een geduchte tegenstander.  Die het zelf diverse keren bracht tot en met een Kandidatentoernooi. Maar ook hij legt het lootje tegen Talj’s strategie om de stelling ingewikkeld te maken, vaak in een later stadium, desnoods niet helemaal correct.

In 1954 vond de Schaakolympiade plaats in Amsterdam. Alle schaaklanden vertegenwoordigd met teams van 4 spelers. Ik had net zelf het schaken serieus opgepakt en het gebeurde in de Apollohal. Eén straat verder woonde ik. Dus daar naartoe! Het was het eerste toernooi waar ik als bezoeker binnenstapte. Dat werd ook een hobby. Helaas fotografeerde ik in 1954 nog niet. Wat zou het leuk zijn om daarvan oude foto’s te publiceren. Ik zie nog voor me hoe het team van Rusland speelde tegen Nederland. Zeker weet ik dat Donner, Prins, Euwe meededen. Maar was de vierde Bouwmeester, of Haje Kramer? En voor Rusland waren dat Botwinnik, Keres, Kotov, en … ? Het werd een sensatie! Rusland was  in die tijd onverslaanbaar, en won deze Olympiade dan ook! Maar tegen Nederland werd het 2-2. Nederland werd uiteindelijk 8e. Keres werd aan het vierde bord van de USSR topscorer van het hele toernooi. Hij scoorde 13,5 uit 14 !

Bij de Schaakolympiade van München zat voor de USSR Talj aan het vierde bord, als eerste reserve. Hij was een sensatie. Bouwmeester schrijft:  “Zijn gemiddelde bedenktijd per partij was 20 minuten” “Hij was overal in de speelzaal, volgde elke opening, noteerde, analyseerde, discussieerde, deed vlug een zet aan het eigen bord om spoedig naar opwindende stellingen te snellen en won, won, won, tot een totaal van 13,5 uit 15 “ .

Dat ging vaak weer ‘van dik hout zaagt men planken’:

Ik ben nu over de helft van het boek. Volgende keer de rest!

Ik denk dat de partijtjes die ik koos vooral op tactisch terrein zeer leerzaam zijn.

En leuk!

Blijf gezond.

Ik doe mijn best. Ik heb de eerste vaccinatie erin zitten. Maar twijfel eraan of dat nu de mogelijkheid creëert om weer ooit op een schaakavondje van u te mogen genieten. Maar wie weet!

1e ronde, mat in 6

Er was gerekend op 6 tafels in 2 kamers! Maar dat bleek niet nodig. Er waren wat afzeggingen. Daarbij nota bene Ron. Nou als die niet komt omdat hij ‘niet lekker’ is, word ik een beetje ongerust. Die is er nu werkelijk altijd!!

Zes schakers. Maar wel heel veel belangstellenden: dit keer 2 hondjes en 3 katten.

In deze eerste ronde moest bijna iedereen nog een beetje op gang komen. Er ging af en toe wel wat fout. Maar dat maakt het voor de toeschouwer juist leuk, en voor de betrokkenen juist spannend. Het leverde ‘hersenfitness-opdrachten uit eigen keuken’ op.

Arend (tegen Ab) had na een nette, vrij degelijke opening (met zetverwisseling een soort Pirc) even geen erg in het gevaar van een penning en verloor een paard.

AbArend8Lg5

Na 8. Lg5       8……   d5 ??   (0-0 met ongeveer gelijk spel) 9  e5 met stukwinst

Maar Arend verwerkte die tegenslag als een man, en bleef serieus zoeken naar mogelijkheden. En dat lukte ook nog. Niet dat er echt compensatie was, maar Ab moest wel erg goed blijven opletten. Die dacht zelfs spoedig dat hij het allemaal al verprutst had. Ook toen dat nog niet echt terecht was.

Misschien was Ab toen ook gewoon een beetje nerveus van al die beesten die bij baasje Arend voor rugdekking zorgden.

2S7A8192WEB

Maar zijn paniek werd ineens wel terecht, want bij zet 30 zat er plotsklaps echt een winnende zet in voor Arend. Dat zou de beloning geweest zijn voor diens vechtlust. Maar m.i. wreekt zich dan bij  hem wel eens (wegens nog een beetje te weinig recente ervaring?) het geduld voor de koele berekening, als hij wel voelt ‘dat er iets in moet zitten’.

