Categorie archief: Interne competitie

Ouwe kost 1

Ik was voor iets heel anders oude CD’s met fotobestanden aan het doorspitten, toen mijn blik viel op : ‘Website AdH 2006”.  Tjonge! Dat is lang geleden! Even kijken.

Ik zag foto’s van schaakleden toen. Maar ook bestanden van partijen van toen.

Ouwe kost. Maar wel kostelijke kost!

Het leek me een idee om in deze moeilijke clubloze tijden er iets mee te gaan doen.

Ik zou de analyses van mijn Fritz 8 van toen kunnen vergelijken met de analyses van mijn Komodo 10 van nu. Of ik kan misschien leuke stellingen terughalen. Of ik kan mensen misschien plezier doen met hun fraaie voortzetting uit vroeger dagen.  (Of laten zien welke blunders ze vroeger maakten, maar nu natuurlijk niet meer.)

BertKuijer (in 2006)

Allereerst een partij van Bert Kuijer. Tegen onze toenmalige clubkampioen (onze absolute nummer één van toen, jaar in jaar uit) Paul Ruber.

   Paul Ruber  (in 2006)

Ooit verhuisde hij wegens verandering van werk naar Zaandam (?) en werd lid van Het Spaarne. Zou het goed met hem gaan?  Vroeger zag ik hem nog wel eens bij het Tata-toernooi,  beiden als toeschouwer. Maar dat is ook al weer lang geleden. Maar internet-onderzoek leerde me dat hij daar nog speelt. In de interne. En dit seizoen bijna elke week. Bij het sluiten van de Corona-markt stond hij daar 3e  (met 18 partijen:  8W 9R 1V).   Maar in de externe kon ik hem niet meer vinden. Zijn ELO was in zijn tijd bij ons altijd wat boven de 2000. Nu iets eronder. Ach ja, de jaren gaan toch tellen. Zelfs voor Ruber.  We zagen echt allemaal heel erg tegen hem op. Hij had een sterk openingen-repertoire . Met ook licht-verdachte openingen die wel leuk spel konden opleveren.  Hij speelde af en toe zonder blikken of blozen het Budapester-gambiet met zwart  (1. d4 Pf6 2. c4 e5!?)  .  En vaak de Alapin  (2. c3)  tegen het Siciliaans  . Van wat hij speelde was hij theoretisch zeer goed op de hoogte.  Zelf vond ik in mijn database mijn 11 partijen tegen hem. Het lukte me 4x om remise te spelen. Daar was ik al heel blij mee. De rest verloor ik. Lang niet altijd kansloos, maar vaak wel.  En ik hoorde toen echt nog wel tot de ‘beteren’ van onze club.

In zijn partij tegen Bert laat Ruber in de eerste helft zien hoe sterk hij is. Hij krijgt langzaam met wit voordeel. Bij zet 15 staat hij echt aanmerkelijk beter. Maar daarna laat hij zien dat hij ook maar een mens is. Hij gaat proberen leuk aan te vallen, maar dat is eigenlijk wat te voorbarig.  Zijn  leuke ideeën verzanden een beetje. Het wil niet meer zo erg. Bert staat dan minstens gelijk. En bij zet 25 zelfs beter.  Daarna wordt het spannend. Bert doet bij zet 26  iets flink fout, maar … Ruber ziet het niet! Geheel tegen zijn gewoonte in. Bert ontsnapt in een betere stelling en speelt daarna ijzersterk. Ruber raakt in tijdnood en dat wreekt zich met een ernstige fout bij zet 30. Dat wordt afgestraft door Bert met een combinatie  goed voor mat in 4.  Ik vermoed dat Bert er erg blij mee is geweest.

Ik zal de hele analyse in het ‘levend diagram’ zetten.  (Vooral bestemd voor Bert.)

Voor mensen die alleen de highlights  willen zien, adviseer ik later naar de ‘levende’ zetten te springen die bij onderstaande ‘gewone’ diagrammen horen. Die dienen ook om er eerst onbevooroordeeld zelf naar te kijken. Zelf te bedenken wat hier gespeeld zou moeten worden. Daarna controleren of u het een beetje goed zag.

1.

