Categorie archief: Interne competitie

Laatste ronde

Het zit er op. Eind van de interne competitie. Het is wel eens spannender geweest. Het was eigenlijk al tijden duidelijk dat Ron alweer de titel niet kon ontgaan. Wat voor titel?   Kampioen 2019 van DKSVNH   . (De Kleinste Schaakclub Van NoordHolland.)

Deze schaakavond was het hier en daar nog wel even spannend.

Dit keer niet heel erg bij Herman (wit) tegen Frank.  Het kan natuurlijk niet altijd feest zijn. Met een ommetje via Frankrijk kwamen ze op Sicilië terecht. Tot en met zet 7 doet Herman het goed. Maar dan  ziet hij iets over het hoofd en raakt hij achterop.

Herman – Frank (11.0-0)

Stelling na zet 11. Wit is een pion achter geraakt. Er dreigt nog meer narigheid, op veld c3.  (geïsoleerde pion op wat binnenkort een halfopen torenlijn voor zwart gaat worden) Een lichte achterstand in de zwarte ontwikkeling  zal van tijdelijke aard zijn.  En de zwarts invloed in het centrum dankzij die pionnen is ook niet mis.  Maar daar moet je daar ook weer niet al te zorgeloos mee omspringen!

Want  na 11. …  e5?? had wit het in één klap recht kunnen breien. Want d5 kan gewoon geslagen worden



Maar Herman speelt 12. De3? en blijft gewoon in de moeilijkheden na 12. …. Lxc3. Niet spannend dus meer.Bij zet 18 laat hij een paard instaan (of is het een niet werkend offer?) en dan is het uit. Officieel pas bij zet 23.

Wel lang spannend bij Gerrit-Ron:

Het was een soort Pirc. Gerrit speelt het wat te rustig en zwart staat al gauw een heel klein beetje beter. Rond zet 16 mompel ik:  “Wat een mooie stelling voor zwart. Die mooie (geniepige) lopers, die mooie centrumpionnen, die halfopen c-lijn. Maar hoe ga je dat nu winnen? Wanneer en hoe ga je tot daden over?”

Gerrit – Ron (16.Le3)

Ron zit zwaar te peinzen. Die denkt waarschijnlijk het zelfde. Hij mompelt terug: “Ja die Gerrit is een taaie”   16. ….  Lc6 is zeker niet de sterkste. Komodo suggereert gelijk 16. … a5, een zet die Ron enkele zetten later toch ook doet. Hij blijft wat voordeel houden. Maar  gaat het winnen lukken? Toch spannend. Bij zet 21. Lc2  mist wit een kans om een beetje in de race te blijven. Maar wel een ingewikkelde kans.

 Gerrit – Ron (20…a4)

21. Lxd5!?  een schijnoffer  21. …. Lxd5  22. Dd3  (of Dd1) en wit wint het stuk terug. Zwart staat nog steeds wat beter. Materieel gelijk, maar een harmonieuzere opstelling van zijn stukken, en het loperpaar!  Na wits 21. Lc2? is na Pc4!  zwarts voordeel beduidend. Maar zijn tegenstander is een taaie. Als zwart dan enkele zetten later te benauwd is om een ongedekte pion op b2 te slaan en nu eindelijk toch tot d5-d4 overgaat, gaat weer veel voordeel verloren. Maar zwart schuift dapper verder.

Bij zet 32 is de stelling aldus:

 Gerrit – Ron (32…h4)

Ja, geef mij maar zwart. Maar het schiet nog steeds niet erg op. Maar dan komt de eerste en laatste echt ernstige fout van die ouwe taaie:   33. Le4 ???  (Tb1!?) Eerst mist Ron nog even de directe doodklap 33. d3! (De toren op a1 staat ook in, niet alleen de Dame. Over geniepige lopers gesproken. Maar hij krijgt een herkansing:  33. …. Lxe4 34. fxe4? (Dxe4!?) en alsnog d3! en wit geeft op.  En Ron zal opgelucht ‘jippie-jippie-jee-hee-hee’gezongen hebben.

Nog spannender was Peter tegen Martin. Net zo een situatie. Iemand die vindt dat hij -met veel meer ervaring en elo-punten-  het niet kan maken om niet te winnen. Maar dat winnen wil absoluut niet opschieten! Martin koos voor het Marshall- gambiet in het Skandinavisch. In de hoop daarmee  op Peter indruk te maken. Maar dat gebeurde niet. 

