Categorie archief: Interne competitie

Ronde 7, 15 oktober 2018

Jos ontsnapt alweer

Ik houd het verslag van de interne maar wat kort, want op 16 oktober wacht me een nieuw rondje partijen, nu extern. Anders kan uw wepmeester het niet meer bolwerken. Wel jammer, want er waren best wel grappige momenten.

Ik amuseerde me bij de partij Gerrit- Ron. Met wat zetomzettingen werd het uiteindelijk een doodgewone Konigs-Indische stelling.  Daarbij aan te tekenen dat wit daartoe een tempoverlies  had geleden, door niet gelijk e2-e4 te spelen, maar eerst e3 en later pas e3-e4. Ik kreeg wel even een onaangename smaak in de mond. Ik herinnerde me een partij van mezelf tegen Gerrit (even teruggezocht in mijn database, was 26 oktober 2005) . Ik herinner me nog dat Bert (KI-specialist) en kampioen Ruber stonden te kijken en dat ik opgewekt zei: Konings-Idisch maar met een tempo meer, dat moet toch goed zijn voor zwart. Ik kreeg een fijne avond, dacht ik. Maar nee. Je krijgt gemakkelijk gelijk spel met zwart, maar naar bleek toch niet gemakkelijk echt voordeel. Mijn standaard-aanval met f5 en g5 enz. , liet Gerrit rustig over zich heenkomen en gewoon vastlopen. Daarna pas ging hij zelf tot daden over. Hij switchte over naar de damevleugel en omdat alles van mij met verhinderde aanvalsintenties op de koningsvleugel stond te niksen, werd ik op de damevleugel ingepakt.  1-0. Ik was daarna geruime tijd ontredderd. Dit zat niet in de planning.  Ik vond in mijn database 20 partijen met Gerrit terug. Met 6 winstpartijen van mij en 13x remise (brrr) Maar nu : verlies!! Met KoningsIndisch tegen een niet echt sterke witte opzet, nota bene!

Zo ver kwam het bij Ron niet. Die zat wel al gauw hoofdschuddend achter zijn bord uit onvrede met zijn stelling. Gerrit voegde er ijskoud nog een extra tempoverlies aan toe. 10. Lg5  11. Ld2 ? 13. Le3  (dat had wel gelijk bij 11 gekund, want na Pg4 kan Ld2 altijd nog en na h3 gaat zijn loper desgewenst weer terug naar e3) . Ron dacht natuurlijk aan winst. Maar ook hem viel dat tegen. Mede dankzij wat kleine misstapjes van wit kreeg hij toch een heel klein beetje voordeel.

RonGerrit1   RonGerrit1

Waardering van het computerprogramma is 0.45 voor zwart. Ron’s gemopper vol zelfhaat achteraf (h6 was fout, Pa6 was fout) werd door Gerrit grijnzend aangehoord , en ook Prof Dr K kon zijn lachen nauwelijks verbergen. Niks aan de hand. Maar ja, winnen? Zeker niet met nu 17. … Pxe4. Ha, denkt Gerrit dan, lekker stukken ruilen!  Die vindt remise best mooi tegen Ron. Terecht. 17. … Pxe4  18. Pdxe4  fxe4  19. Txf8 Lxf8.  Zo dat ruimt op! Remise!

Valt deze remise nog wel te begrijpen, dat geldt niet voor de wonderbaarlijke ontsnapping van Jos. Alweer!  Dit is geen toeval meer. Het zal een logisch aspect van zijn schaakstijl zijn. In een voor hem eigenlijk verloren positie raakt niet hij, maar zijn tegenstander even uit de koers. Te spannend? Te ingewikkeld?

Vorige week overkwam het Ron, nu Bert. Dat zijn toch geen kleine jongens.

Na alweer een dubieuze opening te hebben gekozen staat Jos na eenvoudige doch krachtige zetten van Bert : belabberd!

BertJos1  BertJos1

Hier zo’n soort stelling waar ik in mijn Colle (Koltanowski)  altijd op hoopte. En die ik daarin ook af en toe op het bord kreeg. 12. Lxh7!!      Als dan Kh8, dan 13. Le4  en wit staat heerlijk. Maar leuker is natuurlijk 12. …. Kxh7?  wat na 13. Pg5+ en 14. Dh5 tot verlies voor zwart moet leiden. Probeer het maar eens uit. (Na 13. …… Kg6  Soms redding, maar dat durft nooit iemand,  hier ook desastreus, na  14. Dg4 ! )  Wel allemaal wat langere (zij het vaak geforceerde) varianten.  Het kan niet anders of Bert heeft naar dat offer gekeken, en het afgekeurd . Te ingewikkeld. Te diep. Als je nu tegen een Elo van 1100 zit te schaken, maar tegen Jos !? Te gevaarlijk. 

Dit is Jos’ eerste ontsnapping van vanavond. Want Bert speelt 12. Pe4? Dat ziet er volstrekt logisch uit. Het houdt wel wat voordeel vast.  Maar ook 12. dxc5 is sterker. Na 12. … c4 valt er voor Jos nog wat te schaken. In mindere stelling, maar daar zit hij niet mee!

Na zet 16. volgt een 2e ontsnapping:

BertJos2  BertJos2

17. gxf5!  Hoe zwart ook terugslaat, daarop volgt 18. Dh5 en ook dan krijgt zwart het heel moeilijk.  Maar  17. f4?  en na Pbc6 valt er nog te schaken, en na 18. Tae1? (beter alsnog gxf5! gevolgd door Dh5) 18 …..   h6 is er ineens weinig meer aan de hand. En dankzij een verkeerde witte taxatie bij een foutje van zwart bij zet 21. blijft dat ook zo. Zwart werpt daarna op zijn gemakje zoveel barricades op dat er geen doorkomen meer aan is. Terecht remise.

Mathijs deed het netjes tegen Paul. Hij stelde zijn stukken goed op. Hij rocheerde lang. Waarvoor omstanders later kritische geluiden reserveerden. Maar dat was echt niet slecht. Eigenlijk stond hij toen nog steeds vrijwel gelijk.

Matthijs1   Matthijs1

Maar nu raakt hij de weg kwijt.  13. Db3?  (gewoon Kb1!) exd4

Matthijs2 Matthijs2

Nu kan wit op drie manieren op d4 terugslaan. 14. Lxd4 is de beste. Omdat dat zwart uitnodigt de lopers te ruilen, en die loper is nu juist zwarts troef in zijn aanval. Maar zwart staat ook dan wel wat beter.  Maar 14. Pxd4???  overziet een akelige paardvork! 14. Pc5!! De Dame moet het vege lijf redden en daarna gaat de Loper op e4 eraf. Nou ja, dan is het verder wel gebeurd met de koopman. Dat kun je aan Paul wel overlaten.