1e ‘hersenfitness’:

Ab – Arend (30.Pc4 )

Na    30 . ….Te1+ (aftrekschaak)    en    31. Kh2  Dg1+  wint zwart een toren.



Hierna bleef  Ab zijn stuk voorsprong behouden en was Arend in het eindspel natuurlijk kansloos, ondanks nog steeds vernuftig zoekwerk.

2S7A8189WEB

Ook Matthijs gaf een stuk weg tegen Paul. Die liet zien dat hij er toch wel weer zin in heeft en speelde de hele avond zeer geconcentreerd. Matthijs probeerde nog wel wat, maar kreeg geen kansen meer en heel geduldig  (hij wel!) schoof Paul met zijn stuk meer zijn stelling solide richting koningsaanval.

Dat leverde uiteindelijk een mooi plaatje op. De door Paul knap gevonden winnende combinatie had  twee zetje eerder ook al gekund, maar dat doet weinig af aan de schoonheid ervan.

(2e ‘hersenfitness’, mat in 6!)

Mathijs – Paul (38.Dc4)

30 … Txg2!!

Als u Paul’s diepe gedachten niet zelf kunt bedenken, het ging aldus:



2S7A8191WEB

Martin  speelde eens niet zijn favoriete 1.c4  maar 1. e4. Hij rekende natuurlijk op de Kan-variant van het Siciliaans, maar Bert zal wel gedacht hebben dat Martin zich voorbereid had, en reageerde lekker anders. En zo werd het Spaans. Beide spelers zaten dus op wat minder bekend terrein. Kennelijk geen probleem, want  Powerbook geeft aan dat het 9 zetten lang toch ook theorie is. Kun je nagaan hoe sterk ze zijn! Martin houdt het met zwart redelijk in evenwicht, maar wordt dan wat ongeduldig en zoekt wat te voortvarend de aanval . Wel zijn stijl, vaak met succes, maar tegen Bert ?

3e ‘hersenfitness’  Na 16. .. Dh4? wint wit een stuk!

2S7A8191WEB

16. ….. Dh4? Ikzag het gebeuren en dacht gelijk: is dit niet een beetje te snel? Maar zag niet zo gauw waarom. Prof Mr Dr K. natuurlijk wel:

17. Dd2! Wat een rare zet!? Nee, het draait om de dreiging f5 waarna Le6 verloren is. Dd2 jaagt Ld4 even weg en dat voorkomt dat zwart later op e5 kan slaan met dreiging mat in één. Bovendien zou zwart met de dame op e2 nog beschikken over een tempo met Lg4 waarna zijn loper in veiligheid is. Maar na Dd2 kan  wel alsnog f5 volgen,met succes!

Het is allemaal zo subtiel dat beide spelers de details missen. Begrijpelijk.



De betere stelling voor wit blijft, maar hij mist enkele mogelijkheden om daarvan te profiteren. Zelfs als de beide heren remise overeenkomen, staat wit nog steeds wat beter.  Ik vermoed dat Bert de remise heeft aangeboden, omdat hij de echte winst al een poosje niet had kunnen vinden en daar niet vrolijk over was.

Al met al een aardige schaakavond. Niet alle belangstellenden waren even enthousiast. Maar dat hoeft ook niet. Eentje stal m.i. desondanks vanavond de show.

2S7A8183WEB

Gezellige nieuwe start

“Gezellig toch!”  Zo werd ik ontvangen door onze eminente gastheer, in zijn prachtige boerderij in de buurt van Hobrede. Mede dankzij Arend Schuur kunnen we toch voorzichtig proberen aan een nieuw seizoen te beginnen, ondanks het zomaar ineens kwijtraken van ons oude domicilie, ten gevolge van akelige Corona-regels.

En gezellig was het. Je kon aan de glunderende gezichten zien dat iedereen er reuze zin in had: eindelijk weer eens een gezellig potje schaken. Na bijna een half jaar abstinentie.

Belangstelling genoeg. Verrassend: Bert Kaizer (helemaal uit Amstelveen) ,  en gelukkig ook Herman weer van de partij. Het liefst had ik iedereen een hand gegeven, maar dat mag natuurlijk even niet.

