Categorie archief: Interne competitie

1e ronde, mat in 6

Er was gerekend op 6 tafels in 2 kamers! Maar dat bleek niet nodig. Er waren wat afzeggingen. Daarbij nota bene Ron. Nou als die niet komt omdat hij ‘niet lekker’ is, word ik een beetje ongerust. Die is er nu werkelijk altijd!!

Zes schakers. Maar wel heel veel belangstellenden: dit keer 2 hondjes en 3 katten.

In deze eerste ronde moest bijna iedereen nog een beetje op gang komen. Er ging af en toe wel wat fout. Maar dat maakt het voor de toeschouwer juist leuk, en voor de betrokkenen juist spannend. Het leverde ‘hersenfitness-opdrachten uit eigen keuken’ op.

Arend (tegen Ab) had na een nette, vrij degelijke opening (met zetverwisseling een soort Pirc) even geen erg in het gevaar van een penning en verloor een paard.

AbArend8Lg5

Na 8. Lg5       8……   d5 ??   (0-0 met ongeveer gelijk spel) 9  e5 met stukwinst

Maar Arend verwerkte die tegenslag als een man, en bleef serieus zoeken naar mogelijkheden. En dat lukte ook nog. Niet dat er echt compensatie was, maar Ab moest wel erg goed blijven opletten. Die dacht zelfs spoedig dat hij het allemaal al verprutst had. Ook toen dat nog niet echt terecht was.

Misschien was Ab toen ook gewoon een beetje nerveus van al die beesten die bij baasje Arend voor rugdekking zorgden.

2S7A8192WEB

Maar zijn paniek werd ineens wel terecht, want bij zet 30 zat er plotsklaps echt een winnende zet in voor Arend. Dat zou de beloning geweest zijn voor diens vechtlust. Maar m.i. wreekt zich dan bij  hem wel eens (wegens nog een beetje te weinig recente ervaring?) het geduld voor de koele berekening, als hij wel voelt ‘dat er iets in moet zitten’.

1e ‘hersenfitness’:

Ab – Arend (30.Pc4 )

Na    30 . ….Te1+ (aftrekschaak)    en    31. Kh2  Dg1+  wint zwart een toren.



Hierna bleef  Ab zijn stuk voorsprong behouden en was Arend in het eindspel natuurlijk kansloos, ondanks nog steeds vernuftig zoekwerk.

2S7A8189WEB

Ook Matthijs gaf een stuk weg tegen Paul. Die liet zien dat hij er toch wel weer zin in heeft en speelde de hele avond zeer geconcentreerd. Matthijs probeerde nog wel wat, maar kreeg geen kansen meer en heel geduldig  (hij wel!) schoof Paul met zijn stuk meer zijn stelling solide richting koningsaanval.

Dat leverde uiteindelijk een mooi plaatje op. De door Paul knap gevonden winnende combinatie had  twee zetje eerder ook al gekund, maar dat doet weinig af aan de schoonheid ervan.

(2e ‘hersenfitness’, mat in 6!)

Mathijs – Paul (38.Dc4)

30 … Txg2!!

Als u Paul’s diepe gedachten niet zelf kunt bedenken, het ging aldus:



2S7A8191WEB

Martin  speelde eens niet zijn favoriete 1.c4  maar 1. e4. Hij rekende natuurlijk op de Kan-variant van het Siciliaans, maar Bert zal wel gedacht hebben dat Martin zich voorbereid had, en reageerde lekker anders. En zo werd het Spaans. Beide spelers zaten dus op wat minder bekend terrein. Kennelijk geen probleem, want  Powerbook geeft aan dat het 9 zetten lang toch ook theorie is. Kun je nagaan hoe sterk ze zijn! Martin houdt het met zwart redelijk in evenwicht, maar wordt dan wat ongeduldig en zoekt wat te voortvarend de aanval . Wel zijn stijl, vaak met succes, maar tegen Bert ?

3e ‘hersenfitness’  Na 16. .. Dh4? wint wit een stuk!