Ruber – Kuyer (14…Pf6-d5  )

Met welke zet kan wit hier vrijwel direct winnen?

2.

  Ruber – Kuyer (26.Tc7!=)

Waarom is het gespeelde 26. …  Dxd4 fout?  Met welke zet zou zwart remise hebben kunnen veiligstellen?

3.

 Ruber – Kuyer (30.Ph6  )

Hoe wordt 30. Ph6 afgestraft?

En nu de gehele partij.

Vergeleken bij de analyse van Fritz8 uit 2006 levert Komodo 10 maar weinig andere opvattingen op.  Slechts een enkele keer is Prof Dr Ir K.  het niet eens met zijn beroemde voorloper,  Dr Fritz.



Zo, hebt u iets te doen in de komende saaie dagen. En ik ook . Want ik ga nog even verder in die ouwe kost scharrelen. Wel natuurlijk na afloop mijn handen grondig wassen.

In onschuld.     Blijf gezond!

Stand na ronde 20, 14 maart

Wit Zwart Uitslag
Bert Kuijer Ron de Vink ½-½
Gerrit van Dok Frank de Geus 0-1
Peter van Putten Matthijs Groot 0-1
arnd schuur Ab Hauer 0-1
Herman Zwaneveld Afwezig met geldige reden
Paul Verkooijen Afwezig met geldige reden
Martin Zwaneveld Oneven

Ranglijst bijgewerkt t/m ronde 20

Nr Naam Punten Gsp Gw Rm Vl Perc Kl
1 Ron de Vink 221,83 19 7 12 0 68,4 -2
2 Bert Kuijer 213,00 19 8 10 1 68,4 0
3 Frank de Geus 198,33 15 8 6 1 73,3 -1
4 Martin Zwaneveld 181,33 17 9 4 4 64,7 2
5 Paul Verkooijen 168,33 14 6 6 2 64,3 -1
6 Ab Hauer 137,00 16 5 3 8 40,6 1
7 Gerrit van Dok 136,67 18 4 4 10 33,3 1
8 Matthijs Groot 113,00 10 3 2 5 40,0 0
9 Peter van Putten 101,83 13 2 0 11 15,4 1
10 Herman Zwaneveld 59,00 6 1 0 5 16,7 0
11 Arend Schuur 25,33 3 0 0 3 0,0 -1

Ronde 20, 9 maart ‘20

Er was wel weer wat te beleven deze avond. Een wel heel erg gave partij tussen Bert en Ron. Nogal wat spannends bij Peter-Matthijs. En redelijk goed afgeschermde aanvalspogingen van Frank tegen Gerrit, die uiteindelijk toch het onderspit moest delven.  Maar eigenlijk weer het lolligst voor het grote publiek  (Wanneer moeten ook onze wedstrijden zonder publiek gespeeld worden?) was wat Arend op het bord zette tegen Ab. Die uiteindelijk toch aan het langste eind trok.

Bij Bert-Ron was er bij zet 1 al iets te beleven! Ron speelde Hollands! Kan natuurlijk aan mijn langzaam aftakelende geheugen liggen (dat is ook niet meer wat het nooit geweest is) , maar ik herinner me niet dat eerder van hem bij ons gezien te hebben.  1  d4  f5!   Het vreemde van die opening is dat die totaal in onbruik is geraakt bij de grote schakers, maar dat ik nog nooit een witte aanpak heb gezien, waar zwart echt van wakker moet liggen.  Het aardigst voor de eenvoudige amateur is natuurlijk  het Staunton- gambiet.( 1. d4 f5   2. e4!? ) Daar heb ik me vroeger wel van bediend, omdat daar niet al te veel theorie aan vast zat en je daarbij tenminste met wit gelijk de teugels  in handen neemt  en zwart dan niet meer kan kiezen uit heel veel mogelijkheden, waar je dan ook weer van alles van moest weten. De Leningrader (met g6 en Lg7) de Stonewall  (c6,d5,e6,f5), , het klassieke Hollands ( met e6 en d6) , de Antoshin-variant (met c6, Dc7,  en e5) en wat er in vredesnaam allemaal nog meer mogelijk is.  Zelf heb ik ook wel eens Hollands geprobeerd. Me destijds  alleen maar verdiept in de Leningrader (omdat het  een beetje lijkt op KoningsIndisch) , en een korte tijd in de Antosjin- variant. Erg succesvol was ik er niet mee, en mijn laatste poging ermee was tegen Martin’s  1 c4, en toen werd ik ermee door Martin afgedroogd. (Een situatie die toen nog niet erg normaal was.) Ik had er gelijk genoeg van.