  Peter – Martin (5…e5)

Zwart offert een pion. De bedoeling is zo voorlopig  te voorkomen dat  wit d4 kan spelen. En soepel te kunnen ontwikkelen. Zwart heeft wel wat compensatie. Wit’s antwoord hier is niet heel erg, maar toch wel een beetje onprettig voor zwart. 6. Lb5. Elke ruil van stukken is als je wilt aanvallen vervelend. Wellicht is hier 6….  Ld6 het beste. 6. ….  Lg4  7. Lxc6!  bxc6  Zwart heeft moedig gespeeld, wit heeft goed gereageerd. En staat uiteraard een pion voor. Dat blijft zo. Pas bij zet 19 krijgt zwart wat terug:

  Peter – Martin (18…Tf8)

Hier ziet 19. b4 er logisch uit.  19. Le3?  Waarom? 19. … Dxb2 natuurlijk. De stand is weer gelijk. Maar winnen? En zo blijft het. Peter doet het prima. Martin zoekt  en zoekt. En wacht op het foutje.  Dat alsmaar uitblijft. En dan, pas laat op de avond, als het tijd wordt voor het ‘senior moment’ gebeurt het dan toch nog. Wit speelt 28. Tf3 ?

Peter – Martin (28.Tf3 )

Na 28 …. f4!  raakt die loper op g5 in grote problemen! Wegens dreiging …  h6. Martin ziet het niet (of te laat). Die speelt 28. … Dd7?   Ik denk dat Peter het uiteindelijk wel zag, en daardoor de kluts een beetje kwijt raakt.  29. Txe5?  Het lijkt gewoon pionwinst, maar zwart gaat nu profiteren van het verdwijnen van de toren van die onderste rij. 29. … Tb8  Tfe3?  (Lf4!?)


Peter – Martin (30.Tfe3 )

30 . .. Tb1+  31. Kh2  h6!  nog steeds zijn er problemen voor die loper . Maar de oplossing die Peter hier meent te hebben ontdekt, is geen oplossing!

Peter – Martin (31…h6)

32. Le7?? ( beter Lf4!?)Rekenend op de penning van Dd7. Heel diepzinig  (meen ik echt), maar helaas toch fout.  Want de toren op e5 staat gepend. Wit had daarom beter 31. Kh1 kunnen spelen i.p.v. 31. Kh2    33. ….  Txe7!  Die loper is hij dus gewoon kwijt!  En er volgt nog meer ellende:   34. f4  Lxe5 en zwart blijft een toren voor. Zo kreeg ook Martin toch nog gelijk.

Ik stel vast dat Herman en Peter dit schaakjaar sterk vooruit zijn gegaan. Ik hoop dat Ab binnen afzienbare tijd van al zijn fysieke narigheden verlost mag zijn en zich dan weer nog sterker op zijn schaakontwikkeling kan storten. Die heeft vast nog een aardige progressie in huis, zeker als hij langzamer gaat spelen. Jammer dat we Matthijs af en toe niet zagen. Die heeft ook talent. Ben benieuwd of al onze ouwe rotten het nog leuk genoeg vonden om volgend jaar weer van de partij te zijn. Hoop het van harte. Op naar het volgende seizoen. Maar eerst het lentetoernooitje. Als er nu ook maar schakers van buiten komen!

Agenda 2019

AGENDA SCHAAKCLUB ARIS DE HEER VOOR DE REST VAN HET SEIZOEN 2018-2019

Ma. 22-04 tweede paasdag, geen schaken.