2S7A8191WEB

16. ….. Dh4? Ikzag het gebeuren en dacht gelijk: is dit niet een beetje te snel? Maar zag niet zo gauw waarom. Prof Mr Dr K. natuurlijk wel:

17. Dd2! Wat een rare zet!? Nee, het draait om de dreiging f5 waarna Le6 verloren is. Dd2 jaagt Ld4 even weg en dat voorkomt dat zwart later op e5 kan slaan met dreiging mat in één. Bovendien zou zwart met de dame op e2 nog beschikken over een tempo met Lg4 waarna zijn loper in veiligheid is. Maar na Dd2 kan  wel alsnog f5 volgen,met succes!

Het is allemaal zo subtiel dat beide spelers de details missen. Begrijpelijk.



De betere stelling voor wit blijft, maar hij mist enkele mogelijkheden om daarvan te profiteren. Zelfs als de beide heren remise overeenkomen, staat wit nog steeds wat beter.  Ik vermoed dat Bert de remise heeft aangeboden, omdat hij de echte winst al een poosje niet had kunnen vinden en daar niet vrolijk over was.

Al met al een aardige schaakavond. Niet alle belangstellenden waren even enthousiast. Maar dat hoeft ook niet. Eentje stal m.i. desondanks vanavond de show.

2S7A8183WEB

Gezellige nieuwe start

“Gezellig toch!”  Zo werd ik ontvangen door onze eminente gastheer, in zijn prachtige boerderij in de buurt van Hobrede. Mede dankzij Arend Schuur kunnen we toch voorzichtig proberen aan een nieuw seizoen te beginnen, ondanks het zomaar ineens kwijtraken van ons oude domicilie, ten gevolge van akelige Corona-regels.

En gezellig was het. Je kon aan de glunderende gezichten zien dat iedereen er reuze zin in had: eindelijk weer eens een gezellig potje schaken. Na bijna een half jaar abstinentie.

Belangstelling genoeg. Verrassend: Bert Kaizer (helemaal uit Amstelveen) ,  en gelukkig ook Herman weer van de partij. Het liefst had ik iedereen een hand gegeven, maar dat mag natuurlijk even niet.

   2S7A8122WEB

Gezellige ambiance daar bij Arend. Doet niet onder voor de Beemster Eetkamer. In tegendeel. En de verlichting is beter!  En geen storende tafels met kakelende eetklanten in de buurt. Alles en iedereen voelde zich al gauw op zijn gemak. Ook de poes. Die begreep al snel dat ze van al deze vreemde vogels niets te duchten had. Gezellig toch!

   2S7A8129WB

Zo’n boekenkast aan de muur, dat heeft toch ook wel wat. Een slechte gewoonte van mij is dat ik niet kan nalaten daar stiekem in te gluren. Kun je je een betere voorstelling maken van de interesses van de gastheer. De inhoud kon mijn goedkeuring wel wegdragen.Ik  miste alleen een boek dat ik als jongere heb verslonden: Dr Vlimmen. Ook een film van gemaakt. Dat leek me, gezien de professie van de hoofdfiguur nu echt een boek voor hem. Maar waarschijnlijk heeft hij nog meer boekenkasten.

  2S7A8126WEB_2

Niet al te serieus zo’n eerste dag. Rondje vluggeren. De eindstand niet opzienbarend. Je kon hem voorspellen. Na een half jaar onthouding nog echt helemaal niks aan de krachtsverhoudingen gewijzigd.  Alles klopt, tot op procenten. Alweer wint Frank zo’n toernooitje. Daar maakt hij langzamerhand een gewoonte van.

  1. Frank              7,5  !!  uit 8 
  2. Ron                 7 
  3. Bert                 6,5
  4. Bert K2           4           uit 7
  5. Martin            3          uit 7
  6. Matthijs         3          uit 8
  7. Ab                   1          uit 5
  8. Arend             1          uit 8
  9. Herman          0          uit 8

Dat Arend na jarenlange onthouding nog op gang moet komen is logisch. En dat gaat zeker lukken. Dat Herman er weer is,  is geweldige troost.