Misschien vergis ik me nogmaals, als ik me meen te herinneren dat Bert toen hij nog heel jong was zelf veel Hollands speelde.

Maar als dat zo was wist hij niet meer wat de moeilijkste varianten zijn voor zwart want zijn 3. Pc3 is niet slecht, maar belooft geen voordeel.

Ron: ‘Dus toen Bert zijn paard naar c3 speelde en de c-pion blokkeerde, wist ik het gelijk.’

Met bewondering stel ik vast hoe sterk die twee zitten te schaken. Er wordt wederzijds diepzinnig gemanoevreerd,  maar het evenwicht  wordt lang niet verbroken.

Er gaat iets gebeuren rond zet 18.

Bert – Ron (18.Pg3)

18 …….   g5!  19. Lh5 Pxh5  20. Pxh5  g4!

‘Ik speelde eerst a6, wilde zetten als Pb5 en alsnog c4 voorkomen. Toen hij vervolgens zijn loper tegen mijn paard gaf, voelde ik mij in mijn element. Volgens mij heb ik hem daarna geleidelijk weg gespeeld. ( Prof. Mr. Ir K :  “mwhah”)  g5 (!) was erg sterk. Bert ging vervolgens maar in troebel water vissen (slim met tegenstander in tijdnood).’

Bert – Ron (28…Td8)

29. b4 is dit het bedoelde troebele water? Hierna komt inderdaad zwart nog beter te staan. En inderdaad wordt de stelling zodanig moeilijk voor iemand onder tijdsdruk dat een vergissing van zwart het evenwicht weer volledig herstelt. Dus Bert’s strategie werkte!

Ron:  “Ik zag in de slotstelling dat ik Tb2 en dan Dd7 moest spelen, maar draaide dit in de haast om.  Bert was gelukkig nog zo sportief om remise aan te bieden, dat had ik in zijn plaats waarschijnlijk ook gedaan. De slotstelling is mogelijk nog remise te houden, maar dat was in tijdnood niet gemakkelijk geweest.”



Ron:  “Ik zag in de slotstelling dat ik Tb2 en dan Dd7 moest spelen, maar draaide dit in de haast om.”” Bert was gelukkig nog zo sportief om remise aan te bieden, dat had ik in zijn plaats waarschijnlijk ook gedaan. De slotstelling is mogelijk nog remise te houden, maar dat was in tijdnood niet gemakkelijk geweest.”

Ik vond dit een gave partij! En Ron was tevreden: ‘Zelden heb ik zo lekker geschaakt als tegen Bert deze keer.’

Gerrit stond lang gelijk tegen Frank die hem met zijn geliefde Frans onderuit wilde halen. Maar dat lukte niet omdat Gerrit de geijkte Franse stellingen ontweek door al op zet 3. exd5 te spelen, waarna zwart gelijk verlost is van de enige schaduwzijde van het Frans: die gekooide loper op c8. Heel erg slecht is het ook niet voor wit. Zijn voordeel is dat Frank weliswaar direct het nadeel van de ‘achterzet’ kwijt is maar die het nu overwegend zelf moet gaan bedenken. Dat doet Frank  niet slecht, maar bereikt toch slechts een minimaal voordeeltje. Erg grappig voor de onpartijdige toeschouwer is dat Gerrit’s defensieve tactiek fraai tot uiting komt door een ongelofelijk groot aantal zetten met zijn dameloper. 6. Lg5  14. Ld2  16. Le3  17. Lf4   18. Lg5   21.  Lxf6  (hèhè) . Je zou zeggen dat moet toch niet goed zijn. Zes zetten doen met een loper om hem dan alleen maar af te ruilen. Je ziet ze staan, al die andere witte stukken met sippe gezichtjes en een vinger omhoog: ‘ik wil ook wel eens meedoen!’ Het vreemde is dat het allemaal schijnt te kunnen. Zwarts voordeeltje wordt niet groter. Pas bij zet 25. kan het dan eindelijk even mis gaan voor wit, maar dan hapert Frank’s aanvalsmachine. (25.  …  Dh3!?) Wellicht wordt Frank hierna toch een beetje ongeduldig waardoor zijn 26e zet fout had kunnen uitpakken.