Ma. 29-04 start schaakvierdaagse

Ma. 06-05 schaakvierdaagse

Ma. 13-05 schaakvierdaagse

Ma. 20-05 schaakvierdaagse

Ma. 27-05 ter nadere invulling competitie of vluggeren

Ma. 03-06 jaarvergadering; afsluiting seizoen

Ma. 10-06 tweede pinksterdag, geen schaken

Ronde 24, 8 april

Wit Zwart Uitslag
Ron de Vink Bert Kuijer ½-½
Herman Zwaneveld Ab Hauer 0-1
Martin Zwaneveld Gerrit van Dok ½-½
Frank de Geus Peter van Putten 1-0
Paul Verkooijen Afwezig met geldige reden
Jos Lohmann Afwezig met geldige reden
Koen van Lankveld Afwezig met geldige reden
Mathijs de Groot Afwezig met geldige reden


Nr Naam Punten Wa Gsp Gw Rm Vl Perc
1 Ron de Vink 296,33 18 22 9 13 0 70,5
2 Bert Kuijer 257,17 17 21 9 10 2 66,7
3 Martin Zwaneveld 216,33 16 22 8 7 7 52,3
4 Jos Lohmann 199,17 15 16 3 10 3 50,0
5 Gerrit van Dok 194,50 14 23 9 5 9 50,0
6 Paul Verkooijen 192,33 13 15 7 6 2 66,7
7 Ab Hauer 153,67 12 17 8 0 9 47,1
8 Frank de Geus 143,17 11 11 7 3 1 77,3
9 Herman Zwaneveld 118,83 10 19 1 3 15 13,2
10 Peter van Putten 118,00 9 15 4 1 10 30,0
11 Mathijs de Groot 86,67 8 12 1 3 8 20,8
12 Koen van Lankveld 24,00 7 3 0 0 3 0,0

Enig spektakel op 8 april?

Een beetje. O.a. bij FrankPeter. Frank speelde een eigenaardige opening.  1. b3. Enig zoekwerk bracht me in de herinnering dat het een opening was die de sterke Deense grootmeester Bent Larsen wel eens speelde, en dat Nimzowitsch hem daarin voorging: de Nimzowitsch-Larsen opening.  En nu Frank dus. Allemaal heel sterke spelers nietwaar?  Frank hoort er toch niet veel mee te kunnen bereiken. Was natuurlijk bedoeld om Peter even van zijn à propos te brengen. Het ging toch nog een zet of zes goed voor Peter. Maar toen bleek dat die niet erg in vorm was vanavond. Hij gaf de rochade weg (dameruil) , daarna liet hij toe dat wit de pionnen op de damevleugel een ruïneus aanzicht verleende, gaf daar een pion weg, en later een stuk. Frank ging zich opmaken om een leuk mataanvalletje  te creëren, en toen gebeurde er iets eigenaardigs. Je zou het niet verwachten dat dat toch nog een beetje ingewikkeld wordt als je drie stukken tegen een toren voorstaat. Frank kondigde bij zet 18 ondekbaar mat aan.  Ja, dat kon intussen niet uitblijven. Alleen deed Frank het even een beetje verkeerd en kostte het hem daardoor ineens toch nog 7 zetten diep gepeins om echt mat te kunnen gaan geven. Spectaculair dat het met een koning op drift , omringd door ontelbare vijandeijke stukken, toch nog zo veel tijd kan kosten om de stakker naar zijn laatste rustplaats te begeleiden.



Echt superspektakel bij Martin tegen Gerrit.  En niet eventjes, maar bijna de hele avond.

Al direct bij de eerste zetten. Martin probeert er met een klein ommetje een Blackmar-Diemer-Gambiet van te maken. Gerrit vertikt het daaraan zijn medewerking te verlenen. Het is ook mijn  ervaring  dat het incorrecte BDG kennelijk toch nog zo veel afschrikwekkends in zich herbergt dat tegenstanders het uit de weg gaan. Ik vind het niet logisch. Wit is bereid een centrumpion te offeren voor een open torenlijn. Die krijgt hij nu ook, maar zonder pionoffer. Geheel gratis. Zo’n gambietpion moet je aannemen! Als bij alle (?) gambieten.

  Martin – Gerrit (4.f3)

4. … Pf6?  5. fxe4!

Door nog wat meer steuntjes van zwart staat wit dus bij zet 12. lekker. Hij heeft lang gerocheerd wat hier wel leuk is. ( In lang niet alle BDG’s is de lange rochade een must. Wat veel mensen denken.)

   Martin – Gerrit (12…De7)

Het is altijd weer een probleem. Wanneer ga je tot daden in het centrum over als kunt ruiken dat er leuke dingen zouden moeten kunnen gaan gebeuren.  Nu, of wacht je nog even?    Nu zou 13. e5! heel goed geweest zijn.  Bijv. 13….Ph5 (13…Pd7? 14.Lxh7+ (het bekende offer) Kxh7 15.Pg5+ Kg8 16.Dh5 en mat is alleen te voorkomen middels inleveren van veel materiaal. ) 14.Ld2 g6 15.g4 Pg7 ook heel leuk voor wit. Zie ‘bewegend’ diagram verderop.