  2S7A8124WEB_2

Maar het moet me toch even van het hart dat al die gezelligheid wel een keerzijde heeft. Niet alleen dat van 1,5 meter geen sprake kan zijn op die ene belangrijkste tafel. Maar vooral de belangstelling voor andere partijen als je zelf klaar bent, maakt dat gemakkelijk deze regel wordt vergeten. Dan zie je een kluster van schaakvrienden bij elkaar. Niemand valt iets te verwijten. Dat gaat nu eenmaal vanzelf. Net als op het feest van Grapperhaus. Maar of dat nu wel slim is? De meeste besmettingen schijnen te ontstaan bij vrienden-en familiebijeenkomsten.  En dit is ook zo’n vriendenbijeenkomst.

Als iedereen nog speelt dan gaat het wellicht nog wel.

Wat valt eraan te doen? De gezelligheid wil niemand missen. Hoe moet dat dan? Mondkapjes? Jasses. Afspraken met elkaar, en je daaraan houden? “Blijf zitten waar je zit, en verroer je niet!”  Lastig. Ik heb geen idee!

Maar het moet m.i. wel een beetje anders.

Er zullen er wel zijn die het overdreven vinden. Zij in ieder geval wel! Die vindt gewoon : gezellig toch!

 2S7A8133WEB


Ouwe kost 1

Ik was voor iets heel anders oude CD’s met fotobestanden aan het doorspitten, toen mijn blik viel op : ‘Website AdH 2006”.  Tjonge! Dat is lang geleden! Even kijken.

Ik zag foto’s van schaakleden toen. Maar ook bestanden van partijen van toen.

Ouwe kost. Maar wel kostelijke kost!

Het leek me een idee om in deze moeilijke clubloze tijden er iets mee te gaan doen.

Ik zou de analyses van mijn Fritz 8 van toen kunnen vergelijken met de analyses van mijn Komodo 10 van nu. Of ik kan misschien leuke stellingen terughalen. Of ik kan mensen misschien plezier doen met hun fraaie voortzetting uit vroeger dagen.  (Of laten zien welke blunders ze vroeger maakten, maar nu natuurlijk niet meer.)

BertKuijer (in 2006)

Allereerst een partij van Bert Kuijer. Tegen onze toenmalige clubkampioen (onze absolute nummer één van toen, jaar in jaar uit) Paul Ruber.

   Paul Ruber  (in 2006)

Ooit verhuisde hij wegens verandering van werk naar Zaandam (?) en werd lid van Het Spaarne. Zou het goed met hem gaan?  Vroeger zag ik hem nog wel eens bij het Tata-toernooi,  beiden als toeschouwer. Maar dat is ook al weer lang geleden. Maar internet-onderzoek leerde me dat hij daar nog speelt. In de interne. En dit seizoen bijna elke week. Bij het sluiten van de Corona-markt stond hij daar 3e  (met 18 partijen:  8W 9R 1V).   Maar in de externe kon ik hem niet meer vinden. Zijn ELO was in zijn tijd bij ons altijd wat boven de 2000. Nu iets eronder. Ach ja, de jaren gaan toch tellen. Zelfs voor Ruber.  We zagen echt allemaal heel erg tegen hem op. Hij had een sterk openingen-repertoire . Met ook licht-verdachte openingen die wel leuk spel konden opleveren.  Hij speelde af en toe zonder blikken of blozen het Budapester-gambiet met zwart  (1. d4 Pf6 2. c4 e5!?)  .  En vaak de Alapin  (2. c3)  tegen het Siciliaans  . Van wat hij speelde was hij theoretisch zeer goed op de hoogte.  Zelf vond ik in mijn database mijn 11 partijen tegen hem. Het lukte me 4x om remise te spelen. Daar was ik al heel blij mee. De rest verloor ik. Lang niet altijd kansloos, maar vaak wel.  En ik hoorde toen echt nog wel tot de ‘beteren’ van onze club.