  Gerrit – Frank (26.Pe2)

26. …. Lxd4?   [26…Df3= !?]     27.Dd2??  

Wit mist een kans om volledig uit de zorgen te geraken met: 27.h3!! (de dame kan de loper op d4 niet blijven dekken) Lxf2+ 28.Dxf2 Dxh3 met licht voordeel voor …. wit!    27…Lb6!  Hierna staat zwart gewoon een gezonde pion voor. En is ‘in hogere zin’ (Zo staat dat altijd in schaakcommentaar. Rare woordkeuze.) de partij voor zwart gewonnen.

Een grappig combinatietje maakt er dan met wat assistentie van wit echt een eind aan.

 Gerrit – Frank (30…Te6)

31.h3?  Pxf2!  32.Txf2 Tf6!  (Let ook op die loper op b6! Penning van Tf3!)  33.Pf4 g5 Al met al een feest van penningen.

De stelling van Peter- Matthijs bleef lang in evenwicht. In een (wederzijds wel erg) ‘Gesloten Siciliaan’ duikt al gauw een stelling op waar iets principieels van te zeggen is.

  Peter – Matthijs (6…Le7)

Ik leerde 60 jaar geleden uit één van de vele boekjes van Dr Max Euwe dat het voordeel voor wit is in zulke stellingen dat een wit paard in het gat op d5 nooit door een pion kan worden verjaagd, en een zwart paard in het gat op d4 wel met c2-c3 tot terugtocht kan worden gedwongen. Dus veld d5 is zwakker dan veld d4. Wel vreemd dat je dit soort stellingen tegenwoordig dus wel weer wat meer ziet. En niet alleen bij de amateurs! Maar toch, ik houd niet van dit soort stellingen voor zwart.

De stand is ongeveer gelijk. En dat blijft hij. Omdat Matthijs wel een beetje,  maar niet optimaal profiteert met zijn paard van zijn door een mindere 7e zet toch ook sterke veld d4. Bij de 12e zet  wordt het even heel erg kermis. Peter neemt te veel risico en raakt in veld vol penningen materiaal kwijt.



Leuke momenten dus! (voor mij)

Klein voordeel voor wit, en dat wordt een groot voordeel voor wit na nog een  misser van Matthijs. Maar helaas, daarna geeft wit een stuk weg. ( Is het er toch nog van gekomen) Jammer dat een eigenlijk grappige en redelijk vernuftig gespeelde partij voor Peter toch nog verloren gaat.



Maar heel aardig vond ik Arend tegen Ab.

Ab speelt weer een geheel eigen opening, die lijkt op een Pirc. Zelf speelde ik vaak met wit tegen Pirc of tegen KoningsIndisch iets met 0-0-0 en daarna g4 en h4. Aaanvallluuuhhh maar. (En had als ik zwart had daar ook de meeste hekel aan.) Maar die opzet was vroeger een poosje mode.  Ik vind het bemoedigend dat Arend zo’n soort opzet kiest, waarschijnlijk zonder ooit iets gelezen te hebben over bijv. de Saemisch-variant tegen het KI. Hij heeft duidelijk het goede instinct! Zijn opzet is logisch en agressief.

Na 16 zetten zult u niet twijfelen over waar u het liefst achter gaat zitten, achter wit of achter zwart.

  Arend- Ab (16…De6 )

Arend staat duidelijk beter. Maar eenvoudig is het niet. En hoewel wit erg zorgvuldig speelt, lukt het niet om zijn voordeel vast te houden.

Ik weet niet zeker of onderstaande stelling helemaal correct is, want ik kon alleen beschikken over de notatie van Ab en daar was één zet moeilijk te ontcijferen. Maar erg fout kan het niet zijn.

Arend – Ab (20…Pd4)

Ik zag hier Arend  21. Tg6 spelen en dacht: ‘Heel goed! Sterk! Zou ik ook gedaan hebben.’