Maar  Martin wil het nog een beetje mooier maken, en speelt 13. Lg5 ? Veel minder goed en nu volgt nieuw spektakel, maar nu van de zijde van zwart. Ik denk niet dat ik ooit eerder zag dat een Gerrit, bijna altijd voorzichtig,  bewust zijn koningsstelling kapot liet offeren. 13. ….h6 ! 14. Lh4  g5 !? zozo!  nou nou!  15. Pxg5 en nu zou na hxg5 16. Lxg5 zwart het  wel lastig krijgen, maar er valt nog te spelen.  Maar hij maakt er een foutje bij. Hij denkt dat hij een tussenzetje heeft  en speelt nu 15. …Pd4? Maar de witte dame gaat naar  e1 en staat daar eigenlijk nog wel beter dan op d2. Ze loert  daar naar veld h4! en/of g3. Wit staat ineens heel erg goed.



Maar een zetje later  mist Martin de bekroning van zijn aanvallende spel. Na 17. … Pd7 zou  18. Dh4 dodelijk zijn geweest. (De logische konsekwentie van De1!)  In de hoofdvariant blijf wit drie pionnen voor. In de overige varianten wordt het ook dramatisch voor zwart. Je hoeft niet al die varianten ver vooruit te berekenen om te zien dat 18. Dh4 uiterst gevaarlijk is voor zwart.



Maar  Martin speelt 19 . Lf4? wat na 19. … f5!! (even een hindernis in die die gevaarlijke loperdiagonaal d3-h7 aanbrengen) al veel wit voordeel teniet doet endaarna 20. Lh6? (Dg3+  !?) waarna na 20. …Dxe5 !! ineens zwart veel beter staat. Gerrit zit hier heel koelbloedig te schaken. Hij  zal nu wel erg opgelucht zijn geweest dat hij het heeft overleefd en biedt op de 22e zet remise aan (in betere stelling) . Ik zag dit alles met enige psychologische ervaring aan en kon me dus heel goed voorstellen dat Martin remise hier weigert. Het valt niet mee om als je lekker agressief zit te schaken en op je klompen hebt aangevoeld dat er groot vuurwerk voor je inzat, nu te moeten toegeven dat je voordeel is verdampt en dat je nu zelf misschien al moet gaan knokken voor lijfsbehoud, laat staan voor winst. Eigenlijk staat zwart hierna langdurig beter.

   Martin – Gerrit (38.Pxa6)

Maar opnieuw laat  het spel enkele opzienbarende wendingen zien:

Na 38. … Ld3!! (Aanval op Toren en Loper!)  krijgt wit het verschrikkelijk moeilijk. Hij staat echt gewoon een stuk achter tegen twee pionnen. Gerrit speelt 38. ….. Tg7 Niet slecht maar dat kan dus beter. Martin reageert verkeerd met 39. b3?  (Pxc7!? om van de  dubbele aanval door dat Ld3 verlost te zijn) en Gerrit op zijn beurt ook met 39. ….  Txg2. (Alsnog Ld3!!) En na 40. Txg2 Lxg2 41. Pxc7  staat ineens wit weer veel beter. Wat hij weer weggeeft op de 42e zet. Intussen staat er een reuze lollig eindspel op het bord. Misschien wel leuk voor alweer  een artikeltje:  Gerrit’s eindspel.  (Ja, hallo, ik blijf niet aan de gang!)

Martin – Gerrit (42….  f3)

Gerrit: ‘Er ging hier ergens iets mis.’   Zijn kleine materiële voorsprong  is weggeslonken. Wat niet wegneemt dat K. vindt dat zwart hier met zijn ver opgerukte vrijpion meer dan voldoende compensatie heeft.

Wit moet zelfs zijn toren offeren tegen dat gevaarlijke ongedierte. En dan wordt het een nog leuker eindspelletje. Ineens staat zwart weer een stuk voor tegen  twee extra,  witte pionnen. Maar wat voor pionnen!!!