In zijn partij tegen Bert laat Ruber in de eerste helft zien hoe sterk hij is. Hij krijgt langzaam met wit voordeel. Bij zet 15 staat hij echt aanmerkelijk beter. Maar daarna laat hij zien dat hij ook maar een mens is. Hij gaat proberen leuk aan te vallen, maar dat is eigenlijk wat te voorbarig.  Zijn  leuke ideeën verzanden een beetje. Het wil niet meer zo erg. Bert staat dan minstens gelijk. En bij zet 25 zelfs beter.  Daarna wordt het spannend. Bert doet bij zet 26  iets flink fout, maar … Ruber ziet het niet! Geheel tegen zijn gewoonte in. Bert ontsnapt in een betere stelling en speelt daarna ijzersterk. Ruber raakt in tijdnood en dat wreekt zich met een ernstige fout bij zet 30. Dat wordt afgestraft door Bert met een combinatie  goed voor mat in 4.  Ik vermoed dat Bert er erg blij mee is geweest.

Ik zal de hele analyse in het ‘levend diagram’ zetten.  (Vooral bestemd voor Bert.)

Voor mensen die alleen de highlights  willen zien, adviseer ik later naar de ‘levende’ zetten te springen die bij onderstaande ‘gewone’ diagrammen horen. Die dienen ook om er eerst onbevooroordeeld zelf naar te kijken. Zelf te bedenken wat hier gespeeld zou moeten worden. Daarna controleren of u het een beetje goed zag.

1.

Ruber – Kuyer (14…Pf6-d5  )

Met welke zet kan wit hier vrijwel direct winnen?

2.

  Ruber – Kuyer (26.Tc7!=)

Waarom is het gespeelde 26. …  Dxd4 fout?  Met welke zet zou zwart remise hebben kunnen veiligstellen?

3.

 Ruber – Kuyer (30.Ph6  )

Hoe wordt 30. Ph6 afgestraft?

En nu de gehele partij.

Vergeleken bij de analyse van Fritz8 uit 2006 levert Komodo 10 maar weinig andere opvattingen op.  Slechts een enkele keer is Prof Dr Ir K.  het niet eens met zijn beroemde voorloper,  Dr Fritz.



Zo, hebt u iets te doen in de komende saaie dagen. En ik ook . Want ik ga nog even verder in die ouwe kost scharrelen. Wel natuurlijk na afloop mijn handen grondig wassen.

In onschuld.     Blijf gezond!

Stand na ronde 20, 14 maart

Wit Zwart Uitslag
Bert Kuijer Ron de Vink ½-½
Gerrit van Dok Frank de Geus 0-1
Peter van Putten Matthijs Groot 0-1
arnd schuur Ab Hauer 0-1
Herman Zwaneveld Afwezig met geldige reden
Paul Verkooijen Afwezig met geldige reden
Martin Zwaneveld Oneven

Ranglijst bijgewerkt t/m ronde 20

Nr Naam Punten Gsp Gw Rm Vl Perc Kl
1 Ron de Vink 221,83 19 7 12 0 68,4 -2
2 Bert Kuijer 213,00 19 8 10 1 68,4 0
3 Frank de Geus 198,33 15 8 6 1 73,3 -1
4 Martin Zwaneveld 181,33 17 9 4 4 64,7 2
5 Paul Verkooijen 168,33 14 6 6 2 64,3 -1
6 Ab Hauer 137,00 16 5 3 8 40,6 1
7 Gerrit van Dok 136,67 18 4 4 10 33,3 1
8 Matthijs Groot 113,00 10 3 2 5 40,0 0
9 Peter van Putten 101,83 13 2 0 11 15,4 1
10 Herman Zwaneveld 59,00 6 1 0 5 16,7 0
11 Arend Schuur 25,33 3 0 0 3 0,0 -1

Ronde 20, 9 maart ‘20

Er was wel weer wat te beleven deze avond. Een wel heel erg gave partij tussen Bert en Ron. Nogal wat spannends bij Peter-Matthijs. En redelijk goed afgeschermde aanvalspogingen van Frank tegen Gerrit, die uiteindelijk toch het onderspit moest delven.  Maar eigenlijk weer het lolligst voor het grote publiek  (Wanneer moeten ook onze wedstrijden zonder publiek gespeeld worden?) was wat Arend op het bord zette tegen Ab. Die uiteindelijk toch aan het langste eind trok.