   2S7A8122WEB

Gezellige ambiance daar bij Arend. Doet niet onder voor de Beemster Eetkamer. In tegendeel. En de verlichting is beter!  En geen storende tafels met kakelende eetklanten in de buurt. Alles en iedereen voelde zich al gauw op zijn gemak. Ook de poes. Die begreep al snel dat ze van al deze vreemde vogels niets te duchten had. Gezellig toch!

   2S7A8129WB

Zo’n boekenkast aan de muur, dat heeft toch ook wel wat. Een slechte gewoonte van mij is dat ik niet kan nalaten daar stiekem in te gluren. Kun je je een betere voorstelling maken van de interesses van de gastheer. De inhoud kon mijn goedkeuring wel wegdragen.Ik  miste alleen een boek dat ik als jongere heb verslonden: Dr Vlimmen. Ook een film van gemaakt. Dat leek me, gezien de professie van de hoofdfiguur nu echt een boek voor hem. Maar waarschijnlijk heeft hij nog meer boekenkasten.

  2S7A8126WEB_2

Niet al te serieus zo’n eerste dag. Rondje vluggeren. De eindstand niet opzienbarend. Je kon hem voorspellen. Na een half jaar onthouding nog echt helemaal niks aan de krachtsverhoudingen gewijzigd.  Alles klopt, tot op procenten. Alweer wint Frank zo’n toernooitje. Daar maakt hij langzamerhand een gewoonte van.

  1. Frank              7,5  !!  uit 8 
  2. Ron                 7 
  3. Bert                 6,5
  4. Bert K2           4           uit 7
  5. Martin            3          uit 7
  6. Matthijs         3          uit 8
  7. Ab                   1          uit 5
  8. Arend             1          uit 8
  9. Herman          0          uit 8

Dat Arend na jarenlange onthouding nog op gang moet komen is logisch. En dat gaat zeker lukken. Dat Herman er weer is,  is geweldige troost.

  2S7A8124WEB_2

Maar het moet me toch even van het hart dat al die gezelligheid wel een keerzijde heeft. Niet alleen dat van 1,5 meter geen sprake kan zijn op die ene belangrijkste tafel. Maar vooral de belangstelling voor andere partijen als je zelf klaar bent, maakt dat gemakkelijk deze regel wordt vergeten. Dan zie je een kluster van schaakvrienden bij elkaar. Niemand valt iets te verwijten. Dat gaat nu eenmaal vanzelf. Net als op het feest van Grapperhaus. Maar of dat nu wel slim is? De meeste besmettingen schijnen te ontstaan bij vrienden-en familiebijeenkomsten.  En dit is ook zo’n vriendenbijeenkomst.

Als iedereen nog speelt dan gaat het wellicht nog wel.

Wat valt eraan te doen? De gezelligheid wil niemand missen. Hoe moet dat dan? Mondkapjes? Jasses. Afspraken met elkaar, en je daaraan houden? “Blijf zitten waar je zit, en verroer je niet!”  Lastig. Ik heb geen idee!

Maar het moet m.i. wel een beetje anders.

Er zullen er wel zijn die het overdreven vinden. Zij in ieder geval wel! Die vindt gewoon : gezellig toch!

 2S7A8133WEB


Ouwe kost 1

Ik was voor iets heel anders oude CD’s met fotobestanden aan het doorspitten, toen mijn blik viel op : ‘Website AdH 2006”.  Tjonge! Dat is lang geleden! Even kijken.

Ik zag foto’s van schaakleden toen. Maar ook bestanden van partijen van toen.

Ouwe kost. Maar wel kostelijke kost!

Het leek me een idee om in deze moeilijke clubloze tijden er iets mee te gaan doen.

Ik zou de analyses van mijn Fritz 8 van toen kunnen vergelijken met de analyses van mijn Komodo 10 van nu. Of ik kan misschien leuke stellingen terughalen. Of ik kan mensen misschien plezier doen met hun fraaie voortzetting uit vroeger dagen.  (Of laten zien welke blunders ze vroeger maakten, maar nu natuurlijk niet meer.)