Martin speelde de opening beter dan Frank. Na diens 10. Pfd7? staat wit echt beter.

Mrtn1  Mrtn1

11. Lf4 niet de beste, maar goed genoeg. Het zal zwart meer tijd gaan kosten om e5 door te zetten wat nodig lijkt om zijn dameloper wat bewegingsruimte te verstrekken. Frank kiest een krachtdadige oplossing. 11. …. f5!? Dan maar geen e5 , maar wel meer invloed in het centrum, en een leuk veld op e4. Daar zou wit natuurlijk ook wel graag een pion naar laten oprukken, maar dat is nu wel verhinderd. Staat tegenover dat wit een sterk veld op e5 krijgt. En Frank’s idee heeft succes. Omdat wit geen maatregelen treft om een zwarte opmars op de koningsvleugel te vertragen  ( 12. h3 !?) rukt zwart op en staat wit in recordtijd heel beroerd. Door een zwart missertje bij zet 20. wordt dat teruggebracht tot een beetje beroerd. Maar toch. Wit blijft onder druk staan. Is het nog te redden dankzij ongelijke lopers? Hoogstwaarschijnlijk niet.

Mrtn2   Mrtn2

Maar na 34. Tc2? is daar geen helemaal geen sprake meer van. Nu ploft echt alles in elkaar. 34. ……  Le5!! 35. Kh4 (ook Kf2 redt het niet)  g3+  (schaak door die toren op b4) . wit heeft geen mogelijkheid meer om die pion die op h2 gaat slaan nog tegen te houden.  Mooi gespeeld door Frank. En Martin staat nu weer even met twee benen op de grond, na zijn afgelopen zweefweken.

6e ronde, 8 oktober ’18

Spannend was het vooral bij Ron- Jos. Onze onlangs in de externe flink verwonde dompteur bleek zich te hebben laten omscholen en voerde nu een act op als illusionist. Hij zag kans om na zijn zeer verdachte  openingskeuze Ron’s voordeel op bijna onnavolgbare wijze toch nog weg te goochelen.

Ron: ‘Die opening deugt dus niet. Typisch Jos.  Hij offerde  maar een pion, maar had niets. Mijn plan met Da4 en b4 en b5 was gewoon goed. Hij offerde daarna een stuk om in troebel water te vissen. Dat werkte dus.’ (Zie diagram verderop)

Beetje leerzaam was het bij Bert-Martin. In de ruilvarant van het Slavisch maakte Martin al een ernstige inschattingsfout bij zet 7! En stond daarna de hele avond met de rug tegen de muur. Niet wegens materiële problemen, maar tengevolge van de ongelukkige opstelling van zijn stukken. Rond de 25e zet kreeg het witte voordeel echt gestalte. Vooral door de twee gevaarlijke vrijpionnen op de damevleugel, gesteund door open lijnen voor de torens. Martin probeerde wat tegengas te geven met zijn pionnenmeerderheid op de koningsvleugel maar dat was niet zo gevaarlijk omdat de positie van de witte koning beter geschikt was om oprukkende pionnen in toom te houden dan die van de zwarte  (voordeel van de ‘verst verwijderde vrijpion’(nen) heet dat geloof ik’.)  Bert gaf daarna een lesje: ‘het onstuitbare gevaar van twee verbonden vrijpionnen’.  Het resulteerde in een mooie eindstelling  met nog steeds materieel geen grote achterstand voor zwart (kwaliteit voor wit, 2 pionnen extra voor zwart), maar met een niet meer tegen te houden vrijpion voor wit.

Herman speelde een nette partij tegen Ab. Die stond echt minder, maar dankzij een foutje van Herman kreeg hij toch nog een beetje de wind mee. Toch stond Herman toen nog lang gelijk maar Ab lapte het principe van de veilige rochade aan zijn laars en stoomde met zijn koningspionnen naar voren,  wat helemaal niet zo gevaarlijk was, maar waarschijnlijk werd Herman daar onzeker van, maakte toen een enkele  echte fout, en zo kon Ab het toch winnen.

Frank speelde tegen Gerrit  'als een krant’. Zei hij zelf. Tikkie overdreven. Want Gerrit moest echt zelf die krant dus wel even heel goed lezen. Hij speelde ditmaal zijn opening heel actief! Hij kreeg de kans omdat Frank 2.Pc3 speelde , wat degelijk is (dus wel NRC, geen Telegraaf) , maar een beetje tam (tenzij je het gebruikt als een opstapje voor het BDGambiet). Wit haalde derhalve niets bijzonders uit de opening.  Zwart heeft niks te mopperen. Zeker niet na een mindere 12e zet van wit (Zie diagram verderop. Moeilijk als zodanig te beoordelen. Ik had het zelf ook gemakkelijk gespeeld. Maar ja, dat zegt tegenwoordig natuurlijk weinig.) Er volgt hier en daar nog een zet die wat minder is, maar alleen aantoonbaar voor een speler tegenover je die in vorm is. En dat is Gerrit vanavond.  Rond zet 17 trekt Frank grimassen naar me die me duidelijk maken dat hij vindt dat hij het heel moeilijk heeft. Terecht. Hij staat eigenlijk op verlies.

Gelukkig voor hem raakt Gerrit dus hierna wat van zijn scherpte kwijt. Bij zet 26 blijkt bijna al het zwarte voordeel helaas zachtjesaan verdampt. Gerrit biedt remise aan. Frank denkt een poosje na. Zit er nu ook voor wit nog wat in?  Eigenlijk niet. Remise!  Bijna net zo’n eigenaardige  ontsnapping als van Jos. Jammer voor Gerrit die met zijn actieve spel van vanavond meer verdiend had. En nu maar hopen dat het hem wel inspireert om er vaker zo tegenaan te gaan.

Highlights:

Jos’ wanhoopsoffensief:

Jos1  Jos1

15. …  Pb4    (wat beter, maar niet erg gezellig, en vooral wat simpeler te hanteren voor wit  15…Pb8 16.Dxa8 Lxa8 17.Ld3 d6 18.Ke2 (1.04)  Wit staat gewoon een gezonde pion voor, zonder troebel water voor zwart om in te vissen)  16.Dxa8 Txa8 (16…Pc2+ helpt niet.  17.Kd1 Txa8 18.Kxc2 is erg!)  17.cxb4 een stuk voorsprong is wel leuk! Dit moet gemakkelijk te winnen zijn. Denkt men dan.