  Martin – Gerrit (47.c4)

Komodo schat de kansen van zwart iets hoger in. Maar ik zag ter plekke al: remise heeft wit altijd. Want op de achtergrond speelt ook nog mee dat als wit zijn paard op e6 offert, en daarna al zijn damevleugel-pionnen gewoon weggeeft, het ook remise is. Ja officieel niet, maar wie op onze club zou bij beperkte tijd de KA (Koning Alleen) mat kunnen zettten met K+L+P ?? Ik kon het lang geleden wel, maar ben al lang vergeten hoe dat ging. En dat zal wel voor velen gelden. Maar Martin blijft vechten voor een  overwinning.  Je weet maar nooit. Zijn die drie verbonden vrijpionnen niet sterker dan die loper (+pion)? 

Bij zet 55. (!!) heeft Gerrit er genoeg van .

 Martin – Gerrit (55.a6)

55. … Lxc6 !! ja, en dan ziet ook Martin in dat er echt niets meer in zit voor wit.

Wat een partij!! Dan wordt me duidelijk waarom ik elke week weer braaf naar mijn ouwe kluppie tijg. Voor dit soort amusement. Leuker dan een krimi op TV.

Zoals  meestal had ook Ron zich weer geamuseerd. Maar die legt andere maatstaven aan. Die vond zijn partij tegen Bert heel instructief. Voor mij als zwakkere toeschouwer was allemaal een beetje strategisch. Met wat omwegen speelden ze KoningsIndisch met ook een wit fianchetto. Toen ik twintig was, was dat heel populair. Dat werd gespeeld door van die schaakschuivers als Botwinnik  en Smyslov. Mijn ‘Losbladige Schaakberichten’ van Max Euwe stonden er vol mee. Toen ook al te moeilijk voor mij meestal.

Ron:  “Ik heb weer genoten. Was heel leerzaam. Had dus niet al d5 moeten spelen, had gemist dat e4! kon (goede reactie van Bert). We hebben later samen uitgebreid Tc1 i.p.v. d5 geanalyseerd, waarop Bert Lh3 van plan was. Wit blijkt iets gemakkelijker te staan dan zwart.”

Hier even de desbetreffende stelling. Komodo vindt eigenlijk bijna in alle varianten dat wit wat beter staat. En dat blijft ook zo. Ook nog als de heren bij zet 23. Pc6 ( 0.74 !) remise overeenkomen.



Herman is al weken in vorm, maar nu , tegen Ab, bleek dat even minder duidelijk. Zijn opening was als gebruikelijk best wel weer in orde. Hij staat er lang degelijk bij, en langzaam krijgt hij voordeel. Maar bij zet 28 gaat het ineens heel erg mis:

  Herman – Ab (27…Pe8)

Na 28.  Lxb5 staat wit prima. Zowel wanneer zwart terugslaat met de pion als wanneer hij dat met de Dame doet.  Wit heeft een mooie halfopen c-lijn voor zijn toren waarop die achtergebleven zwarte c-pion veel zorg gaat behoeven  en ook een gevaarlijke vrijpion op a5! Maar wit blundert.  28. Tg1? ‘Dankuwel alstublieft’ prevelt Ab, en slaat het paard op f3. Daarna probeert  Herman nog wel wat, maar met een  stuk achterstand tegen een vandaag wel in vorm verkerende Ab haalt dat niets uit.  Volgende keer weer beter!

Dus ja, wel wat spektakel!

eindcorrectie moet nog plaatsvinden

Ronde 23, 25 maart

In het kader van mijn voorgenomen vermageringskuur m.b.t. de verslagen van de interne, houd ik twee partijen maar heel kort. Dat kan gemakkelijk, want die vond ik niet bijzonder lekker. Meer iets uit de diepvries van de supermarkt dan van de uitstekende Italiaanse pizza-bakker in De Rijp (‘La Pizzeria’ , bezorgt gratis ook in Midden Beemster, tel. 06-16197074, 0299-633955).

Ab-Bert  was een te verwachten Dr Oetker- produkt. Ab speelde natuurlijk te snel, hetgeen resulteerde in:

  • Ab verliest een pion
  • Ab verspeelt een pion
  • Ab raakt een pion kwijt

Met drie pionnen achterstand viel er voor Ab niet veel lekkers meer te proeven.