Bij Bert-Ron was er bij zet 1 al iets te beleven! Ron speelde Hollands! Kan natuurlijk aan mijn langzaam aftakelende geheugen liggen (dat is ook niet meer wat het nooit geweest is) , maar ik herinner me niet dat eerder van hem bij ons gezien te hebben.  1  d4  f5!   Het vreemde van die opening is dat die totaal in onbruik is geraakt bij de grote schakers, maar dat ik nog nooit een witte aanpak heb gezien, waar zwart echt van wakker moet liggen.  Het aardigst voor de eenvoudige amateur is natuurlijk  het Staunton- gambiet.( 1. d4 f5   2. e4!? ) Daar heb ik me vroeger wel van bediend, omdat daar niet al te veel theorie aan vast zat en je daarbij tenminste met wit gelijk de teugels  in handen neemt  en zwart dan niet meer kan kiezen uit heel veel mogelijkheden, waar je dan ook weer van alles van moest weten. De Leningrader (met g6 en Lg7) de Stonewall  (c6,d5,e6,f5), , het klassieke Hollands ( met e6 en d6) , de Antoshin-variant (met c6, Dc7,  en e5) en wat er in vredesnaam allemaal nog meer mogelijk is.  Zelf heb ik ook wel eens Hollands geprobeerd. Me destijds  alleen maar verdiept in de Leningrader (omdat het  een beetje lijkt op KoningsIndisch) , en een korte tijd in de Antosjin- variant. Erg succesvol was ik er niet mee, en mijn laatste poging ermee was tegen Martin’s  1 c4, en toen werd ik ermee door Martin afgedroogd. (Een situatie die toen nog niet erg normaal was.) Ik had er gelijk genoeg van.

Misschien vergis ik me nogmaals, als ik me meen te herinneren dat Bert toen hij nog heel jong was zelf veel Hollands speelde.

Maar als dat zo was wist hij niet meer wat de moeilijkste varianten zijn voor zwart want zijn 3. Pc3 is niet slecht, maar belooft geen voordeel.

Ron: ‘Dus toen Bert zijn paard naar c3 speelde en de c-pion blokkeerde, wist ik het gelijk.’

Met bewondering stel ik vast hoe sterk die twee zitten te schaken. Er wordt wederzijds diepzinnig gemanoevreerd,  maar het evenwicht  wordt lang niet verbroken.

Er gaat iets gebeuren rond zet 18.

Bert – Ron (18.Pg3)

18 …….   g5!  19. Lh5 Pxh5  20. Pxh5  g4!

‘Ik speelde eerst a6, wilde zetten als Pb5 en alsnog c4 voorkomen. Toen hij vervolgens zijn loper tegen mijn paard gaf, voelde ik mij in mijn element. Volgens mij heb ik hem daarna geleidelijk weg gespeeld. ( Prof. Mr. Ir K :  “mwhah”)  g5 (!) was erg sterk. Bert ging vervolgens maar in troebel water vissen (slim met tegenstander in tijdnood).’

Bert – Ron (28…Td8)

29. b4 is dit het bedoelde troebele water? Hierna komt inderdaad zwart nog beter te staan. En inderdaad wordt de stelling zodanig moeilijk voor iemand onder tijdsdruk dat een vergissing van zwart het evenwicht weer volledig herstelt. Dus Bert’s strategie werkte!

Ron:  “Ik zag in de slotstelling dat ik Tb2 en dan Dd7 moest spelen, maar draaide dit in de haast om.  Bert was gelukkig nog zo sportief om remise aan te bieden, dat had ik in zijn plaats waarschijnlijk ook gedaan. De slotstelling is mogelijk nog remise te houden, maar dat was in tijdnood niet gemakkelijk geweest.”