Jos1b Jos1b

Laat dat woord gemakkelijk maar even weg:   17. ..  Ta1+ 18.Ke2 Lxb4

Jos2  Jos2                                          

19. e4! wint eenvoudig. Een gezond stuk meer! OK, even wat verzinnen voor de tijdelijke machteloosheid van die stukken op de koningsvleugel. Moet lukken. Maar nu wordt Ron een beetje overmoedig of onachtzaam.  Zijn twee volgende zetten gooien het hele voordeel weg.  Hij kiest een verkeerd plan voor het op gang brengen van die stukken op de koningsvleugel. En Jos ziet het direct! 19. Kd3? f5!!  20. Tg1?   Zo nu kan de loper spelen en doet de toren mee! Mispoes!  20. ….  Ld5!!  21. Le2

Jos3  Jos3

Niet te geloven, wit staat een stuk voor, maar dit is echt absoluut remise! Een mooi vrij en eendrachtig opererend zwart loperpaar plus een actieve toren zijn die kwetsbaar opgestelde koning met te passieve stukken te machtig. Als wit niet uitkijkt kan hij zelfs nog verliezen.

Ta3+ 22.Kc2 Ta2+

Jos5 Jos5

23. Kd3   de enige! Want:

23.Kc1?  Lxf3 24.Lxf3 (24.Pxf3 Txe2) 24…La3+ (of ook goed natuurlijk 24…Txd2) 25.Kd1 Ta1+ en zwart komt een kwaliteit en een pion voor!

23.Kb1 Lxd2 materieel gelijk, maar zwart heeft een betere pionnenstelling

23.Kd1 Lxd2 24.Pxd2 Ta1+ en zwart staat een kwaliteit voor

Nu heeft zwart dus herhaling van zetten  23. Kd3  Ta3+  24. Kc2  Ta2+  enz.

Ron: 'Met Kd3 i.p.v. e4 gaf ik al het voordeel weg. f5 gevolgd door Ld5 en ik moet al tevreden zijn met remise. Als ik e4 speel, kan ik in veel stellingen gewoon een kwaliteit (Th1) geven. Jammer …'

‘Foutje bedankt’  bij Bert-Martin:

BertMart1  BertMart1

7. ….  Da5?  Na 8. Dxa5 Pxa5 volgt 9. Pb5! en dan zit zwart al in de puree. Hij verliest minstens de pion op a7 en blijft vooral met een lastig te ontwikkelen stelling zitten.

De mooie eindstelling Bert-Martin

BertMart2  BertMart2

Wit promoveert of wint veel materiaal

36. …  Kd7  37.Th8

36…Le5 37.b7 Kd7 38.Th8! en op 38. ….  Lxh8 volgt b8D, en na 38. ….Lb8 Txb8 blijft wit een Toren voor;

36…Kf7 37.b7 Kg7 38.Tc1

 

Gerrit op stoom

FrGerrit1  FrGerrit1

12. Pe5? Waarom eigenlijk niet?

Daarom niet: 

12. …. Pxe5?  13. Lxe5  Ld6  14. Lxf6  Dxf6 15. bxc4 dxc4   Aldus Prof Ir G. v.D. (0k).

(Beter dan 12. …Pxe5 was volgens diens confrater  Prof Dr K. geweest dus 12.  bxc4  Lxc4  13.  Lxc4  dxc4  14. De2  =

Witte problemen na zet 17. d5?

FrGerrit2  FrGerrit2

Na  17.d5?   is gewoon 0-0 al sterk.  (Voor slaan op e6 hoeft zwart niet bang te zijn. Sterk zwart loperpaar, lastige zwarte pionnen op de damevleugel) En er zijn nu veel mogelijkheden goed.  Zwarts  17. ….e5 is niet slecht, maar toch minder. 

Eindstelling:

FrGerrit3  FrGerrit3

Zit er nu nog wat voor wit? Leuke pion op b5. Maar zwarts c3 is nog leuker.  Een witte vrijpion op d5. Maar ongelijke lopers! Ik zou het echt niet weten. Maar Prof Ir GvD en Prof Dr K  zijn het eens. Best wel remise. En Frank is al lang blij dat zijn natte krant netjes bij het oud papier kan.

Eindcorrectie moet nog plaatsvinden.

 

Interne 1 oktober

Een avond met twee verrassingen.

Ten eerste: Alweer een nieuw gezicht. Nou ja, niet helemaal nieuw, maar toch. Matthijs. Fijn, op de clubavond nog meer familie van de Zwaneveldjes.  (geloof ik)

Foto's groter of beter, klik erop.

2S7A4216MatthWEB   2S7A4216MatthWEB

En ook Koen er weer bij.

Ten tweede : Een adembenemende partij tussen Koen en Martin. Partij van de avond. Wat zeg ik:  Partij van de maand. Wat zeg ik, waarschijnlijk de Partij van het jaar.

2S7A4218MrtnWEB  2S7A4218MrtnWEB

Ik weet ook hoe het komt.

Eerste: Martin is (dat zei Ron ook al tegen me)  momenteel in blakende vorm. Net als vorige week: geen enkele echte fout. Maar nu in stellingen waarin de fouten voortdurend  voor het opscheppen lagen. En nog mooier dan vorige week: niks geduldig afwachten, maar met actief spel.

Tweede: Die Koen heeft zich duidelijk ontwikkeld tot schaker die het risico niet schuwt. Hij was niet te beroerd om enigszins aanvechtbaar een stuk te offeren tegen 2 pionnen, omdat de stelling dan levendig werd, hopelijk zelfs hectisch, en de tegenstander dan alle zeilen zou moeten bijzetten om in de race te blijven.   Nou dat klopte, dat van het hectische, en dat van al die zeilen en dat van het in de race blijven.

De partij tussen Bert en Ron was voor de buitenstaander niet heel super-spectaculair, maar voor de goede verstaanders wel. Te weten de combattanten zelf. Ron experimenteerde met een voor hem nieuwe opening, waarvan Bert zei niets te weten, maar waartegen hij natuurlijk wel weer intuïtief een redelijk goede aanpak bedacht, waardoor het lang gelijk opging. Toch kreeg Ron gemakkelijk met zwart tenslotte een prettige stelling, maar wist toen niet goed meer hoe het verder zou moeten en bood al na 22 zetten remise aan. Bert vond het best.