Gerrit-Matthijs was een erg simpel Plusmarkt-produkt. Voor Gerrit wel lekker goedkoop, maar niet erg smakelijk.  Al na een paar happen:

  • Matthijs verliest een stuk
  • Matthijs raakt een toren achter.

Matthijs blijft dapper een hele avond doorkauwen, maar het is al na een kwartier wel duidelijk:  die krijgt een bittere nederlaag te slikken.

Resteert:

Ron – Martin

Commentaar van Martin:   ‘Het seizoen komt al tot een einde. Dat is op veel borden te zien. Zoals ook het geëxperimenteer van Ron.”

Hij doelde op Ron’s  1. a3 !? Commentaar van Eddy:

Het lijkt erop dat onze Jos school begint te maken:

Commentaar van Ron:  

“Ik heb echt genoten. Speelde zo om “Sniper” te oefenen. Maar kwam in Engelse  variant terecht en Martin weet wat daartegen meest vervelend is” “Volgende keer begin ik gewoon wel met g3. Of speel a3 en b4. Ook leuk, à la Jos.”

Het klopt dat het geheel nieuwe viersterren-recept van Ron niet veel bijzonders had opgeleverd. Een diagram van zet 10 laat zien dat ik gelijk had toen ik hier terzijde stond te wijsneuzen : “Ik lust liever zwart”

Ron – Martin (10…0-0)

Prof Dr Ir K. geeft het gespeelde  11. Tb1 als een van de betere. (Anders moet je rekening gaan houden met e5-e4!? en de loper op g7 begint zich ermee te bemoeien.) Komodo taxeert na Tb1 de stelling op  -0,80 . Als Ron zo’n voordeel zou hebben zou hij denkelijk reageren met ‘Ik sta hier gewonnen’.  K. zou hier 11. … Te8 geantwoord hebben. Gelukkig voor Ron doet Martin hier een zet die onze robot niet erg begrijpt. Ik ook niet. 11. … Pg4? Wellicht wil hij aansturen op spoedig ….  f5. Maar dat zal voorlopig niet lukken. Gelukkig voor Martin reageert Ron niet optimaal. 12. h3? Volgens K. werd het nu toch wel tijd om eerst met 12. Pf3 de weg vrij temaken voor een snelle 0-0.  12. ….  f5 13. Pg5! Pdf6  14. h3! Na het gespeelde 12. …Ph6  (Pf6!?) 13. Pf3 Tb8 (f6!?) 14. b4 vervlakt de stelling.Even krijgt wit toch een klein voordeel. Maar na zet 19 is dat ook weer verdwenen en reeds bij zet 22. besluiten ze terecht tot remise. Martin is daarmee natuurlijk best tevreden. Ron toch ook, want hij heeft lollig geëxperimenteerd zonder  in echte problemen te raken.

Heel veel kruidigs viel er te genieten in het gerecht dat Herman en Peter ons voor schotelden. Met veel onnauwkeurigheden, maar juist daarom lekker om van mee te mogen proeven. Het is een Philidor, met een foutje van Peter bij zet 5, waardoor hij een pion verliest.

  Herman – Peter (5.d5)

5…..  Pd4?? ( Pe7zal wel moeten) 6.Pxd4 exd4 7. Dxd4   Herman, nu in het gezegende bezit van een echte pluspion ontwikkelt rustig verder. Peter bezondigt zich bij zet 9 aan een wat voorbarige paarduitval, waar Herman verkeerd op reageerde.

  Herman – Peter (10.Dg3)

10. …. Le7 zwart dreigt Lh4 en gedoe op veld f2. Herman heeft dat vast wel voorzien, maar ziet niet goed hoe hij dat gevaar moet bezweren. Het gespeelde  11. Le2?  is niet goed, zoals hierna zal blijken. Het beste en eenvoudigste is 11. Lb5+  Kf8.    Zie voor wat details daaromtrent het 1e ‘bewegende’ diagram verderop.  Na 11. Le2?  kan zwart zijn boosaardige plan uitvoeren en raakt Herman snel in de problemen. 11. ….  Lh4! Even lijkt het of zwart met remise tevreden is

12. Df4  Lg5  13. Dg3  Lh4  waarna na 14. Df4  Lg515. Dg3 Lh4 remise geclaimd kan worden wegens herhaling van zetten. Maar dat wil wit kennelijk ook niet. 