Ron:  “Ik zag in de slotstelling dat ik Tb2 en dan Dd7 moest spelen, maar draaide dit in de haast om.”” Bert was gelukkig nog zo sportief om remise aan te bieden, dat had ik in zijn plaats waarschijnlijk ook gedaan. De slotstelling is mogelijk nog remise te houden, maar dat was in tijdnood niet gemakkelijk geweest.”

Ik vond dit een gave partij! En Ron was tevreden: ‘Zelden heb ik zo lekker geschaakt als tegen Bert deze keer.’

Gerrit stond lang gelijk tegen Frank die hem met zijn geliefde Frans onderuit wilde halen. Maar dat lukte niet omdat Gerrit de geijkte Franse stellingen ontweek door al op zet 3. exd5 te spelen, waarna zwart gelijk verlost is van de enige schaduwzijde van het Frans: die gekooide loper op c8. Heel erg slecht is het ook niet voor wit. Zijn voordeel is dat Frank weliswaar direct het nadeel van de ‘achterzet’ kwijt is maar die het nu overwegend zelf moet gaan bedenken. Dat doet Frank  niet slecht, maar bereikt toch slechts een minimaal voordeeltje. Erg grappig voor de onpartijdige toeschouwer is dat Gerrit’s defensieve tactiek fraai tot uiting komt door een ongelofelijk groot aantal zetten met zijn dameloper. 6. Lg5  14. Ld2  16. Le3  17. Lf4   18. Lg5   21.  Lxf6  (hèhè) . Je zou zeggen dat moet toch niet goed zijn. Zes zetten doen met een loper om hem dan alleen maar af te ruilen. Je ziet ze staan, al die andere witte stukken met sippe gezichtjes en een vinger omhoog: ‘ik wil ook wel eens meedoen!’ Het vreemde is dat het allemaal schijnt te kunnen. Zwarts voordeeltje wordt niet groter. Pas bij zet 25. kan het dan eindelijk even mis gaan voor wit, maar dan hapert Frank’s aanvalsmachine. (25.  …  Dh3!?) Wellicht wordt Frank hierna toch een beetje ongeduldig waardoor zijn 26e zet fout had kunnen uitpakken.

  Gerrit – Frank (26.Pe2)

26. …. Lxd4?   [26…Df3= !?]     27.Dd2??  

Wit mist een kans om volledig uit de zorgen te geraken met: 27.h3!! (de dame kan de loper op d4 niet blijven dekken) Lxf2+ 28.Dxf2 Dxh3 met licht voordeel voor …. wit!    27…Lb6!  Hierna staat zwart gewoon een gezonde pion voor. En is ‘in hogere zin’ (Zo staat dat altijd in schaakcommentaar. Rare woordkeuze.) de partij voor zwart gewonnen.

Een grappig combinatietje maakt er dan met wat assistentie van wit echt een eind aan.

 Gerrit – Frank (30…Te6)

31.h3?  Pxf2!  32.Txf2 Tf6!  (Let ook op die loper op b6! Penning van Tf3!)  33.Pf4 g5 Al met al een feest van penningen.

De stelling van Peter- Matthijs bleef lang in evenwicht. In een (wederzijds wel erg) ‘Gesloten Siciliaan’ duikt al gauw een stelling op waar iets principieels van te zeggen is.

  Peter – Matthijs (6…Le7)

Ik leerde 60 jaar geleden uit één van de vele boekjes van Dr Max Euwe dat het voordeel voor wit is in zulke stellingen dat een wit paard in het gat op d5 nooit door een pion kan worden verjaagd, en een zwart paard in het gat op d4 wel met c2-c3 tot terugtocht kan worden gedwongen. Dus veld d5 is zwakker dan veld d4. Wel vreemd dat je dit soort stellingen tegenwoordig dus wel weer wat meer ziet. En niet alleen bij de amateurs! Maar toch, ik houd niet van dit soort stellingen voor zwart.

De stand is ongeveer gelijk. En dat blijft hij. Omdat Matthijs wel een beetje,  maar niet optimaal profiteert met zijn paard van zijn door een mindere 7e zet toch ook sterke veld d4. Bij de 12e zet  wordt het even heel erg kermis. Peter neemt te veel risico en raakt in veld vol penningen materiaal kwijt.