Jos mocht onze nieuwkomer M. een beetje schaakles geven. En dat doet Jos dan opzienbarend enthousiast. Vrijwel de gehele avond. (Nadat hij hem voor de interne had ingeblikt.)  Heel belangrijk werk, want hoe eerder Matthijs volwaardig met ons meedraait, hoe beter voor ons kluppie.

Ook Gerrit  moest ondervinden dat Herman de opening meestal keurig doorkomt. Hij had er duidelijk moeite mee om een zwakte in Herman’s opstelling te vinden. Tot er een foutje sloop in Herman’s gedachtengang en Gerrit daardoor uiteindelijk toen toch nog soepeltjes won.

2S7A4221AbWEB   2S7A4221AbWEB   

Herman zit even te spieken.

Ab demonstreerde dat hij na medisch ingrijpen weer goed zicht had. Ook op de stukken, want Peter kreeg weinig kans. Die  stond al vrij spoedig slechter. Maar ook omdat Peter puur uit sportiviteit Ab toestemming had gegeven een verkeerde zet terug te nemen. Van welke gelegenheid Ab gebruik maakte om gelijk dan maar een toren te winnen.  Peter dacht wat terug te krijgen toen hij de dame van Ab in de doos mocht stoppen, maar mocht hierna ervaren dat een Dame (alleen) tegen een Toren plus drie stukken absoluut kansloos is. Ab’s stukken bleven elkaar dekken. Ab nam geen enkel risico, maar toch was  Peter al spoedig ook nog een handje pionnen kwijt, en toen zag zelfs hij het niet meer zitten.

Wat highlights:

Eerst van de Partij van de eeuw:

Martin – Koen

Van af de 15e zet stond wit duidelijk beter. Hoewel alle toeschouwers zich toen gingen afvragen of zwart misschien zijn paard kon gaan offeren op h4. De zwarte dameloper, en de dame zullen snel ter plekke zijn en de witte koningsstelling is dan een puinhoop.

Martn1 Martn1

Koen zat daar natuurlijk ook zwaar over te peinzen, maar besloot het nog even uit te stellen.  16. ….. Lh3  Wat er wel leuk uitziet, maar eigenlijk de aanvalsmogelijkheden niet verbetert. 17. Te1 De vraag blijft hetzelfde: Doen we het of doen we het niet?

Martn3  Martn3

Pxh4 leek mij niet goed. Hier lispelde ik tegen Jos waarom ik dacht van niet.  Die hielp me uit de droom. Het was inderdaad niet goed, maar om een andere reden dan ik verzonnen had. Mijn idee was gewoon een ouwemannenblunder. Ik  dacht hier aan 17. …  Pxh4 18. gxh4  Dxh4 

Martn4 Martn4

en nu 19. Lf5 om die gevaarlijke loper te neutraliseren waarna wit het tegen die Dame alleen wel zou kunnen redden. Alleen hielp Jos  me even uit de droom.  Helaas, na eenvoudig 19. …..  Dg5+   gaat wit dan gewoon mat. Maar Jos zag bij zet 17 dat 19. Pf5 veel sterker was, en de aanval waarschijnlijk zou laten doodbloeden. Had Koen dat dan niet gezien? Martin kennelijk wel, want die speelt dat prompt. Maar misschien zag Koen bij zet 17 al dat er hierna toch nog voldoende mogelijkheden zouden overblijven om in troebel water te vissen.  19. Pf5!  Dg5+  20. Pg3 (de pointe van Pf5)  'Nou' dacht ik, 'dat was het dan wel!'  'Maar hallo! Wat zie ik daar nu gebeuren?' Ik slaak een kreet van verbazing. Koen zie ik stiekem zitten gniffelen. Die weet al lang dat hij langs de rand van de afgrond loopt, maar vindt het leuk om het toch nog even lekker spannend te maken!

Martn5  Martn5

20…..  Te3!? Nuchter bezien, door Prof. Dr K.,  zijn er minstens 8 zetten wat beter, maar verliezen gaat zwart altijd. Alleen met deze lollige zet 20…… Te3!? moet er nog wel even heel stevig nagedacht worden.  Wit kan nog gemakkelijk fouten maken.

Martn6  Martn6

Maar daar begint Martin vanavond niet aan.  21. Lxh7!  Prachtig. Subliem. En dan te bedenken dat er voor wit al tijdnood begint te gloren.  (Ook Kh2 had gekund, maar ……. alle (!!)  andere zetten van wit zijn fout!! Het ergste is natuurlijk 21. fxe3 wegens Dxg3 en mat op de volgende     21. Kh1 is  nog het beste, maar na 21. …. Dh4 houdt zwart licht voordeel.  Na 21. Lf5? kondigt de computer na 21.  ….  Txg3+  mat in 9 aan.  Ook na 21. Le4? d5 krijgt zwart groot voordeel. Dus een stelling om zachtjes van te genieten. ) De geheime bedoeling van 21. Lxh7 is niet dat pionnetje, maar dat zo het veld d3 vrij komt voor de d-toren, die dan mee kan verdedigen.  Moet je natuurlijk ook wel even zien dat voor zwart het slaan van die loper op h7 (de dekking van de loper door wits dame is heel even versperd door Td3)  niet in aanmerking komt wegens Txe3+)  21. … Kh8  22. Td3!  21. Te6  Natuurlijk ziet Koen wel dat Txd3 dan maar het beste is, maar hij wil in troebel water blijven vissen. Zijn toren heeft hij daarbij absoluut nodig. Niet ruilen dus.

Martn7   Martn7

Als zwart nu maar iets met d5 en Ld6 kon, maar daar krijgt hij de gelegenheid niet meer voor. 23. Lc1!  Er zijn hier meer prima mogelijkheden, maar dit is duidelijk zichtbaar dwingend, dus ook heel goed. 23. …  Dh4  24. Lf5! (op h7 kon die loper nu dus wel geslagen worden, met de dame, maar dat staat wit natuurlijk niet toe. Bovendien kan de loper op f5 korte metten maken met dan zwarte ding op h3. )

Martn8  Martn8

Nu moet zwart eigenlijk wel de loper ruilen, maar Koen blijft zeuren.  Waar haalt die vent al die listen vandaan? 24. ….  Tf6  Nu zou wit van alles kunnen, en 25. Lg5 is zeker niet de beste, maar dat maakt helemaal niet uit. Hij is meer dan goed genoeg. En toch ook wel weer vernuftig. En vraagt denkwerk, terwijl voor wit de tijd op de klok nu echt begint te dringen.