Geen seconde gedacht dat de veel betere hier 21. Dxb7!! is. (Aldus Prof. Mr Dr K.) Als je aan het aanvallen bent op de koningsvleugel ga je je toch niet bezighouden met een pionnetje op de damevleugel. Kom op, niet zo krenterig met een pionnetje winst bezig zijn. Aanvaaallluh!! Alle stukken op die zwarte koning gericht!

Vreemd genoeg zakt na 21. Tg6 de pudding ineens een beetje in. Ab speelt hierna erg goed, pakt zijn kans om te ontsnappen aan de druk, en langzaamaan raakt wit in het nadeel.



Wat voordeel voor zwart, maar nog niet desastreus. Waarschijnlijk mede door teleurstelling dat zo’n leuke stelling hem toch ontglipt, doet wit voor het eerst een echt zwakke zet bij zet 24.

  Arend Ab (23…Txg7)

Wit staat nu een kwaliteit achter, maar na 24. Dxb7  (nu alweer!) is remise nog goed mogelijk.  Bijv.:   24.Dxb7!=  Tag8  25.Lxh6 Th7 26.Le3

Maar na   24.Dh3? Pf5!   Krijgt wit tegen een ineens secuur spelende Ab geen kans meer.

Een boeiende partij waar na afloop veel van onze ‘betere’ schakers zich nog zwaar tegenaan bemoeiden. Hoe had zoiets gewonnen moeten worden? Ik geloof niet dat ze het vonden. Ik laat zoiets meestal maar liever aan de heer Komodo over. Die had het wel geweten.

Misschien is dit voorlopig wel het laatste verslag. Wie weet hoe dat nu verder gaat met de Corona- ellende.

Wellicht gebruik ik de vrij komende tijd om nog maar eens een leerzaam onderwerpje aan te snijden. Of eindelijk de BDG-serie eens echt af te maken.

Als de heer Corona mij dat tenminste nog even wil toestaan. Ik ga me wel flink aan de voorschriften van de heer Rutte houden. Veel zult u mij dus even niet zien.

Hopelijk ooit tot ziens!

Eindcorrectie moet nog plaatsvinden

Ronde 19, 2 maart

Niet al te veel reuring deze avond. Paul wist het met zijn Schots gambiet op een gegeven moment, na een zet of 7,  ook verder niet meer zo goed en de hele partij stond het daarna  zo’n beetje gelijk. Gerrit slaagde erin zoveel mogelijk stukken af te ruilen, en tenslotte stond er een stelling op het bord waarin Paul geen winst meer zag. Prof Dr Mr K. zag nog wel iets, eindelijk, op dat moment. Maar erg duidelijk was het niet.

Ron (wit) excelleert de laatste tijd in homemade openingen, maar bereikt er niet vaak wat mee. Vanavond dus ook niet. Frank had geen problemen met een opening met 1. f4 en 6. c4 en na 10 zetten al zag Ron er niks meer in. Frank vond het best.

Van Ab  (wit) – Peter was voor mij interessant om te kunnen zien hoe beide spelers de website niet erg bijhouden. Want voor de derde keer in successie speelde Peter 3. …  d6  wat allerlei onheil over zich afroept. Ab volgde evenmin mijn eerdere suggestie, maar  zijn 4. d5 is in ieder geval niet slecht. Vooral niet omdat toen Peter gelijk een pion weggaf. Verder  gebeurde er lang weinig opzienbarends.  Tot Ab rond de 20e zet erg goed gehakt maakte van een plannetje van Peter om toch wat onrust te zaaien met een vrijpionnetje in de witte koningsstelling. Dat vrijpionnetje bleek ten dode opgeschreven. Ab kon toen rustig richting eindspel manoeuvreren met twee pionnen meer. En omdat Peter begrijpelijkerwijs toen zijn inspiratie ook wel kwijt was, werden het er gemakkelijk drie. Om het een beetje oneerbiedig te formuleren: Ab won vanavond niet  (hij liep dan ook de halve avond vrij ontspannen rond te kuieren) , maar Peter verloor vanavond wel.