BertKuijer (in 2006)

Allereerst een partij van Bert Kuijer. Tegen onze toenmalige clubkampioen (onze absolute nummer één van toen, jaar in jaar uit) Paul Ruber.

   Paul Ruber  (in 2006)

Ooit verhuisde hij wegens verandering van werk naar Zaandam (?) en werd lid van Het Spaarne. Zou het goed met hem gaan?  Vroeger zag ik hem nog wel eens bij het Tata-toernooi,  beiden als toeschouwer. Maar dat is ook al weer lang geleden. Maar internet-onderzoek leerde me dat hij daar nog speelt. In de interne. En dit seizoen bijna elke week. Bij het sluiten van de Corona-markt stond hij daar 3e  (met 18 partijen:  8W 9R 1V).   Maar in de externe kon ik hem niet meer vinden. Zijn ELO was in zijn tijd bij ons altijd wat boven de 2000. Nu iets eronder. Ach ja, de jaren gaan toch tellen. Zelfs voor Ruber.  We zagen echt allemaal heel erg tegen hem op. Hij had een sterk openingen-repertoire . Met ook licht-verdachte openingen die wel leuk spel konden opleveren.  Hij speelde af en toe zonder blikken of blozen het Budapester-gambiet met zwart  (1. d4 Pf6 2. c4 e5!?)  .  En vaak de Alapin  (2. c3)  tegen het Siciliaans  . Van wat hij speelde was hij theoretisch zeer goed op de hoogte.  Zelf vond ik in mijn database mijn 11 partijen tegen hem. Het lukte me 4x om remise te spelen. Daar was ik al heel blij mee. De rest verloor ik. Lang niet altijd kansloos, maar vaak wel.  En ik hoorde toen echt nog wel tot de ‘beteren’ van onze club.

In zijn partij tegen Bert laat Ruber in de eerste helft zien hoe sterk hij is. Hij krijgt langzaam met wit voordeel. Bij zet 15 staat hij echt aanmerkelijk beter. Maar daarna laat hij zien dat hij ook maar een mens is. Hij gaat proberen leuk aan te vallen, maar dat is eigenlijk wat te voorbarig.  Zijn  leuke ideeën verzanden een beetje. Het wil niet meer zo erg. Bert staat dan minstens gelijk. En bij zet 25 zelfs beter.  Daarna wordt het spannend. Bert doet bij zet 26  iets flink fout, maar … Ruber ziet het niet! Geheel tegen zijn gewoonte in. Bert ontsnapt in een betere stelling en speelt daarna ijzersterk. Ruber raakt in tijdnood en dat wreekt zich met een ernstige fout bij zet 30. Dat wordt afgestraft door Bert met een combinatie  goed voor mat in 4.  Ik vermoed dat Bert er erg blij mee is geweest.

Ik zal de hele analyse in het ‘levend diagram’ zetten.  (Vooral bestemd voor Bert.)

Voor mensen die alleen de highlights  willen zien, adviseer ik later naar de ‘levende’ zetten te springen die bij onderstaande ‘gewone’ diagrammen horen. Die dienen ook om er eerst onbevooroordeeld zelf naar te kijken. Zelf te bedenken wat hier gespeeld zou moeten worden. Daarna controleren of u het een beetje goed zag.

1.

Ruber – Kuyer (14…Pf6-d5  )

Met welke zet kan wit hier vrijwel direct winnen?

2.

  Ruber – Kuyer (26.Tc7!=)

Waarom is het gespeelde 26. …  Dxd4 fout?  Met welke zet zou zwart remise hebben kunnen veiligstellen?

3.

 Ruber – Kuyer (30.Ph6  )

Hoe wordt 30. Ph6 afgestraft?

En nu de gehele partij.

Vergeleken bij de analyse van Fritz8 uit 2006 levert Komodo 10 maar weinig andere opvattingen op.  Slechts een enkele keer is Prof Dr Ir K.  het niet eens met zijn beroemde voorloper,  Dr Fritz.



Zo, hebt u iets te doen in de komende saaie dagen. En ik ook . Want ik ga nog even verder in die ouwe kost scharrelen. Wel natuurlijk na afloop mijn handen grondig wassen.

In onschuld.     Blijf gezond!