Martn9  Martn9

25. …  Dxg5 ( de dame heeft geen enkel veld om de benen te kunnen nemen) Nu is de dekking voor de loper weg, zo  dan ook deze aanvaller nog even opruimen, dan wordt het overzichtelijker.  26 Lxh3  Het is wel duidelijk, het feest is nu voorbij. En toch blijft Koen sarren. Wit moet alsmaar blijven uitkijken voor voetangels en klemmen. In tijdnood!

Martn10 Martn10

34. ….  Dxa2, even een tussenzetje met een dreiginkje voor we die toren op a6 in veiligheid brengen. (zwart dreigt mat met Db1)  35. Dc1!  Th5

Martn11 Martn11

36. Te8!!!!  Er is hier natuurlijk veel goed, maar dit is de allerallerbeste! Je moet  het maar zien in tijdnood.

Op 36. Kg8 volgt Pe7+. Dit kost dus materiaal! Koen steekt dus nog maar een stuk in de onderneming. 36. …..   Dxb3  37. Txf8+   (twee stukken achter, tegen 3 pionnen)

En zelfs dan verzint zwart  nog een valletje:

Martn12  Martn12

39. …. Dxg3!?  (40. fxg3??  Txh1  en 41. …  Txc1 en zwart staat beter!)  maar ook wit is nog steeds wakker:  40. Lxg6+ !! Perfekt Nog een aanvaller geëlimineerd. Wit heeft nu echt niets meer te duchten, en staat een toren voor. Koen had het nu gevoegelijk kunnen opgeven, maar speelt nog door op de klok. Maar Martin vluggert het prima uit.

Een inhoudsrijk potje, om het voorzichtig uit te drukken. Grote waarderding voor Koen’s vindingrijkheid en moed, en complimenten voor Martin’s techniek, concentratie  en vasthoudendheid.

Gerrit-Herman

Onderstaande stelling waardeert Prof Dr K als vrijwel gelijk.

Hermn1  Hermn1

Het is denk ik voor alle schakers van ons niveau lastig om te bepalen hoe dat nu verder moet. Zwart heeft een mooi centrum, maar  wat doe je ermee?  Als je er iets mee doet ben je het zo weer kwijt, of staat de boel moervast. De schaakprofessor ziet het meest in ruilen op c4, en dan Lc7, Pb6, en a6. Gewoon zoveel mogelijk laten staan dus van dat centrum en elders wat verzinnen. En dan later proberen te profiteren van het feit dat wit minder ruimte heeft op de koningsvleugel. Maar dat is wel heel erg strategisch geschuif. Herman echter vindt dat het tijd wordt om eens een beetje richting wit te gaan schuiven:  19. ….  Ph5? 20. f4?  ( cxd5!!  en bijv. Dxd5 mag niet wegens alsnog 21. f4! en het paard op h5  gaat verloren)  Phf6 21. Lc3 (21. cxd5!? Pxd5  22. a4 met nog beter spel voor wit)

Hermn2 Hermn2

21. ….. Pg4?? (21. … Lc7!?  of  21. dxc4!?)  Maar 21. ….  Pg4 laat pion d5 in de kou staan. Dit is de echt verliezende fout. )  22. Lxd5 !  en nu is het wel over.

Bert- Ron

Ron1 Ron1

Ron:  “Ik bereikte minstens een gelijke stelling waarin er kansen waren op aanval. Dat was dus toen jij me zei dat je niet van de zwarte opstelling hield. Maar ook Jos wilde de zwarte opstelling wel spelen. Beter dan mijn Kh7 is dus Pf5 om daarna ook f6 te kunnen spelen.  Maar ik ben zeker tevreden over mijn spel in deze variant.”

Ron2  Ron2

“Jammer was dat Bert geen Pf4 speelde (maar f4), want ik was van plan een kwaliteit dan te offeren, wat goed blijkt te zijn.”

ES:     19. Pf4 Txf4  20. gxf4 Txf4  21. Pe2  Tg4+  (-0.85)   

Ron3  Ron3

“I.p.v. 21. …..  Th8 kan ik dus beter ….   Kg8 spelen om met mijn dame te switchen naar g7 of h7. Dat stelt wit voor grotere problemen.”

Ron4  Ron4

Ron:  “De slotstelling is ingewikkeld. Ik zag niet goed hoe ik na g4 van hem verder moest, er waren allerlei dreigingen en we hadden beiden nog maar 35 minuten op de klok. Ik bood dus remise aan. Ik stond misschien nog wat beter, maar Bert is veel beter in het eindspel. Daar wilde ik het met een beperkte tijd niet op aan laten komen. Bert accepteerde direct. Het was een leuke en leerzame partij. “

Het is me al vaker opgevallen dat de allerbeste schakers (Kramnik, Leko, Giri ) voor de toeschouwer minder smakelijke  partijen spelen dan die van het tweede échalon.  Dat was vanavond in het Beemster Eethuis dus ook zo.

Oh sorry! Dat neem ik terug.

eindcorrectie moet nog volgen

 

 

 

 

Ronde 3 Verbazing

Wat me het meeste opviel vanavond was de bijles voor Gerrit. Dat hij een hekel heeft aan openingstheorie maar desondanks op ons niveau dankzij andere kwaliteiten toch meestal aardig weet mee te draaien, dat wisten we wel. Maar dat hij zelfs het overbekende ‘schijnoffer’ niet zou herkennen dat verbaasde me toch flink.  Jos gaf bijles.

Dat Herman de opening  uitstekend speelde was niet verbazingwekkend. Dat hij meestal weet hoe dat moet, dat wisten we wel. En dat hij dan daarna iets verschrikkelijk belangrijks totaal over het hoofd ziet, verbaast ons ook niet meer zo. Paul verzorgde de leerzame toelichting. Twee vrijpionnen in het centrum werden soepeltjes  richting 8e rij gestuwd, waarvan er één tenslotte na een lollig offer van Dame tegen Toren tot koningin gekroond zou worden.

Dat Ron na een zet of 10 in iets betere stelling ineens Martin remise aanbiedt, vond ik wel verbazingwekkend. Ik denk dat we allemaal wel weten wie de meest eerzuchtige en leergierige schaker is van ons kluppie. Nou op dit moment bleek dat dus even niet (nou ja, later op de avond wel weer).  En verrassend vond ik dat Martin het aanbod afsloeg!