 Herman – Peter (13…Lh4)

14. Dd3? Ook niet lekker is14. Df3 Lxf2  maar toch wel veel beter. Na 14. Dd3? staat wit totaal verloren na 14. …. Pxf2! Omdat er na dat Dd3 nu twee dreigingen tegelijk zijn: de  dame wordt aangevallen, maar ook een aftrekschaakschaak dreigt. En dat is een kernwaarheid in het schaken: Je moet twee dreigingen tegelijk creëren als je wilt winnen. Je arme tegenstander mag immers maar één zet tegelijk doen.

  Herman – Peter (14…Pxf2)

Wit heeft niks meer. Dan maar 15. Db5+  Ze noemen zoiets, geloof ik, wel eens ’het schaak der wrake’. (‘Ik heb niks meer, maar ik zal je toch nog een keer schaak geven.’)  En dan gebeurt er iets heel bijzonders. Zwart is kennelijk bang voor verwikkelingen op b7, wil daar niet te diep over nadenken,  en doet rustig aan : 15. …. Dd7??? Veel te rustig. Want nu kan wit de dames ruilen, en daarna iets aan het aftrekschaak doen. Zwart heeft een handje geholpen om van twee dreigingen tegelijk,  er maar één te maken.  Terwijl  na 15. … Ld7 wit rustig kan opgeven. Nu blijven er twee dreigingen tegelijk. De dame staat nog steeds in en het aftrekschaak met bijv. torenwinst dreigt nog steeds.

Zie 2e ‘bewegend’ diagram verderop voor wat details.

Uw eigenwijze wepmeester krijgt daarna een kans voor nog weer een schaaklesje voor gevorderde beginners:   15. … Dd7??  16. Dxd7 Lxd7


Herman – Peter (16…Lxd7)

Het zou leuk zijn als we de dubbele dreiging van 1. afrekschaak en 2.  torenverlies in één keer zouden mogen afwenden door  17. 0-0.  Maar dat mag natuurlijk niet. Ha, ha!!  Dat mag wel!! De koning staat niet schaak, koning en toren hebben nog niet eerder gespeeld, en ….. bij zijn verhuizing van e1 naar g1 komt de koning niet langs een veld dat de vijand onder schot heeft, en hij komt ook niet schaak te staan op g1. “Dat wist ik niet” mompelt Herman als ik hem dat vertel na zijn zet 17. Tf1. Dat is de reden dat ik dat nu nog maar even aankaart. Hij zal de enige niet zijn.

Tot zover een wat uitvoeriger weergave, van de partij tot hier. Uw wepmeester hoopt dat het voor enkelen een beetje leerzaam is. Vandaar.

De rest wat oppervlakkiger. Na 17. Tf1 staat toch zwart weer een beetje beter. Maar die verknoeit dat bij zet 18.

  Herman – Peter (18.g3)

Weer twee dreigingen. Het paard op e4 staat in èn de loper op h4. Dus moet hier 18. Pxc3 gebeuren en wit staat nog steeds belabberd. Zwart staat een pion voor en wit heeft daarna altijd een dubbelpion, of op de c-lijn  of op de h-lijn. Dus een naar vooruitzicht in het eindspel. Maar zwart denkt dat hij een stuk kwijt is en slaat dan maar zelf :  18. … Lxg3 ?? Hij krijgt zo drie pionnen voor zijn stuk. Moet kunnen. Maar dat wordt een heel verhaal met wellicht remise als slotalinea terwijl hij na 18. … Pxc3 goede kansen op winst had gehad.

Hierna spelen beide heren hun spelletje zonder grote fouten rustig verder en later op de avond krijgt toch Herman weer mogelijkheden. Het slot heb ik niet meer meebeleefd, want ik vond dat het bedtijd werd voor ouwe wepmeesters, maar Herman bleek tenslotte aan het langste eind getrokken te hebben. Ik begrijp dat het toch nog spannend werd omdat Peter zijn drie pionnen voor een stuk had ingeleverd, maar wel een tot de 2e rij gevorderde vrijpion had staan. Al met al dus een heel spannende partij met veel leerzaams.

bewegend diagram1



bewegend diagram2