Het interessantst vond ik de partij tussen Martin (wit) en Arend. Het was duidelijk dat Martin graag Blackmar-Diemer tegen een (nu nog) minder sterke tegenstander wilde spelen. Maar het zat hem niet mee. Eerst omdat hij zelf twee zetten verwisselde. Waar  Arend misbruik van had kunnen maken. Maar die deed dat niet, maar die maakte er Frans van. En ook daar houden Diemer-adepten niet zo erg van. Ron vertelde me eens dat hij geen BDG meer speelt, omdat je dan altijd (??) Frans tegen je krijgt en hij daar niet van houdt. Martin duidelijk ook niet. Die probeerde het maar een beetje alternatief aan te pakken, maar dat haalde niets uit. Arend demonstreerde daarbij dat hij weliswaar weinig theoretische bagage meezeult  (naar eigen zeggen) , maar dat hij wel over een opzienbarend schaakinzicht beschikt, waarmee hij dat aardig weet te neutraliseren. Misschien was zijn 12e zet (Lg4) wat minder goed maar Martin’s antwoord daarop ook. Rond de 15e zet heeft wit eigenlijk nog helemaal niets. De stelling is intussen behoorlijk explosief geworden. En juist dan, als Arend eigenlijk heel redelijk staat, raakt die met een paar achtereenvolgende mindere zetten  (sommige soms wel heel voor de hand liggend, ik zou ze misschien ook wel gedaan hebben) onnodig de controle kwijt. En daarmee krijgt  Martin eindelijk de uitgangspunten voor gedegen agressief en foutloos spel waarmee hij in 10 zetten de tegenstander naar het moment van opgeven duwt.

Ik maakte achteraf Arend mijn compliment over zijn sterke spel (ook taktisch)  in de eerste helft van de avond. Na zoveel schaakloze jaren nu nog even verliezen van Martin is geen schande. Ik denk dat we nog veel aan opzienbarends gaan zien van deze mijnheer.

Wat illustratiemateriaal:

 Eerst maar van Martin tegen Arend.

Klik de zet aan of het pijltje om het diagram te wijzigen!

Een mislukt BDG:



De  explosieve stelling waarin zwart er nog stevig voorstaat, maar dat dan laat glippen:



De stelling waaruit blijkt dat Peter de website niet vaak meer leest:

 Ab – Peter (3.d4)

3. … d6 ??  ( exd4 !)    (Zie de verslagen van ronde 17, afl. 1.   En van ronde  15,  8 febr.  En van Ronde 13,  13 jan.

De stelling waarin Ab aan Peter fraai duidelijk maakte dat diens plannetje niet klopt:

Klik de zet aan of het pijltje om het diagram te wijzigen!



Een voorbeeld van de actuele homemade openingen van Ron:

  Ron – Frank (5…Pc6)

6. c4 ?   ( 6. d3 !?)

De stelling waarin Paul zijn Schots bij de 8e zet nog wat leven had kunnen inblazen:



De eindstelling waarin volgens K. eindelijk nog iets te proberen viel:

Paul – Gerrit (26…Tdd7)

Komodo suggereert hier: 27. h4 bijv:  27. ….  h5 28. Kf2 met en licht voordeeltje  voor wit. Wellicht toch door die kwetsbare pion op c7, waar zwart op moet blijven letten. Ook als wit op de koningsvleugel begint te rommelen! Maar veel is het niet.

Ronde 17, afl. 3

Resteren de partijen van Martin en Ron  en Matthijs-Bert.

Ron koos voor de afwisseling zelf eens met zwart de lijfvariant van clubrivaal Bert. Daar heeft hij met wit dus veel ervaring mee. Maar Martin verliet ogenblikkelijk de geijkte paden met 3 b3!? Dat bleek nota bene ook nog wel te kunnen. Voordeel: daar heeft Ron natuurlijk helemaal geen ervaring mee, en het komt in boeken en artikelen ook nooit voor. Gek genoeg, het wordt best wel eens gespeeld. Ik vond in mijn database 2700 partijen. Ron moest het verder helemaal zelf doen, en koos dan maar d7-d5. Indachtig de regel: als je zonder bezwaar in het Siciliaans d5 kunt spelen, dan direct doen! Misschien is dat hier toch niet de sterkste. Maar erg veel beter is er ook niet. Dus wie zal het zeggen. Martin had duidelijk succes met zijn verrassingstactiek. Ron’s  5 … a6 , hoewel in de Kan – variant bijna sjablone, is hier nu misschien wat aan de trage kant. Martin is natuurlijk al blij als hij Ron een beetje aan de teugel kan houden. En dat lukt. Maar  bij zet 11 schemert er iets verleidelijks in de verte. Zou Ron daar in trappen? Ik sta er naast, en denk : ‘Heus niet! Daar trapt die vent echt niet in.’