Ik herinnerde me gelijk mijn partijtje (Diemer!) tegen Martin in februari 2010 in de kantine van het ijsclubterrein, waarin ik hem in wat betere stelling na zet 13 remise aanbood. In mijn eigen database vind ik terug:  ‘wit biedt remise aan in iets betere stelling omdat de temperatuur niet te harden was. Het was 13 graden! Ik zat te bibberen in mijn winterjas, en kon me echt niet concentreren. (0.40)’ Dat aanbod nam Martin destijds wel aan. Maar misschien wilde ook hij destijds terug naar de kachel thuis.

Maar nu was het een milde nazomeravond, en nu ging het anders. Martin dacht een poosje na en sprak toen plechtig:  “Nee, want ik vind het niet erg om te verliezen!”   Ieder die mij langer kent, zal kunnen begrijpen hoe zo’n uitspraak op uw belachelijk faalangstige wepmeester zal overkomen, namelijk als zeer bewonderenswaardig, zeer verbazingwekkend en navolging waard. Ron zette de rest van de avond op het bord met zijn stukken leerzaam uiteen waarom Martin het misschien toch beter had kunnen aannemen. Want tegen Ron in vorm valt weinig eer te behalen.

Enkele verbazingwekkende momentjes:

Het  'schijnoffer’

Gerrit1 gerrit1

Normaal speelt Gerrit altijd d6, eerst Le7 en daarna pas Pf6. Omdat hij ten onrechte doodsbenauwd is voor Lc4 en Pg5. Maar eindelijk gaat hij het nu actief aanpakken!  En jasses , dan is het weer niet goed!  

Toen ik voor het allereerst aan openingentheorie begon ( ik was 14 jaren jong) leerde ik eerst in een boek van Euwe de grondbeginselen van de open spelen. Over het zwakke veld f7. Over het tweepaardenspel. Over het schijnoffer.  Dat was zijn eerste onderwerp. En als ik later schaakles gaf aan beginnertjes was het na ‘de loop der stukken’ dus ook een van mijn allereerste onderwerpen. En ik leerde ze dan dat  (na 1.e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Pc3 Lc5??) nu 4. Pxe5 een prima zet was. Omdat na 4. … Pxe5 5. d4! Ld6 6. dxe5 Lxe5  7. Ld3 Pf6  8. f4  de witte stukken lekker staan. Maar….  , zei ik erbij, vooral een prima zet omdat hun aanstaande tegenstandertjes zich lam zouden schrikken. Die zouden denken : ‘Goh, die knul (meiden schaakten toen nog niet) tegenover me, wat kan die goed schaken!!  Wat die allemaal achter het bord ziet!’   En die schrik zou hun schaakkracht niet ten goede komen!  Waarschijnlijk was dat ook nu het effect. Samenspraakje voor twee heren:  Eddy: ‘Wat? Is het nu al afgelopen?” Jos: ”Ja, Gerrit was waarschijnlijk een beetje geïntimideerd en ging toen een beetje te wild spelen.” 

Maar….  ,  ik had het hierboven over ‘andere kwaliteiten’ van Gerrit. Bij hem moet ik altijd denken aan zo’n taaie verdediger bij het voetballen die je als je hem voorbij bent daarna nog een keer moet passeren. Want eigenlijk redde hij zich er best wel een beetje uit, ook al omdat Jos wel sterke, maar ook niet altijd de allersterkste voortzettingen benutte.

Gerrit2  Gerrit2

Na 9. LxPe5  fxe5  is er volgens Prof Dr K eigenlijk nog niet eens zo heel veel aan de hand. (0.40 voor wit. Daar valt op een mooie nazomeravond nog mee te leven.)  Maar OK, je ziet als zwartspeler best wel moeilijkheden. Korte rochade? Na Dc4!? Brrrr.  Lange rochade dan maar? Maar daar moet ook nog wel heel veel voor gebeuren. Gerrit’s oplossing wordt door Jos terecht gekwalificeerd als ‘te wild’  9. …  Pc6 ? tussenzetje, aanval op de dame, maar die trekt zich daar niets van aan  10.Lxf6! ( als jij de mijne, dan ik de jouwe, en zwart is dan een stuk kwijtgeraakt )  Dxf6  dan maar 11.Dxf6 gxf6 12.Pd5! met aanval op c7 en op f6. En na …..  0–0 13.Pxc7 gaf zwart op omdat hij ook nog een derde pion verliest. 

Gerrit3  Gerrit4

Nu hoop ik maar dat Gerrit vanaf heden ook het schijnoffer in zijn repertoire heeft, en heel gewoontjes 3. …. Pf6 gaat spelen.

Gerrit3  Gerrit3

Om na bijv. 4.  Lc4 alsnog wel Lc5 te kunnen spelen. Want nu gaat een schijnoffer voor wit niet meer want na 5. Pxe5 Pxe5 6. d4 slaat zwart de loper op c4!  En voor Gerrit’s angstbeeld Pg5 met dubbele aanval op f7 hoeft hij niet bang meer te zijn want nu volgt gewoon 5. …  0-0.  Grappig is dat na 4. Lc4 nu zwart ook kan kiezen voor hetzelfde schijnoffer maar nu aan de overkant.  4. … Pxe4!  5. Pxe4  d5!  Ook niet slecht.

Ik denk dat als Strik bovenstaande leest, hij niet wacht tot het eind van het seizoen, maar Gerard Groot nu gelijk voorstelt ons ogenblikkelijk te degraderen naar de 3e klasse. Een club met zoiets kinderachtigs op de site, dat kan niks wezen. (Maar ikzelf  hoop een beetje dat er misschien nog wel iemand is van onze club of van buitenclubse lezers die er toch nog iets aan heeft. Vandaar!  Sorry!)

Na een wat moeizame Engelse start waarin wit (Martin)  een iets betere stelling verwerft die wat later toch minstens gelijk is, geeft hij Ron een kans om te gaan aantonen dat hij beter remise had kunnen accepteren.

Martin1  Martin1

11. ….  Pxd5!   Ja , daar moet je altijd rekening meehouden met zo’n hangend paard op h4. Wint zwart zo gewoon een pion? Jawel, maar wit kan voldoende compensatie houden na 12.exd5! Lxh4 13.Dg4! Lf6 14.0–0 0–0 15.Pe4!