Leuke momenten dus! (voor mij)

Klein voordeel voor wit, en dat wordt een groot voordeel voor wit na nog een  misser van Matthijs. Maar helaas, daarna geeft wit een stuk weg. ( Is het er toch nog van gekomen) Jammer dat een eigenlijk grappige en redelijk vernuftig gespeelde partij voor Peter toch nog verloren gaat.



Maar heel aardig vond ik Arend tegen Ab.

Ab speelt weer een geheel eigen opening, die lijkt op een Pirc. Zelf speelde ik vaak met wit tegen Pirc of tegen KoningsIndisch iets met 0-0-0 en daarna g4 en h4. Aaanvallluuuhhh maar. (En had als ik zwart had daar ook de meeste hekel aan.) Maar die opzet was vroeger een poosje mode.  Ik vind het bemoedigend dat Arend zo’n soort opzet kiest, waarschijnlijk zonder ooit iets gelezen te hebben over bijv. de Saemisch-variant tegen het KI. Hij heeft duidelijk het goede instinct! Zijn opzet is logisch en agressief.

Na 16 zetten zult u niet twijfelen over waar u het liefst achter gaat zitten, achter wit of achter zwart.

  Arend- Ab (16…De6 )

Arend staat duidelijk beter. Maar eenvoudig is het niet. En hoewel wit erg zorgvuldig speelt, lukt het niet om zijn voordeel vast te houden.

Ik weet niet zeker of onderstaande stelling helemaal correct is, want ik kon alleen beschikken over de notatie van Ab en daar was één zet moeilijk te ontcijferen. Maar erg fout kan het niet zijn.

Arend – Ab (20…Pd4)

Ik zag hier Arend  21. Tg6 spelen en dacht: ‘Heel goed! Sterk! Zou ik ook gedaan hebben.’

Geen seconde gedacht dat de veel betere hier 21. Dxb7!! is. (Aldus Prof. Mr Dr K.) Als je aan het aanvallen bent op de koningsvleugel ga je je toch niet bezighouden met een pionnetje op de damevleugel. Kom op, niet zo krenterig met een pionnetje winst bezig zijn. Aanvaaallluh!! Alle stukken op die zwarte koning gericht!

Vreemd genoeg zakt na 21. Tg6 de pudding ineens een beetje in. Ab speelt hierna erg goed, pakt zijn kans om te ontsnappen aan de druk, en langzaamaan raakt wit in het nadeel.



Wat voordeel voor zwart, maar nog niet desastreus. Waarschijnlijk mede door teleurstelling dat zo’n leuke stelling hem toch ontglipt, doet wit voor het eerst een echt zwakke zet bij zet 24.

  Arend Ab (23…Txg7)

Wit staat nu een kwaliteit achter, maar na 24. Dxb7  (nu alweer!) is remise nog goed mogelijk.  Bijv.:   24.Dxb7!=  Tag8  25.Lxh6 Th7 26.Le3

Maar na   24.Dh3? Pf5!   Krijgt wit tegen een ineens secuur spelende Ab geen kans meer.

Een boeiende partij waar na afloop veel van onze ‘betere’ schakers zich nog zwaar tegenaan bemoeiden. Hoe had zoiets gewonnen moeten worden? Ik geloof niet dat ze het vonden. Ik laat zoiets meestal maar liever aan de heer Komodo over. Die had het wel geweten.

Misschien is dit voorlopig wel het laatste verslag. Wie weet hoe dat nu verder gaat met de Corona- ellende.

Wellicht gebruik ik de vrij komende tijd om nog maar eens een leerzaam onderwerpje aan te snijden. Of eindelijk de BDG-serie eens echt af te maken.

Als de heer Corona mij dat tenminste nog even wil toestaan. Ik ga me wel flink aan de voorschriften van de heer Rutte houden. Veel zult u mij dus even niet zien.

Hopelijk ooit tot ziens!

Eindcorrectie moet nog plaatsvinden