  Martin – Ron (10…cxd4)

Hij hoeft niet gelijk op d4 terug te nemen ( zie ook ‘levend diagram’ hieronder) maar stel nu eens dat ….   11.Lxd4 dxc4 12.Pxc4 Dxd4? 13.Lxh7+ met damewinst.

Ik denk dat Martin ver vooruit dacht, maar een kleinigheidje miste, nl

Martin – Ron (12.Pxc4)

Na 12. ..  Lxf3 kan wit niet terugslaan met de Dame. Want dan is hij wel die loper op d4 kwijt! Dus moet het wel met die pion. Ik murmel tegen Ron, hij moet wel met de pion terugslaan en dan staat hij slecht! Kwetsbare koning en in het eindspel een zwakke geïsoleerde dubbelpion!

En zo geschiedt. Alleen tot mijn verbazing vindt Prof Dr Mr K. dat het best nog wel een beetje meevalt. En als Ron dan ook nog een klein foutje maakt met 14. … Ph5   Ik begreep dit ter plekke niet erg. Wat moet dat? Ron vertelde me vandaag bij een ontmoeting in de sportschool dat hij iets wilde met Pf4 en Dc8 en Dh3, maar daar krijgt hij de tijd niet voor. Nu  is het inderdaad behoorlijk gelijk. Ron had in de eindstelling desondanks eigenwijs door kunnen spelen, en hopen dat die dubbelpion in het eindspel hem nog iets kon opleveren, maar daar had hij geen zin meer in.




Daar viel dus voor de buitenstaander, wat eenvoudiger van geest, dus ook nog wel wat te genieten.

Matthijs deed het een poosje wel aardig tegen Bert.

Bert wachtte in zijn jagershut rustig af. Ooit zou het konijn wel langs komen.

MatthijsBert 14. Ta8-d8

Dat gebeurt bij zet 15   Ta2?

Ik probeerde die te begrijpen. Wil Matthiis die toren naar d2 krijgen om zo penningen over de d-lijn te voorkomen? Maar dat is toch al te laat! Kost een extra zet met c2. 15. Pd2 was toch veel logischer. Nu kan Bert al gewoon slaan op e4. Die doet dat niet. Ik denk omdat dat wel tot wat stukkenruil gaat leiden en hij wil het waarschijnlijk wat ingewikkelder  houden met meer stukken op het bord. Maar hij kan op de volgende zetten ook op e4 slaan, en blijft dat weigeren, maar daardoor krijgt Matthijs wel tijd om de verdediging tegen die penning door die toren nog wat te repareren.

Matthijs – Bert (16…bxc4)

Na 17.  Pd2 gaat het nog wel allemaal. Maar na 17. d4?? (toch alsnog onderschatting van die penning?) wordt het dus heel naar voor wit.  Daar is het konijn dan, en hij is haast niet te missen.  



Met een stuk achterstand rommelt Matthijs nog 7 zetten door, maar daarvoor hoeft Bert zijn schuilhut niet meer op te zoeken. Lekker maaltje vanavond!

Zo, beetje laat, maar toch voltooid.  Van het digitale gedoe te mijnent intussen het meeste wel opgelost, dus volgende keer hopelijk wat meer op tijd.

As maandag een heel belangrijke externe wedstrijd. Als we tegen Bakkum winnen of desnoods gelijkspelen, dan zijn we echt veilig. Maar was het niet vorig jaar tegen Bakkum dat we ineens in een situatie kwamen te verkeren waardoor alleen een wonder degradatie kom voorkomen. Dus ……  onderschat ze niet!  We zijn zoals het er nu naar uitziet in onze sterkste  opstelling. Dus doe je best!

eindcorrectie ……. enz.