Martin slaat echter terug met zijn paard 12. Pxd5  wat logischer lijkt, maar het blijkbaar niet is. Ron verzorgt de uitleg :    12…cxd5 13.Pf5 (natuurlijk, maar …. ) d4! en dat wordt een verschrikkelijk griezelige engerd! 

Martin4  Martin4

14. Ld2 zal wel moeten, slaan op g7 kost na Kf8 een stuk  14. …  Lf8! (rare plek, maar slechts tijdelijk want met g6 verdrijft zwart daarna het paard op f5 en daarna komt te gelegener tijd die loper wel weer terug in het spel) 

Hierna doet Martin best wel veel heel goede zetten, maar ja hij blijft een pion achter en maar ja,  die griezel op d4. Zwart dringt op:

Martin5   Martin5

25 Pg4?  Waarom dat vraagteken? Omda 25.Pd3!? had gemoeten. Want die vrijpion op d4 wordt levensgevaarlijk als hij niet gestopt wordt (liefst door een paard).   Moge ik Martin bescheiden herinneren aan mijn bepreking van Nimzowitch'   'De blokkade van de vrijpion'   van 4 maart 2014.    

25. …… d3!! 26.  Dd2  Als ik me goed herinner vermeldt Nimzowitch al dat een vrijpion ook al gevaarlijk kan zijn omdat hij met opstomen velden vrijmaakt voor andere stukken. Eventueel zo zelfs geofferd kan worden. En ja hoor, dat weet Ron!  26. ….. Td4!  wat ook nog een grapje mogelijk gaat maken.

Martin3  Martin3

27.Pe3? Txe4 28.Dxd3? hèhè weg dat akelige misbaksel. Ja, maar …..

Martin6  Martin6

28. …..  Txe3!!!!!  Wit geeft op. Als hij terugslaat verliest hij zijn Dame na 29. …..  Lc5.

Een verbazingwekkend lesje vrijpion.

Ben benieuwd of we met twee zeer welkome immigranten uit andere culturen (hoera) maandag as. kans zien een resultaat neer te zetten dat verbazing wekt. Gezien de kracht van de tegenstanders.

Eindcorrectie moet nog volgen

Ronde 2: Stefan’s eervolle aftocht

Omdat Paul en Bert en Peter met vakantie zijn, en Frank aan het werk (?) had ik niet heel veel te doen deze avond. Gelukkig werd dat gecompenseerd door de kwaliteit van de partijen.

Ab kreeg geen kans tegen Gerrit. Die speelde de opening dit keer wel actief en daardoor raakte Ab al snel in de problemen, wat resulteerde in verlies van een pion. Daarna greep Gerrit  begrijpelijkerwijs terug op zijn favoriete recept: afruilen en het eindspel winnen. Omdat ook nog zwarts pionnenstelling wat minder was, had hij daar weinig moeite mee.

Daarna speelde Gerrit een vriendschappelijk potje met de vanavond tegenstanderloze Herman, die toch weer liet zien dat hij best al veel begrijpt van het spelletje, en van Gerrit aanmerkelijk meer energie vroeg dan die  voor zijn echte partij van vanavond nodig had.

Foto’s groter of beter, klik erop!

2S7A4127WEB  2S7A4127WEB

Stefan (wit) speelde zijn laatste partij van dit seizoen. Helaas voor ons blies hij dus gisteren de aftocht, maar wel heel welluidend. Hij speelde een heel mooie partij tegen Ron.

Diens nieuwe tactiek is : openen met niet erg uitdagende zetten, dus heel kalmpjes aan beginnen, nog niet streven naar openingspret, en dan pas later de grotere ervaring omzetten in voordeel, liefst in een aanval. Nou dat lukte tegen Stefan eigenlijk totaal niet.

Stefan1   Stefan1

Zo’n stelling lijkt toch bedriegelijk op een potje dammen. Al die witte pionnen op zwarte velden. Heet dat bij dammen dan een hekstelling? Weet ik veel. Weliswaar is door dat beton in het centrum  de actieradius van de zwarte koningsloper (tijdelijk!) niet erg geweldig, maar die witte dameloper zit in de bunker en komt er nooit meer uit, en zal de hele partij vrijwel machteloos blijven toekijken. Ik houd niet van zulke opstellingen.  Ik denk dat die pion van c3 beter naar c4 had gekund, waarna je even beter op de diagonaal richting je koningsteling moet letten, maar er ook meer leven in de brouwerij komt.

Ook Prof. Dr K. vindt al gauw dat zwart wat beter staat. En hoewel Ron hoofdschuddend peinst en peinst, dat blijft bijna de hele partij zo. Ron zegt na afloop dat Stefan creatief speelt. Dat is zo. Hij rocheerde bijv. niet, en dat blijkt een goede strategie tegen een machteloos naar aanval speurende tegenstander.

Stefan2  Stefan2

Hier verwachtte ik natuurlijk  20. …   e6 en daarna misschien Kf7 en verdubbeling  van de zwarte torens op de h-lijn, of gedoe langs de c-lijn. Maar intussen begint Stefan in tijdnood te raken. En hij wordt nu wel heel creatief.  Of gewoon even onachtzaam?  20.  ….  Kf7!?  Kun je gewoon die pion op d5 in de steek laten?  ‘Wat nu weer’ zal Ron gedacht hebben. Ik zou vrijwel zonder aarzeling die pion gepakt hebben.  Maar tot mijn  verbazing pakt Ron niet. Thuis blijkt:  Die twee gozers zitten wel een heel sterk potje te schaken. Tot mijn verbazing ziet Prof. Dr K. wel degelijk enige compensatie na 21. Lxd5+  na ….  e6 en daarna … Lc6.  Dus moet het beter. Maar niet met 21. Kg2 wat Ron speelt, maar met 21. a5   en pas na 21. …. Dc7  22.  Lxd5+ e6  23. Tfc1.  En dan zou de stelling ongeveer in evenwicht zijn. Zwart staat een pion achter maar zou na Th4 voldoende compensatie hebben. Hoe subtiel allemaal.  Als ze het niet  echt gezien hebben dan demonstreren ze hier toch beiden een indrukwekkende intuïtie!! Maar na 21.  Kg2?   ( Ik stond hier wel even aan Tf2 te denken om de h-lijn met Th2 te neutraliseren maar dat blijkt slechts tot hoongelach bij mijn schaakhoogleraar te leiden)  zou zwart na alsnog 21. ….  e6! gewoon flink beter staan. En weer verbaast S. vriend en vijand. 21. …..  Th4!?.  Ook niet slecht.

Stefan3  Stefan3

En nu is slaan op d5 nog zwakker: 22. Lxd5?  e6  23. Lf3  Lc6! Het gevaar zit in de hierna optredende dreiging van de verdubbeling der torens op de h-lijn.  En dat ziet Ron natuurlijk ook alweer, dus  22. Th1  Thd8 ?  tijdnood!  (Sterker is 22. …  Txh1 !  23. Txh1  Lxa4 !)  23. Txh4 Txh4 Nu zou de stand gelijk moeten zijn.

Hierna volgt een wat rommeliger deel tot Ron op de 28e zet risico’s gaat nemen om het ingewikkeld te maken, erop vertrouwend dat Stefan dan door ’n klok zal gaan. Zelf heeft hij (slechts ) enkele minuten meer. En dat gebeurt ook, na 30. d5

Stefan4  Stefan4

Ik hoor dan Ron “troostend zeggen: “Je stond nu toch verloren!” Maar dat is helemaal niet zo. Ron had grote risico’s genomen met 28. e4 en met 30 . d5.   Na 30. ….Th5! (en ook een beetje na 30. ….. e3)   staat zwart veel beter.

Maar al met al een fraai manlijk gevecht, waarna Stefan met opgeheven hoofd het vliegtuig mag betreden. Een eervolle aftocht!   (Het lijkt me het beste dat we een crimineel inhuren om zijn retourticket te stelen.)

Latere mailreactie van Ron: ‘Wat was het spannend en wat is hij goed geworden! Hij speelde origineel en sterk en stond dus beter tegen mij. Alleen op het eind ging hij in de fout (door tijdnood) door geen e6 te spelen en niet zelf eerst de torens te ruilen. Jammer dat hij zover weg woont. Een kanjer.    Groet, Ron'

 

Evenzeer mooi was de partij van Martin (wit) tegen Jos.

2S7A4125WEB  2S7A4125WEB

Ik gebruik hierna Jos’ reactie (in blauw ) en zal kanttekeningen van Komodo (in groen) en vanmezelf (in zwart) bijvoegen. 

Gisteren tegen Martin vond ik ook een spannend partijtje. Martin begon met een wel erg timide opzet , waarbij ik buiten de remise-stellingen probeerde te blijven.

Martin1  Martin1

Martin had bijvoorbeeld op de 6de zet volgens mij de mogelijkheid 6. Df3 te spelen i.p.v. Le2 om na Pc6 dan 7. d5 te spelen en door te schuiven naar d6. Martin zag daar vanaf omdat hij dacht dat Ta8 vergiftigd was, en het zou leiden tot damevangst, maar dat leek mij niet waterdicht.  (Komodo ziet geen overwegend bezwaar tegen Df3, maar vindt 6. a3 hier sterker)

Omdat de partij strategisch werd, zette ik een andere bril op en vergat even het tactische deel toen ik 8 Dc8 speelde.

Martin2  Martin2

Dat was helemaal gericht op de stelling zoals die op de 15de zet op het bord gaat komen, maar vergeet even iets belangrijks. Martin had direct uit kunnen halen met 9. Pc3-b5 (of a3) maar speelde te gehaast eerst 9. 0-0. En toen ging de kans voorbij om me in een ronduit slechte stelling te plaatsen. Ik moest een concessie doen met 9. ….  cxd4 maar toen dekte de loper de zwarte velden weer even. 10. Pb5 Le7  11. exd4  a6!  En daarna kwam het strategisch weer helemaal goed waarbij ik dacht erg goed spel te krijgen tegen een geisoleerde d-pion met een verzwakt wit damevleugeltje omdat eerder Martin gedwongen was geweest b2-b3 te spelen.

Martin3  Martin3

En juist op dat moment begon Martin weer uit te halen door de voor mij onverwachte manoeuvre Pe2-g3-h5 gecombineerd met Dg4.  (neemt niet weg dat zwart beter staat)   Gelukkig kon ik met keepen overeind blijven , maar wel benieuwd of na-analyse toch nog kansen voor wit naar boven brengt.

Hier komt-ie:

Martin5  Martin5

17.Te1? (17.Tc1!?)  17…Lf6?? (Hier verdampt het  zwarte voordeel. En wel wegens het door Martin inderdaad gespeelde  plannetje met Dg4)   (maar heel veel zetten zijn hier sterker : Een Toren naar d8 of naar c8, of Pf6)   18.Dg4!

Martin6  Martin6

Tfd8?   (Zwart kan het gelijk houden met 18…g6 19.Pge4 Lg7=)  19.Ph5! De7? (kan wat beter : 19…Kh8, maar zwart staat toch altijd minder)

Martin7  Martin7

20.Pe4? Dat ziet er toch als heel logisch uit. Maar…  bij een vorige partij van Jos schreef ik: Waarom de betere speler (die complicaties oproept) geen gelijk heeft, maar het wel krijgt. Hier dus weer! (heel sterk was i.p.v Pe4 geweest 20.Lh6!! g6 21.Pxf6+ Pxf6 (21…Dxf6 22.Lg5) 22.Df3 Pe8 23.Tad1 met prachtig spel voor wit (of 23.d5) )

20…Lxd4  Jos grijpt zijn kans! en ja hoor, hij profiteert nu toch ten volle van die eigenlijk mindere zet Lf6   21.Lg5 f6  er  staan nu twee witte stukken in, maar dat is nog niet erg

Martin9  Martin9

Martin had het ongeveer gelijk kunnen houden door de loper op g5 te houden en te spelen 22.Tad1! fxg5 (22…Pc6 23.Txd4! fxg5 (23…Pxd4? 24.Pexf6+ Pxf6 25.Lxf6 Df7 26.Lxd4 met groot voordeel voor wit) 24.Tdd1 h6 met gelijk spel) 23.Txd4 h6 24.h4  =

maar het wordt wel erg na 22.Lh6??

Martin8  Martin8

22…f5! [wint een stuk]  23.Dg3 fxe4

Wit geeft op. Vooral de laatste fase was spannend en ik kan me voorstellen dat Martin wel een beetje teleurgesteld is. Hij deed het lang erg goed en had eigenlijk meer verdiend.  Maar Jos kan er wel met plezier aan terugdenken:  ‘Was voor ons beiden een goede warmloper voor het komende seizoen.’

eindcorrectie moet nog volgen